donderdag 21 februari 2019

Tedeschi Trucks Band - Signs

De Tedeschi Trucks Band ontworstelt zich op haar nieuwe plaat aan flink wat vooroordelen en maakt prachtmuziek die recht uit het hart komt
Bands als de Tedeschi Trucks Band hebben in Nederland de schijn altijd wat tegen. De stevig door het verleden beïnvloede muziek van de band wordt snel steriel en degelijk genoemd en krijgt vervolgens het niet altijd positieve etiket retro opgeplakt. Ook ik had altijd enige reserves bij de platen van de band, maar Signs is een topplaat. Het is een plaat vol prachtig gedoseerd muzikaal vuurwerk, een plaat vol aansprekende songs met een hang naar het verleden en een plaat waarop de zangers en zangeressen de noten uit hun tenen halen. Het is ook nog eens een plaat die je altijd op kunt zetten en die altijd goed is voor een lekker gevoel. Ik ben definitief fan.


Ik zal de platen van de Tedeschi Trucks Band tot dusver niet snel in mijn jaarlijstje zetten en het zijn ook geen platen waar ik heel hoog over opgeef. 

De muziek van de flink uit de kluiten gegroeide band uit Jackson, Florida, is vooral degelijk en laat zich bovendien stevig beïnvloeden door muziek uit het verre verleden. De band krijgt hierdoor met grote regelmaat het predicaat retro opgeplakt en wordt hiernaast als jam-band versleten, wat ook niet erg sexy is. 

Op hetzelfde moment zijn de platen van de Tedeschi Trucks band gewoon heel erg goed. Topmuzikanten, goede songs en topzangers en zangeressen. Soms is er niet veel meer nodig voor het maken van een goede plaat. 

Signs volgt op een voor de band zware periode. Vrienden en grote voorbeelden Leon Russell en Gregg Allman overleden en ook in de eigen kring kreeg de band te maken met de nodige tegenslagen. Er is niet veel van te horen op Signs, dat zich laat beluisteren als een typische Tedeschi Trucks Band plaat. 

Het is wel een plaat die nog wat veelzijdiger is dan de vorige platen van de band en de plaat klinkt  bovendien wat toegankelijker, wat voor een band als deze ook een valkuil is, want voor je het weet wordt je weer als mainstream versleten. De band uit Florida verwerkt op haar nieuwe plaat invloeden uit de blues, soul, rock, roots en jazz en dat is nog maar het topje van de ijsberg. 

De uit de kluiten gewassen band herbergt een flink aantal topmuzikanten, die af en toe flink los mogen gaan, maar toch is Signs zeker geen plaat van een aantal topmuzikanten die lekker aan het jammen zijn. Op Signs staat alles in dienst van de songs en die zijn uitstekend. 

Ondanks de focus op de songs is de instrumentatie weer van hoog niveau. De ritmesectie speelt fantastisch, het orgelt smeedt alles aan elkaar, de blazers zorgen voor een stevige soulinjectie, terwijl het gitaarwerk ook op deze plaat weer fenomenaal is, wat nog eens wordt verstrekt door de gastbijdragen van Doyle Bramhall II. 

De band speelt niet alleen geweldig, maar is ook heerlijk veelzijdig. Het ene moment hoor je pure soul, het volgende moment doorleefde blues. Dampende rhythm & blues wordt afgewisseld door stevige rock of door lome jazz en zo hier en daar gooien de topmuzikanten van de band er ook nog wat funk of psychedelica doorheen. Het is muziek die me herinnert aan muziek uit de jaren 70, al kan ik geen band noemen die destijds zo veelzijdig was (of we moeten Little Feat, The Allman Brothers Band, Mother’s Finest en nog wat bands op één hoop gooien). 

De instrumentatie op Signs is geweldig en hetzelfde geldt voor de productie, maar de band heeft ook nog eens vier topvocalisten in huis. Mike Mattison, Alecia Chakour, Mark Rivers en Susan Tedeschi zingen alle vier de sterren van de hemel, waarbij ik, net als bij beluistering van de vorige platen van de Tedeschi Trucks Band, een enorm zwak heb voor de bluesy strot van Susan Tedeschi, die ook met haar soloplaten flink boven het maaiveld uitstak. 

Ook Signs zal worden onthaald met termen als degelijk, jamband en retro, maar de nieuwe van de Tedeschi Trucks Band is voor mij vooral een plaat waarop met hart en ziel grootse muziek wordt gemaakt. En het is ook nog eens muziek die bijzonder aangenaam klinkt. Erwin Zijleman



 

woensdag 20 februari 2019

The Long Ryders - Psychedelic Country Soul

Het was ruim dertig jaar stil rond The Long Ryders, maar uit het niets is de band terug met een plaat waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden
The Long Ryders werden in de jaren 80 in het hokje Paisley Underground geduwd, maar dat paste maar ten dele. Het hokje alt-country was misschien beter geweest, maar dat was in de jaren 80 nog niet verzonnen. Na een stilte van meer dan 30 jaar is de band vrijwel uit het niets terug en doet het of de tijd heeft stilgestaan. Het levert een plaat op die mooie herinneringen naar boven brengt, maar die tegelijkertijd laat horen dat de muziek van The Long Ryders nog niets van zijn glans heeft verloren. Countryrock en gitaarpop vloeien weer prachtig samen in songs die blijven hangen. Een absolute feelgood plaat van een helaas wat vergeten band.


De naam The Long Ryders brengt bij mij mooie herinneringen naar boven. De band uit Los Angeles werd gedurende de jaren 80 in één adem genoemd met legendarische bands als The Dream Syndicate, The Rain Parade en Green on Red en werd door de critici in het hokje Paisley Underground geduwd. 

The Long Ryders is van de genoemde bands waarschijnlijk het minst bekend en het is bovendien de band die het meest tegen de countryrock uit de jaren 70 van The Byrds en Buffalo Springfield aan schuurde. 

Tussen de handvol platen die The Long Ryders in de jaren uitbrachten zitten geen echte klassiekers (wel een aantal hele behoorlijke platen) en zeker geen kaskrakers, waardoor al na een aantal jaren het doek viel voor de band. 

Er gaat een mooi verhaal vooraf aan de plaat waarmee de band na een stilte van meer dan 30 jaar terugkeert. Een voormalige roadie van de band runt tegenwoordig de studio van niemand minder dan Dr. Dre en benutte wat vrije dagen in de agenda van de studio om zijn oude maten van The Long Ryders aan het werk te zetten. Het levert het uitstekende Psychedelic Country Soul op. 

Het is een vlag die de lading niet onmiddellijk dekt, want op de nieuwe plaat van The Long Ryders lijkt de tijd vooral stil te hebben gestaan. The Long Ryders brachten ruim dertig jaar geen plaat uit, maar gaan op Psychedelic Country Soul verder waar ze in de tweede helft van de jaren 80 waren gestopt. 

De muziek van de Amerikaanse band staat nog altijd met één been in de countryrock van de jaren 70, terwijl het andere been in de Paisley Underground van de jaren 80 staat. Het zorgt voor een aangename mix van in country doordrenkte muziek met aangenaam rammelende gitaarpop met hier en daar een vleugje psychedelica. 

Het is muziek die net zo makkelijk in het hokje alt-country is te duwen, want de nieuwe plaat van The Long Ryders is ook niet zo heel ver verwijderd van platen die tot op de dag van vandaag in dit genre verschijnen. Dat is ook niet zo gek, want zeker achteraf bezien leunden alt-country pioniers als Uncle Tupelo, Whiskeytown en The Jayhawks absoluut op de platen van The Long Ryders. 

Ik zal zeker niet beweren dat Psychedelic Country Soul van The Long Ryders een opzienbarende plaat is, want dat is het niet. De band slaat geen nieuwe wegen in en borduurt nadrukkelijk voort op haar gloriejaren, die inmiddels lang achter ons liggen. De comeback plaat van The Long Ryders is echter wel een hele aangename plaat of zelfs een heuse feelgood plaat. 

Laat Psychedelic Country Soul uit de speakers komen en je wordt een aantal decennia teruggeworpen in de tijd, al misstaan The Long Ryders op hun nieuwe plaat ook geen moment in de hedendaagse alt-country. Psychedelic Country Soul is een plaat vol prima songs, met hier en daar een uitbarsting, prima gitaarwerk, uitstekende zang en zo nu en dan fraaie koortjes. Ik word er nog steeds heel blij van en hoor nog volop van de oude glorie van deze altijd wat miskende band. Echt helemaal niks mis mee. Erwin Zijleman 



 

dinsdag 19 februari 2019

Robert Ellis - Texas Piano Man

Robert Ellis laat de gitaar dit keer in de koffer en profileert zich op zijn nieuwe plaat als maker van volstrekt tijdloze en onweerstaanbaar aangename pianopop
Robert Ellis dook ooit op als countrymuzikant, maar schoof de laatste jaren al flink wat op in andere richtingen. Op Texas Piano Man kiest hij vol voor de piano en komt hij op de proppen met de tijdloze pianopop zoals die in de jaren 70 werd gemaakt door Elton John en talloze soortgenoten. Het is misschien even wennen, maar ik was direct overtuigd van de nieuwe weg die de Texaanse muzikant is ingeslagen. Texas Piano Man staat vol met popliedjes die je al jaren lijkt te kennen en het is het soort popliedjes dat momenteel veel te weinig wordt gemaakt. Niet iedereen lijkt enthousiast over deze plaat, maar voor mij voelt hij als een warm bad.

Altijd handig als de vlag de lading dekt. Robert Ellis komt uit Houston, Texas, en omarmt op zijn nieuwe plaat nadrukkelijk de piano. Texas Piano Man is dus de titel van zijn nieuwe plaat en dat past meer dan uitstekend. 

Het is een nieuwe plaat die wat gemengde reacties oproept en dat begrijp ik eerlijk gezegd wel. Texas Piano Man is, zeker op het eerste gehoor, redelijk ver verwijderd van de vorige platen van de Amerikaanse muzikant en zeker van zijn eerste platen. 


Op Texas Piano Man schuift Robert Ellis op richting Harry Nilsson, Billy Joel, Randy Newman, Elton John en noem alle pianomannen maar op. Van recentere datum schuiven Ben Folds, Rufus Wainwright en Father John Misty aan en uit het verleden worden nog wat Beatlesque (en 1occ achtige) melodieën en wat koortjes die herinneren aan The Eagles aangedragen. 


Het heeft weinig tot niets meer te maken met de country waarmee Robert Ellis ooit opdook en ook het gitaarwerk dat ooit zijn handelsmerk leek te worden is op Texas Piano Man vrijwel volledig verdwenen. 


Ik kan me daarom voorstellen dat een deel van de fans van het eerste uur niet uit de voeten kan met de nieuwe plaat van Robert Ellis, maar ik vind Texas Piano Man direct vanaf mijn eerste beluistering heerlijk en eigenlijk wordt het alleen maar lekkerder. Nu ben ik dan ook een groot liefhebbers van pianomannen, heb ik een zwak voor vrijwel alle platen van bovengenoemde pioniers van het genre en koester ik vrijwel alles van Harry Nilsson en een heel groot deel van het oudere werk van Elton John. 


Robert Ellis grossiert op Texas Piano Man in tijdloze popliedjes, maar heeft een voorkeur voor de muziek die in de jaren 70 werd gemaakt. De piano komt heerlijk uit de speakers, de songs zijn stuk voor stuk van het soort dat je na een keer horen niet meer gaat vergeten en de stem van de Texaanse muzikant blijkt zeer geschikt voor dit soort muziek. 


Zeker wanneer Robert Ellis nog wat jazzy accenten toevoegt aan zijn muziek schuift hij moeiteloos op richting de zwoele verleiding van bijvoorbeeld Steely Dan, maar de meeste tracks sluiten het best aan op de songs van de grote singer-songwriters uit de jaren 70, die, net als Robert Ellis, een voorkeur hadden voor de piano. 


Robert Ellis maakte me in het verleden niet altijd makkelijk, maar Texas Piano Man voelt van de eerste tot de laatste noot als een warm bad en klinkt onmiddellijk als een plaat die je al jaren lijkt te kennen. De criticus zal beweren dat het allemaal eerder is gedaan. Dat valt niet te ontkennen, maar hetzelfde kan gezegd worden over heel veel andere muziek. 


Ik vind persoonlijk dat platen als Texas Piano Man tegenwoordig veel te weinig worden gemaakt en ben dan ook heel blij met de tijdloze popliedjes van Robert Ellis. Persoonlijk vind ik overigens dat de Amerikaanse muzikant deze ook op zijn vorige platen maakte, dus laten we de verschillen met zijn vorige platen ook niet uitvergroten. Het is een fraai oeuvre dat Robert Ellis aan het samenstellen is en deze laatste misstaat zeker niet. Erwin Zijleman


De muziek van Robert Ellis is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://robertellismusic.bandcamp.com/album/texas-piano-man.




 




maandag 18 februari 2019

Piroshka - Brickbat

Piroshka kan met enige fantasie een supergroep worden genoemd, maar die maken vaak slechte platen en dat doet deze Britse band nou net niet
Piroshka ontstond nadat de reünie tour van Lush er op zat en heeft Lush frontvrouw Miki Berenyi als belangrijkste lid. Nu waren er de afgelopen jaren talloze bands die voortborduurden op de muzikale erfenis van Lush en klonken als Lush, maar dat valt bij Piroshka best mee. De Britse band die bestaat uit muzikanten met een verleden in de Britse popmuziek, voegt absoluut shoegaze en dreampop toe aan haar muziek, maar put net zo makkelijk uit de new wave, de postpunk of de Krautrock. Op het eerste gehoor klinkt het misschien wat overdadig, maar op een gegeven moment valt alles op zijn plek.


Ik noem de band Lush op deze BLOG vaak een belangrijke inspiratiebron, zeker voor bands die teruggrijpen op de hoogtijdagen van de shoegaze en de dreampop. 

Veel van de bands die boven kwamen drijven op de tweede of derde dreampop en shoegaze golf hebben inmiddels meer platen op hun naam staan dan Lush zelf, want de band uit Londen maakte er maar drie. 


Lush kwam een paar jaar geleden weer bij elkaar voor een tour en ik had eerlijk gezegd gehoopt op een nieuwe plaat van de dreampop pioniers. Verder dan een EP kwam Lush helaas niet, maar nadat de reünie tour er op zat, bloeide er in muzikaal opzicht wel iets moois op tussen Lush frontvrouw Miki Berenyi, Elastica's Justin Welch, K.J. McKillop van de band Moose en Mick Conroy van Modern English (de laatste twee stonden Lush bij op het podium tijdens de tour). 


Van deze muzikanten en hun voormalige bands heb ik Miki Berenyi en Lush met afstand het hoogst zitten en het is voor mij dan ook goed nieuws dat Mike Berenyi in Piroshka de meeste kaarten in handen heeft en haar stempel drukt op het geluid van de band.


Nu zijn er de afgelopen jaren nogal wat bands geweest die aan de haal zijn gegaan met de muzikale erfenis van Lush, zodat hier zo langzamerhand weinig eer meer aan te behalen is. Het knappe van de nieuwe band van Miki Berenyi is dat Piroshka minder als Lush klinkt dan flink wat bands die de afgelopen jaren de aandacht trokken met opgewarmde shoegaze en dreampop. 


Invloeden uit de shoegaze en dreampop hebben absoluut hun weg gevonden naar de muziek van de nieuwe band, maar Piroshka verwerkt deze invloeden in een geluid dat minder zwaar leunt op de klassiekers in beide genres. Piroshka bereikt dit door te kiezen voor een net wat minder gruizig en dromerig geluid, door wat zwaarder te leunen op elektronica, door een enkele keer blazers en strijkers in te zetten en door ook wat vaker het experiment op te zoeken met invloeden uit de new wave, postpunk en de Krautrock, om maar eens drie hoorbare genres te noemen. 


Net als Lush leunt ook Piroshka zwaar op breed uitwaaiend gitaarwerk en op de uit duizenden herkenbare stem van Miki Berenyi, maar waar veel van de Lush klonen van de afgelopen jaren met beide benen in het verleden stonden, staat Brickbat met minstens één been in het heden. Bovendien klinkt het allemaal wat rauwer en directer en dat is na al het dromen ook wel eens lekker.


De leden van de band zijn inmiddels stuk voor stuk veteranen, maar Piroshka klinkt opvallend fris en energiek. Ook in tekstueel opzicht valt er flink wat te genieten, zeker wanneer de Britten hun visie geven op de aankomende Brexit. 


Het gekke is dat ik de meeste songs op Brickbat bij eerste beluistering best aardig vond, maar een onuitwisbare indruk maakte de plaat, een enkele instant klassieker daargelaten (zoals het fraaie Everlastingly Yours dat wel zo van Lush had kunnen zijn), zeker niet. Hier en daar vond ik het zelfs wat over the top, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, maar naarmate ik de plaat vaker beluisterde, viel er steeds meer op zijn plek. 


Het blijft jammer dat Lush na de reünie tour geen nieuwe plaat heeft toegevoegd aan haar zo kleine oeuvre, maar ik vraag me ook af of deze plaat net zo goed was geworden als het debuut van Piroshka. Ik denk het eigenlijk niet. Erwin Zijleman

De muziek van Piroshka is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://piroshka.bandcamp.com/album/brickbat.




 


zondag 17 februari 2019

Motorpsycho - The Crucible

Motorpsycho neemt je mee op een fascinerende tijdreis langs een aantal decennia rockmuziek, met een voorkeur voor 70s symfonische rock
Ik heb twee jaar geleden enorm genoten van The Tower van Motorpsycho en niet alleen omdat de plaat me deed denken aan het beste van mijn jeugdliefde Yes. Ook The Crucible herinnert met grote regelmaat aan de platen die Yes in de jaren 70 maakte, maar wat sleept de Noorse band er weer veel bij. Het is zoveel dat het je soms duizelt, maar The Crucible staat ook vol met wonderschone en opvallend melodieuze passages, die weer worden afgewisseld met een bijzonder indrukwekkend muzikaal machtsvertoon. Zonder een zwak voor progrock is The Crucible waarschijnlijk een zwaar op de maag liggende plaat, maar met dit zwak is het genieten, 40 minuten lang.


De Noorse band Motorpsycho bouwt al sinds 1990 aan een bijzonder oeuvre. De band uit Trondheim schiet hierbij alle kanten op en heeft een productiviteit om bang van te worden. 

De afgelopen twee jaar verschenen twee live-albums, maar het deze week verschenen The Crucible is wat mij betreft de logische opvolger van het in 2017 verschenen The Tower. 

Op The Tower nam de Noorse band ons mee op een tijdreis door een aantal decennia rockmuziek. Het was een tijdreis die relatief veel tijd doorbracht in de jaren 70 en een voorliefde voor 70s hardrock en symfonische rock etaleerde. Motorpsycho leunde echter zeker niet volledig op al het moois uit het verleden, maar verrijkte de klanken uit de inmiddels wat stoffige archieven van de hardrock en de symfonische rock uit de jaren 70 met flink wat stonerrock en een vleugje metal. 

The Tower bevatte maar liefst anderhalf uur muziek en stond vol met songs die ruim de rijd namen voor het verkennen van de uithoeken van de archieven van de rockmuziek. Op The Crucible moeten we het doen met 40 minuten muziek en in die 40 minuten komen er slechts drie tracks uit de speakers, variërend in tijd van ruim 8 tot bijna 21 minuten. 

Bij beluistering van The Tower had ik meer dan eens associaties met het werk van Yes en dat is een band die ik, ondanks mijn afgenomen liefde voor symfonische rock of progrock, nog altijd hoog heb zitten. Invloeden uit het werk van Yes zijn ook op The Crucible dominant aanwezig, net als invloeden van tijdgenoten King Crimson. 

Dat hoor je vooral wanneer Motorpsycho groots en meeslepend of zelfs wat bombastische klinkt en kiest voor sprookjesachtige klanken. Je hoort het ook wanneer de muziek van de Noorse band omslaat in muzikaal spierballenvertoon en de muzikale hoogstandjes elkaar in snel tempo afwisselen. Het wordt allemaal bijzonder vakkundig aan elkaar geslagen door de drummer van de band, die een prestatie van formaat levert. 

Ook dit keer blijft Motorpsycho niet eindeloos steken in de betere en interessantere symfonische rock uit de jaren 70. Invloeden uit de stonerrock en metal stuwen de band uit Trondheim de kan op van stadgenoten Soup, maar The Crucible gaat ook moeiteloos aan de haal met invloeden uit de psychedelica en de jazzrock. Het wordt fraai gecombineerd met zang, die ook al doet denken aan Yes en King Crimson, maar mij ook af en toe doet (en dan heel even) denken aan Simon & Garfunkel. 

Het levert een bijzondere plaat op, maar het is absoluut een plaat voor bijzondere gelegenheden. Motorpsycho maakt geen muziek voor op de achtergrond en maakt evenmin muziek voor een etentje, een feestje of een goed gesprek. The Crucible is een plaat die je het beste alleen kunt ondergaan en als het even kan met flink volume. 

Vervolgens word je 40 minuten lang alle kanten op geslingerd en afwisselend betoverd door sprookjesachtig mooie of volstrekt onnavolgbare passages. The Crucible zit vol flarden uit het verleden, maar net als op The Tower, maakt de Noorse band haar eigen ding van al deze invloeden. 

Liefhebbers van tracks met een kop en een staart zijn bij Motorpsycho ook dit keer aan het verkeerde adres, maar muziekliefhebbers met een zwak voor progrock en bij voorkeur ook wat liefde voor hardrock, psychedelica en jazzrock, zullen smullen van de nieuwste muzikale uitspatting van Motorpsycho. The Crucible ligt stevig in het verlengde van The Tower, maar ook dit keer voegt Motorpsycho nieuwe dimensies toe aan haar muziek. Het verrijkt het unieke oeuvre van de Noorse band met een volgende prachtplaat. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman

De muziek van Motorpsycho is ruim voorradig bij het prachtige Stickman Records: https://www.stickman-records.com/shop/motorpsycho-the-crucible/.



 

zaterdag 16 februari 2019

Kalyn Fay - Good Company

Kalyn Fay transformeert van een veelbelovende debutant in een van de smaakmakers binnen de rootsmuziek van het moment
Bible Belt, het debuut van Kalyn Fay, kreeg ik in 2016 bij toeval in handen, maar groeide al snel uit tot mijn favoriete rootsplaten van dat jaar. Good Company, de tweede plaat van de singer-songwriter uit Tulsa, Oklahoma, is nog veel beter en zet op alle terrein indrukwekkende stappen. De songs zijn beter, de volle en stemmige instrumentatie is nog wat mooier en trefzekerder, terwijl de krachtige stem van Kalyn Fay nu de hele plaat goed is voor kippenvel. Het levert een rootsplaat op die alles precies zo doet als ik het mooi vind en ik weet zeker dat Good Company veel meer liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek gaat aanspreken. En deze plaat wordt echt alleen maar beter.


Kalyn Fay maakte met Bible Belt één van mijn favoriete rootsplaten van 2016. Het is een plaat die in 2016 echt veel te weinig aandacht kreeg, wat mede het gevolg was van het besluit om de plaat niet beschikbaar te maken via de streaming media diensten. 

Ik heb daar vanuit het perspectief van de muzikant absoluut begrip voor, maar het getuigt helaas ook van weinig realiteitszin. Bible Belt kwam uiteindelijk ook bij de streaming media diensten terecht en daar is gelukkig ook de nieuwe plaat van de singer-songwriter uit Tulsa, Oklahoma, onmiddellijk na de release te horen. 


Als ik mijn favoriete rootsplaat in algemene termen mag beschrijven kom ik op de proppen met termen als mooie verhalen, een stemmige en ruimtelijk geluid, een hoofdrol voor snareninstrumenten en vooral een vrouwelijke stem die iets met me doet. Het zijn allemaal ingrediënten die in ruime mate aanwezig waren op het debuut van Kalyn Fay (Barnoski) en ook het geluid op haar nieuwe plaat domineren. 


Good Company opent met fraai ingetogen gitaarwerk, waarna de opvallende stem van Kalyn Fay de ruimte vult. Het is een stem die is gemaakt voor Amerikaanse rootsmuziek en die emotie en een fraaie snik toevoegt aan de persoonlijke songs van Kalyn Fay. De Amerikaanse singer-songwriter focuste op haar debuut op het opgroeien in de Amerikaanse Bible Belt en het leven van alle dag staat ook centraal op Good Company. 


Good Company ligt duidelijk in het verlengde van het terecht geprezen debuut van Kalyn Fay en combineert ingetogen en intieme songs met een verrassend vol geluid. Ook de tweede plaat van de singer-songwriter uit Tulsa, Oklahoma, is bijzonder fraai ingekleurd, waarbij de bijdragen van diverse snareninstrumenten ook dit keer het meest in het oor springen, maar ook het orgel dat af en toe opduikt is vrijwel onweerstaanbaar, terwijl de toegevoegde harmonieën de vocalen voorzien van extra diepte. 


Het is een geluid vol fraaie details, maar het is ook een geluid dat heel veel ruimte open laat. Het is ruimte die prachtig wordt opgevuld door de bijzondere stem van Kalyn Fay. Het is een stem die warm en emotievol klinkt, maar het is ook een stem met een voorzichtig rauw randje en bovendien een stem met een duidelijk eigen geluid. Het is ook nog eens een stem die over het vermogen beschikt om de luisteraar onmiddellijk bij de strot te grijpen, waardoor Good Company, net als zijn voorganger, een plaat is die je niet makkelijk terzijde schuift. 


Kalyn Fay maakt ook op haar tweede plaat weer betrekkelijk traditioneel aandoende Amerikaanse rootsmuziek, maar Good Company klinkt op een of andere manier ook fris en eigentijds. Vergeleken met het debuut biedt Good Company wat meer ruimte aan songs die net wat voller en steviger klinken en ook in deze songs maakt Kalyn Fay indruk met haar krachtige stem. 


Bible Belt was het nog wat schuchtere debuut van een aanstormend talent binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar met Good Company zaagt Kalyn Fay wat mij betreft aan de stoelpoten van de groten en de smaakmakers in het genre. Good Company overtuigt 11 songs en 47 minuten lang met prima songs, een buitengewoon smaakvol geluid en een stem om te koesteren. Bible Belt was voor mij een jaarlijstjes plaat, maar met haar tweede plaat schaart de singer-songwriter uit het roemruchte Tulsa zich definitief onder mijn favoriete rootszangeressen van het moment. Erwin Zijleman


De muziek van Kalyn Fay is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van haar platenmaatschappij: https://hortonrecords.bandcamp.com/album/kalyn-fay-good-company.




 


vrijdag 15 februari 2019

Hajk - Drama

Hajk combineert schaamteloos toegankelijke popmuziek met een vleugje Noors avontuur op een plaat die je langzaam maar zeker in een wurggreep krijgt
Noorse muziek is vaak aardedonker en behoorlijk experimenteel. Hajk is anders. De Noorse band maakt warmbloedige of zelfs broeierige popmuziek die zomaar hitgevoelig zou kunnen zijn. Op hetzelfde moment voorziet de band uit Oslo haar muziek van subtiele avontuurlijke accenten, waardoor Drama niet alleen aangenaam maar ook interessant is. De band beschikt ook nog eens over een zangeres van wereldklasse, die helaas ook wel eens langs de zijlijn staat. De tegenstellingen in het geluid van de Noorse band staan me af en toe nog wel eens tegen, maar ze maken van Drama ook een buitengewoon interessante (en aangename) plaat.

Noorwegen gaat op bestuurlijk niveau zijn eigen gang in Europa en ook de Noorse muziekscene wijkt flink af van die van de rest van Europa. 

Ik krijg met enige regelmaat flink wat Noorse muziek toegestuurd en het is bijna altijd muziek die driftiger buiten de lijntjes kleurt en intensiever het experiment opzoekt dan in de rest van Europa gewoon is. 

Het is bovendien muziek die vaker flirt met jazz en avant garde, waardoor ik uiteindelijk lang niet altijd gecharmeerd ben van de muziek uit Noorwegen, al zijn er gelukkig met enige regelmaat ook platen die ik juist prachtig vind. 

Drama van het Oslo afkomstige Hajk is zo’n plaat. Het is een plaat die in de eerste noten nog enigszins voldoet aan het hierboven geschetste beeld van Noorse popmuziek. De plaat opent met wat vervormde elektronica en een lastig ritme, maar wanneer de vocalen invallen, transformeert Hajk de openingstrack die licht experimenteel begon in een buitengewoon aangenaam en toegankelijk popliedje. 

Het is een popliedje dat een stuk warmer en zonniger klinkt dan de meeste andere popmuziek uit Noorwegen. Veel Noorse bands dragen de zware last van koude en lange winters en dagen waarop het nauwelijks licht wil worden met zich mee in hun muziek, maar Hajk heeft daar geen last van. De muziek van de Noorse band klinkt lichtvoetig, broeierig en aangenaam en slaat zich als een warme deken om je heen. 

Het is een deken die in het begin wat onaangenaam kriebelde, want de muziek van Hajk gaat in de openingstrack richting pop en R&B en blijft uiteindelijk overeind door de avontuurlijke accenten in de instrumentatie, die op fraaie wijze een flinke bak elekctronica combineert met organische instrumenten, waaronder blazers.

Ook de tweede track van Drama is een popsongs met uitstapjes richting R&B en funk. Hajk legt een warm en gloedvol geluid neer dat hier en daar zelfs een snufje Prince (of minimaal Wendy & Lisa) bevat, maar het is een geluid dat wederom subtiel is versierd met enkele bijzondere accenten. Bovendien toveren de Noren in de tweede track nog een sterke troef uit de hoge hoed in de vorm van de vocalen van zangeres Sigrid Aase, die me veel meer overtuigd dan de zanger in de openingstrack. 

Ook op de rest van de plaat strooit Hajk driftig met bijna schaamteloos toegankelijke popliedjes. Het zijn popliedjes die de gemiddelde Amerikaanse pop of R&B band moeiteloos tot eenheidsworst zou verwerken, maar Hajk blijft continu aan de goede kant van de streep door net voldoende avontuur te verwerken in haar muziek en de platgetreden paden op subtiele wijze te vermijden. 

Dat lukt het makkelijkst wanneer Sigrid Aase de lead vocalen voor haar rekening neemt, want dan sprankelt de muziek van Hajk bijna automatisch. De songs waarin Preben Sælid Andersen zingt en driftig gebruik maakt van auto-tune, spreken me vaak net wat minder aan, maar ook deze songs onderscheiden zich makkelijk van de dertien in een dozijn pop. 

Het is knap hoe de Noorse band lome en warmbloedige klanken en direct memorabele melodieën weet te voorzien van net voldoende avontuur om Drama zowel aangenaam als interessant te maken. Het levert een plaat op waaraan ik nog steeds moet wennen, maar stiekem ook al aardig verslaafd ben. Erwin Zijleman

De muziek van Hajk is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://hajk.bandcamp.com/album/drama.


  

donderdag 14 februari 2019

Yak - Pursuit of Momentary Happiness

Yak debuteerde drie jaar geleden aardig met een plaat vol 60s garagerock, maar sleept er nu van alles bij en imponeert van de eerste tot de laatste noot
Het debuut van Yak vond ik drie jaar geleden goed, maar uiteindelijk toch niet een plaat lang boeiend. Op Pursuit Of Momentary Happiness boeit de band uit Londen wel van de eerste tot de laatste noot. De 60s garagerock van het debuut heeft gezelschap gekregen van een nog wat dominantere bluesrock injectie, maar ook flink wat andere invloeden hebben hun weg gevonden naar de tweede plaat van de band. Pursuit Of Momentary Happiness van Yak is zo nu en dan bijzonder rauw en meedogenloos, maar de band neemt ook regelmatig gas terug en bedwelmt en benevelt dan met tijdloze psychedelica. Prachtplaat.


De Britse band Yak debuteerde drie jaar geleden met het goed ontvangen Alas Salvation. Op dit debuut liet Yak zich vooral inspireren door 60s garagerock (alles vanaf The Stooges en verder), al waren ook invloeden uit de bluesrock, punk en psychedelica te horen. 

Na haar debuut dook de band in Nieuw-Zeeland de studio in met Tame Impala lid Jay Watson als producer, maar de sessies leverden helaas niets bruikbaars op (naar verluidt omdat er vooral gedronken en weinig gemusiceerd werd). Vervolgens viel Yak vrijwel volledig uit elkaar, zodat er nu een bijna totaal vernieuwde line-up staat. 

Voor Pursuit Of Momentary Happiness deed de band uit Londen een beroep op producer Marta Salogni, die eerder werkte met Björk en Goldfrapp. De openingstrack van de tweede plaat van Yak opent heerlijk psychedelisch met een dwarsfluit en aan het eind van de track komen ook nog flink wat psychedelisch aandoende andere blazers uit de speakers. Pursuit Of Momentary Happiness klinkt sowieso flink psychedelischer dan zijn voorganger, maar Yak is ook haar voorliefde voor garagerock niet vergeten en propt ook nog steeds wat bluesrock in haar muziek. Hier blijft het niet bij, want Yak klinkt op haar tweede plaat bij vlagen ook soulvol en funky (met een Beastie Boys impuls), maar kiest ook met enige regelmaat voor de rauwe energie van de punk. 

Het levert een plaat op die bij eerste beluistering met twee benen in een ver verleden lijkt te staan, maar Pursuit Of Momentary Happiness bevat ook flink wat invloeden die in de jaren 60 en 70 nog niet aan de oppervlakte waren gekomen. De tweede plaat van Yak klinkt als de perfecte mix van The Stooges, The Jon Spencer Blues Explosion en The White Stripes, maar stiekem fietsen ook nog allerlei andere invloeden door het geluid van de band. 

Pursuit Of Momentary Happiness overtuigt bijzonder makkelijk wanneer Yak kiest voor lekker rauwe garagerock met een bluesrock en psychedelica injectie, maar de band laat ook horen dat het meer in huis heeft wanneer de gashendel tijdelijk wordt teruggedraaid. Zeker wanneer invloeden uit de psychedelica aan terrein winnen hoor ik wel wat van Spiritualized en al haar soortgenoten (tot The Verve aan toe), maar waar deze bands een hele plaat lang kunnen bedwelmen, doet Yak dit alleen om de luisteraar even op adem te laten komen. Zweverige passages worden al snel verwisseld voor meedogenloze riffs, wat Pursuit Of Momentary Happiness voorziet van flink wat dynamiek en energie. 

Ik moet eerlijk zeggen dat het debuut van de band me een paar jaar geleden niet volledig kon overtuigen. Na een tijdje sloeg de verveling wat toe. Hiervan is gelukkig totaal geen sprake bij beluistering van Pursuit Of Momentary Happiness. De plaat laat zich beluisteren als een roadtrip langs een aantal decennia rockmuziek, waarbij flink wat genres voorbij komen en alleen de dosis jonge honden energie een constante is. 

Bij eerste beluistering vond ik het vooral lekker klinken, maar hoe vaker ik naar Pursuit Of Momentary Happiness van Yak luister, hoe meedogenlozer en verslavender de plaat wordt. Yak krijgt het stempel neo-psychedelica opgedrukt en moet hierdoor concurreren met talloze andere bands. Pursuit Of Momentary Happiness past echter niet in dit hokje en blijft de concurrentie bovendien mijlenver voor. Erwin Zijleman

De muziek van Yak is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://yakofficial.bandcamp.com/releases.


 

woensdag 13 februari 2019

Rosie Carney - Bare

Uiterst ingetogen singer-songwriter plaat vol gevoel, doorleving en zeggingskracht, die me dierbaarder en dierbaarder wordt
Rosie Carney is pas 21, maar heeft al de nodige ellende achter zich. Het is de voedingsbodem voor een aantal intieme songs vol melancholie, maar het zijn ook songs die vooruit kijken. Heel veel heeft Rosie Carney niet nodig voor het inkleuren van haar songs. Soms een piano, soms wat versiersels, maar meestal alleen een akoestische gitaar, die vervolgens gezelschap krijgt van haar bijzondere stem. Het is een stem die volwassener klinkt dan de 21 jaren die Rosie Carney inmiddels telt. Bare is een intieme en indringende plaat vol mooie, folky songs, die worden vertolkt met hart en ziel. En het is ook nog eens een eersteklas groeiplaat.


Bare, het debuut van de Britse singer-songwriter Rosie Carney, had ik al een paar maal beluisterd, voordat ik op zoek ging naar meer informatie over de persoon achter de plaat. 

Bare klinkt als een licht melancholische maar verder redelijk zorgeloze plaat van een jonge twintiger, maar schijn bedriegt. De singer-songwriter uit het Britse Hampshire kreeg in haar jeugd te maken met pesten en zelfs met seksueel geweld en schreef haar eerste songs min of meer op therapeutische basis. 

Op haar zestiende werd ze binnengehaald door een platenmaatschappij en gekoppeld aan songwriters van formaat. De jonge Rosie Carney kon de druk echter niet aan en maakte kennis met de harde kanten van de muziekwereld. Zonder ook maar een single te hebben uitgebracht werd het eerder nog zo vurig omarmde talent gedumpt door haar platenmaatschappij en zat er nog een extra kras op de ziel van Rosie Carney. 

De jonge Britse singer-songwriter is inmiddels 21 en probeert het nog eens met haar debuut Bare. Bare is een uiterst ingetogen singer-songwriter plaat, die moet concurreren met stapels andere platen in het genre. Dat valt niet mee, maar het debuut van Rosie Carney heeft iets bijzonders. Iets heel bijzonders. 

De instrumentatie op het debuut van de Britse singer-songwriter is uiterst sober. In de meeste songs moeten we het doen met de akoestische gitaar of de piano van Rosie Carney en natuurlijk met haar stem. Incidenteel worden nog wat strijkers en wat elektronica toegevoegd, maar uitbundig wordt het nooit. 

Het stelt hoge eisen aan de zang op de plaat en die is werkelijk prachtig. Rosie Carney beschikt over een mooie stem, maar het is vooral een stem vol emotie. Hier en daar klinkt ze net zo melancholisch als bijvoorbeeld Birdy, maar de Britse muzikante verrast ook met prachtig heldere vocalen die raken aan die van grote folkzangeressen uit het verleden of met vocalen van een Kate Bush achtige schoonheid en intensiteit. Ook het duet met Lisa Hannigan is van grote schoonheid.

Ze is misschien pas 21, maar Rosie Carney slaagt er op Bare in om haar songs te voorzien van gevoel, doorleving en zeggingskracht. Het geeft de intieme songs op de plaat een bijzondere lading en het is een lading die ervoor zorgt dat Bare zich steeds nadrukkelijker opdringt en steeds mooier en indrukwekkender wordt. 

De ingetogen songs van Rosie Carney, die zich overigens lang niet allemaal wentelen in het ongeluk uit haar jeugd, zijn door de sobere instrumentatie en de emotievolle zang voorzien van een enorme urgentie. Dit is geen plaat die je moet laten voortkabbelen op de achtergrond, maar een plaat die je moet beleven en voelen. Vervolgens groeit Bare maar door. Tot grote hoogten. Erwin Zijleman

 

dinsdag 12 februari 2019

Lau - Midnight And Closedown

Schotse band vermengt op unieke wijze folk en experiment in een geluid dat zowel bloedstollend mooi als bloedstollend spannend is
Lau ontdekte ik drie jaar geleden in een Schots jaarlijstje en wat heb ik genoten van de vorige plaat van de Schotse band, die op hetzelfde moment de archieven van de folk en het experiment verkent. De nieuwe plaat van de band is nog veel indrukwekkender. Dat is deels de verdienste van topproducer John Parish, maar de meeste eer gaat toch uit naar de Schotten, die niet alleen vermaken met mooie folksongs, maar je ook op het puntje van de stoel houden met experimentele klanken. Het lijkt een vreemde combinatie, maar beide werelden zijn op Midnight And Closedown perfect in balans en versterken elkaar op bijzondere wijze.


Spotify houdt kennelijk niet van korte bandnamen. Wanneer ik zoek op Lau, moet ik me eerst door een flinke lijst namen heen worstelen, voor ik terecht kom bij de muziek van de Schotse band. Het is jammer, want de muziek van Lau, dat al een jaar of twaalf platen maakt, verdient echt alle aandacht. 

Zelf ken ik de muziek van Lau pas een jaar of drie. Aan het begin van 2016 haalde ik de vorige plaat van de band, The Bell That Never Rang, uit een fraai lijstje met de beste Schotse platen van 2015. Lau prijkte bovenaan dit lijstje en na beluistering van de plaat kon ik daar van alles bij voorstellen. 

The Bell That Never Rang streelde het gehoor op even aangename als fascinerende wijze met muziek die bol stond van de invloeden uit de folk, maar ook op bijzondere wijze het experiment opzocht met repeterende akkoorden, stevige uithalen op de gitaar en de viool en subtiel ingezette elektronica. 

Op een in 2017 verschenen verzamelaar was te horen dat Lau al veel langer bijzondere muziek maakt en nu is er dan eindelijk de opvolger van de in 2015 de terecht de hemel in geprezen plaat. 

Lau reserveerde op haar vorige plaat 43 minuten voor 6 songs en stopt er dit keer 8 in 45 minuten. Toch klokken de meeste songs ook dit keer boven de 5 minuten. Het zijn minuten waarin weer van alles gebeurt, want Lau maakt gelukkig nog steeds geen alledaagse muziek. 

Direct in de openingstrack hoor je dat Lau voortbouwt op het geluid van de zo succesvolle voorganger. Midnight And Closedown opent met een song die best een folksong mag worden genoemd, maar het is wel een folksong waarin Lau de grenzen van het genre opzoekt en overschrijdt. De instrumentatie schiet alle kanten op, lijkt hier en daar voorzichtig te ontsporen en zoekt het experiment met bijzondere akoestische klanken en hier prachtig tegenin sturende elektronica. 

Het is bijzonder dat Lau violen die zo lijken weggelopen uit de Keltische folk contrasteert met vervormde en indringende klanken op een manier die hier en daar bijna beklemmend, maar ook volstrekt logisch klinkt. Het zorgt ervoor dat de Schotten aansluiten bij de folk die we kennen, maar er direct ook flink afstand van nemen, wat de muziek van Lau voorziet van onderhuidse spanning en een bijzondere lading. 

Het is muziek die objectief beschouwd tegen de haren instrijkt, maar toch klinkt ook Midnight And Closedown geen moment onaangenaam. Sterker nog, de fraaie klanken op de plaat zijn keer op keer goed voor mooie beelden en voor een moment van ontspanning, waarbij de instrumentele tracks misschien nog wel indrukwekkender zijn dan de tracks met vocalen. Op hetzelfde moment houdt Lau je op het puntje van je stoel met alle unieke accenten die zijn toegevoegd aan de folksongs van de band uit Edinburgh. 

Vergeleken met de vorige plaat klinkt Midnight And Closedown nog wat beter. Het is deels de verdienste van producer John Parish (P.J Harvey, Eels, Sparklehorse, Aldous Harding), die een nog fraaie balans heeft gevonden tussen mooi klinkende folksongs en een flinke dosis avontuur. 

Net als de vorige keer was ik direct onder de indruk van de muziek van Lau, maar Midnight And Closedown is, nog meer dan zijn voorganger, een plaat die je moet ontdekken. Na een paar keer horen hoor ik nog steeds heel veel nieuws in de muziek van Lau en wordt de nieuwe plaat van de Schotten alleen maar mooier en indrukwekkender. Heel veel aandacht trekt de band in Nederland nog niet, maar dat moet echt heel snel gaan veranderen met deze prachtplaat. Erwin Zijleman


 

maandag 11 februari 2019

Cass McCombs - Tip Of The Sphere

Cass McCombs verdiende de doorbraak naar een breed publiek met Mangy Love, maar dwingt misschien nog wel meer bewondering af met zijn nieuwe groeiplaat
Het is na het geweldige Mangy Love, waarop alles leek te kloppen, zeker even wennen. Tip Of The Sphere is een album plaat die bijna een uur lang voort lijkt te kabbelen. Tot je er goed naar gaat luisteren en zich een prachtig klankentapijt ontvouwt. De nieuwe plaat van Cass McCombs is loom en ingetogen en neemt de tijd voor de songs, die ook nog eens allemaal met elkaar verbonden lijken. Ik vond het bij eerste beluistering een lange zit, maar hoe vaker ik naar Tip Of The Sphere luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat Cass McCombs een plaat heeft gemaakt die zeker niet onder doet voor de terecht zo bejubelde voorganger.


De Amerikaanse singer-songwriter Cass McCombs debuteerde in 2003 en draait inmiddels al meer dan 15 jaar mee. 

Ik had wel wat met de man’s debuut A, een behoorlijk ingetogen plaat met lo-fi folk, maar de platen die volgden wisten me op een of andere manier niet echt te raken, tot in 2016 Mangy Love verscheen. 

Mangy Love betoverde met een vol, broeierig en verassend veelzijdig geluid en met songs die rijp leken voor een breder publiek dan de Amerikaanse muzikant tot dat moment had bereikt met zijn muziek. 

Mangy Love, dat me meer dan eens herinnerde aan de jaren 70 in het algemeen en aan de platen van Van Morrison in het bijzonder, haalde mijn jaarlijstje en het was zeker niet het enige jaarlijstje waarin de plaat opdook, al moet ook geconstateerd worden dat de voorspelde en verdiende doorbraak uitbleef. 

Of opvolger Tip Of The Sphere ook gaat opduiken in jaarlijstjes durf ik nog niet te voorspellen, want Cass McCombs maakt het de luisteraar op zijn nieuwe plaat niet zo makkelijk als op Mangy Love. Ook Tip Of The Sphere laat een geluid horen dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 70, maar waar Cass McCombs zich vorige keer focuste op een aantal briljante singles, heeft hij nu een plaat gemaakt die je moet beluisteren als een album en het is een album dat, zeker op het eerste gehoor, klinkt als een jamsessie. 

Tip Of The Sphere duurt bijna een uur en bevat 11 songs, waarvan er twee boven de 7 minuten klokken. Het zijn songs die met enige fantasie in het hokje “kosmische folkrock” passen. 

Cass McCombs kon de vorige keer een beroep doen op meestergitarist Blake Mills, maar ook dit keer heeft de Amerikaan niets te klagen over de muzikanten die opdoken in de studio. Deze muzikanten verdienden hun sporen in bands als Okkervil River, The War on Drugs, Vetiver en de bands van Norah Jones en Kevin Morby en dat hoor je. Samen met deze muzikanten kiest Cass McCombs voor een loom en soms wat wollig klinkend geluid en voor songs die de tijd nemen. 

Tip Of The Sphere is zoals gezegd een plaat die je als album moet beluisteren en dat is een vaardigheid die steeds schaarser lijkt te worden in deze tijden met een maximaal muziekaanbod voor iedereen. Ook ik maak me steeds vaker schuldig aan het snel scannen van een album en in dat geval blijft er weinig hangen van Tip Of The Sphere. Er zit niet al te veel vaart in de songs op de plaat en zeker bij oppervlakkige beluistering zijn het songs die erg op elkaar lijken en wat voort lijken te kabbelen. 

Hoe anders is de ervaring wanneer je je opsluit met de nieuwe plaat van Cass McCombs en alle aandacht reserveert voor Tip Of The Sphere. De nieuwe plaat van de Amerikaanse singer-songwriter heeft dan een bijna bezwerende uitwerking en verrast keer op keer met een warmbloedige instrumentatie vol fraaie details. 

Ik duwde het album hierboven in het hokje “kosmische folkrock”, maar Tip Of The Sphere verkent ook invloeden uit de jazz en de psychedelica en laat zich net zo makkelijk beïnvloeden door de ongrijpbare jamplaten van Grateful Dead als door de intieme platen van Elliott Smith. De negende plaat van Cass McCombs roept veel meer associaties op, maar die leiden alleen maar af van al het fraais dat is verstopt op de plaat. 

Beluister Tip Of The Sphere een keer met de koptelefoon en met volledige aandacht en er gaat een wereld voor je open. Het gitaarwerk op de plaat is prachtig en de rest van de instrumentatie draait hier al even fraai omheen, net als de stem van Cass McCombs, die ook nog even wat misstanden aan de kaak stelt in zijn songs. Misschien niet zo verleidelijk als Mangy Love, maar Tip Of The Sphere kan hier zomaar een flink stuk bovenuit gaan groeien. Ik ben na enige gewenning compleet verkocht. Erwin Zijleman

De muziek van Cass McCombs is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://cassmccombs.bandcamp.com/album/tip-of-the-sphere.