Deze singer-songrwiter draait al vele jaren mee en staat toch wat in de schaduw van de echte groten in het genre. Daar mag ze nu wel eens uit komen, want deze plaat is een waar meesterwerk, waarmee Mary Chapin Carpenter alles en iedereen naar de kroon steekt. Het lijkt misschien verrassend om deze plaat zo hoog in het halfjaarlijstje te zien, maar dat is het niet. Prachtplaat.
Mary Chapin Carpenter debuteerde in 1987 en draait inmiddels dus al bijna 30 jaar mee. In die 30 jaar bouwde de singer-songwriter uit Princeton, New Jersey, een imposant oeuvre op, dat inmiddels bestaat uit zo’n 15 platen.
De platen van Mary Chapin Carpenter zijn vrijwel zonder uitzondering van een bijzonder hoog niveau, maar desondanks ontbreekt de Amerikaanse singer-songwriter in menig goed gevulde platenkast.
In mijn platenkast kan ze op een plekje rekenen sinds het uit 2001 stammende Time* Sex* Love*, maar ook bij mij moet iedere nieuwe plaat van de Amerikaanse om onduidelijke redenen weer vechten om aandacht.
The Things That We Are Made Of is de opvolger van het begin 2014 verschenen Songs From The Movie en is een totaal andere plaat dan zijn voorganger. Op haar vorige plaat koos Mary Chapin Carpenter nog voor een bijzonder rijke orkestratie door een uit de kluiten gewassen orkest, dit keer is de sfeer een stuk intiemer, al duikt er af en toe nog wel een strijker op.
Mary Chapin Carpenter laat zich dit keer bijstaan door de momenteel zeer succesvolle producer Dave Cobb (Sturgill Simpson, Chris Stapleton, Jason Isbell) en dat blijkt een uitstekende keuze.
Dave Cobb heeft The Things That We Are Made Of voorzien van een prachtig en stemmig instrumentarium en heeft er bovendien voor gezorgd dat de mooie en bijzondere stem van Mary Chapin Carpenter centraal staat. Het min of meer standaard roots instrumentarium kleurt prachtig bij de warme en doorleefde stem van de Amerikaanse, die steeds beter gaat zingen en nog altijd beschikt over een geluid dat anders klinkt dan dat van haar soortgenoten.
Met “min of meer standaard roots instrumentarium” doe ik Dave Cobb overigens flink tekort, want wat klinkt The Things That We Are Made Of mooi en gloedvol en wat zijn mooie accenten verstopt in de instrumentatie (let vooral op de gitaren en de piano).
Mary Chapin Carpenter voelde zich in de studio in Nashville als een vis in het water en tekent voor haar beste vocalen in jaren. The Things That We Are Made Of is hierdoor en door de ijzersterke songs een plaat die de aandacht opeist en die vervolgens alleen maar beter wordt.
Ik geef eerlijk toe dat ik bij het maken van een lijstje van mijn favoriete singer-songwriters waarschijnlijk niet snel bij Mary Chapin Carpenter uit zal komen, maar The Things That We Are Made Of is een plaat waarvoor de groten in het genre zich niet zouden schamen, integendeel. Hoe vaker ik hem hoor, des te meer ik er van overtuigd raak dat Mary Chapin Carpenter een bescheiden meesterwerk heeft afgeleverd. Erwin Zijleman
Aan het begin van het jaar was Lera Lynn nog vooral bekend als nachtclubzangeres in de Amerikaanse tv-serie True Detective en niet van de platen die ze maakte. Dat is veranderd door het geweldige Resistor, dat een fantastisch eigen geluid laat horen. Zeker één van de smaakmakers van 2016.
De Amerikaanse singer-songwriter Lera Lynn maakte een onuitwisbare indruk in het tweede seizoen van de buitengewoon beklemmende en donkere HBO serie True Detective, waarin ze als nachtclubzangeres zwaar deprimerende maar ook wonderschone songs vertolkte.
Het zette me op het spoor van twee eerder uitgebrachte platen, die misschien niet zo verstild en aardedonker klonken als de songs in True Detective, maar me zeker nieuwsgierig maakten naar de volgende plaat van de talentvolle singer-songwriter uit Texas.
Resistor opent met een uptempo song die vooral invloeden uit de rock bevat en wel wat doet denken aan PJ Harvey, maar in de tracks die volgen gaat Lera Lynn toch weer het duistere pad op en uiteindelijk verwerkt ze ook weer invloeden uit de country in haar muziek.
De songs op Resistor zijn lang niet zo ingetogen of verstild als de songs op de True Detective soundtrack, maar hebben een minstens net zo bezwerende uitwerking. De wat vollere en bijna spookachtige instrumentatie geeft de songs van Lera Lynn nog wat extra lading, maar de meeste impact heeft Lera Lynn toch met haar stem, die ook op Resistor weer meerdere malen goed is voor kippenvel.
Resistor is misschien niet de meest geschikte plaat voor een mooie lentedag, maar als de zon eenmaal onder is begint de muziek van Lera Lynn aan kracht te winnen. Zowel de instrumentatie als de vocalen op Resistor geven de muziek van Lera Lynn een opvallend eigen geluid. Het is een geluid om bijna bang van te worden, maar ook dit keer verrast Lera Lynn met muziek van een bijna onwerkelijke schoonheid, maar is ze ook niet bang voor bijna hitgevoelige songs.
De songs op Resistor klinken misschien anders dan de songs die Lera Lynn ‘beroemd’ hebben gemaakt, maar hebben minstens net zoveel impact. Ook het soms wat meer uptempo en met donker klinkende gitaren opgetuigde geluid op Resistor sleept je immers vrij makkelijk de duisternis in.
Vergeleken met de door de ziel snijdende songs van de True Detective soundtrack hebben de songs op Resistor misschien net wat meer tijd nodig om een onuitwisbare indruk te maken, maar na een paar keer horen was ik volledig overtuigd van de kwaliteiten van Resistor. Hoogste tijd dus om Lera Lynn niet langer te zien als de zwaar melancholische nachtclubzangeres uit True Detective, maar te omarmen als een van de grotere talenten van het moment. Erwin Zijleman