31 december 2025

Review: Shannon Wright - Reservoir Of Love

Shannon Wright is al zo’n 30 jaar een cultheld en het is er een die maar bijzondere albums blijft maken, want ook het na een stilte van zes jaar gemaakte Reservoir Of Love is er wat mij betreft weer een om in te lijsten
Het is een inmiddels vrij omvangrijk maar helaas ook redelijk onbekend oeuvre dat de Amerikaanse muzikante Shannon Wright op haar naam heeft staan. Het begon dertig jaar geleden met twee albums van haar band Crowsdell en inmiddels zijn er ook elf soloalbums. Alles dat Shannon Wright maakt is goed en dat geldt ook weer voor het eerder dit jaar verschenen Reservoir Of Love, dat helaas nauwelijks werd opgemerkt. Met de kwaliteit van het album heeft het niets te maken, want ook op haar nieuwe album maakt Shannon Wright weer indruk met songs die haar unieke stempel bevatten. Ik had het album zelf ook gemist, maar ook Reservoir Of Love is er weer een om te koesteren.



Ik kwam er nota bene via een jaarlijstje achter dat Shannon Wright het afgelopen jaar een nieuw album heeft uitgebracht. En dat terwijl ik haar inmiddels al zo’n 30 jaar volg en zo ongeveer alles dat ze heeft gemaakt koester. Dat begon in 1995 toen het debuutalbum van Shannon Wright’s band Crowsdell verscheen. 

Het door Stephen Malkmus van Pavement geproduceerde Dreamette hoort wat mij betreft bij de beste albums uit de jaren 90 en als ik een lijstje met mijn favoriete albums aller tijden zou maken, zou ik het debuutalbum van Crowsdell ook zeker overwegen. Het is een album dat volgens mij in 1995 kon rekenen op positieve recensies, maar de muziek van Crowsdell werd snel vergeten, waardoor het in 1997 uitgebrachte Within The Curve Of An Arm helemaal niet werd opgemerkt. 

Het zijn albums die tot op de dag van vandaag niet zijn te vinden op de streaming media platforms en dat is echt doodzonde. Na het uit elkaar vallen van Crowsdell begon Shannon Wright aan het eind van de jaren 90 aan een solocarrière. Het leverde tussen 1999 en 2019 tien albums op en ik vind ze echt allemaal goed. 

Het zijn albums met songs die variëren van rock tot folk en van psychedelica tot pop en het zijn allemaal albums die opvallen door een wat donker karakter en de nodige eigenzinnigheid. Het zijn albums die in eerste instantie konden rekenen op de sympathie van de critici, zeker toen Shannon Wright werkte met producer Steve Albini, maar ook die zijn de Amerikaanse muzikante langzaam maar zeker vergeten. 

Dat ik het dit jaar verschenen Reservoir Of Love niet tegen ben gekomen is dus niet zo gek. Het is bovendien een album dat is verschenen na een aantal jaren van afwezigheid, want het in 2019 verschenen Providence, dat ik overigens ook ontdekte via een jaarlijstje, was tot het begin van dit jaar het laatste wapenfeit van de muzikante die volgens mij momenteel Atlanta, Georgia, als thuisbasis heeft. 

Ook het aan het begin van dit jaar verschenen Reservoir Of Love is weer uitgebracht op het kleine Franse label Vicious Circle, dat gelukkig nog steeds heil ziet in het uitbrengen van de muziek van Shannon Wright. En terecht, want Shannon Wright heeft veel te bieden.

De Amerikaanse muzikante deed op haar nieuwe album vrijwel alles zelf en vertrouwde alleen voor de drums en strijkers op Kevin Ratterman. Op Providence hoorden we zes jaar geleden alleen het pianospel en de stem van Shannon Wright, maar op haar meest recente album kiest ze weer wat vaker voor een meer gitaar georiënteerd geluid. 

In de openingstrack en titeltrack hoor je de beproefde combinatie van gruizige gitaren en de karakteristieke stem van Shannon Wright. Het lijkt wat op de indierock die ze maakte op de albums die door Steve Albini werden geproduceerd, maar het is geen moment doorsnee indierock. 

Shannon Wright is een meester in het creëren van fraaie spanningsbogen in haar songs en slaagt er ook dit keer weer in om een eigen draai te geven aan uiteenlopende invloeden uit het verleden. Ik was zeer gecharmeerd van het vorige album van de muzikante uit Georgia, maar op Reservoir Of Love hoor ik de Shannon Wright die ik het liefst hoor. 

Ze maakt ook op haar nieuwe album weer muziek die bol staat van de klasse en het is ook muziek die een uniek eigen geluid laat horen. Het is soms ingetogen en sfeervol en soms wat ruwer en gruizig, maar het is ook altijd bijzonder. Shannon Wright maakte 30 jaar geleden een wereldalbum met haar band Crowsdell, maar ook 30 jaar later is alles dat ze maakt goed. Erwin Zijleman

De muziek van Shannon Wright is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van haar label: https://viciouscircle.bandcamp.com/album/reservoir-of-love-2.


Reservoir Of Love van Shannon Wright is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Divorce - Drive To Goldenhammer

Het debuutalbum van de Britse band Divorce is op een of andere manier compleet langs me heen gegaan eerder dit jaar, maar Drive To Goldenhammer is een album dat in alle opzichten veel te bieden heeft
De muziek van de Britse band Divorce is lastig in een hokje te duwen en dat maakt van Drive To Goldenhammer al een leuk album. Ik hoor vooral invloeden uit de folk, pop en rock, maar de band sleept er nog veel meer bij. Divorce verdient ook nog eens complimenten voor de uitvoering, want het debuutalbum van de band klinkt fris en sprankelend. De zang van de frontvrouw en frontman van de band is uitstekend en in muzikaal opzicht gebeurt er steeds weer iets dat je niet verwacht. En omdat Divorce ook nog eens goed is voor lekker in het gehoor liggende maar ook verrassende songs is het niet zo gek dat de band door een deel van de Britse muziekpers is uitgeroepen tot grote belofte voor de toekomst.



Drive To Goldenhammer van Divorce kwam ik onlangs tegen in een persoonlijk jaarlijstje, waarin ik verder uitsluitend albums tegen kwam die ik ook hoog heb zitten, waardoor ik absoluut naar het album moest luisteren. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van Divorce gehoord, maar het blijkt een band uit het Britse Nottingham die inmiddels een paar jaar bestaat. 

Drive To Goldenhammer is het begin dit jaar verschenen debuutalbum van de band, die op Wikipedia een alt-country band wordt genoemd. Dat label zou ik zelf niet op de muziek van Divorce plakken, al verwerkt de Britse band wel wat invloeden uit de alt-country. Ik hoor zelf meer invloeden uit de folk, pop en rock, maar de band uit Nottingham is ook niet vies van chamber pop en shoegaze om nog maar wat genres te noemen. 

De Britse muziekpers vond het begin dit jaar allemaal prachtig, maar op een of andere manier heb ik het debuutalbum van Divorce niet opgepakt. Toen ik dat wel had gedaan vond ik Drive To Goldenhammer op het eerste gehoor wat aan de brave kant en ook het wat theatrale aspect van de muziek van de band trok me niet direct aan. Aan de andere kant intrigeerde het album me ook, want Divorce heeft voor haar debuutalbum een aantal geweldige songs geschreven. 

Het zijn van die songs die je direct een goed gevoel geven en die verrassend makkelijk in het geheugen blijven hangen. De tegenstrijdige gevoelens die ik had bij eerste beluistering van het eerste album van Divorce hielden relatief lang aan, want ik heb Drive To Goldenhammer vaak weggelegd en er toch weer bij gepakt de afgelopen weken. 

Ik had wel direct wat met de combinatie van de mannenstem en de vrouwenstem die zijn te horen op het album en ik had en heb ook wel wat met het volle geluid van Divorce, dat ook wel wat doet denken aan de muziek van The Last Dinner Party, zeker wanneer zangeres Tiger Cohen-Towell de belangrijkste leadvocalen voor haar rekening mee. 

Tiger Cohen-Towell tekent samen met zanger Felix Mackenzie-Barrow voor de songs op het album en de songs van de twee zijn duidelijk verschillend en niet alleen vanwege de zang. Het zijn songs die je keer op keer weten te verrassen, want het kan bij Divorce echt alle kanten op. 

Een bijna lieflijke folksong kan zomaar omslaan in een shoegaze song vol ruwe gitaaruitbarstingen en zo zijn er heel veel bijzondere wendingen te horen op Drive To Goldenhammer. Het zijn songs waarin mooie verhalen worden verteld, wat Divorce extra bonuspunten oplevert. 

Zeker wanneer de muziek op het album wat steviger of theatraler klinkt blijft er niets meer over van mijn eerste ervaringen met het album, die nog werd gekenmerkt door een typering als braaf, maar ook de meer ingetogen songs op het album zou ik niet langer typeren als braaf. 

Hoe vaker ik naar Drive To Goldenhammer luister, hoe meer ik gecharmeerd raak van het veelzijdige geluid van de Britse band en het vermogen van Tiger Cohen-Towell en Felix Mackenzie-Barrow om zeer aansprekende songs te schrijven. De Britse kwaliteitskrant riep de band uit tot belofte voor de toekomst en ook die aanprijzing heb ik gemist eerder dit jaar. Het is een aanprijzing waarin ik me inmiddels volledig kan vinden, want Divorce uit Nottingham heeft veel te bieden. Erwin Zijleman

De muziek van Divorce is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://divorcehq.bandcamp.com/album/drive-to-goldenhammer-2.



30 december 2025

Review: Nancy Brick - Porcelain

Niet meer verwacht, maar toch nog gekomen, een album met maar liefst dertien niet eerder uitgebrachte songs van het Nederlandse duo Nancy Brick en wat is ook Porcelain weer mooi, intiem en bijzonder
Ruim dertien jaar geleden wist Nancy Brick me te betoveren met een werkelijk prachtig debuutalbum. Het is een album dat anders klonk dan alle andere albums van dat moment. Het is een album waarop geen noot teveel wordt gespeeld en gezongen en waarop ook stilte een krachtig instrument is. Lange tijd leek er geen opvolger van het debuutalbum van Nancy Brick meer te komen, maar nu is er Porcelain. Het is een album met vooral ruwe demo’s van songs die het debuutalbum van Nancy Brick en de geplande opvolger niet haalden, maar het is ook een album met prachtige Nancy Brick songs. Hopelijk is Porcelain de voorbode van een nieuw Nancy Brick album, maar ook met het nu verschenen album met demo’s ben ik heel blij.



In de herfst van 2012 verscheen het debuutalbum van het Nederlandse duo Nancy Brick. Het album kreeg op zich redelijk wat aandacht, maar werd wat mij betreft in veel te kleine kring op de juiste waarde geschat. Ik nam het eerste album van het duo dat bestaat uit zangeres Rieneke Batelaan en gitarist en pianist Ron Valeri op in de middenmoot van mijn jaarlijstje, maar met de kennis van nu schaar ik het titelloze debuutalbum van Nancy Brick onder de allermooiste albums van het betreffende jaar. 

In een jaar waarin in alle opzichten vol klinkende popmuziek domineerde, imponeerde Nancy Brick met zachte, subtiele en zich langzaam voortslepende muziek en al even zachte en subtiele zang. De songs van het Nederlandse duo zijn op het debuutalbum ontdaan van alle opsmuk, waardoor alleen de essentie en hier en daar stilte overblijft. 

Het debuutalbum van Nancy Brick deed uitzien naar veel en veel meer, maar Rieneke Batelaan en Ron Valeri hebben het geduld van een ieder die hun debuutalbum in 2012 omarmde flink op de proef gesteld. In 2016 verscheen een titelloze EP met slechts 15 minuten muziek. De songs op de EP deden niet onder voor de songs op het debuutalbum en wakkerden de hoop op een tweede album van Nancy Brick aan. 

Na 2016 werd het echter stil rond het duo, dat een sabbatical aankondigde. Rieneke Batelaan en Ron Valeri gingen andere dingen doen, waardoor de aangekondigde sabbatical een periode van ruim negen jaar werd. Afgelopen zomer kreeg ik opeens een e-mail van het duo, waarin een nieuw album werd aangekondigd en dat album is vlak voor het einde van 2025 verschenen. 

Porcelain bevat geen nieuwe muziek van Nancy Brick, want het dertien songs tellende album is gevuld met demo’s die tussen 2009 en 2016 werden opgenomen. In de meeste gevallen thuis met eenvoudige middelen, maar Porcelain bevat ook twee tracks die in een studio werden opgenomen. Het zijn allemaal songs die niet eerder zijn uitgebracht, waardoor Porcelain wel een beetje aanvoelt als een nieuw Nancy Brick album. 

De openingstrack van Porcelain, het bijzonder mooie Its Wings & Ways, klinkt wat voller dan we van Rieneke Batelaan en Ron Valeri gewend zijn, maar het album bevat verder vooral sobere en wat ruw klinkende demo’s van songs. Het past wel bij Nancy Brick, want de ruwe versies van songs die nooit werden uitgebracht, bevatten nog wat minder opsmuk en komen nog wat dichter bij de essentie van de songs. 

Ik luister nog geregeld naar de muziek die Nancy Brick in 2012 en 2016 uitbracht en ben blij met de nieuwe songs van het Nederlandse tweetal. Porcelain staat vol met songs die van een tweede Nancy Brick album een prachtig Nancy Brick album zouden hebben gemaakt en ik koester Porcelain inmiddels dan ook als het album waarop ik ruim negen jaar geleden hoopte. 

Niet alleen de songs op Porcelain zijn goed, wat ook de uitvoering is weer fantastisch. Ron Valeri heeft de songs op het album voorzien van sobere maar zeer smaakvolle klanken, terwijl Rieneke Batelaan echt prachtig zingt. Een aantal tracks zijn opgenomen met een eenvoudige 4-sporen recorder en dat hoor je, maar het voorziet de songs ook van een ruwe charme. Het leek er de afgelopen jaren op dat Nancy Brick het zou houden op een album en een EP, maar met Porcelain is het oeuvre van het duo nog wat indrukwekkender en hopelijk blijft het hier niet bij. Erwin Zijleman

Porcelain staat nog niet op de bandcamp pagina van Nancy Brick, maar is hier binnenkort wel op te vinden: https://nancybrick.bandcamp.com.

29 december 2025

Review: School Fair - bird the kid

Praatzang is helaas weer helemaal terug de afgelopen jaren, maar op het fascinerende en bijzonder mooie debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse band School Fair zit het me voor de afwisseling eens totaal niet in de weg
Er is het afgelopen jaar niet veel geschreven over het helemaal aan het begin van 2025 verschenen album van School Fair. Dat is bijzonder, want met bird the kid heeft de band een origineel klinkend en wat mij betreft hoogstaand album afgeleverd. Het is een album waarop poëtische praatzang wordt gecombineerd met een verrassend veelkleurig geluid, dat bol staat van de invloeden. De songs van School Fair schieten alle kanten op en zijn niet bang voor het experiment, maar de songs van de Nieuw-Zeelandse band zijn ook melodieus en bedwelmend. Je zou verwachten dat bird the kid zeker in eigen land stevig zou zijn bewierookt, maar dat is vreemd genoeg niet het geval. Zeer ten onrechte.



Ik hou de Nieuw-Zeelandse muziekscene behoorlijk goed in de gaten via twee fantastische nieuwsbrieven, maar heb toch een geweldig album gemist het afgelopen jaar. Het gaat om bird the kid (geen hoofdletters) van de Nieuw-Zeelandse band School Fair. 
Dat ik het album heb gemist is niet zo gek want het album komt vreemd genoeg niet voor in de catalogus van Flying Out Records en Flying Nun Records, die normaal gesproken toch vrijwel het gehele Nieuw-Zeelandse muzieklandschap bestrijken. 

Als het album wel aan bod was gekomen in de nieuwsbrieven uit Auckland die ik wekelijks uitpluis, was de kans absoluut aanwezig geweest dat ik niet had geluisterd naar het tweede album van de band uit Ōtepoti, ook bekend als Dunedin. Op bird the kid wordt immers weinig gezongen en veel gesproken en praatzang is normaal gesproken niet iets waar ik gek op ben. 

Op het album van School Fair zit de praatzang me echter niet in de weg. Waar de praatzang bij de gemiddelde postpunk band behoorlijk opgefokt klinkt, komt de praatzang op het album van School Fair ontspannen of zelfs dromerig over. Bovendien wordt er ook wel degelijk gezongen op bird the kid, dat hier en daar ook nog is voorzien van een subtiele vrouwenstem, die zich ook vooral beperkt tot voordragen. 

De gesproken teksten klinken voor de afwisseling ook nog eens niet boos, maar zijn fraai poëtisch, waardoor ik me er geen moment door heb laten afschrikken bij beluistering van het tweede album van School Fair. De band nam haar tweede album op in een studio, waardoor het album een stuk beter klinkt dan het wel erg ruw klinkende debuutalbum uit 2021. 

De bijzondere zang voorziet bird the kid ook nog eens van onderscheidend vermogen, want ik ken geen andere albums die zo klinken als dit album. Dat heeft ook alles te maken met de muziek van School Fair, want die kan alle kanten op. Het album opent met een track waarin de gitaren even gruizig als rootsy klinken. Het doet wat denken aan de muziek die werd gemaakt binnen de stroming American Underground, maar in de tweede track op bird the kid hoor je toch ook weer invloeden uit de postpunk die ik associeer met gesproken zang. 

Via een gitaarsong die zo lijkt weggelopen uit de jaren 80 komt School Fair in de vierde track met zeer subtiele klanken, die de song voorzien van een beeldend karakter. En zo weet de Nieuw-Zeelandse band song na song te verrassen met steeds weer een net wat ander geluid. Het is een geluid dat ook absoluut invloeden uit de postrock en de indierock bevat en het experiment zeker niet schuwt, maar de muziek van School Fair heeft ook iets rustgevends. 

Ik vind de songs van de Nieuw-Zeelandse band het mooist wanneer wordt ingezet op dromerige en melodieuze klanken met prachtige wolken gitaren en een gruizige onderlaag en dat doet de band met grote regelmaat. Ik begrijp er eerlijk gezegd dan ook niets van dat mijn vaste tipgevers uit Auckland nooit iets hebben geschreven over het bijzondere album van School Fair, dat het vooralsnog moet doen met een cultstatus. 

Dat moet wat mij betreft gaan veranderen, want de Nieuw-Zeelandse band klinkt niet alleen anders dan andere bands, maar weet ook nog eens een bijzonder hoog niveau aan te tikken op het bijzondere bird the kid. Erwin Zijleman

De muziek van School Fair is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Nieuw-Zeelandse band: https://schoolfair.bandcamp.com/album/bird-the-kid.



28 december 2025

Review: Sandy Denny - Sandy (1972)

Het solowerk van de Britse zangeres Sandy Denny is vijf decennia na haar dood helaas wat vergeten, maar wat is het in 1972 verschenen Sandy een prachtig album en wat had Sandy Denny een fabelachtige stem
Sandy Denny werd slechts 31 jaar oud en was maar zo’n tien jaar actief in de muziek, maar in die tien jaar haalde ze de geschiedenisboeken met een van de mooiste stemmen uit de Britse (folk)rock. Ze is misschien wel het meest bekend als de zangeres van de Britse band The Fairport Convention, maar ook haar soloalbums mogen er zijn. Van deze soloalbums vind ik Sandy uit 1972 het meest indrukwekkend. Het is een album waarop de Britse zangeres meerdere genres verkent en zich heeft omringd met geweldige muzikanten. In alle songs zingt Sandy Denny de sterren van de hemel en laat ze nog maar eens horen dat ze niet voor niets wordt gerekend tot de mooiste stemmen uit de muziekgeschiedenis.



Ik noem Sandy Denny vaak als vergelijkingsmateriaal bij het bespreken van albums van jonge Britse folkies. Het is een oneerlijke vergelijking, want de stem van Sandy Denny moet worden gerekend tot de allermooiste stemmen uit de geschiedenis van de Britse folk en misschien is het zelfs wel de mooiste. 

Het is een stem die ik overigens vooral ken van de albums van de Britse folkband The Fairport Convention en met name van het prachtige Liege And Lief uit 1969. Met haar soloalbums, die ze maakte na haar vertrek uit The Fairport Convention, was ik tot voor kort eigenlijk niet bekend. De Britse zangeres maakte uiteindelijk niet eens een handvol soloalbums, voordat ze in 1978 op slechts 31-jarige leeftijd overleed na een val van de trap. 

Dat ik me nog niet eerder had verdiept in het oeuvre van Sandy Denny heeft alles te maken met het feit dat ik geen heel groot liefhebber ben van hele traditionele Britse folk en dat is het hokje waarin ik Sandy Denny op voorhand stopte. Dat dit niet helemaal terecht is, is te horen op het uit 1972 stammende Sandy, dat ik vooralsnog het beste soloalbum vind van de Britse muzikante. 

Sandy, geproduceerd door haar latere echtgenoot Trevor Lucas, is een verrassend veelzijdig album, waarop Britse folk absoluut een rol van betekenis speelt, maar zeker niet de hoofdrol heeft gekregen. Het album werd opgenomen in Londen, maar Sandy klinkt in veel tracks verrassend Amerikaans. 

Dat klinkt het album zeker wanneer invloeden uit de country een prominente rol spelen in de songs van Sandy Denny en dat is meer dan eens het geval. Ook wanneer de Britse muzikante opschuift richting folkrock klinkt haar muziek niet per se Brits en dat is ook niet het geval wanneer soulvolle blazers opduiken. 

Sandy werd gemaakt met een aantal muzikanten van naam en faam, onder wie Richard en Linda Thompson, Sneaky Pete Kleinow en Allen Toussaint, maar er is maar één echte ster op het album en dat is Sandy Denny zelf. De stem van de Britse zangeres is op haar tweede soloalbum niet alleen verrassend veelzijdig maar vooral betoverend mooi. 

Luister maar eens naar het grotendeels a capella gezongen Quiet Joys Of Brotherhood en je begrijpt wat ik bedoel. In een traditionele folksong klinkt de stem van Sandy Denny het meest bekend, want ze blijft toch in het geheugen gegrift als een Britse folkie, maar ook wanneer ze andere genres verkent vind ik de zang op Sandy van een bijzondere schoonheid. 

Sandy is een album dat overduidelijk stamt uit de vroege jaren 70, want albums als dit album worden tegenwoordig niet meer gemaakt. Het is een album dat flink wordt opgetild door de fantastische stem van Sandy Denny, maar ook in muzikaal opzicht vind ik het vooral door het gitaarspel van Richard Thompson en de pedal steel van Sneaky Pete Kleinow een interessant album en het is bovendien een album met zeer aansprekende songs. 

Sandy Denny wordt nog altijd in één adem genoemd met Fairport Convention, maar ook haar solowerk verdient alle lof. In lijstjes met de beste vrouwelijke singer-songwriter albums uit de jaren 70 kom ik Sandy van Sandy Denny over het algemeen niet tegen, maar wat mij betreft hoort het album wel thuis in deze lijstjes. Het blijft doodzonde dat Sandy Denny slechts 31 jaar oud is geworden, maar haar muzikale erfenis is prachtig. Erwin Zijleman


Sandy van Sandy Denny is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Review: Florence + The Machine - Everybody Scream

Ook op Everybody Scream zijn de muziek en de zang weer behoorlijk bombastisch en intens, maar Florence Welch neemt ook een enkele keer fraai gas terug op dit uitermate persoonlijke en behoorlijk donkere album
Het kan aardig stormen op de albums van de Britse band Florence + The Machine en daar moet je tegen kunnen. Ik was er vlak na de release van Everybody Scream niet voor in de stemming, maar langzaam maar zeker wist Florence Welch me toch weer te overtuigen. Veel tracks op het album komen aan als de spreekwoordelijke mokerslag, maar de Britse muzikante verrast dit keer ook met meer ingetogen songs, die vooral op het tweede deel van het album zijn te vinden. Ik vind de net wat meer ingetogen tracks persoonlijk aangenamer dan de meest bombastische tracks op Everybody Screams, al heeft het ook wel wat als Florence + The Machine vol op het orgel gaat.



Ik heb tot dusver bijna alle albums van Florence + The Machine positief besproken, maar met het twee maanden geleden verschenen Everybody Scream wilde het in eerste instantie niet echt lukken. Op een of andere manier vond ik zowel de muziek als de zang op het nieuwe album van de Britse muzikante te intens en te zwaar aangezet. 

Dat is op zich bijzonder, want Florence Welch doet op Everybody Scream geen hele andere dingen op haar vorige albums en in muzikaal opzicht is het album zelfs minder bombastisch dan zijn voorgangers. Ik hou het er maar op dat het de afgelopen twee maanden niet het juiste moment was voor muziek van Florence + The Machine. 

Dat is het inmiddels wel, want de afgelopen week ben ik toch gaan houden van het nieuwe album van de band van Florence Welch. Dat lukte in eerste instantie door het beluisteren van de Chamber Version van Everybody Scream, waarop vier songs op het album een chamber pop arrangement hebben gekregen. 

Het is wat mij betreft in muzikaal opzicht een interessant experiment, dat laat horen dat de stem van Florence Welch ook in een veel minder bombastische muzikale setting makkelijk overeind blijft. De reguliere versies van de songs op het album zijn niet vies van het nodige bombast, maar het komt een stuk minder zwaar over dan bij mijn eerste kennismaking met het album. 

Dat geldt ook voor de zang van de Britse muzikante, die nog altijd kan uithalen als een misthoorn, maar in tegenstelling tot twee maanden geleden vind ik de zang op Everybody Scream inmiddels mooi. De meeste songs op het nieuwe album van Florence + The Machine zijn behoorlijk bombastisch en theatraal, maar het zijn ook songs met een hele bijzondere sfeer. 

De songs op Everybody Scream klinken voor het overgrote deel donker, duister of zelfs spookachtig. Het heeft wat van de psychedelica uit de late jaren 60 van bijvoorbeeld Jefferson Airplane, maar ik hoor ook nog steeds raakvlakken met de muziek van Siouxsie And The Banshees. Florence Welch en haar band hebben de invloeden uit het verre verleden het heden in gesleept en doen er wat betreft bombast en theater nog een schepje bovenop. 

De donkere klanken en de wat duistere sfeer op het album passen perfect bij de stem van Florence Welch, die flink kan uithalen, maar ook best vaak meer ingetogen zingt, zoals bijvoorbeeld in het prachtige en verrassend subtiel ingekleurde Buckle. Het is nog altijd heftige muziek en een stem om soms bang van te worden, maar eenmaal gewend aan Everybody Scream vind ik het een indrukwekkend album. 

Het is ook een zeer persoonlijk album, want Florence Welch ging door een aantal diepe dalen, wat flink wat melancholie heeft toegevoegd aan haar toch al niet erg zonnige geluid. Ook in productioneel opzicht is Everybody Scream een indrukwekkend album, wat ook haast niet anders kan met producers als Mark Bowen, Aaron Dessner, James Ford en Mitski in de credits. 

Het zorgt voor een gevarieerd geluid dat bijzonder zwaar kan zijn aangezet, maar ook bijna klassiek kan klinken of juist verrassend ingetogen. Er komt een hoop op je af bij beluistering van Everybody Scream en bij eerste beluistering vond ik het te overweldigend, maar eenmaal gewend aan het bombast van Florence + The Machine valt er veel op zijn plek. Erwin Zijleman


Everybody Scream van Florence + The Machine is verkrijgbaar via de Mania webshop:


27 december 2025

Review: Kirsten Adamson - Dreamviewer

De Schotse muzikante Kirsten Adamson kreeg de muzikale genen van haar vader, maar laat op haar nieuwe album Dreamviewer ook een voorliefde en een gave voor het maken van countrymuziek horen
Dreamviewer, het derde of zelfs vierde album van de Schotse muzikante Kirsten Adamson wordt vooralsnog nauwelijks opgemerkt. Dat is jammer, want het is echt een uitstekend album. Het is een album waarop Kirsten Adamson de Amerikaanse rootsmuziek en met name de countrymuziek omarmt, maar het is wel countrymuziek met een Britse twist en een Schotse tongval. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend en verrassend tijdloos, maar het is vooral de zang van de Schotse muzikante die indruk maakt. Het zorgt er voor dat Dreamviewer zich wat mij betreft makkelijk weet te onderscheiden van de meeste andere singer-songwriter albums van het moment. Hopelijk krijgt het album daarom alsnog de erkenning die het zo verdient.



Dreamviewer van Kirsten Adamson verscheen een maand of drie geleden, maar heeft vooralsnog helaas slechts in zeer kleine kring aandacht gekregen. Ik kwam het album tegen in een recente editie van de Mojo of de Uncut en die recensie was positief genoeg om te luisteren naar het album. Daar heb ik zeker geen spijt van gekregen, want Dreamviewer is een mooi album, dat veel meer aandacht verdient dan het album tot dusver heeft gekregen. 

Het blijkt al het derde album van de Schotse muzikante, die samen met ene Dave Burn ook nog een album maakte onder de naam The Marriage. Ik was de naam van Kirsten Adamson zelf nog niet eerder tegen gekomen, maar weet inmiddels dat ze de dochter is van de Schotse muzikant Stuart Adamson, die aan de basis van de Britse band The Skids en Big Country stond. 

De Schotse muzikant zocht aan het eind van de jaren 90 zijn geluk in Nashville, waar hij de countrymuziek ontdekte, maar in 2001 op slechts 43-jarige leeftijd een einde maakte aan zijn leven. Kirsten Adamson bleef na het einde van het eerste huwelijk van haar ouders achter in het Verenigd Koninkrijk, maar bracht ook een aantal zomers in Nashville door. 

De hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek heeft zeker invloed gehad op de muzikale keuzes die ze maakt op Dreamviewer. Ik ga niet zo ver om Dreamviewer een countryalbum te noemen, maar invloeden uit de countrymuziek spelen absoluut een rol op het nieuwe album van Kirsten Adamson. 

De Schotse muzikante beschikt om te beginnen over een stem die het goed doet in countrymuziek en die haar songs een country vibe geeft. Door de invloeden uit de countrymuziek in de zang klinkt Dreamviewer eerder Amerikaans dan Brits, maar het is zeker geen typisch Amerikaans rootsalbum geworden. 

De stem van Kirsten Adamson heeft een lichte country snik, maar ik vind het ook een mooie en warme stem en ik heb bovendien wel wat met de manier van zingen van de Schotse muzikante en haar Schotse tongval. Kirsten Adamson zingt met veel gevoel en af en toe veel expressie, maar ze zingt ook vaak redelijk ingehouden, wat van Dreamviewer een intiem klinkend album maakt. 

Door de zang van Kirsten Adamson klinkt Dreamviewer geregeld als een countryalbum, maar ook de muziek op het album draagt hier aan bij, zeker wanneer de in het genre onmisbare pedal steel opduikt. Kirsten Adamson is haar Schotse wortels echter niet helemaal vergeten, want haar nieuwe album bevat ook invloeden uit de Britse folk, zeker wanneer strijkers opduiken. 

Kirsten Adamson is als ik goed geïnformeerd ben inmiddels 40 jaar oud en dat hoor je. Dreamviewer klinkt een stuk doorleefder dan alle albums van hele jonge vrouwelijke singer-songwriters die dit jaar zijn verschenen en klinkt bovendien een stuk tijdlozer. De Schotse muzikante heeft geen poging gedaan om invloeden uit de indiepop, indiefolk of countrypop toe te voegen aan haar songs en heeft met Dreamviewer een album gemaakt dat inmiddels ook een aantal decennia oud zou kunnen zijn. 

Het is zoals gezegd een album dat flink te klagen heeft over de aandacht die het heeft gekregen en dat is echt doodzonde. Het is immers een album dat me direct wist te overrompelen en dat wat mij betreft ook iets toevoegt aan alle albums die dit jaar in het genre zijn verschenen. Het maakt me nieuwsgierig naar het oudere werk van Kirsten Adamson en nodigt me ook uit om weer eens werk van haar vader uit de kast te trekken, maar voorlopig ben ik nog lang niet klaar met het buitengewoon fraaie Dreamviewer. Erwin Zijleman

De muziek van Kirsten Adamson is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Schotse muzikante: https://kirstenadamson.bandcamp.com/album/dreamviewer.



26 december 2025

Review: Trousdale - Growing Pains

Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea treden met Trousdale in de voetsporen van onder andere Wilson Phillips en betoveren met drie mooie stemmen en vooral met werkelijk prachtige harmonieën
Countrypop is me al snel wat te glad en dat geldt ook voor de countrypop die Trousdale maakt op haar tweede album. Het is countrypop met meer pop dan country en het is countrypop met invloeden uit de popmuziek zoals die in Los Angeles wordt gemaakt, maar Trousdale weet wat mij betreft toch te overtuigen. Dat doet het drietal met lekker in het gehoor liggende songs, maar vooral met de stemmen en met name de harmonieën van Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea, die herinneren aan de betoverend mooie Californische harmonieën uit het verleden.



Nog meer countrypop. Ik zie op de sociale media al een tijdje reclame voorbij komen voor een concert van de Amerikaanse band Trousdale in Utrecht volgend jaar. Volgens deze reclame zou Trousdale een ware countrypop sensatie zijn en dat triggerde bij mij in ieder geval iets van nieuwsgierigheid. Het is immers een genre dat ik volgens mij redelijk goed volg, maar het in 2023 verschenen debuutalbum van Trousdale heb ik gemist en hetzelfde geldt voor het afgelopen voorjaar verschenen Growing Pains. 

Misschien heb ik mijn blik wat teveel op Nashville gericht, want Trousdale komt voor de afwisseling eens uit Los Angeles. Nu is countrypop uit Los Angeles meestal nog wat gepolijster dan de muziek die in Nashville in het genre wordt gemaakt, maar Growing Pains van Trousdale had mijn aandacht zeker verdiend het afgelopen voorjaar. 

Trousdale is een trio dat bestaat uit Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea en dat twee klassiek geschoolde pianisten in de gelederen heeft. De drie vertolkten in eerste instantie vooral songs van anderen en trokken de aandacht met covers van onder andere ABBA, waarna ze doorbraken met een versie van Wouldn’t It Be Nice van The Beach Boys, wat in ieder geval getuigt van goede smaak. 

Het debuutalbum van het drietal was in de Verenigde Staten volgens mij behoorlijk succesvol en ook over Growing Pains lees ik een aantal positieve recensies, al zijn het er niet zoveel als je bij een succesvolle countrypop act zou verwachten. Countrypop is het hokje waar ook ik het tweede album van Trousdale in zou stoppen, al maken Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea niet het soort countrypop dat in Nashville wordt gemaakt. 

Ik hou over het algemeen van countrypop waarin de country het ruimschoots wint van de pop en dat is op Growing Pains van Trousdale niet het geval. Het trio uit Los Angeles verwerkt absoluut invloeden uit de country in haar muziek, maar het aandeel van invloeden uit de pop is groter. 

Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea opereren zoals gezegd vanuit Los Angeles en dat hoor je, want invloeden uit de Californische popmuziek spelen een voorname rol op het album. Dat hoor je in het goede gevoel voor aansprekende popsongs, maar je hoort het vooral in de muzikale en de vocale arrangementen op het album. 

In muzikaal opzicht vind ik Growing Pains wat aan de brave kant en ook de songs van Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea kleuren vooral binnen de lijntjes, maar de drie maken veel goed met hun stemmen. Trousdale beschikt over drie uitstekende zangeressen, die alle drie in staat zijn om een song net dat beetje op te tillen om op te vallen, maar de magie ontstaat wanneer de stemmen van de drie samenvloeien in prachtige harmonieën. 

Het doet me meer dan eens denken aan de muziek die Wilson Phillips aan het begin van de jaren 90 maakte. Ook die muziek was enorm gepolijst of zelfs glad, maar de harmonieën van Wilson Phillips kon ik niet weerstaan en deden me keer op keer smelten. Wilson Phillips beschikte over de genen van Brian Wilson en John en Michelle Phillips, maar Georgia Greene, Lauren Jones en Quinn D’Andrea komen absoluut in de buurt met uitstekende zang en betoverend mooie harmonieën. Alle reden dus om Growing Pains van Trousdale een kans te geven. Erwin Zijleman

De muziek van Trousdale is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://trousdale.bandcamp.com/album/growing-pains.


Growing Pains van Trousdale is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Maddie & Tae - Love & Light

Maddie & Tae debuteerden tien jaar geleden en worden in de Verenigde Staten geschaard onder de smaakmakers binnen de countrypop en na het een paar keer geprobeerd te hebben met Love & Light begrijp ik waarom
Alles op de cover van het nieuwe album van Maddie & Tae ademt mainstream Nashville countrypop en dat doen ook de songs, de muziek en de stemmen van de twee, maar het is allemaal wel heel goed gemaakt en is ook weer niet zo gek ver verwijderd van de countrypop die ook buiten de Verenigde Staten wordt gewaardeerd. Ik vond het bij eerste beluistering wat aan de gladde kant, maar ik hoor inmiddels ook veel moois in de muziek van het tweetal dat in Nashville niet voor niets al zo’n tien jaar aan de weg timmert. Luister onbevooroordeeld naar Love & Light van Maddie & Tae en je hoort het ook, zeker als je een zwak hebt voor goed gemaakte countrypop.



Deze tweede kerstdag staat voor mij in het teken van de countrypop. Het is countrypop die in de Verenigde Staten eerder dit jaar behoorlijk positief is ontvangen, maar die ik bij eerste beluisteringen wat aan de gladde kant vond. Ik heb het album van Maddie & Tae, want dat is het eerste album dat ik vandaag bespreek, er toch nog eens bij gepakt omdat ik het album zie opduiken in meerdere Amerikaanse jaarlijstjes met een hart voor countrypop en tussen albums in het genre die me wel dierbaar zijn. 

Love & Light is niet mijn eerste kennismaking met de muziek van Maddie & Tae, want precies tien jaar geleden besprak ik hun album Start Here, dat destijds door de Britse kwaliteitskrant The Guardian werd geschaard onder de beste countryalbums van het betreffende jaar. Start Here was in 2015 het debuutalbum van Maddie Marlow en Taylor Dye en het is een album dat direct succesvol was in Nashville. 

De prille twintigers van toen zijn inmiddels prille dertigers en volgens mij zijn Maddie & Tae in de Verenigde Staten al tien jaar behoorlijk succesvol. In Europa is het nog wat stiller rond de twee zangeressen en dat heeft alles te maken met het feit dat de countrypop van Maddie & Tae zich binnen de countrypop aan de meer gepolijste kant van het spectrum bevindt. 

Je ziet het direct aan de cover van het album, die uitstekend past bij alle clichés uit de Nashville countrypop. Maddie & Tae kleuren ook op hun vierde album (het kerstalbum uit 2022 niet meegeteld) vooral binnen de lijntjes van de countrypop die in Nashville wordt gemaakt, maar dat doet iemand als Megan Moroney ook en die schaar ik desondanks onder mijn favoriete countryzangeressen van het moment. 

Nu ik Love & Light inmiddels een paar keer heb beluisterd hoor ik toch ook veel moois op het album. Om van de muziek van Maddie & Tae te kunnen genieten moet je wel een flink zwak voor countrypop hebben, want de twee muzikanten uit Nashville maken 100% countrypop. In muzikaal opzicht klinkt het nieuwe album van Maddie Marlow en Taylor Dye vooral degelijk, maar de twee hebben zich er niet makkelijk van af gemaakt. 

In een aantal songs op het album klinkt de countrypop van Maddie & Tae lekker stevig, maar Love & Light biedt voldoende variatie. Het is ook een album met prima songs, want tussen de zestien (!) songs op het album zitten de nodige songs die na één keer horen blijven hangen. Het zijn ook nog eens songs die zorgen voor een goed gevoel, want de muziek van Maddie & Tae heeft iets warms. 

Het is af en toe niet eens zo heel ver verwijderd van de countrypop albums die ik eerder deze maand in mijn jaarlijstje heb gezet, waardoor ik inmiddels moet toegeven dat de Amerikaanse critici het eerder dit jaar bij het juiste eind hadden en ik niet. Maddie & Tae bieden ook nog een beetje extra, want ze zijn allebei voorzien van een stem waarmee je eigenlijk alleen countrymuziek kunt maken. Het zijn stemmen die erg op elkaar lijken, maar het zijn ook stemmen die elkaar prachtig aanvullen en versterken. 

Wanneer je geen zwak hebt voor countrypop kun je met een brede boog om Love & Light heen lopen, maar als je net als ik wel een zwak hebt voor het genre, kan het nieuwe album van Maddie & Tae zomaar uitgroeien tot een ‘guilty pleasure’ en al snel tot veel meer dan dat. Erwin Zijleman


Love & Light van Maddie & Tae is verkrijgbaar via de Mania webshop:


25 december 2025

Review: Haley Heynderickx en Max García Conover - What Of Our Nature

What Of Our Nature vond ik bij eerste beluistering echt veel te traditioneel en ook te sober, maar de songs van Haley Heynderickx en Max García Conover wisten me uiteindelijk toch vrij makkelijk te overtuigen
Ik heb de soloalbums van de Amerikaanse muzikante Haley Heynderickx heel hoog zitten, maar over het album dat ze vorige maand uitbracht met Max García Conover was ik in eerste instantie minder enthousiast. Deels omdat ze de leadvocalen op het album moet delen, maar ook omdat het album wel erg klinkt als een folkalbum van heel lang geleden. Dat laatste is uiteindelijk de kracht van What Of Our Nature en ook de stem van Max García Conover bevalt me inmiddels wel wat beter, al blijf ik een voorkeur houden voor de echt prachtige stem van Haley Heynderickx, die wat mij betreft ook weer heel snel met een nieuwe soloalbum op de proppen mag komen.



Ik ben dit jaar echt geen enkel interessant kerstalbum tegengekomen, al moet ik wel toegeven dat ik er ook niet echt naar heb gezocht. Mijn kerstmuziek bestaat dit jaar uit folk en country en voor vandaag heb ik een album uitgezocht dat ik in eerste instantie eigenlijk wat te traditioneel vond, maar dat me langzaam maar zeker heeft veroverd. Het gaat om What Of Our Nature van Haley Heynderickx en Max García Conover. 

Het is een album dat op voorhand kon rekenen op mijn warme sympathie, want ik was zeer gecharmeerd van de albums die Haley Heynderickx de afgelopen jaren uitbracht. Op I Need To Start A Garden uit 2018 en Seed Of A Seed uit 2024 maakte de Amerikaanse singer-songwriter vooral indruk met haar stem, die de songs op haar albums mijlenver optilde. 

Het zijn albums met folksongs die vaak lijken weggelopen uit de jaren 60 en 70 en zowel herinneren aan de Laurel Canyon folk als aan de psychedelische folk die op hetzelfde moment in de Verenigde Staten werd gemaakt. Ook op het samen met Max García Conover gemaakte What Of Our Nature maakt Haley Heynderickx folk die ook vele decennia geleden had kunnen zijn gemaakt. 

Verschil met de soloalbums van de Amerikaanse muzikante is dat op What Of Our Nature ook haar mannelijke medemuzikant de zang voor zijn rekening neemt en het aandeel van Max García Conover is behoorlijk groot. Ik heb absoluut een voorkeur voor vrouwenstemmen en veer dan ook vooral op wanneer Haley Heynderickx plaats neemt achter de microfoon, maar met de zang van Max García Conover is niet veel mis. 

De Amerikaanse muzikant beschikt net als Haley Heynderickx over een stem die gemaakt is voor traditioneel klinkende folk en de stemmen van de twee passen ook nog eens goed bij elkaar. Op What Of Our Nature vertolken de twee songs die zijn geïnspireerd door het leven en het werk van folklegende Woody Guthrie. Het zijn songs die zomaar van de hand van de Amerikaanse folkmuzikant zouden kunnen zijn, want als je mij zou hebben verteld dat What Of Our Nature zestig jaar geleden was gemaakt had ik het zeker geloofd. Zeker Max García Conover herinnert aan folkies uit vervlogen tijden, maar ook Haley Heynderickx zou niet hebben misstaan in de folkscene van de jaren 60. 

What Of Our Nature is een album zonder enige opsmuk. Akoestische gitaar en twee stemmen, veel meer is het niet. Ik moest er wel wat aan wennen, maar zeker de songs die worden gezongen door Haley Heynderickx wisten me relatief snel te overtuigen, al is het niet altijd het juiste moment voor de Spartaans klinkende folksongs op het album. 

What Of Our Nature is wat mij betreft geen album dat je kunt beoordelen na één keer beluisteren. Ik vond er bij de eerste keer luisteren niet veel aan, maar ontdekte pas bij herhaalde beluistering de ruwe schoonheid van de songs van Haley Heynderickx en Max García Conover. 

De songs waarin eerstgenoemde de leadzang voor haar rekening neemt komen bij mij nog altijd harder binnen dan de songs van haar mannelijke metgezel, al waardeer ik de stem en de zang van Max García Conover inmiddels veel meer dan bij eerste beluisteringen van het album. Een kerstalbum is What Of Our Nature zeker niet, maar op een of andere manier vind ik het album goed passen vandaag en ook na vandaag gaat het album nog geregeld terug komen. Erwin Zijleman

De muziek van Haley Heynderickx en Max García Conover is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Amerikaanse tweetal: https://haleyheynderickx.bandcamp.com/album/what-of-our-nature.


What Of Our Nature van Haley Heynderickx en Max García Conover is verkrijgbaar via de Mania webshop:




24 december 2025

Review: Brianna Kelly - Cloud Of Nothingness

De release van het eerste album van Brianna Kelly is ruim een maand geleden vrijwel geruisloos gepasseerd, maar wat heeft de Amerikaanse singer-songwriter een mooi, knap, gevarieerd en ook nog eens tijdloos album gemaakt
Het is puur toeval dat Cloud Of Nothingness van Brianna Kelly op mijn pad is gekomen, maar wat ben ik inmiddels gehecht aan het album. Het is een singer-songwriter album en daar zijn er het afgelopen jaar nogal wat van verschenen, maar het debuutalbum van Brianna Kelly is zeker geen dertien in een dozijn singer-songwriter album. Samen met haar medemuzikanten varieert de Amerikaanse muzikante er flink op los en ze maakt nog eens songs die zijn volgestopt met bijzondere ingrediënten. Het klinkt in muzikaal opzicht allemaal prachtig, maar Brianna Kelly beschikt ook nog eens over een stem die je wilt koesteren. Echt veel te goed om onder te sneeuwen dit album.



Er gebeurt helaas nog niet zo heel veel op het platform Bluesky, dat het afgelopen jaar een veilige haven bood voor een ieder die niet meer uit de voeten kon met de berichten die op Elon Musk’s X werden gepromoot. Onlangs kreeg ik op het platform echter wel mijn eerste muziektip en het is wat mij betreft een hele mooie tip. 
Het gaat om Cloud Of Nothingness van Brianna Kelly. 

Het is het debuutalbum van een singer-songwriter uit Cincinnati, Ohio, die wat mij betreft een album heeft gemaakt dat anders klinkt dan het gemiddelde singer-songwriter album van het moment. Cloud Of Nothingness werd gemaakt met multi-instrumentalist en co-producer Stephen Patota en drummer Tom Buckley. Brianna Kelly tekende zelf ook voor een belangrijk deel van de productie van haar debuutalbum, schreef alle songs op het album, nam een deel van de instrumentatie voor haar rekening, verzorgde het artwork en was ook nog eens verantwoordelijk voor de zang. 

Uiteindelijk werden nog wat strijkers toegevoegd aan een aantal songs op Cloud Of Nothingness, dat ondanks het ongetwijfeld beperkte budget echt prachtig klinkt. Zowel Brianna Kelly als Stephen Patota kunnen op flink wat instrumenten uit de voeten en dat heeft er voor gezorgd dat Cloud Of Nothingness niet alleen heel mooi en verzorgd klinkt, maar ook verrassend rijk en veelzijdig. 

De muziek op het eerste album van Brianna Kelly is over het algemeen genomen warm en zeer sfeervol. Het geluid van de Amerikaanse muzikante is ook behoorlijk subtiel, want de vele instrumenten die op het album zijn te horen worden gedoseerd ingezet. Ik vind vooral het elektrische gitaarspel op het album bijzonder mooi, maar ook de bijdragen van strijkers voorzien de songs op het album van een bijzondere sfeer en hetzelfde geldt voor het pianospel. 

Het debuutalbum van Brianna Kelly klinkt zoals gezegd anders dan de meeste andere singer-songwriters van het moment. Dat ligt deels aan de wat nostalgische sfeer in veel songs, die herinnert aan muziek uit de jaren 60 en 70, maar het knappe van Cloud Of Nothingness is dat het ook een album van deze tijd is. 

Je hoort goed dat Brianna Kelly en haar medemuzikanten de tijd hebben genomen voor het opnemen van het album, want alles klinkt even mooi en trefzeker. Dat geldt niet alleen voor de muziek op het album, maar ook voor de songs van Brianna Kelly, die aan de ene kant complex zijn, maar aan de andere kant ook makkelijk in het gehoor liggen. 

Het is knap hoe Brianna Kelly en haar medemuzikanten steeds weer bijzondere accenten weten toe te voegen aan de songs, waardoor het songs zijn die de ruimte verwarmen maar ook de fantasie prikkelen. Het mooiste heb ik nog niet eens benoemd, want dat is wat mij betreft de stem van Brianna Kelly. De Amerikaanse muzikante over een prettig en warm stemgeluid, maar ze zingt ook met veel precisie en variatie. 

Cloud Of Nothingness is het debuutalbum van de muzikante uit Cincinnati, Ohio, maar het klinkt echt geen moment als een eerste album. Het is daarom extra jammer dat albums als het debuutalbum van Brianna Kelly maar moeten afwachten of iemand er aandacht aan besteed en meestal zal deze aandacht beperkt zijn. Dankzij een tip op Bluesky heb ik het album gelukkig ontdekt en ik weet zeker dat het nog vaak voorbij gaat komen in de weken en maanden die volgen. Erwin Zijleman

De muziek van Brianna Kelly is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://briannakelly.bandcamp.com/album/cloud-of-nothingness.



Review: Georgia Knight - Beanpole

Georgia Knight heeft met Beanpole niet het makkelijkste album gemaakt, maar het is wel een interessant album dat de fantasie uitvoerig prikkelt en dat uiteindelijk flink wat memorabele songs blijkt te bevatten
Ik heb een zwak voor muziek die in Australië en Nieuw-Zeeland wordt gemaakt, want de muziek die aan de andere kant van de wereld wordt gemaakt klinkt vaak net wat anders. In het geval van Georgia Knight zelfs flink anders, want de muziek van de Australische muzikante is behoorlijk eigenzinnig. Haar debuutalbum Beanpole is ook nog eens behoorlijk divers, waardoor het in eerste instantie wat zoeken naar aanknopingspunten is, maar als je die eenmaal hebt gevonden wordt het debuutalbum van Georgia Knight steeds interessanter. Wat je van ver haalt is niet altijd lekkerder, maar het gaat wat mij betreft zeker op voor het fascinerende Beanpole.



Het waren de Nieuw-Zeelandse muziekmedia die me onlangs wezen op Beanpole van Georgia Knight. Dat is niet zo gek, want de Australische muzikante heeft niet alleen Melbourne maar ook het Nieuw-Zeelandse Lyttelton als uitvalsbasis, waardoor ze ook een streepje voor heeft bij de Nieuw-Zeelandse pers. 

De informatie die ik bij het aanprijzen van het album mee kreeg was helaas zeer spaarzaam, maar op de bandcamp pagina van Georgia Knight kwam ik het volgende interessante citaat tegen. “Georgia Knight is an Australian singer, songwriter and musician. Primarily composing and performing her songs on an autoharp, she meanders through elements of folk, trip-hop, noise, synth soundscapes, dusty loops and samples, as songs bloom into a collage of pop music heavily entwined with the avant-garde”. 

Het maakte me op zijn minst nieuwsgierig naar de muziek op Beanpole, al vroeg ik me op voorhand ook zeker af of het album wel wat voor mij zou zijn. Ik kom de autoharp wel vaker tegen op vooral wat psychedelisch aandoende albums, maar echt gangbaar is het instrument niet, waardoor ik uitging van een bijzondere luisterervaring. 

Op basis van de omschrijving van het debuutalbum van Georgia Knight was ik een beetje bang dat Beanpole niet veel meer zou zijn dan wat getokkel op de autoharp en zang, maar dat valt reuze mee. Beanpole bevat een beperkt aantal ingetogen songs waarin de autoharp en de stem van Georgia Knight domineren, maar er gebeurt altijd wel iets bijzonders in de songs van de Australische muzikante. 

Dat kan zich beperkten tot wat achtergrondgeluiden (van een tv?) en wat percussie, maar Beanpole kan ook behoorlijk vol klinken met fraaie klankentapijten die de muziek van Georgia Knight opeens verrassend toegankelijk maken of met uitbundige ritmes die het album de kant van de triphop op duwen. 

Zeker de wat toegankelijkere songs op het album dringen zich vrij makkelijk op, maar ze zorgen ook voor het geduld dat nodig is om de wat meer ingetogen en wat experimentelere songs op het album te kunnen waarderen. Overigens varieert Georgia Knight niet alleen flink tussen de songs, maar ook binnen de songs op Beanpole, waardoor je 35 minuten lang op het puntje van de stoel zit. 

Zeker in de ingetogen songs hoor je dat Georgia Knight een uitstekende zangeres is. Ze beschikt over een mooi maar ook expressief stemgeluid en zingt bovendien met veel gevoel. De stem van de Australische muzikante kan op Beanpole alle kanten op, want net als ze je heeft betoverd met een uiterst ingetogen en gevoelige song, kan ze uitpakken met een uitbundigere en wat experimentelere song. 

Het maakt van Beanpole een soms wat lastig te doorgronden, maar op hetzelfde moment ook zeer interessant album. Ik geef direct toe dat ik niet altijd in de stemming ben voor de muziek van Georgia Knight, maar op een of andere manier heeft het album ook een grote aantrekkingskracht op mij en maakt de muzikante uit Melbourne en Lyttelton me steeds weer nieuwsgierig naar alles dat komen gaat. 

De verrassing blijft ook na meerdere keren horen, want Beanpole is anders dan de andere albums die dit jaar zijn verschenen en zet me ondanks de gewenning toch steeds weer op het verkeerde been. Ik heb dit jaar veel interessante muziek uit Nieuw-Zeeland ontdekt en er komt ook nog wat aan, maar het debuutalbum van Georgia Knight is echt heel bijzonder. Erwin Zijleman

De muziek van Georgia Knight is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Australische muzikante: https://georgiaknight.bandcamp.com/album/beanpole.