16 augustus 2026

Review - The Womack Sisters - The Womack Sisters

Het legendarische label Daptone Records verloor met de dood van Sharon Jones en Charles Bradley twee van haar boegbeelden, maar heeft met The Womack Sisters opnieuw een hele sterke troef in handen.
BG, Kucha en Zeimani Womack hebben een aantal legendarische soulmuzikanten in hun familie, maar een platencontract was zeker niet vanzelfsprekend voor de drie zussen. Dat is nauwelijks te begrijpen, want op het deze week verschenen debuutalbum van The Womack Sisters hoor je dat BG, Kucha en Zeimani Womack alle drie fantastisch kunnen zingen en elkaars stemmen kunnen versterken in prachtige harmonieën. Het zijn stemmen die het geweldig doen in een authentiek klinkend soulgeluid met echo’s uit de jaren 60 en 70 en daarvoor ben je bij het Daptone label aan het juiste adres. Er verschenen dit jaar al prima soulalbums, maar het debuutalbum van The Womack Sisters is ze makkelijk de baas.



Op zondagavond bespreek ik over het algemeen een wat ouder album, maar door het enorm grote aanbod van deze week geef ik de voorkeur aan een nieuw album. Het deze week verschenen debuutalbum van The Womack Sisters is overigens wel een album vol historie. 

Niemand minder dan de legendarische soulzanger Sam Cooke is de opa van BG, Kucha en Zeimani Womack, die samen The Womack Sisters vormen. Hun opa hebben ze nooit gekend, want die werd heel lang voor hun geboorte (in 1964) in een motel in Los Angeles vermoord. Ook hun in 2014 overleden oom Bobby Womack timmerde decennia lang stevig aan de weg als soulzanger. 

Bobby Womack trouwde overigens na de dood van Sam Cooke met zijn weduwe, maar dat huwelijk liep op de klippen toen hij het aanlegde met haar tienerdochter Linda. Deze Linda trouwde later met Cecil, de broer van Bobby Womack en eerder getrouwd met soulzangeres Mary Wells, en ze kregen samen zeven kinderen, onder wie BG, Kucha en Zeimani. Linda en Cecil scoorden in 1988 overigens onder de naam Womack & Womack een enorme hit met de single Teardrops. 

BG, Kucha en Zeimani hebben een fascinerende familiegeschiedenis, maar ze hebben gelukkig ook de muzikale genen van hun roemruchte familieleden meegekregen. Het is te horen op het titelloze debuutalbum van The Womack Sisters, dat deze week is verschenen. 

Het titelloze debuutalbum van The Womack Sisters is een gloednieuw album, maar laat een geluid horen dat ook decennia oud zou kunnen zijn. Het is een geluid dat is geïnspireerd door de soulmuziek die aan het eind van de jaren 60 en aan het begin van de jaren 70 werd gemaakt door roemruchte labels als Motown en Stax. 

De zussen Womack hebben onderdak gevonden bij het Daptone label, dat vooral indruk maakte met de albums van Sharon Jones & The Dap-Kings en Charles Bradley, die de soulmuziek van weleer nieuw leven in bliezen op een aantal fantastische albums. De studio van het label en een aantal aan het label verbonden muzikanten speelden overigens ook een voorname rol bij het tot stand komen van het album Back to Black van Amy Winehouse. 

Het label heeft zich nu gelukkig ook ontfermd over BG, Kucha en Zeimani, op wie de meeste platenmaatschappijen niet zaten te wachten en dit ondanks hun afkomst. Daptone staat garant voor soulmuziek die klinkt zoals soulmuziek decennia geleden klonk en zo klinkt ook het debuutalbum van The Womack Sisters. Het album is voorzien van een gloedvol en veelzijdig soulgeluid dat soms is voorzien van flink wat strijkers, maar ook blazers of een orgeltje op de voorgrond kan zetten. 

Het is een soulgeluid dat uitstekend past bij de stemmen van de drie zussen Womack, die alle drie beschikken over een fantastische stem, maar nog meer imponeren met fraaie koortjes en harmonieën. De zussen Womack laten zich bovendien niet verleiden tot vocale acrobatiek, waardoor de zang op het album in alle songs raak is. 

Het klinkt, mede door de productie van Daptone oprichter Gabriel Roth (Bosco Mann), echt bijzonder lekker, zeker als de nostalgie ervan afdruipt en dat doet het het grootste deel van de tijd. In muzikaal, productioneel en vocaal opzicht klopt alles op dit fantastische soulalbum, maar ook de kwaliteit van de songs is hoog. Het zijn songs die niet hadden misstaan op de albums van grote soulmuzikanten uit het verleden. Het moet genoeg zeggen over de talenten van The Womack Sisters. Erwin Zijleman

De muziek van The Womack Sisters is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het Amerikaanse drietal: https://thewomacksisters.bandcamp.com/album/the-womack-sisters.


The Womack Sisters van The Womack Sisters is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review - L'Rain - fata morgana

Ook op haar derde album maakt de Amerikaanse muzikante Taja Cheek onder de naam L’Rain ongrijpbare muziek, maar hoe vaker je naar de fascinerende songs op fata morgana luistert, hoe meer er op zijn plek valt.
Toen ik een paar jaar geleden voor het eerst kennis maakte met de muziek van L’Rain kon ik niet zo veel met de behoorlijk experimentele muziek van de New Yorkse muzikante Taja Cheek. Eenmaal gewend aan de bonte mix van invloeden en de bijzondere songstructuren hoorde ik echter steeds meer in de songs van L’Rain. Het deze week verschenen fata morgana is de opvolger van het drie jaar geleden verschenen I Killed Your Dog, dat net als voorganger Fatigue heel wat jaarlijstjes wist te bereiken. Taja Cheek heeft wederom een bijzonder album afgeleverd en het is een album dat is te beluisteren als een serie songs, maar dat wat mij betreft beter tot zijn recht komt als een lange en wederom bijzondere luistertrip.



Toen ik helemaal aan het eind van 2021 een enorme stapel jaarlijstjes bestudeerde, kwam ik opvallend vaak het album Fatigue van L’Rain tegen en dat zei me op dat moment echt helemaal niets. Dat de critici zo lovend waren over het album van de Amerikaanse muzikante Taja Cheek begreep ik na de eerste keer luisteren direct, maar het duurde vervolgens nog wel even voor ik ook zelf enthousiast werd over de muziek van L’Rain. 

De critici deden hun uiterste best om de muziek op Fatigue in een hokje te duwen, maar mij lukte het niet. Ik hoorde soul, gospel, jazz, psychedelica, avant-garde, elektronica en nog veel meer. In muzikaal opzicht gebeurt er echt van alles in de muziek van L’Rain, maar de muzikante uit Brooklyn, New York, beschikt ook nog eens over een fascinerende stem met veel soul. 

Toen in 2023 het derde album van L’Rain verscheen (in 2017 verscheen haar titelloze debuutalbum) wist ik wat ik ongeveer moest verwachten, maar de muziek van Taja Cheek bleef behoorlijk ongrijpbaar. I Killed Your Dog is misschien net iets toegankelijker dan Fatigue, maar toegankelijk is in het geval van L’Rain een zeer relatief begrip. Ik heb heel vaak naar het album moeten luisteren voor het begon te landen, maar uiteindelijk vond ik I Killed Your Dog een onbetwist jaarlijstjesalbum. 

Taja Cheek heeft deze week het vierde album van haar project L’Rain uitgebracht en ook fata morgana is weer een fascinerend album. Ook dit keer worden er vele pogingen gedaan om het album in een hokje te duwen, maar ik begin er niet eens aan. Op fata morgana verwerkt de Amerikaanse muzikante zeer uiteenlopende invloeden in haar muziek en al deze invloeden worden samengesmeed in een uniek geluid. 

fata morgana is op het eerste gehoor iets toegankelijker dan het nog altijd ongrijpbare Fatigue, maar het duurde bij mij toch weer even voordat alles op zijn plek viel. Delen van de muziek en zeker de stem van Taja Cheek verleiden makkelijk, maar de songs van L’Rain gaan zo veel kanten op dat je verkregen houvast ook snel weer kwijt bent. 

Dromerige klankentapijten spelen op de achtergrond een belangrijke rol op fata morgana, maar op de voorgrond gebeurt er zo veel dat het je met grote regelmaat duizelt, zeker wanneer het album heel af en toe explodeert, zoals in het tegendraadse soulles cycle. 

Het album bevat flarden van popsongs met een kop en een staart, maar fata morgana laat zich het best beluisteren als een bijna veertig minuten durende luistertrip. Het is weer een net wat andere luistertrip dan op de vorige twee albums, want naast alle al genoemde invloeden hoor ik dit keer ook meer invloeden uit de ambient, hiphop en triphop, om nog maar eens drie extra genres te noemen. 

fata morgana van L’Rain is in muzikaal en vocaal opzicht een fascinerend album, maar het door Taja Cheek, Ben Chapoteau-Katz en Andrew Lappin gemaakte album is ook een productioneel hoogstandje, waarop je steeds weer nieuwe dingen hoort. 

Ik heb lang niet altijd zin in de muziek van L’Rain en de songs van de muzikante uit Brooklyn komen ook niet op ieder moment tot zijn recht, maar als je er even voor gaat zitten en fata morgana van de eerste tot en met de laatste noot ondergaat kom je terecht in een bijzonder muzikaal universum, waarin het goed toeven is. fata morgana is het derde uitstekende album van L’Rain en het proberen zeker waard. Erwin Zijleman

De muziek van L'Rain is ook verkrijgbaar via de bancamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://lrain.bandcamp.com/album/fata-morgana.


fata morgana van L'Rain is verkrijgbaar via de Mania webshop:



15 augustus 2026

Review: Phoebe Bridgers - Lost Weekend

Phoebe Bridgers dook negen jaar geleden op met een uniek eigen geluid en dat geluid laat ze ook weer horen op haar deze week verschenen derde album Lost Weekend, dat vijftig minuten lang betovert en bedwelmt.
Het is bijna niet te geloven dat er zes jaar zijn verstreken sinds de release van Punisher, het tweede album van Phoebe Bridgers, en zelfs negen jaar sinds haar debuutalbum Stranger in the Alps verscheen. In die jaren is de Amerikaanse muzikante uitgegroeid tot een van de allergrootsten binnen de indiescene en op haar deze week verschenen derde album Lost Weekend laat Phoebe Bridgers horen dat dat niet voor niets is. Het is vanaf de eerste noten een typisch Phoebe Bridgers album, maar ze zet op subtiele wijze ook stappen in uiteenlopende richtingen, bijvoorbeeld in de arrangementen en in de teksten. Lost Weekend is heel goed, maar zal nog wel verder groeien de komende tijd, net als de vorige albums van Phoebe Bridgers dat deden.



Bijna negen jaar geleden schreef ik het volgende over Stranger in the Alps, het debuutalbum van Phoebe Bridgers: “Direct bij eerste beluistering werd ik gegrepen door de bijna desolate sfeer op Stranger in the Alps en onder de indruk van de ruwe schoonheid en enorme impact van de songs van Phoebe Bridgers. Luister naar Stranger in the Alps en je voelt de pijn van een jonge vrouw die een beroerde jeugd achter zich heeft gelaten, luister nog een paar keer en je hoort een plaat die overloopt van talent, zeggingskracht en bijzondere schoonheid. Phoebe Bridgers heeft een album gemaakt dat van alles met je doet. Het is een album dat vanwege alle melancholie en ellende pijn kan doen, maar het is ook een album dat betovert met songs die je voor altijd wilt koesteren.” 

Het zijn woorden waar ik nog steeds volledig achter sta. Stranger in the Alps hoort bij de mooiste albums die ik ken en ondanks het feit dat ik het album al heel vaak heb beluisterd, raakt het me iedere keer als ik het hoor weer diep, waardoor het debuutalbum van Phoebe Bridgers me steeds dierbaarder wordt. 

Ook na Stranger in the Alps maakte Phoebe Bridgers volop mooie muziek. Er was de samenwerking met Conor Oberst op het album van Better Oblivion Community Center uit 2019, er was in 2020 haar geweldige tweede album Punisher en er was natuurlijk het debuutalbum van boygenius in 2023. Allemaal prachtig, maar Stranger in the Alps steekt er voor mij nog altijd bovenuit. 

En nu is er dan, na zes jaar wachten, het derde soloalbum van Phoebe Bridgers, die inmiddels is uitgegroeid tot een van de grote sterren binnen de indiepop en indierock van het moment. Dat dit terecht is hoor je op haar nieuwe album Lost Weekend, dat zich niet zomaar laat vergelijken met haar debuutalbum, dat ze op jonge leeftijd maakte. 

Het betekent niet dat het geluid van Phoebe Bridgers volledig is veranderd sinds Stranger in the Alps. Ook op Lost Weekend zingt de Amerikaanse muzikante vooral fluisterzacht en haar songs hebben ook nog altijd een wat donkere sfeer die varieert van melancholisch tot desolaat. Lost Weekend is wel een stuk veelzijdiger dan het debuutalbum, want het kan dit keer meerdere kanten op.

Een aantal tracks op Lost Weekend is voorzien van behoorlijk uitbundige arrangementen, maar ik vind de muziek van Phoebe Bridgers nog altijd het mooist wanneer ze genoeg heeft aan een akoestische gitaar en wat wolken met atmosferische, donkere en soms unheimische klanken van synths en de strijkers van Rob Moose. Zeker in de meest ingetogen songs op Lost Weekend zingt Phoebe Bridgers fluisterzacht en dan vind ik ook haar stem op zijn mooist. 

Lost Weekend bevat zestien tracks en meer dan vijftig minuten muziek en in die vijftig minuten domineren de ingetogen songs. Het levert een groot deel van de tijd een intiem album op en dat is best bijzonder, zeker als je kijkt naar de enorm lange lijst met gastmuzikanten van naam en faam en de extra producers die zijn ingeschakeld voor het album, onder wie ook Jack Antonoff. 

De songs met wat zwaarder aangezette arrangementen en een wat voller en soms wat steviger geluid zijn zeker de moeite waard. In deze tracks laat Phoebe Bridgers horen dat ze meer in huis heeft dan het geluid dat we van haar kennen, maar persoonlijk ben ik juist gehecht aan dat geluid, waardoor ik bekend klinkende tracks op Lost Weekend het mooist vind.

Lost Weekend is een prachtig album, dat nog maar eens laat horen dat Phoebe Bridgers beschikt over een uniek eigen geluid en over het vermogen om songs te schrijven die betoveren, verwonderen en diep onder de huid kruipen. Net als de vorige albums van de Amerikaanse muzikante zal ook Lost Weekend nog moeten groeien, maar dat ik ook dit album ga koesteren, is zeker. 

Ik vind Lost Weekend minstens zo goed als Punisher en ook niet minder dan het album van boygenius en dus een meer dan uitstekend album, maar haar debuutalbum Stranger in the Alps blijft voor mij ook dit keer onaantastbaar. Dat gaat ook niet meer veranderen en dat is prima. Erwin Zijleman

De muziek van Phoebe Bridgers is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://phoebebridgers.bandcamp.com/album/lost-weekend.


Lost Weekend van Phoebe Bridgers is verkrijgbaar via de Mania webshop:



14 augustus 2026

Review: Margaret Glaspy - I Am Both

Margaret Glaspy staat inmiddels al tien jaar garant voor bijzonder mooie albums, maar op het deze week verschenen album I Am Both doet de Amerikaanse muzikante er nog een schepje bovenop qua schoonheid en intensiteit.
Met topproducer Joe Henry en geweldige muzikanten als Patrick Warren, Ross Gallagher en Jay Bellerose heb je de basis voor een prachtalbum te pakken, maar op I Am Both is Margaret Glaspy zelf de ster. Ze speelt prachtig en veelkleurig gitaar, heeft mooie teksten geschreven, is goed voor aansprekende songs vol invloeden en ze zingt ook nog eens prachtig op haar nieuwe album. Met haar vorige albums bleef de muzikante uit Brooklyn helaas een goed bewaard geheim, maar met I Am Both heeft ze een album gemaakt waar liefhebbers van (vrouwelijke) singer-songwriters niet omheen kunnen. De vorige albums van Margaret Glaspy waren heel erg goed, I Am Both is nog beter.



De Amerikaanse singer-songwriter Margaret Glaspy bracht een jaar geleden het mini-album The Golden Heart Protector uit. Ik maakte in een hele drukke releaseweek geen plekje vrij voor het ruim 25 minuten durende mini-album, dat ik vooral zag als een tussendoortje, maar achteraf bezien heb ik vaker geluisterd naar het mini-album dan naar de drie volwaardige albums van Margaret Glaspy. 

Op The Golden Heart Protector vertolkt de muzikante uit Brooklyn, New York, uitsluitend songs van anderen en dat doet ze samen met gastmuzikanten van naam en faam, onder wie Madison Cunningham, Norah Jones, Andrew Bird en James Bay en dat levert een serie memorabele songs op. 

Dat ik het tussendoortje van Margaret Glaspy vaker heb beluisterd dan haar reguliere albums zegt overigens niets over de kwaliteit van die albums, want ook over Emotions and Math (2016), Devotion (2020) en Echo the Diamond (2023) was ik zeer positief, maar vreemd genoeg haalde geen van de albums mijn jaarlijstje, wat overigens zeker terecht was geweest. 

Op haar debuutalbum deed Margaret Glaspy af en toe denken aan Fiona Apple, misschien wel de muzikante die ik het meest bewonder, maar op haar tweede album koos ze voor de elektronica, terwijl ze op haar derde album juist koos voor een steviger maar nog altijd onderscheidend gitaargeluid. Bij Margaret Glaspy weet je nooit waar je aan toe bent en dat maakt haar muziek interessant en onderscheidend. 

Gezien de albums uit het verleden is het geen verrassing dat de muzikante uit Brooklyn op haar deze week verschenen vierde album I Am Both weer kiest voor een ander geluid. I Am Both opent met redelijk ingetogen klanken van de akoestische gitaar en een fraai orgeltje, waarna de stem van Margaret Glaspy het voortouw mag nemen. Het is een stem die op het nieuwe album echt prachtig doorleefd klinkt, met een aangenaam ruw randje als bonus. 

Michigan, de indringende openingstrack van het nieuwe album van Margaret Glaspy, zou afkomstig kunnen zijn uit de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk en dat is een kant die ik nog niet van haar kende. Het is een kant van Margaret Glaspy die me wel bevalt, want ik vind de openingstrack van I Am Both imponerend mooi. Het album verslapt vervolgens niet, want alle songs op I Am Both zijn even mooi en intiem. 

Invloeden uit de Laurel Canyon folk blijven een belangrijke rol spelen op het album, maar Margaret Glaspy beweegt zich langzaam maar zeker naar het heden en schuwt ook het net wat stevigere werk niet. De zang op het album is van een bijzondere schoonheid, intensiteit en intimiteit en met name door de zang werd ik direct verpletterd door I Am Both. 

Er wordt echter ook fantastisch gespeeld op het album, wat ook niet anders kan met een band die bestaat uit topmuzikanten. Patrick Warren bespeelt de keyboards, Ross Gallagher de bas, terwijl Jay Bellerose de drumpartijen voor zijn rekening neemt. Dat klinkt fantastisch, maar ook het akoestische en elektrische gitaarspel valt in positieve zin op en dat is van de hand van Margaret Glaspy zelf. 

Een topproducer kan een album als I Am Both nog wat verder optillen en ook daar is aan gedacht, want niemand minder dan Joe Henry tekende voor de productie van het album en zorgt voor een intiem en organisch geluid. Margaret Glaspy werkte de afgelopen tien jaar aan een bijzonder oeuvre, maar met I Am Both heeft ze haar voorlopige meesterwerk gemaakt. Erwin Zijleman

De muziek van Margaret Glaspy is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://margaretglaspy.bandcamp.com/album/i-am-both.


I Am Both van Margaret Glaspy is verkrijgbaar via de Mania webshop:




Review: Mountain Boy - The Nights

Het is in Nieuw-Zeeland nu winter en dat hoor je op het deze week verschenen album The Nights van Mountain Boy, dat gemaakt lijkt voor donkere winteravonden, maar het ook verrassend goed doet bij de zomerse temperaturen van het moment.
Op het eerste gehoor kabbelde The Nights van Mountain Boy wat mij betreft wat voort en vond ik het ook wat zoetsappig klinken, maar na enige gewenning viel bij mij alles op zijn plek. Het alter ego van de Nieuw-Zeelandse muzikant Aaron Clarke maakt muziek met invloeden uit de countryrock, folkrock en softrock. Het is muziek met een duidelijke jaren 70 Westcoast vibe, maar The Nights sluit ook aan bij indiefolk albums van dit moment. Het zijn intieme en vooral ingetogen songs, maar het zijn ook songs die zijn volgestopt met mooie details, die ervoor zorgen dat The Nights steeds interessanter wordt. Ook de stem van Aaron Clarke vraagt om enige gewenning, maar draagt uiteindelijk bij aan de kwaliteit van het album.



Zonder de geweldige nieuwsbrief van de onlangs helaas ter ziele gegane muziekwinkel Flying Out is het wat lastiger om de Nieuw-Zeelandse muziekscene goed te volgen, maar gelukkig is er deze week ook in de rest van de wereld enige aandacht voor de muziek van Mountain Boy. Het is het alter ego van de (in Australië geboren) Nieuw-Zeelandse muzikant Aaron Clarke, die in 2024 het album The Days uitbracht. Dat album ken ik niet, waardoor het deze week verschenen The Nights mijn eerste kennismaking is met de muziek van Mountain Boy. 

De songs van Mountain Boy bevonden zich, zeker bij eerste beluistering van The Nights, niet helemaal binnen mijn muzikale comfort zone. Ik heb om te beginnen een duidelijke voorkeur voor vrouwenstemmen, maar ik vond The Nights bij eerste beluistering ook wel wat zoetsappig en als ik ergens moeite mee heb is het wel zoetsappige muziek van mannelijke singer-songwriters. 

Ik ben blij dat ik ben blijven luisteren naar het album, want nu ik The Nights vaker heb beluisterd vind ik zowel de songs als de stem van Aaron Clarke helemaal niet zo zoetsappig. Ik heb inmiddels ook naar het debuutalbum van de Nieuw-Zeelandse muzikant geluisterd, maar de uiterst sobere songs op The Days vind ik een stuk minder mooi dan de voller klinkende songs op The Nights. 

Aaron Clarke nam zijn nieuwe album op met een handvol extra muzikanten, wat een vol klinkend bandgeluid oplevert. Ik vind het een mooi en zeer smaakvol bandgeluid, dat onder andere is verrijkt met bijdragen van gitaren, banjo, keyboards en de fraaie klanken van de pedal steel. The Nights is een ingetogen klinkend album, maar zeker als je het album met de koptelefoon beluistert, hoor je hoe mooi alle instrumenten bijdragen aan het warme totaalgeluid. 

Aaron Clarke heeft het nieuwe album van Mountain Boy niet voor niets The Nights genoemd, want de muziek op het album is uitermate geschikt voor de kleine uurtjes. Ik denk dat het album uitstekend tot zijn recht gaat komen tijdens lange, koude en donkere winteravonden, maar ook op de snikhete zomerdagen van het moment doet The Nights het verrassend goed. 

De muziek van Mountain Boy heeft zich duidelijk laten inspireren door muziek die de afgelopen decennia aan de Amerikaanse westkust is gemaakt, waarbij zowel invloeden uit de countryrock en folkrock als uit de softrock en softpop uit met name de jaren 70 doorklinken. The Nights klinkt echter niet alleen Amerikaans, want het album klinkt ook anders, zoals vrijwel alle albums uit Nieuw-Zeeland op een of andere manier anders klinken dan albums van elders, al is het lastig om te duiden wat dit anders nu precies is. 

De Nieuw-Zeelandse muziekpers hoort duidelijke invloeden van Luke Buda en Edmund Cake, maar deze namen ken ik zelf niet. Ik hoor wel het laidback gevoel dat ook veel andere Nieuw-Zeelandse popmuziek kenmerkt en dat gevoel maakt van The Nights een heel aantrekkelijk album. 

Ik had bij eerste beluistering van het album nog wat moeite met de stem van Aaron Clarke, maar inmiddels ben ik ook overtuigd van de zang, die het intieme en laidback gevoel van de songs op het album versterkt. Met The Nights heeft Mountain Boy een album gemaakt waar ik nog veel plezier van ga hebben de komende seizoenen en het is een album dat me sterkt in mijn overtuiging dat het verstandig is om de Nieuw-Zeelandse muziekscene in de gaten te houden. Erwin Zijleman



13 augustus 2026

Review: The Mountain Goats - Days

De Amerikaanse band The Mountain Goats staat al enkele decennia garant voor kwaliteit en strooit ook op het deze week verschenen album Days weer met genadeloos aantrekkelijke songs en prachtige verhalen.
Ik heb misschien een blinde vlek voor de muziek van The Mountain Goats, maar heb inmiddels ook een aardig stapeltje albums van de band dat ik koester. Vorig jaar heb ik even niet goed opgelet, maar op een nieuw album van The Mountain Goats hoef je gelukkig nooit heel lang te wachten. Het deze week verschenen Days is weer een typisch Mountain Goats album. Voorman John Darnielle vertelt de mooiste verhalen, het album staat vol met songs waar je blij van wordt maar die ook inhoud hebben en de Amerikaanse band heeft een duidelijk eigen geluid. Ik moet met enige regelmaat aan de muziek van The Go-Betweens denken bij beluistering van Days en veel hoger kan ik de lat echt niet leggen.



De Amerikaanse band The Mountain Goats heeft inmiddels al meer dan 25 albums uitgebracht. De band rond voorman John Darnielle werd aan het begin van de jaren 90 opgericht in Californië en levert sindsdien met grote regelmaat uitstekende albums af. Ik heb helaas heel lang een blinde vlek gehad voor de muziek van de band, die ik pas ontdekte toen in 2002 het indringende breakup album Tallahassee, het tiende album van The Mountain Goats, verscheen. 

Ondanks het feit dat ik Tallahassee een briljant album vond, verloor ik The Mountain Goats na de release van het minstens even mooie The Sunset Tree uit 2005 weer uit het oog en dat veranderde pas in 2020 met het album Getting Into Knives. Ik was vervolgens nog meer onder de indruk van Dark in Here uit 2021, Bleed Out uit 2022 en Jenny from Thebes uit 2023. Het zijn albums die ik vergeleek met het allerbeste van The Waterboys en met de briljante albums van de Australische band The Go-Betweens en dat is vergelijkingsmateriaal dat maar heel weinig bands verdienen. 

Het was toch niet genoeg om de blinde vlek voor de muziek van The Mountain Goats volledig weg te nemen, want het vorig jaar verschenen Through This Fire Across from Peter Balkan heb ik toch weer laten liggen. Deze week was ik gelukkig wel bij de les, want het nieuwe album van de tegenwoordig in Durham, North Carolina, gevestigde band kon direct op mijn aandacht rekenen. 

Met Days heeft de band wederom een prima album afgeleverd, dat niet onderdoet voor de serie albums waar ik een paar jaar geleden zo enthousiast over was. John Darnielle blinkt op alle albums van The Mountain Goats uit als verhalenverteller en dat doet hij ook weer op Days. Veel albums van de Amerikaanse band zijn conceptalbums en ook Days lijkt met de dood een centraal thema te hebben. 

John Darnielle vertelt niet alleen prachtige verhalen, maar verpakt ze ook dit keer in geweldige songs. De songs van The Mountain Goats zijn songs die zich onmiddellijk opdringen, maar het zijn ook songs die je keer op keer weten te verrassen en de fantasie blijven prikkelen. 

Ook bij het beluisteren van Days heb ik weer met grote regelmaat associaties met de muziek van The Go-Betweens. De Australische band stond garant voor songs vol diepgang, maar tegelijkertijd ook songs die je na één keer horen niet meer uit het hoofd kon krijgen. Ook op Days van The Mountain Goats zijn flink wat van dit soort songs te vinden en het zijn er nog meer dan op de vorige albums. 

Days is een behoorlijk toegankelijk album, maar John Darnielle heeft zich er zeker niet makkelijk van af gemaakt. De band varieert er flink op los met songs die uiteenlopen van stevig tot ingetogen en die variëren van roots tot folk tot rock. Het geluid is lekker vol, maar er is ook nog alle ruimte voor de zo herkenbare stem van John Darnielle, die ook op Days weer zijn unieke stempel drukt. 

Days is een album dat direct vermaakt, maar de songs van The Mountain Goats worden over het algemeen beter wanneer je ze vaker hebt gehoord. Dat geldt ook voor de songs op het nieuwe album, die bijzonder lekker in het gehoor liggen, maar ook vol spitsvondigheden en bijzondere wendingen zitten. 

Het is knap hoe een band die inmiddels 35 jaar bestaat en een enorme stapel albums heeft uitgebracht er keer op keer in slaagt om albums uit te brengen die ertoe doen. De eerder genoemde band The Go-Betweens maakte uiteindelijk nog geen tien albums, de band van John Darnielle heeft er inmiddels 25 en er mogen er van mij nog heel wat volgen. Erwin Zijleman

De muziek van The Mountain Goats is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://themountaingoats.bandcamp.com/album/days.


Days van The Mountain Goats is verkrijgbaar via de Mania webshop:



12 augustus 2026

Review: ROLE MODEL - Chuck Timely & The Hourglass

Ik had tot dusver niets met de muziek van ROLE MODEL, maar het deze week verschenen Chuck Timely & The Hourglass is een album vol aangenaam zonnige en volstrekt zorgeloze songs en een onweerstaanbaar lekkere jaren 70 vibe.
Tucker Pillsbury wil heel graag een grote popster worden, maar met de eerste twee albums die hij maakte als ROLE MODEL kwam hij wat mij betreft kwaliteit tekort. Op zijn derde album kiest de Amerikaanse muzikant weer voor een ander geluid en dit keer heeft hij een geluid te pakken waarmee hij zich wel weet te onderscheiden. Chuck Timely & The Hourglass lijkt zo weggelopen uit de jaren 70 en lijkt vol te kiezen voor het vermaak, maar de songs van Tucker Pillsbury zitten dit keer ook knap in elkaar. De songs op Chuck Timely & The Hourglass zijn zwaar aangezet en neigen soms naar kitsch, maar zo ver laat de Amerikaanse muzikant het niet komen. Het levert een mooie zomerse soundtrack op en waarschijnlijk nog veel meer dan dat.



ROLE MODEL is het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Tucker Pillsbury, die deze week zijn derde album heeft uitgebracht. Ik heb zijn eerste twee albums wel eens beluisterd en vond er eerlijk gezegd niet zo veel aan. Op zijn debuutalbum maakt de Amerikaanse muzikant nogal doorsnee pop met invloeden uit de R&B, terwijl hij het op zijn tweede album over een andere boeg gooit en kiest voor singer-songwriter muziek met veel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook een flinke dosis weinig inspirerende pop. 

Op beide albums hoorde ik wel de grenzeloze ambitie van Tucker Pillsbury om uit te groeien tot een grote popster, maar de daden bleven wat mij betreft flink achter bij de ambities, want echt onderscheiden kon hij zich wat mij betreft niet. Ik had dan ook hele lage verwachtingen van zijn deze week verschenen derde album, maar Chuck Timely & The Hourglass heeft wel wat, al wist ik niet direct wat. 

Bij eerste beluistering van het album ging ik ervan uit dat Chuck Timely & The Hourglass wel eens uit zou kunnen groeien tot een hele fijne ‘guilty pleasure’, maar inmiddels schat ik het nieuwe album van ROLE MODEL hoger in. Na de eerste twee pogingen om een grote popster te worden, kiest Tucker Pillsbury op zijn derde album weer voor een ander geluid en wat mij betreft heeft hij dit keer beet. 

Op zijn nieuwe album kruipt Tucker Pillsbury in de huid van het personage Chuck Timely. Deze Chuck Timely beschikt over het vermogen om door de tijd te reizen en gebruikt deze vaardigheid om door de geschiedenis van de popmuziek te reizen. Bij beluistering van het album is direct duidelijk dat Chuck Timely in eerste instantie in de jaren 70 is neergestreken. 

De songs waarmee het album opent herinneren aan zorgeloze popsongs uit de jaren 70, zoals bijvoorbeeld die van Elton John, maar ook zeker Michael Franks. Ik was zoals gezegd niet zo onder de indruk van de muzikale keuzes die ROLE MODEL op de eerste twee albums maakte, maar op Chuck Timely & The Hourglass heeft de Amerikaanse muzikant zijn geluid gevonden. 

Het album is voorzien van een lekker broeierig en vol geluid en is knap geproduceerd. Zeker met de koortjes ligt overdaad op de loer, maar de koortjes hebben ook een aangename David Bowie ten tijde van Young Americans vibe. Er is een enorme bak instrumenten gebruikt voor het rijk ingekleurde geluid op Chuck Timely & The Hourglass. Het neigt af en toe naar kitsch, maar Tucker Pillsbury blijft wat mij betreft altijd aan de juiste kant van de streep. 

Ik vond hem op zijn vorige albums geen geweldige zanger, maar het geluid op het nieuwe album is hem op het lijf geschreven. Zeker als je het album wat vaker beluistert, wordt het een zoekplaatje met tal van bedoelde of onbedoelde verwijzingen naar hits uit de jaren 70, wat van Chuck Timely & The Hourglass ook een ongelooflijk feelgood album maakt. 

Of Tucker Pillsbury met dit album gaat uitgroeien tot een grote popster durf ik niet te voorspellen, maar ik hoor voor het eerst de potentie van de Amerikaanse muzikant. Over één ding maak ik me wel zorgen en dat is over de tijdmachine van Chuck Timely. Deze brengt hem aan het begin van het album weliswaar feilloos naar de jaren 70, maar blijft hier vervolgens ook steken, wat ik persoonlijk trouwens helemaal niet erg vind. Erwin Zijleman

De muziek van ROLE MODEL is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://rolemodelsongs.bandcamp.com/album/chuck-timely-the-hourglass.


Chuck Timely & The Hourglass van ROLE MODEL is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Alanna Matty - Epilogue

Alanna Matty bracht vorige maand nog een interessante EP uit, maar heeft die deze maand uitgebreid tot een volwaardig album, waarop de nog relatief onbekende Canadese muzikante laat horen dat ze werk van hoge kwaliteit aflevert.
Er verschijnen momenteel heel veel albums van vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor indiefolk en indiepop. Het zijn er zo veel dat verzadiging op de loer ligt, zelfs bij een liefhebber van het genre als ik. Soms hoor ik echter een nieuw album dat de dreigende verzadiging direct wegneemt. Epilogue van de Canadese singer-songwriter Alanna Matty is zo’n album. Het is een album met lekker in het gehoor liggende songs, bijzonder mooie klanken en een mooie en warme stem. Alanna Matty heeft ook nog eens wat te melden, wat haar nieuwe album nog wat verder optilt binnen het enorme aanbod van de laatste tijd. Dit album schreeuwt om aandacht en verdient die absoluut.



De Canadese singer-songwriter Alanna Matty staat met vier albums en een aantal singles en EP’s op de verschillende streamingplatforms en op haar bandcamp pagina staan nog een aantal extra releases. Ik heb ze bijna allemaal gemist, want ik maakte pas dit jaar kennis met de muziek van de singer-songwriter uit Halifax, Nova Scotia. Vorige maand om precies te zijn, want toen verscheen de EP Or Something, die bij toeval op mijn weg kwam en me vervolgens nieuwsgierig maakte naar het deze week verschenen nieuwe album van de Canadese muzikante. 

De vijf songs van de EP zijn ook terug te vinden op het album Epilogue, dat hiernaast nog zes nieuwe tracks bevat. Epilogue is volgens Alanna Matty een album dat hoort bij haar vorige album Subject to Change uit 2024, het verhaal van dat album afmaakt en een periode afsluit. Het is een periode waarin een relatie op de klippen liep en een nieuwe relatie werd gestart, wat zorgde voor een rollercoaster van emoties. Ik moet Subject to Change nog beluisteren, maar voorlopig kan ik prima uit de voeten met Epilogue. 

Alanna Matty is van oorsprong een folkie en dat hoor je ook nog op haar nieuwe album. Epilogue bevat een aantal vooral ingetogen songs, waarin de muziek sober is en de stem van de Canadese muzikante centraal staat. De stem van Alanna Matty is mooi en warm en beschikt over het vermogen om iets te doen met de luisteraar. De muzikante uit Halifax zou een prima album met alleen ingetogen folksongs kunnen maken, maar ze kiest op haar nieuwe album voor een veelzijdiger geluid. 

Veel songs op het album flirten subtiel met indiepop en een enkele keer indierock en dat gaat Alanna Matty goed af. De Canadese muzikante begeeft zich met haar nieuwe album echter ook op zeer druk terrein, want de concurrentie in de indiefolk en indiepop is momenteel moordend. Ze moet dus een beetje geluk hebben en dat is haar gezien de kwaliteit van Epilogue zeer gegund. 

Het uitbrengen van een album in de rustige zomerperiode kan een nadeel maar ook een voordeel zijn, maar vooralsnog is er helaas maar heel weinig aandacht voor het nieuwe album van Alanna Matty en de meeste aandacht komt van haarzelf. Dat is jammer, want Epilogue is echt een heel goed album. Het doet me af en toe denken aan Sarah McLachlan in haar beste dagen en dat is wat mij betreft een groot compliment.

Ik heb helaas nauwelijks informatie over het album, maar Epilogue is eigenlijk in alle opzichten goed. Ik heb absoluut een zwak voor de stem van Alanna Matty en het is een stem die het zowel goed doet in het folky als in het meer popgeoriënteerde repertoire. De songs op Epilogue zijn voorzien van aangename en zeer gevarieerde klanken, die de perfecte balans vinden tussen folk en pop en vaak zijn voorzien van gloedvolle gitaarakkoorden en mooi toetsenwerk. 

Alanna Matty verstaat ook nog eens de kunst van het schrijven van goede songs. De songs op Epilogue liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar beschikken ook over avontuur en diepgang en dat laatste wordt versterkt door het persoonlijke karakter van de teksten van de songs. 

Ik ben ervan overtuigd dat de Canadese muzikante met haar muziek een breed publiek moet kunnen aanspreken en genoeg heeft te bieden om zich te onderscheiden in de genres waarin ze opereert. Ik hoop dan ook dat Epilogue de komende tijd meer aandacht gaat trekken. Zelf ga ik Alanna Matty vanaf dit moment nauwlettend in de gaten houden, want op Epilogue laat ze horen dat ze beschikt over veel talent. Erwin Zijleman

De muziek van Alanna Matty is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://alannamatty.bandcamp.com/album/epilogue.



11 augustus 2026

Review: Man/Woman/Chainsaw - Cannonball

De Britse band Man/Woman/Chainsaw klinkt op haar debuutalbum Cannonball bij vlagen behoorlijk eigenzinnig, maar na een paar keer horen vind ik het toch vooral een album met een serie geweldige popsongs.
De naam Man/Woman/Chainsaw zingt inmiddels een tijdje rond in de Britse muziekpers, die hoog opgeeft over de band uit Londen. Deze week is het debuutalbum van de band verschenen en het is, zeker in deze rustige tijden, een zeer opvallend debuutalbum. Man/Woman/Chainsaw wordt vooral gezien als een band die de grenzen van de popmuziek opzoekt, maar ik hoor op Cannonball toch voornamelijk lekker in het gehoor liggende of zelfs aanstekelijke popsongs. Het zijn popsongs met een eigenzinnig randje, die door de flinke variatie in de zang alle kanten op kunnen en variëren van rock tot folk. Al met al een interessant album van deze nieuwe Britse band.



Het deze week verschenen debuutalbum van de Britse band Man/Woman/Chainsaw zorgt momenteel voor een bescheiden hype en dat midden in de zomer. Die hype begrijp ik overigens volledig, want de band uit Londen heeft echt alles wat nodig is om uit te groeien tot een grote band in het alternatieve circuit. 

Man/Woman/Chainsaw komt uit de zogenaamde Windmill scene, rond het alternatieve poppodium The Windmill pub in de Londense wijk Brixton. De Windmill scene heeft de afgelopen jaren bands als Black Midi, Black Country, New Road, Squid, Shame, The Last Dinner Party, Heartworms en Goat Girl opgeleverd en dat zijn stuk voor stuk bijzondere bands. 

Het zijn bands die er in de meeste gevallen flink op los experimenteren of op zijn minst een afwijkend geluid hebben. Dat afwijkende geluid laat Man/Woman/Chainsaw direct horen in de openingstrack van het debuutalbum Cannonball, waarin stevig aangezette vioolklanken door de melodie en het refrein heen fietsen. 

Heel tegendraads is dit nu ook weer niet en ook op de rest van het album is Man/Woman/Chainsaw een stuk minder experimenteel dan een aantal van de andere bands, misschien met uitzondering van The Last Dinner Party, waarmee ik af en toe wel wat raakvlakken hoor. 

De vioolklanken op het album geven de muziek van Man/Woman/Chainsaw soms iets eigenzinnigs en zorgen absoluut voor dynamiek, maar ik hoor af en toe ook zeker iets uit de folk, de progrock en de muziek uit de Canterbury scene van lang geleden. Het zorgt ervoor dat het debuutalbum van de band uit Londen direct opvalt, en persoonlijk hoor ik veel liever Cannonball dan de albums vol nerveuze postpunk met praatzang, die in de Windmill scene ook behoorlijk gangbaar zijn. 

Man/Woman/Chainsaw vertrouwt voor de zang op zangeressen Vera Leppänen en Emmie-Mae Avery en zanger Billy Ward, wat zorgt voor de nodige variatie op het album. De zang van Billy Ward doet me af en toe denken aan Nick Cave in jongere jaren, maar ik hoor liever de vrouwenstemmen op het album, die Cannonball wat in de richting van de folk en de pop duwen. 

Veel songs op Cannonball klinken verrassend toegankelijk en lijken in weinig op de vaak wat ruwe en onvoorspelbare muziek uit de Windmill scene, maar ik vind het persoonlijk eigenzinnig en onvoorspelbaar genoeg, al is het maar omdat Man/Woman/Chainsaw in iedere track weer een andere kant op kan gaan en een ruwe rocksong kan laten volgen door een bijna zoete popsong. De viool van Clio Starwood snijdt er steeds prachtig doorheen en weet keer op keer de juiste klanken te vinden. 

Bij eerste beluistering vond ik de muziek van Man/Woman/Chainsaw nog wel eigenzinnig klinken, maar na enige gewenning hoor ik een behoorlijk toegankelijk album met zowel invloeden uit de indiepop als de indierock. Daar zijn er heel veel van, maar de band uit Londen komt op de proppen met een aantal songs die je niet meer uit je hoofd krijgt en is door het subtiele buiten de lijntjes kleuren net wat eigenzinniger dan de meeste andere bands in deze genres. 

Na het succes van The Last Dinner Party zie ik ook Man/Woman/Chainsaw wel flinke zalen vullen en floreren op festivals De huidige hype rond Cannonball is misschien wat overdreven, maar het is ondertussen wel een bijzonder lekker en ook zeker interessant album. Erwin Zijleman

De muziek van Man/Woman/Chainsaw is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://manwomanchainsaw.bandcamp.com/album/cannonball.


Cannonbal van Man/Woman/Chainsaw is verkrijgbaar via de Mania webshop:



10 augustus 2026

Review: Mel Parsons - Castle Hill

Iedereen die de Nieuw-Zeelandse muziekscene in de gaten houdt, kent waarschijnlijk de talenten van singer-songwriter Mel Parsons, die met haar nieuwe album Castle Hill weer fraai werk toevoegt aan haar bijzondere oeuvre.
Mel Parsons en haar band en producer stapten zonder songs een Nieuw-Zeelandse studio in, waar onder hoge druk toch het een en ander in elkaar werd gesmeed. Het levert deze week een nieuw album op van de talentvolle muzikante uit Christchurch. Mel Parsons maakte indruk met haar vorige albums, waarop ze vooral imponeerde met haar stem. Die stem staat ook centraal op haar nieuwe album, waarop de muziek net wat ruwer klinkt. De tijdsdruk in de studio heeft ook een positief effect gehad, want Castle Hill is een energiek klinkend album. Het is ook een album met zeer persoonlijke songs, die met veel gevoel worden vertolkt door de wederom prachtig zingende Mel Parsons.



Natuurlijk was het de Nieuw-Zeelandse muziekwinkel Flying Out die me een paar jaar geleden wees op de muziek van Mel Parsons. Ik keek wekelijks uit naar de nieuwsbrief van de muziekwinkel uit Auckland, die me de afgelopen jaren een enorme stapel interessante tips heeft opgeleverd. Flying Out sloot twee maanden geleden helaas voorgoed haar deuren, maar de muziek van Mel Parsons weet me inmiddels gelukkig op eigen kracht te bereiken. 

Het deze week verschenen Castle Hill is het zevende album van de muzikante uit Christchurch en de opvolger van het iets meer dan twee jaar geleden verschenen Sabotage. Ik leerde de muziek van Mel Parsons kennen in 2018 toen haar vierde album Glass Heart verscheen. Het is een album dat direct indruk maakt met de prachtige stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante, maar Glass Heart valt ook op door de zeer fraaie productie van de gelouterde Mitchell Froom, die het album heeft voorzien van een mooi en sfeervol geluid. 

Sindsdien werkt Mel Parsons met producer Josh Rogan, die ook twee keer fraai werk leverde. Sabotage was twee jaar geleden met nog geen 29 minuten muziek aan de korte kant, maar Mel Parsons leverde wel kwaliteit. Dat doet ze ook met Castle Hill, dat gelukkig wel weer een wat langere speelduur heeft. 

Het nieuwe album van Mel Parsons werd opgenomen in Castle Hill Village, in een nationaal park op ruim een uur rijden van Christchurch. Ook op haar zevende album werkt Mel Parsons samen met producer Josh Rogan, die net als de leden van haar band zonder voorbereiding afreisde naar de studio in Castle Hill Village. 

In de kleine studio was maar net genoeg ruimte voor de Nieuw-Zeelandse muzikante en haar band en dat hoor je. De songs op Castle Hill werden noodgedwongen live in de studio opgenomen en dat pakt goed uit. Het album klinkt net wat ruwer en minder geproduceerd dan zijn voorgangers en ook wat energieker. Gitaren staan ook dit keer centraal in het geluid van Mel Parsons, die meestal het etiket rootsmuziek opgeplakt krijgt. Dat etiket vind ik niet altijd van toepassing op haar muziek, maar Castle Hill past redelijk goed in het hokje rootsmuziek. 

Er is hoorbaar minder gesleuteld aan het geluid van Mel Parsons dan op bijvoorbeeld Glass Heart, dat duidelijk het stempel bevat van Mitchell Froom, die overigens is te horen in een van de songs op het nieuwe album. Castle Hill klinkt wat minder opgepoetst en daar is niets mis mee. Het geluid op het album is warm en sfeervol en vormt een mooie basis voor de zang van Mel Parsons. 

De Nieuw-Zeelandse muzikante liet op haar vorige albums horen dat ze beschikt over een hele mooie stem en die stem schittert ook op haar nieuwe album. Het is een album met persoonlijke songs, waarin ook een zwaar thema als misbruik en emotionele mishandeling niet uit de weg wordt gegaan en Mel Parsons zichzelf zeker niet spaart.

Met het net wat ruwer en directer klinkende Castle Hill heeft Mel Parsons een album afgeleverd dat iets toevoegt aan haar mooie oeuvre en het is wederom een album dat haar klasse onderstreept. Alleen al vanwege de stem van de muzikante uit Christchurch is Castle Hill al een goed album, maar de lekker ruwe en hoorbaar met veel plezier gemaakte muziek op het album en de uitstekende songs tillen ook Castle Hill weer flink boven de middelmaat uit. Flying Out is helaas niet meer, maar de mooie muziek uit Nieuw-Zeeland is gelukkig gebleven. Erwin Zijleman

De muziek van Mel Parsons is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Nieuw-Zeelandse muzikante: https://melparsons.bandcamp.com/album/castle-hill.



09 augustus 2026

Review: Lush - Spooky (1992)

De Britse band Lush kwam uiteindelijk maar tot drie albums, maar het zijn wel drie van de betere, zo niet de beste, dreampop albums aller tijden, met het bedwelmende debuutalbum Spooky uit 1992 als uitschieter.
De Britse band Lush behoorde in de jaren 90, mede door een aantal tegenslagen, niet tot de grootste bands, maar de albums die de band maakte blijken de afgelopen 30 jaar wel zeer invloedrijk. Het geluid van Lush wordt tot op de dag van vandaag gekopieerd, maar blijft ook uniek. Het is vooral de verdienste van Miki Berenyi en Emma Anderson, die de muziek van Lush niet alleen voorzien van fraai en dromerig gitaarwerk, maar ook van de mooiste stemmen uit de dreampop. De Britse band behoorde tot de pioniers van het genre en persoonlijk vind ik het ook de beste dreampop band. De drie albums van de band zijn prachtig en zijn ook drie decennia later nog albums om te koesteren.



Er wordt tot op de dag van vandaag veel mooie en interessante muziek gemaakt die past in de hokjes shoegaze en dreampop, maar voor de pioniers in de genres moeten we terug naar de jaren 90. Ik had destijds meerdere favoriete bands in de nauw aan elkaar verwante genres, maar één band stak er voor mij duidelijk bovenuit. 

Aan het begin van 1992 verscheen Spooky, het debuutalbum van de Britse band Lush. Het is een album waar ik op dat moment al bijna twee jaar naar uitkeek, want ik had Lush in 1990 al gezien tijdens de gezamenlijke tour met de bands Pale Saints en was toen onder de indruk van de muziek van de band. Spooky stelde zeker niet teleur en liet horen dat Lush in die twee jaar alleen maar beter was geworden. 

Het debuutalbum van Lush maakte op mij een verpletterende indruk en ik vind het nog altijd een van de beste dreampop albums aller tijden. Lush was aan het begin van de jaren 90 zeker niet de enige band die vorm gaf aan de nieuwe genres shoegaze en dreampop, maar de band viel wat mij betreft op met een bijzonder geluid. 

Dat geluid wordt vooral bepaald door de fascinerende stemmen van Miki Berenyi en Emma Anderson, maar ook hun gitaarwerk klonk anders dan dat van de meeste andere pioniers van de dreampop en de shoegaze. Door de zang en het gitaarwerk heb ik Lush altijd meer een dreampop band dan een shoegaze band gevonden, maar de scheidslijn tussen de twee genres is niet altijd duidelijk. 

Lush is achteraf bezien een belangrijke band en een van de meest interessante pioniers in de destijds nieuwe genres, maar het zat de band vaak tegen. Het debuutalbum kreeg geen geweldige recensies, het tweede album moest opboksen tegen de opkomende Britpop giganten in het Verenigd Koninkrijk en toen het de band eindelijk voor de wind leek te gaan na de release van het derde album in 1996 maakte de drummer van de band een einde aan zijn leven. Het is een tegenslag die de band niet te boven kwam, waardoor na drie albums het doek viel voor Lush. 

Miki Berenyi en Emma Anderson gingen hun eigen weg, wat de afgelopen decennia zeker interessante muziek op heeft geleverd, maar de roep om een reünie van Lush verstomde niet. Die reünie kwam er uiteindelijk in 2015, maar na een EP, een mooie box-set en een tour viel wederom het doek voor de band. 

Ik vind alle drie de albums van Lush geweldig, maar als ik moet kiezen tussen Spooky uit 1992, Split uit 1994 en Lovelife uit 1996, kies ik voor het debuutalbum van de band. Het is het album waarop het geluid van Lush vorm kreeg, maar ik vind het ook het meest bedwelmende en bezwerende album van de Britse band. 

Spooky is geproduceerd door Robin Guthrie van de band Cocteau Twins en met name de productie van het album kreeg in 1992 de nodige kritiek te verduren. Spooky is voorzien van flink wat galm en herinnert meer dan eens aan de albums van de band van Robin Guthrie. 

Zelf heb ik geen moeite met de productie van Spooky, integendeel zelfs, ik vind het album echt fantastisch klinken. De gitaarakkoorden waaien uit in alle richtingen en zorgen voor een wat psychedelisch aandoend geluid, waarin de engelenstemmen van Miki Berenyi en Emma Anderson genadeloos verleiden en wolken synths zorgen voor nog wat meer nevel. 

De ritmesectie van Lush trok altijd wat minder aandacht dan de twee frontvrouwen, maar de bassist en de drummer zorgen wel voor de stabiele basis die ervoor zorgt dat de muziek van Lush niet onmiddellijk vervliegt. 

De dreampop van Lush had een zwak voor de tijdloze popsong en daar bevat het album er meerdere van. For Love vind ik een van de beste popsongs uit de jaren 90 en Spooky bevat meer geweldige songs. Ik luister er niet heel vaak meer naar, maar Spooky van Lush blijft voor mij een onbetwiste klassieker en een van de beste albums uit de jaren 90. Erwin Zijleman

De muziek van Lush is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://lushofficial.bandcamp.com/album/spooky-2023-remaster.


Spooky van Lush is verkrijgbaar via de Mania webshop: