19 januari 2018

Shame - Songs Of Praise

2017 was zeker niet het jaar van de leuke jonge gitaarbandjes (of ik heb de verkeerde kant op gekeken), maar in het nieuwe jaar vliegen ze me werkelijk om de oren. 

Nog maar net bekomen van het vrijwel onweerstaanbare debuut van de Ierse band The Academic, ben ik nu al weer in de ban van het debuut van de Britse band Shame. 

Net als bij The Academic zijn de leden van de uit het Londense Brixton afkomstige band Shame de schoolbanken nog maar net ontgroeid en spelen gitaren de hoofdrol in hun muziek, maar hiermee hebben we de belangrijkste overeenkomsten tussen de beide bands wel gehad. 

Waar The Academic kiest voor schaamteloos aanstekelijke en vooral zonnige klinkende popliedjes die zijn geïnspireerd door de meest succesvolle bands uit de geschiedenis van de Britse en Amerikaanse gitaarmuziek, graaft Shame dieper, strijkt het meer tegen de haren in en zoekt het haar inspiratie bij in artistiek opzicht interessante maar in commercieel opzicht minder succesvolle bands als The Fall, Television Personalities en Gang Of Four. 

Songs Of Praise is stevig beïnvloed door de muziek die in de hoogtijdagen van de punk en vooral de eerste postpunk golf werd gemaakt en klinkt wat minder groots dan de muziek uit de tweede en derde postpunk golf. De meeste songs op het debuut van Shame zijn rauw, donker en stekelig, maar op een of andere manier verliest de band uit Londen de toegankelijke gitaarsong nergens helemaal uit het oog. 

De band laat zich hierbij stevig beïnvloeden door van alles en nog wat, want naast de hierboven genoemde namen hoor ik op Songs Of Praise ook veel van Joy Division, flink wat van The Stranglers, verrassend veel van The Cult en ook wel wat van de bravoure van het jonge U2, maar ook voorzichtige flirts met jaren 90 Britpop iconen Blur en Oasis blijven niet uit. 

Het debuut van Shame bevat een aantal zich wat langzamer voortslepende songs en met name deze songs zijn donker gekleurd. Wanneer het tempo wordt opgevoerd en de gitaarwolken breder uitwaaien wordt het voorzichtig wel wat lichter in het muzikale landschap van Shame en duiken hier en daar zelf behoorlijk toegankelijke melodieën en refreinen op. 

Shame overtuigt dan opeens net zo makkelijk als de eerder genoemde tijdgenoten The Academic, maar over het algemeen genomen vraagt de muziek van Shame net wat meer tijd. Ik heb Songs Of Praise deze tijd gegund en raak steeds meer onder de indruk van het heerlijke gitaarwerk, dat varieert van loodzwaar tot lichtvoetig, en van de goede songs van de band uit Londen. 

De criticus zal beweren dat er niets nieuws onder de zon is. Dat is misschien waar, maar aan de andere kant klinkt Songs Of Praise van Shame anders dan vrijwel alle andere gitaarplaten van het moment. Boven alles is het debuut van Shame een gitaarplaat die je vastgrijpt en pas weer loslaat als de laatste noten wegsterven. Dat is knap. En ook in dit geval bijzonder aangenaam. Erwin Zijleman





18 januari 2018

Anderson East - Encore

Ik was in de zomer van 2015, toch wel enigszins tot mijn verrassing, zeer te spreken over het debuut van de jonge Amerikaanse singer-songwriter Anderson East. 

Ik ben normaal gesproken niet direct overtuigd wanneer soulzangers hun uiterste best doen om de soulmuziek uit een ver verleden nauwkeurig te reproduceren en op mijn hoede wanneer het ook nog eens blanke soulzangers betreft (een vooroordeel, ik weet het), maar Delilah van Anderson East was een hele knappe plaat. 

De uit Athens, Alabama, afkomstige blanke soulzanger met een gitzwarte strot eerde op Delilah de muzikale tradities van zijn geboortegrond en maakte een plaat die klonk als de legendarische soulplaten die in de jaren 60 in het nabijgelegen Muscle Shoals werden gemaakt. Er zijn er meer muzikanten die dat doen, maar het debuut van Anderson East stak er een flink stuk bovenuit

De fraaie soulstem van de Amerikaan speelde op Delilah een belangrijke of zelfs essentiële rol, maar ook de geweldige muzikanten op de plaat en de fantastisch klinkende productie van de veelgevraagde Dave Cobb tilden Delilah een flink stuk boven het maaiveld uit. Met het vorige week verschenen Encore keert Anderson East terug en ook de tweede plaat van de Amerikaanse muzikant is een hele knappe plaat. 

De singer-songwriter uit Alabama, die tegenwoordig vanuit Nashville, Tennessee, opereert, kon wederom een beroep doen op sterproducer Dave Cobb, wist een aantal uitstekende muzikanten naar de studio te lokken (ze;fs Ryan Adams levert een mooie solo af) en schreef zijn songs dit keer samen met een aantal prima collega songwriters, onder wie de zeer getalenteerde Natalie Hemby (check haar prachtplaat Puxico uit 2017), Chris Stapleton, Dave Cobb en zelfs Ed Sheeran (die voor één track aanschoof). 

Ook Encore is weer diep geworteld in de Southern Soul zoals die in de jaren 60 in het diepe zuiden van de Verenigde Staten werd gemaakt, maar Anderson East schuift dit keer ook wat op in de richting van de rhythm & blues die bijvoorbeeld Van Morrison in het verleden maakte. 

Encore klinkt als een plaat die decennia geleden werd gemaakt, maar dit is geen moment storend, integendeel. Anderson East kent overduidelijk zijn klassiekers, maar de soulsongs van de Amerikaan komen stuk voor stuk uit het hart. 

Ook op Encore staat de Amerikaan weer garant voor zang die je bij de strot grijpt en deze zang krijgt extra glans door het geweldige soul, rhythm & blues en gospel geluid dat zijn band neerzet. Het is een geluid waarin alles raak is en iedere noot is voorzien van gevoel en soul.

Enige liefde voor oude soul is noodzakelijk om van Encore van Anderson East te kunnen houden, maar als deze liefde er is, is Encore een plaat die je makkelijk omver blaast. Anderson East is tegenwoordig misschien een kind van Nashville, maar in muzikaal opzicht komt hij nog altijd uit het allerdiepste Zuiden van de Verenigde Staten. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman