16 februari 2016

Lissie - My Wild West

Elisabeth Maurus, oftewel Lissie, debuteerde in 2010 met het fraaie, nog vooral door folk gedomineerde Catching A Tiger. 

Ze trok met haar debuut terecht de aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, maar deze haakten in grote getale af na de release van haar tweede plaat Back To Forever, waarop de singer-songwriter uit Rock Island, Illinois, koos voor een meer pop georiënteerd geluid. 


Op haar derde plaat, My Wild West, kiest Lissie wederom voor een net wat andere invalshoek, waarin rootsmuziek wederom niet centraal staat. 


Ik moet eerlijk toegeven dat ik bij eerste beluistering van My Wild West na een aantal tracks heb gecontroleerd of de juiste cd wel in het hoesje zat. Lissie klinkt op haar derde plaat zo nu en dan immers wel heel erg als Lana Del Rey. 


Dat zal de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek, die Lissie een jaar of zes geleden nog liefdevol omarmden, waarschijnlijk definitief verjagen, maar ik ben persoonlijk gek op de muziek van Lana Del Rey en kan Lissie 3.0 dus wel hebben. 


In de openingstracks liggen de invloeden van de platen van Lana Del Rey er misschien wel erg dik bovenop, maar naarmate de plaat vordert trekt Lissie de muziek meer en meer naar zich toe en maakt ze er toch weer haar eigen geluid van. 


Liefhebbers van de warmbloedige en soms uitbundige arrangementen in de muziek van Lana Del Rey, zullen My Wild West zeker kunnen waarderen. Ook in vocaal opzicht hoor ik flink wat overeenkomsten tussen beide dames, al hoef je niet heel vaak naar de plaat te luisteren om te concluderen dat Lissie haar zo succesvolle collega in vocaal opzicht vrij makkelijk voor blijft. Waar Lana Del Rey vooral onderkoeld klinkt, maakt Lissie uiteindelijk indruk met kracht en warmte. 


Zeker wanneer Lissie naarmate de plaat vordert wat meer afstand neemt van de Lana Del Rey formule, meer invloeden uit de rootsmuziek toelaat in haar muziek, kiest voor eenvoudigere arrangementen en de passie het laat winnen van de onderkoeling, valt er op My Wild West verschrikkelijk veel te genieten (ook voor de inmiddels afgehaakte liefhebbers van singer-songwriter muziek). 


Ik heb daarom nog steeds volop vertrouwen in de kwaliteiten van Lissie en ben nu al benieuwd waar ze de volgende keer mee komt. Tot die tijd voldoet deze derde plaat prima, al is het maar omdat hij voorlopig alleen maar  beter wordt (en steeds minder op Lana Del Rey gaat lijken). Erwin Zijleman






 

15 februari 2016

The Cult - Hidden City

Ik geloof niet dat ik de afgelopen 25 jaar naar een plaat van The Cult heb geluisterd. De platen die de Britse band in de jaren 80 uitbracht heb ik weliswaar in de kast staan, maar sla ik achteraf bezien toch een stuk minder hoog aan dan de platen van andere bands van naam uit dit decennium. 

De platen die The Cult na het al niet geweldige Sonic Temple uit 1989 heeft gemaakt heb ik langs me heen laten gaan. 


Ik ging er van uit dat ik ook het onlangs verschenen Hidden City zou kunnen negeren, maar na een aantal zeer positieve recensies in Britse muziektijdschriften die ik hoog heb zitten, ben ik toch gaan luisteren. 


The Cult heeft nog altijd zanger Ian Astbury en gitarist Billy Duffy in de gelederen en beiden hebben zich sinds hun jonge jaren goed ontwikkeld. De stem van Ian Astbury klinkt misschien wat minder krachtig dan in de jaren 80, maar mag er nog zeker zijn en heeft bovendien een fraaie donkere klank, terwijl Billy Duffy dit keer niet alleen maar vertrouwt op de typisch jaren 80 gitaarloopjes vol galm en echo. 


Dit betekent niet dat The Cult niet zo af en toe voortborduurt op het verleden, want ik hoor zeker het een en ander terug van platen als Love (1985) en Electric (1987). 
Het door Bob Rock geproduceerde Hidden City biedt echter ook plaats aan een tijdlozer rockgeluid en aan wat meer ingetogen songs. In de wat meer ingetogen songs laat Ian Astbury horen dat hij niet alleen als zanger van stevige rocksongs uit de voeten kan en klinkt hij zelfs zo af en toe als volleerd crooner. Billy Duffy strooit ondertussen driftig met memorabele gitaarriffs, fraaie loopjes en melodieuze solo’s. 

Op de vraag of Hidden City nu een plaat is om heel druk over te doen durf ik nog geen antwoord te geven, maar dat het allemaal erg lekker en ook zeker geïnspireerd klinkt is zeker. 


The Cult laat op Hidden City horen dat het nog steeds uit de voeten kan in het genre waarin het ooit groot was, maar laat ook horen dat de band rond Ian Astbury en Billy Duffy anno 2016 nog steeds bestaansrecht heeft. Hidden City is uiteindelijk een stuk beter dan de rockplaten die de Britse jonge honden van het moment afleveren en mag dus zeker gehoord worden. Erwin Zijleman