In de augustus (!) edities van Mojo en Uncut, die de afgelopen week op de mat vielen, komen de twee gerenommeerde Britse muziektijdschriften superlatieven te kort bij het recenseren van de nieuwe cd van Morrissey, World Peace Is None Of Your Business (de titel is in ieder geval alvast een echte Morrissey titel).
Of de nieuwe Morrissey echt zo goed is als Mojo en Uncut beweren weet ik nog niet, maar binnen een week of twee lees je er ongetwijfeld meer over op deze BLOG.
Dat Morrissey mogelijk terugkeert met een hele goede plaat is overigens opvallend. Sinds zijn geweldige comeback met You Are The Quarry in 2004. kwakkelde Morrissey niet alleen veelvuldig met zijn gezondheid, maar bracht hij ook net wat minder memorabele platen uit dan we van hem gewend waren, waardoor hij uiteindelijk ook zonder platencontract kwam te zitten. Dat laatste was overigens niet helemaal terecht, want na het tegenvallende Ringleader Of The Tormentors en het ook niet heel erg goede Swords, was Years Of Refusal al weer vijf jaar geleden een voorzichtige stap in de goede richting.
De afgelopen jaren moesten we het noodgedwongen doen met reissues van de eerste platen van Morrissey. Na reissues van Viva Hate, Kill Uncle en Your Arsenal, verscheen onlangs de 20th Anniversary Edition van Vauxhall And I, zeker achteraf bezien een van de betere platen van Morrissey, al volgen Viva Hate, Your Arsenal en You Are The Quarry op zeer bescheiden afstand.
Vauxhall And I is in het oeuvre van Morrissey de plaat die waarschijnlijk het dichtst bij de briljante platen van The Smiths komt. Waar Morrissey op zijn voorgaande soloplaten nog voorzichtig experimenteerde met een wat ander geluid (vooral goed te horen op het vooral verguisde Kill Uncle) en bovendien koos voor steeds meer cynisme en bitterheid, koos hij op Vauxhall And I weer nadrukkelijk voor de aanstekelijke maar tegelijkertijd messscherpe gitaarpop die ook het oeuvre van The Smiths typeerde. Ook op Vauxhall And I was enig cynisme Morrissey niet vreemd, maar de zon mocht af en toe ook best schijnen.
Vauxhall And I was, vergeleken met zijn voorgangers, zoals gezegd een redelijk ingetogen en ook persoonlijke plaat. Morrissey kon de neiging tot steviger rocken op zijn vorige platen nauwelijks onderdrukken, maar koos aan de hand van power-producer Steve Lillywhite toch wel enigszins verrassend voor een subtieler geluid.
Vauxhall And I kreeg destijds helaas niet de waardering die de plaat zo verdiende. De Morrissey magie was voor de critici al een tijdje uitgewerkt en nieuwe helden domineerden het muzikale landschap. Het zou niet lang meer duren voordat Morrissey compleet uit beeld zou verdwijnen en pas na zeven hele magere jaren zou terugkeren met You Are The Quarry, maar op Vauxhall And I stak de Brit nog in grootse vorm.
Vauxhall And I kreeg overigens ook van mij in 2004 niet de aandacht die de plaat zo verdiende en bij beluistering van de onlangs verschenen reissue was ik dan ook aangenaam verrast door het hoge niveau van de plaat. Vauxhall And I bevat de scherpzinnige gitaarsongs die je van Morrissey verwacht en heeft de instrumentale en vocale invulling waar je op hoopt.
Dat Morrissey ook live nog uitstekend presteerde hoor je op de bijgevoegde bonus-disc, maar de hoofdschotel die wordt geserveerd bestaat uit de prachtig klinkende reissue van Vauxhall And I.
Ook op zijn nieuwe plaat World Peace Is None Of Your Business kiest Morrissey naar verluid weer voor een wat meer ingetogen geluid, maar of de plaat het niveau van Vauxhall And I gaat halen is voorlopig nog een vraag. Gezien het niveau van de vergeten klassieker uit 1994 krijgt Morrissey er nog een hele kluif aan. Erwin Zijleman
Ik was anderhalf jaar geleden zeer gecharmeerd van Broadside van Bellowhead en omschreef de unieke muziek van de Britse band destijds als een vat vol tegenstrijdigheden, waarin traditionele Britse folk net zo makkelijk werd vermengd met pop en rock als met progrock (!) of klassieke muziek.
Het leverde volgens mijn recensie van anderhalf jaar geleden muziek op die kon worden omschreven als een mix van Jethro Tull, Dexy’s Midnight Runners, The Pogues, een klassiek combo en traditionele Ierse (Riverdance) muziek. Dat klinkt als nogal zware of in ieder geval uiterst pretentieuze kost, maar dat viel in de praktijk reuze mee.
Broadside bleek een zeer verslavende plaat die steeds weer nieuwe dingen liet horen, maar ook steeds makkelijker vermaakte. Hierbij hielp het zeker dat de band in de persoon van Jon Boden (check zijn fantastische soloplaat Songs From The Floodplain uit 2009) beschikt over een geweldige songwriter.
Broadside was in het Verenigd Koninkrijk zeer succesvol, waardoor de band voor haar nieuwe plaat Revival kon beschikken over een flink budget. Dat is te horen, want de plaat klinkt echt geweldig en laat bovendien zo ongeveer iedere toegevoegde strijker of blazer (en dat zijn er heel wat) op de plaat afzonderlijk horen in de productie en mix.
Revival borduurt in grote lijnen voort op Broadside, al is het geluid van Bellowhead wel iets toegankelijker geworden. De band vindt hierdoor ook aansluiting bij succesvolle bands als Mumford & Sons en lijkt klaar voor een groot publiek. Dat is aan de ene kant jammer, want juist het eigenzinnige karakter van Broadside maakte deze plaat zo leuk en bijzonder, maar aan de andere kant is ook Revival een bijzonder leuke plaat die nog meer dan voldoende eigenzinnigheid laat horen.
Bellowhead strooit op haar nieuwe plaat wat nadrukkelijker met lekker in het gehoor liggende folksongs en springt bovendien wat minder vaak van de hak op de tak, maar vergeleken met bijvoorbeeld het eerder genoemde Mumford & Sons, is de muziek van Bellowhead nog altijd avontuurlijke en zeker niet alledaags.
Net als op Broadside domineren op Revival prachtige strijkers en blazers het geluid van Bellowhead en worden de volle klanken gecombineerd met gloedvolle vocalen. Zeker de toegankelijkere songs op de plaat stimuleren tot meezingen, maar wanneer je net wat beter luistert naar deze songs hoor je dat de instrumentatie ook in deze op het oor toegankelijke songs onnavolgbaar is.
Revival is wat mij betreft een uitstekend vervolg op het zo intrigerende Broadside en het is bovendien een plaat die er mogelijk in slaagt om de aandacht van een net wat breder publiek te trekken. Dat zou zeer terecht zijn, want Bellowhead maakt unieke muziek en ook nog eens unieke muziek van een zeer hoog niveau. Bij beluistering van Revival waan je je weer even in een andere tijd en op een andere plek en het zijn een plek en een tijd waarin het uitstekend toeven is. Net als Broadside is Revival daarom een enorme aanrader van liefhebbers van veelkleurige folkmuziek die buiten de lijntjes durft te kleuren. Erwin Zijleman