maandag 23 oktober 2017

Lean Year - Lean Year

Een jaar of 15 geleden kwam ik tijdens een road trip in de Verenigde Staten door plotseling slecht weer in Spokane, Washington, terecht. 

Het desolate trailer park waar ik noodgedwongen een dag moest doorbrengen behoort zeker niet tot mijn mooiste reisherinneringen, maar toch denk ik bij Spokane vooral aan iets heel moois. 

Dat is zeker niet de verdienste van de provinciestad in de grote leegte van de Verenigde Staten, maar van de gelijknamige band van regisseur Rick Alverson, die met zijn band Spokane tussen 2000 en 2007 een handvol platen vol aardedonkere, beeldende en wonderschone sadcore maakte. Het zijn overigens platen die veel meer aandacht verdienen dan ze destijds kregen. 

Sinds het laatste wapenfeit van Spokane een jaar of tien geleden heeft Rick Alverson zich geconcentreerd op zijn werk als regisseur, maar onlangs keerde hij terug met een nieuwe band, Lean Year. 

Het titelloze debuut van Lean Year wordt gedragen door de zich langzaam voortslepende en beeldende klanken die ook de muziek van Spokane typeerden en deze fraaie klanken krijgen vervolgens gezelschap van de mooie, ingetogen en vooral bijzondere vocalen van zangeres Emilie Rex. 

Op deze vocalen kom ik later terug, want de instrumentatie op het debuut van Lean Year verdient meer aandacht dan de korte typering hierboven. Net als bij Spokane heeft Rick Alverson een voorkeur voor muziek die van het etiket slowcore of sadcore kan worden voorzien, maar Lean Year kleurt haar muziek voller in dan gebruikelijk in dit genre. 

In meerdere songs duiken klassiek aandoende arrangementen van strijkers en blazers op, maar Lean Year is ook niet vies van zweverige elektronische klanken en biedt hiernaast ruimte aan de drie-eenheid van gitaar, bas en drums. Door het rijke instrumentarium gebeurt er van alles op het debuut van Lean Year, maar toch durf ik de muzikale inkleuring op de plaat sober te noemen. 

Boven op het sobere en vooral stemmige instrumentarium komt de bijzondere stem van Emilie Rex. Het is een stem waar ik bij eerste beluistering van de plaat flink aan moest wennen, maar de hoge en soms wat onvast klinkende stem van Emilie Rex past uiteindelijk prachtig bij het veelkleurige en sfeervolle instrumentarium op de plaat en zorgt voor de contrasten die de muziek van Lean Year zo interessant maken. 

Vanwege de wisseling van de seizoenen schieten de donkere en wat weemoedige albums momenteel als paddenstoelen uit de grond, maar het debuut van Lean Year vind ik een stuk interessanter dan de meeste andere platen die in dit genre zijn verschenen de laatste tijd. 

In muzikaal opzicht is de muziek van Lean Year een stuk spannender en bezwerender, maar ook het beeldend vermogen van de muziek van de band uit Richmond, Virginia, is vele malen groter dan bij de concurrentie. De bijzondere stem van Emilie Rex zweeft op fascinerende wijze door het betoverend mooie muzikale landschap van Lean Year en voorziet de plaat van alleen maar meer toverkracht. 

Het kleurt uiteraard prachtig bij de recente herfstdagen, maar de pure schoonheid van de muziek van Lean Year is uiteindelijk volstrekt tijdloos. Erwin Zijleman

De digitale versie van het album van Lean Year is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://leanyear.bandcamp.com.





George Michael - Listen Without Prejudice, Volume 1, 2017 Edition

Listen Without Prejudice, Volume 1 van George Michael vierde twee jaar geleden zijn 25e verjaardag. 

Het was een feestje van zeer bescheiden omvang, want George Michael behoorde op dat moment tot de nog slechts zelden gekoesterde relikwieën uit de jaren 80 en 90. 

Bijna tien maanden na zijn onverwachte dood op eerste kerstdag 2016, krijgt Listen Without Prejudice gelukkig alsnog het verjaardagsfeestje dat de plaat verdient. 

De plaat klinkt 27 jaar na de release af en toe misschien wat gedateerd, maar laat ook goed horen waartoe George Michael in zijn beste dagen in staat was. 

Listen Without Prejudice was in 1990 de tweede soloplaat van George Michael en de opvolger van het in 1987 verschenen Faith, waarmee de Brit met Griekse wortels zich op succesvolle wijze had ontworsteld aan de tienermeidenpop van Wham. 

Op Faith liet George Michael voor het eerst horen dat hij als muzikant wel degelijk iets te bieden had, maar Listen Without Prejudice was zijn beste plaat. De meest succesvolle single op de plaat, het aanstekelijke Freedom, was niet eens zo gek ver verwijderd van de zo succesvolle sound van Wham, maar de meeste andere tracks op de plaat graven een stuk dieper. 

Zelfs de grootste Wham en George Michael haters konden na het suikerzoete Careless Whisper niet ontkennen dat de Brit geweldig kon zingen, iets wat George Michael op imponerende wijze zou etaleren tijdens het concert dat werd georganiseerd ter nagedachtenis aan Freddie Mercury in 1992. Op Listen Without Prejudice werden de laatste twijfelaars over de streep getrokken. 

De plaat bevat een aantal uiterst ingetogen songs waarop alle aandacht uit gaat naar de stem van George Michael en waarin de Britse zanger wat mij betreft enorm overtuigt met zijn klank, kleur, bereik en warmte. Dat doet hij ook in de eveneens ingetogen songs met invloeden uit de pop en de jazz, die na al die jaren nog verrassend lekker klinken. 

Ik draaide de afgelopen jaren nauwelijks muziek uit de vroege jaren 90, maar voor Listen Without Prejudice van George Michael maakte ik met enige regelmaat een uitzondering. Het was inmiddels al weer een tijd geleden, maar direct bij de eerste noten van de plaat voelde Listen Without Prejudice weer als een warm bad. 

Zwakke broeder blijft voor mij Freedom, maar alle andere tracks zijn wat mij betreft van hoog niveau. In muzikaal opzicht klinkt het hier en daar wat gedateerd, maar nog steeds bijzonder lekker en de stem van George Michael blijft op Listen Without Prejudice een traktatie. 

Gezien de dood van George Michael wordt er twee jaar na de echte 25e verjaardag alsnog flink uitgepakt met een luxe editie. Deze laat horen dat George Michael het ook live (MTV Unplugged) kan en komt met een DVD en een fraai boek, maar de hoofdschotel blijft toch de plaat die we in 1990 zonder vooroordelen moesten beluisteren. 

In de praktijk was dat lastig. Ik liet de plaat ook als zogenaamd cadeautje voor een nichtje verzegelen in de lokale platenzaak en ook ik was destijds niet heel scheutig met complimenten. Ten onrechte is inmiddels wel gebleken.

Tussen alle extra’s op deze nieuwe editie van de plaat zit wat mij betreft niet heel veel interessants, maar helemaal aan het eind werd ik verrast door Paul McCartney’s versie van Heal The Pain (een duet met George Michael). Het is een versie die illustreert dat George Michael niet alleen een groot zanger was, maar ook in staat was om popliedjes te schrijven die voor altijd memorabel zullen blijven, net als de oude meester die zijn Heal The Pain zo mooi vertolkt dat kan. Erwin Zijleman





zondag 22 oktober 2017

Bully - Losing

Bij eerste beluistering van Losing van de Amerikaanse band Bully concludeerde ik vrijwel onmiddellijk dat de band uit Nashville, Tennessee, zeker niet de originaliteitsprijs verdient. 

Direct toen de eerste noten van de plaat uit de speakers kwamen had ik allerlei associaties met platen uit de jaren 90 en vooral met de platen van bands als The Pixies, Hole en The Breeders en iets mindere mate Throwing Muses en Belly en met vrijwel alle platen die Steve Albini in dit decennium produceerde. 

Het zou normaal gesproken genoeg moeten zijn om de plaat van Bully opzij te leggen en in de enorme stapel releases van deze week te zoeken naar iets urgenters, maar Losing van Belly heeft iets dat ik maar heel moeilijk kan weerstaan of eerlijk gezegd helemaal niet kan weerstaan. 

De associatie met de platen die Steve Albini produceerde blijkt overigens te kloppen, want Bully frontvrouw Alicia Bognanno liep ooit stage in de roemruchte Electric Audio studio van Steve Albini en mocht Losing ook in deze studio opnemen (overigens zonder de hulp van de topproducer). Alicia Bognanno heeft tijdens haar stage goed opgelet, want Losing klinkt precies zoals de platen die Steve Albini in de jaren 90 produceerde. 

Het is niet het enige talent van Alicia Bognanno, want ze schreef alle songs op de plaat, zorgt voor heerlijk gitaarwerk en neemt ook nog eens alle vocalen voor haar rekening. Het zijn die vocalen die in zeer sterke mate bijdragen aan de kwaliteit van de plaat van Bully. Alicia Bognanno kan prachtig lieflijk en meisjesachtig zingen, maar kan ook krijsen als een wilde kat of net zo aangenaam onderkoeld zingen als PJ Harvey. 

De vocalen waren voor mij in eerste instantie de belangrijkste reden om te blijven luisteren naar Losing van Bully, maar de plaat heeft nog veel meer moois te bieden. Het gitaarwerk op de plaat roept herinneringen op aan dat van Dinosaur Jr. en kan zowel prachtig melodieus als rauw en gruizig klinken, wat Losing voorziet van de in de jaren 90 zo uitgebuite hard-zacht dynamiek. 

Alicia Bognanno verstaat tenslotte ook nog eens de kunst van het schrijven van aanstekelijke rocksongs. Het zijn rocksongs die continu schakelen tussen aan de ene kant meedogenloze riffs en een flinke bak gruis en aan de andere kant de zwoele verleiding van Alicia Bognanno, die net als Juliana Hatfield genadeloos kan verleiden of beangstigend kan krijsen. 

Eenmaal verlost van alle associaties uit het verleden, ervaar ik Losing van Bully inmiddels als een heerlijke en zwaar verslavende rockplaat. Het is een rockplaat waarin de gitaren alle kanten op kunnen, de ritmesectie onverstoorbaar een solide basis legt en Alicia Bognanno steeds vaker laat horen hoe goed ze is. 

De originaliteitsprijs gaat de band uit Nashville (wat dan wel weer een originele thuisbasis is) er zoals gezegd niet mee winnen, maar zeker nu ik Losing van Bully wat vaker heb gehoord vraag ik me steeds nadrukkelijker af of de genoemde bands uit het verleden zo vroeg in hun carrière al een plaat als Losing konden maken. Ik denk het eerlijk gezegd niet. 

Inmiddels staat Losing van Bully voor de zoveelste keer op en is mijn liefde voor de muziek van Alicia Bognanno tot grote hoogten gegroeid. De gitaren, de ritmesectie, de songs en die heerlijkste stem; alles is raak. Wat een heerlijke plaat. Erwin Zijleman

De muziek van Bully is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://bullythemusic.bandcamp.com/album/losing.





   

zaterdag 21 oktober 2017

Margo Price - All American Made

Margo Price maakte vorig jaar met hulp van haar ontdekker Jack White een countryplaat die zowel aansloot bij de tijdloze countrymuziek uit de jaren 70 als bij de Nashville countrypop uit het heden. 

Margo Price manoeuvreerde zich met het uitstekende Midwest Farmer’s Daughter ergens tussen aan de ene kant Tammy Wynette, Dolly Parton en Loretta Lynn en aan de andere kant Lydia Loveless, Brandy Clark en Kacey Musgraves en maakte indruk met haar voor het genre gemaakte stem en haar hoorbare liefde voor de countrymuziek uit het verleden en het heden. 

Op haar tweede plaat All American Made trekt Margo Price de lijn van haar debuut door, maar profiteert ze ook van alle extra opties die ze dit keer had. 

Die extra opties komen uit verschillende richtingen. Door het succes van het debuut was het dit keer een stuk makkelijker om flink wat hele goede muzikanten naar de studio te lokken en was zelfs ouwe rot Willie Nelson te porren voor een duet. Hiernaast begon Margo Price aan het opnemen van haar tweede plaat toen net ene Donald Trump zijn plek in het Witte Huis had verzekerd, wat flink wat voer voor de teksten op de nieuwe plaat heeft opgeleverd. 

Door alle muzikale bijstand klinkt All American Made werkelijk fantastisch. De vele topmuzikanten op de plaat leggen een gloedvol rootsgeluid neer, waarin de heerlijke stem van Margo Price uitstekend gedijt. 

Het is een rootsgeluid dat een stuk veelzijdiger is dan dat op het debuut van Margo Price. De country uit de jaren 70 blijft de grote liefde van en de belangrijkste inspiratiebron voor Margo Price, maar All American Made bestrijkt een veel breder palet en verkent ook de uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek en naastliggende genres als de rock ’n roll, de soul en de 50’s en 60’s girlpop. 

De door haar man Jeremy Ivey geleide band legt een prachtige basis met een glansrol voor de ritmesectie, waarna een heel arsenaal aan instrumenten zorgt voor de fraaie versiersels. Het mooiste versiersel op Alle American Made is echter de stem van Margo Price. De Amerikaanse singer-songwriter kan ontroeren met een ongeëvenaard mooie snik, maar kan ook subtiel verleiden of ruw uithalen. 

De fantastisch klinkende instrumentatie vol haakjes naar het roemruchte verleden van de Amerikaanse rootsmuziek en voldoende raakvlakken met het heden en de fantastische stem van Margo Price maken van All American Made al een betere plaat dan het ook al uitstekende debuut, maar ook in tekstueel opzicht graaft Margo Price dit keer dieper. 

All American Made beschrijft de toestand waarin grote delen van de Verenigde Staten en met name het Amerikaanse platteland verkeren en het is een toestand die flink afwijkt van het beeld dat de nieuw gekozen man in het Witte Huis schetst. 

Hier en daar schopt Margo Price voorzichtig tegen Trump, maar All American Made is vooral een empathische plaat die de vinger op de zere plek legt, ook wanneer het gaat om rechten van vrouwen. Margo Price doet dat met songs die je heerlijk mee terug nemen naar vervlogen tijden, maar ook af en toe met beide benen in het heden zetten en ze doet het op een manier die maar weinigen gegeven is, waardoor ze wat mij betreft kan worden geschaard onder de smaakmakers van het moment. Erwin Zijleman





vrijdag 20 oktober 2017

Lotte Kestner - Off White / Covers

Lotte Kestner is het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Anna-Lynne Williams, die een enkeling nog zal kennen van de uit Seattle afkomstige band Trespassers William, maar die ik zelf vooral ken van het prachtige Blue Bird Of Happines, dat ik in de eerste week van 2014 ontdekte en recenseerde op deze BLOG. 

Ik ben Lotte Kestner vervolgens uit het oog verloren, maar heb gelukkig niets gemist. De Amerikaanse singer-songwriter dook immers pas een maand geleden weer op met de opvolger van het zo bewierookte Blue Bird Of Happiness. 

Off White ligt in het verlengde van zijn voorganger en omarmt nadrukkelijk het principe ‘less is more’. Off White valt op door een uiterst sobere en zeer stemmige instrumentatie, waarin zo af en toe de strijkers aan mogen zwellen, maar over het algemeen wordt gekozen voor een zeer ingetogen geluid. Het is een geluid dat prachtig kleurt bij de heldere en fluisterzachte stem van Anna-Lynne Williams, die met haar alter ego Lotte Kestner ook dit keer flink wat indruk maakt. 

Off White valt zoals gezegd op door een sobere en stemmige instrumentatie, maar het is ook een instrumentatie vol melancholie en weemoed. Off White is een plaat die donkere wolken voor de zon schuift, maar het is ook een plaat van een bijzondere schoonheid. 

Lotte Kestner vertolkt haar wat sombere en donkere songs vol gevoel en heeft met haar intieme en indringende muziek een bijna unheimisch effect op de luisteraar. Het is muziek die het niet zo goed doet bij alle zonnestralen van de afgelopen week, maar de soundtrack voor donkere en wat troosteloze herfst- en winteravonden is gevonden. Zeker de wat donkerdere songs die worden gedragen door sobere piano- of gitaarklanken en de mooie stem van Anna-Lynne Williams, maken makkelijk indruk en staan bij mij garant voor kippenvel. 

Er zijn veel vrouwelijke singer-songwriters die gebruik maken van dezelfde middelen als Lotte Kestner, maar er zijn er maar weinig die met hun muziek zoveel invloed uit kunnen oefenen op de gemoedstoestand van de luisteraar. Muziekliefhebbers die gevoelig zijn voor herfstdepressies kunnen door de sobere en vaak wat sombere klanken op Off White makkelijk naar beneden worden getrokken, maar een ieder die vooral de schoonheid ziet van de verkleurende en vallende blaadjes, zal ook worden geraakt door de pure schoonheid en intimiteit van de nieuwe plaat van Lotte Kestner. 

Off White is zo puur en intiem dat luisteren naar de muziek van Lotte Kestner soms bijna pijn doet, maar het is ook muziek die respect en bewondering afdwingt. Het is knap hoe Lotte Kestner teruggrijpt op stokoude folk, maar ook muziek maakt die eigentijds en urgent klinkt. 

Het is muziek die heel ver is verwijderd van de shoegaze van de band waarmee Anna-Lynne Williams ooit opdook, maar dankzij de enorme intensiteit en al het gevoel is ook de afstand tot de gemiddelde folkie groot. 

Lotte Kestner heeft een plaat gemaakt waar je tegen moet kunnen, maar als je eenmaal gewend bent aan de sobere klanken en alle melancholie betovert de verstilde pracht van Off White steeds nadrukkelijker en intenser en valt nog meer op hoe mooi de songs van Lotte Kestner zijn ingekleurd en gezongen. Ik was een paar jaar geleden diep onder de indruk van Blue Bird Of Hapiness, maar Off White is nog veel en veel mooier. Prachtplaat.


Off White is overigens niet het eerste wapenfeit van Lotte Kestner in 2017, want vlak voor de zomer bracht ze ook al het ruim een uur durende Covers uit. 
Covers bevat, zoals de titel al doet vermoeden, uitsluitend vertolkingen van songs van anderen en het zijn voor een belangrijk deel songs die iedereen mee kan zingen en afkomstig zijn van roemruchte eigenaren als Pink Floyd, Nick Drake, Depeche Mode of Mazzy Star.

Niemand vertolkt songs van anderen zo als Lotte Kestner, want alle songs worden op Covers in haar inmiddels zo kenmerkende geluid gegoten. Ook op Covers domineren sobere klanken, komen fraaie accenten pas na enige tijd aan de oppervlakte en legt Anna-Lynne Williams met haar zo mooie en bijzondere stem een donkere deken over de wereld. 

Lotte Kestner maakt op Covers van 17, grotendeels bekende songs haar eigen songs en doet dat op de fascinerende en indringende wijze die we van haar gewend zijn. Omdat we het moeten doen zonder de unieke songs van Lotte Kestner, is Covers niet zo indrukwekkend of onmisbaar als Off White, maar de plaat is vele malen beter dan al die andere platen met covers die momenteel verschijnen. Erwin Zijleman

De meeste muziek van Anna-Lynne Williams is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Lotte Kestner: https://lottekestner.bandcamp.com. Covers is verkrijgbaar via cdbaby: https://store.cdbaby.com/cd/lottekestner9





 

donderdag 19 oktober 2017

Kelela - Take Me Apart

Ik ben zeker geen liefhebber van platen die het etiket R&B krijgen opgeplakt, maar de laatste jaren volg ik het genre wel. 

Ook binnen de R&B worden zo af en toe immers platen gemaakt die zo goed zijn dat ze ook voor liefhebbers van omliggende genres interessant zijn en heel incidenteel zijn deze platen zelfs zo goed dat ze ook in het jaarlijstje van iemand die de R&B geen warm hart toedraagt kunnen opduiken. 

Amel Larrieux verraste me een jaar of tien geleden met een waar meesterwerk (Bravebird), Janelle Monáe deed het de afgelopen jaren zelfs twee keer en vorig jaar was er opeens het meesterwerk van Solange (Knowles), die wat mij betreft één van de beste en spannendste platen van 2016 maakte. Dit jaar had ik binnen de R&B nog niet veel platen gehoord waar ik het warm van krijg, maar Take Me Apart van Kelela is er wel weer een. 

Kelela (Mizanekristos) groeide op in Washington D.C., maar kreeg haar carrière in de muziek pas van de grond toen ze een jaar of zeven geleden naar Los Angeles vertrok. Ondanks de steun van de hierboven al genoemde Amel Larrieux heeft het nog een tijd geduurd voor ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Kelela, maar vier jaar na haar geprezen debuut Cut 4 Me (toch vooral een remix plaat), heeft de zangeres uit Los Angeles ook mij te pakken. 

Take Me Apart hoort absoluut thuis in het hokje R&B, maar net als Solange is Kelela ook niet vies van omliggende genres als elektronica en soul, waardoor ze nog net wat beter past in het nog redelijk nieuwe hokje “progressive R&B”. 

Zoals gebruikelijk in Los Angeles en in dit genre, werd voor Take Me Apart een flink formaat blik met producers open getrokken, maar deze producers mochten niet zo los gaan als ze gewend zijn. Het volwaardige debuut van Kelela is bij vlagen voorzien van een vol en druk elektronisch geluid, maar het is ook een geluid vol dynamiek, dat af en toe de ruimte vol blaast, maar veel vaker kiest voor de subtiele naweeën of juist de voorbode van een vol R&B geluid. 

Helaas zijn de elektronische geluidstapijten in de R&B over het algemeen nogal fantasieloos, maar het geluid op de plaat van Kelela, niet voor niets verschenen op het eigenzinnige Warp label, is geweldig. Op Take Me Apart kiezen de Amerikaanse zangeres en haar producers vooral voor een zich traag voortslepend geluid met opvallend lome beats en zweverige synths, maar Kelela flirt ook met hitgevoelige deuntjes of muziek voor de dansvloer. Iedere track klinkt weer anders en steeds weer verrast de plaat met betoverend mooie geluiden vol avontuur.

Take Me Apart is niet alleen een plaat vol dynamiek, maar ook een plaat vol al dan niet onderhuidse spanning. Kelela maakt absoluut lekker en makkelijk in het gehoor liggende popmuziek, maar zoekt ook altijd de grenzen op, waardoor Take Me Apart niet alleen vermaakt maar ook intrigeert.

Het broeierige en vaak wat ongrijpbare geluid op Take Me Apart voorziet de plaat van allerlei extra dimensies en onderscheidt zich hierdoor met speels gemak van de stapels andere platen in het genre. Net als Solange vorig jaar, imponeert Kelela met muziek die de fantasie prikkelt, maar die ook zwoel en genadeloos kan verleiden. 

In muzikaal opzicht sluit de plaat meer dan eens aan op de kaders van de R&B, maar Kelela manoeuvreert ook op handig wijze door een aantal decennia elektronische popmuziek en pikt hier en daar ook nog een beetje van Prince mee. 

Tot dusver heb ik het alleen maar gehad over het bijzondere geluid op Take Me Apart, maar het sterkste wapen van Kelela is wat mij betreft haar stem. Het is een stem die in meerdere lagen op je af komt met prachtige harmonieën of bijna in je oor fluistert en het is een stem die het oor uitsluitend streelt. Persoonlijk ben ik niet zo gek op de stembuigingen die in de R&B en Neo-Soul gemeengoed zijn, maar de subtiele buigingen van Kelela zijn zonder uitzondering prachtig. 

Een jaar geleden was ik nog enorm verrast door een R&B plaat in mijn jaarlijstje, maar de plaat van Solange is sindsdien alleen maar beter geworden. Of Take Me Apart van Kelela net zo goed is zal de tijd moeten leren, maar vooralsnog doet het officiële debuut van de zangeres uit Los Angeles niet al te veel onder voor het briljante A Seat At The Table van Solange. 

Take Me Apart is smullen voor de liefhebbers van Progressive R&B, maar ook liefhebbers met andere voorkeuren en een open mind gaan waarschijnlijk genadeloos voor de bijl na beluistering van de broeierige, spannende en verleidelijk cocktail van Kelela. Erwin Zijleman





woensdag 18 oktober 2017

LUWTEN - LUWTEN

Een luwte is volgens de VanDale een plek waar de wind niet komt, maar het is ook een synoniem voor een beschutte plaats of voor de schaduwkant. 

LUWTEN is de naam van het nieuwe project van de Nederlandse singer-songwriter Tessa Douwstra, die eerder aan de weg timmerde met haar bands Wooden Sains en Orlando. Het is om meerdere redenen een goed gekozen naam. 

Tessa Douwstra zocht voor het debuut van LUWTEN de stilte op en maakte muziek op plekken zonder afleiding of ruis. Dat hoor je nadrukkelijk terug in de muziek op de plaat. 

Het debuut van LUWTEN valt op door subtiele klanken en is een plaat waarop, ondanks het bijzondere en vaak volle geluid, de stilte regeert. Op het debuut van LUWTEN is de wind gaan liggen en komt ieder detail aan de oppervlakte, wat zeker bij beluistering met de koptelefoon of bij flink volume zorgt voor een fascinerende luisterervaring. 

Het geluid van LUWTEN is een geluid waarin elektronica overheerst en zorgt voor sfeervolle en dromerige klankentapijten, waarin overigens ook steeds meer organische accenten opduiken. Het zijn zich langzaam voortslepende en atmosferische klankentapijten die uitstekend passen bij de fluisterzachte zang van Tessa Douwstra, die zeer overtuigt als zangeres. 

Het debuut van LUWTEN wordt vanwege de dromerige sfeer en de afwisselend grote rol voor elektronica en organische instrumenten vergeleken met de platen van Eefje de Visser, maar zelf hoor ik vooral raakvlakken met de briljante plaat van Sevdaliza, die op haar eerder dit jaar verschenen debuut een geheel eigen muzikaal universum heeft gecreëerd. 

Tessa Douwstra doet hetzelfde op het titelloze debuut van LUWTEN. Het is een muzikaal universum vol bijzondere klanken, die de ene keer dromerig en sprookjesachtig klinken, maar je met donkere klanken ook mee kunnen nemen naar de schaduwzijde. 

Laat de muziek van LUWTEN uit de speakers komen en de aarde draait even wat minder snel. Laat de muziek van LUWTEN uit de speakers komen en je komt terecht in een wereld die even mooi als ongrijpbaar is. 

Het knappe van de muziek van LUWTEN is dat de band rond Tessa Douwstra aan de ene kant druk bezig is met het creëren van lome en dromerige of bezwerende en fascinerende elektronische mozaïeken vol bijzondere accenten, maar dat op hetzelfde moment het popliedje met een kop en een staart niet uit het oog wordt verloren. Het debuut van LUWTEN is hierdoor een even ontoegankelijke als toegankelijke plaat; een bijzondere kwaliteit die eerder dit jaar ook het al eerder genoemde debuut van Sevdaliza typeerde. 

Zeker als je met alle aandacht luistert naar de plaat, ontwikkelt het debuut van LUWTEN zich al snel tot een fascinerende luistertrip waarin je maar nieuwe dingen blijft horen en waarin tal van echo’s uit het verleden opduiken. Soms hoor ik wat van Portishead, soms wat van de eerste Twin Peaks soundtrack, maar ik hoor toch vooral een bijzonder eigen geluid, waarin met minimale middelen een bijna oneindige ruimte wordt gecreëerd. 

Zeker wanneer het eigen energieniveau wat afneemt is het debuut van LUWTEN een wonderschone oase van rust, maar het is ook een plaat die onmiddellijk kan benevelen wanneer dat even nodig of gewenst is. 

Na Sevdaliza heeft ook Tessa Douwstra samen met haar band een plaat gemaakt die internationaal zijn gelijke niet kent en die behoort tot het mooiste en meest bijzondere dat dit jaar is verschenen. Iedere muziekliefhebber die deze plaat mist doet zichzelf flink tekort. Erwin Zijleman





dinsdag 17 oktober 2017

Larry Campbell & Teresa Williams - Contraband Love

Larry Campbell en Teresa Williams leverden twee jaar geleden met hun eerste gezamenlijke plaat wat mij betreft één van de beste rootsplaten van 2015 af. 

Dat kwam niet helemaal als een verrassing, want beiden hadden op dat moment al een enorme staat van dienst binnen de Amerikaanse rootsmuziek. 

Het titelloze debuut van Larry Campbell & Teresa Williams bestreek een zeer breed palet binnen deze Amerikaanse rootsmuziek en imponeerde met uitstekende songs, heel veel muzikaal vuurwerk en vooral ook met geweldige zang. 

Heel veel nieuwe dingen deden de twee ouwe rotten misschien niet op hun gezamenlijke debuut, maar iedere noot op dit debuut was raak. Omdat de plaat alleen maar beter werd stond hij aan het eind van het jaar in mijn jaarlijstje en daar valt nog altijds niets op af te dingen. 

Ook op het onlangs verschenen Contraband Love doen de gelouterde muzikanten uit Woodstock, New York, geen hele vernieuwende dingen, maar wat klinkt ook deze plaat weer fantastisch. 

Ook op Contraband Love laten Larry Campbell en Teresa Williams weer horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek op een opvallend breed terrein uit de voeten kunnen, wordt er weer met veel passie en plezier gespeeld en zingen de twee wederom de sterren van de hemel. 

Net als zijn voorganger klinkt Contraband Love geweldig, wat de verdienste is van Larry Campbell die ook als producer zijn sporen in de muziek ruimschoots heeft verdiend. De twee doken dit keer de studio in met een drummer en een bassist en deze zorgen voor een hechte basis. 

Op deze basis kan snarenwonder Larry Campbell, in het verleden niet voor niets een van de meest gevraagde sessiemuzikanten in het genre, uitstekend uit de voeten. Het gitaarwerk op de plaat knalt uit de speakers, maar ook op de mandoline en de viool kan de Amerikaanse muzikant uitstekend uit de voeten. 

Het geweldige gitaarwerk hoor je vooral in de wat stevigere en bluesy songs, die goed zijn vertegenwoordigd op Contraband Love, maar ook in de wat meer ingetogen songs klinkt de plaat in muzikaal opzicht geweldig, zeker als ook nog een organist en een accordeonist aanschuiven. 

Larry Campbell is ook nog eens een uitstekend zanger, maar in vocaal opzicht legt hij het toch af tegen zijn echtgenote Teresa Williams die diepe indruk maakt met zang die uit de tenen kan komen of juist prachtig ingetogen kan klinken. Het is een stem die niet onder doet voor die van de allerbesten en allergrootsten in het genre, waardoor ook Contraband Love weer een rootsplaat is die mee gaat doen om de ereprijzen dit jaar. 

Voor de critici in Europa klinkt het misschien allemaal net wat te traditioneel, maar als er op dit niveau muziek wordt gemaakt, op dit niveau wordt gezongen en zoveel passie uit de speakers spat, is alleen een diepe buiging op zijn plaats. Contraband Love is net als zijn voorganger een fel schitterende diamant binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Erwin Zijleman





maandag 16 oktober 2017

Emily Haines & The Soft Skeleton - Choir Of The Mind

Choir Of The Mind van Emily Haines & The Soft Skeleton heeft een aantal weken op de stapel gelegen en ik weet eigenlijk niet zo goed waarom. 

Ik heb vrijwel alle platen die ze als frontvrouw van de Canadese band Metric heeft gemaakt hoog zitten, zat altijd op het puntje van de stoel als ze bijdroeg aan de platen van Broken Social Scene en heb een speciaal plekje in mijn hart ingeruimd voor haar eerste soloplaat Knives Don't Have Your Back uit 2006. 

Bij snelle beluistering van haar onlangs verschenen tweede soloplaat Choir Of The Mind was ik bovendien direct onder de indruk, maar desondanks leek de plaat maar niet van de stapel te komen. Gelukkig is een aantal lezers van deze BLOG blijven aandringen en heb ik op een regenachtige avond eens goed de tijd genomen voor de nieuwe plaat van Emily Haines en haar band The Soft Skeleton. 

Die regenachtige avond heeft zeker bijgedragen aan het resultaat, want Emily Haines heeft een verrassend ingetogen en stemmige plaat afgeleverd. Centraal op Choir Of The Mind staat een stokoude piano uit 1850, die de basis vormt voor het grootste deel van de instrumentatie op de plaat. Veel tracks op de plaat moeten het doen met vol en warm maar ook wat melancholisch klinkend pianospel en de aangename maar ook wat lieflijk klinkende stem van Emily Haines, die vaak in meerdere lagen uit de speakers komt. 

Het zorgt voor de meest ingetogen en intieme momenten op een plaat die af en toe ook veel voller kan klinken en dan een flink ander geluid laat horen. Het contrast tussen het uiterst sobere en juist erg vol klinkende geluid op de nieuwe plaat van Emily Haines & The Soft Skeleton voorziet de plaat van dynamiek en spanning en zorgt er voor dat Choir Of The Mind niet gaat vervelen. 

Persoonlijk heb ik absoluut een zwak voor de spaarzaam georkestreerde songs waarin de piano heerlijk voortkabbelt en Emily Haines verleidt met de zo van haar bekende zwoele vocalen. Het klinkt op het eerste gehoor misschien wat sober en eenvoudig, maar Emily Haines geeft een bijzondere draai aan al haar songs en slaagt er in om de spanning prachtig op te bouwen, ook wanneer ze alleen de beschikking heeft over een stokoude piano en haar stem. 

Dat opbouwen van de spanning gaat natuurlijk nog makkelijker en beter wanneer ze haar songs, samen met Metric collega James Shaw, voorziet van spannende arrangementen, die de spaarzaam ingekleurde songs in één keer kunnen voorzien van sprookjesachtige en vol klinkende geluidstapijten. 

Ik was eigenlijk direct overtuigd van de mooie klanken en de al even mooie zang op Choir Of The Mind, maar Emily Haines heeft ook dit keer een plaat gemaakt die knapper in elkaar steekt dan je bij eerste beluistering zult vermoeden. Wanneer je de nieuwe plaat van Emily Haines & The Soft Skeleton vaker beluistert komen de songs stuk voor stuk tot leven en groeit de schoonheid en intensiteit van de plaat. 

Op voorhand was er al geen enkele reden om te twijfelen aan de kwaliteit van de muziek van Emily Haines en de Canadese muzikante maakt het ook dit keer makkelijk waar. Ga dat horen dus. Erwin Zijleman







zondag 15 oktober 2017

Jadea Kelly - Love & Lust

Iets meer dan vier jaar geleden recenseerde ik Clover van de Canadese singer-songwriter Jadea Kelly. 

De plaat kreeg vanwege haar muziekverleden (en haar debuut Eastbound Platform in het bijzonder) het etiket alt-country opgeplakt, maar met dit etiket deed je de veelkleurige muziek van Jadea Kelly op Clover flink tekort. 

Na het uitstekende Clover ben ik Jadea Kelly helaas weer uit het oog verloren, waardoor ik er nu pas achter kom dat ze in 2016 haar derde plaat heeft uitgebracht. Helemaal toevallig is het overigens niet dat ik Love & Lust nu pas ontdek, want de plaat heeft onlangs eindelijk een Nederlandse release gekregen. 

De eerste noten van Love & Lust laten horen dat Jadea Kelly niet is teruggekeerd naar het geluid van haar debuut, maar het opvallende geluid van Clover verder heeft verrijkt. Jadea Kelly bracht de afgelopen jaren veel tijd in Nashville door. Dat is zeker te horen op Love & Lust, maar de derde van de Canadese singer-songwriter is zeker geen 13 in een dozijn Nashville plaat. 

In Nashville heeft Jadea Kelly het vermogen om lekker in het gehoor liggende popliedjes te schrijven opgepikt en de kunst om in deze popliedjes emotionele en persoonlijke verhalen te vertellen afgekeken. Love & Lust heeft bovendien een muzikale onderlaag die de sfeer van het Zuiden van de Verenigde Staten ademt en verrast met mooie, stemmige en vaak breed uitwaaiende gitaarlijnen. Het pas uitstekend bij de bijzonder mooie stem van Jadea Kelly, die niet alleen een flink bereik heeft en prachtig helder kan zingen, maar ook veel gevoel in haar stem kan leggen. 

De muzikale onderlaag en de uitstekende stem van Jadea Kelly zouden goed geweest kunnen zijn voor een prima rootsplaat, maar de Canadese muzikante heeft haar geluid ook op Love & Lust verder verrijkt met een dromerig en vol klinkend geluid vol invloeden uit de dreampop en de pop-noir. Het zorgt ervoor dat Love & Lust flink anders klinkt dat de meeste andere platen die vanuit Nashville tot ons komen en het zorgt er ook voor dat rootspuristen waarschijnlijk niet goed uit de voeten kunnen met de derde plaat van Jadea Kelly en zeker af zullen haken wanneer de Canadese in een aantal tracks vol kiest voor de pop. 

Ik kan er persoonlijk echter zeer goed mee uit de voeten. Jadea Kelly grossiert op Love & Lust in aanstekelijke popliedjes en het zijn popliedjes met een bijzonder geluid, waarin gelijke delen roots en dromerige pop zijn verwerkt, maar de balans ook wel eens uitslaat in de ene of de andere richting. 

Het zijn popliedjes die niet alleen mooi verzorgd klinken en vol mooie accenten zitten, maar het zijn ook popliedjes die na één keer horen memorabel zijn en die bovendien vol zitten met zang om van te watertanden. Jadea Kelly imponeert als zangeres op Love & Lust nog meer dan op het zo geprezen Clover en legt bovendien veel gevoel in haar songs, die de mooie kanten en de keerzijden van liefde en lust en de soms heftige wisselwerking tussen beiden bezingen. 

Love & Lust past net als zijn voorganger maar lastig in een hokje, maar verdient echt veel meer aandacht dan Jadea Kelly tot dusver krijgt. Clover was me vier jaar geleden lange tijd zeer dierbaar, maar Love & Lust vind ik persoonlijk nog wat mooier. Het moet genoeg zeggen  over de hoge kwaliteit van deze plaat. Erwin Zijleman



zaterdag 14 oktober 2017

Robert Plant - Carry Fire

Robert Plant viert volgend jaar zijn zeventigste verjaardag, maar is als muzikant gelukkig nog altijd zeer actief. 

Dat zag er in de tweede helft van de jaren 70 heel anders uit. Zijn band Led Zeppelin had vanaf 1969 de hardrock op de kaart gezet en vervolgens verrijkt met allerlei invloeden, maar na de revolutie van de punk in 1977 werd de band opeens geschaard onder de rockdinosaurussen die bij voorkeur een kopje kleiner moesten worden gemaakt. 

Led Zeppelin hield het nog vol tot de dood van drummer John Bonham, in 1979 maar was op dat moment al geen schim meer van zichzelf. 

Robert Plant begon aan het begin van de jaren 80, toen de punk storm weer was gaan liggen, voortvarend aan zijn solocarrière, maar na twee sterke platen (Pictures at Eleven uit 1982 en  The Principle Of Moments uit 1983) zakte het flink in en maakte Robert Plant pas weer een echt goede plaat toen hij halverwege de jaren 90 werd herenigd met Led Zeppelin gitarist Jimmy Page. 

Sinds het begin van het nieuwe millennium maakt Robert Plant weer soloplaten en verkeert hij wat mij betreft in topvorm. Het heeft een stapeltje hele goede platen opgeleverd met Band Of Joy uit 2010 als mijn persoonlijke favoriet en het samen met Alison Krauss gemaakte Raising Sand uit 2007 als de kers op de taart. 

Het deze week verschenen Carry Fire is de opvolger van het uit 2014 stammende lullaby and... The Ceaseless Roar en werd voor een belangrijk deel gemaakt met dezelfde muzikanten, die ook dit keer zijn verenigd onder de naam The Sensational Space Shifters. Ook in muzikaal opzicht ligt Carry Fire in het verlengde van zijn voorganger, maar ik vind het persoonlijk een betere plaat. 

Op Carry Fire eert Robert Plant nadrukkelijk zijn eigen muzikale erfenis. De plaat heeft flink wat raakvlakken met het meer folk georiënteerde werk van Led Zeppelin en sluit ook meer dan eens aan op de flirts met wereldmuziek op de platen die hij samen met Jimmy Page maakte en op zijn recente soloplaten. 

Robert Plant eert zijn verleden op geheel eigen wijze en weet dat hij niet meer de jonge god uit de jaren 70 is. In vocaal opzicht is Carry Fire daarom meer ingetogen dan we van het grootste deel van het oeuvre van Robert Plant gewend zijn, maar de Brit beschikt nog steeds over een bijzonder en uit duizenden herkenbaar stemgeluid, ook al zit er inmiddels een flinke laag gruis en kwetsbaarheid op de stembanden. 

Carry Fire is een plaat vol haakjes naar een rijk muzikaal verleden, maar Robert Plant blijft ook nieuwe stappen zetten, waardoor hij nog altijd muziek maakt die intrigeert en inspireert en er daarom zeer toe doet. 

Bij beluistering van de nieuwe plaat van de Britse grootheid hoor ik zoals gezegd flink wat raakvlakken met de folky kant van Led Zeppelin, maar de roemruchte band klonk nooit zo als op Carry Fire. Robert Plant en zijn band maken op Carry Fire vrij makkelijk indruk met lekker in het gehoor liggende en vaak tijdloze folk- en rocksongs, maar wanneer je de plaat vaker beluistert, hoor je pas goed hoe knap het allemaal in elkaar steekt en hoe Robert Plant en zijn band meerdere invloeden aan elkaar weten te smeden tot een bijzonder geluid. 

Dan pas hoor je alle bijzondere muzikale accenten, de bezwerende ritmes en de bijzondere sfeer op de plaat en hoor je bovendien hoe mooi en gevoelig Robert Plant zingt op zijn nieuwe plaat. Carry Fire bevat een aantal heerlijke rocksongs met een hoofdrol voor de gitaren, maar ook flink wat meer breekbare songs vol bezwering en mysterie. Het zorgt voor een plaat die behoort tot het betere werk van Robert Plant en dat mag best een prestatie van formaat worden genoemd, als is het maar vanwege zijn leeftijd en zijn enorme staat van dienst. Erwin Zijleman





vrijdag 13 oktober 2017

The Church - man woman life death infinity

De Australische band The Church heeft tot dusver geen plekje weten te veroveren op deze BLOG. Dat is ook niet zo gek, want de hoogtijdagen van de Australische band liggen in de jaren 80 en 90. 

Dat dacht ik tenminste, want in mijn eigen platenkast stamt het laatste wapenfeit van de band uit Sydney uit 1988; het jaar waarin het Nederlands voetbalelftal voor het eerst en voor het laatst een prijs pakte. 

Net als dit Nederlands voetbalelftal stak The Church ook in de jaren 90 en de eerste 15 jaar van het nieuwe millennium in goede vorm, maar helaas begin ik dat nu pas te ontdekken. 

Waar het Nederlands voetbalelftal momenteel de weg flink kwijt is, steekt The Church nog steeds in een blakende vorm. Het vorige week verschenen man woman life death infinity is de eerste plaat van The Church die ik de afgelopen 25 jaar heb beluisterd en wat is het een goede plaat. 

The Church maakte in mijn beleving lekker in het gehoor liggende popliedjes met een flink 80s twist, maar laat op haar nieuwe plaat een duidelijk ander geluid horen, wat gezien het verstrijken der jaren en de stapel tussenliggende platen ook niet zo gek is. 

Ook op man woman life death infinity maakt The Church aangenaam klinkende popliedjes die af en toe denken aan die van de roemruchte landgenoten The Go-Betweens, maar The Church heeft deze aangenaam klinkende popliedjes vervolgens overgoten met een enorme bak psychedelica. 

man woman life death infinity klinkt heerlijk zweverig en citeert zowel uit de spacerock uit de jaren 70 als uit de psychedelica van Pink Floyd, maar de plaat heeft ook genoeg te bieden voor de muziekliefhebber die beide benen liever op de grond houdt. Waar in de spacerock en de psychedelica de neiging bestaat om lang uit te weiden in songs die pas na een minuut of zes op gang komen, houdt The Church vast aan popliedjes van rond de vier minuten en aan popliedjes met een kop en een staart. 

Door het breed uitwaaiende geluid, de atmosferische klanken, de ongrijpbare geluiden en het lage tempo zijn het popliedjes die anders klinken dan die van de meeste andere bands van het moment, maar voor liefhebbers van psychedelische pop is het genieten. 

The Church was voor mij tot voor kort een kind van de jaren 80 en dat zijn jaren die nog altijd invloed hebben op het geluid van de band, die volgend jaar overigens haar veertigste verjaardag viert. man woman life death infinity doet af en toe denken aan Echo & The Bunnymen en The Psychdelic Furs, maar heeft ook zeker raakvlakken met de American Underground van een band als The Dream Syndicate en put hiernaast zoals gezegd stevig uit de archieven van de jaren 70. 

Door de bijzondere combinatie van invloeden en het goede gevoel voor aanstekelijke en aansprekende popliedjes heeft The Church op haar oude dag een plaat afgeleverd die er van de eerste tot en met de laatste noot toe doet en die zich makkelijk weet te onderscheiden van al die andere platen die op het moment uit komen. Het is voor een ieder die de band de afgelopen decennia is blijven volgen waarschijnlijk geen verrassing, maar voor mij wel. Heerlijke plaat. Erwin Zijleman



donderdag 12 oktober 2017

Whitney Rose - Rule 62

Whitney Rose maakte twee jaar geleden indruk met een debuut (Heartbreaker Of The Year) dat was geworteld in de countrymuziek uit de jaren 50, 60 en 70, maar dat ook aansluit bij de hedendaagse country uit Nashville. 

Heartbreaker Of The Year was lang niet zo succesvol als de platen van tijdgenoten als Lydia Loveless, Nikki Lane en Kacey Musgraves, maar dat Whitney Rose kon worden opgeschreven als belofte voor de toekomst was zeker. 

Whitney Rose verruilde na haar debuut het Canadese Toronto voor Austin in Texas en bracht aan het begin van het jaar al een prima EP (South Texas Suite) uit als eerbetoon aan haar nieuwe thuisbasis. 

Op haar tweede plaat Rule 62 laat Whitney Rose horen dat ze nog veel meer in huis heeft. Rule 62 citeert, net als zijn voorganger, nadrukkelijk uit de archieven van de country uit de jaren 50, 60 en 70 en de rock ’n roll uit de jaren 50 en eert misschien nog wel wat nadrukkelijker dan deze voorganger de klassiekers uit het verleden en de muziek die Whitney Rose in haar jeugd op het Canadese Prince Edward Island met de paplepel kreeg ingegoten. 

Rule 62 is geproduceerd door Raul Malo en Niko Bolas en zij hebben de tweede plaat van Whitney Rose voorzien van een tijdloos geluid vol invloeden uit het verleden. Het is een geluid dat wat minder blinkt en wat minder flirt met pop dan de producties uit Nashville, maar dat komt de kwaliteit van Rule 62 alleen maar ten goede. 

Whitney Rose voelt zich hoorbaar als een vis in het water in het tijdloze Americana geluid dat de muzikanten op haar plaat hebben neergelegd en zingt de sterren van de hemel. De Canadese singer-songwriter beschikt over een stem die gemaakt lijkt voor dit soort muziek en combineert op gloedvolle wijze heldere vocalen met emotie en natuurlijk de in de countrymuziek zo gewenste snik. De stem van Whitney Rose maakte op Heartbreaker Of The Year al indruk, maar heeft op haar tweede plaat aan kracht, emotie en diepte gewonnen. 

Ook in muzikaal opzicht is Rule 62 een interessantere plaat dan zijn voorganger met een geluid dat de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten ademt en opvalt door geweldig galmend en af en toe spetterend gitaarwerk, een vlammende accordeon en hier en daar een vleugje Southern soul, blues of rock ‘n roll. 

Het is genoeg om Rule 62 flink boven het debuut van Whitney Rose uit te laten stijgen, maar de tweede plaat van de Canadese singer-songwriter heeft nog meer sterke wapens. Whitney Rose is op haar tweede plaat niet alleen gegroeid als zangeres, maar heeft ook een serie solide songs geschreven, die niet onder doen door die van haar beste soort- en tijdgenoten. 

In de Verenigde Staten is de tweede plaat van Whitney Rose enthousiast ontvangen en dat begrijp ik volledig. In Nederland is het nog betrekkelijk stil rond de plaat, maar dat gaat absoluut veranderen, want de tijdloze Americana van Whitney Rose moet het ook hier goed kunnen doen. Zelf ben ik inmiddels volledig overtuigd van haar kwaliteiten en geniet ik steeds meer van deze gloedvolle rootsplaat. Erwin Zijleman