zondag 22 juli 2018

Best of 2018 ... so far ... Februari


De zomervakantie komt er weer aan. Dat betekent niet alleen dat er veel minder interessante nieuwe releases verschijnen dan in de rest van het jaar, maar het betekent ook dat veel lezers van deze BLOG elders verblijven en alle informatiestromen even laten voor wat ze zijn.

Over het algemeen overbrug ik de vakantieperiode (en de muzikale komkommertijd) door uitgebreid terug te blikken en een flinke stapel recensies van mijn favoriete platen van de eerste helft van het jaar nog eens te herhalen.


Dit jaar doe ik het anders. De komende weken post ik wat minder dan gebruikelijk en kies ik bovendien voor wat andere vormen. Ik sta stil bij een aantal klassiekers uit mijn platenkast, bespreek het incidentele meesterwerk dat wel midden in de zomer verschijnt en mogelijk volgen er nog wat andere beschouwingen.


Toch wil ik ook terugblikken op de eerste helft van 2018, zij het selectief, al is het maar omdat 2018 tot dusver een prima muziekjaar is. 


Wat viel me op in de eerste zes maanden van het jaar? Vandaag:


Februari


In februari was het nog even zoeken. Veel mooie platen, maar de echte uitschieters waren nog relatief schaars. Het zegt ook wel wat dat een reissue me uiteindelijk het meest vrolijk heeft gemaakt.

Die reissue komt van Roxy Music en het betreft het debuut van de band. Nu wist ik al wel dat dit een hele bijzondere plaat is, die ongelooflijk veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de popmuziek, maar ik draaide toch meestal andere platen van de band. Nu niet meer, want de eerste van Roxy Music is in alle opzichten een meesterwerk.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/02/roxy-music-roxy-music-2018-deluxe.html

Bij Mexico denk ik niet aan dreampop, shoegaze, slowcore, psychedelica, noiserock en Krautrock, maat het zijn precies deze invloeden die het Mexicaanse duo Mint Field verwerkt. De twee vrouwen uit Tijuana verrassen met prachtig en veelkleurig gitaarwerk en maken de donkere klanken af met ijle vocalen. Het is dringen in de bovengenoemde genres, maar in Mexico beheersen ze het kunstje momenteel het best. 

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/02/mint-field-pasar-de-las-luces.html

Shearwater voorman Jonathan Meiburg hoorde ooit muziek van het duo Cross Record en was zo onder de indruk dat hij zich bij het duo aansloot. Het heeft het debuut van Loma opgeleverd. Het is een debuut met een vat vol invloeden, bijzondere klanken en vooral wonderschone vocalen. Of Loma een vervolg krijgt is niet duidelijk, maar deze eerste plaat smaakt absoluut naar meer.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/02/loma-loma.html

Brandi Carlile wordt in de Verenigde Staten al een tijdje gerekend tot de grootheden in de alt-country, maar is in Nederland nog altijd vrij onbekend. Haar nieuwe plaat laat horen dat ze in de VS gelijk hebben en dat wij hier zitten te slapen. Met haar stem en songs kan Brandi Carlile, die ook nog eens van vele markten thuis is, echt met de allerbesten mee.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/02/brandi-carlile-by-way-i-forgive-you.html

Op haar debuut had de Ierse multi-instrumentalist en singer-songwriter Brigid Mae Power nog een zwak voor zweverige 80s klanken, maar op haar tweede plaat domineren folk en psychedelica uit vervlogen tijden. Brigid Mae Power maakt het je niet altijd makkelijk, maar als haar muziek je eenmaal te pakken heeft staat haar muziek garant voor een bijzonder fascinerende luistertrip.
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/02/brigid-mae-power-two-worlds.html

zaterdag 21 juli 2018

Tanukichan - Sundays

Achter Tanukichan gaat de vanuit Oakland, California, opererende muzikante Hannah van Loon schuil. 

De singer-songwriter met een naam die in Nederland vast veel vaker voor komt dan in de Verenigde Staten, zette haar eerste stapjes in de muziek toen ze aan The University of California in Berkeley studeerde en maakte enige tijd deel uit van de band Trails and Ways. Het is de band die in 2015 hopeloos intrigeerde met haar debuut Pathology, waarop het naar eigen zeggen “bossa nova dreampop” maakte. 

Op het debuut van Tanukichan werkt Hannah van Loon samen met de van Toro y Moi bekende Chaz Bear. Samen hebben de twee een plaat gemaakt die stevig citeert uit de archieven van de dreampop en de shoegaze. Laat Sundays uit de speakers komen en je bent onmiddellijk terug in de tijd van vaandeldragers als My Bloody Valentine en Lush. 

Dat zijn inspiratiebronnen die de afgelopen jaren volledig zijn uitgemolken, waardoor het debuut van Tanukichan niet overal lof zal oogsten, maar als je een zwak hebt voor dit soort muziek strelen de klanken op het debuut van Tanukichan op bijzondere aangename wijze het oor. 

Sundays is een plaat vol atmosferische synths, het is een plaat met flink wat dreigende gitaarwolken maar ook gitaarloopjes die de zon doen schijnen en het is natuurlijk een plaat vol prachtig onderkoelde vrouwenvocalen. Het recept is inmiddels bekend en Tanukichan is niet van plan om heel veel af te wijken van het inmiddels beproefde concept. Toch kleurt Sundays met enige regelmaat buiten de bekende lijntjes, al doen Hannah van Loon en Chaz Bear dat wel op hele subtiele wijze. 

Als liefhebber van shoegaze en dreampop vind ik het allemaal prachtig. De zang van Hannah van Loon is honingzoet maar ook zwaar onderkoeld, wat de plaat voorziet van een hele bijzondere sfeer. Het is een sfeer die wordt versterkt door ijle en zweverige synths en wonderschone gitaren, waarna bijzondere ritmes het geluid van Tanukichan een net iets anders kant op proberen te duwen. 

Af en toe word je zwoel in slaap gesust met zwaar dromerige klanken, maar Sundays kan ook wat ruwer van zich af bijten, wat je niet alleen bij de les houdt, maar wat de plaat ook voorziet van veel dynamiek. 

Hier en daar liggen de invloeden van met name Lush er wel erg dik bovenop, maar toch klinkt Sundays voor mij geen moment als een overbodige herhalingsoefening. Natuurlijk wordt er teveel muziek gemaakt in dit genre en blijft het vaak dicht bij de originelen uit de jaren 90, maar Tanukichan weet bij mij de fantasie te prikkelen en weet me bovendien te betoveren met hele mooie muzikale passages en wendingen en vocalen die nog net wat dromeriger en verleidelijker klinken dan die van de grote voorbeelden uit het verleden. Ik heb het geprobeerd, maar ik kan Sundays van Tanukichan uiteindelijk niet weerstaan. Erwin Zijleman

De muziek van Tanukichan is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://tanukichan.bandcamp.com/album/sundays.



 


gg

vrijdag 20 juli 2018

Best of 2018 ... so far ... Januari


De zomervakantie komt er weer aan. Dat betekent niet alleen dat er veel minder interessante nieuwe releases verschijnen dan in de rest van het jaar, maar het betekent ook dat veel lezers van deze BLOG elders verblijven en alle informatiestromen even laten voor wat ze zijn.

Over het algemeen overbrug ik de vakantieperiode (en de muzikale komkommertijd) door uitgebreid terug te blikken en een flinke stapel recensies van mijn favoriete platen van de eerste helft van het jaar nog eens te herhalen.


Dit jaar doe ik het anders. De komende weken post ik wat minder dan gebruikelijk en kies ik bovendien voor wat andere vormen. Ik sta stil bij een aantal klassiekers uit mijn platenkast, bespreek het incidentele meesterwerk dat wel midden in de zomer verschijnt en mogelijk volgen er nog wat andere beschouwingen.


Toch wil ik ook terugblikken op de eerste helft van 2018, zij het selectief, al is het maar omdat 2018 tot dusver een prima muziekjaar is. 


Wat viel me op in de eerste zes maanden van het jaar? Vandaag:


Januari


Januari komt meestal wat moeizaam op gang, wat de mogelijkheid biedt om nog even terug te grijpen op de vergeten parels uit het voorgaande jaar. 


Second van de Finse band Whale And The Village was er zo een. De band put op haar tweede band uit de archieven van de folk en de Americana, maar heeft ook een zwak voor pure pop. Dit alles verpakt in heerlijke vocalen en veel muzikaal vuurwerk. Denk aan The Lumineers, maar dan met een Finse twist.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/01/whale-and-village-second.html

Ook Purgatory van de Amerikaanse singer-songwriter verscheen al in 2017, maar deze plaat kreeg in 2018 dan eindelijk een Nederlandse release. De muzikant uit Kentucky treedt op zijn plaat in de voetsporen van succesvolle collega's als Sturgill Simpson, Chris Stapleton, Brent Cobb, Corb Lund en Jason Isbell, maar weet ook hoe een authentieke rootsplaat moet klinken.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/01/tyler-childers-purgatory.html

Een heel ander soort verrassing kwam uit een minder gangbare hoek. Ik had nog nooit van Tango With Lions gehoord, maar het vinyl dat ik vanuit Griekenland ontving keert nog steeds geregeld terug op de draaitafel. De Griekse band begint op haar plaat bij dreampop, maar sleept er werkelijk van alles bij. Het levert muziek op die meedogenloos verleidt maar die de fantasie ook eindeloos prikkelt.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/01/tango-with-lions-light.html

Ik klaag vaak dat er tegenwoordig zo weinig bands zijn die doodnormale maar o zo aanstekelijke gitaarpop durven te maken. De Ierse band The Academic durft het wel. Eenvoudige popliedjes met aanstekelijke refreinen en teksten over meisjes. Simpel, maar onweerstaanbaar. Luister wat vaker en je hoort dat de band haar klassiekers kent en dat ze een langere periode bestrijken dan je op het eerste gehoor zou denken.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/01/the-academic-tales-from-backseat.html

De beste plaat die in januari verscheen vind ik echter het debuut van de Nederlandse singer-songwriter VanWyck. Het debuut van VanWyck laat zich inspireren door de klassieke singer-songwriter platen uit de jaren 70. Goede songs, niet al teveel opsmuk en een stem die je heel diep weet te raken. Er zijn hele veel vrouwelijke singer-songwriters die het momenteel proberen. VanWyck is het gelukt.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/01/vanwyck-average-woman.html

donderdag 19 juli 2018

Chuck Auerbach - Remember Me

Dan Auerbach werd dankzij The Black Keys een grote naam in de popmuziek en wordt inmiddels niet alleen bejubeld als muzikant, maar ook als producer. Chuck, de vader van Dan, is al decennia een zeer fanatiek muziekliefhebber en heeft de jonge Dan ongetwijfeld opgevoed met een dagelijkse portie blues en bovendien flink aangezet tot het maken van muziek. 

Chuck is inmiddels de 65 gepasseerd en besloot dat het tijd werd om zijn oude dromen na te jagen, na een bestaan als hulpverlener, boswachter en antiquair. Het geeft geresulteerd in zijn debuut Remember Me; een plaat die overigens een paar jaar op de plank heeft gelegen. 

Natuurlijk lift de oude Auerbach flink mee op de naam van zijn inmiddels beroemde zoon, die ook is te horen op dit debuut, maar hoe vaker ik het debuut van Chuck hoor, hoe lekkerder ik deze plaat vind. 

Chuck Auerbach maakt op Remember Me heerlijk ingetogen muziek met vooral invloeden uit de blues. Het is muziek die in eerste instantie opvalt door wat breekbaar klinkende vocalen. Chuck Auerbach zingt op zijn debuut prachtig ingetogen en voegt veel gevoel en doorleving toe aan zijn vocalen. Een groot zanger is hij zeker niet, maar de stem van Auerbach senior is wel in staat om iets met je te doen. 

De bijzondere stem van Chuck Auerbach wordt omgeven door fraaie klanken. Zoon Dan nam uiteraard de rol van producer op zich en heeft de kwetsbare stem van zijn vader omringd met mooie en subtiele klanken. In een aantal songs op Remember Me spelen bluesy gitaren de hoofdrol, maar Chuck Auerbach kan ook uit de voeten met sobere songs met een hoofdrol voor de piano. 

Het levert een laid-back plaat op vol tijdloze popmuziek met een voorliefde voor ingetogen blues. Het is muziek die zich in eerste instantie niet erg opdringt, maar hoe vaker je de songs van Chuck Auerbach hoort, hoe dierbaarder ze worden. 

Zoon Dan gaat het als muzikaal wonderkind als sinds zijn tienerjaren zeer voor de wind, maar vader Chuck heeft een zwaar leven achter de rug. Op Remember Me kijkt hij terug op dit leven en vertelt hij mooie verhalen. Het voorziet de songs op zijn debuut van diepgang. 

Remember Me is in muzikaal opzicht geen hele opzienbarende plaat, maar gevoel en doorleving compenseren stevig voor het gebrek aan vernieuwing of ruwe randjes. Het debuut van Chuck Auerbach heeft iets dat de platen van bijvoorbeeld J.J. Cale ook hebben. Het klinkt allemaal heerlijk laid-back en ontspannen, maar op een of andere manier grijpt het je ook bij de strot. 

We kennen natuurlijk de kinderen van beroemde muzikanten die zelf ook kiezen voor een carrière in de muziek, maar het kan dus ook andersom. Kinderen van beroemde muzikanten hebben het vaak moeilijk en dat zal voor de ouders van beroemde muzikanten niet anders zijn. Het debuut van Chuck Auerbach mag er echter zijn en smaakt naar meer. Chuck is pas 68, dus laten we hopen dat hij nog wat door kan groeien op zijn volgende platen, want aan talent is er geen gebrek. Erwin Zijleman

 

woensdag 18 juli 2018

Cornelia Murr - Lake Tear Of The Clouds

Paste Magazine tipte Lake Tear Of The Clouds van ene Cornelia Murr vorige maand als één van de platen om naar uit te kijken in juli. Eind vorige week verscheen de plaat en nieuwsgierig geworden door de lovende woorden van Paste begon ik zonder al te veel voorkennis aan de muziek van de mij onbekende muzikante.

Inmiddels weet ik iets meer over Cornelia Murr, al loopt het Internet nog niet over van informatie. Ik weet inmiddels dat ze uit Los Angeles komt en dat Lake Tear Of The Clouds haar debuut is. Het is een debuut dat is geproduceerd door Jim James, die we kennen van My Morning Jacket, een aantal bijzondere samenwerkingsverbanden en van een aantal soloplaten (waarvan de laatste een week of twee geleden verscheen). 

Het is alle informatie die ik heb, dus de muziek zal moeten spreken. Dat doet de muziek van Cornelia Murr op bijzondere wijze. Het eerste dat opvalt bij beluistering van Lake Tear Of The Clouds is de bijzondere instrumentatie op de plaat. De meeste songs op de plaat worden gedragen door een bijzonder klinkend elektronisch geluid. 

Het is een geluid dat een geheel eigen kleur krijgt door het gebruik van bijzondere instrumenten als de mellotron en de omnichord. Het is een wat zweverig of psychedelisch geluid dat hier en daar wel wat doet denken aan het geluid van Beach House, maar dat ook zomaar om kan slaan in aardsere klanken met een prachtrol voor de piano. 

Cornelia Murr combineert de bijzondere klanken op haar debuut met warme en soepele vocalen, die op hetzelfde moment aangenaam en bijzonder klinken en best als soulvol getypeerd mogen worden. De combinatie van het bijzondere instrumentarium en de mooie stem van Cornelia Murr is wat mij betreft een zeer geslaagde combinatie. De geschoolde stem van de muzikante uit Los Angeles beweegt zich vloeiend langs de bijzondere klanken en tilt alle songs op de plaat een stukje omhoog. 

Het zijn songs die zich verrassend soepel bewegen langs de scheidingslijn tussen avontuurlijke popmuziek en hitgevoelige popmuziek. Lake Tear Of The Clouds is een plaat die bijzonder lekker in het gehoor ligt, maar het is ook een plaat die steeds bijzondere dingen laat horen. De ene keer zweven de elektronische klanken mijlenver weg, de andere keer verleidt Cornelia Murr met een zwoel ritme. 

Het zorgt ervoor dat het debuut van de Amerikaanse muzikante de aandacht bijzonder makkelijk vast houdt en dat de waardering voor de plaat snel groeit. Lake Tear Of The Clouds van Cornelia Murr is een plaat die anders klinkt dan de meeste andere platen van het moment, maar toch is de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter geen moment ontoegankelijk. 

De singer-songwriter uit Los Angeles schrijft songs die de fantasie prikkelen en ook haar versie van Yoko Ono’s I Have A Woman Inside My Soul, waarin voor de afwisseling de gitaar domineert, fascineert meedogenloos. Ik kan me lang niet altijd vinden in de voorspellingen van Paste Magazine, maar met het debuut van Cornelia Murr slaat het de spijker stevig op de kop. Erwin Zijleman

Het debuut van Cornelia Murr is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://corneliamurr.bandcamp.com.

 

dinsdag 17 juli 2018

Luluc - Sculptor

Het Australische duo Luluc neemt de tijd voor haar muziek. Dear Hamyl, het in eigen beheer uitgebrachte en hier helaas nauwelijks opgemerkte debuut van het tweetal, verscheen in 2008, de terecht bewierookte opvolger Passerby stamt uit 2014 en nu is er dan de derde plaat van Zoë Randell en Steve Hassett. 

Voorganger Passerby vergeleek ik vier jaar geleden uitvoerig met de platen van Fairport Convention en Nick Drake, maar de plaat riep ook zeker associaties op met de muziek van Cowboy Junkies, Mazzy Star en The Innocence Mission (aldus mijn recensie uit 2014). 

Nu zijn dat toevallig drie bands die deze maand een nieuwe plaat hebben uitgebracht (van Mazzy Star verscheen helaas slechts een EP), wat betekent dat Luluc wat meer concurrentie heeft dan een paar jaar geleden. Sculptor laat snel horen dat Zoë Randell en Steve Hassett de competitie makkelijk aan kunnen. 

Luluc wordt nog altijd vooral in het hokje indie-folk geduwd, maar de muziek van het tweetal grijpt vooral stevig terug op de traditionele folk uit de jaren 70, al verwerkt het tweetal op bijna slinkse wijze ook heel veel invloeden uit de dreampop in haar muziek. Het resultaat is van een bijzondere schoonheid.

Vergeleken met zijn voorganger kiest Sculptor voor een wat voller geluid, maar dit moet direct worden gerelativeerd. Zoë Randell en Steve Hassett imponeren op hun derde plaat met prachtig lome en opvallend sobere klanken met volop echo’s uit het verleden, maar ook flink wat invloeden uit het heden. Centraal staan de schitterende gitaarlijnen van Steve Hassett, die er in slaagt om met op het eerste oor relatief eenvoudige akkoorden een bezwerend effect toe te voegen aan de muziek van Luluc. 

Dit bezwerende effect wordt verder versterkt door de prachtige zang van Zoë Randell, die aansluiting vindt bij de grote folkzangeressen uit het verleden, maar haar zang ook voorziet van eigentijdse melancholie en onderkoeling. De prachtige zang maakt Sculptor van Luluc voor mij vrijwel onweerstaanbaar.

Het Australische tweetal nam de plaat grotendeels zelf op en nam hier de tijd voor. Het zorgt voor zorgeloze en heerlijk lome klanken. Deze zijn van wat extra spanning voorzien door gastmuzikanten als The National voorman Aaron Dessner, The Dirty Three drummer Jim White en Dinosaur Jr gitarist J Mascis, die opvallend subtiele bijdragen leveren aan de plaat.

In de meeste tracks kunnen Zoë Randell en Steve Hassett het echte prima met zijn tweeën af. De door subtiele gitaarlijnen en prachtige vocalen gedragen songs van Luluc nodigen uit tot wegdromen, maar ook als je klaarwakker blijft valt er heel veel te genieten op de derde plaat van het tweetal. Ik adviseer iedereen om vooral wakker te blijven, want de op het eerste gehoor sobere en eenvoudige songs van het Australische tweetal winnen nog heel lang aan kracht en zijn wanneer ze zijn uitgegroeid van een bijna onwerkelijke schoonheid. Ik was vier jaar geleden behoorlijk onder de indruk van Passerby, maar Sculptor is nog veel mooier. Wat een bijzondere plaat. Erwin Zijleman

De muziek van Luluc is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://luluc.bandcamp.com/album/sculptor.



 

maandag 16 juli 2018

Nichole Wagner - And The Sky Caught Fire

De Amerikaanse singer-songwriter Nichole Wagner bracht vorig jaar de zeer veelbelovende EP Plotting The Constellations uit, waarop onder andere een zeer geslaagde cover van Springsteen’s Tougher Than The Rest was te vinden.

Vooral door deze cover heb ik de naam Nichole Wagner onthouden en was ik direct nieuwsgierig toen ik haar naam tegen kwam tussen de nieuwe releases van deze week. And The Sky Caught Fire is het debuut van de singer-songwriter uit Austin, Texas, en het is een verrassend sterk debuut geworden. 

Nichole Wagner werkte op haar eerste EP samen met de gelouterde producer Justin Douglas, die ook het na een geslaagde crowdfunding campagne gerealiseerde And The Sky Caught Fire produceerde. De Texaanse producer haalde een aantal prima muzikanten naar zijn studio in Austin, onder wie de ervaren gitarist Will Sexton (de broer van Bob Dylan gitarist Charlie Sexton). 

Je hoort goed dat Nichole Wagner uit Austin komt en haar debuut heeft opgenomen in de Texaanse muziekstad. And The Sky Caught Fire klinkt wat rauwer dan de meeste platen die in Nashville worden gemaakt en biedt met name de gitaren wat meer kans om te schitteren. Ik hou er wel van.

Nichole Wagner heeft een stem die het prima doet in de wat stevigere tracks, maar ook in de wat meer ingetogen tracks maakt de Texaanse singer-songwriter indruk. Met name in de wat meer ingetogen tracks lijkt de stem van Nichole Wagner wel wat op die van Kacey Musgraves, die eerder dit jaar de plaat maakte die ik het meest heb beluisterd de laatste maanden. 

Het is een stem die in staat is om de songs op de plaat een flink stuk omhoog te trekken en dat ook doet. Nichole Wagner timmert nog niet zo lang aan de weg als muzikant, maar ze maakt op haar debuut een gelouterde indruk. And The Sky Caught Fire kan hierdoor makkelijk concurreren met al die andere platen die momenteel in Austin en in Nashville worden gemaakt, wat een prestatie van formaat is. 

Dat het debuut van Nichole Wagner zoveel indruk maakt ligt niet alleen aan de fraaie productie, aan de topmuzikanten op de plaat (met een glansrol voor het gitaarspel van Will Sexton dat prachtig ingetogen of heerlijk rauw kan klinken) of aan de mooie en bijzondere stem van Nichole Wagner. Ook de songs van de muzikante uit Austin zijn van een bijzonder hoog niveau en durven ook nog eens flink te variëren, waardoor suikerzoete countrypop kan worden afgewisseld met stevige rootsrock. 

And The Sky Caught Fire klinkt vaak als de plaat die Kacey Musgraves zou hebben gemaakt wanneer ze niet in Nashville maar in Austin zou zijn beland. Het is wat mij betreft een groot compliment voor het met bescheiden middelen in elkaar gesleutelde debuut van Nichole Wagner. 

De singer-songwriter wist me vorig jaar zoals gezegd te overtuigen met een prima EP, maar hetgeen dat ze op haar debuutalbum laat horen is nog een paar klassen beter. Het is momenteel dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor country, maar op basis van haar prima debuut durf ik Nichole Wagner wel uit te roepen tot de beloften in het genre. Deze plaat zal in Nederland waarschijnlijk niet heel veel aandacht krijgen, maar Nichole Wagner verdient deze aandacht absoluut met dit uitstekende debuut. Erwin Zijleman

De muziek van Nichole Wagner is verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://nicholewagner.bandcamp.com/album/and-the-sky-caught-fire.

 

zondag 15 juli 2018

The Jayhawks - Back Roads And Abandoned Motels

De Amerikaanse alt-country band The Jayhawks maakte in de eerste helft van de jaren 90 twee briljante platen. Het zijn platen waarmee de band uit Minneapolis, Minnesota, zich schaarde onder de alt-country pioniers en het zijn platen die ik nog steeds met grote regelmaat uit de kast trek. 

Het niveau van Hollywood Town Hall uit 1992 en Tomorrow The Green Grass uit 1995 heeft de band wat mij betreft nooit meer benaderd, al is het maar omdat deze platen optimaal profiteerden van de bijzondere chemie tussen voormannen Gary Louris en Mark Olson (de Lennon/McCartney van de alt-country). 

Ook de laatste twee platen van The Jayhawks vielen me echter zeker niet tegen. Alle reden dus om uit te kijken naar de nieuwe plaat van de Amerikaanse band. Deze plaat opent verrassend met een vocale hoofdrol voor Karen Grotberg in een song die ik ken van de (overigens niet erg overtuigende) soloplaat van Dixie Chicks frontvrouw Natalie Maines. In de tweede track komen de Dixie Chicks terug in het van de band bekende Everybody Knows, waarna ik even dacht dat The Jayhawks een Dixie Chicks coverplaat hebben gemaakt. 

Dit blijkt niet het geval. Back Roads And Abandoned Motels bevat louter songs die Jayhawks voorman Gary Louris schreef voor anderen. De Dixie Chicks komen nog een keer voorbij op de plaat en verder komen songs voorbij die eerder terecht kwamen op platen van onder andere Jakob Dylan en Carrie Rodriguez. Back Roads And Abandoned Motels bevat tenslotte twee gloednieuwe songs. Het levert een plaat op die ongetwijfeld een tussendoortje zal worden genoemd, maar zo ervaar ik de plaat niet. Buiten de songs van de Dixie Chicks en Natalie Maines zijn alle songs op de plaat nieuw voor mij en het zijn stuk voor stuk typische Jayhawks songs. 

Eerder noemde ik de twee voormannen van de eerste editie van The Jayhawks de Lennon/McCartney van de alt-country. Dat is natuurlijk teveel eer, maar als ik de vergelijking vasthoud, is Gary Louris onbetwist de McCartney van de alt-country. De songs op Back Roads And Abandoned Motels sluiten nadrukkelijk aan bij de erfenis van de vroege alt-country, maar hebben zich ook nadrukkelijk laten inspireren door de countryrock uit de vroege jaren 70 en door de muziek van The Beatles en die van Paul McCartney.

Vergeleken met de andere platen van The Jayhawks klinkt Back Roads And Abandoned Motels net wat lichtvoetiger en poppier dan de andere platen van de band, maar op een of andere manier bevalt het me wel. Gary Louris heeft een aantal prima songs geschreven voor anderen en het zijn songs die me, voor zover ik de originelen ken of heb kunnen vinden, beter bevallen in de uitvoering van The Jayhawks. 

Back Roads And Abandoned Motels is een erg aangename plaat die me goed helpt bij het omarmen van het vakantiegevoel, maar het is ook een plaat vol subtiele aanknopingspunten naar muziek uit een ver verleden. Het is bovendien een plaat die zich steeds nadrukkelijker opdringt en die na een paar keer horen meerdere songs oplevert die het verdienen om te worden gekoesterd. Veel meer dan een tussendoortje dus deze nieuwe Jayhawks plaat. Erwin Zijleman



 

zaterdag 14 juli 2018

Cowboy Junkies - All That Reckoning

De Canadese band Cowboy Junkies was aan het begin van het huidige decennium nog zeer productief met maar liefst vier platen in twee jaar tijd, maar sindsdien volgde alleen nog de box-set Notes Falling Slow, wat niet meer dan een reissue van een aantal minder bekende platen van de band was. 

Cowboy Junkies had haar eerste creatieve piek in haar beginjaren, wat prachtplaten als The Trinity Session (1988), The Caution Horses (1990) en Pale Sun, Crescent Moon (1993) opleverde. De tweede creatieve piek volgde wat mij betreft met de vier platen die tussen 2010 en 2012 onder de noemer The Nomad Series werden uitgebracht. Op Renmin Park (2010), Demons (2011), Sing In My Meadow (2011) en The Wilderness (2012) borduurde de band uit Toronto voort op de genoemde klassiekers uit haar beginjaren, maar sloeg het ook verschillende andere wegen in. 

Inmiddels zijn we al weer zes jaar verder en ik was uiteraard heel benieuwd of Cowboy Junkies de goede vorm van The Nomad Series platen heeft weten vast te houden op haar nieuwe plaat. All That Reckoning gaf me verrassend snel het antwoord op deze vraag. Direct in de openingstrack herleeft het geluid dat de band in haar openingsjaren produceerde. De ritmesectie zorgt voor een aardedonkere basis, waar de gitaarlijnen van Michael Timmins afwisselend subtiel en verrassend ruw doorheen snijden. Het is een muzikaal landschap waarin de fluisterzachte vocalen van Margo Timmins uitstekend gedijen. 

Het geluid van Cowboy Junkies is na al die jaren een beproefd recept, maar het is een recept dat voor mij niet altijd even effectief is geweest. Op All That Reckoning pakt het echter weer prachtig uit. De songs op de plaat overtuigen dit keer makkelijk en zitten vol onderhuidse spanning. De nieuwe plaat van Cowboy Junkies is ook nog een plaat die vooralsnog bij iedere beluistering beter wordt.

Het geluid van de Canadese band was in het verleden wel eens wat gepolijst, maar All That Reckoning zit vol scherpe randjes. Deze komen voor een belangrijk deel van het fantastische gitaarwerk van Michael Timmins, die iedere song op de laat van net wat andere accenten voorziet, maar ook de zang van Margo Timmins is minder steriel dan in het verleden, wat de plaat voorziet van doorleving. Het geluid van de band is zoals altijd donker en loom, maar als je goed luistert naar de plaat hoor je dat de productie is voorzien van mooie en subtiele extra’s. 

De eerdere platen van Cowboy Junkies grepen me bij de strot of kabbelden aangenaam maar redelijk fantasieloos voort. All That Reckoning valt absoluut in de eerste categorie. De band uit Toronto heeft de goede vorm van de platen uit The Nomad Series niet alleen behouden, maar zet ook nog een volgende stap. De nieuwe plaat van de band heeft diezelfde bijna mystieke uitwerking die het briljante The Trinity Session precies 30 jaar geleden had, maar laat ook een band horen die jeugdige onbevangenheid heeft verruild voor levenservaring en intensiteit. 

Ik had onrealistisch hoge verwachtingen rond de nieuwe plaat van Cowboy Junkies, maar de band heeft de verwachtingen ruimschoots overtroffen. Gezien mijn grote liefde voor het werk van de band zegt dat nogal wat. Echt een wonderschone plaat van een band die nog steeds presteert op de toppen van haar kunnen. Erwin Zijleman



 

vrijdag 13 juli 2018

Dave Matthews Band - Come Tomorrow

Dave Matthews is sinds het begin van de jaren 90 een grootheid in de Verenigde Staten. Deze status dankt de in Zuid-Afrika geboren muzikant aan een aantal zeer succesvolle platen en vooral aan zijn geweldige staat van dienst op het podium (die resulteerde in een onwaarschijnlijk groot aantal live albums). 

In Nederland oogst Dave Matthews vooralsnog veel minder lof en het is maar de vraag of dit nog gaat veranderen. Ik heb het zelf ook vaak geprobeerd met de platen van de Dave Matthews Band, maar meer dan aardig vond ik ze vrijwel nooit. 

Een aantal dagen geleden werd ik door Spotify getrakteerd op een tip nadat ik een ander album had afgespeeld (een soms irritante maar soms ook waardevolle feature). Ik kon deze tip niet direct plaatsen, maar het beviel me zeer. Het bleek uiteindelijk te gaan om Come Tomorrow van de Dave Matthews Band; een album dat ongeveer een maand geleden verscheen. 

Dave Matthews concentreerde zich de afgelopen jaren op touren, maar zes jaar na het goed ontvangen Away From The World moest het weer eens komen van een nieuw studioalbum. Dave Matthews liet niets aan het toeval over en rekruteerde voor Come Tomorrow meerdere producers van naam en faam en ook nog eens een waslijst aan gastmuzikanten. Toch is Come Tomorrow een bij vlagen opvallend ingetogen en introspectieve plaat geworden. 

Een aantal songs op de plaat is zeer sober ingekleurd, waarbij overigens wel steeds net wat andere kleuren worden gebruikt. Ik heb in het verleden nooit zo gelet op de stem van Dave Matthews, maar op Come Tomorrow maakt de in de Verenigde Staten op handen gedragen muzikant wat mij betreft indruk met gevoelige en doorleefde vocalen. Het zijn vocalen die worden begeleid door prachtig en zeer gevarieerd gitaarwerk. 

Ik dacht bij de naam Dave Matthews tot dusver aan lekker in het gehoor liggende maar niet erg opzienbarende Amerikaanse rockmuziek, maar Come Tomorrow laat horen dat hij veel meer kan. Met name de ingetogen songs op de plaat zijn geweldig, maar ook als Dave Matthews kiest voor aanstekelijke rockmuziek of voor soulvolle klanken met flink wat blazers, vallen zijn songs op door de fraaie instrumentatie en door de uitstekende vocalen. 

Zeker wanneer je wat beter luistert naar de muziek van Dave Matthews en zijn band, hoor je hoeveel invloeden de Zuid-Afrikaanse muzikant verwerkt in zijn muziek. Come Tomorrow laat invloeden uit de rock, soul, jazz, blues en funk horen en met deze invloeden heb ik slechts het topje van de ijsberg te pakken. De Dave Matthews Band (vaak afgekort tot DMB) krijgt vaak het etiket jam-band opgeplakt, maar waar ik bij jam-bands denk aan eindeloos soleren in songs zonder kop of staart, steken de songs van Dave Matthews buitengewoon knap in elkaar en wordt het perfecte popliedje vrijwel nooit uit het oog verloren. 

Veelzijdigheid is de kracht van Come Tomorrow, maar het is ook de zwakte. Na een songs waarin de onderhuidse spanning prachtig wordt gemaximeerd, doen de grootse en soulvolle songs wat gewoontjes aan, maar deze zijn op de bijna een uur durende plaat gelukkig in de minderheid. 

Na de eerste kennismaking met de nieuwe plaat van Dave Matthews heb ik Come Tomorrow nog vaak beluisterd en mijn waardering voor de plaat blijft maar groeien. Er zijn in Nederland nogal wat muziekliefhebbers die niets moeten hebben van de muziek van de Dave Matthews Band, maar ik weet bijna zeker dat zijn nieuwe plaat veel van deze muziekliefhebbers uitstekend zal bevallen. Erwin Zijleman



 

donderdag 12 juli 2018

77:78 - Jellies

De Britse muzikanten Aaron Fletcher en Tim Parkin stonden ooit aan de basis van de Britse band The Bees. De vanaf The Isle of Wight opererende band leverde in 2004 met Free The Bees een bescheiden meesterwerk af, maar sinds 2010 is het helaas stil rond de band. 

Aaron Fletcher en Tim Parkin werken sinds 2010 samen onder de naam 77:78 en die samenwerking heeft nu een eerste plaat opgeleverd. 

Iedereen die het meesterwerk van The Bees kent, weet dat de band zo ongeveer de hele Britse muziekgeschiedenis van de late jaren 60 in haar songs had gepropt en voor het gemak de Amerikaanse muziekgeschiedenis van deze periode ook nog maar had toegevoegd. 

Ook het debuut van 77:78 staat bol van de invloeden en neemt je vooral mee terug naar vervlogen tijden. Dat is momenteel erg in, maar waar de meeste bands het associëren met een goedgevulde platenkast niet erg moeilijk maken, is het niet zo eenvoudig om relevant vergelijkingsmateriaal aan te dragen voor het duiden van de muziek van 77:78. Jellies is een plaat vol zoete verassingen en het zijn verrassingen in alle kleuren. 

77:78 citeert op haar archief nadrukkelijk uit de archieven van de (Northern) soul, maar gaat net zo makkelijk aan de haal met psychedelica, funk, Westcoast pop of zelfs dub. 77:78 combineert een vat vol invloeden, maar voegt hier een vat vol tegenstrijdigheden aan toe. Het ene moment hoor je wat van The Beach Boys, het volgende moment duikt Syd Barret op of levert 10cc haar beste werk af, maar 77:78 tovert ook een lome versie van Big Audio Dynamite of een soulvolle versie van The Style Council uit de hoge hoed. 

Met het noemen van namen doe je het Britse duo altijd te kort, want geen enkele vergelijking gaat lang mee en vrijwel niets doet het bijzondere geluid op Jellies recht. 77:78 haalt de mosterd immers zeker niet alleen in het verleden, maar voegt ook eigentijdse invloeden aan haar muziek, flirt met hip-hop ritmes en kleurt stiekem ook nog op talloze andere manieren buiten de lijntjes. Jellies staat hierdoor bol van het avontuur, maar het is ook de perfecte soundtrack voor een broeierige zomeravond of een luierdag. 

Natuurlijk doet de muziek van 77:78 ook geregeld denken aan de terecht bewierookte platen van The Bees, maar Aaron Fletcher en Tim Parkin slaan ook allerlei andere wegen in. Het ene moment wordt je betoverd door soulvolle blazers of een aangenaam tegendraads orgeltje, het volgende moment betovert het tweetal met Beach Boys achtige koortjes. In de ene track domineren organische en soulvolle klanken, maar niet veel later krijg je een flinke dosis moderne elektronica voor de kiezen en lijkt de Beta Band opgestaan. 

Het zal duidelijk zijn dat Jellies van 77:78 met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. Het is een plaat waarop teveel gebeurt om op te noemen, maar het is ook een plaat vol zoete popliedjes die je na één keer horen wilt koesteren. Het wispelturige muzikale karakter van Aaron Fletcher en Tim Parkin zal waarschijnlijk flink wat muziekliefhebbers tegenstaan, maar wat mij betreft heeft het Britse tweetal een plaat afgeleverd die niet in de schaduw hoeft te staan van het meesterwerk dat ze ooit maakten met The Bees. Ik zet Jellies nog maar eens op en ik hoor weer nieuwe dingen. Ondertussen wordt het oor steeds meedogenlozer gestreeld met popliedjes waarvan ik alleen maar zielsveel kan houden. Geweldige plaat. Erwin Zijleman



 

woensdag 11 juli 2018

Jennifer Castle - Angels Of Death

Angels Of Death van Jennifer Castle is inmiddels al een maand of twee uit en leek tot voor kort voorgoed op de stapel van vergeten of te vergeten platen te zijn beland. 

Dat is in mijn geval geen nieuwe stapel voor de platen van de muzikante uit het Canadese Toronto, want ook voorgangers Castlemusic uit 2011 en Pink City uit 2014 kregen van mij uiteindelijk niet het predicaat krent uit de pop. 

In beide gevallen zag het er bij de eerste beluistering nog heel anders uit, maar uiteindelijk wisten de eerste twee platen van Jennifer Castle me niet te pakken (al deed Pink City dat vorige week alsnog). Met Angels Of Death leek het precies zo te gaan. Bij eerste beluistering schreef ik de plaat onmiddellijk op voor de recensies voor de week die er aan kwam, maar uiteindelijk raakte de plaat toch wat op de achtergrond. 

Dankzij de plotseling aangebroken komkommertijd heb ik de derde plaat van de Canadese singer-songwriter echter toch nog een kans gegeven en vreemd genoeg was ik nu onmiddellijk diep onder de indruk van de muziek van Jennifer Castle en kan ik me niet meer voorstellen dat ik ooit heb getwijfeld over de plaat. 

De muzikante uit Toronto maakt op haar derde plaat muziek die geïnspireerd lijkt door de grote vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, zeker wanneer de piano domineert in haar songs. Denk aan Carole King, maar denk ook zeker aan Laura Nyro. Hiernaast sluit Jennifer Castle aan bij de groten binnen de Amerikaanse rootsmuziek, zeker wanneer ze flink wat invloeden uit de country aan haar muziek toevoegt. Het heeft af en toe wat van de muziek van Natalie Merchant, maar de Canadese muzikante kan ook uit de voeten met veel traditioneler klinkende Amerikaanse rootsmuziek en verwerkt hiernaast op subtiele wijze invloeden uit de gospel in haar muziek. 

Angels Of Death werd opgenomen in een kerk op het Canadese platteland en volgde op een aantal sterfgevallen in de omgeving van Jennifer Castle. Het geeft haar nieuwe plaat een bijzondere en vaak wat melancholische sfeer en het is een sfeer die de songs op de plaat een flink stuk optilt.

Het is knap hoe de muzikante uit Toronto het ene moment nauw kan aansluiten bij de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar het volgende moment net zo makkelijk een country tranentrekker uit de hoge hoed tovert, compleet met snik. Ik vind de stem van Jennifer Castle het mooist wanneer ze de snik achterwege laat, maar ook met de wat meer country georiënteerde songs op de plaat is echt helemaal niets mis. 

De opnames in een oude kerk voorzien de muziek of Angels Of Death van een bijzondere en soms bijna sacrale sfeer en hoe vaker ik naar de plaat luister, hoe mooier en indringender hij wordt. Jennifer Castle heeft een plaat gemaakt zonder al teveel opsmuk. De instrumentatie op de plaat is relatief sober, maar zit op hetzelfde moment vol fraaie details. Het past prachtig bij de stem van Jennifer Castle, die indruk maakt met doorleefde en emotievolle vocalen. 

Bij vluchtige beluistering haakte ik twee maanden geleden toch weer af, maar inmiddels durf ik wel te stellen dat Jennifer Castle met Angels Of Death een prachtplaat heeft gemaakt, die de concurrentie met vergelijkbare platen makkelijk aan kan en die niet misstaat in jaarlijstjes. Mis hem niet. Erwin Zijleman

De muziek van Jennifer Castle is verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://paradiseofbachelors.bandcamp.com/album/angels-of-death.



 

dinsdag 10 juli 2018

Esther Von Haze - Esther Von Haze

Esther Von Haze (aka Esther van Hees) is een Belgische singer-songwriter, die al een tijdje in Amsterdam woont. In onze hoofdstad maakte ze samen met het producer duo Nelson & Djosa (namen die bij mij overigens geen belletje doen rinkelen) haar debuut. 

Het is een debuut dat in het persbericht wordt omschreven als een album vol echo’s naar het werk van Kate Bush en Joni Mitchell, maar dan bezien vanuit een hedendaags perspectief. Hiermee legt Esther Von Haze de lat wel erg hoog, want zowel Kate Bush als Joni Mitchell behoren tot het zeer selecte gezelschap van vrouwelijke singer-songwriters die de popmuziek wisten te vernieuwen. 

Zeker wanneer je verwacht dat de Belgische singer-songwriter op haar debuut in de voetsporen gaat treden van deze twee grootheden uit de geschiedenis van de popmuziek, en in mijn geval zelfs twee persoonlijke muzikale helden, kan het debuut van Esther Von Haze alleen maar tegenvallen. Bij eerste beluistering hoorde ik op dit debuut weinig van de intense emotie en diepgang van Joni Mitchell en ook niet veel van de baanbrekende experimenteerdrift van Kate Bush. 

Het debuut van Esther Von Haze staat vol met modern klinkende popliedjes met soms wat invloeden uit de dance, soms wat invloeden uit de hedendaagse pop en soms wat invloeden uit de jazz. Zeker niet onaangenaam, maar ook zeker niet wat je op basis van het persbericht verwacht. Kortom, niet lezen dat persbericht en onbevangen luisteren naar het titelloze debuut van Esther Von Haze. 

Wanneer je zonder torenhoge verwachtingen begint aan de beluistering van haar debuut, hoor je een totaal andere plaat. Het bovenstaande suggereert wellicht dat het debuut van de van uit Amsterdam opererende singer-songwriter een wat doorsnee popplaat is, maar dat is zeker niet het geval. Het debuut van Esther Von Haze staat vol met modern klinkende popliedjes, maar het zijn ook popliedjes die continu sprankelen en die veel interessanter klinken dan die van de meeste van haar soortgenoten. 

Als ik het persbericht nog één keer tevoorschijn haal, concludeer ik dat Esther Von Haze zich vergelijkt met zangeressen met een stem die niet onmiddellijk als aangenaam te typeren is. Met zowel Joni Mitchell als Kate Bush kan ik mijn huisgenoten (met de kat voorop) de gordijnen in jagen, maar de stem van Esther Von Haze is juist bijzonder aangenaam. Het is een stem die uitstekend gedijt in frisse popliedjes met wat invloeden uit de dance, maar het is ook een stem die verrassend makkelijk overeind blijft wanneer de Belgische singer-songwriter kiest voor ingetogen ballads waarin de instrumentatie sfeervol en stemmig is en al het vuurwerk van haar stembanden moet komen. 

Juist in de wat meer ingetogen songs hoor je het talent van Esther Von Haze. Het zijn songs waarin op subtiele wijze buiten de lijntjes wordt gekleurd en de Belgische muzikante haar roots als jazzzangeres niet verloochent. In vocaal opzicht is het allemaal dik in orde en hoor ik pas na enige tijd toch een klein beetje Kate Bush en ook in muzikaal opzicht is het debuut van Esther Von Haze een interessante plaat. 

Het is een plaat die zoals gezegd modern klinkt, terwijl de synths hier en daar zo lijken weggelopen uit de jaren 80 (ik hoor wel wat van Prince protegees Wendy & Lisa en vooral Jill Jones), waardoor Esther Von Haze zich uiteindelijk makkelijk weet te onderscheiden van de concurrentie met een bijzonder eigen geluid. 

Ik lees eigenlijk nooit de persberichten bij nieuwe platen en dat had ik ook dit keer niet moeten doen. Esther Von Haze heeft immers een frisse en avontuurlijke plaat gemaakt, die zich nog niet direct op het niveau van de absolute grootheden bevindt, maar wel bol staat van potentie en talent. Ik zet hem absoluut op mijn playlist voor lome zomeravonden. Erwin Zijleman

De muziek van Esther Von Haze is verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://esthervonhaze.bandcamp.com/album/esther-von-haze.

 

maandag 9 juli 2018

The Innocence Mission - Sun On The Square

The Innocence Mission debuteerde in 1989 en heeft inmiddels een dozijn platen op haar naam staan. Het zijn voor een deel platen die ik koester, maar voor een deel ook platen die ik helemaal niet ken. 

De band uit Lancaster, Pennsylvania, trok met een aantal van haar platen veel aandacht en oogstte terecht lovende recensies, maar bracht net zo vaak platen uit die totaal onopgemerkt bleven. Het geldt gelukkig niet voor het onlangs verschenen Sun On The Square, dat al ruim voor de release onder mijn aandacht werd gebracht. 

The Innocence Mission maakte op haar op al weer bijna 30 jaar oude debuut vooral ingetogen muziek met flink wat invloeden uit de folk. Deze invloeden zijn gebleven, maar de muziek van de Amerikaanse band is in de loop der jaren alleen maar ingetogener geworden. 

Sun On The Square wordt gedragen door de mooie stem van zangeres Karen Peris, die met haar stem ergens tussen Edie Brickell en Harriet Wheeler (The Sundays) in zit. De mooie en heldere vocalen op de plaat worden omgeven door een spaarzaam ingezet arsenaal aan instrumenten. In het instrumentarium van de band staan akoestische gitaren centraal, maar de band verrijkt haar geluid op subtiele wijze met vooral strijkers en piano. 

De inzet van flink wat instrumenten voorziet het geluid van The Innocence Mission van verrassend veel kleur, maar het zijn uiterst subtiele kleuren. Sun On The Square is een sobere plaat waarop vooral de details van belang zijn. Deze details komen voor een deel van Karen Peris, die meer variatie aanbrengt in haar zang dan je bij eerste beluistering zult vermoeden. De rest van de band, aangevoerd door Don Peris, kleurt prachtig om de mooie vocalen heen en voorziet de nieuwe plaat van de band uit Pennsylvania van een geluid dat varieert van pastoraal tot sprookjesachtig. 

The Innocence Mission maakt muziek die in flink wat tracks dicht tegen traditionele folk aan zit, maar de band klinkt toch net wat anders dan de gemiddelde folkies. Toen ik de plaat op de achtergrond liet voortkabbelen had ik het na een paar tracks wel gehoord en sloeg de verveling toe, maar toen ik de plaat wat later met volledige aandacht beluisterde, kwamen alle songs op fascinerende wijze tot leven. 

De soms wat lieflijk en soms pastoraal klinkende stem van Karen Peris zal niet iedereen kunnen waarderen, maar ik vind het al die jaren na het zo bijzondere debuut nog steeds prachtig. Hetzelfde geldt voor de instrumentatie, die op uiterst subtiele wijze indrukwekkende spanningsbogen weet op te zetten en de zang van Karen Peris voorziet van de perfecte ondergrond. 

The Innocence Mission doet op Sun On The Square misschien geen hele spannende dingen, maar het spreekt me toch net wat meer aan dan de vorige platen van de band, die in muzikaal opzicht minder boeiden en ook minder indruk maakten met de songs. 

Het uiterst ingetogen Sun On The Square is zeker geen plaat voor alle momenten, maar zeker op de late avond of vroege ochtend betovert The Innocence Mission met songs die steeds meer aan diepte winnen en die laten horen dat de band uit Pennsylvania ook na bijna dertig jaar nog altijd bestaansrecht heeft en platen maakt die behoren tot het mooiste dat in het genre wordt gemaakt. Erwin Zijleman

De muziek van The Innocence Mission is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://theinnocencemission.bandcamp.com/album/sun-on-the-square.