31 maart 2026

Review: Sluice - Companion

North Carolina is zo langzamerhand de hofleverancier van bands die lome en gruizige indierock combineren met Amerikaanse rootsmuziek en met Sluice heeft de Amerikaanse staat er weer een interessante band bij
Justin Morris trok volgens mij de afgelopen jaren niet zo heel veel aandacht met zijn muziek, maar op het derde album van zijn band Sluice pakt de Amerikaanse muzikant het wat ambitieuzer aan. Er werden wat leden toegevoegd aan de band, onder wie violiste Libby Rodenbough, en dat levert een uitstekend album op. Het is een album dat laveert tussen indierock en Amerikaanse rootsmuziek en dat zowel toegankelijk als experimenteel klinkt. Zo groot als een aantal vergelijkbare bands uit North Carolina zal Sluice niet worden, maar Companion is het beluisteren absoluut waard, zeker als je een zwak hebt voor deze vergelijkbare bands uit de zuidelijke Amerikaanse staat.



Vorige week las ik een artikel over het deze week verschenen derde album van de Amerikaanse band Sluice. Het artikel trok vooral of eigenlijk alleen mijn aandacht door de naam van Libby Rodenbough, die op dit album deel uitmaakt van de band uit Durham, North Carolina. 

Ik ken Libby Rodenbough van de band Mipso en vooral van twee echt geweldige soloalbums, Spectacle of Love uit 2020 en Between the Blades uit 2023. Op het nieuwe album van Sluice speelt de Amerikaanse muzikante viool en voegt ze hier en daar achtergrondvocalen toe. Sluice was tot dusver vooral een project van de Amerikaanse muzikant Justin Morris, die voor het nieuwe album Companion niet alleen Libby Rodenbough rekruteerde als violiste, maar ook drummer Avery Sullivan en bassist Oliver Child-Lanning toevoegde aan zijn band. 

Justin Morris speelt zelf nog altijd een centrale rol in de band, want hij tekende niet alleen voor de songs, maar nam ook onder andere de gitaren en de leadzang voor zijn rekening. Volgens de bandcamp-pagina van de band uit North Carolina werd Companion al aan het begin van 2024 opgenomen, waarbij nog een aantal extra muzikanten aanschoven. Ik ben blij dat Libby Rodenbough nu deel uitmaakt van Sluice, want anders had ik de muziek van de band waarschijnlijk over het hoofd gezien. Dat zou jammer zijn geweest, want ik vind het derde album van Sluice een erg interessant album. 

In de openingstrack klinkt Sluice in eerste instantie als een indierockband uit de jaren ’90. Dat ligt deels aan de lekker stevige gitaren, maar ook de zang van Justin Morris heeft een jaren ’90 vibe. Dat indierock geluid maakt in de tweede track plaats voor een veel meer ingetogen folky geluid, dat fraai wordt opgetild door het vioolspel van Libby Rodenbough. Sluice schuift in deze track wat op richting Amerikaanse rootsmuziek, maar het is zeker niet de Amerikaanse rootsmuziek die in Nashville wordt gemaakt. 

De muziek van Sluice klinkt soms net zo ruw als de eveneens uit North Carolina afkomstige bands Wednesday en Fust, maar de band schakelt makkelijk naar ingetogen folky tracks. Er zijn overigens allerlei verbanden met andere bands uit de muziekscene van North Carolina, die een duidelijke eigen sound heeft. 

Companion kan lekker lui en dromerig klinken, maar de band rond Justin Morris zoekt in een aantal tracks ook het experiment. Zeker de wat toegankelijkere songs op het album hebben een bijzonder aangenaam geluid. Enerzijds door het heerlijke gitaarwerk en de klanken die je verwacht uit het zuiden van de Verenigde Staten, maar anderzijds ook zeker door de herkenbare en aansprekende stem van de voorman van de band. 

Als de band vertrouwt op ‘field recordings’ en de songs met een kop en een staart wat uit het oog verliest, verslapt mijn aandacht eerlijk gezegd wat, maar de mooiste momenten op het derde album van Sluice zijn echt heel goed. Als bewonderaar van zowel het vioolspel als de stem van Libby Rodenbough had haar aandeel wat mij betreft groter mogen zijn, maar aan de andere kant moet je ook niet te veel toevoegen aan de bijzondere gitaarwolken op het album en de aansprekende zang van Justin Morris. 

Paste gaf me nog een extra zetje in de rug door het album toe te voegen aan de lijst met albums die we in de gaten moeten houden deze week en de Amerikaanse muziekwebsite had het, zoals gewoonlijk, weer eens bij het juiste eind. Erwin Zijleman

De muziek van Sluice is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://sluice.bandcamp.com/album/companion.


Companion van Sluice is verkrijgbaar via de Mania webshop:



30 maart 2026

Review: Courtney Barnett - Creature of Habit

De Australische muzikante Courtney Barnett heeft de tijd genomen voor haar vierde album Creature of Habit en in de woestijn bij Joshua Tree de inspiratie gevonden die op de vorige twee albums af en toe wat ontbrak
Het debuutalbum van Courtney Barnett schaar ik onder de beste albums van dit millennium, maar het niveau van dit album wist de Australische muzikante wat mij betreft niet vast te houden op haar tweede en derde album, die allebei wat minder ruw en opwindend klonken. We zijn inmiddels vijf jaar verder en Courtney Barnett keert terug met haar vierde album Creature of Habit. Het is een album waarop ze wat mij betreft weer op de goede weg is. Het klinkt niet zo indringend en urgent als haar debuutalbum, maar Creature of Habit bevat een aantal aansprekende songs, die zowel muzikaal als vocaal zeer fraai worden uitgevoerd. En ook Creature of Habit is vast weer een groeialbum.



In 2013 schreef ik op De Krenten uit de Pop voor het eerst over de muziek van de Australische muzikante Courtney Barnett. Ik schreef uiteindelijk zelfs drie keer over The Double EP: A Sea Of Split Peas, waarop tracks van de eerste EP’s van de muzikante uit Melbourne waren samengevoegd. 

Ik zag The Double EP: A Sea Of Split Peas in 2013 en 2014 als het debuutalbum van Courtney Barnett, maar haar echte debuutalbum, Sometimes I Sit and Think, and Sometimes I Just Sit, verscheen pas in 2015. Op haar debuutalbum klonk de muziek van Courtney Barnett nog wat veelzijdiger dan op haar EP’s en met het album maakte ze de belofte van haar eerdere werk meer dan waar, al stelde ik in 2015 zelf dat ze die belofte al lang voorbij was en haar eerste meesterwerk had afgeleverd. 

Zo enthousiast als ik was over de eerste EP’s en het debuutalbum van Courtney Barnett ben ik nooit meer geweest, want op een gegeven moment raak je gewend aan het niveau dat een muzikant haalt. Courtney Barnett maakte het me bovendien niet makkelijk met haar nieuwe muziek, want het veel toegankelijkere geluid op haar tweede album, het in 2018 verschenen Tell Me How You Really Feel, vond ik bij eerste beluistering wat gewoontjes en ook het wat meer ingetogen geluid op haar uit 2021 stammende derde album Things Take Time, Take Time sprak me in eerste instantie minder aan dan haar vroege werk. 

Uiteindelijk draaide mijn mening wel wat bij, want ook op haar tweede en derde album wist Courtney Barnett een prima niveau te bereiken, maar het klonk niet meer zo ruw en geïnspireerd als haar debuutalbum. De Australische muzikante heeft lang gewacht met het uitbrengen van haar vierde album, maar deze week is er dan eindelijk Creature of Habit. 

Na twee uiteindelijk toch net wat mindere albums verwachtte ik niet dat de Australische muzikante weer in de buurt zou komen van haar geweldige debuutalbum en dat doet ze ook niet. Ook Creature of Habit mist het ruwe en urgente van het debuutalbum van Courtney Barnett, die ik destijds vergeleek met Patti Smith en PJ Harvey. Dat waren vergelijkingen die destijds maar ten dele opgingen, maar het zijn namen die ik niet meer terug hoor bij beluistering van het nieuwe album. 

Ook Creature of Habit klinkt weer wat minder stevig, wat toegankelijker en wat melodieuzer, zowel in de muziek als in de zang. Toch bevalt het nieuwe album van Courtney Barnett me wel en het bevalt me in ieder geval een stuk beter dan de twee voorgangers, al groeiden die uiteindelijk wel wat. 

Aan het begin van het album is het even zoeken naar de echt goede songs, maar Creature of Habit bevat er uiteindelijk wel een respectabel aantal. Courtney Barnett heeft het Australische Melbourne verruild voor Los Angeles en werkte daar samen met topproducer John Congleton, die een album altijd net een beetje extra meegeeft. 

Ook de sound op Creature of Habit heeft baat gehad bij de ervaren hand van John Congleton, die gelukkig nog wel wat ruwe kantjes heeft laten zitten, bijvoorbeeld in het lekker stevige One Thing At A Time, mijn favoriete track. 

Het gitaarwerk van Courtney Barnett komt prachtig uit de speakers en ook het drumwerk van Warpaint-muzikante Stella Mozgawa mag er zijn. Zeker in de beste songs op het album overtuigt Courtney Barnett redelijk makkelijk, zeker als ze ook nog wat Californische zonnestralen toevoegt aan haar songs. Een geslaagde comeback wat mij betreft. Erwin Zijleman

De muziek van Courtney Barnett is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Australische muzikante: https://courtneybarnett.bandcamp.com/album/creature-of-habit.


Creature of Habit van Courtney Barnett is verkrijgbaar via de Mania webshop:



29 maart 2026

Review: Thin Lizzy - Jailbreak (1976)

De Ierse band Thin Lizzy maakte tussen 1971 en 1983 een flinke stapel albums, waaronder het geweldige live-album Live and Dangerous, maar ook het uitstekende studioalbum Jailbreak, dat deze week 50 jaar oud is
Het is altijd leuk om na te gaan welke albums precies 10, 25 en 50 jaar geleden verschenen. Het geeft niet alleen een aardig inkijkje in de geschiedenis van de popmuziek, maar laat soms ook pijnlijk horen hoe beperkt houdbaar muziek kan zijn of hoe snel muziek weer vergeten is. De laatste week van maart had in 2016 niet veel bijzonders te bieden en ook in de laatste week van maart in 2001 verscheen er niet veel bijzonders. In de laatste week van maart in 1976 verscheen meer moois, zeker voor de liefhebbers van stevige rock. Naast 2112 van Rush, Presence van Led Zeppelin en Destroyer van Kiss verscheen ook Jailbreak van Thin Lizzy en dat is nog altijd een geweldig album.



Bijna op de dag af vijftig jaar geleden verscheen het album Jailbreak van de Ierse band Thin Lizzy. Het is een album dat ik zelf niet in de kast heb staan, want mijn liefde voor hardrock beperkte zich tot slechts een klein deel van mijn puberjaren en ik kwam Thin Lizzy pas laat op het spoor. 

Ik heb maar één album van de band uit Dublin en dat is het live-album Live and Dangerous uit 1978. Dat vind ik overigens wel een fantastisch album en het is een album waarop ruim de helft van de tracklist van het twee jaar eerder verschenen Jailbreak is te vinden, waardoor het studioalbum uit 1976 wel voor een belangrijk deel bekend klinkt. 

Jailbreak is het zesde album van Thin Lizzy en het is volgens velen het beste album van de band. Daar is wat voor te zeggen, want de eerste paar albums van de Ierse band zijn nog niet heel sterk en ook de albums die de band in haar nadagen maakte zijn qua niveau ver verwijderd van Jailbreak. Ik noemde hierboven mijn snel overgewaaide liefde voor hardrock, maar als ik naar Jailbreak luister hoor ik veel meer dan hardrock. Dat wist ik natuurlijk al lang, want ook Live and Dangerous laat veel meer horen dan hardrock. 

Thin Lizzy werd in 1969 geformeerd door zanger en gitarist en bassist Phil Lynott, die zijn jeugdvrienden Brian Downey en Eric Bell rekruteerde als drummer en gitarist. Toen in 1976 Jailbreak verscheen was Eric Bell vervangen door gitaristen Scott Gorham en Brian Robertson, die met z’n tweeën enorm veel invloed hadden op het geluid van de Ierse band. 

Thin Lizzy zou gedurende haar bestaan overigens flink wat gitaristen verslijten, waaronder een aantal snarenwonders, want ook Gary Moore, Snowy White en John Sykes maakten deel uit van de band. De bezetting met Scott Gorham en Brian Robertson is wat mij betreft de ultieme bezetting en het is de bezetting die schittert op Jailbreak. 

Dat Thin Lizzy veel meer is dan hardrock hoor je onder andere in het gitaarspel op het album. Scott Gorham en Brian Robertson vullen elkaar steeds prachtig aan en zorgen voor een veelkleurig gitaargeluid dat varieert van behoorlijk zwaar aangezet tot fraai melodieus. Het is gitaarwerk dat deels aansluit bij de kaders van de hardrock, maar ook andere rockinvloeden hebben hun weg gevonden naar het gitaarspel van Scott Gorham en Brian Robertson. 

Minstens even belangrijk voor het zo karakteristieke geluid van Thin Lizzy is de stem van Phil Lynott. De muzikant uit Dublin had veel meer soul in zijn stem dan de zangers van de grote en minder grote hardrockbands uit de jaren 70 en schittert op Jailbreak. De Ierse muzikant hield er ten tijde van Jailbreak al geen hele gezonde levensstijl op na, maar zijn stem is op het album nog niet erg aangetast door de drank en drugs die ervoor zouden zorgen dat Phil Lynott in 1986 op slechts 35-jarige leeftijd overleed. 

Jailbreak is deze week zoals gezegd vijftig jaar oud en dat hoor je ook wel, maar het album heeft de tand des tijds tegelijkertijd ook redelijk goed doorstaan. Als ik luister naar hardrock albums uit de jaren 70 valt me vaak op hoe eenvoudig en eenvormig deze albums soms zijn, maar Jailbreak van Thin Lizzy staat zowel qua zang als qua muziek als een huis. Ik vind Live and Dangerous door de geweldige sfeer op dat album en de grotere selectie songs nog net wat beter, maar Jailbreak is absoluut een klassieker. Erwin Zijleman


Jailbreak van Thin Lizzy is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Review: Charlotte Cornfield - Hurts Like Hell

De naam Charlotte Cornfield zal niet bij iedereen een belletje doen rinkelen, maar de Canadese muzikante maakt inmiddels een aantal jaren mooie en onderscheidende albums en ook Hurts Like Hell is er weer een
Sinds mijn eerste kennismaking met de muziek van Charlotte Cornfield een jaar of vijf geleden vind ik haar alleen maar beter worden. Op haar samen met Josh Kaufman gemaakte vorige album schoof ze wat op richting Amerikaanse rootsmuziek en dat is ook het overheersende genre op haar nieuwe album Hurts Like Hell. Vergeleken met de meeste zangeressen in het genre klinkt de stem van Charlotte Cornfield wat ruwer, wat Hurts Like Hell voorziet van een herkenbaar eigen geluid. Het is een geluid dat zich dit keer ook in muzikaal opzicht nog wat genadelozer opdringt, waardoor Charlotte Cornfield de stijgende lijn binnen haar oeuvre wederom weet vast te houden.



De Canadese singer-songwriter Charlotte Cornfield bracht in 2008 haar eerste EP uit en leverde in 2011 haar debuutalbum af. In eerste instantie timmerde de in Toronto geboren muzikante alleen in eigen land aan de weg, maar haar derde album, het in 2019 verschenen The Shape of Your Name, werd breder opgepikt en leverde haar onder andere een zeer lovende recensie van de Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork op. 

Ik ken de muziek van Charlotte Cornfield zelf pas sinds de release van haar vierde album, het in 2021 uitgebrachte Highs in the Minuses. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het album alweer vergeten was, maar maar toen ik voor het schrijven van deze recensie weer eens naar het album luisterde, was ik direct weer enthousiast over het met Arcade Fire producer Howard Bilerman gemaakte album. 

Op Highs in the Minuses doet Charlotte Cornfield zowel in muzikaal als in vocaal opzicht denken aan Big Thief, maar laat ze ook horen dat ze intense en aansprekende songs kan schrijven. Opvolger Could Have Done Anything beviel me in 2023 nog wat beter. Op het vrijwel volledig samen met Josh Kaufman (The Hold Steady, Cassandra Jenkins, Bonny Light Horseman) gemaakte album schoof Charlotte Cornfield wat op richting Amerikaanse rootsmuziek, maar het album klonk net als zijn voorganger niet alleen intiem maar ook ruw. 

Charlotte Cornfield werd na de release van Could Have Done Anything moeder, maar pakt de draad na een aantal jaren weer op. Het deze week verschenen Hurts Like Hell is inmiddels al haar zesde album en het is wederom een zeer overtuigend album. De Canadese muzikante nam haar nieuwe album op in New York, waar ze de studio in dook met de vooral van Adrianne Lenker bekende producer Phil Weinrobe. 

De vorige albums van de muzikante uit Toronto werden gemaakt met een zeer beperkt aantal muzikanten, maar voor het nieuwe album werd flink uitgepakt. Charlotte Cornfield laat zich op haar nieuwe album begeleiden door muzikanten uit een aantal bands en deed voor wat extra vocalen een beroep op Feist, Buck Meek, Christian Lee Hutson en Maia Friedman. 

Toch is Hurts Like Hell niet zo heel ver verwijderd van de vorige albums van Charlotte Cornfield. Ook bij beluistering van het nieuwe album moest ik direct aan Big Thief denken. De stem van de Canadese muzikante lijkt soms sprekend op die van Adrianne Lenker en ook de wat ruwe Amerikaanse rootsmuziek op Hurts Like Hell met af en toe een uitbarsting en vaak een fraaie hoofdrol voor de pedal steel doet denken aan Big Thief. 

Ondanks het grotere aantal muzikanten dat heeft meegewerkt aan het zesde album van Charlotte Cornfield klinkt haar muziek nog altijd intiem en redelijk sober. De balans slaat op Hurts Like Hell duidelijk door richting Amerikaanse rootsmuziek, maar door de karakteristieke stem van Charlotte Cornfield en de wat ruwe muziek op het album, is het allesbehalve een dertien in een dozijn Amerikaanse rootsalbum. 

Ik moest bij de eerste kennismaking een paar jaar geleden nog best wennen aan haar stem, maar de zang op Hurts Like Hell vond ik eigenlijk direct bijzonder mooi. Charlotte Cornfield is nog altijd geen hele bekende naam binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar ze levert met haar nieuwe album het derde bovengemiddeld goede album op rij af. En van die albums vind ik Hurts Like Hell vooralsnog de beste. Erwin Zijleman

De muziek van Charlotte Cornfield is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://charlottecornfield.bandcamp.com/album/hurts-like-hell.


Hurts Like Hell van Charlotte Cornfield is verkrijgbaar via de Mania webshop:



28 maart 2026

Review: Snail Mail - Ricochet

Na een droomdebuut en een nog veel beter tweede album had Lindsey Jordan de lat hoog gelegd voor haar alter ego Snail Mail, maar het deze week verschenen album Ricochet laat horen dat de rek er nog lang niet uit is
Lindsey Jordan’s Snail Mail rekende ik, zeker na het verschijnen van haar vorige album Valentine, tot het beste dat jonge vrouwelijke muzikanten met een voorliefde voor indie te bieden hadden. Dat dit terecht was laat Snail Mail horen op het deze week verschenen derde album Ricochet. Het is een album waarop Lindsey Jordan laat horen dat ze nog beter is gaan zingen en nog aansprekendere songs schrijft, maar het album valt vooral op door een mooi en rijk geluid dat zich niet langer op één genre laat vastpinnen. Lindsey Jordan is nog altijd pas 26 jaar oud, maar Ricochet laat een gelouterde muzikante horen, die garant staat voor albums van wereldklasse.



Alweer bijna acht jaar geleden verscheen Lush, het debuutalbum van Snail Mail. Het alter ego van de destijds pas 18 jaar oude Lindsey Jordan maakte op mij behoorlijk wat indruk. Lush van Snail Mail sloot aan bij de betere albums van vrouwelijke singer-songwriters in de indiepop van dat moment, maar liet zich ook beïnvloeden door indierock uit de jaren 90 en koos bovendien een eigen weg. 

De stem van Lindsey Jordan klonk op haar debuutalbum misschien nog wat iel en onvast, maar de muzikante uit Baltimore, Maryland, zong wel met veel gevoel. Ze liet bovendien horen dat ze prima gitaar kon spelen, iets wat ze overigens leerde van haar gitaarlerares en cultheld Mary Timony (Helium). 

Het debuutalbum van Snail Mail liep over van de belofte en die kwam er helemaal uit op het aan het eind van 2021 verschenen Valentine, dat uiteindelijk de tweede plek wist te bereiken in mijn jaarlijstje. Op Valentine klonk de stem van Lindsey Jordan een stuk mooier en krachtiger en liet ze bovendien een veelzijdiger geluid horen dat varieerde van ingetogen indiefolk tot aanstekelijke indiepop en gruizige indierock. 

Ook in haar teksten, waarin tienerdromen plaats hadden gemaakt voor de pijn van het volwassen worden, groef de Amerikaanse een stuk dieper, wat haar songs voorzag van flink wat emotionele lading. Op het door topproducer Brad Cook ook nog eens prachtig geproduceerde album viel alles op zijn plek en met het album schaarde Snail Mail zich wat mij betreft onder de smaakmakers binnen de indiepop en indierock. 

Lindsey Jordan heeft inmiddels Greensboro, North Carolina, als thuisbasis en heeft de tijd genomen voor haar derde album. Ze is inmiddels 26 jaar oud en heeft de groeipijnen van het volwassen worden achter zich gelaten. In tekstueel opzicht kiest het album wat bredere thema’s, maar Lindsey Jordan schuwt ook persoonlijke thema’s als de angst voor de dood niet. 

Ze maakte haar nieuwe album samen met de van de band Momma bekende Aron Kobayashi-Ritch, die het album mede produceerde. Ricochet is een logisch vervolg op het ruim vier jaar oude Valentine, maar laat ook horen dat Lindsey Jordan de afgelopen jaren in meerdere opzichten is gegroeid. 

Op Valentine vond ik haar zang al zeer aansprekend, maar de zang op Ricochet is mooier en duidelijk beter dan op het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante. Ook in muzikaal opzicht is Ricochet een beter album dan Valentine. Op haar vorige album schakelde Snail Mail tussen indiefolk, indiepop en indierock, maar op Ricochet zijn alle invloeden gecombineerd tot een fraai totaalgeluid. 

Het is een vol geluid met afwisselend hoofdrollen voor gitaren en diverse synths, maar ook strijkers hebben een voorname rol gekregen in het bijzonder fraaie en zeer sfeervolle geluid op het album, dat ook alle ruimte biedt aan de stem van de Amerikaanse muzikante.

Lindsey Jordan heeft zich ook nog eens ontwikkeld als songwriter en ontworstelt zich op haar nieuwe album op knappe wijze aan de kaders van de indiepop en de indierock. Ricochet is meer een singer-songwriter album dan een indiepop of indierock album en het is een album van een hoog niveau. 

Op basis van Valentine had ik grootse daden verwacht van Lindsey Jordan, maar de afgelopen jaren was het helaas behoorlijk stil. Met Ricochet voldoet Snail Mail echter volledig aan mijn bijzonder hooggespannen verwachtingen en levert ze voor mij een van de topalbums van 2026 af. Erwin Zijleman

De muziek van Snail Mail is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://snailmail.bandcamp.com/album/ricochet.


Ricochet van Snail Mail is verkrijgbaar via de Mania webshop:



27 maart 2026

Review: Ellie O'Neill - Time of Fallow

De Ierse singer-songwriter Ellie O’Neill maakte tijdens de coronapandemie een indringend en op het eerste gehoor behoorlijk sober folkalbum, dat echter zowel in muzikaal als in vocaal opzicht vol mooie verrassingen zit
Britse folkalbums hebben over het algemeen een uit duizenden herkenbaar geluid en hetzelfde geldt voor Ierse folkalbums. Time of Fallow van de Ierse singer-songwriter Ellie O’Neill klinkt niet als een typisch Brits folkalbum en is ook geen typisch Iers folkalbum. Het klinkt af en toe als een psychedelisch folkalbum uit een ver verleden, maar het tijdens de coronapandemie opgenomen album is ook een album van deze tijd. In muzikaal opzicht is het debuutalbum van Ellie O’Neill interessanter dan het op het eerste gehoor lijkt, maar de meeste indruk maakt de Ierse singer-songwriter met haar stem. Het valt als singer-songwriter niet mee om op te vallen, maar Ellie O’Neill doet het.



Time of Fallow van de Ierse singer-songwriter Ellie O’Neill is een album dat me de afgelopen week niet direct opviel, maar toen ik eenmaal was begonnen met het aandachtig beluisteren van het album, was ik heel snel overtuigd van de kwaliteiten van de singer-songwriter uit het graafschap Meath. 

Ellie O’Neill nam haar debuutalbum in slechts een aantal dagen op, maar het album klinkt in alle opzichten heel verzorgd, al hoor je ook charmante onvolkomenheden in de analoge opnames. Ellie O’Neill vertrouwt in de openingstrack van het album in eerste instantie op haar akoestische gitaar en haar stem, maar na een tijdje vallen bas en drums in en krijgt de Ierse muzikante ook in vocaal opzicht gezelschap. 

Time of Fallow schakelt veel vaker tussen uiterst ingetogen klanken (soms ook van de piano) en een net wat voller klinkend geluid, wat haar songs spannend houdt. Ook als de Ierse muzikante zichzelf alleen met de akoestische gitaar begeleidt klinkt haar debuutalbum prachtig. Het gitaarspel klinkt warm en voller dan op de sobere Britse folkalbums die ik de laatste tijd ook regelmatig beluister en het is ook gevarieerder dan op deze albums. 

Ook Time of Fallow kan goed worden omschreven als een folkalbum, maar het debuutalbum van Ellie O’Neill past niet zo goed in het hokje Britse folk. De muziek van de muzikante uit Meath klinkt aan de ene kant Iers, maar doet me ook wel wat denken aan de psychedelische Amerikaanse folk uit de jaren 60 en 70. 

Dat heeft deels te maken met de muziek op Time of Fallow, die vaak best complex en soms ook wat psychedelisch kan klinken, maar het ligt vooral aan de zang van Ellie O’Neill. De Ierse singer-songwriter beschikt over een zeer expressief stemgeluid, dat ver is verwijderd van de stemmen van de vaak wat plechtig klinkende Britse folkzangeressen. 

De stem van Ellie O’Neill is niet alleen expressief, maar ze zingt ook met veel precisie en met gevoel. Net als de gitaarakkoorden op het album zijn ook de zanglijnen complexer dan op het gemiddelde folkalbum, zeker als Ellie O’Neill flink wisselt met toonhoogte en kracht. Bovendien varieert ze er flink op los, met af en toe ook juist zachte en ingetogen zang, die weer een heel ander effect heeft. 

Het maakt van Time of Fallow een album waar je de aandacht bij moet houden, maar Ellie O’Neill houdt die aandacht vervolgens makkelijk vast. Zeker als je het album vaker beluistert, hoor je hoe mooi de stem van de Ierse muzikante is en ook de muziek wint aan kracht wanneer je vaker naar Time of Fallow luistert. Dat heeft ook alles te maken met de songs op het album, die het intieme karakter van de muziek van Ellie O’Neill versterken. 

Wat verder opvalt bij beluistering van het album is de bijzondere sfeer. Ellie O’Neill keerde tijdens de coronapandemie terug naar het huis waarin ze opgroeide en nam haar album ook op tijdens deze periode op. De wat beklemmende sfeer van deze tijd hoor je terug in de songs en de muziek op Time of Fallow. Het is een wat indringende sfeer, maar je hoort ook de leegte van de tijd tijdens de pandemie, die twee jaar lang veel onmogelijk maakte. In de teksten staat Ellie O’Neill ook uitvoerig stil bij haar queer identiteit, wat het persoonlijke karakter van haar songs nog wat versterkt. Het levert een mooi en intiem album op, dat echt alle aandacht verdient. Erwin Zijleman

De muziek van Ellie O'Neill is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Ierse muzikante: https://ellieoneill.bandcamp.com/album/time-of-fallow.



Review: The Orielles - Only You Left

Van het vorige album van de band kon ik geen chocolade maken, maar op Only You Left klinkt de muziek van The Orielles een stuk toegankelijker, al is toegankelijk in het geval van de Britse band een zeer relatief begrip
Ik lees op het internet meerdere pogingen om de muziek van The Orielles te beschrijven, maar geen van allen is echt geslaagd. Ik doe in de onderstaande recensie zelf ook een poging, maar ook deze schept niet veel duidelijkheid. De muziek van The Orielles is muziek vol bijzondere contrasten en muziek vol invloeden. De zachte zang van Esmé Dee Hand-Halford contrasteert stevig met het gitaarspel van Henry Carlyle Wade, maar op een of andere manier werkt het. Met de vorige albums van de band kon ik niet zoveel, maar het nieuwe album van The Orielles is net wat minder ongrijpbaar. De schoonheid kwam voor mij niet direct aan de oppervlakte maar is er uiteindelijk wel.



Ik heb het in het verleden een paar keer geprobeerd met de muziek van The Orielles, maar zonder succes. Ik vond de muziek van de Britse band op een of andere manier wel intrigerend, maar tot dusver was het nooit mijn ding. 

De Amerikaanse muziekwebsite AllMusic.com omschrijft de muziek van de band met een mooie oneliner: “Trio of '90s worshipers from Halifax, U.K., with dream pop and disco influences that come together to give their indie pop sound a twist”. Het is een oneliner die hoognodig geactualiseerd moet worden, want op het onlangs verschenen Only You Left klinkt de muziek van het drietal uit Halifax anders dan in het verleden. 

Ook het vorige album van de band, het in 2022 verschenen Tableau, zou ik overigens zelf niet met de bovenstaande zin hebben beschreven, want dat was voor mij (en waarschijnlijk niet alleen voor mij) een compleet ongrijpbaar album. Ook op hun nieuwe album Only You Left maken The Orielles muziek waar ik in eerste instantie geen vat op kreeg, maar het geluid van de band klinkt wel een stuk toegankelijker dan in het verleden. 

The Orielles bestaat uit de zussen en zangeressen Sidonie B en Esmé Dee Hand-Halford en gitarist Henry Carlyle Wade. De drie maken al muziek sinds hun tienerjaren en bouwen inmiddels al flink wat jaren aan een op zijn minst bijzonder oeuvre. Ook Only You Left is een bijzonder album, waarop de twee zussen Hand-Halford als ritmesectie fungeren, Esmé tekent voor de zang en Henry Carlyle Wade het gitaarwerk voor zijn rekening neemt. 

De drie lijken soms wel los van elkaar muziek te maken, want het gitaarwerk is vaak te ruw en te stevig voor de zachte stem en ook bas en drums zitten lang niet altijd op hetzelfde spoor. Het was, in ieder geval voor mij, absoluut even wennen aan de muziek van The Orielles, maar nadat ik gewend was geraakt aan het geluid van het drietal hoorde ik de schoonheid van Only You Left. 

De Britse band maakt muziek die niet past in één van de gangbare hokjes. Ik hoor absoluut flarden uit de dreampop, maar de muziek van The Orielles kan ook folky klinken. Zeker wanneer de gitaren breed uitwaaien doet de muziek van de band ook behoorlijk psychedelisch aan en wanneer de complexiteit van de songs toeneemt hoor ik ook flarden postrock en een beetje postpunk. 

Door zich te beperken tot bas, drums en gitaar klinkt de muziek van The Orielles vaak behoorlijk elementair en bij vlagen minimalistisch, maar Henry Carlyle Wade kan ook hoge en gruizige gitaarmuren opbouwen of behoorlijk complexe akkoorden uit zijn gitaar toveren. 

Het zorgt ervoor dat Only You Left anders klinkt dan alle andere albums van het moment. Ik moet eerlijk toegeven dat ik het album meerdere keren opzij heb gelegd omdat ik onvoldoende structuur hoorde in de songs van de Britse band, maar de ene keer werd ik toch weer geraakt door het bijzondere gitaarspel van Henry Carlyle Wade en de andere keer door de mooie stem van Esmé Dee Hand-Halford, die ook jazzy kan zingen. 

Only You Left kan wanneer er ook nog wat zonnestralen opduiken ook opeens klinken als een bitterzoete versie van Belle and Sebastian en zo heeft het nieuwe album van de band uit Halifax iedere keer weer een andere verrassing voor je in petto. Ik ben er lang niet altijd voor in de stemming, maar na een paar mislukte pogingen heeft The Orielles me dit keer wel overtuigd. Erwin Zijleman

De muziek van The Orielles is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://theorielles.bandcamp.com/album/only-you-left.


Only You Left van The Orielles is verkrijgbaar via de Mania webshop:



26 maart 2026

Review: Naaz - The Sky Knows I Exist

Het in alle opzichten wonderschone debuutalbum van Naaz vierde eerder dit jaar alweer de derde verjaardag en krijgt deze week gezelschap van The Sky Knows I Exist, dat in alle opzichten een typisch Naaz-album is
Aan het eind van 2023 twijfelde ik geen moment over het album dat mijn jaarlijstje zou aanvoeren. Never Have I Ever van Naaz wist op dat moment al een jaar te betoveren en te ontroeren, hoe vaak ik ook naar het album luisterde. Sindsdien zag ik Naaz meerdere keren live, wat het verlangen naar haar tweede album aanwakkerde. Dat tweede album is deze week verschenen en wat is The Sky Knows I Exist een prachtig album. Het is een album waarop Naaz haar unieke geluid nog wat verder heeft doorontwikkeld. The Sky Knows I Exist klinkt direct als een Naaz album, maar wederom heeft ze haar grenzen verlegd en laat ze nog maar eens horen hoe groot en bijzonder haar talent is.



De Nederlands-Koerdische muzikante Naaz behoort wat mij betreft tot het allerbeste dat de Nederlandse popmuziek te bieden heeft. Dat was al zo toen ze in 2018 haar eerste EP Bits of Naaz uitbracht en dat was nog steeds zo toen ze in 2023 haar debuutalbum Never Have I Ever afleverde. 

Voor de release van dat debuutalbum keerde Naaz de muziekwereld enkele jaren de rug toe na een aantal nare ervaringen, maar gelukkig kroop het bloed waar het niet gaan kon en maakte ze met Never Have I Ever een van de mooiste, een van de meest persoonlijke en een van de meest indringende albums van de afgelopen jaren. 

Sinds haar terugkeer in de muziek doet Naaz alles zelf en dat kan alle kanten op. Ze organiseerde zelf haar comebackconcert in Carré, trad op met een aantal orkesten, kletste zichzelf het voorprogramma van Lana Del Rey in, begon aan een boek en kondigde onlangs aan dat ze met opera aan de slag gaat. Gelukkig is ze ook haar liefde voor indiepop niet verloren, wat de afgelopen jaren indrukwekkende concerten opleverde en deze week de release van haar tweede album The Sky Knows I Exist, dat de komende tijd ook op een aantal podia zal worden vertolkt. 

Het vinyl van The Sky Knows I Exist werd gisteren keurig op de dag van de release afgeleverd en sindsdien ben ik in de ban van het tweede album van Naaz. Iedereen die de tegenwoordig in Amsterdam woonachtige muzikante volgt, kent al een aantal van de tien songs op The Sky Knows I Exist. Het zijn songs die laten horen dat Naaz de afgelopen jaren wat dichter tegen de indiepop aan is gekropen, maar het is wel indiepop die het unieke stempel van Naaz bevat. 

De Nederlands-Koerdische muzikante vertolkte op Never Have I Ever twee songs in het Koerdisch en dit waren de afgelopen jaren indrukwekkende hoogtepunten tijdens haar concerten. Op The Sky Knows I Exist kiest Naaz volledig voor het Engels, maar haar songs blijven in alle opzichten onderscheidend. 

Dat ligt voor een belangrijk deel aan de stem van Naaz en aan haar manier van zingen. Ook op The Sky Knows I Exist is de zang van Naaz weer mooi en bijzonder en bovendien verrassend divers. De zang op het album zit vol gevoel, maar durft ook te experimenteren. Het is zang die mij weer direct wist te raken, waardoor The Sky Knows I Exist makkelijk boven de andere albums van het moment uitstijgt. 

Naaz staat bekend om haar zeer persoonlijke teksten en deze zijn ook weer te horen op haar nieuwe album, dat net als Never Have I Ever een intiem album is. Naaz durft niet alleen te experimenteren met haar stem, maar ook met de muziek op haar nieuwe album. Eerder gaf ik aan dat de Amsterdamse muzikante wat is opgeschoven richting indiepop, maar het is wel indiepop die overloopt van avontuur. 

Ik vind het nog lastig of zelfs onmogelijk om The Sky Knows I Exist te vergelijken met Never Have I Ever, want het album dat in 2023 mijn jaarlijstje aanvoerde is me zo ongelooflijk dierbaar. Ook de eerste kennismaking met het tweede album van Naaz is me echter uitstekend bevallen. 

De zowel door indiepop als indiefolk beïnvloede songs op het album zijn stuk voor stuk typische Naaz songs en het zijn songs met een bijzondere energie en een enorme intensiteit. Naaz heeft inmiddels een flinke groep fanatieke fans, maar een muzikante van haar niveau verdient een nog veel groter publiek. Ik keek met torenhoge verwachtingen uit naar dit album en Naaz heeft me wederom niet teleurgesteld. Erwin Zijleman

Het nieuwe album van Naaz is verkrijgbaar via haar website: https://www.bitsofnaaz.com.


25 maart 2026

Review: Gladie - No Need To Be Lonely

Bands die zich laten inspireren door indierock uit de jaren ’90 zijn er in overvloed, maar er zijn er niet veel zo goed als Gladie, dat op No Need To Be Lonely ook een zeer geslaagde eigen draai geeft aan de invloeden uit het verleden
Ruim drie jaar geleden moest ik er nog even in komen bij beluistering van het tweede album van de Amerikaanse band Gladie, maar het deze week verschenen derde album van de band kwam direct aan als de spreekwoordelijke mokerslag. No Need To Be Lonely is voorzien van een ruwe en punky energie die zich direct opdringt, maar de band uit Philadelphia maakt op haar derde album ook indruk met catchy songs, fantastisch gitaarwerk en de onweerstaanbaar lekkere stem van frontvrouw Augusta Koch. No Need To Be Lonely walst direct vanaf de eerste noten over je heen met de ene na de andere geweldige rocksong en na twaalf tracks wil je alleen maar nog veel meer.



Aan het eind van 2022 verscheen Don’t Know What You’re in Until You’re Out van de Amerikaanse band Gladie. Het leek me op het eerste gehoor het zoveelste album dat wat fantasieloos teruggreep op de indierock uit de jaren ’90. Ik was in de jaren ’90 echt gek op indierock en heb stapels albums in het genre, waardoor bands die teruggrijpen op de hoogtijdagen van het genre van goeden huize moeten komen. 

Ik schatte het tweede album van Gladie in eerste instantie niet zo hoog in, maar daar moest ik snel op terugkomen. De band uit Philadelphia, Pennsylvania, liet op Don’t Know What You’re in Until You’re Out niet alleen lekker in het gehoor liggende en behoorlijk aanstekelijke songs horen, maar deed ook verder alles goed. 

Het gitaarwerk op het album was mooi en veelkleurig en ook de rest van de band liet een aansprekend geluid horen. De ster van de band bleek echter frontvrouw Augusta Koch, die niet alleen fraai bijdroeg aan het veelzijdige gitaargeluid van de band, maar met haar opvallende stem het geluid van Gladie bovendien flink optilde. 

Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het deze week verschenen derde album van de band uit Philadelphia. Ook op No Need To Be Lonely maakt Gladie geen geheim van haar bewondering voor indierock uit de jaren ’90. Gladie knalt er meteen lekker in met stevig en af en toe ontsporend gitaarwerk en de stem van Augusta Koch. 

De Amerikaanse muzikante heeft een lekker rauw randje op haar stembanden en zingt met veel dynamiek. Ze heeft een achtergrond in de punk (ze voerde in het verleden de band Cayetana aan) en dat hoor je wanneer ze haar teksten met veel venijn uitspuugt. Vergeleken met het vorige album van Gladie is Augusta Koch echter beter gaan zingen, waardoor ze ook in de wat minder stevige passages op het album makkelijk overtuigt. 

De stem van Augusta Koch tilde het tweede album van de Amerikaanse band naar een hoger plan en slaagt daar ook op No Need To Be Lonely in. Ik heb altijd wel een zwak voor de wat meisjesachtige stemmen uit de ’90s indierock, maar ook de rauwe strot van Augusta Koch pakt me genadeloos in. 

De zang is ook dit keer het sterkste wapen van Gladie, maar het gitaarwerk van de band volgt op de voet. No Need To Be Lonely staat vol met hoge en gruizige gitaarmuren, maar het gitaarwerk op het album kan ook op geweldige wijze uit de bocht vliegen of juist opvallen door een dienend karakter. Af en toe is er ruimte voor melodieuzere passages, die herinneren aan J. Mascis van Dinosaur Jr., een band die ook op andere terreinen een inspiratiebron is voor Gladie. 

Met een stem als die van Augusta Koch en het fraaie gitaarwerk van de band kan er eigenlijk weinig meer mis gaan, maar Gladie is ook nog eens goed voor geweldige songs. De band uit Philadelphia gooit er in een kleine veertig minuten twaalf tracks tegenaan en ze zijn allemaal even lekker. 

No Need To Be Lonely is ook nog eens geweldig geproduceerd door Jeff Rosenstock, die ik eigenlijk alleen van naam ken, maar die het nieuwe album van Gladie heeft voorzien van een vol en dynamisch geluid. No Need To Be Lonely knalt af en toe uit de speakers, maar Gladie durft op haar nieuwe album ook gas terug te nemen en weet ook dan te overtuigen. Wat een heerlijk album. Erwin Zijleman

De muziek van Gladie is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://gladie.bandcamp.com/album/no-need-to-be-lonely.


No Need To Be Lonely van Gladie is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Selah Sue & The Gallands - Movinb'

Een min of meer toevallige samenwerking tussen het Belgische duo The Gallands en de eveneens Belgische Selah Sue levert een sterk album op, waarop Selah Sue eindelijk weer eens haar enorme talent laat horen
Ik luisterde eerder deze week weer eens naar het debuutalbum van de destijds nog piepjonge Selah Sue en wat is het nog altijd een geweldig album. Het niveau van haar debuutalbum heeft de Belgische muzikante helaas nooit meer weten te evenaren en op haar laatste album leek ook het vuur wat gedoofd, maar dit brandt gelukkig weer op het deze week verschenen Movin’. Samen met het duo The Gallands tekent Selah Sue voor een even lome als opwindende mix van soul, R&B en jazz. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar ik hoor ook weer het vuur in de stem van Selah Sue, die geweldig zingt. Selah Sue is door velen al lang afgeschreven, maar op Movin’ hoor je dat ze het nog steeds kan.



Het is bijna op de dag af vijftien jaar geleden dat het debuutalbum van de Belgische zangeres Selah Sue verscheen. Het alter ego van Sanne Putseys timmerde op dat moment al een jaar of drie aan de weg bij onze zuiderburen, maar voor mij kwam het debuutalbum van de destijds pas 21 jaar oude Selah Sue als een donderslag bij heldere hemel. 

Het titelloze album uit 2011 was en is een fantastisch album, waarop Selah Sue niet alleen overtuigt als zangeres, maar ook laat horen dat ze in heel veel genres uit de voeten kan. Met een album van dit kaliber had Selah Sue wat mij betreft kunnen of zelfs wel moeten uitgroeien tot een wereldster, maar het liep anders. 

De Belgische muzikante nam lang de tijd voor haar tweede album Reason, dat in het voorjaar van 2015 verscheen. Het album liet een wat meer mainstream en aanmerkelijk minder spannend geluid horen dan haar debuutalbum, maar wat mij betreft zat Selah Sue nog wel aan de goede kant van de streep. 

Na haar tweede album nam de Belgische muzikante tijd voor het moederschap en worstelde ze met depressies, waardoor haar derde album pas in 2022 verscheen. Persona vond ik persoonlijk een enorme miskleun, die niets meer liet horen van de belofte van het debuutalbum. 

Selah Sue overtuigde zelf nog wel met haar stem en teksten waarin ze persoonlijke thema’s niet uit de weg ging, maar in muzikaal opzicht klonk het album weinig inspirerend en nogal doorsnee. Selah Sue werkte op haar derde album bovendien samen met een aantal rappers die er niet veel van konden, wat het album flink onder de grens van de grauwe middelmaat trok. 

Sanne Putseys wordt later dit voorjaar 37 jaar oud en liet op een vorig jaar verschenen live-album horen dat er nog altijd muziek zit in Selah Sue. Desondanks had ik geen hoge verwachtingen van een nieuw album, maar het deze week verschenen Movin’ is een zeer aangename verrassing. 

Op Movin’ werkt Selah Sue samen met The Gallands, een Belgisch duo dat bestaat uit Stéphane Galland op drums en zijn zoon Elvin Galland op keys. Een als eenmalige bedoelde samenwerking tussen het duo en Selah Sue bleek naar meer te smaken en daarom is er nu een album met intro en tien tracks. 

The Gallands doen op Movin’ hun eigen ding, maar voor Selah Sue is het een flinke stap buiten haar muzikale comfort zone. Natuurlijk was dit vijftien jaar geleden haar kracht, maar dat is lang geleden. Op Movin’ laat Selah Sue horen dat haar talent niet is verdwenen. De Belgische muzikante schittert als zangeres en weet me voor het eerst sinds haar debuutalbum weer echt te raken met haar stem. 

Het is een stem die zich soepel beweegt door het lome en wat broeierige geluid van The Gallands, die de inspiratie vooral vinden in de jazz, soul en R&B, met hier en daar een snufje triphop. Het door keyboards gedomineerde geluid kleurt mooi bij de inmiddels wat doorleefder klinkende stem van Selah Sue, die samen met de stuwende drumpartijen zorgt voor dynamiek. 

Het is heerlijke muziek voor een mooie zomeravond, maar het is ook een onvervalst koptelefoon-album dat zowel in muzikaal als vocaal opzicht veel te bieden heeft. Het siert Selah Sue dat ze een in commercieel opzicht minder interessante keuze durft te maken, maar Movin’ is ook een album waarmee de Belgische muzikante iedereen die is afgehaakt na haar tweede of zelfs na haar eerste album weer kan overtuigen van haar kwaliteiten. Erwin Zijleman


Movin' van Selah Sue & The Gallands is verkrijgbaar via de Mania webshop:


24 maart 2026

Review: Richard Bolhuis - We Are Guided by the Same Stars

De albums die de Groningse muzikant Richard Bolhuis maakte onder de naam House of Cosy Cushions zijn echt zeer de moeite waard en dat geldt ook weer voor het onder zijn eigen naam uitgebrachte We Are Guided by the Same Stars
Er verscheen de afgelopen tijd geen album dat mooier is verpakt dan We Are Guided by the Same Stars van Richard Bolhuis, die ook als kunstenaar aan de weg timmert. Ook in muzikaal opzicht valt er gelukkig meer dan genoeg te genieten op het eerste album dat de vanuit Groningen opererende muzikant onder zijn eigen naam heeft uitgebracht. Met zijn project House of Cosy Cushions maakte hij toegankelijke en minder toegankelijke muziek, maar We Are Guided by the Same Stars is over het algemeen een behoorlijk toegankelijk album, al is ‘toegankelijk’ in het geval van Richard Bolhuis een relatief begrip. Na een paar keer horen valt echter alles op zijn plek op dit bijzondere album.


Richard Bolhuis is een Brits-Nederlandse beeldend kunstenaar en muzikant, die de afgelopen jaren vooral de aandacht trok met de audiovisuele installaties waarmee hij exposeerde in een aantal toonaangevende musea in binnen- en buitenland. Ik ken hem zelf vooral als muzikant, want Richard Bolhuis maakte een aantal bijzondere albums met zijn Nederlands-Ierse project House of Cosy Cushions, waarvan ik de laatste drie besprak op De Krenten uit de Pop. 

Het album Haunt Me Sweetly was in 2012 mijn eerste kennismaking met de muziek van House of Cosy Cushions en ik vind het nog altijd een prachtig album. De psychedelische klanken op het album deden me wel wat denken aan het vroege werk van Pink Floyd, maar ik noemde ook Low en Sparklehorse als relevant vergelijkingsmateriaal. 

In mijn recensie van Spell uit 2014 noemde ik wederom Pink Floyd in haar jonge jaren, maar ook Genesis met Peter Gabriel in de gelederen en David Sylvian. Spell was echter nog meer dan Haunt Me Sweetly een lastig te doorgronden maar ook wonderschoon album, dat zich uiteindelijk lastig liet vergelijken met de muziek van anderen. 

Ook het vooral met bijzondere soundscapes gevulde Underground Bliss uit 2018 is een album dat zeker bij eerste beluisteringen lastig te doorgronden was, maar dat me uiteindelijk dierbaar werd. Lange tijd hoorde ik na dit album niets meer van Richard Bolhuis, maar onlangs leverde de postbode het bijzonder fraai vormgegeven We Are Guided by the Same Stars af. 

Het is het eerste album dat de Groningse muzikant onder zijn eigen naam heeft uitgebracht en het is net als de albums van House of Cosy Cushions een bijzonder album. Dat begint al bij de prachtige handgemaakte en gezeefdrukte hoes waarin het vinyl is te vinden, maar ook in muzikaal opzicht is We Are Guided by the Same Stars een mooi en bijzonder album. 

Zeker vergeleken met het laatste album van House of Cosy Cushions is het nieuwe album van Richard Bolhuis een verrassend toegankelijk album. Veel songs op We Are Guided by the Same Stars hebben een folky basis en zijn voorzien van relatief sobere klanken. Richard Bolhuis kiest in deze songs voor stemmige en akoestische klanken van vooral de akoestische gitaar, die fraai worden gecombineerd met zijn stem. 

Het is een stem die in meerdere tracks prachtig wordt ondersteund door de Ierse muzikante Carol Anne McGowan, die ook een aantal mooie soloalbums op haar naam heeft staan. Ook de folky songs op het album hebben een psychedelisch tintje, maar dit is duidelijker hoorbaar wanneer de songs opschuiven richting deels met elektronica ingekleurde soundscapes. 

We Are Guided by the Same Stars is een album dat uitnodigt tot wegdromen, maar het is ook een album waarvan je geen detail wilt missen en dat mooier en interessanter wordt wanneer je er vaker naar luistert. De naam Richard Bolhuis is helaas nog altijd relatief onbekend in muziekland, maar de Groningse kunstenaar en muzikant levert ook met zijn nieuwe album weer in kwalitatief opzicht hoogstaande muziek af. 

Vergelijken met de muziek van anderen is ook dit keer lastig. Ik hoor nog met enige regelmaat flarden van Pink Floyd, maar net als op de albums van House of Cosy Cushions maakt Richard Bolhuis op We Are Guided by the Same Stars muziek die op zichzelf staat. Het levert wederom een fascinerend album op, dat absoluut de tijd moet krijgen om te groeien. Erwin Zijleman

De muziek van Richard Bolhuis is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Groningse muzikant: https://richardbolhuis.bandcamp.com/album/we-are-guided-by-the-same-stars.


We Are Guided by the Same Stars van Richard Bolhuis is verkrijgbaar via de Mania webshop:

23 maart 2026

Review: Leah Blevins - All Dressed Up

De Amerikaanse muzikante Leah Blevins heeft samen met topproducer Dan Auerbach een countryalbum gemaakt vol echo’s uit de jaren ’70, maar All Dressed Up klinkt ook absoluut fris en eigentijds
Het debuutalbum van Leah Blevins wist ik in 2021 niet op de juiste waarde te schatten, maar de muzikante uit Kentucky overtuigde me later alsnog van haar kwaliteiten. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker met haar deze week verschenen tweede album All Dressed Up, dat werd geproduceerd door niemand minder dan Dan Auerbach. De Amerikaanse producer zorgt vaak voor een jaren ’70 sfeer en dat doet hij ook op het tweede album van Leah Blevins, dat onder andere herinnert aan de albums van de grote countryzangeressen uit de jaren ’70. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend, maar de voor countrymuziek gemaakte stem van Leah Blevins geeft het album een eigen smoel.



In de zomer van 2021 verscheen First Time Feeling van Leah Blevins. Toen ik het debuutalbum van de muzikante uit Sandy Hook, Kentucky, bijna vijf jaar geleden voor het eerst beluisterde, vond ik met name de zang net wat te veel van het goede, waardoor ik het album links liet liggen. Daar heb ik later spijt van gehad, want First Time Feeling van Leah Blevins is een album dat me uiteindelijk wel goed beviel en dat was ook zeker de verdienste van de bijzondere stem van de muzikante die werd geboren aan de voet van de Appalachen. 

Ik kan mijn verkeerde inschatting van de kwaliteiten van Leah Blevins deze week rechtzetten, want bijna vijf jaar na haar in de Verenigde Staten goed ontvangen debuutalbum, is ook haar tweede album verschenen. De stem van Leah Blevins ken ik inmiddels en ik begrijp echt niet meer dat ik in het verleden niet onder de indruk was van haar zang. De muzikante uit Kentucky beschikt immers over een stem die gemaakt is voor countrymuziek. 

Het is een stem met een ruw randje en het is een stem waarin de countrysnik al zit ingebakken. Daar was ik in het verleden kennelijk minder vatbaar voor, maar bij eerste beluistering van haar nieuwe album All Dressed Up had Leah Blevins me direct te pakken, net zoals bijvoorbeeld Sierra Ferrell dat kan. Vergeleken met haar debuutalbum is Leah Blevins ook beter gaan zingen, want de zang op haar tweede album is wat minder zwaar aangezet en klinkt hierdoor aangenamer. 

Ik had in 2021 niet alleen de zang van Leah Blevins verkeerd ingeschat, want ik duwde haar debuutalbum ook wat te makkelijk in het hokje Nashville countrypop. Ook All Dressed Up bevat zeker invloeden uit de pop, maar het album klinkt anders dan het gemiddelde countrypop album dat momenteel wordt gemaakt in Nashville. 

Leah Blevins nam haar nieuwe album wel op in de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek, maar deed dit met niemand minder dan Dan Auerbach. De voorman van The Black Keys heeft in zijn producties meestal een voorkeur voor muziek uit de jaren ’70 en zijn voorliefde voor muziek uit dit decennium is ook te horen op All Dressed Up van Leah Blevins. 

Het album klinkt immers meer als een countryalbum uit de jaren 70 dan als een countrypop album van dit moment. Bij beluistering van All Dressed Up hoor je echo’s van de grote countryzangeressen uit de jaren 70 en zeker Dolly Parton heeft flink wat invloed gehad op het geluid van Leah Blevins, maar je hoort ook invloeden van countryzangeressen uit een verder verleden of invloeden uit de popmuziek van de jaren 70. 

Ik ben zeker niet vies van de moderne countrypop uit Nashville, maar ook het wat authentiekere countrygeluid van de muzikante uit Kentucky spreekt me zeer aan. Dan Auerbach tekent voor een fraaie wat retro productie en nodigde bovendien een waslijst aan muzikanten uit, deels van naam en faam, die goed zijn voor een rijk, veelkleurig en ook gloedvol geluid, met alle instrumenten die je verwacht op een tijdloos klinkend countryalbum. 

Het album overtuigde me in productioneel en muzikaal opzicht onmiddellijk, maar het is de stem van Leah Blevins die All Dressed Up voorziet van een onderscheidend geluid. Ze kan flink uithalen met haar countrysnik, maar ze kan ook prachtig ingetogen zingen. Ik zat vijf jaar geleden echt flink mis met mijn inschatting van de kwaliteiten en de potentie van Leah Blevins, maar op basis van haar tweede album voorspel ik haar alsnog een grote toekomst. Erwin Zijleman

De muziek van Leah Blevins is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://leahblevins.bandcamp.com/album/all-dressed-up.