zaterdag 31 januari 2015

Boek: Kraftwerk - Publikation

De indrukwekkende reeks concerten die Kraftwerk de afgelopen maand gaf in de Amsterdamse poptempel Paradiso, inspireerde flink wat muziekjournalisten tot mooie recensies. De reeks recensies van de VPRO (3voor12) vond ik persoonlijk het mooist, omdat in deze reeks recensies naar achtergronden en diepgang werd gezocht. 

Het was voor mij aanleiding om meer te lezen over de intrigerende Duitse band, wat prima kan in het beste boek dat over Kraftwerk is verschenen. Dit boek is geschreven door de Britse popjournalist David Buckley, die vooral bekend is van zijn prima boeken over het David Bowie en luistert naar de titel Publikation. 

De strakke en fraai vormgegeven cover en de getalsmatige indeling van het boek laten al zien dat Buckley zich flink heeft verdiept in de geschiedenis en achtergronden van Kraftwerk en dit komt ook in de tekst tot uiting. 

Buckley sprak voor het samenstellen van Publikation met meerdere muzikanten die zijn beïnvloed door het werk van de zo invloedrijke Duitse band en sprak uiteraard ook met de leden van het eerste uur. Het is jammer dat de grote man achter Kraftwerk, Ralf Hütter, niet direct heeft meegewerkt aan het boek, maar dit is zeker niet ten koste gegaan van de diepgang van Publikation, al is het maar omdat Buckley uiteraard wel gebruik kon maken van bestaande interviews met de man die Kraftwerk nog altijd aanvoert.

Publikation schetst fraai hoe Kraftwerk ontstond in het naoorlogse Duitsland waarin eigenlijk geen plaats was voor Duitse cultuur. Mede hierdoor zette Kraftwerk zich af tegen de dominante Britse en Amerikaanse muziekcultuur en sloeg het revolutionaire wegen in. 

Publikation beschrijft uitvoerig hoe Kraftwerk op eigenzinnige wijze aan de slag ging met elektronica die destijds nog in de kinderschoenen stond en aan de haal ging met thema’s die op dat moment nog als futuristisch kunnen worden aangemerkt. 

Zeker in de, inmiddels wat vergeten, beginjaren liet Kraftwerk zich nadrukkelijk beïnvloeden door andere Duitse avant-garde bands en het stempel van de invloedrijke producer Conny Plank, maar vanaf het midden van de jaren 70 was Kraftwerk trendsettend. In de sobere Kling Klang studios in Düsseldorf werd het ene na het andere meesterwerk in elkaar gesmeed en steeds wist Kraftwerk zich verder te vernieuwen. Het wordt fraai beschreven in het bijna 300 pagina's tellende boek.

Kraftwerk had uiteindelijk een enorme invloed op meerdere stromingen in de popmuziek, variërend van de Britse synthpop uit de jaren 80 en de elektronische muziek van alle tijden tot de techno die in de jaren 90 vanuit de VS overwaaide. 

Hoewel Kraftwerk vanaf de tweede helft van de jaren 80 nauwelijks nieuw materiaal meer heeft uitgebracht, klinkt de muziek van de band ook 30 jaar later nog altijd modern of zelfs futuristisch. Het is muziek die uitnodigt tot meer weten en meer begrijpen. Publikation van David Buckley is hiervoor een zeer waardevol hulpmiddel. Een mooie voorbereiding op het volgende concert van de band aan de vooravond van de Tour de France.  Erwin Zijleman

Te koop bij BOL.com

Joana Serrat - Dear Great Canyon

Voor platen in de categorie ‘minder bekend talent in het rootssegment’ ga ik deze week bijna een jaar terug in de tijd. Het is immers al weer bijna een jaar geleden dat Dear Great Canyon van de Spaanse singer-songwriter Joana Serrat verscheen. 

Dat leverde haar vorig jaar helaas maar weinig aandacht op in Nederland, maar dankzij haar optreden op Eurosonic staat Dear Great Canyon nu gelukkig alsnog in de belangstelling. En terecht. 

Joana Serrat groeide op in de buurt van Barcelona. Dat hoor je soms terug in het Engels van de Spaanse singer-songwriter, maar zeker niet in de muziek die op Dear Great Canyon centraal staat. De ouders van Joana Serrat beschikten over een goed gevulde platenkast, waarin Amerikaanse muziek centraal stond en die platenkast heeft de muzikale voorkeur van de jonge Joana Serrat voor een belangrijk deel bepaald. 

Joana Serrat ging daarom aan de andere kant van de grote plas op zoek naar een geschikte producer van naam en faam en die bleken uiteindelijk in de rij te staan voor de getalenteerde Spaanse singer-songwriter. Dear Great Canyon werd uiteindelijk opgenomen in het Spaande Cadiz met de gerenommeerde producer Howard Bilerman achter de knoppen. Bilerman is vooral bekend van The Arcade Fire (hij produceerde het nooit meer overtroffen Funeral) en Godspeed You! Black Emperor, maar produceerde ook platen van Vic Chesnutt, Basia Bulat en de al weer vergeten Angela Desveaux (check haar prachtplaten uit 2006 en 2008). 

Howard Bilerman heeft het debuut van Joana Serrat voorzien van een productie die zowel authentiek als modern klinkt. De voorliefde van Joana Serrat voor Amerikaanse rootsmuziek klinkt nadrukkelijk door op Dear Great Canyon, maar het is zeker geen 13 in een dozijn rootsplaat geworden. Dear Great Canyon laat weliswaar goed horen dat Joana Serrat flink is beïnvloed door Amerikaanse folk en country, maar deze invloeden zijn verpakt in een heerlijk dromerig en op hetzelfde moment vol geluid waarin typische rootsinstrumenten als een pedal steel fraai worden gecombineerd met moderne elektronica en elektrische gitaren. 

Ook qua zang is Joana Serrat overigens geen typische rootszangeres. Haar stem doet af en toe denken aan die van Beth Orton, maar heeft af en toe ook iets van Sinéad O’Connor, al worden de excessen gelukkig vermeden. Jana Serrat kan echter ook klinken als een folkie van weleer, wat een hele gevarieerde plaat oplevert, met het hoge niveau als enige constante.

Het levert ook een plaat op die uiteindelijk niet precies in een hokje past, maar wel steeds weet te betoveren met prachtige songs vol geheimen. Deze zijn de ene keer lichtvoetig en toegankelijk, maar zijn net zo makkelijk ingetogen en donker of zelfs dreigend. De ene keer past het in het hokje indie-pop of indie-rock, maar Joana Serrat is ook niet bang voor bijna verstilde folk of duistere country-noir, die goed aansluit op de voorbeelden uit de platenkast van haar ouders.

Howard Bilerman verdient een standbeeld voor de prachtige productie van Dear Great Canyon, maar het meeste respect gaat natuurlijk uit naar de Spaanse singer-songwriter Joana Serrat, die niet alleen een bloedmooie maar ook volop betoverende plaat heeft gemaakt vol songs die iets met je doen en je nieuwsgierig maken naar de achtergronden van deze plaat. 

Na flink wat beluisteringen weet ik het zeker: Dear Great Canyon is een debuut om heel erg druk over te doen. Dat is vorig jaar helaas niet gebeurd, maar dat Dear Great Canyon een tweede kans verdient is wat mij betreft zeker. Ik schaar hem in ieder geval alvast onder de verrassingen van 2015. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com   cd   Koop bij bol.com   LP

 

vrijdag 30 januari 2015

Canvas Blanco - Call Me Lucky, Fat Or Skinny

Ik ben Jozua Koffeman (1980) taartjesbakker en singer-songwriter afkomstig uit Urk, een voormalig eiland ergens in het epicentrum van Nederland (voor ons Urkers dan). Ik wil graag een avontuurlijk, kleurrijk en speels album maken; “Call Me Lucky, Fat Or Skinny” onder de naam Canvas Blanco. Zonder megahits maar wel met kleine kunstwerkjes. Een album over pionieren, ravotten, hutten bouwen, ongenadige kerkklokken en ongepolijst geloof, fantasie, vette & magere jaren, goudzoeken, verliefd zijn op Tom' Sawyer's Becky, en jaloers op stoere cowboymannen als Lucky Luke, Arendsoog en natuurlijk cowboy Billie Boem van de kleuterschool (door de boeven zeer gevreesd!). Kortom: Americana met een flinke dosis fantasie”. 

Met deze opvallende tekst startte Jozua Koffeman (ook bekend van Lorrainville en Brown Feather Sparrow) een tijd geleden een crowdfunding campagne. Deze leverde snel het gewenste resultaat op zodat Koffeman samen met Robbert Deurloo en Arjan de Wit kon beginnen aan het opnemen van het debuut van Canvas Blanco. Dat debuut is inmiddels verschenen en is een ijzersterke plaat geworden. 

Het is een plaat geworden die inderdaad kan worden omschreven als Americana met een flinke dosis fantasie, al propt de band haar muziek zelf inmiddels in het hokje Europicana. Call Me Lucky, Fat Or Skinny staat vol met intieme songs die mooie verhalen vertellen. Het zijn aansprekende verhalen die wel doen denken aan de muziek van Sparklehorse, maar het debuut van Canvas Blanco valt ook op door zeer knap in elkaar stekende songs, die me meer dan eens doen denken aan het wat stekeligere solowerk van Paul McCartney. 

Call Me Lucky, Fat Or Skinny staat vol met het soort popliedjes dat je al bij eerste beluistering wilt omarmen, maar die na vele luisterbeurten nog steeds niet alle geheimen hebben prijsgegeven. Wereldhits zijn inderdaad niet terug te vinden op het debuut van Canvas Blanco, maar de beloofde kunststukjes hebben we gekregen. En in ruime mate.

Maar liefst 11 kunststukjes zijn er te vinden op het debuut van Canvas Blanco en ze zijn allemaal anders. Het ene moment klinkt Canvas Blanco als Sparklehorse, het volgende moment als McCartney, maar wanneer een klarinet wordt ingezet ligt ook de vergelijking met Calexico op de loer en zo kan ik nog wel wat namen noemen. 

Het zijn allemaal vergelijkingen die maar even mee gaan, want uiteindelijk doet Canvas Blanco nadrukkelijk haar eigen ding en dat is knap. Call Me Lucky, Fat Or Skinny bevat 11 mooie luisterliedjes, maar het zijn ook popliedjes vol dynamiek en avontuur. Het zijn popliedjes die zich genadeloos opdringen, maar het zijn ook popliedjes die je op het verkeerde been durven te zetten. Het rijke instrumentarium en de prima zang op de plaat doen de rest. 

Als een Amerikaanse band op de proppen was gekomen met deze plaat had dit zomaar superlatieven van Pitchfork op kunnen leveren, maar Canvas Blanco moet het vooralsnog doen met bescheiden aandacht. Dat de band veel meer verdient zal na het lezen van het bovenstaande echter meer dan duidelijk zijn. Erwin Zijleman

Call Me Lucky, Fat Or Skinny van Canvas Blanco ligt nog niet in alle platenwinkels, maar is te verkrijgen via de website van de band (http://www.canvasblanco.com/music-archive/call-me-luck-fat-or-skinny/), via bandcamp (https://canvasblanco.bandcamp.com/album/call-me-lucky-fat-or-skinny) en zelfs via good old cdbaby (http://www.cdbaby.com/cd/canvasblanco).

   

donderdag 29 januari 2015

The Lone Bellow - Then Came The Morning

Het titelloze debuut van The Lone Bellow haalde ik in december 2013 uit de jaarlijstjes van PopMatters, dat het debuut van de band uit New York uitriep tot de beste Americana plaat van het jaar. 

Daar viel niet eens zo heel veel op af te dingen, want wat maakte The Lone Bellow indruk met haar gloedvolle debuut vol emotie en weemoed en muziek die door de band zelf werd omschreven als ‘Brooklyn country music’. 

Omdat de muziek van de band aansluit op in Nederland zeer succesvolle bands als The Lumineers, Mumford & Sons en The Civil Wars, had ik eigenlijk verwacht dat het debuut van The Lone Bellow ook in Nederland zou worden omarmd, maar de plaat deed helaas helemaal niets. 

De tweede plaat van de band behoorde in de Verenigde Staten de afgelopen week bij de belangrijkste releases van de week, maar in Nederland gaat The Lone Bellow ook met haar tweede plaat waarschijnlijk maar weinig aandacht krijgen. Het is werkelijk doodzonde, want wat is Then Came The Morning een prachtplaat. 

De door Aaron Dessner (The National) geproduceerde plaat knalt er direct in met de zwaar aangezette titeltrack. 60s koortjes, aanzwellende strijkers en blazers, vocalen die uit de tenen komen en spanning die langzaam steeds verder wordt opgebouwd. Ik was eigenlijk direct al om, maar Then Came The Morning blijkt vol te staan met prachtsongs. 

Waar de band op de vorige plaat nog flirtte met lekker in het gehoor liggende folk, is Then Came The Morning een veel ambitieuzere plaat met een bijzonder eigen geluid. The Lone Bellow klinkt een stuk hechter en veelzijdiger dan op het debuut, wat mede de verdienste is van producer Aaron Dessner en de extra muzikanten die hij heeft ingeschakeld. Het zorgt voor een prachtig klinkende plaat vol muzikale verrassingen.

In muzikaal opzicht heeft de band een flinke sprong gemaakt en ook wanneer het gaat om de invloeden die The Lone Bellow verwerkt in haar muziek, is Then Came The Morning niet altijd goed te vergelijken met zijn voorganger. Country en folk zijn nog altijd belangrijke bestanddelen van de muziek van The Lone Bellow, maar de band verkent hiernaast alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek uit verleden en heden. The Lone Bellow kan hierbij flink uitpakken, maar is ook niet bang voor kleine en intieme songs. 

Sterkste wapen van The Lone Bellow is ongetwijfeld zanger Zach Williams, die keer op keer garant staat voor kippenvel. Williams zingt zo af en toe of zijn leven er van af hangt, wat de plaat een intensiteit geeft om bang van te worden. 

Dertien songs en drie kwartier lang maakt The Lone Bellow op Then Came The Morning een onuitwisbare indruk. Dertien songs en drie kwartier lang begeeft de band zich op het snijvlak van meerdere genres en keer op keer pakt het geweldig uit. Dertien songs en drie kwartier lang maakt The Lone Bellow muziek die overloopt van passie en emotie en je genadeloos bij de strot grijpt, maar over-the-top is het geen moment. 

Then Came The Morning is een ontstellend mooie en indrukwekkende plaat. Het is, nog meer dan het debuut van de band, een plaat die iedere liefhebber van Amerikaanse muziek moet horen. Voor mij het onbetwiste hoogtepunt van 2015 tot dusver. The Lone Bellow, wat een band. Then Came The Morning, wat een plaat. Kippenvel van de eerste tot en met de laatste noot. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd   Koop bij bol.com  LP

  

woensdag 28 januari 2015

Pond - Man It Feels Like Space Again

De Australische band Pond (niet te verwarren met de Amerikaanse band uit de jaren 90) werd een paar jaar geleden geformeerd door muzikanten die de eveneens Australische neo-psych band Tame Impala op het podium bijstonden. 

Het leverde tot dusver een aantal platen op, die ik net niet goed genoeg vond voor een plekje op deze BLOG (al was Hobo Rocket uit 2013 een twijfelgeval). 

De nieuwe plaat van de Australische band, Man It Feels Like Space Again, is wat mij betreft wel goed genoeg om als krent uit de pop aangemerkt te worden. Vergeleken met Hobo Rocket klinkt de nieuwe plaat van Pond immers minder fragmentarisch en net wat minder experimenteel, waardoor de songs dit keer wel blijven hangen. 

Pond heeft zich zeker laten beïnvloeden door de muziek van Tame Impala, maar zit net wat dichter tegen de muziek van The Flaming Lips aan. Psychedelica is absoluut een belangrijk bestanddeel van de muziek van Pond, maar het is zeker niet het enige ingrediënt waarmee Man It Feels Like Space Again op smaak is gebracht. 

Pond is ook niet vies van een flinke dosis space-rock en Krautrock en sluit hiernaast aan op de muziek van al die bands die zijn verzameld in het hokje indie-rock. Invloeden uitje glamrock en het rijke oeuvre van Todd Rundgren maken de veelkleurige muziek van Pond compleet.

Op de vorige platen van Pond herkende ik wat te weinig popsongs met een kop en een staart, maar deze zijn ruim vertegenwoordigd op Man It Feels Like Space Again. De nieuwe plaat van Pond grossiert in heerlijk zweverige popliedjes met breed uitwaaiende gitaren, atmosferisch klinkende toetsenpartijen en lekker luie zang. Het klinkt zeker niet alleen als de hierboven genoemde voorbeelden, maar raakt af en toe ook aan het meer psychedelische werk van Pink Floyd, wat absoluut een compliment is. 

De muziek van Pond kan nog altijd makkelijk omslaan. Net als je heerlijk wegdroomt bij de psychedelische klanken op de plaat wordt je ruw wakker geschud door een stekelige song die je weer met beide benen op de grond zet. Dat is even jammer, maar het geeft Pond uiteindelijk wel een eigen gezicht. 

Persoonlijk ben ik vooral onder de indruk van de wijze waarop Pond gitaren en elektronica combineert, waarbij de elektronica zo nu en dan de kant van Duitse Krautrock of zelfs de helden van Kraftwerk op schiet. 

Waar Pond me in het verleden snel verveelde zit ik dit keer negen tracks en 45 minuten lang op het puntje van mijn stoel. Makkelijk is het zeker niet en echt in een hokje te duwen is het ook niet, maar geef je over aan de bijzondere klanken van Pond en je wordt meegevoerd langs surrealistische landschappen vol bijzondere kleuren. 

Pond stond tot dusver duidelijk in de schaduw van Tame Impala, maar met Man It Feels Like Space Again stapt de band definitief uit deze schaduw met een plaat die de grenzen van de neo-psychedelica aan alle kanten overschrijdt maar toch niet uit de bocht vliegt. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd    Koop bij bol.com   LP

   

dinsdag 27 januari 2015

Natalie Prass - Natalie Prass

In december verschijnen er over het algemeen weinig interessante nieuwe platen, waardoor de internationale muziekpers zich volledig kan focussen op  het samenstellen van de jaarlijstjes en het vooruit blikken op het nieuwe jaar. 

De glazen bol van de diverse muziekjournalisten gaven in december zeker geen eenduidig toekomstbeeld, maar één naam kwam met zeer grote regelmaat terug: Natalie Prass. 

Op basis van de uitstekende single Why Don’t You Believe In Me werd Natalie Prass eind vorig jaar alvast vergeleken met Joni Mitchell en haar betere volgelingen en dat is een vergelijking waar je als jonge en debuterende singer-songwriter zeker mee thuis kunt komen. 

Na beluistering van het volledige album van Natalie Prass moet ik concluderen dat de vergelijking met Joni Mitchell uiteindelijk geen hout snijdt. Natalie Prass begeeft zich op haar debuut immers slechts incidenteel op het terrein van de melancholische folk, maar kiest vooral voor een opvallend soulvol geluid. 

Het is ook nog eens een heel bijzonder geluid dat steeds wisselt tussen uiterst ingetogen klanken en een zeer rijk georkestreerd geluid vol strijkers en blazers. Het laatste is de verdienste van de eigenzinnige Matthew E. White die de plaat produceerde. 

Het titelloze debuut van Natalie Prass doet me misschien niet heel vaak denken aan Joni Mitchell, maar het heeft wel volop raakvlakken met de singer-songwriter muziek uit de jaren 70, waarbij dan vooral moet worden gedacht aan net wat soulvollere iconen als Laura Nyro en Carole King. 

Het debuut van Natalie Prass klinkt echter ook verrassend modern. Zeker in de songs waarin invloeden uit de soul domineren en Natalie Prass op een bedje van strijkers en blazers zwoel mag verleiden met ingetogen maar absoluut soulvolle vocalen, blijft de Amerikaanse singer-songwriter haar jonge collega’s in het neo-soul en R&B segment mijlenver voor met betere vocalen, mooiere muziek en veel betere songs. 

Wat me bij de meeste soulzangeressen van het moment zo enorm tegen staat is het constant op vol volume uithalen en het maken van meer bochtjes dan een slalom skiër, maar Natalie Prass doet beiden gelukkig niet en wat is dat een verademing. 

Soulvolle muziek met invloeden uit de afgelopen decennia domineren op het debuut van de singer-songwriter uit Cleveland, Ohio, maar Natalie Prass is zeker geen one-trick-pony. Incidenteel verlaat Natalie Prass de soul en kiest ze voor meer folky songs, al zijn het soms folky songs die dankzij de rijk ingezette strijkers en de hoge vocalen ook terug gaan naar filmmuziek uit vervlogen tijden (denk aan The Wizard of Oz uit 1939). 

Heel af en toe zou je willen dat Natalie Prass Matthew E. White met al zijn strijkers en blazers een flinke schop onder zijn kont geeft om vervolgens te kiezen voor een wat meer roots-georiënteerd instrumentarium, maar aan de andere kant klinkt het nu allemaal wel heel zwoel en verleidelijk en druipt het talent er werkelijk van af. 

Er valt aan het eind van het jaar ongetwijfeld flink wat af te dingen op de voorspellingen van de verschillende muziekjournalisten in december 2014, maar met Natalie Prass had men het volledig bij het juiste eind. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com   cd   Koop bij bol.com   LP

 

maandag 26 januari 2015

Sleater-Kinney - No Cities To Love

Het in 2005 verschenen The Woods leek lange tijd de zwanenzang van het Amerikaanse trio Sleater-Kinney te zijn. 

Toen eind vorig jaar de box met het volledige oeuvre van de band uit Olympia, Washington, verscheen (Start Together), werd echter ook direct een gloednieuwe plaat aangekondigd. Eerst zien, dan geloven, dacht ik in eerste instantie nog, maar inmiddels is No Cities To Love dan ook echt verschenen. 

Iedereen die het oeuvre van Sleater-Kinney kent, weet dat het power trio garant staat voor torenhoge kwaliteit. Het begon in 1995 ooit met rechttoe rechtaan Riot grrrl punk, maar in de tien jaren die volgden wist Sleater-Kinney zich steeds verder te ontwikkelen, te vernieuwen en te verbreden, wat een geweldige serie platen heeft opgeleverd. 

Een pauze van tien jaar doet een band echter vrijwel nooit goed, al hebben Corin Tucker, Janet Weiss en Carrie Brownstein de afgelopen tien jaar natuurlijk niet stil gezeten. Het pakt voor Sleater-Kinney gelukkig geweldig uit, want met No Cities To Love zet Sleater-Kinney een imposante volgende stap. 

No Cities To Love laat horen dat het spelen in andere bands (waaronder de band van Stephen Malkmus) de leden van Sleater-Kinney alleen maar goed heeft gedaan. No Cities To Love laat een band horen die beter en hechter klinkt dan ooit tevoren. Dat hoor je in het geweldige gitaarwerk dat meer nuances en meer dynamiek bevat, dat hoor je in het soms onnavolgbare drumwerk dat de songs op de plaat een steeds weer wat net wat ander geluid geeft en dat hoor je in de vocalen, die wat minder onvast klinken dan in het verleden. 

Het knappe is echter dat Sleater-Kinney haar rauwe passie en energie heeft behouden. Ook No Cities To Love mag nog heerlijk rammelen en mag bovendien nadrukkelijk buiten de lijntjes kleuren. 

De muziek van Sleater-Kinney klinkt in technisch opzicht misschien beter dan in het verleden, maar dit heeft geen gevolgen gehad voor de urgentie, energie, passie en agressie van de muziek van Sleater-Kinney. Corin Tucker, Janet Weiss en Carrie Brownstein maakten in het verleden muziek alsof hun leven er van af hing en dat doen ze gelukkig nog steeds. 

Al sinds haar debuut is Sleater-Kinney er in geslaagd om zich op iedere plaat te verbreden en dat is ook op No Cities To Love weer gelukt. Sleater-Kinney flirt dit keer met complexere songstructuren en uitstapjes naar omliggende genres tot postpunk en een vleugje disco aan toe, maar het slaagt er ook dit keer weer in om het zo unieke eigen geluid te behouden. 

No Cities To Love is hierdoor vanaf de eerste noot een typische Sleater-Kinney plaat en het is er wederom één die maar blijft groeien. Tot en met The Woods was Sleater-Kinney één van mijn favoriete eigenzinnige gitaarbands en na beluistering van No Cities To Love weet ik dat dat nog steeds het geval is. 

Door de geweldige box-set Start Together keek ik de afgelopen weken vooral terug op een zwaar onderschat maar prachtig oeuvre, maar inmiddels durf ik ook weer vol vertrouwen vooruit te kijken. Sleater-Kinney is nog lang niet wereldberoemd, maar ach wat zijn ze verschrikkelijk goed. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd    Koop bij bol.com  LP

 

Aphrodite's Child - 6 6 6

Bij ons thuis werd vroeger wel eens muziek van Demis Roussos gedraaid. Daar werd ik als kleine jongen helemaal niet vrolijk van en daar word ik eerlijk gezegd nog steeds niet vrolijk van. 

Op de stapels soloplaten die Demis Roussos maakte is best een enkel lichtpuntje te vinden, maar het meeste biedt helaas weinig reden tot vreugde. 

Toch wil ik even stil staan bij de dood van Demis Roussos dit weekend. Dat heeft hij volledig te danken aan één plaat: 666 van Aphrodite’s Child. 

Aphrodite’s Child was een Griekse band die naast zanger Demis Roussos en drummer Lucas Sideras ook ene Vangelis Papathanassiou in de gelederen had. Laatstgenoemde zou later vooral bekend worden zonder zijn achternaam, maar ook op de platen van zijn eerste band deed hij al bijzondere dingen. 

Aphrodite’s Child debuteerde aan het eind van de jaren 60 en scoorde direct een dikke hit met Rain & Tears, waarin je onmiddellijk de wat weemoedige zang van Demis Roussos herkent. 

Het slotakkoord van de band leverde echter de meest interessante plaat op. 6 6 6 verscheen in 1971 en is bijzonder bombastische en psychedelische plaat over het einde der tijden. 

Op 6 6 6 vermengt Aphrodite’s Child invloeden uit de psychedelica, space-rock en progrock met invloeden uit de Griekse muziek, wat een bont en ongrijpbaar meesterwerk oplevert. Grote ster op de plaat is absoluut Vangelis, die geluiden laat horen die op dat moment verre van gewoon waren, maar ook de zang van Demis Roussos en het aan David Gilmour herinnerende gitaarwerk mogen er zijn. 

Ik heb nooit de illusie gehad dat ik ook maar iets begreep van 6 6 6 en toen ik de plaat vanmiddag na al die jaren opzette begreep ik er nog steeds niets van, maar intrigerend is het absoluut. 

Demis Roussos zou na Aphrodite’s Child aan de haal gaan met vreselijk bombastische pop en uiteindelijk zelfs met Duitse schlagers, maar met 6 6 6 van Aphrodite’s Child verdiende hij zijn terechte plekje in de eregalerij van de popmuziek. Het wordt zo vlak na zijn overlijden niet vaak genoemd, maar het is echt veel interessanter dan de muziek die de meesten van ons van hem kennen. Erwin Zijleman

 

zondag 25 januari 2015

Ryan Bingham - Fear And Saturday Night

Toen Ryan Bingham in 2007 opdook met zijn debuut Mescalito, dacht ik heel even dat ik een geweldig alternatief voor Ryan Adams in handen had. Uiteindelijk bleek Ryan Bingham toch wat meer mainstream dan de onvoorspelbare Ryan Adams, maar ik kan de platen van Ryan Bingham tot dusver zeker waarderen. 

Roadhouse Sun (2009), Junky Star (2010) en Tomorrowland (2012) verdienden dan ook allemaal een plekje op de krenten uit de pop en ook het onlangs verschenen Fear And Saturday Night mag hierop niet ontbreken. 

De carrière van de singer-songwriter uit New Mexico kent tot dusver pieken en dalen. Bingham werd ooit binnengehaald op het roemruchte Lost Highways label, brak lange tijd niet echt door, werd even wereldberoemd door zijn bijdrage aan de soundtrack bij de film Crazy Hearts, die Bingham zelfs een Oscar opleverde, maar vervolgens weer net zo makkelijk vergeten. Fear And Saturday Night krijgt hierdoor niet de aandacht die de plaat van een groot muzikant, want dat is Ryan Bingham, verdient en dat is jammer. 

Ryan Bingham stelde voor Fear And Saturday Night een nieuwe band samen en nam de plaat vervolgens vrijwel live op. Het zorgt voor veel rauwe energie. Die hoor je aan de ene kant in de stem van Ryan Bingham, die meer gruis op zijn stembanden heeft dan de meeste van zijn soort- en leeftijd-genoten, maar je hoort het ook in de energie waarmee de songs op de band zijn gesmeten. 

De muziek van Ryan Bingham doet, zeker wanneer de vocalen heerlijk gruizig moeten zijn, flink denken aan die van Bob Dylan, al is het wel een Bob Dylan die we inmiddels al een tijdje niet meer gehoord hebben. Fear And Saturday Night gaat echter net zo makkelijk aan de haal met Springsteen achtige powersongs of met songs die duidelijk zijn beïnvloed door muzikale helden als John Prine, Steve Earle, Waylon Jennings of Townes van Zandt. 

In muzikaal opzicht is Fear And Saturday Night een veelkleurig geheel. Ryan Bingham kan prima uit de voeten in wat stevigere songs met flink wat rockinvloeden of up-tempo songs met een Tex Mex injectie, maar hij blijft ook moeiteloos overeind in ballads die met veel gevoel worden gezongen. Ryan Bingham heeft nogal wat meegemaakt in zijn leven en dat hoor je.

Hoewel de plaat vrijwel live werd ingespeeld is Fear And Saturday Night goed in balans en is er altijd voldoende ruimte voor de bij vlagen hartverscheurend mooie stem van Ryan Bingham, die leed zodanig kan vertolken dat je zelf een traantje moet wegpinken. 

In rootskringen wordt Ryan Bingham verweten dat hij een knieval voor de commercie heeft gemaakt. Ik heb het persoonlijk nooit een bezwaar gevonden en merk er op Fear And Saturday Night eerlijk gezegd helemaal niets meer van. Fear And Saturday Night is namelijk een geweldige rootsplaat, die gehakt maakt van de meeste concurrenten. En tja, Ryan Adams..... Die gaat echt geen plaat meer maken van het niveau van deze vijfde van Ryan Bingham. Erwin Zijleman

Live aan het werk zien? Dat kan ook, op 3 februari in Bitterzoet (http://www.bitterzoet.com/#/agenda/2111).

Koop bij bol.com    cd  Koop bij bol.com   LP

 

zaterdag 24 januari 2015

Caitlin Canty - Reckless Skyline

In de categorie onbekend talent in het rootssegment staat vandaag Reckless Skyline van Caitlin Canty centraal. Het is een plaat waar ik stiekem al maanden hevig verliefd op en zwaar verslaafd aan ben, maar nu de plaat dan eindelijk officieel verkrijgbaar is moet ik er maar eens mee naar buiten komen. 

Caitlin Canty is een jonge Amerikaanse singer-songwriter die opgroeide in een klein dorp in Vermont. Haar muzikale opleiding kreeg ze in New York, maar haar carrière kwam pas echt van de grond toen ze naar Nashville vertrok en daar singer-songwriter Jeffrey Foucault tegen het lijf liep. 

Foucault stemde al vrij snel in om Caitlin Canty als producer bij te staan op de plaat die ze al zo lang wilde maken (overigens al haar derde), waarna ze begon aan het samenstellen van haar droomband. Dit moest vervolgens natuurlijk wel betaald worden zodat een crowdfunding project werd gestart. Dit project is gelukkig geslaagd, want wat is Reckless Skyline een goede plaat geworden. 

Caitlin Canty dook uiteindelijk met Jeffrey Foucault en een aantal gelouterde muzikanten, onder wie Morphine drummer Billy Conway, Booker T bassist Jeremy Moses Curtis en de pedal steel virtuoos van onder andere Tift Merritt en Ray Lamontagne, de studio in, om na slechts vier dagen met de basis voor een prachtplaat naar buiten te komen. 

Reckless Skyline werd noodgedwongen grotendeels live opgenomen in de studio. Dat gaat altijd ten koste van de technische perfectie, maar het geeft de plaat wel een heel bijzonder en wat mij betreft ook erg mooi geluid. Het is een rauw en wat donker geluid, dat geweldig past bij de mooie en indringende songs van Caitlin Canty. 

Caitlin Canty blijkt op Reckless Skyline van vele markten thuis en kan zowel uit de voeten met folk en country als met blues en rock. Reckless Skyline is ook nog eens een geweldige gitaarplaat. Dat Jeffrey Foucault een aardig potje gitaar kan spelen is bekend, maar ook Caitlin Canty kan uitstekend uit de voeten op diverse snarenmonsters, zodat Reckless Skyline net wat rauwer klinkt dan de platen van de moordende concurrentie in het genre. Ik vind het persoonlijk een enorme pre.

Reckless Skyline heeft hiernaast een wat lome sfeer, die me persoonlijk wel wat doet denken aan de rootsplaten van Daniel Lanois. Wanneer ik ook nog eens prima songs en een geweldige stem toevoeg aan het lijstje met sterke punten van Reckless Skyline, zal het duidelijk zijn dat Caitlin Canty een hele sterke plaat heeft afgeleverd. 

Het is een plaat die ik zoals gezegd al maanden koester, maar uitgegroeid is de plaat nog lang niet. Met name de donkere en zich langzaam voortslepende songs op de plaat hebben een meedogenloze impact, maar Caitlin Canty kan ook op emotievolle wijze een eenvoudige folksong vertolken of Neil Young’s Unknown Legend voorzien van een versie die er mag zijn, wat knap is. Caitlin Canty heeft met Reckless Skyline een hele mooie en bijzondere plaat gemaakt. De lat voor vrouwelijke singer-songwriters ligt meteen akelig hoog. Erwin Zijleman  

Reckless Skyline ligt helaas nog niet in Nederland in de winkel, maar kan wel worden verkregen via bandcamp (https://caitlincanty.bandcamp.com) of via de website van Caitlin Canty (http://caitlincanty.com/shop/). De dollar is op het moment wat duurder, maar deze plaat is het meer dan waard.

   

vrijdag 23 januari 2015

Cracker - Berkeley To Bakersfield

De Amerikaanse band Cracker werd geformeerd in 1990, debuteerde in 1992 en bracht inmiddels een stuk of tien platen uit. Het zijn platen die zich bewegen in genres die ik over het algemeen wel kan waarderen, maar desondanks ontbreekt Cracker tot dusver in mijn platenkast. Opmerkelijk, zeker omdat de vorige band van Cracker voorman David Lowery, Camper Van Beethoven, wel goed vertegenwoordigd is in diezelfde platenkast. 

Het onlangs verschenen Berkeley To Bakersfield is daarom mijn eerste kennismaking met de muziek van Cracker en het is een kennismaking die zeker naar meer smaakt. Berkeley To Bakersfield is een heus conceptalbum en bestaat uit twee cd’s, die samen goed zijn voor maar liefst 70 minuten muziek. 

Een conceptalbum heeft uiteraard een centraal thema en dat is op de nieuwe plaat van Cracker de Amerikaanse staat California; de staat van waaruit Cracker al sinds haar oprichting opereert. 

De eerste schijf van Berkeley To Bakersfield heeft als titel Berkeley meegekregen en bevat vooral typisch Amerikaanse rockmuziek. Het is rockmuziek die rijkelijk put uit een aantal decennia Amerikaanse muziekcultuur. Het is hierdoor rockmuziek die heel veel associaties oproept; zoveel dat ik deze recensie volledig zou kunnen vullen met namen die opkwamen bij beluistering van de muziek op de eerste schijf van Berkeley To Bakersfield. 

In eerste instantie vond ik het allemaal niet zo opzienbarend, maar moest ik wel concluderen dat het allemaal verschrikkelijk lekker klinkt. Ik hoor nog altijd invloeden die variëren van Little Feat tot Tom Petty, van Grateful Dead tot The Replacements en op één of andere manier ook heel veel Bowie, maar hoor inmiddels toch vooral de muzikaliteit en de eigenzinnigheid van Cracker. Bovendien hoor ik inmiddels dat de songs stuk voor stuk knap in elkaar steken en dat diezelfde songs heerlijk blijven hangen, waardoor Berkeley To Bakersfield inmiddels een feest van herkenning is. Ook voor de oude Cracker fans waarschijnlijk, want de band speelt op deze schijf voor het eerst in 20 jaar in de originele samenstelling.

De tweede schijf van Berkeley To Bakersfield, getiteld Bakersfield, laat een heel ander geluid horen. Op deze tweede schijf domineert traditionele country(-rock) en ook dat gaat Cracker goed af, al mag niet onvermeld blijven dat de band voor dit country-gelied een aantal gelouterde gastmuzikanten heeft ingeschakeld. 

Ook de tweede schijf van Berkeley To Bakersfield bevat songs die uitnodigen tot associëren, maar ook dit keer is er uiteindelijk respect voor de vakkundige maar ook integere wijze waarop Cracker muziek maakt en de knappe wijze waarop het de songs in elkaar steekt.

Of  Berkeley To Bakersfield representatief is voor het werk van Cracker weet ik (nog) niet, maar deze aangename en veelzijdige nieuwe plaat zal nog wel de nodige keren voorbij komen. Echt verrassend goed deze plaat van Cracker. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com

 

donderdag 22 januari 2015

10cc - 10 Out Of 10 / Windows In The Jungle, 2014 reissues

Op het stapeltje reissues dat in de laatste maanden van 2014 flink is uitgedijd, liggen inmiddels al enkele maanden twee platen van 10cc. 

10 Out Of 10 en Windows In The Jungle stammen uit de nadagen van een band die ik persoonlijk heel hoog heb zitten, maar die lang niet altijd op de sympathie van de critici kon rekenen. 

Ik groeide daarentegen zo ongeveer op met de muziek van 10cc en kende de onweerstaanbare maar toch ook avontuurlijke popliedjes van de band eerder dan die van The Beatles. Omdat ik flink wat raakvlakken tussen de twee bands hoorde was 10cc voor mij The Beatles van de latere jaren 70; een bewering die lang niet iedereen me in dank zal afnemen. 

10cc (1973), Sheet Music (1974), The Original Soundtrack (1975), How Dare You! (1976) en Deceptive Bends (1977) reken ik dan ook tot de beste platen van de jaren 70 en zeker niet alleen vanuit nostalgische motieven. 10cc stond in de jaren 70 garant voor popliedjes die meedogenloos wisten te verleiden, maar die in inhoudelijk opzicht ook wat te bieden hadden, waarbij de dynamiek tussen Eric Stewart en Graham Gouldman net zo belangrijk was als de dynamiek tussen Lennon en McCartney bij de Fab Four. De cynische Britse humor was de kers op de taart. 

Het is wrang dat de eerste net wat mindere plaat die 10cc gedurende de jaren 70 maakte, Bloody Tourists uit 1978 (misschien wel de slechtste plaat van de band), met afstand de meest succesvolle plaat van de band is, wat uiteraard vooral te danken was aan de wereldhit Dreadlock Holiday. Bloody Tourists werd gevolgd door het bijna even zwakke Look Hear?, dat ook nog eens een wereldhit moest ontberen. Het was het begin van het einde voor 10cc, dat voorman Eric Stewart ook nog eens lange tijd kwijt raakte door een zeer ernstig auto-ongeluk en hierdoor in een binnen de popmuziek zeer rumoerige periode achter de feiten aan liep. 

10cc zou uiteindelijk nog twee platen uitbrengen: 10 Out Of 10 en Windows In The Jungle; de korte comeback van de band in de jaren 90 moeten we maar vergeten. Het zijn platen die destijds bruut werden neergesabeld door de critici en ook in mijn herinnering waren het twee hele zwakke platen, die de lijn van Bloody Tourists en Look Hear? door trokken. 

Dat blijkt erg mee te vallen. 10 Out Of 10 uit 1981 flirt nog wat met de reggae die de band in 1978 zo succesvol maakte, maar over het algemeen domineren de Beatlesque popliedjes waarmee 10cc in de eerste helft van de jaren 70 zoveel indruk maakte. De band uit Manchester klinkt misschien wat minder Brits dan op de vroege platen van de band, maar de songs van de band blijven kunststukjes met zowel een aanstekelijke als een in artistiek opzicht interessante laag. 

De geremasterde versie van 10 Out Of 10 bevat maar liefst 17 tracks, waarvan met name de originele albumtracks parels zijn. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal zeer verzorgd, de vocalen van de twee voormannen klonken zelden beter (wat met name geldt voor Eric Stewart, voor mij één van de beste zangers uit de geschiedenis van de popmuziek) en de songs zijn van het type waarvoor de meeste songwriters nog altijd een moord zouden doen. Zwaar onderschatte plaat dus. 

Dat geldt ook voor het uit 1983 stammende Windows In The Jungle, al is deze plaat wel wat minder dan zijn voorganger. 

Op Windows In The Jungle is 10cc al grotendeels uit elkaar gevallen. Naast Graham Gouldman en Eric Stewart horen we vooral sessiemuzikanten, waardoor het allemaal perfect klinkt, maar de ruwe emotie wel eens wat ontbreekt. 

Op Windows In The Jungle eist Eric Stewart de hoofdrol op. In vocaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch, maar de dynamiek tussen de twee voormannen van de band wordt gemist. 

De geremasterde versie van de plaat, die is aangevuld met wat overbodige live-tracks, is uiteindelijk een plaat van uitersten. In de beste tracks op de plaat doet 10cc anno 1983 niet onder voor de band in haar beste jaren, maar een aantal andere tracks had niet misstaan op Bloody Tourists of Look Hear?. De liefde voor reggae is op deze plaat nog niet helemaal gedoofd, maar sluit wel een stuk beter aan op de vertrouwde 10cc sound, luister bijvoorbeeld maar eens naar de achteraf bezien briljante single Feel Te Love. Jammer dus dat Windows In The Jungle geen vervolg kreeg. 

Voor de beste platen van de band moet je nog altijd terug naar het hierboven genoemde rijtje uit de jaren 70, maar ook de slotakkoorden van de band zijn de moeite waard en bevatten popmuziek van een niveau dat maar weinigen gegeven is. In de stapel reissues van de laatste maanden van 2014 zijn ze door vrijwel niemand opgemerkt, maar 10 Out Of 10 en Windows In The Jungle zijn het beluisteren echt meer dan waard. Erwin Zijleman

   

 

The Decemberists - What A Terrible World, What A Beautiful World

The Decemberists? Ik was ze eerlijk gezegd al weer vergeten. Op zich opmerkelijk want de band behoorde een jaar of tien geleden tot mijn persoonlijke favorieten en maakte in het eerste decennium van het nieuwe millennium een imposante serie platen (met Picaresque uit 2005 als persoonlijke favoriet). 

De laatste jaren was de band wat minder productief en het laatste serieuze wapenfeit van de band, The King Is Dead uit 2011, was, zeker achteraf bezien, toch wat minder dan zijn voorgangers. 

Hoogste tijd dus voor revanche. What A Terrible World, What A Beautiful World opent direct imposant met een song die begint als een ingetogen folksong maar groots en meeslepend eindigt met aanzwellende strijkers, solerende gitaren en fraaie koortjes. Het is een veelbelovende start van een plaat die vervolgens, zeker in het begin, werkelijk alle kanten op schiet. 

Toch is What A Terrible World, What A Beautiful World met een aantal woorden samen te vatten. De nieuwe plaat van The Decemberists is toegankelijker en aanstekelijker dan we van de band gewend zijn, maar is gelukkig nog altijd van een hoog niveau. 

Na de grootse openingstrack komt de band uit Portland, Oregon, op de proppen met een buitengewoon zonnig en aanstekelijk popliedje vol blazers. Het roept bij mij herinneringen op aan de popmuziek uit de jaren 80 en dat zijn herinneringen die nog een paar keer terug komen bij beluistering van What A Terrible World, What A Beautiful World. 

In de derde track van de plaat gaat de band nog wat verder terug in de tijd en tovert het een 60s doo-woop song uit de hoge hoed, inclusief honingzoete koortjes. Het is één van de weinige uitglijders op de plaat, maar omdat het zo heerlijk nostalgisch klinkt zullen we het The Decemberists maar vergeven. 

Na de opvallende opening keert de rust terug. In de meeste tracks die volgen domineert de indie-folk waarmee de band ruim tien jaar geleden opdook en deze klinkt nog altijd geïnspireerd en gloedvol. Ook in deze songs klinken The Decemberists toegankelijker dan we van ze gewend zijn en raakt de muziek van de band afwisselend aan die van 10,000 Maniacs en R.E.M; geen voorbeelden om je voor te schamen. 

What A Terrible World, What A Beautiful World klinkt misschien heerlijk toegankelijk, maar de meeste songs van The Decemberists hebben nog altijd veel te bieden en onderscheiden zich moeiteloos van de grijze massa. 

Waar de band vroeger behoorlijk constant was, is What A Terrible World, What A Beautiful World echter een behoorlijk wisselvallige plaat; een plaat van momenten. De nieuwe plaat van What A Terrible World, What A Beautiful World bevat ruim een handvol briljante songs, maar ook een kleine handvol songs die niet heel veel indruk weten te maken. Hier tussenin zitten nog wat songs die het voordeel van de twijfel verdienen, waardoor What A Terrible World, What A Beautiful World eindigt met een hele dikke voldoende. 

Dat de band beter kan is duidelijk, maar op hetzelfde moment is What A Terrible World, What A Beautiful World toch ook beter dan de meeste andere platen die op het moment verschijnen. Ik koester momenteel vooral de hoogtepunten op de plaat en die mogen er zijn. Of voor de rest het kwartje gaat vallen weet ik niet, maar helemaal uitsluiten doe ik het niet; het doo-wop niemendalletjes zit inmiddels al muurvast in mijn hoofd. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com  cd   Koop bij bol.com  2 LP's

   

woensdag 21 januari 2015

Afterpartees - Glitter Lizard

Excelsior had lange tijd het patent op onweerstaanbare popliedjes van eigen bodem, maar de afgelopen jaren sloeg het label haar vleugels uit en inmiddels is het van vele markten thuis. 

Dat bands die garant staat voor onweerstaanbare popliedjes ook nog altijd welkom zijn op het bijzondere Nederlandse label, wordt perfect geïllustreerd door Glitter Lizard van de Limburgse band Afterpartees. 

Het debuut van de Limburgers bevat twaalf popliedjes, die nooit veel langer dan drieënhalve minuut duren en meestal minder tijd nodig hebben voor popliedjes die je na één keer horen niet meer vergeet. 

Afterpartees sluit hiermee goed aan op het debuut van labelgenoten Traumahelikopter, dat op haar tweede plaat overigens voor een net wat andere geluid koos. Op het debuut van Afterpartees domineren invloeden uit de garagerock, de Britse rock uit de jaren 60, de power pop, de new wave en de punk. 

Garagerock en punk zorgen voor het ruwe randje, new wave voor het eigenzinnige tintje en de Britse rock uit de jaren 60 en de powerpop voor de voorliefde voor songs die de perfecte popsong keer op keer benaderen. 

Het is muziek zonder poespas en zonder pretenties, maar ondertussen klopt vrijwel alles op Glitter Lizard van Afterpartees. Het gitaarwerk wordt gedomineerd door zwaar verslavende riffs, briljante loopjes en hier en daar een uithaal, de zang is lekker rauw en punky, maar hier en daar ook voorzien van hemelse koortjes, terwijl de refreinen en de melodieën keer op keer citeren uit de rijke historie van de rockmuziek. 

Glitter Lizard klinkt uiteindelijk als een mix van The Kinks, The Sex Pistols, The Undertones en The Strokes, maar deze namen kunnen moeiteloos worden vervangen door de namen van talloze andere bands die de Britse en Amerikaanse rockmuziek de afgelopen decennia kleur hebben gegeven. 

Toch voegt het debuut van Afterpartees wel degelijk wat toe aan alles wat er al is, want het zijn nogal wat invloeden waar de Limburgers mee aan de haal gaan en wat wezen deze invloeden elkaar te versterken. 

Het zijn inmiddels al heel wat woorden die ik heb besteed aan het Glitter Lizard van Afterpartees, maar op zich is dit een plaat waar je niet al te veel veel woorden aan vuil hoeft te maken. Het debuut van Afterpartees knalt uit de speakers en vermaakt 12 tracks lang meedogenloos. Na 37 minuten zit het er op en wil je eigenlijk maar één ding: nog een keer Glitter Lizard van Afterpartees. Wat een heerlijke plaat. Het lijkt zo makkelijk, maar doe het ze maar eens na. Hulde. Erwin Zijleman 

Koop bij bol.com    Koop bij bol.com

 


http://vinyl50.nl/album/glitter-lizard/





   

dinsdag 20 januari 2015

Benjamin Clementine - At Least For Now

Benjamin Clementine zag ik een paar maanden geleden voorbij komen in De Wereld Draait Door; zo ongeveer de beste reclame die een muzikant zich tegenwoordig kan wensen. 

Er werd me wat te driftig gestrooid met superlatieven en het optreden van één minuut dat volgde maakte op mij totaal geen indruk; de staande ovatie na afloop ten spijt. Ik zag een minuut zonder enige structuur, die werkelijk overliep van pretentie, wat bij mij altijd flink wat allergie oproept. 

Ik begon daarom met frisse tegenzin aan de beluistering van At Least For Now, het debuut van de van oorsprong Ghanese muzikant, die opgroeide in Londen, maar als muzikant voor het eerst indruk maakte in de metrostations van Parijs, waarin hij omstanders imponeerde met zijn bijzondere muziek en al even bijzondere vertolkingen van het werk van anderen. 

At Least For Now is absoluut de uiterst pretentieuze plaat die ik op basis van mijn eerste kennismaking met de muziek van Benjamin Clementine had verwacht, maar waar het kwartje bij mij in die ene minuut DWDD niet viel, maakt het hele album, na enige gewenning, wel flink wat indruk. 

Het is bijzondere muziek die Benjamin Clementine maakt. Centraal staan zijn donker klinkende en vaak wat jazzy pianospel en zijn bijzondere stem, die wat plechtig aandoet en meer dan eens aan Nina Simone doet denken. Antony Hegarty is het andere vergelijkingsmateriaal dat tot dusver vaak wordt aangedragen bij het omschrijven van de muziek van Benjamin Clementine en ook dit is zinvol vergelijkingsmateriaal. Met Antony deelt Benjamin Clementine de voorliefde voor zwaar aangezette songs vol dramatiek en een voorkeur voor een stemmige, vaak wat klassiek aandoende instrumentatie. 

Persoonlijk hoor ik ook nog wel wat van de vergeten legende Billy MacKenzie, maar uiteindelijk mag, nee moet, Benjamin Clementine worden gezien als een muzikant met een uniek eigen geluid. 

Stemmige pianoklanken staan centraal op At Least For Now, maar Benjamin Clementine zet ook met enige regelmaat percussie en vooral strijkers in, wat zijn songs voorziet van de broodnodige variatie en bovendien structuur geeft aan deze songs. 

Het is allemaal behoorlijk zwaar aangezet, behoorlijk somber en bij vlagen net wat teveel van het goede, maar zeker wanneer Benjamin Clementine redelijk binnen de lijntjes kleurt, maakt hij veel indruk met zijn indringende songs. 

In vocaal opzicht kan hij werkelijk alle kanten op, waardoor hij afwisselend kan klinken als Nina Simone, Antony Hegarty, Billy MacKenzie of zelfs Bowie in zijn meer theatrale dagen, maar Benjamin Clementine is net zo makkelijk een soulzanger, een nachtclub jazzartiest of een speenvarken dat naar de slachtbank wordt gevoerd. 

Ik geef direct toe dat de wat meer extreme momenten op At Least For Now me in eerste instantie flink tegen stonden, maar uiteindelijk brengen deze het bijzondere debuut van Benjamin Clementine op smaak en geven ze dit debuut pit. 

At Least For Now is zeker geen makkelijke plaat, zodat je zeker de tijd moet nemen om deze bijzondere plaat te doorgronden, maar uiteindelijk krijg je er veel voor terug. Benjamin Clementine heeft een indringende, avontuurlijke, emotievolle en meeslepende plaat vol lef en bravoure gemaakt. Zet hem twee keer achter elkaar op, bijt af en toe even door de zure appel heen en maak uiteindelijk een diepe buiging voor dit grote en eigenzinnige talent. Aangekondigd als één van de muzikale sensaties van 2015 en hij maakt het waar. Meer dan waar zelfs. Erwin Zijleman

Koop bij bol.com