30 april 2023

Fiona Apple - Extraordinary Machine (2005)

Fiona Apple keert zes jaar na haar tweede album When The Pawn... terug met het fantastische Extraordinary Machine, waarop ze haar uit duizenden herkenbare geluid nog wat verder verrijkt en perfectioneert
Ik weet nog dat ik in 2005 compleet werd overrompeld door het prachtige Extraordinary Machine, het derde album van de Amerikaanse muzikante Fiona Apple. Het album bevat alle ingrediënten die de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante zo mooi, bijzonder, verpletterend en herkenbaar maakten, maar Fiona Apple zette ook op haar derde album weer een aantal flinke stappen. Zo klinkt de instrumentatie nog wat voller en avontuurlijker, zingt de New Yorkse muzikante nog wat overtuigender en zijn haar songs nog wat indringender en spannender. Ik kan lastig kiezen tussen de eerste drie albums van Fiona Apple, maar qua songs vind ik Extraordinary Machine nog net wat indrukwekkender dan zijn twee voorgangers.



Ik blijf bij het bespreken van mijn favoriete albums aller tijden maar even hangen bij het oeuvre van Fiona Apple. Na Tidal uit 1996 en When The Pawn… uit 1999, keerde de Amerikaanse muzikante pas in 2005 weer terug met het uitstekende Extraordinary Machine, dat in het betreffende jaar met afstand mijn jaarlijstje aanvoerde. 

Het is een album waarop Fiona Apple wederom koos voor de samenwerking met een aantal grote muzikanten, van wie een aantal ook te horen was op de eerste twee albums van de New Yorkse muzikante. Ook dit keer horen we de legendarische Jim Keltner, die dit keer gezelschap kreeg van Abe Laboriel en Questlove, op de drums, tekende Patrick Warren voor de fraaie orkestraties en was er bovendien wederom een belangrijke rol weggelegd voor multi-instrumentalisten Jon Brion en Mike Elizondo, van wie de laatste het album produceerde en wat mij betreft vakwerk afleverde (op het Internet circuleert overigens ook nog een versie van het album die door Jon Brion werd geproduceerd en wat directer en heftiger klinkt). Een handvol toetsenisten en een aantal blazers completeerden de imposante lijst muzikanten die op het album zijn te horen. 


Ondanks een net wat andere inkleuring bevatten ook de songs op Extraordinary Machine het unieke stempel van Fiona Apple. De Amerikaanse muzikante heeft ook dit keer een sterke voorkeur voor de toetsen aan de linkerkant van het klavier van haar piano en heeft bovendien een uit duizenden herkenbaar stemgeluid, dat nog net wat donker klinkt dan op When The Pawn… en Tidal. De songs zijn verder voorzien van geweldig drumwerk en een flinke laag keyboards. Als extraatje krijgen we dit keer blazers en ook die passen uitstekend bij de lage stem van Fiona Apple. 

Net als zijn twee voorgangers is Extraordinary Machine in muzikaal opzicht een fenomenaal album en als je vatbaar bent voor de bijzondere stem van Fiona Apple is het ook in vocaal opzicht weer smullen. Fiona Apple bleef op haar eerste twee albums nog redelijk dicht bij de tijdloze muziek van de vrouwelijke singer-songwriters uit de jaren 70, maar op Extraordinary Machine kiest ze nog wat nadrukkelijker voor het experiment. Het derde album van de Amerikaanse muzikante is bovendien haar meest veelzijdige album tot dat moment. 

Extraordinary Machine schakelt makkelijk tussen relatief ingetogen en vooral door de piano ingekleurde songs en behoorlijk vol of zelfs eclectisch in gekleurde songs, waarin de toetsenisten bijna over elkaar struikelen. Over het algemeen genomen is Extraordinary Machine vooral mooi en fantasierijk ingekleurd. Fantasierijk is ook een mooie omschrijving op de songs op het album, die alle kanten op kunnen, maar stuk voor stuk het unieke stempel van Fiona Apple dragen. 

Ik vind Extraordinary Machine qua songs het beste album van Fiona Apple, want het album bevat een ruime handvol van mijn favoriete Fiona Apple songs. Het album is toch wel enigszins tot mijn verbazing alweer achttien jaar oud, maar wat klinken de songs op Extraordinary Machine na al die jaren nog fris en avontuurlijk. 

Extraordinary Machine is niet alleen een album vol topmuzikanten, een album vol verrassende wendingen en een album met een unieke stem, maar het is ook een emotioneel album, waarop Fiona Apple kwetsbaar kan klinken of het ruw kan uitschreeuwen. Het was toch weer even geleden dat ik het hele album meerdere keren volledig had beluisterd, maar wat komt het allemaal weer hard binnen. Fiona Apple is niet heel productief, maar al haar albums zijn van een exceptioneel hoog niveau, zo ook Extraordinary Machine uit 2005. Erwin Zijleman


Extraordinary Machine van Fiona Apple is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Tiny Ruins - Ceremony

Tiny Ruins uit Auckland laat op het zonnige, mooi ingekleurde en van prachtige vocalen voorziene Ceremony horen dat het zeer de moeite waard is om de Nieuw-Zeelandse popmuziek op de voet te volgen
Tiny Ruins, de band rond de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Hollie Fullbrook, leverde met Brightly Painted One uit 2014 en Olympic Girls uit 2019 twee uitstekende albums af, maar het deze week verschenen Ceremony vind ik nog wat beter. Het album werd gemaakt tijdens de corona lockdowns, maar het album klinkt desondanks warm en zonnig. Tiny Ruins schuift op Ceremony iets op richting Britse folk, wat uitstekend past bij de mooie en heldere stem van Hollie Fullbrook, maar de inkleuring van de songs is ook fraai en veelkleurig. Ceremony overtuigt vrij makkelijk, maar het is ook een album dat nog lange tijd beter wordt. Een volgende parel uit de Nieuw-Zeelandse muziekscene.



Het is ruim vier jaar stil geweest rond de Nieuw-Zeelandse band Tiny Ruins, die aan het begin van 2019, ook in Nederland, terecht flink wat aandacht trok met haar derde album Olympic Girls. De band, die ooit begon als een soloproject van singer-songwriter Hollie Fullbrook, maakte op Olympic Girls indruk met een aangenaam geluid vol zonnestralen en met sterke songs, waarin de mooie en heldere stem van de frontvrouw van de band nadrukkelijk de aandacht opeiste. 

Hollie Fullbrook maakte aan het eind van 2019 in haar uppie een mooie akoestische versie van Olympic Girls en schreef ook de songs voor het deze week verschenen Ceremony in eerste instantie met een sobere uitvoering met akoestische gitaar en zang in gedachten. Daar is niet zoveel meer van te horen, want de songs op het album zijn ook dit keer prachtig ingekleurd door de band, die wederom flink strooit met zonnestralen. Ceremony is in alle opzichten een logisch vervolg op Olympic Girls en het is bovendien een album dat het uitstekend doet bij de warme zonnestralen die dan eindelijk hun intrede hebben gedaan. 

Ik vergeleek de muziek van Tiny Ruins ruim vier jaar geleden met die van The Sundays en 10,000 Maniacs en met name de muziek van de laatste band draagt ook dit keer relevant vergelijkingsmateriaal aan, al is de vergelijking wat minder relevant dan vier jaar geleden. De muziek van de band uit Auckland bestond op Olympic Girls uit gelijke delen folk, dreampop en psychedelica, maar op Ceremony is de balans flink in de richting van de folk uitgeslagen. 

Hollie Fullbrook heeft zich dit keer flink laten inspireren door de Britse folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70 en dat is muziek die perfect past bij haar bijzonder mooie stem. De instrumentatie op Ceremony is soberder en stemmiger dan die op Olympic Girls en er is hierdoor ook nog eens meer ruimte voor de stem van Hollie Fullbrook. Dat laatste is een wijs besluit, want de Nieuw-Zeelandse zangeres zingt echt prachtig op het nieuwe album van haar band. 

Zowel in de zang als in de instrumentatie laat Tiny Ruins dit keer iets meer invloeden uit de folk horen, maar zowel in muzikaal als in vocaal opzicht bestrijkt de Nieuw-Zeelandse band een veel breder palet. Zeker wanneer je de instrumentatie en de zanglijnen met veel aandacht beluistert en uitpluist, valt op hoeveel zorg er is besteed aan de mooie klanken op het album en met hoeveel gevoel en precisie Hollie Fullbrook zingt. Tiny Ruins heeft haar inspiratie dit keer gevonden in zowel de Britse als de Amerikaanse folk, maar het geluid van de band heeft ook iets typisch Nieuw-Zeelands, al is het lastig om te beschrijven wat dit precies is. 

Ik was vier jaar geleden absoluut gecharmeerd van Olympic Girls, waarvan de recensie uiteindelijk een van de best gelezen recensies op de krenten uit de pop in 2019 was, maar ik vind Ceremony nog een stuk beter. Zeker wanneer je het album wat vaker gehoord hebt, dringen de songs op het album zich genadeloos op en lijken zowel de muziek als de zang op het album alleen maar mooier en veelkleuriger te worden. 

Ik volg de Nieuw-Zeelandse popmuziek de afgelopen jaren op de voet, op zoek naar parels die niet onder doen voor die uit Europa en de Verenigde Staten. Ceremony van Tiny Ruins is zo’n parel en het is er een die vooralsnog misschien nog wel feller blinkt dan de albums uit de andere windstreken. Erwin Zijleman

De muziek van Tiny Ruins is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Nieuw-Zeelandse band: https://tinyruins.bandcamp.com/album/ceremony.


Ceremony van Tiny Ruins is verkrijgbaar via de Mania webshop:



29 april 2023

Indigo De Souza - All Of This Will End

Indigo De Souza laat op haar uitstekende derde album All Of This Will End nog maar eens horen waarom ze behoort tot de grote en de eigenzinnige talenten van de indiepop en indierock van het moment
De naam Indigo De Souza staat in de meeste releaselijsten van deze week hooguit ergens in de middenmoot, maar haar derde album is echt een belangrijke release. Na twee heerlijk eigenwijze maar ook wel wat wisselvallige albums, maakt de muzikante uit North Carolina op All Of This Will End indruk met een serie geweldige songs. Het zijn nog steeds lekker eigenzinnige songs, die soms opschuiven richting indiepop en soms richting indierock, maar de kwaliteit ligt over de hele linie hoog. Indigo De Souza schudt de memorabele popsongs op haar derde album uit de mouw, maar ze is gelukkig ook zichzelf gebleven en schaart zich met dit album definitief onder de indie smaakmakers.



Een blik op de cover van het deze week verschenen derde album van de Amerikaanse muzikante Indigo De Souza maakt direct duidelijk dat de muzikante uit North Carolina niets heeft veranderd aan het artwork van haar albums. De wat duistere cover van All Of This Will End lijkt immers als twee druppels water op die van voorgangers Any Shape You Take uit 2021 en I Love My Mom uit 2018. 

Ook in muzikaal opzicht heeft Indigo De Souza zich gelukkig niet laten beknotten, want haar derde album klinkt net zo ruw, onbevangen en eigenzinnig als de vorige twee. Ook op All Of This Will End schakelt de Amerikaanse muzikante makkelijk tussen indiepop en indierock, maar waar ze op haar vorige twee albums de plank nog wel eens flink mis sloeg, is de kwaliteit van de songs op All Of This Will End een stuk hoger en consistenter. De Amerikaanse muzikante heeft een nieuwe band en werkt samen met producer Alex Farrar, die heeft gezorgd voor een kwaliteitsimpuls. 

Indigo De Souza kiest op haar derde album voor een overrompelende start. De eerste zes tracks op All Of This Will End halen geen van allen de grens van drie minuten en ze klinken allemaal behoorlijk vol of zelfs overweldigend. De muziek van Indigo De Souza had op haar eerste twee albums nog wel eens een lo-fi karakter, maar album nummer drie is voorzien van een behoorlijk volle productie. 

Het betekent overigens niet dat het predicaat lo-fi helemaal niet meer van toepassing is op de muziek van de Amerikaanse muzikante, want ook de songs op All Of This Will End kunnen aangenaam rammelen. In de eerste zes tracks van haar nieuwe album stort Indigo De Souza een flinke bak goede ideeën over de luisteraar uit. Deze zijn deels verpakt in vooral elektronisch ingekleurde songs, maar de muzikante uit North Carolina schuwt ook de stevige gitaren niet. 

Het zijn behoorlijk aanstekelijke songs waarmee Indigo De Souza op de proppen komt, maar haar songs blijven gelukkig ook heerlijk eigenwijs, met hier en daar een muzikale ontsporing en natuurlijk de af en toe uit de bocht vliegende zang van de Amerikaanse muzikante. Het schiet ook dit keer in muzikaal opzicht meerdere kanten op, maar net als op haar vorige albums komt Indigo De Souza er makkelijk mee weg. 

Ik vind het niet eens zo makkelijk om uit te leggen wat ik zo goed vind aan de songs van Indigo De Souza, maar met All Of This Will End overtuigde de Amerikaanse muzikante me vrijwel onmiddellijk. Het is de verdienste van de uitstekende songs, maar ook de verdienste van de eigenzinnigheid in de muziek van Indigo De Souza, die er voor zorgt dat haar songs ook tegen de haren in kunnen strijken en de fantasie kunnen prikkelen. 

Na de korte tracks aan het begin van het album neemt Indigo De Souza op de tweede helft van het album wat meer tijd voor haar songs, laat ze wat vaker horen dat ze een uitstekende zangeres is en bewijst ze nog maar eens dat ze ook ver buiten de indiepop en de indierock uit de voeten kan, bijvoorbeeld met de bijzondere fraaie psychedelische countrysong Younger & Dumber, die flink ver verwijderd is van de songs waarmee het album opent. 

Indigo De Souza laat voor de derde keer op rij horen dat ze bulkt van het eigenzinnige talent, dat op All Of This Will End nog wat meer floreert dankzij betere songs en een wat minder donkere kijk op het leven, die er voor zorgt dat de geweldige songs van de Amerikaanse muzikante zich nog wat nadrukkelijker opdringen dan die op haar vorige albums. Erwin Zijleman

De muziek van Indigo De Souza is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://indigodesouza.bandcamp.com/album/all-of-this-will-end.


All Of This Will End van Indigo De Souza is verkrijgbaar via de Mania webshop:



28 april 2023

Cinder Well - Cadence

Cinder Well, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Amelia Baker, slaat op Cadence een brug tussen Amerikaanse en Ierse folk, betovert en benevelt met bijzondere klanken en zingt ook nog eens prachtig
Ik had Cadence van Cinder Well niet onmiddellijk op het stapeltje met deze week te bespreken albums gelegd. Haar vorige album No Summer was ik weliswaar meer gaan waarderen, maar de concurrentie was stevig de afgelopen week. Die concurrentie kan Cinder Well, oftewel Amelia Baker, met haar nieuwe album echter makkelijk aan. Het album klinkt, mede door de strijkersarrangementen van Lankum’s Cormac MacDiarmada prachtig, maar Amelia Baker zingt op het nieuwe album van Cinder Well echt geweldig, terwijl ook haar songs een flinke kwaliteitsimpuls hebben gekregen. Het levert een album dat er in deze overvolle week meer dan voldoende uitspringt en Cadence groeit nog wel even door ook.



Cadence is het vierde album van Cinder Well, maar het is het eerste album van het alter ego van de Amerikaanse muzikante Amelia Baker dat ik direct selecteerde voor een plekje op de krenten uit de pop. Amelia Baker verdeelt haar tijd tussen de Californische kust en Ierland, waar ze een paar jaar geleden verliefd op werd. Dat hoor je in haar muziek, die zowel elementen uit de Californische folk van heel lang geleden als uit de traditionele Ierse folk bevat. 
Op haar vorige albums was de Amerikaanse muzikante ook niet vies van invloeden uit de Appalachen folk, maar die invloeden hoor ik minder op Cadence, wat ik persoonlijk niet zo erg vind. 

Net als op haar vorige album, het in 2020 verschenen No Summer, dat ik inmiddels overigens een stuk mooier vind dan destijds, kiest Amelia Baker op het vierde album van Cinder Well voor een behoorlijk sober geluid. Het is een geluid dat voor een belangrijk deel wordt bepaald door de akoestische gitaar van Amelia Baker zelf en door een aantal strijkers, die werkelijk prachtig zijn gearrangeerd door Cormac MacDiarmada, die we ook kennen van de band Lankum. 

De combinatie van de solide basis die wordt gelegd door de akoestische gitaar en bas en drums en de fraaie en bijzondere accenten van de strijkers werkt verrassend goed. De muziek van Cinder Well klinkt op Cadence niet alleen zeer sfeervol en stemmig, maar ook spannend en indringend. Ik vond de songs van Cinder Well een paar jaar geleden op No Summer nog net wat te donker en weemoedig, maar op Cadence valt echt alles op zijn plek. Ondanks het feit dat de Amerikaanse muzikante op haar nieuwe album voor een belangrijk deel vertrouwd op de organische basis van met name de akoestische gitaar en de avontuurlijke uitstapjes van de prachtig gearrangeerde strijkers, is Cadence een album dat voldoende varieert en hierdoor zeker niet snel gaat vervelen. 

Het is deels de verdienste van de mooie en warme klanken op het album, maar ook de zang van Amelia Baker draagt zeer nadrukkelijk bij aan het bijzonder fraaie eindresultaat. De Amerikaanse muzikante zingt ingetogen maar toch krachtig en maakt optimaal gebruik van alle ruimte die wordt geboden in de betrekkelijk sobere instrumentatie. Ik was drie jaar nog niet heel erg onder de indruk van de zang op No Summer, maar de zang op Cadence trok me onmiddellijk over de streep, al is het maar omdat de emotievolle voordracht van de Amerikaanse muzikante de luisteraar makkelijk raakt. 

Er valt nog veel meer te genieten op het vierde album van Cinder Well, want, meer dan op de vorige albums, slaagt de Amerikaanse muzikante er in om invloeden uit verschillende winstreken en tijden te incorporeren in een consistent klinkend eigen geluid. Het is een geluid dat wat traditioneel aan kan doen, maar de songs van Amelia Baker zijn zeker niet blijven steken in het verleden. Wanneer de gitaarakkoorden wat steviger worden aangezet, de strijkers donker en melancholisch klinken en de Amerikaanse muzikante betrekkelijk ingetogen zingt, zijn de songs op Cadence wonderschoon en zit je als luisteraar op het puntje van de stoel. Ik was drie jaar geleden nog net niet overtuigd van de kwaliteiten van Cinder Well, maar Cadence is echt imponerend goed. Erwin Zijleman

De muziek van Cinder Well is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://cinderwell.bandcamp.com/album/cadence.


Cadence van Cinder Well is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Lael Neale - Star Eaters Delight

Lael Neale maakte twee jaar geleden met haar omnichord een bezwerend folkalbum, maar laat op het veelzijdige Star Eaters Delight horen dat ze in muzikaal en vocaal opzicht van vele markten thuis is
Het is een bijzonder oeuvre dat de Amerikaanse muzikante Lael Neale aan het opbouwen is. Op haar debuutalbum kleurde ze nog redelijk netjes tussen de lijntjes van de folk en de country, om vervolgens, gewapend met een omnichord en haar stem, in 2021 het bezwerende lockdown album Acquainted With Night af te leveren. Op album nummer drie horen we weer een andere kant van de muzikante die Los Angeles nog altijd heeft verruild voor het platteland van Virginia. Het album opent met flink wat invloeden uit de postpunk, maar uiteindelijk keert Lael Neale ook weer terug naar de folk, al heeft ze die wel wat voller ingekleurd dan op haar vorige door de omnichord gedomineerde album.


De Amerikaanse muzikante Lael Neale is met het deze week verschenen Star Eaters Delight alweer toe aan haar derde album. Haar inmiddels bijna acht jaar oude debuutalbum I’ll Be Your Man werd nog nauwelijks opgemerkt, terwijl dit waarschijnlijk het meest toegankelijke album is dat de singer-songwriter uit Los Angeles tot dusver heeft gemaakt. Het album ontging mij in 2015 overigens ook, maar ik ben inmiddels zeker gecharmeerd van de lekker in het gehoor liggende maar ook eigenzinnige folk- en countrysongs op het debuutalbum van Lael Neale. 

De Amerikaanse muzikante keerde terug in 2021 met het bijzondere Acquainted With Night. Lael Neale verruilde tijdens de corona lockdowns Los Angeles voor het Amerikaanse platteland, waar ze een folkalbum maakte dat zo leek weggelopen uit de jaren 60, ware het niet dat de op het album zeer prominent aanwezige omnichord pas in de jaren 80 werd uitgevonden. 

Deze week keert Lael Neale terug met Star Eaters Delight en dat is een album dat vooralsnog met gemengde gevoelens wordt ontvangen. Star Eaters Delight klinkt immers weer totaal anders dan zijn voorganger en het is bovendien een album dat makkelijk van de hak op de tak springt en daar moet je van houden. 

Lael Neale is na de coronapandemie op het platteland van Virginia blijven hangen, maar had voor haar derde album wat meer nodig dan de fascinerend klinkende omnichord, die het geluid op Acquainted With Night bepaalde. Dit keer trok de Amerikaanse muzikante onder andere gitaren, orgels, een piano, keyboards, drummachines en de fameuze Mellotron uit de kast, maar ook de mellotron duikt nog een enkele keer op. 

Star Eaters Delight klinkt een stuk voller dan zijn voorganger, dat de boeken in kan als een typisch lockdown album, maar Lael Neale varieert ook flink met het tempo en de dynamiek in haar songs. Verder is ze zoals gezegd weinig stijlvast op Star Eaters Delight. Wanneer ze kiest voor staccato drums, diepe baslijnen en heerlijk zeurende synths verruilt de Amerikaanse muzikante de folk van haar vorige album voor postpunk en new wave. Dat klinkt in muzikaal opzicht totaal anders dan we van haar gewend zijn, maar haar bijzondere stem is gebleven, waardoor de stijlbreuk ook weer niet volledig is. 

Star Eaters Delight bevat overigens ook wat meer folky songs en hier neemt Lael Neale flink de tijd voor, waardoor er slechts ruimte is voor acht songs op haar nieuwe album. In het ruim acht minuten durende In Verona hoor je weer wat meer van de folkie Lael Neale, al zal je de track dankzij de drummachine en de vervreemdende elektronica niet snel meer in de jaren plaatsen. Later op het album kruipt Lael Neale overigens toch weer wat dichter naar de jaren 60 toe. 

Star Eaters Delight is nog wat lastiger te verteren dan het vorige album van Lael Neale en ik begrijp de wisselende reacties dan ook wel. Zelf heb ik overigens totaal geen problemen met het in muzikaal opzicht wat wispelturige karakter van Lael Neale. De uptempo songs met een vleugje postpunk en doom bieden een mooi tegenwicht aan de zich langzaam voortslepende en bezwerende songs op het album en in beide uitersten blijken mooie accenten verstopt, die je het best hoort wanneer je het album beluistert met de koptelefoon. Voor een groot publiek springt Lael Neale misschien wat teveel van de hak op de tak, maar voor muziekliefhebbers van wie het best wat eigenzinniger mag is dit een zeer interessant album. Erwin Zijleman

De muziek van Lael Neale is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://laelneale.bandcamp.com/album/star-eaters-delight.


Star Eaters Delight van Lael Neale is verkrijgbaar via de Mania webshop:



27 april 2023

Lucy Farrell - We Are Only Sound

Lucy Farrell is een muzikante van naam en faam binnen de Britse folkscene, maar op haar debuutalbum We Are Only Sound laat ze horen dat ze ook als singer-songwriter met de besten mee kan
Er verschijnen momenteel nogal wat folkalbums, maar die van Lucy Farrell zou ik zeker niet laten liggen. De van oorsprong Britse muzikante opereert vanuit Canada, maar is als muzikant al een bekende naam binnen de Britse folkscene. Dat gaat ze ook worden als singer-songwriter, want haar debuutalbum We Are Only Sound is een ijzersterk album met overtuigende songs, een mooie en veelkleurige instrumentatie en echt uitstekende zang. Lucy Farrell blijft hier en daar dicht bij de Britse folk van lang geleden, maar ze weet het genre ook zeker te moderniseren met bijvoorbeeld het subtiel gebruik van elektronica en elektrische gitaren of de keuze voor niet alledaagse songstructuren.



Lucy Farrell is een van oorsprong Britse, maar al een flinke tijd vanuit Canada opererende multi-instrumentalist, die inmiddels al heel wat jaren aan de weg timmert binnen de Britse folkscene, onder andere als violiste. Met We Are Only Sound debuteert ze als singer-songwriter en dat gaat haar uitstekend af. 

Ik laat persberichten bij nieuwe albums meestal links liggen, maar het feit dat het debuutalbum van Lucy Farrell werd opgenomen in een Middeleeuws klooster dat toebehoort aan Gabrielle Drake, die voor de gelegenheid de piano en gitaar van haar in 1974 overleden broer Nick liet afstoffen en stemmen, vind ik toch te mooi om te negeren. 

Of de instrumenten van de legendarische Britse folkmuzikant veel invloed hebben gehad op het album weet ik niet, maar je hoort wel dat We Are Only Sound in een bijzondere omgeving is opgenomen. Volgens de bandcamp pagina van Lucy Farrell gebeurde dat overigens met alle muzikanten in één ruimte en in één take, wat ik ook het vermelden waard vind. 

Lucy Farrell maakte haar debuutalbum met twee gitaristen, twee bassisten en een drummer, maar We Are Only Sound is over het algemeen genomen een redelijk subtiel ingekleurd album. Het is ook een mooi ingekleurd album, want de afzonderlijke instrumenten zijn goed te onderscheiden en alle bijdragen zijn even functioneel en trefzeker. Zeker het gitaarwerk valt in positieve zin op en voorziet de songs van Lucy Farrell keer op keer van prachtige klankentapijten en hier en daar een bijzondere twist, bijvoorbeeld wanneer de elektrische gitaar wat steviger mag uithalen. 

Het voordeel van een debuutalbum is dat de songs langer kunnen rijpen en dat er meestal geselecteerd kan worden uit flink wat songs. Lucy Farrell schreef de songs die op haar debuutalbum terecht kwamen gedurende een periode van acht jaar en dat waren jaren waarin zo ongeveer alle belangrijke gebeurtenissen uit een mensenleven voorbij kwamen. We Are Only Sound is hierdoor een album vol pieken en dalen, wat meer dan eens zang vol emotie oplevert. 

Ik ben niet zo gek op hele traditionele Britse folk, maar dat is ook niet de muziek die Lucy Farrell maakt. De vanuit Canada opererende muzikante heeft zich zeker laten beïnvloeden door de Britse folk zoals die in de jaren 70 werd gemaakt, maar ze voorziet haar folksongs ook van een eigentijds tintje. 

Lucy Farrell gaat hierin niet zo ver als bijvoorbeeld Josienne Clarke, die steeds vaker de grenzen van het genre opzoekt, maar met name wanneer op subtiele wijze elektronica wordt ingezet of wanneer wordt gekozen voor stevigere gitaren, klinken haar songs niet alleen anders dan gebruikelijk, maar ook eigentijds. 

Het gebruik van bijzondere achtergrondgeluiden voorziet het album van een bijzondere sfeer en hiermee van extra onderscheidend vermogen. Ook de Spartaans en traditioneler ingekleurde songs op het debuutalbum van Lucy Farrell bevallen me overigens prima, want ze beschikt over een hele mooie en heldere stem, die gelukkig niet zo plechtstatig klinkt als gebruikelijk in hele traditionele Britse folk. 

In muzikaal en vocaal opzicht maakt Lucy Farrell makkelijk indruk op haar uitstekende debuutalbum, maar ook de songs op het album stijgen ruimschoots boven de middelmaat uit. Het zijn songs die bijzonder aangenaam klinken, maar die een verrassing niet uit de weg gaan. Het zijn bovendien songs die voldoende variëren, waardoor We Are Only Sound de aandacht makkelijk twaalf songs lang volhoudt. Bijzonder album van een zeer getalenteerde muzikante. Erwin Zijleman

De muziek van Lucy Farrell is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Brits-Canadese muzikante: https://lucyfarrellmusic.bandcamp.com/album/we-are-only-sound.



26 april 2023

Emma Tricca - Aspirin Sun

Na het overlijden van haar vader begon voor de Italiaans-Britse muzikante Emma Tricca een lange periode van rouw, waarin ze ook nog eens het mooie, intense en indringende Aspirin Sun maakte
Albums van Emma Tricca vallen bij mij op een of andere manier altijd net buiten de boot. Het gebeurde met de vorige drie albums van de in Italië geboren muzikante en het gebeurde een paar weken geleden ook met Aspirin Sun. Gelukkig pikte ik het album in de herkansing wel op, want Aspirin Sun van Emma Tricca is een mooi en bijzonder album. De muzikante uit Londen maakte ook haar nieuwe album in New York en werkte met dezelfde muzikante als op voorganger St. Peter. Aspirin Sun is een emotioneel en wat melancholisch album, wat alles te maken heeft met de dood van de vader van Emma Tricca, die op Aspirin Sun op fraaie en emotievolle wijze wordt geëerd.



Een week of drie geleden verscheen Aspirin Sun van Emma Tricca. Het is een album dat ik in eerste instantie selecteerde voor een plekje op de krenten uit de pop, maar dat op het allerlaatste moment toch nog afviel. Het was zeker niet de eerste keer dat dit gebeurde met een album van de van oorsprong Italiaanse, maar al enige tijd vanuit Londen opererende muzikante, want dit gebeurde volgens mij al twee keer eerder, waarna met name Relic uit 2014 zich uiteindelijk toch nog flink opdrong. 

Sinds het besluit om Aspirin Sun even te laten liggen, ben ik het album niet vergeten en heb het nog een paar keer beluisterd, waarna ik steeds meer onder de indruk raakte van het album. Aspirin Sun is een emotioneel zeer beladen album, waaraan Emma Tricca begon toen ze het overlijden van haar vader nog lang niet had verwerkt. 

Ondanks het feit dat haar vorige album, het in 2018 verschenen St. Peter, pas een jaar oud was, liet de Brits-Italiaanse muzikante Londen in 2019 achter zich en dook ze in New York de studio van Steve Shelley (Sonic Youth) in. Ze werkte ook al met Steve Shelley op St. Peter en ook de andere muzikanten die in 2019 in de studio bij elkaar kwamen, The Dream Syndicate gitarist Jason Victor en bassist Pete Galub, waren te horen op dit album. 

De basis voor het nieuwe album werd gelegd in 2019, maar toen Emma Tricca begin 2020 voor het vervolg opnieuw naar New York afreisde, kwam ze al snel terecht in een andere wereld, die de muziekindustrie een tijd lam zou leggen. Aspirin Sun ademt hier en daar de sfeer van de coronapandemie, maar het is vooral een album van rouw en een album dat haar overleden vader nadrukkelijk eert. 

Je hoort de rouw zeker ook in de stem van Emma Tricca, die intenser en met meer doorleving zingt dan op haar vorige albums. Ik moet bij de muziek van Emma Tricca altijd wel wat aan Mazzy Star denken, mede door de psychedelische invloeden in de instrumentatie op haar albums, maar zo emotievol en doorleefd als op Aspirin Sun heb ik Mazzy Star’s Hope Sandoval nog niet gehoord. 

Aspirin Sun is een sfeervol ingekleurd album met invloeden uit de folk, jazz, Americana en psychedelica, die op fraaie wijze aan elkaar worden gesmeed. Het is een warm en gloedvol geluid, waarin de stem van Emma Tricca uitstekend gedijt. Ik heb altijd wat moeite gehad met de stem van de muzikante uit Londen, maar de zang op Aspirin Sun overtuigt, mede dankzij de emotionele lading, makkelijk. 

Aspirin Sun is een album vol melancholie, maar het is ook een album vol liefde en hoop. Zeker wanneer de instrumentatie psychedelisch aan doet klinkt de muziek van Emma Tricca dromerig en bezwerend, maar in het bijna 11 minuten durende Ruben’s House zoekt ze ook flink het experiment op en hoor je, naast een vleugje Krautrock, ook de invloeden uit zowel de Britse als de Amerikaanse folk uit de late jaren 60 en vroege jaren 70. 

Emma Tricca heeft met Aspirin Sun een album afgeleverd dat bij vluchtige beluistering misschien niet direct een onuitwisbare indruk maakt, maar dat wanneer het de kans krijgt om te groeien steeds mooier, indringender en indrukwekkender wordt. Ik heb tot dusver geen hele gelukkige relatie met de muziek van Emma Tricca, maar inmiddels weet ik uitstekende Aspirin Sun zeker op de juiste waarde te schatten. Erwin Zijleman

De muziek van Emma Tricca is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Brits-Italiaanse muzikante: https://emmatricca.bandcamp.com/album/aspirin-sun.


Aspirin Sun van Emma Tricca is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Roufaida - Roufaida

De Rotterdamse muzikante Roufaida creëert op haar titelloze mini-album een heel bijzonder muzikaal universum, waarin invloeden uit de folk naadloos samenvloeien met spannende en exotische invloeden
Direct bij eerste beluistering was ik diep onder de indruk van het debuut van de Nederlands-Marokkaanse muzikante Roufaida. Op dit mini-album creëert Roufaida een uniek eigen geluid, dat vanaf de eerste noten fascineert. Roufaida kan uit de voeten met invloeden uit de indiefolk, maar ze verwerkt ook invloeden uit de muziek waarmee ze in aanraking kwam vanaf het moment dat ze als kind Marokko bezocht. Folky invloeden worden gecombineerd met spannende ritmes en exotische klanken en alles vloeit even mooi samen met de mooie stem van de Rotterdamse muzikante. Het schiet meerdere kanten op, maar alles klinkt even logisch, mooi en bijzonder. Dit smaakt naar veel en veel meer.



Ik bespreek normaal gesproken geen EP’s of mini-albums op de krenten uit de pop, want er valt al meer dan genoeg te kiezen uit de vele albums die wekelijks verschijnen. Voor het deze week verschenen mini-album van Roufaida (Aboutaleb) maak ik echter heel graag een uitzondering, want wat is dit een bijzondere release. H
et titelloze mini-album van Roufaida, die overigens al een paar jaar aan de weg timmert, bevat zeven tracks en ruim twintig minuten muziek en in die twintig minuten maakt de muzikante uit Rotterdam, in ieder geval op mij, een onuitwisbare indruk. 

Er verschijnt momenteel ontzettend veel muziek van jonge vrouwelijke singer-songwriters, maar Roufaida duikt op met een uniek eigen geluid. De Rotterdamse muzikante begint bij de indiefolk met een akoestische gitaar en een fluisterzachte stem, maar voegt al snel allerlei bijzondere en deels exotische invloeden toe aan haar songs. Ook met de akoestische gitaar en haar stem was Roufaida er waarschijnlijk wel gekomen, want ze beschikt over een hele mooie stem en vertolkt haar teksten met veel gevoel en expressie. 

Door de prachtige toevoegingen creëert de Nederlandse muzikante met Marokkaanse wortels echter muziek die zich niet of nauwelijks laat vergelijken met de muziek van anderen. Het begint met avontuurlijke ritmes, maar langzaam maar zeker voegt Roufaida ook steeds meer invloeden uit de Marokkaanse, Arabische en Berber muziek toe aan haar songs. 

Het mini-album van Roufaida trekt steeds de aandacht met bijzonder klinkende snareninstrumenten, die haar songs voorzien van een exotisch maar ook dromerig karakter, wat weer contrasteert met de bijzondere en vaak complexe ritmes, die het mini-album voorzien van veel vaart. 

Naarmate de openingstrack vordert klinkt de muziek van de Rotterdamse muzikante steeds avontuurlijker en met deze eerste track had Roufaida mij al overtuigd. Ook in de tracks die volgen speelt de Nederlands-Marokkaanse muzikante constant met bijzondere klanken en bijzondere wendingen. Het ene moment klinkt ze als een onvervalste folkie, het volgende moment sleept ze je de Marokkaanse woestijn in met klanken die je normaal gesproken niet in de folk tegen komt. 

Door haar teksten deels in het Engels en deels in het Arabisch te zingen versterkt Roufaida het gevoel van de smeltkroes die haar titelloze mini-album is. Het doet me af en toe denken aan de muziek van de briljante Naaz, maar Roufaida verwerkt op andere wijze invloeden uit de muziek die ze als kind opsnoof tijdens de lange zomervakanties in Marokko. Net als Naaz slaagt Roufaida er in om muzikale grenzen te laten vervagen en om folky songs avontuurlijk te laten klinken door er zowel exotische als experimentele invloeden aan toe te voegen. 

De Rotterdamse muzikante deed ook nog eens bijna alles zelf op haar mini-album, wat de geleverde prestatie nog wat knapper maakt. Het album, dat ook op 10-inch vinyl is verschenen, klinkt geweldig en het is ook nog eens een album waarop je na talloze keren horen nog nieuwe dingen hoort. 

Roufaida verwerkt een aantal zeer uiteenlopende invloeden en laat haar songs echt alle kanten op schieten, maar alles klinkt even mooi en consistent, wat ook de verdienste is van de geweldige zang op het album. 2023 is tot nu toe een prachtig jaar voor de Nederlandse popmuziek, maar Roufaida maakt het nog wat mooier, want wat is dit een enorm talent. Erwin Zijleman


Roufaida van Roufaida is verkrijgbaar via de Mania webshop:


25 april 2023

Esther Rose - Safe To Run

Esther Rose verbrandde de schepen achter zich en maakte een nieuwe start, wat een fris, sprankelend en kwalitatief hoogstaand album met Amerikaanse rootsmuziek en subtiele uitstapjes daarbuiten oplevert
De Amerikaanse muzikante Esther Rose maakte indruk met haar vorige album How Many Times, maar het deze week verschenen Safe To Run vind ik nog een stuk beter. Safe To Run is een persoonlijk album vol optimisme. Esther Rose vond nieuw geluk in New Mexico en heeft een aantal songs geschreven die je aangenaam omarmen. Ook Safe To Run is in de basis een rootsalbum, maar Esther Rose zoekt op subtiele wijze de grenzen van het genre op, wat een aangenaam en fris geluid oplevert. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal bijzonder lekker, maar het is ook dit keer vooral de geweldige stem van Esther Rose die de aandacht trekt. Wat een sterk album.



De naam Esther Rose deed bij mij niet direct een belletje rinkelen, terwijl ik net iets meer dan twee jaar geleden toch behoorlijk enthousiast was over haar derde album How Many Times. De Amerikaanse muzikante beschikt kennelijk over een naam die niet heel onderscheidend is en hierdoor niet goed blijft hangen, maar ze beschikt gelukkig wel over muzikale kwaliteiten die je bij blijven. 

Op How Many Times maakte de muzikante die werd geboren in Detroit, Michigan, lange tijd opereerde vanuit New Orleans, Louisiana, maar nu Taos in New Mexico als thuisbasis heeft, vooral Amerikaanse rootsmuziek, maar liet ze zich niet vastpinnen op één genre. How Many Times viel op door sterke songs en een mooie instrumentatie, maar het was vooral de stem van Esther Rose die de aandacht trok. 

Het is een stem die gemaakt is voor Amerikaanse rootsmuziek, maar het is ook een stem waar je van moet houden. Ik kan me goed voorstellen dat de stem van Esther Rose niet iedereen zal aanspreken, maar wanneer je gevoelig bent voor de vocale verleidingen van de Amerikaanse muzikante, was op How Many Times echt iedere noot raak. Het is niet anders op het deze week verschenen Safe To Run, het vierde album van Esther Rose. 

Ook Safe To Run is een album waarop invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek domineren en waarop direct vanaf de eerste noten de stem van Esther Rose centraal staat. Ik was zelf zeer gecharmeerd van de zang op haar vorige album en was ook bij eerste beluistering van Safe To Run direct onder de indruk van de vocalen. Het zijn vocalen, die, net als op How Many Times, worden gecombineerd met een veelkleurige instrumentatie, die lekker vol, maar ook ingetogen kan zijn. 

Het is een instrumentatie waarvoor Esther Rose een beroep deed op leden van de bands The Deslondes, Silver Synthetic en Hurray For The Riff Raff, die ze nog kent uit de muziekscene van New Orleans. Net als How Many Times werd ook Safe To Run geproduceerd door de van de synthpop band Video Age bekende Ross Farbe, die ook het nieuwe album van Esther Rose heeft voorzien van een smaakvol en vooral door snareninstrumenten ingekleurd rootsgeluid. 

Waar Esther Rose op How Many Times vooral binnen de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek bleef, staat Safe To Run vol met uitstapjes buiten de gebaande paden van de Amerikaanse rootsmuziek. Het zijn wel hele subtiele uitstapjes, die de songs van Esther Rose voorzien van een vleugje pop of indie, waardoor het album niet alleen in vocaal, maar ook in muzikaal opzicht zal opvallen in het aanbod van het moment. 

Ik vind Safe To Run hierdoor nog een stuk aantrekkelijker en aansprekender dan zijn voorganger. Het zijn overigens niet alleen de uitstapjes buiten de gebaande paden die Safe To Run nog interessanter maken dan het al uitstekende How Many Times, want ik vind ook het geluid op het nieuwe album mooier. Bovendien zingt Esther Rose nog wat zelfverzekerder en heeft ze een serie geweldige songs geschreven. 

Safe To Run van Esther Rose is een album dat zich direct aangenaam opdringt, maar het is ook een album dat je langzaam maar zeker steeds dierbaarder wordt. Ik ga haar naam vanaf nu echt proberen te onthouden, maar de geweldige songs op Safe To Run krijg ik met geen mogelijkheid meer uit mijn hoofd. Erwin Zijleman

De muziek van Esther Rose is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://estherrosemusic.bandcamp.com/album/safe-to-run.


Among Other Things van Bella White is verkrijgbaar via de Mania webshop:



24 april 2023

Dorthia Cottrell - Death Folk Country

De Amerikaanse muzikante Dorthia Cottrell komt na lange stilte met haar tweede soloalbum, dat net zo mooi, indringend en bezwerend blijkt als het helaas nauwelijks opgemerkte debuutalbum
Dorthia Cottrell maakt deel uit van een doom-metal band, maar heeft zelf ook andere muzikale voorkeuren. Net als op haar debuutalbum maakt ze ook op het deze week verschenen Death Folk Country geen geheim van haar liefde voor de psychedelische folkmuziek zoals deze in de late jaren 60 en vroege jaren 70 in de Verenigde Staten werd gemaakt, maar ze sleept hier ook uiteenlopende invloeden bij. De instrumentatie op het album is donker of zelfs duister, wat zorgt voor een wat beklemmende sfeer. Deze wordt verder versterkt door de mooie maar ook bezwerende zang van Dorthia Cottrell, die het niveau van haar debuutalbum weet te overtreffen op dit fraaie tweede album.



Bijna acht jaar geleden besprak ik het titelloze solodebuut van Dorthia Cottrell, die op dat moment vooral bekend was als de zangeres van de mij overigens onbekende band Windhand. Dat ik nog nooit van Windhand had gehoord was overigens niet zo gek, want de Amerikaanse band maakte muziek die in het hokje doom-metal werd geduwd en dat is geen genre dat ik regelmatig beluister. 

Dorthia Cottrell bleef op haar eerste soloalbum (gelukkig) ver verwijderd van de doom-metal en maakte muziek die afwisselend was te typeren als folk-noir, country-noir en psych-folk. Nu werden er op dat moment wel weer albums gemaakt die van deze etiketten werden voorzien, maar het album van Dorthia Cottrell wist zich makkelijk te onderscheiden door de bijzonder fraaie instrumentatie, waarin akoestische gitaren, elektrische gitaren en een pedal steel prachtig om elkaar heen draaiden, en door de mooie en bezwerende vocalen van de Amerikaanse muzikante. 

Ik heb het album in de jaren na de release niet al te vaak meer beluisterd, maar toen ik dat naar aanleiding van het verschijnen van het tweede soloalbum van Dorthia Cottrell weer eens deed, was ik direct weer onder de indruk van de schoonheid en de kracht van het album. Bijna acht jaar zijn vestreken sinds de release van het solodebuut van Dorthia Cottrell, die vast actief is geweest voor Windhand, al heeft ook die band de afgelopen vijf jaar geen nieuwe muziek meer uitgebracht. 

Met Death Folk Country is er gelukkig wel eindelijk een opvolger van het titelloze album uit 2015 en ook het tweede soloalbum van Dorthia Cottrell mag er zijn. Death Folk Country opent met een donker en duister intro, waarna in de tweede track de stem van Dorthia Cottrell invalt. Ook op haar tweede album verwerkt de Amerikaanse muzikante invloeden uit de psych-folk en zijn er flarden folk-noir en country-noir te horen, maar de songs op Death Folk Country zijn minder makkelijk in een hokje te duwen dan die op zijn voorganger. 

Dorthia Cottrell schuift op haar tweede album immers ook op richting slowcore, Americana en indierock en maakt bovendien muziek die is te omschrijven als donkere en duistere dreampop. De instrumentatie op het album is donkerder dan die op het debuutalbum en klinkt bovendien wat anders, zeker wanneer keyboards worden ingezet. oor de zang zijn er nog altijd flink wat echo’s uit de psychedelische folk uit de jaren 60 en 70 te horen, maar Dorthia Cottrell slaat dit keer makkelijker bruggen naar het heden. 

De instrumentatie en de zang maken van Death Folk Country een behoorlijk donker album en dit wordt nog versterkt door het lage tempo, de hoge mate van bezwering en de thematiek van de teksten, die ook een voorkeur hebben voor donkere en duistere thema’s. Een ding is niet veranderd sinds het debuutalbum van Dorthia Cottrell en dat is dat de Amerikaanse muzikante een album heeft gemaakt waar je aan de ene kant bang van wordt, maar dat aan de andere kant van een bijzondere schoonheid en intensiteit is. Nog meer dan op haar soloalbum heeft Dorthia Cottrell op Death Folk Country muziek vol bezwering gemaakt. Het is muziek die je langzaam maar zeker opslokt en pas weer los laat wanneer de 42 minuten muziek er op zitten. Erwin Zijleman

De muziek van Dorthia Cottrell is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://dorthiacottrell.bandcamp.com/album/death-folk-country.


Death Folk Country van Dorthia Cottrell is verkrijgbaar via de Mania webshop:



23 april 2023

Fiona Apple - When The Pawn... (1999)

Na haar exceptioneel goede debuutalbum Tidal uit 1996 kwam Fiona Apple in 1999 op de proppen met When The Pawn…, dat minder succesvol, maar zeker niet minder goed was dan haar droomdebuut
Fiona Apple heeft misschien niet veel albums op haar naam staan, maar alle albums die ze heeft gemaakt zijn exceptioneel goed. Het geldt ook voor When The Pawn.., dat ik lange tijd het minste album van de Amerikaanse muzikante vond, maar daar kom ik steeds meer op terug. When The Pawn... ligt deels in het verlengde van Tidal, maar het is ook een album waarop Fiona Apple meer het experiment opzoekt en nadrukkelijker sleutelt aan een eigen geluid. Het is een geluid dat prachtig is ingekleurd door een fraaie selectie topmuzikanten, maar met name het donkere pianogeluid en het unieke stemgeluid van Fiona Apple zijn sfeerbepalend op een album dat absoluut een waardige opvolger van Tidal is.



Fiona Apple debuteerde in de zomer van 1996 met het prachtige en indringende Tidal, dat echt geen moment klonk als een debuutalbum van een jonge vrouw van slechts 18 jaar oud. Tidal werd aan het eind van 1999 gevolgd door When The Pawn Hits The Conflicts He Thinks Like A King What He Knows Throws The Blows When He Goes To The Fight And He'll Win The Whole Thing 'fore He Enters The Ring There's No Body To Batter When Your Mind Is Your Might So When You Go Solo, You Hold You, dat al snel When The Pawn… werd genoemd. 

When The Pawn… was deels een logisch vervolg op het debuutalbum van Fiona Apple. Net als Tidal wordt het geluid op When The Pawn… voor een belangrijk deel bepaald door het zeer stemmige pianospel van de Amerikaanse muzikante, is er een opvallende rol voor keyboards en strijkers en is het drumwerk echt fantastisch. Ook op het tweede album van Fiona Album springt haar bijzondere stem echter het meest in het oor. De New Yorkse muzikante was bij de release van When The Pawn… inmiddels 22 jaar oud, maar de rauwe, intense en doorleefde zang klinkt ook op dit album weer vele jaren ouder. 

When The Pawn… werd geproduceerd door Jon Brion, die ook bijdroeg aan Tidal, en net als op haar debuutalbum werd Fiona Apple op When The Pawn… bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten, onder wie toetsenist Patrick Warren, bassist Mike Elizondo en de fantastische drummers Matt Chamberlain en Jim Keltner. Hiernaast werd het album verrijkt met een enorme batterij aan strijkers, waardoor When The Pawn… nog wat sfeervoller klinkt dan het debuutalbum van Fiona Apple. 

De Amerikaanse muzikante begon op Tidal bij de muziek van de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar zocht ook de grenzen van het genre op. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker op When The Pawn…, dat nog veel meer dan Tidal het experiment opzoekt. De muziek van Fiona Apple bleek hierdoor niet geschikt voor het brede publiek dat haar platenmaatschappij in gedachten had, maar iedereen die bestand was tegen de donkere muziek en de aardedonkere teksten van Fiona Apple, kreeg ook met When The Pawn… weer een prachtalbum in handen. 

Het album staat vol met songs die makkelijk indruk maken met sfeervolle klanken, zeker wanneer de strijkers aanzwellen, en met bijzondere maar ook wonderschone vocalen. Het zijn echter ook songs die tegen de haren in durven te strijken en die vol lagen en verrassende wendingen zitten. Die komen op When The Pawn.. onder andere van de opvallende ritmes, want wat wordt er knap gedrumd op het album. Ook de invloeden uit de jazz vallen nog meer op dan op Tidal.

Op Tidal liet Fiona Apple, met name door haar bijzondere stem, al een eigenzinnig en behoorlijk uniek eigen geluid horen, maar When The Pawn.. klinkt onmiskenbaar en ook alleen als Fiona Apple. Het album was, mede door de release aan het eind van het jaar, wat minder succesvol dan Tidal en ik vond het tot voor kort ook het minste Fiona Apple album, maar ik ben When The Pawn.., dat ik echt veel minder vaak beluister dan de andere albums van de Amerikaanse muzikante, de afgelopen weken steeds meer gaan waarderen en vind het album inmiddels net zo mooi en indrukwekkend als de andere albums in het kleine maar o zo bijzondere oeuvre van Fiona Apple. Erwin Zijleman


When The Pawn... van Fiona Apple is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Bella White - Among Other Things

De Canadese muzikante Bella White schaart zich met haar tweede album Among Other Things in één klap onder de grote talenten en onder de beste zangeressen binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment
Ik vond het debuut van de Canadese muzikante Bella White bij recenter beluistering een stuk beter dan bij de release bijna drie jaar geleden, maar haar deze week verschenen tweede album Among Other Things is nog een stuk beter. Dat Bella White een aantal topmuzikanten en de geweldige producer Jonathan Wilson heeft weten te strikken heeft zeker geholpen, maar de pas 22 jaar oude Canadese muzikante maakt zelf de meeste indruk. Dat doet ze met aansprekende songs, die zich niet in één hokje laten duwen, maar dat doet ze vooral met haar geweldige stem, die ouder klinkt dan de 22 jaar die Bella White oud is. Het levert een indrukwekkend album op dat binnen de Amerikaanse rootsmuziek met de besten mee kan.



In de herfst van 2020 verscheen Just Like Leaving, het debuutalbum van de Canadese muzikante Bella White. Zeker bij eerste beluisteringen vond ik het album, dat vooral putte uit de archieven van de bluegrass en de Appalachen folk, net wat te traditioneel klinken, waardoor ik het album liet liggen. Toen ik het album er deze week weer eens bij pakte was ik echter toch wel onder de indruk van het album en vooral van de mooie en karakteristieke stem van Bella White. Het feit dat de Canadese muzikante pas 19 jaar oud was toen ze haar debuutalbum maakte, gaf Just Like Leaving nog wat meer glans. 

Ik zocht het debuutalbum van Bella White op vanwege het verschijnen van haar tweede album, Among Other Things. Het is een album dat wat anders klinkt dan haar debuutalbum. Ook Among Other Things is een bij vlagen behoorlijk traditioneel klinkend album, maar invloeden uit de Appalachen folk en de bluegrass hebben wat aan terrein verloren, terwijl invloeden uit de folk en de country een belangrijkere rol spelen. Hier blijft het zeker niet bij, want het tweede album van Bella White biedt ruimte aan uiteenlopende invloeden. 

Ik vind Among Other Things in muzikaal opzicht een stuk interessanter dan het debuutalbum van Bella White. Het is deels de verdienste van de muzikanten die op het album zijn te horen, onder wie Big Thief gitarist Buck Meek, die tekent voor fraai elektrisch gitaarspel, Hammond orgel virtuoos Drew Erickson en violist Patrick M'gonigle. Ook topproducer Jonathan Wilson nam een aantal instrumenten voor zijn rekening, maar hij zorgde er vooral voor dat Among Other Things echt geweldig klinkt. 

De instrumentatie op het tweede album van Bella White is niet alleen heel smaakvol, maar staat op fraaie wijze in dienst van haar stem. De jonge Canadese muzikante maakte op haar debuutalbum al heel veel indruk met haar stem, maar op Among Other Things klinkt haar stem nog wat indrukwekkender. Voor een muzikante van pas 22 jaar zingt Bella White met heel veel gevoel en doorleving, maar ze beschikt ook over een stem, die mede dankzij de fraaie snik, gemaakt is voor de vaak door country beïnvloede muziek die ze maakt op haar tweede album. 

Bij beluistering van het debuutalbum van Bella White werd ik kennelijk niet direct gegrepen door de stem van de Canadese muzikante, maar Among Other Things was onmiddellijk goed voor kippenvel en hoe vaker ik naar het album luister hoe meer ik onder de indruk ben van de zang van Bella White, die de songs op haar nieuwe album flink optilt. Ook het akoestische gitaarspel van Bella White is overigens prachtig.

Gezien de muzikanten die kwam opdraven voor het album en het kunnen strikken van topproducer Jonathan Wilson, heeft de platenmaatschappij van Bella White veel vertrouwen in de muzikale toekomst van de Canadese muzikante en gelijk hebben ze. Bella White laat op haar tweede album horen dat ze beschikt over een van de mooiere stemmen in het genre en laat bovendien horen dat de muzikale koerswijziging op het album goed heeft uitgepakt. 

Ook de songs op het tweede album zijn overigens beter en aansprekender dan die op zijn voorganger, waardoor het absoluut opportuun is om Bella White uit te roepen tot een van de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment, al vind ik persoonlijk dat ze de belofte met het ijzersterke Among Other Things al lang voorbij is. Erwin Zijleman

De muziek van Bella White is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://bellawhitemusic.bandcamp.com/album/among-other-things.


Among Other Things van Bella White is verkrijgbaar via de Mania webshop: