04 december 2009

Mumford & Sons - Sigh No More

De Britse band Mumford & Sons trok de afgelopen weken dankzij een aantal overweldigende live optredens flink wat aandacht en lijkt hard op weg om uit te groeien tot één van de meest veelbelovende nieuwe bands van 2009, iets wat de BBC overigens precies een jaar geleden al feilloos wist te voorspellen. Sigh No More, het debuut van de band uit Londen, heb ik al enige tijd liggen, maar dankzij de associatie met een stokoude tv-serie uit de vroege jaren 70 (Sanford And Son) was ik om onduidelijke redenen niet erg benieuwd naar de verrichtingen van dit Britse viertal. Nieuwsgierig geworden door alle positieve berichten over de memorabele live optredens van Mumford & Sons, heb ik Sigh No More toch maar eens in de cd speler gestopt en was vervolgens heel snel om. Mumford & Sons maakt op haar debuut popmuziek vol invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Sigh No More is een toegankelijke folkpopplaat, maar klinkt dankzij de invloeden uit de country, bluegrass, rock en vooral folk lang niet zo vrijblijvend als je op het eerste gehoor zult vermoeden. Het recept dat Mumford & Sons gebruikt is betrekkelijk eenvoudig. De meeste songs op Sigh No More openen betrekkelijk ingetogen, maar bouwen langzaam op naar een climax. De rauwe en rasperige zang van Marcus Mumford en met name de prachtige harmonieën van de vier leden van de band, stoken het vuur zo nu en dan flink op en zorgen, in ieder geval bij mij, voor een gevoel van euforie. Mumford & Sons is niet vies van rijke arrangementen en met name wanneer de banjo’s en de mandolines alles uit de kast halen dreigt overdaad, maar op één of andere manier weet de band dit steeds net te voorkomen. Waar platen met invloeden uit de bluegrass, country en folk meestal inspireren tot treurige gedachten is Sigh No More een eersteklas feel-good plaat. Een plaat die dankzij de donkere tonen op zich mooi kleurt bij het herfstweer van de afgelopen dagen, maar je tegelijkertijd het gevoel geeft dat de zon weer gaat schijnen en de lente is begonnen. Heerlijk! Erwin Zijleman

02 december 2009

Cerys Matthews - Don't Look Down

Cerys Matthews deed halverwege de jaren 90 voor het eerst van zich spreken als zangeres van de uit Wales afkomstige band Catatonia. De band maakte een aantal geweldige platen en trok wereldwijd aandacht met aansprekende singles als Mulder & Scully, Road Rage en Dead From The Waist Down; singles die vooral op wisten te vallen door de bijzondere, soms bijna kinderlijke, vocalen van Cerys Matthews. Heel even behoorde Catatonia tot de smaakmakers van de Britse popmuziek, maar het werd Cerys Matthews al snel te veel. Toen Cerys Matthews geestelijk en lichamelijk instortte als gevolg van depressies, drank en drugs, was het direct gedaan met Catatonia en leek de rol van Cerys Matthews in de popmuziek uitgespeeld. Matthews gaf zich echter niet zomaar gewonnen en toog na twee jaar rehab richting Nashville, waar ze in 2002 haar eerste soloplaat Cockahoop opnam. Het uiteindelijk in 2003 verschenen Cockahoop bleek mijlenver verwijderd van het werk van Catatonia en liet traditioneel aandoende folksongs horen. Bijgestaan door topproducer Bucky Baxter (Steve Earle, Ryan Adams, Bob Dylan) overtrof Cerys Matthews met speels gemak alles wat ze in de jaren ervoor met Catatonia had gedaan, maar het grote publiek zag Cockahoop helaas over het hoofd. De plaat die volgde, het in 2006 verschenen Never Said Goodbye, kreeg zo mogelijk nog minder aandacht en ook het onlangs verschenen Don’t Look Down wordt tot dusver vrijwel doodgezwegen. Dat is jammer, want de soloplaten van Cerys Matthews zijn tot dusver van hoog niveau. Het eveneens in Nashville opgenomen Don’t Look Down is overigens een totaal andere plaat dan zijn twee voorgangers. Waar op Cockahoop en Never Said Goodbye de traditionele folk regeerde, is Don’t Look Down een stuk lichtvoetiger. Don’t Look Down citeert rijkelijk uit de soul en Motown pop en lijkt een graantje mee te willen pikken van het succes van onder andere Amy Winehouse, Duffy en Adele. Of dat gaat lukken vraag ik me af, want in muzikaal opzicht blijft Cerys Matthews toch net wat te eigenzinnig en is haar stem te afwijkend. Het is nog altijd een stem die menigeen in de gordijnen zal jagen, maar blijf rustig zitten en je hoort hoeveel emotie en passie Cerys Matthews in haar stem legt en hoe de songs op Don’t Look Down recht uit haar hart komen. Don’t Look Down is een lastige, maar bij vlagen hemeltergend mooie plaat van een zangeres met een eigenaardige, maar buitengewoon doorleefde en emotievolle, stem. Mij pakt ze in ieder geval weer helemaal in en dat is voor de derde keer op rij. Erwin Zijleman