Ik durf wel te zeggen dat alle bands uit de tweede en derde postpunk golf voor mij niet veel meer zijn dan een ‘guilty pleasure’.
Dat heeft alles te maken met het feit dat ik de platen uit de eerste postpunk golf van de late jaren 70 en vroege jaren 80 nog altijd koester. Waarom luisteren naar Interpol, Franz Ferdinand, Editors en White Lies, als je ook de klassiekers van Joy Division, Echo & The Bunnymen en Gang Of Four uit de kast kunt trekken? Ik weet het eerlijk gezegd niet.
Ik doe het toch af en toe omdat de nieuwe lichting postpunk platen zo geweldig klinkt en er af en toe natuurlijk ook wel eens een plaat tussen zit die meer doet dan het reproduceren van de klassiekers uit het verleden.
De uit New York afkomstige band Interpol, één van de pioniers van de tweede postpunk golf, deed dat wat mij betreft in eerste instantie niet, maar de vier jaar geleden titelloze vierde plaat van de band wist me te verrassen met een geluid dat nadrukkelijk teruggreep op de klassiekers uit het verleden, maar ook iets toevoegde aan deze klassiekers.
Het is de afgelopen vier jaar stil geweest rond Interpol, maar met El Pintor is de band terug. El Pintor doet eigenlijk hetzelfde als de vorige plaat van de band met me deed. Interpol maakt nog altijd geen geheim van haar belangrijkste invloeden (naast bovengenoemde bands ook zeker The Sound en voormalig stadgenoten Television), maar het heeft inmiddels ook een geluid dat los kan worden gezien van de postpunk uit een inmiddels ver verleden.
Toch is El Pintor geen logisch vervolg op zijn vier jaar oude voorganger. Waar deze voorganger echt nieuwe wegen in sloeg, laat El Pintor toch meer het bekende Interpol geluid horen. Het is een groots geluid dat gemaakt lijkt voor grote stadions of nog grotere festival weides. Het is een geluid dat makkelijk verleidt met zwaar aangezette bassen, diepe drums, heerlijk atmosferische gitaarloopjes en de altijd wat weemoedige vocalen die inmiddels nauw zijn verbonden met het genre.
Interpol grijpt op El Pintor terug op een oud kunstje, maar de plaat is zeker geen overbodige herhalingsoefening. Zeker wanneer de band wat gas terug neemt maakt Interpol indruk met geweldige songs, maar ook als de gashendel weer wordt opengedraaid houdt Interpol een buitengewoon hoog niveau vast en weet het, meer dan de meeste van haar soortgenoten, iets toe te voegen aan het klassieke postpunk geluid.
Ik ben er nog steeds niet uit of El Pintor nu een bijzondere plaat is of gewoon een goede plaat, maar waar maak ik me druk om als de plaat iedere keer weer net wat trefzekerder uit de speakers komt en keer op keer garant staat voor veertig minuten veel luisterplezier?
Interpol heeft met El Pintor een oerdegelijke postpunk plaat van hoog niveau gemaakt. Er zijn genoeg redenen te bedenken om uiteindelijk te concluderen dat dit niet genoeg is, maar deze keer laat ik het gevoel spreken: Heerlijke plaat! Erwin Zijleman
Aan jonge soulzangers (en zangeressen) hebben we momenteel geen gebrek, maar er zijn er maar heel weinig die kiezen voor een lekker ontspannen soulgeluid dat herinnert aan de grote soulzangers (en zangeressen) uit de jaren 60 en 70. Moderne of hedendaagse soul zit vol vocaal en instrumentaal geweld en dat bevalt me lang niet altijd even goed.
Ook de Britse soulzanger Myles Sanko kan heerlijk uithalen en kiest zo nu en dan voor een moddervette instrumentatie vol blazers, maar het grootste deel van de tijd kiest de Brit voor een meer ingetogen en meer ontspannen soulgeluid.
Zeker wanneer de blazers ontbreken is het soul-geluid van Myles Sanko heerlijk laid-back, maar het is ook een geluid dat bijzonder knap in elkaar steekt. In dit geluid valt in eerste instantie het mooie heldere, soms ook wat bluesy en jazzy, gitaarspel op, maar al snel weten ook het heerlijke orgeltje en de subtiele pianoklanken genadeloos te verleiden.
In de songs met een wat meer ingetogen geluid kan ook Myles Sanko het ook in vocaal opzicht wat rustiger aan doen en klinkt hij relaxed maar toch soulvol. Zeker in de meer ingetogen songs maakt Myles Sanko lome muziek waarbij het heerlijk ontspannen is. Het is op hetzelfde moment muziek die maximale aandacht vereist, want zowel in instrumentaal als in vocaal opzicht gebeurt er van alles op Forever Dreaming.
Iedere keer dat de instrumentatie het lome pad verlaat en kiest voor een net wat kruidiger geluid gaat Myles Sanko mee en verrast hij met vocalen die het ene moment nog uit het hart, maar het volgende moment uit de tenen komen. Forever Dreaming sluit, veel meer dan de meeste andere soulplaten van het moment, aan op de klassieke soulplaten uit het verleden, maar verrijkt deze vervolgens met een snufje jazz en een vleugje blues.
Vanwege de invloeden die Myles Sanko in zijn muziek verwerkt, zijn voorkeur voor lome en meer ingetogen songs en zijn warme en tegelijkertijd soulvolle geluid, doet Forever Dreaming me misschien nog wel het meest denken aan de onderschatte platen van Bill Withers, die in de jaren 70 een stapeltje klassiekers afleverde dat helaas nog altijd in menige platenkast ontbreekt. Een groter compliment kan ik een debuterend soulzanger niet maken.
Ook Myles Sanko zal vanwege zijn net wat afwijkende geluid waarschijnlijk niet onmiddellijk de harten van de liefhebbers van moderne soulmuziek veroveren, maar ik hoop dat dit snel gaat veranderen. Myles Sanko heeft met Forever Dreaming immers niet alleen een hele lekkere, maar ook een hele knappe soulplaat gemaakt. Forever Dreaming staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende soulsongs, maar het zijn ook nog eens soulsongs waarin van alles gebeurt, zodat de fantasie volop wordt geprikkeld.
Forever Dreaming was voor mij in eerste instantie vooral een lekker plaatjes voor de late avond, maar inmiddels beschouw ik het als één van de meest interessante soulplaten van het moment. Forever Dreaming verdient daarom de aandacht van iedere liefhebber van de betere soulmuziek. Uit het verleden, maar ook zeker uit het heden. Erwin Zijleman