zondag 19 augustus 2018

Holly Arrowsmith - A Dawn I Remember

Soms komt er maanden geen muziek uit Nieuw-Zeeland voorbij op deze BLOG, maar de afgelopen weken is het spitsuur. Na Julia Deans en The Beths is het nu Holly Arrowsmith die mijn aandacht heeft getrokken met een uitstekende plaat. 

Holly Arrowsmith is net als Julia Deans en The Beths afkomstig uit het Nieuw-Zeelandse Auckland, maar tapt in muzikaal opzicht uit een ander vaatje dan de twee stadgenoten die haar voor gingen op deze BLOG. 

A Dawn I Remember is een bijzonder ingetogen singer-songwriter plaat, die voor een belangrijk deel genoeg heeft aan fraai akoestisch gitaarspel en een mooie stem. 

Holly Arrowsmith maakt muziek die vooral in het hokje folk past en het is folk die zowel aansluiting vindt bij oude helden als Joan Baez en vooral Joni Mitchell en jonge folkies van het moment, waarvan vooral Laura Marling relevant vergelijkingsmateriaal aandraagt. 

Holly Arrowsmith groeide op in de Nieuw-Zeelandse natuur, maar werd geboren in Santa Fé, New Mexico. Het verklaart misschien waarom A Dawn I Remember niet alleen citeert uit de archieven van de folk, maar ook aansluiting vindt bij de Americana uit het zuiden van de Verenigde Staten. 

A Dawn I Remember, overigens al het tweede album dat Holly Arrowsmith in eigen beheer heeft uitgebracht, is zoals gezegd een voornamelijk ingetogen plaat met een hoofdrol voor de akoestische gitaar en de stem van de Nieuw-Zeelandse muzikante, maar de productie van de plaat is veel belangrijker en voller dan bij eerste beluistering opvalt. 

Voor de productie van A Dawn I Remember deed Holly Arrowsmith een beroep op Ben Edwards, die eerder mooie dingen deed voor onder andere Julia Jacklin, Tami Neilson en Marlon Williams. Ben Edwards heeft er aan de ene kant voor gezorgd dat het verzorgde akoestische gitaarspel van de Nieuw-Zeelandse muzikante en haar mooie en emotievolle stemgeluid in balans zijn, maar de ervaren producer heeft de plaat ook voorzien van fraaie accenten van onder andere piano, keyboards, banjo en slide gitaar. Het voorziet de songs op de plaat van net dat beetje spanning dat nodig is om op te vallen. 

De accenten die zijn toegevoegd aan de sobere muziek van Holly Arrowsmith zijn uiterst subtiel en zitten de eenvoud van haar muziek nergens in de weg. Het is muziek die net zo indringend is als de muziek van de al eerder genoemde Joni Mitchell en Laura Marling, maar A Dawn I Remember heeft ook het lome en bezwerende van de platen van bijvoorbeeld Gillian Welch. 

Net als alle genoemde zangeressen heeft Holly Arrowsmith geen hele makkelijke stem, maar de stem van de Nieuw-Zeelandse strijkt toch minder tegen de haren in dan die van met name Joni Mitchell. Ook de songs op de tweede plaat van de muzikante uit Auckland maken het je niet altijd makkelijk. Het zijn persoonlijke songs die de tijd nemen en hierdoor zeker op het eerste gehoor wat lang voort lijken te slepen. Het voorziet de songs echter ook van urgentie en van schoonheid, die wat mij betreft steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte komt. 

A Dawn I Remember is de zoveelste uiterst ingetogen vrouwelijke singer-songwriter plaat die dit jaar is verschenen, maar zowel qua stem en instrumentatie als qua songs springt Holly Arrowsmith er in positieve zin uit. Bij dit soort muziek is uiteindelijk allesbepalend of de muziek je raakt of niet en de songs van Holly Arrowsmith raken mij zeker. Prachtplaat als je het mij vraagt. Erwin Zijleman

De muziek van Holly Arrowsmith is ook te verkrijgen via haar bandcamp pagina: https://hollyarrowsmith.bandcamp.com.


 


zaterdag 18 augustus 2018

Curse Of Lono - As I Fell

Curse Of Lono leverde iets meer dan een jaar geleden één van de betere platen van 2017 af. 

De Britse band rond de Duitse muzikant Felix Bechtolsheimer, die eerder aan de weg timmerde met zijn band Hey Negrita, maakte diepe indruk met een plaat die geen moment in een hokje was te duwen en zich liet inspireren door onder andere countryrock, bluesrock, psychedelica, folk, jazz, alt-country en indie-rock. 

Severed was niet alleen een veelzijdige plaat vol invloeden, maar ook een plaat vol muzikaal avontuur. De Britse band was bovendien goed voor geweldige en volstrekt tijdloze songs, terwijl voorman Felix Bechtolsheimer de songs ook nog eens voorzag van diepgang en emotie door zijn zeer persoonlijke teksten. 

Severed was een plaat die onmiddellijk tot de verbeelding sprak, maar was ook een plaat die tot grote hoogten wist door te groeien. Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar de tweede plaat van Curse Of Lono, die verrassend snel na het zo bewierookte debuut verschijnt. 

Curse Of Lono heeft de lat voor de tweede plaat angstvallig hoog gelegd, maar het lijkt de Britse band niet te deren. As I Fell is een verrassend ingetogen plaat, die verder gaat waar Severed ruim een jaar geleden ophield, maar die het geluid van het zo goede debuut ook heeft vervolmaakt. 

Op haar nieuwe plaat klinkt Curse Of Lono wat minder rauw en stekelig dan op het debuut, maar alle namen en invloeden die opdoken bij beluistering van de vorige plaat, zijn ook dit keer te horen. As I Fell laat in muzikaal opzicht flinke ontwikkeling horen. De band klinkt hechter dan op het debuut en slaagt er in om zwoele en lome passages naadloos te verbinden met een enkele uitbarsting. 

Het is knap hoe Curse Of Lono zich stevig laat inspireren door Amerikaanse countryrock, bluesrock en alt-country, maar er op hetzelfde moment in slaagt om Brits te klinken. Het is minstens net zo knap hoe de band rond Felix Bechtolsheimer invloeden uit een ver verleden combineert met invloeden uit het heden. 

Het zorgt voor een geluid dat aan van alles en nog wat doet denken, maar dat ook uniek klinkt. Ook As I Fell doet me weer denken aan de muziek van Daniel Lanois, maar uit het niets kan ook zomaar een vleugje Pink Floyd of een beetje van The War On Drugs opduiken. Verreweg de meeste associaties heb ik echter met de muziek van Dire Straits. De vergelijking met deze Britse band is voor velen waarschijnlijk eerder een belediging dan een compliment (wat verklaart dat de naam in geen enkele recensie opduikt), maar Dire Straits had zeker zijn momenten (met name op haar eerste platen). Curse Of Lono borduurt voort op deze momenten en voegt er flink wat onderhuidse spanning, dynamiek, emotie en schoonheid aan toe. 

Direct bij eerste beluistering was ik weer verkocht, maar net als zijn voorganger is ook As I Fell weer een plaat die nog lang beter en interessanter wordt. Ik had op voorhand niet verwacht dat Curse Of Lono het kunststukje van een jaar geleden zou kunnen benaderen, laat staan overtreffen, maar hoe vaker ik naar de tweede plaat van Curse Of Lono luister, hoe meer ik er van overtuigd raak dat de band het onmogelijke heeft gepresteerd. 

As I Fell is een lome en dromerige plaat vol bezwering en betovering, die je meevoert naar imposante landschappen, maar het is ook een intieme plaat die je raakt met de persoonlijke verhalen van Felix Bechtolsheimer en een plaat die steeds weer verrast met prachtige accenten in de instrumentatie, de productie en de zang. Severed was een van de betere platen van 2017, As I Fell gaat wat mij betreft nog wat hoger scoren in 2018. Sterker nog, ik denk dat ik het dit jaar nog niet beter heb gehoord dan dit. Erwin Zijleman



 

Prince: de schatkist is nog wat verder geopend

De muziek van Prince was lange tijd helaas niet op de streaming media diensten te vinden. Niet eens zo erg voor de echte fans, die, net als ik, een flinke rij Prince in de kast hebben staan, maar het heeft er wel voor gezorgd dat de muziek van Prince bij een jongere generatie veel minder bekend is dan de muziek van veel van zijn beroemde tijdgenoten.

Het is doodzonde, want de muziek van het genie uit Minneapolis heeft nadrukkelijk zijn stempel gedrukt op de geschiedenis van de popmuziek en is tot op de dag van vandaag een belangrijke inspiratiebron voor veel muzikanten. Het is bovendien muziek van een duizelingwekkend hoog niveau. 

Kort na de trieste dood van Prince doken zijn bekendere platen gelukkig bij Spotify en Apple Music op en sinds gisteren is ook een groot deel van de rest van zijn werk bij deze streaming media diensten te beluisteren, waarbij de nadruk ligt op de platen die Prince vanaf de tweede helft van de jaren 90 heeft gemaakt.

Het is werk dat wat minder consistent is dan de platen die Prince in de jaren 80 maakte. Waar alles tussen Dirty Mind (1980) en Love Sexy (1988) wat mij betreft verplichte kost is, liet Prince vanaf de jaren 90 wel eens een steekje vallen, al valt er op al zijn platen wel wat te genieten en zitten er platen tussen die zwaar onderschat zijn.

De worp die gisteren beschikbaar is gekomen bevat onderschatte platen als Emacipation, Musicology, 3121 en Planet Earth, maar ook de laatste platen die Prince maakten waren veel beter dan de critici deden vermoeden. Het al langer op de streaming media diensten beschikbare HITnRUN: Phase Two behoort wat mij betreft zelfs tot het beste dat Prince na zijn glorieperiode maakte. 

Voor iedereen die de platen niet kent valt er nu dus extra veel te genieten van het bijzondere oeuvre van Prince. Ik zou het zeker doen. Voor de fans is wat mooi live-materiaal beschikbaar gemaakt en voor de snelle start is er een verzamelaar, die niet zo indrukwekkend is als de verzamelaar die de eerste periode samenvat, maar wel degelijk veel moois bevat. En nu nog een paar weken wachten op de release van Piano & A Microphone. Erwin Zijleman

 

vrijdag 17 augustus 2018

Lola Kirke - Heart Head West

Lola Kirke (de dochter van Free en Bad Company drummer Simon Kirke) groeide op in Manhattan, maar de muziek die ze maakt op haar debuut is zeker niet de muziek van de grote stad.

Het is muziek uit het zuiden van de Verenigde Staten, die in veel tracks het platteland verkiest boven de stad. Het is de muziek die Lola Kirke als tiener hoorde op de platen van onder andere Gram Parsons.

Heart Head West is de zoveelste plaat van een jonge vrouwelijke singer-songwriter in het rootssegment, maar op een of andere manier heeft het debuut van Lola Kirke iets bijzonders. 

De songs van de jonge Amerikaanse singer-songwriter kleuren aan de ene kant netjes binnen de lijntjes van de Americana, maar Heart Head West heeft ook iets zwoels en dromerigs. Het zorgt er voor dat het debuut van Lola Kirke net wat beter blijft hangen dan de platen van haar vele soortgenoten. 

Dat is maar goed ook, want het debuut van de singer-songwriter uit New York is ook een plaat die nog heel lang beter en interessanter wordt. Heart Head West, overigens opgenomen in Los Angeles en voor de afwisseling eens niet in Nashville, is voorzien van een mooie ruimtelijke instrumentatie. Het is een instrumentatie waarin met name de gitaarlijnen breed mogen uitwaaien, wat zorgt voor een bijzondere sfeer. 

Het is een sfeer waarop Lola Kirke haar stempel drukt met haar mooie en bijzondere stem. Het is een stem die niet direct lijkt op die van de meeste zangeressen in het rootssegment. De warme stem van de Amerikaanse singer-songwriter heeft af en toe wat van die van Aimee Mann, maar klinkt over het algemeen net wat lomer en dromeriger. Het is een stem die het debuut van Lola Kirke gewild of ongewild voorziet van een vleugje pop, waardoor Heart Head West zeker niet alleen geschikt is voor liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek. 

Voor de liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek valt er overigens genoeg te genieten op de plaat, waarbij opvalt dat de jonge singer-songwriter uit New York binnen de Americana een breed terrein bestrijkt en soms flink wat Southern twang toevoegt aan haar muziek.

Alleen al door het vleugje Aimee Mann dat te horen is op de eerste plaat van Lola Kirke heb ik Heart Head West snel omarmd, maar sindsdien is de plaat me snel dierbaarder geworden. De songs van Lola Kirke liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar hebben door de wisselwerking tussen het ruimtelijke geluid, de fraaie gitaarlijnen en de heerlijke vocalen ook altijd iets onderscheidends. 

Het is lastig om hier precies de vinger op te leggen, maar Heart Head West prikkelt de fantasie wat mij betreft vaker en steviger dan de meeste andere platen in dit genre. Lola Kirke slaagt er niet alleen in om pop en rootsmuziek fraai samen te laten smelten, maar doet dit bovendien net anders dan de meeste van haar soortgenoten. Heart Head West klinkt als een rootsy Aimee Mann en dat was nu precies waar ik al een tijdje naar op zoek was. Erwin Zijleman

Het debuut van Lola Kirke kan onder andere worden verkregen via haar website: https://www.districtlines.com/Lola-Kirke/Music.

 

donderdag 16 augustus 2018

Aretha Franklin 1942-2018


Het ging al langer niet goed met de gezondheid van Aretha Franklin, maar toen eerder deze week werd aangekondigd dat haar familie zich om haar heen had verzameld, was duidelijk dat de koningin van de soul ons spoedig zou gaan ontvallen. Vandaag overleed Aretha Franklin op 76-jarige leeftijd.

Aretha Franklin werd op 25 maart 1942 geboren in Memphis, Tennessee, en groeide op in een tijdperk en in een stad waarin discriminatie eerder regel dan uitzondering was. De vader van Aretha was dominee, waardoor een plekje in het gospelkoor van de kerk een logische stap was. Samen met haar zussen stal de jonge Aretha de show met haar geweldige stem. Op 14 jarige leeftijd nam ze een aantal gospel songs op, waarna de platenlabels voor haar in de rij stonden. 

Vanaf de eerste helft van de jaren 60 maakte Aretha Franklin aan de lopende band platen en scoorde ze haar eerste hits. In eerste instantie werd de jonge Aretha Franklin de kant van de pop op geduwd, maar toen ze eenmaal had getekend voor het fameuze Atlantic label en ging opnemen met de topmuzikanten uit de Muscle Shoals studios, werd haar werk ook in artistiek opzicht interessant.

De late jaren 60 en vroege jaren 70 leverde klassieke soulplaten als I Never Loved A Man The Way I Love You, Lady Soul, Aretha Now, Soul '69, Spirit In The Dark, Live At Fillmore West, Young, Gifted And Black en Amazing Grace op. Het zijn platen waarmee Aretha Franklin niet onder deed voor de grote mannelijke soulzangers, die ze om uiteenlopende redenen vrijwel allemaal ruimschoots overleefd heeft. Bovendien werd ze het boegbeeld van zwart Amerika, dat zich in de jaren 60 en 70 begon te ontworstelen aan onderdrukking.

Echt hele goede platen maakte Aretha Franklin al lange tijd niet meer. Het niveau van haar geweldige werk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 zou ze niet meer evenaren, maar het bleef een groot zangeres, die tot op late leeftijd mensen tot tranen toe wist te roeren. 

Met Aretha Franklin verliezen we The Queen Of Soul. We zullen haar missen. Erwin Zijleman

 

 

Kathryn Joseph - From When I Wake The Want Is

Aan het begin van 2016 ontdekte ik Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled van de Schotse singer-songwriter Kathryn Joseph. 

Het debuut van de singer-songwriter uit Glasgow was een aardedonkere plaat, die wel wat deed denken aan de muziek van Karen Dalton, maar ook invloeden van Tori Amos, Kate Bush en Grouper liet horen. Het was een plaat die het uitstekend deed op koude en donkere winterdagen en het was bovendien een plaat die over de nodige groeipotentie bleek te beschikken. 

Deze week is de opvolger van het debuut van Kathryn Joseph verschenen. From When I Wake The Want Is is net als zijn voorganger een gitzwarte plaat, die op het eerste gehoor niet erg goed past bij de zomerse temperaturen van het moment. Wanneer de zon eenmaal onder is, komt de muziek van de Schotse singer-songwriter echter snel beter tot zijn recht en blijkt ook de tweede plaat van Kathryn Joseph een plaat van een bijzondere schoonheid. 

From When I Wake The Want Is opent met donker getinte en beklemmende klanken en kleurt nog flink wat donkerder wanneer de zang van Kathryn Joseph wordt toegevoegd. De singer-songwriter beschikt zeker niet over een makkelijke stem. De zang doet net als op het debuut rauw en gekweld aan, maar het is een stem die mooier is dan je bij de eerste noten zult vermoeden. Karen Dalton is nog altijd referentiemateriaal, maar ik hoor ook dit keer wat van Tori Amos en Kate Bush. 

Makkelijk is het allemaal zeker niet. In muzikaal opzicht is From When I Wake The Want is nog redelijk toegankelijk met sober pianospel en wat donkere en grimmige accenten, maar de zang zal veel muziekliefhebbers en huisdieren de gordijnen in jagen. 

Ik wist inmiddels wat ik kon verwachten en heb ruim twee jaar geleden van Bones You Have Thrown Me And Blood I've Spilled leren houden. De tweede plaat van Kathryn Joseph was desondanks weer een zware bevalling, maar na enige gewenning komt er steeds meer schoonheid aan de oppervlakte. 

De piano staat ook dit keer centraal, maar vergeleken met het debuut van Kathryn Joseph klinkt From When I Wake The Want Is spannender en veelkleuriger. Het stemmige pianospel op de plaat heeft gezelschap gekregen van subtiele elektronische accenten en percussie, wat avontuur en dynamiek heeft toegevoegd aan de muziek van de eigenzinnige Schotse muzikante. 

Kathryn Joseph is een laatbloeier, ze is de 40 inmiddels gepasseerd, en heeft geen makkelijk leven. Het is te horen op From When I Wake The Want Is dat een plaat vol emotie en diepgang is. Het is rauwe emotie die je in het begin in de weg kan zitten, maar die de tweede plaat van Kathryn Joseph uiteindelijk flink optilt. 

From When I Wake The Want Is is absoluut een plaat waar je de tijd voor moet nemen en het is bovendien een plaat waar je midden in de zomer het juiste moment voor moet kiezen. Alle energie die je er in stopt krijg je uiteindelijk dubbel terug betaald. Het deel van de Britse muziekpers dat aandacht besteed aan de muziek van Kathryn Joseph schaart de plaat onder de mooiste en bijzonderste platen van 2018 tot dusver en zeker het bijzondere karakter van de plaat kan ik alleen maar onderschrijven. De schoonheid komt langzaam binnen, maar als From When I Wake The Want Is je eenmaal te pakken heeft is los laten geen optie meer. Erwin Zijleman



 

woensdag 15 augustus 2018

Bird Streets - Bird Streets

John Brodeur is een muzikant uit New York met een verleden in een aantal mij onbekende bands uit de stad. Tijdens een vakantie in Los Angeles liep hij muzikant en producer Jason Falkner tegen het lijf, waarna de twee besloten samen te werken.

Jason Falkner is bekend van de bands Jellyfish en The Grays en van een aantal prima soloplaten, terwijl hij als producer werkte voor onder andere Brendan Benson, Syd Arthur en Beck. Jason Falkner moet het nog altijd doen met een cultstatus, maar het is ook een muzikant die alles dat hij aanraakt in goud kan veranderen. 

Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar de samenwerking tussen John Brodeur en Jason Falkner, die het debuut van Bird Streets heeft opgeleverd. 

De titelloze eerste plaat  van Bird Streets is er een die bijzonder makkelijk overtuigt. Net als Jason Falkner heeft John Brodeur een uitstekend gevoel voor lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die in  een aantal gevallen in het hokje powerpop passen, maar die ook meer ingetogen singer-songwriter muziek niet schuwen. Het zijn bovendien popliedjes die zich hebben laten inspireren door de groten uit de popmuziek, met een voorkeur voor popmuziek uit de jaren 60 en 70. 

Het debuut van Bird Streets is een plaat vol songs die je al decennia lijkt te kennen, maar het zijn wel degelijk gloednieuwe popsongs van John Brodeur. De popsongs van Bird Streets doen soms wat Beatlesque aan, maar kunnen ook opschuiven richting de Beatlesque muziek die onder andere 10cc en Jeff Lynne na het uiteen vallen van de Fab Four zouden maken. De muziek van Bird Streets schuurt hiernaast dicht tegen de muziek van een band als The dB’s aan, maar kan ook stevig rocken en dan weer heel andere associaties oproepen. 

Bij beluistering van het debuut van Bird Streets hoor je onmiddellijk dat Jason Falkner en John Brodeur lang hebben gesleuteld aan de plaat. De instrumentatie klinkt prachtig en zit vol mooie details, met een hoofdrol voor prachtig en veelkleurig gitaarwerk. Het is bovendien een zeer gevarieerde instrumentatie, die alle songs op de plaat voorziet van andere kleuren. 

Wat voor de instrumentatie geldt, geldt ook voor de zang van John Brodeur. De Amerikaanse muzikant beschikt over een warm en aangenaam stemgeluid, maar het is ook een stemgeluid dat de songs op de plaat voorziet van een opvallend eigen geluid. 

Het titelloze debuut van Bird Streets is hiernaast een eersteklas feelgood plaat. De songs die Jason Falkner en John Brodeur in elkaar hebben gesleuteld laten de zon uitbundig schijnen en strooien driftig met memorabele refreinen en honingzoete melodieën. De criticus zal beweren dat het debuut van Bird Streets weliswaar aangenaam klinkt, maar niet veel nieuws laat horen. Dat is deels het geval, want de plaat staat vol met songs die je al decennia denkt te kennen, maar aan de andere kant prikkelen de songs op de plaat stevig de fantasie en zit je steeds weer op het puntje van de stoel wanneer je al het moois wilt ontrafelen. 

Ik laat me maar vooral leiden door het gevoel dat de plaat mij geeft en dat is een heerlijk gevoel. Iedere keer dat ik het debuut van Bird Streets hoor zijn de songs me weer wat dierbaarder en ben ik weer wat vrolijker. Knappe plaat wat mij betreft en vooral een hele lekkere plaat. Erwin Zijleman



 

dinsdag 14 augustus 2018

The Beths - Future Me Hates Me

Een paar dagen geleden was ik nog vol lof over het debuut van de uit Auckland, Nieuw-Zeeland, afkomstige singer-songwriter Julia Deans. Uit datzelfde Auckland komt The Beths; de band rond zangeres Elizabeth Stokes. 

Eerder deze week beweerde ik nog dat wat je van ver haalt niet altijd lekkerder is, maar wanneer het gaat om even gruizige als zonnige popliedjes die zich al na één keer horen genadeloos opdringen, heb ik het de laatste tijd niet veel beter gehoord dan op het debuut van The Beths. 


Future Me Hates Me is een plaat vol zonnestralen, maar het is ook een lekker gruizige plaat, die ook de stekeligere songs niet schuwt. 


De gitarist van de band strooit driftig met zonnige gitaarlijnen en gooit er af en toe wat vervorming doorheen om je bij de les te houden. Zangeres Elizabeth Stokes heeft een aangename stem die meisjesachtig maar ook rauw klinkt en verrast hier en daar ook nog eens met geweldige koortjes. De ritmesectie geeft het geluid power en een energie boost. 


The Beths combineert het stekelige van Throwing Muses met het zwoele van The Bangles, het gevoel voor grootse popliedjes van Belly en de verleiding van Juliana Hatfield. Invloeden uit de jaren 90 spelen een belangrijke rol op de plaat, maar The Beths schuiven ook makkelijk op richting zonnige Westcoast pop, richting het beste van powerpop of komen opeens op de proppen met songs met een punky attitude. 


Qua invloeden en geluid heb ik het allemaal vaker gehoord, maar het zijn de geweldige popliedjes waarmee The Beths zich onderscheiden van alles dat er al is. Het zijn onweerstaanbare popliedjes met geweldige melodieën, aanstekelijke refreinen en jeugdige energie en onbevangenheid. 


De meeste popliedjes van The Beths zijn redelijk rechttoe rechtaan, maar de leden van de band, die allemaal zijn opgeleid tot jazzmuzikant, kunnen prima uit de voeten op hun instrumenten en kennen bovendien hun klassiekers. De songs van The Beths graven daarom veel dieper dan je bij eerste beluistering zal vermoeden en  worden eigenlijk alleen maar leuker. 


Future Me Hates Me blijkt bovendien steeds veelzijdiger. The Beths kunnen uit de voeten met rauwe gitaarsongs zoals Sleater-Kinney die maakt, maar maken net zo makkelijk honingzoete popliedjes die opschuiven richting The Sundays of The Cardigans. Future Me Hates Me heeft bovendien het frisse en eigenzinnige dat veel Schotse bands hebben. 


Het debuut van The Beths is al met al een plaat om heel gelukkig van te worden, maar het is ook een plaat die de fantasie prikkelt en die op ieder moment nieuwsgierig maakt naar hetgeen dat komen gaat. Iedere keer als ik de plaat op zet ben ik nog wat verliefder op het debuut van The Beths en bij iedere beluistering duikt er weer een andere omgevallen platenkast op. Het lijkt allemaal zo eenvoudig wat Elizabeth Stokes en haar medemuzikanten doen, maar ondertussen is Future Me Hates Me een razend knappe en volstrekt onweerstaanbare plaat. Heerlijk. Erwin Zijleman


Het debuut van The Beths is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://thebethsnz.bandcamp.com/album/future-me-hates-me.

 


maandag 13 augustus 2018

Fenne Lily - On Hold

Op de stapel met nog te beluisteren platen lag inmiddels al een maand of drie On Hold, het debuut van de Britse singer-songwriter Fenne Lily. 

Fenne Lily is een jonge muzikante uit het Britse Dorset. Op haar 16e bereikte ze een miljoenenpubliek met een video op YouTube (de clip bij Top To Toe werd naar verluidt 22 miljoen keer bekeken) en trok ze onder andere de aandacht van topproducer van John Parish (PJ Harvey). 

Fenne Lily is inmiddels 20 en heeft een debuut afgeleverd dat bij mij weliswaar lang op de stapel heeft gelegen, maar bij eerste beluistering direct een onuitwisbare indruk heeft gemaakt. 

De tegenwoordig vanuit Bristol opererende singer-songwriter is misschien pas twintig, maar heeft een plaat vol verdriet en frustratie gemaakt. Een op de klippen gelopen relatie vormde de belangrijkste inspiratiebron voor de meeste songs op de plaat, waardoor On Hold een ware breakup-plaat genoemd mag worden. 

Nu gun ik iedereen zijn of haar liefdesgeluk, maar muzikanten die met de keerzijde van de liefde worden geconfronteerd leveren wel bovengemiddeld veel hele goede platen op. On Hold van Fenne Lily is zeker geen uitzondering. De jonge Britse muzikante heeft een aardedonkere plaat, maar ook een plaat van grote schoonheid en een bijzondere intimiteit gemaakt. 

Het deels door Jon Parish geproduceerde On Hold valt op door een sobere maar ook beklemmende instrumentatie. Het is een instrumentatie die wordt gedragen door wonderschone en atmosferische gitaarlijnen, die prachtig combineren met de heldere en emotievolle stem van Fenne Lily. 

De stem van de jonge Britse singer-songwriter ligt lekker in het gehoor, maar maakt ook geen geheim van het verdriet dat Fenne Lily moest doorstaan, wat vaak zorgt voor een lichte trilling in haar stem. 

De combinatie van weemoedige gitaarlijnen, atmosferische klanken en fluisterzachte vocalen vol melancholie doet wel wat denken aan de muziek van onder andere Julien Baker en Phoebe Bridgers, voor mij de smaakmakers van 2017, maar On Hold van Fenne Lily roept ook zeker associaties op met de muziek van Sharon Van Etten, Laura Marling en Beth Orton en de platen van bands als Daughter en London Grammar. 

Fenne Lily moet met On Hold concurreren met een heel legioen aan jonge vrouwelijke singer-songwriters met een wat sombere kijk op de wereld en een levenswandel met de nodige obstakels, maar wat mij betreft kan de singer-songwriter uit Bristol de concurrentie aan. 

Fenne Lily raakt in een aantal tracks aan de bovengenoemde voorbeelden, maar kan ook uit de voeten in een ingetogen folksong, vol echo’s naar de rijke tradities van de Britse folk. Bovendien schrijft ze verrassend sterke songs; een prestatie die nog wat extra glans krijgt als je weet dat ze een aantal songs schreef toen ze pas 15 jaar oud was. 

On Hold is een plaat waarvan ik direct ben gaan houden, maar de liefde voor de muziek van Fenne Lily is sindsdien alleen maar gegroeid. In Nederland heeft de plaat nauwelijks aandacht gekregen, maar voor mij is dit toch een van de ruwe diamanten van 2018 tot dusver; diamanten die overigens steeds feller fonkelen. Erwin Zijleman



 

zondag 12 augustus 2018

Ovlov - TRU

Een van de beste gitaarplaten van 2018 tot dusver verscheen midden in de vakantie. Het is een plaat die veel te weinig aandacht krijgt en daarom op herhaling: TRU van Ovlov. Ik kan er geen genoeg van krijgen.

AllMusic.com is deze week razend enthousiast over TRU, de tweede plaat van de Amerikaanse band Ovlov. TRU wordt niet alleen een “instant classic indie rock album” genoemd, maar ook “the kind of breathtakingly great record most bands can only dream about making”. 

Het zijn grote woorden, maar luister naar de eerste noten van de tweede plaat van de band uit Newtown, Connecticut, en je weet dat geen woord van de superlatieven van AllMusic.com gelogen of overdreven is. 

TRU opent met heerlijk gruizige gitaren vol vervorming, maar ook met opvallend melodieuze muziek. TRU doet onmiddellijk denken aan de muziek van bands als Dinosaur Jr. en Built To Spill, maar niet veel later duiken ook associaties op met een band als Sunny Day Real Estate of met het werk van Pavement of Guided By Voices. 

Het is muziek die op het moment veel te weinig gemaakt wordt, maar de liefhebber van even gruizige als melodieuze gitaarmuziek heeft waarschijnlijk al een flinke stapel persoonlijke favorieten uit de jaren 90 in de kast staan. Het zijn favorieten waartussen de tweede plaat van Ovlov zeker niet zal misstaan. 

De Amerikaanse band, die vijf jaar geleden vrij anoniem debuteerde, sleept er op TRU nog veel meer invloeden bij. Hier en daar hoor ik een vleugje shoegaze, hier en daar wat uit de 90s grunge en zeker in de meest toegankelijke songs raakt de muziek van Ovlov ook nog aan die van Buffalo Tom; een persoonlijke favoriet. Het is vergelijkingsmateriaal om van te watertanden, maar Ovlov doet ook nog eens nadrukkelijk haar eigen ding. 

De band trekt zo nu en dan hoge en gruizige gitaarmuren vol vervorming en feedback op, maar is ook niet bang voor meer ingetogen en prachtig melodieus gitaarwerk. De songs van de band uit Newtown, Connecticut, komen soms met heel veel geweld uit de speakers, maar kiezen zeker niet altijd voor makkelijk beukwerk. In een aantal van de songs op TRU laat Ovlov horen dat het veel dieper graaft dan de meeste van haar soortgenoten. Bij aandachtige beluistering hoor je opeens zeer ingenieuze gitaarloopjes en slaat de drummer bijna uit het niets onnavolgbare ritmes. 

Iedere weg die Ovlov op TRU kiest levert bovendien geweldige songs op. TRU is een plaat die Dinosaur Jr. gemaakt had kunnen hebben en dat is wat mij betreft een groot compliment. TRU walst 30 minuten als een stoomwals over je heen, maar hierna ben je verkocht. 

De band heeft in dit half uur immers negen geweldige songs toegevoegd aan al het moois dat in de jaren 90 in het genre werd gemaakt en herschrijft de muziekgeschiedenis. Het is natuurlijk doodzonde dat een plaat als TRU wordt uitgebracht in een periode waarin de aandacht voor nieuwe muziek minimaal is, maar iedereen die hem mist, mist zomaar een van de meest memorabele gitaarplaten van het jaar. 

Wat een aangename verrassing, nee wat een sensatie. En nee, ik ben niet bevangen door de hitte of droogte, want op het moment dat ik deze recensie intypte genoot ik van de koelte van de Alpen. Erwin Zijleman

TRU van Ovlov is nog wat lastig verkrijgbaar, maar kan al wel worden verkregen via de bandcamp pagina van de band: https://ovlov.bandcamp.com.

  

The War And Treaty - Healing Tide

De muziek van het Amerikaanse duo The War And Treaty wordt in nogal wat recensies vergeleken met de platen waarop Ike en Tina Turner elkaar naar grote hoogten wisten te stuwen. 

Dat is nogal wat, want de rauwe energie van de platen van dit roemruchte Amerikaanse tweetal is sindsdien nog maar zelden geëvenaard, waardoor scepsis domineerde voordat ik Healing Tide uit de speakers liet komen. 

Michael Trotty Jr. ging als jonge militair naar Irak, raakte ernstig gewond en zong na zijn herstel op herdenkingsdiensten voor gesneuvelde militairen. Tijdens een van deze diensten liep hij zangeres Tanya Blount tegen het lijf. De vonk tussen de twee sloeg op meerdere terreinen over en sindsdien zijn de twee niet alleen een echtpaar, maar ook het duo The War And Treaty. 

Healing Tide is het debuut van het duo en het is een debuut waarop niets aan het toeval is overgelaten. Niemand minder dan Buddy Miller tekende voor de productie van het debuut van The War And Treaty en de Amerikaanse rootsmuzikant sleepte ook nog een aantal gelouterde muzikanten de studio in, onder wie topkrachten als Brady Blade, Adam Chaffins, Jim Hoke, Russ Pahl, Sam Bush en Emmylou Harris die in een van de tracks opduikt. 

Direct in de openingstrack laten Tanya en Michael Trotty horen wat ze in huis hebben. Brady Blade zorgt voor wat eenvoudige percussie, waarna de stemmen van de twee voor het vuurwerk zorgen. De energie en soul spatten er direct van af en naast flink wat groten uit de soul (en met name Aretha Franklin) doemen inderdaad ook echo’s uit de archieven van Ike & Tina Turner op. 

Ik ben niet altijd gek op soulzangers die voluit gaan, maar de openingstrack van het debuut van The War And Treaty is geweldig. In de tweede track schuiven ook de andere muzikanten aan en imponeert het tweetal uit Washington D.C. met dampende soul, die net zo makkelijk in de hoogtijdagen van de 70s soul gemaakt had kunnen worden. De band speelt fantastisch, maar het zijn Tanya en Michael Trotty die je van de sokken blazen met hun krachtige en prachtig bij elkaar passende stemmen. 

Alleen op basis van de eerste twee tracks durf ik Healing Tide van The War And Treaty al uit te roepen tot een van de betere soulplaten van de laatste jaren, maar de twee hebben nog veel meer in huis, waardoor Healing Tide alleen maar mooier en indrukwekkender wordt. 

Soul en gospel domineren op Healing Tide, maar Tanya en Michael Trotty kunnen ook uit de voeten met blues, country, folk en rhythm & blues. Zeker wanneer het Amerikaanse tweetal voluit zingt gaan de pannen van het dak, maar gelukkig is er op het debuut van The War And Treaty ook ruimte voor meer ingetogen vocalen, die er voor zorgen dat de rillingen af en toe over je rug lopen. Op voorhand leek de vergelijking met de allergrootsten uit de geschiedenis van de Amerikaanse soulmuziek me overdreven, maar deze plaat kan de vergelijking wat mij betreft aan. 

In vocaal opzicht is Healing Tide een bijzonder indrukwekkende plaat, maar de prachtige en subtiele instrumentatie (met een glansrol voor meesterdrummer Brady Blade en de subtiel overal doorheen snijdende pedaal steel), die ook buiten de kaders van de soul kleurt en flink wat country toevoegt, geeft Healing Tide nog flink wat extra glans. 

Ik vind het debuut van The War And Tide het mooist wanneer wat gas wordt teruggenomen en flink wat gevoel en detail wordt toegevoegd aan de songs van het tweetal, maar ook als Tanya en Michael Trotty voluit gaan spelen ze in de meeste gevallen een gewonnen wedstrijd. Het levert een soulplaat op die je stevig bij de strot grijpt en voorlopig niet aan los laten denkt. Bijzonder indrukwekkend. Erwin Zijleman



 

zaterdag 11 augustus 2018

Tomberlin - At Weddings

Achter Tomberlin gaat de Amerikaanse singer-songwriter Sarah Beth Tomberlin schuil. De jonge Amerikaanse muzikante groeide op in een streng religieus gezin op het Amerikaanse platteland, waarvan ze vervreemde in haar puberjaren. 

In alle eenzaamheid schreef ze vervolgens de songs die zijn terecht gekomen op haar debuut At Weddings. Het is een debuut dat voortborduurt op een eerder in eigen beheer uitgebracht mini album, dat nu is aangevuld tot een volwaardig debuut. 

Het debuut van Tomberlin is een uiterst ingetogen en zeer intieme plaat. De plaat wordt gedragen door mooi pianospel of akoestisch gitaarspel, dat vaak een repeterend karakter heeft. De plaat wordt verder ingekleurd door de mooie stem van Sarah Beth Tomberlin, die er in slaagt om alle emotie rond haar zware jeugd over te dragen op de luisteraar. 

At Weddings is een uiterst ingetogen plaat, maar de productie van de plaat is belangrijker dan je op het eerste gehoor zult vermoeden. Voor deze productie deed Tomberlin een beroep op de Canadese muzikant en producer Owen Pallett, die het geluid op At Weddings op bijzonder subtiele wijze heeft verrijkt met onder andere strijkers en keyboards. Het zorgt voor een donker geluid vol bijzondere details. 

At Weddings van Tomberlin is een plaat die je onmiddellijk bij de strot grijpt door alle emotie, intimiteit en onderhuidse spanning, maar het is ook een plaat die eindeloos groeit door alle subtiele maar zeer trefzekere details in de instrumentatie. De instrumentatie versterkt de schoonheid van de stem van de singer-songwriter uit Louisville, Kentucky, die je op indringende wijze deelgenoot maakt van haar jeugd in de Amerikaanse Bible Belt. 

Qua sfeer doet At Weddings van Tomberlin wel wat denken aan de platen van Julien Baker. Het is een sfeer die in Engelstalige recensies vrijwel unaniem het predicaat “haunting” krijgt opgeplakt, wat letterlijk vertaald spookachtig betekent, terwijl bezwerend misschien meer recht doet aan de muziek van Tomberlin. 

Het debuut van de jonge Amerikaanse singer-songwriter wordt verder uitvoerig vergeleken met  het debuut van Bon Iver, For Emma, Forever Ago, dat net als At Weddings ver van de bewoonde wereld werd opgenomen en een net zo desolate sfeer heeft. 

Er zijn veel platen als At Weddings van Tomberlin, maar het debuut van Sarah Beth Tomberlin steekt wat mij betreft flink boven het maaiveld uit. Het is knap hoe schijnbare eenvoud en een geluid dat tot in de kleinste details klopt samen gaan en het is nog knapper hoe Tomberlin je weet mee te nemen naar de beklemmende omgeving die haar jeugd bepaalde. 

Natuurlijk is het zo dat ik een zwak heb voor dit soort muziek, maar ook zonder dit zwak heeft Tomberlin met At Weddings een plaat gemaakt die behoort tot de meest indrukwekkende platen van het moment. Erwin Zijleman

Het debuut van Tomberlin is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://tomberlin.bandcamp.com/album/at-weddings.



 

vrijdag 10 augustus 2018

Tony Molina - Kill The Lights

Ik besteed op deze BLOG over het algemeen alleen aandacht aan volwaardige albums en niet aan EP’s. Kill The Lights van Tony Molina wordt gepresenteerd en voelt ook aan als volwaardig album, al is het qua speelduur meer een EP. 

Kill The Lights duurt maar net 14 minuten, maar bevat wel tien geweldige popliedjes, die ik vrijwel eindeloos op repeat kan zetten. 

De naam Tony Molina deed bij mij geen belletje rinkelen, maar de muzikant uit Millbrae, California, timmert al een tijdje aan de weg. 

In muzikaal opzicht is deze Tony Molina een nogal gespleten persoonlijkheid. De Amerikaanse muzikant heeft een rijk verleden in hardcore bands, maar heeft hiernaast een voorliefde voor tijdloze en schaamteloos toegankelijke popliedjes. Hiervan zijn er tien terecht gekomen op Kill The Lights. 

Het zijn popliedjes die in de meeste gevallen de twee minuten grens niet overschrijden, waardoor de plaat van Tony Molina makkelijk in het hokje lo-fi wordt geduwd. Met lo-fi heeft de muziek van de Amerikaanse muzikant echter niet zo heel veel te maken. Kill The Lights staat vol met songs die zo lijken weggelopen uit een tijd waarin de popliedjes nog een stuk korter en eenvoudiger waren. 

Verwacht dus geen flarden van popsongs, maar afgeronde popliedjes met een kop en een staart. Het zijn popliedjes die de mosterd vooral in de jaren 60 halen. Luister naar de derde soloplaat van Tony Molina (zijn vorige platen zijn nog korter en ook wel iets gruiziger) en je hoort flarden van The Beatles en The Byrds, maar Kill The Lights doet me ook heel vaak denken aan de muziek van Elliott Smith. Vergeleken met Elliott Smith laat Tony Molina de zon wat uitbundiger schijnen, maar een vleugje melancholie is nooit heel ver weg. 

Tony Molina maakt zeker geen geheim van zijn inspiratiebronnen en citeert hier en daar vrij letterlijk uit de archieven van de popmuziek, maar het zit mij niet in de weg. Integendeel zelfs. Zodra Kill The Lights uit de speakers komt krijgt mijn humeur een positieve boost en houdt de zomer nog wat langer aan. 

Natuurlijk is 14 minuten idioot kort voor een volwaardig album, maar de songs op Kill The Lights zijn zo aangenaam dat je de plaat makkelijk een paar keer achter elkaar kunt beluisteren en Kill The Lights wordt er zeker niet minder op. 

Luister nog net wat beter en je hoort hoeveel moois er is verstopt in de instrumentatie, hoe verslavend de melodieën zijn en hoeveel gevoel de Amerikaan legt in zijn persoonlijke teksten. Het is maar 14 minuten muziek, maar het is wat mij betreft wel 14 minuten muziek van een bijzondere schoonheid en trefzekerheid. Ik vind het genoeg. Erwin Zijleman

De muziek van Toby Molina is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://tonymolina650.bandcamp.com/album/kill-the-lights.

 

donderdag 9 augustus 2018

Julia Deans - We Light Fire

Fysieke afstanden doen er in deze digitale tijden al lang niet meer toe in de muziekindustrie, maar desondanks is het aandeel van de Nieuw-Zeelandse muziek hier nog steeds klein. De Nieuw-Zeelandse muziekscene blijft er echter wel een om in de gaten te houden. 

Wat van ver komt is lang niet altijd lekkerder, maar popmuziek uit Nieuw Zeeland is vaak van hoog niveau en gaat wat losser om met de conventies die gelden in Europa en in de Verenigde Staten. 

We Light Fire, als ik goed heb geteld de derde plaat van Julia Deans, verscheen in mei in Nieuw-Zeeland en begint langzaam maar zeker ook hier door te dringen. De vorige platen van de singer-songwriter uit Auckland ken ik niet, maar We Light Fire is een verrassend sterke plaat waarop nogal uiteenlopende invloeden worden verwerkt. 

In de openingstrack benevelt Julia Deans je direct met een uiterst stemmige track, die wel wat doet denken aan Lana Del Rey’s Video Games, al is de track van de Nieuw-Zeelandse muzikante wel wat lomer en zwaarmoediger en is haar stem mooier en veelzijdiger. 

De stijl van de openingstrack had ik makkelijk een hele plaat volgehouden, maar Julia Deans heeft in muzikaal opzicht vele gezichten. In de tweede track verrast ze met een toegankelijk maar smaakvol popliedje dat op een of andere manier doet denken aan de jaren 80. De invloeden uit dit decennium worden weer doorgetrokken in de derde track, waarin Julia Deans het bezwerende uit de openingstrack combineert met invloeden uit de 80s postpunk en synthpop. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal erg aangenaam, maar de meeste kracht schuilt in de mooie stem van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter, die zowel in zeer lome en sfeervolle als in uptempo en aanstekelijke tracks uit de voeten kan. Zeker wanneer de zang in meerdere lagen is opgenomen doet het wat sprookjesachtig aan, maar Julia Deans schuwt ook het experiment niet in songs die op subtiele wijze tegen de haren in strijken. 

Het levert een plaat op die zich lastig laat vergelijken met de platen van anderen en waaraan ik zeker in eerste instantie wel wat moest wennen. Wanneer je vaker naar We Light Fire luistert valt er steeds meer op zijn plek. De eigenzinnige popliedjes van Julia Deans zitten vol avontuur, gaan steeds net een andere kant op dan je verwacht en steken razend knap in elkaar. De meeste songs op de plaat liggen bijzonder lekker in het gehoor, maar toch zoekt de Nieuw Zeelandse muzikante steeds de grenzen op met bijzondere ritmes, stemmingswisselingen en het fraaie gebruik van haar stem. 

Het ene moment betovert ze met een aanstekelijk popliedje, de volgende keer met een intieme folksong of met een stekelige track vol invloeden. Het talent druipt er van af en waar je in eerste instantie nog wat twijfelt over het gebrek aan consistentie is het fragmentarische karakter van We Light Fire uiteindelijk de grootste kracht van de plaat. De nieuwe plaat van Julia Deans kreeg in Nieuw-Zeeland zeer lovende kritieken en wat mij betreft is nu Europa aan de beurt. Erwin Zijleman

We Light Fire van Julia Deans is verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://juliadeans.bandcamp.com/album/we-light-fire.

 

woensdag 8 augustus 2018

Lucero - Among The Ghosts

De Amerikaanse band Lucero werd aan het eind van de jaren 90 geformeerd in Memphis, Tennessee. Op het in 2001 verschenen titelloze debuut van de band, maakte Lucero enige indruk met een mix van countryrock, indie-rock en alt-country, maar het debuut van de band kwam eigenlijk een paar jaar te laat. 

Wanneer Lucero een paar jaar eerder was opgedoken had de band waarschijnlijk makkelijk mee kunnen draaien met de smaakmakers onder de alt-country pioniers, maar in 2001 was de alt-country storm die was ontketend door bands als Uncle Tupelo, The Jayhawks en Whiskeytown al weer voor een belangrijk deel gaan liggen. 

Ik luister sindsdien altijd wel naar de platen van de band uit Memphis, maar echt raken deden ze me nooit (wat op zich gek is, want het oeuvre van de band is van hoge kwaliteit en kan met name in de Verenigde Staten altijd rekenen op positieve recensies). Ik had dan ook geen hele hoge verwachtingen rond de nieuwe plaat van de band, maar hoe vaker ik naar Among The Ghosts luister, hoe meer ik er van overtuig raak dat Lucero dit keer wel een plaat heeft gemaakt die me volledig kan overtuigen. 

Heel ver verwijderd van de vorige platen van de band is Among The Ghosts vreemd genoeg niet, maar er valt voor mij net wat meer op zijn plek. De opvallend rauwe strot van zanger Ben Nichols neemt net wat vaker gas terug en er zit ook net wat meer gevoel in de stem van de zanger van Lucero. Wat voor de zang geldt, geldt ook voor de muziek op Among The Ghosts. De muziek van Lucero vond ik op de vorige platen vaak net wat te rechttoe rechtaan, maar op de nieuwe plaat van de band uit Memphis hoor ik meer dynamiek en detail. 

De rol van de piano en synths is gegroeid en met name het pianowerk voorziet het geluid van Lucero van veel sfeer en subtiliteit. Hier blijft het niet bij, want naast de betere vocalen en de subtielere instrumentatie, maken ook de songs van de band dit keer meer indruk. Het zijn nog altijd songs die zich begeven op het snijvlak van alt-country, rootsrock en indie-rock en Lucero slaagt er goed in om de grenzen tussen de genres te laten vervagen. 

Among The Ghosts werd opgenomen met producer Matt Ross-Spang (Jason Isbell, Margo Price, Drive-By Truckers) in de gerenommeerde Sam Phillips Recording Service/Sun Studio, waar Elvis zijn eerste stappen in de muziek zette. De toetsenist van de band speelt dit keer een belangrijkere rol in het geluid van de band, maar natuurlijk domineren uiteindelijk de gitaren. Among The Ghosts staat vol prima gitaarwerk, dat constant de strijd aan gaat met de gruizige stembanden van de band en dat zorgt voor een donkere en wat broeierige sfeer. Zeker wanneer zanger Ben Nichols zijn stembanden vol aan het werk zet, schiet Lucero met zevenmijlslaarzen de kant van de rock op, maar Lucero kan ook uit de voeten met meer ingetogen en doorleefde Amerikaanse rootsmuziek. 

Ik heb voor de zekerheid ook nog even naar wat van de oudere platen van de band uit Memphis geluisterd, maar Among The Ghosts bevalt me net wat beter dan de rest. De spoeling in de alt-country is de laatste jaren wat dun, dus wat mij betreft is er alle ruimte voor wat nieuwe vaandeldragers. Lucero behoort binnen het huidige aanbod met het uitstekende Among The Ghosts zeker tot de kandidaten. Erwin Zijleman