18 februari 2016

Lea Kliphuis - The World Owes Me Nothing

Ik laat me het laatste jaar vrijwel nooit meer inspireren door de ene minuut popmuziek uit De Wereld Draait Door. De reden hiervoor is simpel: ik zit DWDD vrijwel nooit meer uit tot het moment dat een artiest zijn of haar kunstje in die ene minuut mag vertonen is aangebroken. 

Gisteren werd ik echter blij verrast door het korte optreden van Lea Kliphuis en heb ik haar recent verschenen plaat er maar eens bij gepakt. 

The World Owes Me Nothing bleek vervolgens een verrassend sterke plaat en Lea Kliphuis bleek bovendien een oude  bekende. Ruim vijf jaar geleden was ik immers zeer positief over Can I Come By? van ene Lea en deze Lea blijkt niemand anders dan Lea Kliphuis. 

The World Owes Me Nothing volgt op een langdurige writer’s block en werd uiteindelijk gemaakt met leden van Moss en de Staat. In DWDD vertelde Lea Kliphuis dat ze na haar writer’s block heeft geleerd dat je ook vrolijke popliedjes kunt schrijven en dit beheerst ze inmiddels tot in de perfectie. 

The World Owes Me Nothing is immers een plaat waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Het is zo’n plaat die alle donkere wolken verdrijft en je laat genieten van de eerste lentezon. Het is in het geval van Lea Kliphuis een Amerikaans lentezonnetje, want in muzikaal opzicht laat Lea Kliphuis zich vooral inspireren door Amerikaanse rootsmuziek en de Amerikaanse singer-songwriter muziek uit de jaren 70. 

The World Owes Me Nothing is voorzien van een warmbloedig klankentapijt dat de zon uitbundig doet schijnen. De instrumentatie op de plaat is vaak relatief sober, waardoor de stem van Lea Kliphuis alle ruimte krijgt. Dat is niet onverstandig, want de zang op deze plaat is echt geweldig. 

Lea Kliphuis heeft haar eigen stijl en het is een stijl die flink wat emotie en doorleving koppelt aan het vermogen om een grote glimlach op je gezicht te toveren. De stem van Lea Kliphuis brengt de mooie popliedjes met een snufje country tot leven en maakt er popliedjes van die je wilt koesteren. 

Op basis van Can I Come By? van Lea concludeerde ik een paar jaar geleden al dat we te maken hebben met een grote belofte, maar de belofte is Lea Kliphuis met haar nieuwe plaat al ver voorbij. 

The World Owes Me Nothing is een echte feel good plaat, maar het is ook een emotievolle plaat om zielsveel van te houden. Dat hoorde ik al in dat ene minuutje DWDD, maar de resterende 38 minuten moeten ook absoluut gehoord worden. Erwin Zijleman





 

17 februari 2016

The Jezabels - Synthia

De Australische band The Jezabels wist met haar vorige platen, ondanks zeer lovende recensies wereldwijd, geen plekje op de krenten uit de pop af te dwingen. 

De vorige plaat van de band, The Brink uit 2014, lag weliswaar een hele tijd op de stapel, maar kwam er uiteindelijk niet van af. Dat is best opmerkelijk, want ik hou wel van het genre waarin The Jezabels zich bewegen. 


Op Cynthia maken The Jezabels elektronische popmuziek die je meer dan eens mee terug neemt naar de jaren 80, maar die toch anders klinkt dan die van de meeste van de soortgenoten van de Australische band. 


Dat ligt vooral aan de bijzondere zang van Hayley Mary, die hoog kan uithalen als Kate Bush, duister kan zingen als Siouxsie Sioux, maar ook subtiel kan verleiden met diepe en donkere vocalen. Het is de soms onderkoelde, soms uit de tenen komende maar altijd krachtige zang van Hayley Mary die de muziek van The Jezabels naar een hoger plan tilt, maar ook de instrumentatie op Synthia houdt je continu op het puntje van je stoel. 


The Jezabels maken synthpop die heerlijk dromerig en atmosferisch kan klinken, maar de muziek van het Australische viertal kan ook op ieder moment ontsporen en kiest over het algemeen niet voor de makkelijkste weg. 


Heel af en toe, en zeker in de wat meer subtiele en experimentele momenten, doet Synthia me wel wat denken aan A Secret Wish van de Duitse band Propaganda, maar The Jezabels zijn ook niet vies van plotseling opduikende gitaarmuren die de band het rockterrein op stuwen. 


Met name de synths op Synthia zijn van een grote schoonheid. Waar veel bands in dit genre kiezen voor een betrekkelijk eenvormig geluid, klinken de synths van Heather Shannon (die momenteel helaas moet vechten tegen een ernstige ziekte) steeds weer anders, waarbij het hele spectrum tussen uiterst subtiel en zeer bombastisch wordt bewandeld. 


Zeker bij beluistering via de koptelefoon is Synthia een grootse en bezwerende plaat. Het heeft even geduurd, maar inmiddels ben ik helemaal overtuigd van de kwaliteiten van The Jezabels. Erwin Zijleman