vrijdag 19 oktober 2018

Kendel Carson - The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton / The Calgary Sessions

Bijna vergeten Canadese singer-songwriter duikt op met twee prachtplaten en zingt de sterren van de hemel
Bij de naam Kendel Carson moest ik even terug in de tijd, maar wat ben ik blij dat ze terug is. Samen met Chip Taylor heeft de Canadese singer-songwriter twee platen gemaakt die mee kunnen met het beste dat de Amerikaanse rootsmuziek momenteel te bieden heeft. Twee keer werden fantastische muzikanten opgetrommeld, waarna Chip Taylor en Kendel Carson het geluid mochten vervolmaken. Laatstgenoemde doet dit met door de ziel snijdend vioolspel en met een stem die keer op keer goed is voor heel veel kippenvel. Met name The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton is van grote schoonheid. Ga dat horen.


De Canadese singer-songwriter en muzikante Kendel Carson trok een jaar of tien geleden de aandacht met haar debuut Rearview Mirror Tears, dat ze samen maakte met de Amerikaanse singer-songwriter en producer Chip Taylor, op wiens platen ze al jaren als violist was te horen. 

Twee jaar na haar debuut was de Canadese muzikante terug met het eveneens overtuigende Alright Dynamite, dat de belofte van het debuut in loste. Kendel Carson leek een vaste waarde te worden binnen de dichtbevolkte Amerikaanse rootsmuziek, maar na Alright Dynamite bleef het helaas lang stil. 

Ik bleef Kendel Carson met enige regelmaat volgen en dat werd onlangs beloond met de release van niet één maar twee platen. Het zijn platen die even op de stapel zijn blijven liggen, want uit het hoog is helaas ook wel een beetje uit het hart, maar toen ik eerder deze week eindelijk de tijd nam voor de nieuwe muziek van Kendel Carson, was ik direct om. 

The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton en The Calgary Sessions lagen al een tijd op de plank, maar zijn inmiddels gelukkig verkrijgbaar. Op beide platen werkt Kendel Carson samen met veteraan Chip Taylor, maar de andere muzikanten verschillen, waardoor het echt twee platen zijn.

The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton was ooit bedoeld als soundtrack voor een mogelijke film waarvoor Chip Taylor het script schreef. Het is een film over de 70s countryzangeres Suzanna Hamilton, wat verklaart dat op de plaat vooral 70s country is te horen. Het is een genre dat Kendel Carson goed, nee uitstekend ligt, want haar stem klinkt geweldig en doet denken aan die van groten als Emmylou Harris. 

Ook in muzikaal opzicht is het trouwens smullen, want de in New York opgenomen plaat bevat niet alleen bijdragen van Chip Taylor en Kendel Carson, maar ook bijzonder fraaie accenten van topmuzikanten als gitarist John Platania en pedal steel virtuoos Greg Leisz. 

Zeker liefhebbers van de meer traditionele 70s country zullen The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton zeer kunnen waarderen. Het geluid is prachtig en Kendel Carson zingt de sterren van de hemel met een stem die lijkt gemaakt voor traditionele country met hier en daar een gevoelige snik. 

Gezien de geweldige twee platen van bijna tien jaar geleden lag de lat voor mij hoog wanneer het gaat om Kendel Carson, maar de singer-songwriter uit Calgary maakt op The Lost Tapes Of Suzanna Hamilton diepe indruk met ingetogen country die continu goed is voor kippenvel. 

The Calgary Sessions werd, zoals de titel al doet vermoeden, in de Canadese plaats opgenomen met een kleine band, waarin uiteraard ook Chip Taylor weer opduikt. Het voegt nog 25 minuten muziek toe, waardoor deze nieuwe worp van Kendel Carson goed is voor dik een uur muziek. 

The Calgary Sessions ligt in het verlengde van The Lost Tapes van Suzanna Hamilton, maar schuift net wat op richting alt-country folk, terwijl de viool een Kendel Carson een wat grotere rol heeft gekregen. In muzikaal opzicht net wat minder indrukwekkend, maar de bijzondere stem van Kendel Carson verandert ook hier alles in goud.

Kendel Carson leek lange tijd van de aardbodem verdwenen, maar met deze twee top platen schaar ik haar direct weer onder de betere zangeressen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en hoop ik uiteraard dat ze niet weer zo’n lange stilte laat vallen. Met deze twee prachtplaten, die nu voor de prijs van één beschikbaar zijn, kan ik gelukkig wel even vooruit. Erwin Zijleman



 

 

donderdag 18 oktober 2018

Elvis Costello & The Imposters - Look Now

Niet meer zo ‘angry young man’ levert een plaat op vol echo’s uit het verleden, maar ook een plaat vol knappe songs
Ik ben lang niet altijd gek op het werk van Elvis Costello, maar de Brit maakte ook minstens een handvol platen die ik koester. Op Look Now trekt een deel van deze platen voorbij, want Elvis Costello citeert op zijn nieuwe plaat vaak uit zijn eigen werk, wat de sleutelplaten in zijn oeuvre bloot legt. Verwacht vooral de meer ingetogen en romantische kant van de Britse singer-songwriter, maar op een of andere manier houdt de muziek van Elvis Costello toch ook altijd een scherp randje. Ik vind lang niet alles dat hij maakt mooi, maar deze plaat doet toch weer wat met me. 


Elvis Costello wordt hier en daar nog steeds een ‘angry young man’ genoemd, terwijl hij afgelopen zomer zijn 64e verjaardag vierde. Zijn uit 1977 stammende debuut My Aim Is True is al lang een klassieker en er zouden er nog vele volgen. 

Misschien moet ik niet te scheutig zijn met het predicaat klassieker, maar platen als This Year’s Model, Armed Forces, Trust, Imperial Bedroom en King Of America mogen wat mij betreft zeker klassiekers worden genoemd en dan ben ik streng. 

De Britse muzikant heeft inmiddels een enorme stapel platen op zijn naam staan en die zijn lang niet allemaal even goed. Uit de jaren 90 heb ik alleen de plaat met Burt Bacharach onthouden, terwijl de afgelopen 15 jaar alleen Secret, Profane & Sugarcane, National Ransom en het met The Imposters (met een aantal van zijn oude maten uit The Attraction) gemaakte The Delivery Man mijn aandacht wisten te trekken. Ook op het deze week verschenen Look Now staat de naam van The Imposters vermeld, maar het is een totaal andere plaat dan de plaat waarop Elvis Costello samen met onder andere Emmylou Harris de Amerikaanse rootsmuziek omarmde. 

De afgelopen jaren schoot de muziek van de Brit alle kanten op, schreef hij zijn autobiografie en leverde hij een korte maar gelukkig succesvolle strijd met kanker. Look Now had misschien beter Look Back kunnen heten, want op zijn nieuwe plaat lijkt Elvis Costello voor een belangrijk deel terug te kijken op de muziek die hij de afgelopen decennia maakte. 

Look Now laat goed horen welke platen Elvis Costello als de sleutelplaten in zijn oeuvre ziet en, toch wel opvallend, lijkt Painted From Memories, dat Elvis Costello in 1988 maakte met Burt Bacharach een hele belangrijke. Deze Burt Bacharach (inmiddels 90 jaar oud) schreef mee aan drie van de songs op de plaat, maar zijn hand waart ook op een groot deel van de rest van de plaat rond. 

Toch is Look Now geen honingzoete plaat met songs van een oude ziel die al deels terugkijkt op zijn muzikale leven. De ‘angry young man’ Elvis Costello bestaat misschien niet meer, maar ook flarden van zijn vroege werk duiken op Look Now op, al spuwt de Brit wat minder gal en gif dan in zijn jonge jaren. 

Look Now sluit verder aan bij de meer ingetogen momenten op platen als Imperial Bedroom, King Of America en Spike, al ligt het niveau wel net wat lager. Een net wat lager niveau is maar een relatief begrip, want Elvis Costello schrijft nog steeds song die flink boven de grauwe middelmaat uitsteken en vertolkt ze op geheel eigen en uit duizenden herkenbare wijze. 

Ik zit bij beluistering van Look Now lang niet altijd op het puntje van mijn stoel, maar de plaat heeft absoluut veel moois te bieden en iedere keer dat ik de plaat beluister komt er weer een lichtpuntje bij. Elvis Costello laat nog maar eens horen dat hij in meerdere genres en stijlen uit de voeten kan en waar ik het aan het eind van de jaren 70 geen geweldig zanger vond, overtuigt hij op zijn nieuwe plaat met mooie, emotievolle en zeker ook soulvolle zang. Prima plaat. De naam Elvis Costello waardig. Erwin Zijleman

 

woensdag 17 oktober 2018

John Hiatt - The Eclipse Sessions

Ouwe rot verkeert al ruim 18 jaar in absolute topvorm en levert nog maar eens een uitstekende plaat af
Ik had vroeger niet zo gek veel met John Hiatt, maar sinds de overgang naar het nieuwe millennium is bijna alles dat hij maakt goed. Heel goed. Ook The Eclipse Sessions staat weer vol met typische John Hiatt muziek. Laid back rootsmuziek met flink wat blues die af en toe gas geeft, maar meestal vrij ingetogen is. Fraai begeleid door een prima band overtuigt de Amerikaan ook dit keer met zijn mooie verhalen, zijn geweldige gitaarspel en zijn stem die door het randje gruis alleen maar mooier en doorleefder klinkt. Misschien niet heel veel nieuws, maar wat is het weer goed. Topmuzikant, topplaat.


De Amerikaanse singer-songwriter John Hiatt debuteerde in de eerste helft van de jaren 70 en heeft inmiddels een flink aantal platen op zijn naam staan. 

Ik vond John Hiatt in het verleden altijd wat wisselvallig, maar sinds de start van het huidige millennium verkeert de Amerikaanse muzikant in een uitstekende en bovendien opvallend constante vorm. 

John Hiatt leverde de afgelopen 18 jaar tien platen af en er zit geen slechte of middelmatige tussen. Sterker nog, de meeste van deze platen doen wat mij betreft niet onder voor de man’s vermeende meesterwerk Bring The Family uit 1987. 

De afgelopen vier jaar was het angstig stil rond de al een tijd vanuit Nashville, Tennessee, opererende muzikant, maar gelukkig is John Hiatt terug met een nieuwe plaat. The Eclipse Sessions is een typische John Hiatt plaat en het is er een die niet onder doet voor al die zo overtuigende voorgangers van de laatste 18 jaar. 

Nieuwe zieltjes gaat de Amerikaanse muzikant er waarschijnlijk niet mee winnen, maar voor de liefhebbers van zijn werk is het weer smullen. The Eclipse Sessions trekt de lijn van de vorige platen van John Hiatt door, wat betekent dat er veel ruimte is voor wat meer ingetogen tracks, maar het gaspedaal af en toe ook wordt ingetrapt. John Hiatt laat zich op zijn nieuwe plaat begeleiden door een hecht spelende band en tekent uiteraard zelf weer voor prachtig, vaak wat bluesy, gitaarwerk. The Eclipse Sessions klinkt gelukkig wat warmer dan voorganger Terms Of My Surrender, dat mij qua geluid en productie net wat minder goed beviel. 

De stembanden van de Amerikaanse muzikant zijn al jaren aan flinke slijtage onderhevig en op The Eclipse Sessions klinkt het allemaal nog wat gruiziger en doorleefder. Persoonlijk hou ik er wel van, want het geeft de songs op de plaat ook iets emotioneels en kwetsbaars, waardoor de plaat nog wat meer ontroert. 

John Hiatt bestrijkt binnen de Amerikaanse rootsmuziek al lange tijd een breed palet en dat doet hij ook op zijn nieuwe plaat, die een voorkeur heeft voor bluesy rootsrock, maar ook opschuift richting folk en country. John Hiatt staat bekend om de mooie verhalen die hij vertelt en deze spelen ook op zijn nieuwe plaat weer een belangrijke rol, waarbij het niet zoveel uitmaakt of de Amerikaan de grote thema’s aanpakt of kleine persoonlijke ervaringen uitwerkt. 

Het levert een plaat op die misschien niet heel veel verschilt van zijn voorgangers, maar persoonlijk bevalt The Eclipse Sessions me net wat beter dan deze voorgangers. Er zit wat meer rust in de muziek van John Hiatt, waardoor de plaat net wat dieper graaft en ook wat langer door groeit. Bovendien is het gitaarwerk dit keer echt fenomenaal. Ik was in de jaren 70, 80 en 90 geen heel groot fan van de man, maar wat John Hiatt de afgelopen twee decennia neerzet is van een bijzonder hoog niveau en het wordt alleen maar beter. Erwin Zijleman

De digitale versie van The Eclipse Sessions is ook vergelijkbaar via de bandcamp pagina van John Hiatt: https://johnhiatt.bandcamp.com/album/the-eclipse-sessions.



 

dinsdag 16 oktober 2018

K Michelle DuBois - Harness

K Michelle DuBois strooit met volstrekt tijdloze pop en rocksongs en ze worden steeds onweerstaanbaarder
Ik had nog nooit van K Michelle Dubois gehoord, maar toen haar plaat voor het eerst uit de speakers kwam, had ik het idee dat ik haar al jaren kende. Harness staat immers vol met volstrekt tijdloze popliedjes en het zijn popliedjes met een voorliefde voor 90s rock. Het maakt van Harness de ultieme feelgood plaat, maar de songs van K Michelle DuBois zijn ook nog eens heel goed. De instrumentatie is gericht op genadeloos verleiden en ook de stem van de Amerikaanse singer-songwriter beschikt over dit vermogen. Ik ging direct voor de bijl en ben nog lang niet klaar met deze compleet onweerstaanbare plaat. 


K Michelle DuBois staart me inmiddels al vele weken aan vanaf de cover van haar nieuwe plaat Harness. Het is een cover die me al vanaf dag één flink tegen staat, maar de muziek op de plaat staat me juist zeer aan en daar gaat het uiteindelijk om. 

De plaat verscheen vorige week, zodat ik eindelijk iets kan opschrijven over de derde plaat van de singer-songwriter uit Atlanta, Georgia. Over de vorige twee kan ik niet veel zeggen, want die zijn me volledig ontgaan, maar plaat nummer drie is echt een hele goede. 

Op deze derde plaat maakt K Michelle Dubois volstrekt tijdloze popliedjes en het zijn volstrekt tijdloze popliedjes die zich vooral laten inspireren door de vrouwelijke rockmuzikanten uit de jaren 90. Denk aan Juliana Hatfield, denk aan Belly, denk aan The Breeders en denk ook zeker aan Liz Phair in haar alternatievere jaren. 

K Michelle DuBois beperkt de invloeden die ze verwerkt in haar muziek echter zeker niet tot die uit de jaren 90. Hier en daar hoor ik iets van Siouxsie Sioux, hier en daar iets van The Bangles, maar Harness kan zich ook laten inspireren door de tijdloze popmuziek van Fleetwood Mac, de girlpop van Phil Spector, de ‘angry young woman’ muziek van Alanis Morissette of de verleidelijke popliedjes van Jenny Lewis. Zo kan ik nog wel even doorgaan met het noemen van namen, maar een recensie met alleen maar namen helpt uiteindelijk niemand. 

K Michelle Dubois verwerkt al deze invloeden in een geluid dat ik alleen maar kan omschrijven als compleet onweerstaanbaar. De gitaarlijnen op de plaat zijn zonder uitzondering om te smullen, de gitaarmuren die hier en daar worden opgebouwd zijn aangenaam gruizig, de brede klankentapijten van synths zijn steeds weer sprookjesachtig mooi, terwijl de ritmesectie lekker voor in de mix staat. 

Het is een geluid dat bedoeld is om genadeloos te verleiden en dat doet het dan ook. Op hetzelfde moment durft K Michelle Dubois te experimenteren. De ritmes zijn soms voorzichtig tegendraads, de synths strooien zo nu en dan met licht tegen de haren in strijkende klanken, terwijl de gitaren hier en daar flink uit de bocht mogen vliegen. 

Als ik al het vergelijkingsmateriaal op één hoop veeg is Harness van K Michelle DuBois de plaat die Alanis Morissette na Jagged Little Pil niet meer heeft gemaakt, al doe ik K Michelle DuBois met zo’n eenzijdige vergelijking ook tekort. 

Ik heb het nog niet over de stem van de singer-songwriter uit Atlanta, Georgia, gehad en het is een stem die gemaakt lijkt voor dit soort muziek. K Michelle DuBois kan in vocaal opzicht stevig rocken, maar kan ook meisjesachtig verleiden of klinken als een alternatieve popprinses. Harness walst keer op keer over me heen met pop en rocksongs waarvan ik alleen maar heel vrolijk kan worden en vervelen doet het na al die draaibeurten nog steeds niet. De cover van de plaat blijft helaas een beetje creepy, maar verder niets dan lof. Erwin Zijleman

Harness van K Michelle Dubois is verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://kmichelledubois.bandcamp.com.

 

maandag 15 oktober 2018

St. Vincent - MassEducation

Van groots en bijna overdadig naar ruw en vrijwel naakt. St. Vincent maakt het je niet makkelijk maar overtuigt wederom
St. Vincent moest het op MASSEDUCTION hebben van een groots klinkend elektronisch klankentapijt. Op MassEducation komen de songs van de vorige plaat nog eens voorbij, maar nu moeten we het doen met een piano en een stem. Het klinkt ruw en dat is even wennen. Na enige tijd valt echter veel op zijn plek, zeker wanneer je de zo verschillende versies van de songs na elkaar beluisterd. Wat je de ene keer mist is er de andere keer en vice versa. St. Vincent laat nog maar eens horen wat een uniek en onconventioneel talent ze is. Ik ben nu al benieuwd naar haar volgende stap.


Ik had vorig jaar een paar maanden nodig om te kunnen genieten van MASSEDUCTION van St. Vincent. Ik vond de muziek van het alter ego van de vanuit New York opererende Amerikaanse muzikante Annie Clark in eerste instantie veel te zwaar aangezet en veel te elektronisch. 

Pas na vele keren proberen hoorde ik de schoonheid in de popliedjes van St. Vincent, die zeer uiteenlopende invloeden uit een aantal decennia popmuziek bleken te verwerken en net zo makkelijk aansloten bij de Berlijnse jaren van Bowie en de funk van Prince als bij de elektronische muziek van het moment. 

Het duurde overigens ook een paar maanden voor ik door had dat de titel van de plaat MASSEDUCTION was en niet MASSEDUCATION. Dat was destijds niet zo erg, maar door de release van MassEducation wordt het nu wel belangrijk om het beestje bij de juiste naam te noemen. 

Ik was vorig jaar erg nieuwsgierig naar al hetgeen dat St. Vincent had verstopt onder het stevig aangezette elektronische klankentapijt en vond na flink wennen veel moois. Het is het moois dat op MassEducation wordt aangeboden zonder enige opsmuk en gek genoeg is ook dat weer wennen. 

Op MassEducation vertolkt St. Vincent de songs van MASSEDUCTION, maar dit keer heeft ze genoeg aan haar stem en het pianospel van Thomas Bartlett, aka Doveman. MassEducation bevat de naakte versies van de grootse songs op de vorige plaat van de in Dallas, Texas, geboren muzikante en voor de gelegenheid heeft Annie Clark op de cover ook nog wat kledingstukken uitgetrokken. 

Het is zoals gezegd wennen. Het pianospel van Thomas Bartlett is prachtig, maar zeker de stem van St. Vincent komt nogal ruw uit de speakers. MassEducation klinkt in eerste instantie als een serie outtakes van Tori Amos in haar beginjaren. Daar is niet zoveel mis mee, maar van St. Vincent verwacht ik inmiddels toch net wat meer. 

MassEducation vraagt, net als MASSEDUCTION, de nodige tijd, maar langzaam maar zeker begin ik overtuigd te raken van de waarde van de naakte versies van de songs van de vorige plaat van St. Vincent. De associatie met Tori Amos blijft, zeker door alle emotie in de stem van Annie Clark, maar de Amerikaanse muzikante kan ook opschuiven richting de onderkoeling van Fiona Apple, zeker wanneer Thomas Bartlett wat opschuift richting de linkerkant van zijn klavier. 

De songs op MassEducation zijn zo ruw en basaal dat je verlangt naar wat meer inkleuring. Hier en daar een extra instrument of hier en daar toch wat elektronica, het had best gemogen. Je bereikt dit effect overigens door de twee albums van St. Vincent aan elkaar te plakken en steeds eerst de uitgeklede versie van een song te beluisteren en hierna de aangeklede variant. 

Het leert je twee dingen. Allereerst hoor je hoe goed de songs van St. Vincent zijn en met hoeveel gevoel Annie Clark zingt. Hiernaast hoor je wat een volle productie en een stevig aangezet elektronisch klankentapijt met songs kan doen. Een aantal songs van St. Vincent wordt platgeslagen door al het elektronische geweld, terwijl andere songs juist tot leven komen. Het wachten is op een plaat die het beste van beide werelden bied, maar ook de ruwe songs op MassEducation komen met enige regelmaat aan, net als de songs op de zo rijk ingekleurde voorganger. Erwin Zijleman



 

zondag 14 oktober 2018

Annie Oakley - Words We Mean

Trio uit Oklahoma City verrast met een mooie mix van roots en pop en stemmen om te koesteren
Het debuut van Annie Oakley heb ik al een tijdje in huis en het is een debuut dat me snel dierbaar is geworden. Het drietal uit Oklahoma City, Oklahoma, overtuigt op haar debuut met lekker in het gehoor liggende songs, een warm en organisch klinkende instrumentatie vol fraaie details en vooral met drie prachtige stemmen. Het zijn stemmen die elkaar fraai versterken in geweldige harmonieën, maar ook solo blijven de drie zangeressen uit de band makkelijk overeind. Annie Oakley schotelt ons op haar debuut een aangename mix van roots en pop voor en het is een mix die al snel naar veel en veel meer smaakt.


Annie Oakley is een legendarische figuur uit de geschiedenis van het Amerikaanse Wilde Westen. Aan het eind van de 19e eeuw maakte deze Annie Oakley furore als scherpschutter. Haar schietkunsten vertoonde ze niet op het slagveld, maar tijdens shows als de Wild West shows van de al even legendarische Buffalo Bill, die werden bezocht door alles en iedereen tussen boeren en presidenten. 

Annie Oakley is ook de naam van een band en deze band bracht deze week haar debuut uit. Het is een band uit Oklahoma City, Oklahoma, die bestaat uit de zussen Grace en Sophia Babb en Nia Personette. De zussen Babb spelen akoestische gitaar en zingen, terwijl Nia Personette zingt en viool speelt. 

Het zijn drie jonge vrouwen die zich een paar jaar geleden in de kijker speelden op folkfestivals in het mid-Westen van de Verenigde Staten en vervolgens de tijd hebben genomen voor hun debuut. Words We Mean werd opgenomen in Oklahoma City waar piano, steel gitaar, banjo en bas en drums werden toegevoegd door een stel prima muzikanten. 

Oklahoma City bracht ons eerder de geweldige Carter Sampson en ook de muziek van Annie Oakley zal waarschijnlijk zeer in de smaak vallen bij de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. Alleen al door het instrumentarium heeft de muziek van Annie Oakley veel raakvlakken met de Amerikaanse folk en country, maar ook in vocaal opzicht voelen de drie zangeressen van Annie Oakley zich als een vis in het water in deze genres. 

Aan de release van Words We Mean ging een uitgebreide crowdfunding campagne vooraf en het blijkt zinvol besteed geld. Annie Oakley maakt op haar debuut vooral ingetogen en akoestische rootsmuziek, maar door het grote aantal instrumenten klinkt de muziek van het drietal mooi vol en bovendien afwisselend. 

De instrumentatie op Words We Mean is mooi verzorgd en zal niet alleen gewaardeerd worden door de liefhebbers van pure Amerikaanse rootsmuziek, maar ook door muziekliefhebbers die folk en country het liefst zien aangelengd met wat pop. Het zorgt er voor dat het debuut van Annie Oakley buitengewoon aangenaam voortkabbelt, maar ook in artistiek opzicht interessant is. 

Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook zeker voor de vocalen. Grace, Nia en Sophia zingen als de beste rootsprinsessen, maar ze zoeken ook met enige regelmaat de pop op. Zeker in de bijzonder fraaie harmonieën op de plaat roept dit associaties met de geweldige eerste plaat van Wilson Phillips uit 1990, wat ik persoonlijk zeer kan waarderen. Ook in vocaal opzicht is Words We Mean van Annie Oakley overigens een zeer gevarieerde plaat. De drie zangeressen vertrouwen niet alleen op de bijzonder fraaie harmonieën, maar maken ook solo indruk met mooi verzorgde vocalen vol gevoel. 

Al met al ben ik zeer te spreken over het debuut van Annie Oakley. Het is niet alleen een hele lekkere plaat, maar ook een knappe plaat en een plaat die op fraaie wijze bruggen slaat tussen roots en pop. En ik ga het debuut van Annie Oakley alleen maar leuker vinden. Erwin Zijleman

Het debuut van Annie Oakley is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Horton Records: https://hortonrecords.bandcamp.com/album/annie-oakley-words-we-mean.

 

zaterdag 13 oktober 2018

David Bowie - Loving The Alien (1983-1988), box-set

Nog maar een lijvige box-set die de carrière van David Bowie samenvat. Een mindere periode, maar het blijft Bowie
Loving The Alien (1983-1988) laat horen wat Bowie na zijn briljante platen uit de jaren 70 en het al even indrukwekkende Ashes To Ashes uit 1980 deed. Kort door de bocht sprong hij over van de alternatieve naar de mainstream pop en haalde hij sloten met geld binnen, maar ook Bowie in net wat mindere doen is nog altijd een zeer interessant muzikant, die met name tijdens de Serious Moonlight Tour uit 1983 nog in uitstekende vorm stak. Voor de rest is het zoeken naar hoogtepunten in deze uit de kluiten gewassen box-set, maar ze zijn er absoluut.


De carrière van David Bowie wordt sinds zijn trieste dood samengevat in even lijvige als prijzige box-sets. 

Na Five Years (1969-1973), dat overigens vlak voor zijn dood verscheen, Who Can I Be Now? (1974-1976) en A New Career In A New Town (1977-1982) zijn we inmiddels halverwege de jaren 80 aanbeland; een periode die wordt samengevat op de box-set Loving The Alien (1983-1988). 

Het is op voorhand een veel minder interessante periode dan de periodes die door de voorgaande drie box-sets werden afgedekt, maar de minst interessante periode uit de carrière van David Bowie moest nog komen (de box-set over de periode 1989-1994 kan men met een gerust hart overslaan. 

Het is de periode die volgt op de Berlijnse trilogie en het minstens even sterke Scary Monsters uit 1980 en het is een periode die begint bij de release van Let’s Dance in 1983. Let’s Dance is in commercieel opzicht een van de meest geslaagde platen van David Bowie, maar in artistiek opzicht is het toch duidelijk minder interessant dan de serie platen die Bowie tussen 1970 en 1980 maakte. 

Aan de hand van co-producer Nile Rodgers maakt David Bowie op Let’s Dance de overstap naar een mainstream geluid dat qua productie perfect past in de jaren 80. De plaat opent  nog redelijk sterk met de singles Modern Love, China Girl (met een glansrol voor gitarist Stevie Ray Vaughan) en Let’s Dance, maar hierna zakt de plaat flink in en is weinig meer te horen van de vernieuwingsdrang die Bowie op zijn platen uit de jaren 70 en op Scary Monsters liet horen. 

Het legde de Britse muzikant echter geen windeieren. De plaat ging in aanzienlijke hoeveelheden over de toonbank en werd gevolgd door een tour die Bowie van de concerthallen van de Isolar en de Isolar II tours naar de stadions van de Serious Moonlight tour bracht. 

De Isolar en Isolar II tours, wat mij betreft de beste tours van de Britse muzikant, zijn uitvoerig gedocumenteerd, maar van de Serious Moonlight tour was er nog niet veel en nog niets van goede kwaliteit. Daar komt nu verandering in, want de Loving The Alien bevat een prima registratie van de Serious Moonlight tour, wat mij betreft de meest waardevolle plaat in deze box-set. 

Bowie klinkt minder donker dan tijdens zijn Berlijnse jaren, maar vertolkt zijn oudere werk nog op gloedvolle en bijzonder overtuigende wijze en speelt bovendien flink wat prima songs die geen plek kregen tijdens de Isolar tours. 

Na Let’s Dance volgde Tonight, dat nog wel een aantal hele aardige singles bevatte en Never Let Me Down, een van de zwakste broeders in het oeuvre van Bowie. Dat vond hij kennelijk zelf ook, want Bowie stemde zelf nog in met de aan de box-set toegevoegde remake van de plaat. Deze nieuwe versie is in productioneel en instrumentaal opzicht inderdaad een stuk mooier en interessanter dan het origineel, dat inmiddels wel erg gedateerd klinkt met zijn galmende 80s productie, maar de songs zijn wat mij betreft niet goed genoeg om er een echt goede plaat van te maken, laat staan een Bowie klassieker. Wel een aardige poging overigens en hoorbaar met liefde gemaakt. 

Never Let Me Down werd gevolgd door een nog grootsere stadion tour, de Glass Spider toe, die uiteraard ook van de partij is in deze box-set. Aardig, maar Bowie in topvorm horen we wat mij betreft niet, al is de band echt heel goed, terwijl het combineren van theater en muziek in de stadions totaal niet uit de verf kwam. Hierna volgen nog flink wat remixes en rarities en een enkele nooit verschenen song, maar dit is wat mij betreft voor de liefhebber. 

Het zorgt er voor dat de spoeling wat dun is dit keer, zeker vergeleken met de vorige twee box-sets. De registratie van de Serious Moonlight tour is uitstekend en verdient een zelfstandige release en de nieuwe versie van Never Let Me Down is bijzonder. That’s it. Gelukkig staat alles ook gewoon op Spotify, want alleen voor de Serious Moonlight registratie geef ik niet zoveel geld uit, ook al geniet ik behoorlijk van deze nieuwe portie Bowie, die ook in een wat mindere periode interessanter was dan de meeste van zijn tijdgenoten. Erwin Zijleman

 

Anna St. Louis - If Only There Was A River

Folkie uit Los Angeles slaat op knappe wijze een brug tussen stokoude folk en eigentijdse Amerikaanse rootsmuziek
Toen Anna St. Louis vorig jaar opdook met haar eerste EP wist ik het al: "dit wordt een hele grote". De jonge singer-songwriter uit Los Angeles moest het vervolgens nog wel even waar maken met haar volwaardige debuut en doet dat nu op indrukwekkende wijze. Ze heeft haar plaat voorzien van een mooie maar ook avontuurlijke instrumentatie en voorziet deze vervolgens van vocalen die van alles met je doen. If Only There Was A River combineert ook nog eens op fraaie wijze invloeden uit een ver verleden met invloeden uit het heden, waardoor Anna St. Louis iets toevoegt aan alles dat er al is. Knap.


Anna St. Louis ontdekte ik bijna een jaar geleden, nadat ze op de website musicmeter.nl (aanrader) werd omschreven als “Mazzy Star met een country twist”. Het maakte me direct nieuwsgierig, want Mazzy Star is een van mijn favoriete bands en voor country heb ik absoluut een zwak. 

Uiteindelijk hoorde ik op haar debuut EP, die overigens alleen op cassette (!) en digitaal werd uitgebracht vooral folk, maar dankzij de flirts met blues, country en vooral psychedelica was de omschrijving op musicmeter.nl zo af en toe toch treffend. 

Alle reden dus om uit te kijken naar het volwaardige debuut van Anna St. Louis en dat debuut is nu verschenen. If Only There Was A River opent direct prachtig met een intro waarin een warm klinkende akoestische gitaar gezelschap krijgt van strijkers, die af en toe een rare vervormde twist mee krijgen. Het zorgt er voor dat alle aandacht uit gaat naar de muziek van Anna St. Louis wanneer ze begint te zingen. 

Dat was op haar EP een reden voor alle aandacht en dat is het nog steeds. Als Anna St. Louis gaat zingen wordt je direct een aantal decennia terug geworpen in de tijd en meegenomen naar de oude folkies die in de jaren 60 de heuvels rond Laurel Canyon bij Los Angeles bevolkten. De zang van Anna St. Louis heeft iets bezwerends en donkers, maar haar stem is ook gewoon mooi en klinkt bovendien urgent, waardoor er niet veel tijd nodig is om van haar debuut te gaan houden. 

De muzikante die werd geboren in Kansas, maar inmiddels Los Angeles haar thuisbasis noemt, maakte haar eerste EP nog in haar eentje, maar riept voor haar debuut de hulp in van onder andere Kyle Thomas (King Tuff) en Kevin Morby, die de plaat produceerden, en van drummer Justin Sullivan (Night Shop) en multi-instrumentalist Oliver Hill (Pavo Pavo), die If Only There Was A River hebben voorzien van een ingetogen, maar ook veelkleurig klankentapijt. 

Net als op haar eerste EP kiest Anna St. Louis op haar eerste album vooral voor invloeden uit de folk en het is de Amerikaanse folk uit een ver verleden. De Amerikaanse muzikante ontsnapt echter makkelijk aan het etiket retro, door allerlei invloeden aan haar muziek toe te voegen, waaronder ook dit keer flink wat invloeden uit de country en de psychedelica. Het zorgt er voor dat de muziek van Anna St. Louis zowel stokoud als eigentijds kan klinken en dat is knap. 

Anna St. Louis neemt op If Only There Was A River af en toe de tijd voor de instrumentatie, waardoor haar zang beter uit de verf komt en zich steeds nadrukkelijker opdringt. De songs van de Amerikaanse singer-songwriter zouden ook door Nico en door Mazzy Star kunnen zijn vertolkt, maar Anna St. Louis vindt het perfecte evenwicht tussen bezwering en verleiding. 

If Only There Was A River is ook nog eens een plaat die uitnodigt tot volledig uitpluizen, waarbij je steeds meer bijzondere dingen hoort. Het debuut van Anna St. Louis is voorzien van een donker en broeierig geluid, maar het is ook een geluid vol bijzondere wendingen en onderscheidende accenten. Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de stem van de singer-songwriter uit Los Angeles. Anna St. Louis kan op haar debuut alle kanten op en overtuigt net zo makkelijk in een indringende folksong als in een losjes gespeelde countrysong. 

Haar eerste EP liep wat mij betreft al over van de belofte, maar al het talent komt er op If Only There Was A River uit, en hoe. Het is een plaat die in een week tijd is uitgegroeid tot een plaat om te koesteren en de groei is er nog lang niet uit. Het is momenteel dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook dit is een talent om zeer nadrukkelijk in de gaten te houden. Erwin Zijleman

De digitale versie van If Only There Was A River van Anna St. Louis is verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://annastlouis.bandcamp.com/album/if-only-there-was-a-river-4.



 

vrijdag 12 oktober 2018

Saint Sister - Shape Of Silence

Noord-Iers duo betovert met wonderschone “atmosfolk” vol toverkracht en bezwering en stemmen om intens van te houden
Het debuut van Saint Sister zal in deze week vol releases waarschijnlijk vaak over het hoofd worden gezien. Het is doodzonde, want het Noord-Ierse duo heeft een plaat gemaakt die in muzikaal opzicht intrigeert en in vocaal opzicht imponeert. De instrumentatie kan worden getypeerd als sprookjesachtig terwijl aan de stemmen van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre best het predicaat hemels mag worden opgehangen. Het debuut van het tweetal staat vol atmosferische klanken en prachtige zang, maar wat gebeurt er veel op deze plaat, die je zeker bij beluistering met de koptelefoon maar blijft betoveren en bezweren. Prachtplaat.


Saint Sister is een duo uit Noord-Ierland dat bestaat uit Gemma Doherty en Morgan MacIntyre. De twee hebben het landelijke Noord-Ierland inmiddels verruild voor de grote stad en opereren vanuit het Ierse Dublin. De muziek van het tweetal is wat mij betreft echter niet de muziek van de grote stad, maar muziek vol ruimte die associaties oproept met uitgestrekte vlaktes of donkere bossen. 

Het is muziek die hier en daar het label folktronica krijgt opgeplakt en dat is op het eerste gehoor geen gekke omschrijving. De prachtig bij elkaar kleurende stemmen van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre zouden ook niet misstaan in de folk, terwijl de instrumentatie op hun debuut lijkt te worden gedomineerd door elektronica. 

Toch vind ik Shape Of Silence van Saint Sister geen paat die je recht doet met het label folktronica. Hiervoor klinkt de muziek van het Noord-Ierse tweetal te organisch, terwijl hiernaast het tempo veel lager ligt dan gebruikelijk in de folktronica. De basis van de muziek van Saint Sister wordt gevormd door ijle piano en harp klanken en twee geweldige stemmen, die elkaar subtiel ondersteunen, maar elkaar ook naar grote hoogten kunnen tillen. 

Het tempo op Shape Of Silence ligt laag, maar door hier en daar subtiel beats toe te voegen klinkt het niet heel loom of sloom. Naast beats voegt Saint Sister op fraaie wijze allerlei elektronica toe aan haar geluid, wat prachtig samenvloeit met de harp en piano klanken en atmosferische soundscapes creëert. De muziek van Saint Sister is hierdoor soms sprookjesachtig en soms bedwelmend. 

Het is muziek die alle kanten op kan schieten. Soms hoor ik wat van de New Age van Enya, soms hoor ik het zweverige van The Cocteau Twins, maar de twee Noord-Ierse muzikanten kunnen ook opschuiven richting de triphop van Portishead of Massive Attack, al is het wel een sobere triphop variant, of herinneringen oproepen aan de vernieuwingsdrang van Kate Bush. 

Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoeveel subtiele details zijn toegevoegd aan het geluid van het tweetal, wat de songs op Shape Of Silence voorziet van diepte en avontuur. Ik heb de term sprookjesachtig al een keer gebruikt en dit is een term die bij mij vaak naar boven komt bij beluistering van de muziek van Saint Sister. 

Het sprookjesachtige karakter op het debuut van het Noord-Ierse duo wordt eindeloos versterkt door de prachtige zang op de plaat. Gemma Doherty en Morgan MacIntyre zingen vaak prachtig ingetogen en altijd loepzuiver. Het is razend knap hoe ze hun stemmen tegen elkaar aanleggen en tekenen voor harmonieën die alleen maar mooier en mooier worden. Het zijn stemmen die op een of andere manier ook nog een laag instrumenten toevoegen aan het bijzondere geluid op het debuut van Saint Sister, bijvoorbeeld wanneer de meeste echte instrumenten een stap terug doen en alles van de stembanden van Gemma Doherty en Morgan MacIntyre moet komen. 

Shape Of Silence is een plaat die je wat vaker moet horen en is daarom wat ongelukkig getimed in een week met een overdaad aan releases (de week voor kerst zou beter zijn geweest), maar als je eenmaal de tijd hebt genomen neemt de schoonheid en betovering van het debuut van Saint Sister alleen maar toe en wordt het dozijn songs op dit debuut een dozijn songs om intens lief te hebben en te koesteren. 

Atmosfolk noemt The Irish Times het en dat is mooi gevonden. Het is atmosfollk die doet verlangen naar ijsbloemen op de ramen en naar lange en aardedonkere avonden en nachten. Hier en daar hoor ik al een kerstklokje en lijkt de zomer van het moment totaal verdwenen. Zonder enige twijfel de grootste verrassing van de afgelopen week dit wonderschone en buitengewoon intrigerende debuut. Erwin Zijleman

Het debuutalbum van Saint Sister is verkrijgbaar via de eigen webshop van het duo: https://shop.saintsisterband.com.

 

donderdag 11 oktober 2018

Adrianne Lenker - abysskiss

Big Thief zangeres komt met uiterst sobere en bij vlagen ook uiterst sombere plaat die zijn schoonheid pas na een tijd prijsgeeft
Adrianne Lenker maakte met haar band Big Thief twee geweldige platen met indie-rock vol invloeden, maar duikt nu op met een soloplaat. Het is een grotendeels akoestische soloplaat met intieme folksongs geworden. Het zijn songs die het je niet altijd makkelijk maken, al is het maar omdat Adrianne Lenker geen groot zangeres is, maar het zijn ook songs die je uiteindelijk diep kunnen raken omdat de singer-songwriter uit New York je op intieme en indringende wijze deelgenoot maakt van haar leven, dat niet altijd over rozen ging. Een ruwe, eerlijke en pure plaat die na enige gewenning groeit en groeit.


Adrianne Lenker kennen we als boegbeeld van de Amerikaanse band Big Thief, die met Masterpiece uit 2016 en Capacity uit 2017 twee geweldige platen afleverde. 

Het zijn platen die allebei openen met een uiterst ingetogen akoestische folksong, maar hierna uitbarsten in een aangenaam rammelende mix van onder andere indie-rock, shoegaze, dreampop, noiserock en psychedelica. 

Helaas kregen de platen van de band uit Brooklyn, New York, maar weinig aandacht, maar ik vind het zelf nog altijd twee platen om te koesteren, waardoor ik absoluut nieuwsgierig was naar de soloplaat van de frontvrouw van de band. 

Het deze week verschenen abysskiss is niet de eerste soloplaat van Adrianne Lenker, maar de opvolger van het in 2014 verschenen titelloze debuut Hours Were The Birds, dat op bandcamp is te vinden en verscheen voordat Adrianne Lenker toetrad tot Big Thief. Ook abysskiss opent met een uiterst sobere folksong, maar waar de platen van Big Thief na de openingstrack kiezen voor de rock, blijft Adrianne Lenker op abysskiss de zeer ingetogen akoestische folk trouw. 

Nu overtuigde de muziek van Big Thief me vrijwel direct, maar moest ik wel wat wennen aan de soms wat onvaste stem van de frontvrouw van de band. Op abysskiss moeten we het vooral doen met deze stem, die meestal wordt begeleid door een akoestische gitaar, al duiken hier en daar ook een elektrische gitaar, een piano en wat zeer spaarzaam ingezette synths op. 

De songs op abysskiss klinken relatief eenvoudig en bij eerste beluistering ook zeker niet heel gevarieerd. Adrianne Lenker is verder zoals gezegd geen groot zangeres. Ze klinkt wat onvast en in een van de tracks lijkt ze er af en toe zelfs flink naast te zitten, maar abysskiss is gelukkig gemaakt zonder de steeds vaker opduikende Auto Tune technologie, die alle plooien glad strijkt, maar ook de emotie uit de vocalen haalt. 

De soloplaat van Adrianne Lenker klinkt ruw, puur en eerlijk en dit zorgt er voor dat ik na wat eerste aarzelingen toch ben gaan houden van de soloplaat van de Big Thief zangeres. abysskiss werd geproduceerd door Luke Temple, die ook wat aan de instrumentatie toevoegt, maar de plaat klinkt alsof Adrianne Lenker hem op haar slaapkamer heeft opgenomen, wat bijdraagt aan de intimiteit van de plaat. 

De tweede soloplaat van de singer-songwriter uit New York bevat songs die gedurende een aantal jaren werden geschreven en dat verklaart dat het songs zijn vol diepe dalen, maar ook een enkel lichtpuntje. Op abysskiss mogen we diep in de ziel kijken van Adrianne Lenker en het is een ziel die het aardse bestaan niet altijd makkelijk vindt. Het geeft een bijzondere lading aan een plaat waaraan bijna iedereen zal moeten wennen, maar die over het vermogen beschikt om je diep te raken en dat blijft een schaars goed. Ik ben nu al benieuwd naar de nieuwe plaat van Big Thief, maar ook deze soloplaat van Adrianne Lenker had ik zeker niet willen missen. Erwin Zijleman

De soloplaat van Adrianne Lenker is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://adriannelenker.bandcamp.com/album/abysskiss.



 

woensdag 10 oktober 2018

Lady Gaga & Bradley Cooper - A Star Is Born, Original Motion Picture Soundtrack

Remake van een legendarische film met een al even legendarische soundtrack pakt verrassend goed uit
Bij A Star Is Born denk ik vooral aan de legendarische soundtrack van Barbara Streisand en Kris Kristofferson uit 1976. Ik had dan ook geen hoge verwachtingen van de remake van Bradley Cooper en Lady Gaga, maar deze remake is verrassend sterk. Het begint met aangename 70s rock met een vleugje roots van eerstgenoemde, maar als Lady Gaga de hoofdrol opeist wordt de soundtrack van de nieuwe versie van A Star Is Born steeds beter. De zang komt uit haar tenen en de popprinses heeft echt veel meer soul dan ik had verwacht. Eerst een aangename en tijdloze plaat, maar hij wordt echt steeds beter.

A Star Is Born is een film uit 1937 met Janet Gaynor en Fredric March in  de hoofdrollen. De film vertelt het verhaal van een filmster die wel wat ziet in een jonge zangeres en haar op sleeptouw neemt. Uiteraard worden de twee verliefd en krijgen ze een relatie. De jonge zangeres wordt vervolgens steeds populairder, terwijl de oudere filmster steeds verder wegzakt in zijn alcoholverslaving en depressie. 

Ik ken de film uit 1937 niet en ook de eerste remake uit 1954 met Judy Garland en James Mason heb ik nooit gezien, maar ken wel de tweede remake uit 1976. In deze remake spelen muzikanten Barbara Streisand en Kris Kristofferson de hoofdrollen en is de oude filmster een popster geworden. De soundtrack bij de film was destijds zeer succesvol en ging wereldwijd naar verluidt 15 miljoen keer over de toonbank. 

Onlangs verscheen de derde remake van A Star Is Born in de bioscoop en dit keer spelen popster Lady Gaga en filmster en muzikant Bradley Cooper de hoofdrollen. Beiden waren zeker niet de eerste keus van initiator Clint Eastwood, die eigenlijk Beyonce en Johnny Depp wilde strikken. Ik heb de film nog niet gezien, maar de eerste recensies zijn zeer positief. Ook de soundtrack bij de film kan tot dusver rekenen op lovende kritieken en ik begrijp inmiddels waarom. 

De soundtrack bij de 2018 versie van A Star Is Born bevat zo’n 70 minuten muziek, inclusief enkele korte soundbites en dialogen uit de film, en het is muziek die je vooral mee terugneemt naar de rockmuziek en de singer-songwriter muziek uit de jaren 70. De filmfragmenten voegen niet zoveel toe aan de soundtrack en hadden wat mij betreft achterwege gelaten kunnen worden (er is overigens ook een versie zonder de fragmenten). Ze halen ook wat de vaart uit het album, dat hier en daar naar grote hoogten stijgt. 

Op het eerste deel van de plaat horen we vooral Bradley Cooper, die aangename rockmuziek met een vleugje Amerikaanse roots maakt. Op een gegeven moment wordt de rol van Lady Gaga belangrijker en laat de popprinses horen dat ze geweldig kan zingen, wat ze natuurlijk ook al liet horen op het onderschatte Joanne uit 2016. En het wordt alleen maar beter.

De soundtrack van de 2018 versie van A Star Is Born bevat vooral tijdloze popliedjes met een zwak voor drama, maar het klinkt allemaal geweldig. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal degelijk maar smaakvol, wat ook niet anders kan met bijdragen van onder andere muzikanten Lukas Nelson en Jason Isbell en producer Dave Cobb. Laatstgenoemden voorzien het 70s rockgeluid dat een belangrijke rol speelt op de plaat vaak van een laagje roots, met hier en daar geweldig gitaarspel. 

Af en toe mogen de muzikanten de hoofdrol opeisen, maar het zijn toch vooral de stemmen van Bradley Cooper en Lady Gaga die in de spotlights staan, met een hoofdrol voor Lady Gaga die de soul in de piano duetten met Bradley Cooper en in de songs waarin ze er alleen voor staat uit de tenen haalt, met een fraaie versie van La Vie En Rose, een aantal geweldige duetten en zeer overtuigende solo tracks als hoogtepunten. 

Beide stemmen klinken warm en gloedvol en klinken bovendien krachtig, wat deze nieuwe soundtrack voorziet van veel energie. Het er wel erg hard ingemixte geluid van een dolenthousiast publiek klinkt wat nep, maar het draagt wel bij aan het jaren 70 gevoel dat de plaat geeft. Binnenkort de film maar eens zien, maar de soundtrack is alvast zeer de moeite waard. Een zeer aangename verrassing, vooral van Lady Gaga. Erwin Zijleman



 

Town Of Saints - Celebrate

Fins/Nederlandse band omarmt dit keer de folk, maar blijft strooien met songs vol passie en avontuur
Na de jaarlijstjesplaat No Place Like This moest Town Of Saints maar eens door gaan breken naar een groot publiek, maar in plaats van de doorbraak volgde een periode van bezinning. Heta Salkolahti en Harmen Ridderbos gingen terug naar de basis en kiezen op Celebrate voor wat soberder klinkende songs met veel meer invloeden uit de folk. Af en toe mag de rem er echter ook af en betovert Town Of Saints toch weer met veelkleurige en avontuurlijke popmuziek, die is geworteld in de folk, maar ook alle kanten op mag schieten. Een derde prachtplaat van de Fins/Nederlandse band.


Het is precies vijf jaar geleden dat ik voor het eerst kennis maakte met de muziek van Town Of Saints. 

De band rond de Nederlandse muzikant Harmen Ridderbos en de Finse muzikante Heta Salkolahti, imponeerde op haar debuut Something To Fight With met  avontuurlijke muziek die alle kanten op schoot. 

Something To Fight With klonk zo groots en meeslepend als een band als Editors, raakte qua sprankelend avontuur aan The Arcade Fire, maar maakte ook geen geheim van haar grote liefde voor folk. 

De belofte van het geweldige debuut werd volledig waargemaakt met de tweede plaat No Place Like This, die in de lente van 2016 verscheen. De tweede plaat van Town Of Saints was nog wat veelzijdiger dan het al alle kanten op springende debuut en sleepte er nog flink wat invloeden uit de jaren 80 bij. 

Na de tour die volgde op de jaarlijstjesplaat No Place Like This was het echter tijd voor bezinning. Harmen Ridderbos en Heta Salkolahti bleven uiteindelijk samen over en hervonden het plezier in de muziek door met eenvoudige middelen nieuwe songs te schrijven. Een akoestische gitaar of een piano, de viool van Heta Salkolahti en de stemmen van de twee leden van het eerste uur, met een hoofdrol voor de expressieve vocalen van Harmen Riderbos, vormde de basis voor alle songs die uiteindelijk terecht zouden komen op Celebrate, dat toch weer als band werd gemaakt.

Een aantal van de songs op de nu verschenen plaat blijft waarschijnlijk betrekkelijk dicht bij de sober ingekleurde demo’s die het tweetal opnam als voorbereiding op Town Of Saints 2.0, maar een aantal andere songs op de plaat werd toch weer ingekleurd op de wijze waarmee Town Of Saints op haar eerste twee platen zoveel opzien baarde. 

Het betekent echter niet dat Celebrate verder gaat waar No Place Like This twee jaar geleden ophield. Celebrate blijft veel dichter bij de folk, die de band altijd dierbaar was, maar vaak wel wat naar de achtergrond verdween, en kiest over het algemeen ook voor een wat minder uitbundige instrumentatie. 

Het is een instrumentatie waarin de viool van Heta Salkolahti een voornamere rol speelt dan in het verleden, wat het folky aspect in de muziek van de band benadrukt. Zeker wanneer de instrumentatie wat uitbundiger is en Harmen Ridderbos nog net wat expressiever zingt, hoor ik nog wel wat van de oude vergelijking met The Arcade Fire, maar het is wel The Arcade Fire dat de studio in de stad heeft verruild voor een blokhut op het Canadese platteland en dat haar hart heeft verloren aan de folk. 

Town Of Saints blijft een band die het avontuur en de veelzijdigheid opzoekt, want de wat meer folky songs op de plaat kunnen zich zowel laten beïnvloeden door de akoestische folk van Dylan als door de Keltische folk zoals The Waterboys die wel eens maakte en Mumford & Sons nog steeds maakt. Maar Celebrate kan ook zomaar teruggrijpen op crooners uit de jaren 50, op de uitbundige muziek van The Counting Crows, op de indringende folk-noir van 16 Horsepower of opschuiven richting stevigere songs met een punky attitude. 

En zo schiet de Fins/Nederlandse band uiteindelijk toch weer alle kanten op en strooit het met songs vol avontuur, maar ook vol emotie en bezinning. De verleiding is net wat minder makkelijk dan op de eerste twee platen van de band, maar na enige gewenning vind ik Celebrate toch weer minstens net zo mooi, wat best een prestatie van formaat mag worden genoemd. Erwin Zijleman

De digitale versie van Celebrate is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Town Of Saints: https://snowstar.bandcamp.com/album/celebrate-2.