04 januari 2011

The Secret Sisters - The Secret Sisters

Het televisieaanbod op oudejaarsavond was ook dit jaar weer diep treurig, maar gelukkig is er vanaf 12 uur altijd Jools Holland's Hootenanny. Het niveau viel me dit jaar eerlijk gezegd wat tegen, maar de show werd gered door twee dames in spuuglelijke bloemetjesjurken: The Secret Sisters. De plaat moet in Nederland nog steeds uitkomen, maar ik promoot hem nog maar alvast een keer als één van de aangenaamste verrassingen van 2011. Echt wonderschoon.

The Secret Sisters is een Amerikaans duo dat bestaat uit de zusjes Laura en Lydia Rogers. Het tweetal is afkomstig uit het roemruchte Muscle Shoals en dat is niet de enige grote naam die is gelinkt aan het titelloze debuut van The Secret Sisters. Het tweetal heeft in White Stripes voorman Jack White inmiddels een grote fan, wist voor haar debuut flink wat grootheden uit de muziekscene van Nashville te strikken en kon ook nog eens een beroep doen op de productionele vaardigheden van niemand minder dan T-Bone Burnett. Dat de laatstgenoemde is gevallen voor de charmes van de zingende zusjes wekt geen verbazing. Laura en Lydia Rogers zingen adembenemend mooi en kunnen zowel in authentiek als in modern klinkend repertoire uitstekend uit de voeten. Het debuut van The Secret Sisters ademt echter vooral de sfeer van een ver verleden. Het debuut van de zusjes Rogers werd opgenomen in Nashville waarbij uitsluitend stokoude apparatuur werd gebruikt. Een aantal van de songs op het debuut van The Secret Sisters had daarom best op de ook door Burnett geproduceerde “O Brother Where Art Thou?” Soundtrack kunnen staan, terwijl een andere songs zo lijkt weggelopen uit het Nashville van de jaren 50 en 60. Toch beperken The Secret Sisters zich niet tot pure country. Tussen de covers en traditionals die Laura en Lydia Rogers vertolken staan ook een aantal songs die je niet zou verwachten op een plaat als deze, maar het pakt allemaal uitstekend uit. Het debuut van The Secret Sisters verdient zowel in muzikaal als in productioneel opzicht een hoog rapportcijfer, maar het zijn de zusjes Rogers die dit debuut naar grote hoogten tillen. Laura en Lydia zingen op hun debuut de sterren van de hemel, tekenen voor de mooiste harmonieën die ik de afgelopen jaren heb gehoord en leggen ook nog eens zoveel bezieling en beleving in hun stemmen dat ze moeiteloos aan de haal kunnen gaan met een tweetal Hank Williams songs. Naar verluid heeft T-Bone Burnett kosten nog moeite (hij stampte zelfs een nieuw platenlabel uit de grond) gespaard om het debuut van The Secret Sisters te laten klinken zoals hij dit voor ogen had. Of dit gelukt is weet ik niet, maar dat het debuut van The Secret Sisters fantastisch klinkt is zeker. De afgelopen jaren zijn er flink wat platen verschenen die voortborduurden op het succes van “O Brother Where Art Thou?”. Een deel van deze platen bleef teveel hangen in het verleden, terwijl een aantal andere platen de authenticiteit van de soundtrack uit het oog verloren. The Secret Sisters slaan een brug tussen beiden en doen dit met een plaat die in productioneel, muzikaal en vooral vocaal opzicht stevig imponeert. In Nederland verschijnt de plaat pas in februari, maar persoonlijk zou ik hem nog voor de kerst in huis halen. Erwin Zijleman

03 januari 2011

Blonde Redhead - Penny Sparkle

De Amerikaanse band Blonde Redhead bestaat al sinds het begin van de jaren 90 en heeft inmiddels een aardig stapeltje platen uitgebracht. Lange tijd had ik niet zoveel met de muziek van de band. De vaak wat experimentele en op Sonic Youth leunende noiserock van Blonde Redhead lag me over het algemeen net wat te zwaar op de maag. Op het in 2004 verschenen Misery Is A Butterfly sloeg Blonde Redhead een andere weg in en dit werd doorgetrokken op het in 2007 verschenen 23; een prachtige plaat met muziek die meer dan eens raakte aan dreampop, al was Blonde Redhead haar experimentele noiserock roots gelukkig niet helemaal vergeten, wat een verrassend fraai geluid opleverde. 23 reken ik nog altijd tot de mooiste platen van 2007 en ik was daarom ook heel benieuwd naar de nieuwe plaat van de band. Penny Sparkle verscheen al in september, maar op een of andere manier wilde het kwartje bij mij maar niet vallen. Op Penny Sparkle gaat Blonde Redhead verder op de op Misery Is A Butterfly en 23 ingeslagen weg, maar de band heeft sinds 23 wel een flinke spurt getrokken en lijkt het muzikale verleden inmiddels grotendeels achter zich te hebben gelaten. Op Penny Sparkle zijn het experiment en de noiserock vrijwel volledig verdwenen uit het geluid van Blonde Redhead. Ook de gitaren (ooit het handelsmerk van de New Yorkers) schitteren op Penny Sparkle door afwezigheid of moeten genoegen nemen met een ondergeschikte rol. Op Penny Sparkle overheerst de elektronica en kiest Blonde Redhead voor betrekkelijk toegankelijke popliedjes. Alleen de wat onderkoelde zang doet nog denken aan Blonde Redhead oude stijl, maar verder is alles anders. Waar de band mij met 23 genadeloos wist in te pakken, had ik lange tijd niets met Penny Sparkle. Het klonk me allemaal net wat te gewoontjes en wat teveel 90s en bovendien kabbelde de plaat maar wat voort zonder me echt te raken of zelfs maar te boeien. Langzaam maar zeker begin ik echter mijn weg te vinden in de dromerige klanken op Penny Sparkle en hoor ik toch weer heel veel moois. Waar op het eerste gehoor de zang en voorzichtige beats domineren, blijkt onder de oppervlakte weer veel moois verstopt, waarbij Blonde Redhead laat horen dat het haar experimentele kant niet helemaal vergeten is. Langzaam maar zeker transformeert het ene na het andere niemendalletje tot een intrigerende popsong waarin wel degelijk de nodige structuur valt te ontdekken. Zo mooi als 23 vind ik Penny Sparkle nog lang niet, maar de plaat is zeker op de goede weg. En zo is Penny Sparkle al met al toch een voorzichtig krentje uit de pop, al hoop ik wel dat Blonde Redhead op haar volgende plaat weer een net wat andere weg in slaat. Erwin Zijleman