31 juli 2018

Er was een tijd dat dit zeldzaam was .....

Er was een tijd dat live-materiaal betrekkelijk zeldzaam was. Buiten het reguliere live-album, waar toen nog echt naar uit werd gekeken en dat vaak de kroon op een oeuvre was, zeker voor een rockband, kon de echte fan nog wat bootlegs op de kop tikken, maar dat was het dan wel zo ongeveer.

Met de komst van de videoband groeide het aanbod aan live registraties en dit nam verder toe met de komst van de DVD. Deze live registraties waren meestal prijzig en wisten de sfeer van een live-optreden maar zelden te vangen, mede omdat er eindeloos aan werd gesleuteld en veel muzikanten bovendien de ambitie hadden om er een soort speelfilm van te maken.

Tegenwoordig is alles anders. Voor je naar een concert gaat kun je de registraties van eerdere concerten van de tour bekijken op YouTube zodat je weet wat je kunt verwachten (zeker omdat veel bands niet erg variëren in hun setlist) en voordat je thuis bent is het concert dat je net heb bezocht al online beschikbaar.

Ik kijk meestal vluchtig naar dit soort live-materiaal dat soms van zeer gebrekkige kwaliteit is, maar dat minstens even vaak bestaat uit hoogwaardig beeld en geluid.Er zijn echter ook online beschikbare live-registraties die ik heel vaak bekijk.

Met afstand mijn meest bekeken live-registratie is die van het concert dat Jewel gaf tijdens het Woodstock festival dat in 1999 werd georganiseerd. Jewel was destijds een van mijn favoriete singer-songwriters en had net de stap gemaakt van de kleine clubs naar de grote zalen. Ik had haar een paar jaar eerder in Paradiso gezien en toen was ze nog behoorlijk schuchter. Het is een flink contrast met de live-set tijdens het Woodstock festival. Jewel is ontspannen, speelt losjes en maakt een gelouterde indruk.

De live-set is een mooie dwarsdoorsnede van het oeuvre dat ze op dat moment had opgebouwd en omdat Jewel met een band speelt klinkt het allemaal net wat steviger dan op de plaat. Het is een prima band trouwens die Jewel begeleidt op het Woodstock festival, met een glansrol voor meesterdrummer Brady Blade, die uit principe geen standaard maat slaat. 

Als ik zin heb in de muziek van Jewel kies ik meestal voor een van haar eerste platen, maar met grote regelmatig zet ik ook deze knappe live-set op. De beelden komen van een Amerikaans tv-station, dus het klinkt allemaal prachtig en ziet er fraai uit.















Heel af en toe kunnen ook kwalitatief zeer gebrekkige opnamen waardevol zijn. Ik kijk ook met grote regelmaat naar de instore die Fiona Apple gaf in Tower Records, Los Angeles, bij de release van haar album Extraordinary Machine. Hopeloos gefilmd met steeds een arm storend in beeld en voorzien van gebrekkig geluid, maar wat is het bijzonder om Fiona Apple, niet bepaald een podiumdier, in zo'n intieme setting aan het werk te zien. Prachtig ook om te zien hoe ze vecht tegen haar zenuwen en andere demonen, maar het langzaam maar zeker meer naar haar zin krijgt. Het levert een bijzondere live-set op, die geen enkele fan van het werk van Fiona Apple mag missen. Erwin Zijleman




30 juli 2018

Best of 2018 ... so far ... Juni


De zomervakantie komt er weer aan. Dat betekent niet alleen dat er veel minder interessante nieuwe releases verschijnen dan in de rest van het jaar, maar het betekent ook dat veel lezers van deze BLOG elders verblijven en alle informatiestromen even laten voor wat ze zijn.

Over het algemeen overbrug ik de vakantieperiode (en de muzikale komkommertijd) door uitgebreid terug te blikken en een flinke stapel recensies van mijn favoriete platen van de eerste helft van het jaar nog eens te herhalen.


Dit jaar doe ik het anders. De komende weken post ik wat minder dan gebruikelijk en kies ik bovendien voor wat andere vormen. Ik sta stil bij een aantal klassiekers uit mijn platenkast, bespreek het incidentele meesterwerk dat wel midden in de zomer verschijnt en mogelijk volgen er nog wat andere beschouwingen.


Toch wil ik ook terugblikken op de eerste helft van 2018, zij het selectief, al is het maar omdat 2018 tot dusver een prima muziekjaar is. 


Wat viel me op in de eerste zes maanden van het jaar? Vandaag:


Juni


Juni ligt nog maar net achter ons en het is dan ook veel te vroeg om terug te kijken en de smaakmakers er uit te pikken. In juni doet de muziekindustrie meestal al een stapje terug, maar dit jaar was daar geen sprake van. Het is waarschijnlijk de maand met de meeste aansprekende releases van 2018, waardoor ik waarschijnlijk nog wel wat platen tekort doe met de onderstaande selectie.

Een plaat die niet mag 
ontbreken in de selectie van de in juni verschenen platen is het debuut van de Nederlandse band HOWRAH. HOWRAH begint op haar debuut bij de groots klinkende postpunk, maar sleept er vervolgens uiteenlopende gitaarinvloeden bij. Het levert een gitaarplaat op die de concurrentie met de nationale en internationale concurrentie met speels gemak aan kan.
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/06/howrah-self-serving-strategies.html

Jazz is normaal gesproken niet echt mijn ding, maar ik ben compleet verslingerd geraakt aan de muziek van Kamasi Washington. De Amerikaanse jazzmuzikant neemt de tijd voor zijn muziek, waardoor je ruim drie uur kunt gaan zitten voor de plaat, maar wat valt er veel te genieten en wat sleept Kamasi Washington er veel invloeden bij. Jazz is niet mijn ding, maar deze plaat is geweldig en wordt alleen maar beter.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/06/kamasi-washington-heaven-and-earth_24.html

Op basis  van de hoes van de plaat verwacht je van alles, maar niet de fascinerende mix van garagerock, psychedelische rock, Westcoast pop en dreampop, die vervolgens ruimhartig wordt overgoten met een heerlijke dosis Surf en geweldige koortjes. Je ziet ze zo in een David Lynch film opduiken, maar wat zijn de popliedjes van La Luz ook goed, nee volstrekt onweerstaanbaar.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/06/la-luz-floating-features.html

De uit Parijs afkomstige band Melody's Echo Chamber maakte een paar jaar geleden een geweldige plaat met vooral neo-psychedelische klanken. Door omstandigheden lag de band een tijd stil, maar de verloren tijd wordt meer dan volledig ingehaald op de nieuwe plaat, waarop de Franse band alle kanten op schiet en zangeres Melody Prochet meedogenloos verleidt. Voor mij de spannendste plaat van 2018 tot dusver.
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/06/melodys-echo-chamber-bon-voyage.html

De New Yorkse band Beechwood leverde nauwelijks een paar maanden geleden een hele aardige plaat af waarop de band de geschiedenis van de New Yorkse rockmuziek eerde. Het was niet meer dan een voorstudie van de nieuwe plaat van de band, waarbij de New Yorkse stadsgrenzen aan alle kanten worden gepasseerd en Beechwood aan de haal gaat met een breed palet aan invloeden, steeds verpakt in geweldige songs. Zwaar onderschatte plaat.
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/06/beechwood-inside-flesh-hotel.html

29 juli 2018

In het koffertje voor het onbewoonde eiland .....


Het is een hypothetische vraag, maar wel een hypothetische vraag die veel muziekliefhebbers zichzelf met enige regelmaat stellen (ik in ieder geval wel). Stel dat je wordt verbannen naar een onbewoond eiland en slechts tien platen mee mag nemen, welke platen komen dan terecht in het koffertje? 

In mijn geval zal het een koffertje zijn dat regelmatig van samenstelling wisselt, maar Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo van Aimee Mann zal er bijna altijd in zitten. 

Aimee Mann was halverwege de jaren 80 het boegbeeld van de band ‘Til Tuesday. De band werd stevig gepromoot door het net gelanceerde MTV en leek uit te groeien tot een grote band, maar ondanks zeer positieve recensies en een aantal beroemde fans (onder wie Elvis Costello) bleef de grote doorbraak uit. De band viel vervolgens uit elkaar nadat de relatie van Aimee Mann op de klippen was gelopen. 

De talentvolle jonge singer-songwriter uit  Boston, Massachusetts, wilde direct aan een solocarrière beginnen, maar door een conflict met haar platenmaatschappij verscheen de eerste soloplaat van Aimee Mann pas in 1993. Whatever voldeed volledig aan de hoge verwachtingen van de critici en de fans, maar de verkoop van de plaat viel tegen. Toen het in 1996 verschenen I’m With Stupid niet alleen in commercieel opzicht, maar ook artistiek gezien tegenviel, had de platenmaatschappij het vertrouwen in Aimee Mann verloren en leek een nieuwe plaat heel ver weg. 

Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo bleef hierdoor op de plank liggen en kwam alleen van die plank af door het succes van de prachtfilm Magnolia van Paul Thomas Anderson, waaraan Aimee Mann een aantal songs bijdroeg. Het leverde haar zelfs een Oscar nominatie op, maar belangrijker was dat de plaat die ze met zoveel liefde had gemaakt in de lente van 2000 dan eindelijk verscheen. 

Ik had zelf jaren uitgekeken naar de plaat en had onrealistisch hoge verwachtingen, maar Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo overtrof zelfs mijn stoutste verwachtingen. Alle belofte die Aimee Mann op dat moment al ruim 15 jaar omringde kwam er in één keer uit. 

Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo was en is een serie nagenoeg perfecte popsongs. Het zijn songs die prachtig zijn ingekleurd door een team van producers (onder wie Brendan O'Brien en supertalent Jon Brion) en een hele waslijst met gastmuzikanten met aansprekende namen als Michael Penn, Benmont Tench, Patrick Warren, Juliana Hatfield, Grant-Lee Phillips en de al eerder genoemde Jon Brion. 

Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo heeft een prachtig vol geluid, maar het is ook een intiem geluid waarin de mooie en bijzondere stem van Aimee Mann op de voorgrond kan treden. 

Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo was uiteraard mijn favoriete plaat van het jaar 2000, maar is ook mijn favoriete plaat van het huidige millennium. Het is een plaat die ik waarschijnlijk al honderden keren heb gehoord, maar iedere keer dat ik naar de plaat luister ben ik weer onder de indruk van de prachtige songs op de plaat, van de geweldige instrumentatie en productie en van de bijzondere stem van Aimee Mann. 

Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo zorgde voor een succesvolle herstart van de solocarrière van Aimee Mann en deze duurt gelukkig tot op de dag van vandaag voort. Het heeft een indrukwekkende stapel prachtplaten opgeleverd, met vorig jaar nog de jaarlijstjesplaat Mental Illness, maar Bachelor No. 2 Or, The Last Remains Of The Dodo blijft voor mij met afstand de mooiste en is er onbetwist een voor het platenkoffertje dat in geval van verbanning naar een onbewoond eiland gelukkig mee mag. Erwin Zijleman



 

28 juli 2018

Peter Holsapple - Game Day

Peter Holsapple heeft zijn sporen in de popmuziek inmiddels ruimschoots verdiend. De Amerikaanse muzikant, die opgroeide in de muziekscene van Winston-Salem, North Carolina, speelde in de jaren 70 in een aantal bands, maar trok pas serieus de aandacht toen hij in 1978 opdook in de band The dB’s. 

De band uit New York, met ook Chris Stamey in de gelederen, leverde in 1981 met Stands For Decibels een geweldig debuut af. Het is een debuut dat inmiddels terecht is uitgegroeid tot een klassieker, maar in de vroege jaren 80 trok de muziek van The dB’s helaas niet de aandacht die de band verdiende. 

Na een aantal door de critici goed ontvangen, maar in commercieel opzicht teleurstellende platen, viel het doek voor de band, die met een beetje meer geluk was uitgegroeid tot een hele grote en invloedrijke band. Peter Holsapple speelde sindsdien onder andere bij R.E.M., The Bangles en Hootie & The Blowfish, maakte twee uitstekende platen met Chris Stamey, formeerde de gelegenheidsband The Continental Drifters (ook goed voor drie prima platen) en dook ook nog een keer op met The dB’s (wat vooral een zeer geslaagde tour opleverde). 

Voor een muzikant die al zo lang meedraait in de muziek zou je ook een respectabel aantal soloplaten verwachten, maar tot voor kort maakte Peter Holsapple er slechts één (en het uit 1997 stammende debuut is een behoorlijk obscure plaat). Ik weet niet wat Peter Holsapple de afgelopen jaren heeft gedaan, maar uit het niets is er een nieuwe soloplaat van de Amerikaan verschenen. En wat is het een goede en lekkere soloplaat geworden. 

Peter Holsapple hoeft niets meer te bewijzen en heeft waarschijnlijk ook niet meer de ambitie om wereldberoemd te worden Hij kan dus de muziek maken die hij wil maken en dat is op Game Day wat rauwere muziek dan ik van de Amerikaan gewend ben. Game Day is een plaat zonder pretenties en zonder poespas. Samen met een aantal bevriende muzikanten maakt Peter Holsapple muziek en het is muziek die zich heeft laten inspireren door alles waar de Amerikaanse muzikant de afgelopen decennia mee in aanraking kwam, met flink wat stappen richting de jaren 60. 

Peter Holsapple was in het verleden goed voor memorabele popliedjes en ook op Game Day komen er flink wat uit de hoge hoed. Het zijn zoals gezegd popliedjes die alle kanten op springen. In een aantal songs grijpt Peter Holsapple terug op de power pop van The dB’s, maar de Amerikaan kan ook uit de voeten met rauwe rock, met bluesy songs of met songs die in het brede hokje van de Americana passen. 

Alles knalt met veel energie uit de speakers en het plezier spat ervan af. Direct bij eerste beluistering klinkt het bijzonder lekker, maar hoe vaker je de songs op Game Day hoort hoe leuker en hoe onweerstaanbaarder de soloplaat van Peter Holsapple wordt en uiteindelijk schaart de plaat zich makkelijk onder de leukere gitaarplaten van het moment. De naam Peter Holsapple was voor mij tot voor kort een naam uit een ver (The dB’s) of net wat minder ver (The Continental Drifters, Stamey/Holsapple) verleden, maar dankzij Game Day doet de Amerikaan weer mee met de smaakmakers van het moment. Erwin Zijleman



 

Best of 2018 ... so far ... Mei


De zomervakantie komt er weer aan. Dat betekent niet alleen dat er veel minder interessante nieuwe releases verschijnen dan in de rest van het jaar, maar het betekent ook dat veel lezers van deze BLOG elders verblijven en alle informatiestromen even laten voor wat ze zijn.

Over het algemeen overbrug ik de vakantieperiode (en de muzikale komkommertijd) door uitgebreid terug te blikken en een flinke stapel recensies van mijn favoriete platen van de eerste helft van het jaar nog eens te herhalen.


Dit jaar doe ik het anders. De komende weken post ik wat minder dan gebruikelijk en kies ik bovendien voor wat andere vormen. Ik sta stil bij een aantal klassiekers uit mijn platenkast, bespreek het incidentele meesterwerk dat wel midden in de zomer verschijnt en mogelijk volgen er nog wat andere beschouwingen.


Toch wil ik ook terugblikken op de eerste helft van 2018, zij het selectief, al is het maar omdat 2018 tot dusver een prima muziekjaar is.


Wat viel me op in de eerste zes maanden van het jaar? Vandaag:


Mei


Ook mei was een prima muziekmaand. Natuurlijk doken er een aantal grote namen op met hun langverwachte nieuwe plaat, maar mei was ook de maand van de verrassingen en van persoonlijke favorieten die bijna uit het niets opdoken met een nieuwe plaat.

Naar 7 van Beach House heb ik een hele tijd uitgekeken waardoor de verwachtingen onrealistisch hoog waren. Desondanks heeft 7 mijn verwachtingen overtroffen. De nieuwe Beach House maakte direct diepe indruk en is sindsdien eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Net wat minder zweverig en daarom verrassend trefzeker, maar gelukkig zijn de uit duizenden herkenbare nevelwolken nooit echt ver weg.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/05/beach-house-7.html

En opeens lag er weer een nieuwe plaat van Matt Costa. De Amerikaanse muzikant is qua naam en faam wat achtergebleven bij de muzikanten met wie hij een jaar of tien geleden opdook, maar ik heb een enorm zwak voor de songs van de man. Het zijn songs die op zijn nieuwe plaat zijn voorzien van nog net wat meer diepgang, maar gelukkig maakt Matt Costa ook nog altijd songs die de zon uitbundig laten schijnen. 

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/05/matt-costa-santa-rosa-fangs.html

Een van de grote verassingen van de laatste tijd is de Britse band The Equatorial Group. Min of meer bij toeval luisterde ik naar hun tweede plaat en ik was na een paar noten verkocht. Er staat inderdaad Britse band, maar de muziek  van de band klinkt vooral Amerikaans en heeft af en toe wel wat van de Cowboy Junkies, al zijn de Britten ook niet vies van Fleetwood Mac achtige pop. Heerlijke plaat.
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/05/the-equatorial-group-apricity.html

Wussy is inmiddels al vele jaren mijn favoriete onbekende band. De Amerikaanse band heeft inmiddels een bescheiden stapeltje prachtplaten op haar naam staan en ze duiken allemaal op in mijn jaarlijstjes. Ook de gitaarpop op de nieuwe plaat van de band is weer van een bijzonder hoog niveau en verdient een breed publiek. Aan mij zal het niet liggen.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/05/wussy-what-heaven-is-like.html

Nog een verrassing: Jess Williamson. De Amerikaanse singer-songwriter slaat met haar muziek een brug tussen onder andere Amerikaanse rootsmuziek, psychedelische rockmuziek uit de jaren 60, Westcoast pop uit de jaren 70 en de muziek die in de tweede helft van de jaren 70 in New York werd gemaakt. Het klinkt zo af en toe als de plaat die Patti Smith nooit heeft gemaakt en die ik stiekem best had willen horen.
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/05/jess-williamson-cosmic-wink.html

27 juli 2018

Naaz - Bits Of Naaz

Of het helemaal waar is weet ik niet, maar het verhaal is echt veel te mooi om te negeren. Volgens dit verhaal ontvluchtten de Koerdische ouders van Naaz Irak in de eerste Golfoorlog (1990-1991) en kwamen ze terecht in Nederland. 

Naaz groeide op in Rotterdam, had door pesterijen een moeilijke jeugd en werd door haar ouders streng en beschermend opgevoegd. Haar wens om muziek te maken werd onderdrukt tot het gezin betrokken raakte bij een ernstig auto-ongeluk (dat overigens goed afliep) en haar ouders beseften hoe tijdelijk het leven kan zijn. Naaz mocht alsnog uiting geven aan haar passie voor muziek en timmert sindsdien stevig aan de weg. 

Bits of Naaz heet haar eerste EP en het is een EP die overloopt van het talent. Ik laat EP’s meestal links liggen op deze BLOG, maar de eerste plaat van Naaz is voor mij veel te bijzonder om te laten liggen. Bits Of Naaz bevat acht songs en bijna een half uur muziek. In de acht songs komen flarden uit de dagboeken van Naaz voorbij, waardoor haar eerste EP een persoonlijke plaat is geworden. 

De popliedjes van Naaz zijn opvallend kort. Alle songs op de plaat klokken tussen de twee en de drie minuten en worden gedragen door de bijzondere zanglijnen van de jonge Rotterdamse muzikante. Het zijn zanglijnen die aan de ene kant geworteld zijn in de R&B, maar Naaz raakt met haar zanglijnen ook aan een eigenzinnige popprinses als Lorde. 

Het knappe van Bits of Naaz is dat de songs op de plaat bijzonder aanstekelijk en hitgevoelig klinken, maar dat ze ook vol zitten met avontuur. Dat avontuur hoor je volop in de zang van Naaz die haar songs steeds weer andere wendingen geeft en de songs vol stopt met verassende vocale wendingen. Hetzelfde geldt voor de instrumentatie, die lijkt te bestaan uit allemaal kleine onderdeeltjes en geluidjes die samen een bijzonder en spannend totaalgeluid opleveren. 

De popliedjes van Naaz zijn zoals gezegd kort, maar Bits Of Naaz is vreemd genoeg geen fragmentarische plaat. Het geluid van Naaz is divers, maar ook zeer consistent, waardoor Bits Of Naaz ook te beluisteren is als een lange track die bestaat uit een aantal delen. 

Als ik luister naar het debuut van Naaz, die inmiddels 20 jaar oud is, hoor ik een plaat die overloopt van het talent en de belofte, maar ik hoor ook nog heel veel groeipotentieel. In de instrumentatie op de plaat zitten talloze mooie accenten die best wat langer mogen worden aangehouden en verder mogen worden uitgewerkt en hetzelfde geldt voor de songs die veel langer kunnen boeien dan de ruime twee minuten die ze nu krijgen. Aan de andere kant geeft het springerige karakter van de songs van Naaz haar debuut ook een bepaalde charme. 

Het is een charme die de afgelopen jaren al uitvoerig is bejubeld, maar wat mij betreft maakt Naaz het nu pas echt waar met deze uitstekende EP. Van mij mag het debuutalbum nu ook snel komen. Erwin Zijleman



 

26 juli 2018

Best of 2018 ... so far ... April


De zomervakantie komt er weer aan. Dat betekent niet alleen dat er veel minder interessante nieuwe releases verschijnen dan in de rest van het jaar, maar het betekent ook dat veel lezers van deze BLOG elders verblijven en alle informatiestromen even laten voor wat ze zijn.

Over het algemeen overbrug ik de vakantieperiode (en de muzikale komkommertijd) door uitgebreid terug te blikken en een flinke stapel recensies van mijn favoriete platen van de eerste helft van het jaar nog eens te herhalen.


Dit jaar doe ik het anders. De komende weken post ik wat minder dan gebruikelijk en kies ik bovendien voor wat andere vormen. Ik sta stil bij een aantal klassiekers uit mijn platenkast, bespreek het incidentele meesterwerk dat wel midden in de zomer verschijnt en mogelijk volgen er nog wat andere beschouwingen.


Toch wil ik ook terugblikken op de eerste helft van 2018, zij het selectief, al is het maar omdat 2018 tot dusver een prima muziekjaar is. 


Wat viel me op in de eerste zes maanden van het jaar? Vandaag:


April


April was de maand van de vrouwelijke singer-songwriters. De een na de ander dook op en de ene plaat was nog onweerstaanbaarder dan de ander. Sindsdien is de een wat meer gegroeid dan de ander en daarom zou ik er nu deels andere platen uit pikken dan in april. Geen idee hoe dit in december zal zijn.

Sarah Shook is geen katje om zonder handschoenen aan te pakken en is hiermee ver verwijderd van alle countrypopzangeressen die momenteel aan de weg timmeren. Met haar band The Disarmers moet ze niets hebben van pop, maar kiest ze voor rauwe country met invloeden uit de rock 'n roll en de honk tonk. Live moet het een sensatie zijn, maar ook de plaat wordt steeds beter.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/04/sarah-shook-disarmers-years.html

Caitlin Canty leverde al een jaarlijstjes plaat af, maar van een echte doorbraak kwam het nog niet. Ook Motel Bouqet heeft hier nog niet voor gezorgd, terwijl het wel degelijk een van de betere rootsplaten van 2018 is. Het is een plaat waarop prima muzikanten excelleren, maar Caitlin Canty de show steelt met haar geweldige stem. Snel omarmen deze geweldige muzikante. 

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/04/caitlin-canty-motel-bouquet.html

Ashley McBryde viel in april bijna buiten de boot vanwege het enorme aanbod, maar wat ben ik blij dat ik deze klasse plaat heb opgepikt. De Amerikaanse singer-songwriter kan stevig rocken, maar kiest op haar debuut toch vooral voor ingetogen countrysongs vol gevoel. Op het eerste gehoor niet heel opzienbarend, maar wat is dit een groeiplaat.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/04/ashley-mcbryde-girl-going-nowhere.html

Pearl Charles verraste ooit met een EP vol psychedelische 60s pop, maar koos uiteindelijk voor de countrypop. Op haar debuut neemt ze bovendien de afslag richting pop met wat invloeden uit de Westcoast pop. Het levert een hele aangename en zonnige plaat op, die ik in eerste instantie heb omarmd als 'guilty pleasure', maar uiteindelijk toch veel meer is dan dat.
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/04/pearl-charles-sleepless-dreamer.html

De vrouwen domineerden in april, maar deze twee heren redden de eer met een plaat die zo lijkt weggelopen uit de jaren 70. Het klinkt als een mix van Chicago, The Doobie Brothers, Kenny Loggins & Jim Messina, America, de Bee Gees, The Eagles, Boz Scaggs, Steely Dan en zeker ook Hall & Oates en het is echt onweerstaanbaar lekker. Ook begonnen als 'guilty pleasure', maar inmiddels zeker een jaarlijstjeskandidaat.
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/04/young-gun-silver-fox-am-waves.html

25 juli 2018

Mikaela Davis - Delivery

Mikaela Davis begon op jonge leeftijd met het bespelen van de harp, maar combineerde haar liefde voor dit instrument en de klassieke muziek met het schrijven van haar eigen songs. 

Op YouTube zijn een aantal filmpjes te vinden waarop de jonge singer-songwriter uit Rochester, New York, met haar harp songs van onder andere Elliott Smith vertolkt (absoluut een aanrader trouwens), maar op haar debuut speelt het instrument in eerste instantie geen rol van betekenis. 

De openingstrack van Delivery laat een broeierig geluid horen waarin de gitaren soms stevig en gruizig zijn en de klanken van de piano opvallend zwaar zijn aangezet. Het is een openingstrack die naar meer smaakt, al is het maar omdat Mikaela Davis is voorzien van een bijzonder en wat mij betreft aangenaam stemgeluid. 

Mikaela Davis smeedt op haar debuut op verrassende wijze meerdere invloeden aan elkaar en schakelt soepel tussen folk, pop, rock en funk. Ook wanneer in de derde track de harp voor het eerst dominant opduikt, weet de Amerikaanse singer-songwriter haar bijzondere geluid te behouden door de serene klanken van de harp af te wisselen met gruizige gitaren. 

Op Delivery werkt de jonge singer-songwriter met de ritmesectie van haar eigen band en wordt ze in twee tracks bijgestaan door The Staves, die zorgen voor fraaie harmonieën. Het levert een bijzonder klinkend geluid op, dat op subtiele wijze laveert tussen de sound van de jaren 70 en de eigentijdse popmuziek. Het is een geluid dat haar eigenzinnigheid voor een deel ontleend aan de niet heel erg gangbare harp, die gelukkig niet al te zoetsappig klinkt, maar ook de bijzondere productie draagt nadrukkelijk bij aan het fraaie eindresultaat. 

Je hoort onmiddellijk dat er een producer van naam en faam heeft plaatsgenomen achter de knoppen en dit blijkt de onder andere van St. Vincent, Angel Olsen en David Byrne bekende John Congleton. De Amerikaanse topproducer heeft het debuut van Mikaela Davis voorzien van een geluid waarin ze alle kanten op kan. 

Een aantal tracks op de plaat passen met enige fantasie in het hokje rootsmuziek, maar ook de hokjes pop en rock moeten voor het debuut van Mikaele Davis worden geopend. Ik kan me voorstellen dat haar meisjesachtige stem gemengde reacties zal oproepen, maar persoonlijk ben ik zeer gecharmeerd van de vocalen op Delivery. Het zijn vocalen die aan kracht winnen wanneer je de plaat vaker hoort en die het debuut van Mikaela Davis, net als het instrumentarium op de plaat en de productie van de plaat, voorzien van meerdere kleuren. 

Het valt niet mee om de muziek van Mikaela Davis te vergelijken met de muziek van anderen (ik hoor misschien nog wel het meest van Til Tuesday; de eerste band van Aimee Mann en hiernaast wat van Natalie Prass) en het is nog lastiger om de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter in een hokje te duwen, maar ook dit draagt alleen maar bij aan de charme van dit debuut. 

Een plaat midden in de zomer uitbrengen is vanuit strategisch oogpunt waarschijnlijk niet heel handig, maar het debuut van Mikaela Davis verdient het absoluut om te worden opgepikt. Mijn heeft ze in ieder geval te pakken. Erwin Zijleman



 

24 juli 2018

Best of 2018 ... so far ... Maart


De zomervakantie komt er weer aan. Dat betekent niet alleen dat er veel minder interessante nieuwe releases verschijnen dan in de rest van het jaar, maar het betekent ook dat veel lezers van deze BLOG elders verblijven en alle informatiestromen even laten voor wat ze zijn.

Over het algemeen overbrug ik de vakantieperiode (en de muzikale komkommertijd) door uitgebreid terug te blikken en een flinke stapel recensies van mijn favoriete platen van de eerste helft van het jaar nog eens te herhalen.


Dit jaar doe ik het anders. De komende weken post ik wat minder dan gebruikelijk en kies ik bovendien voor wat andere vormen. Ik sta stil bij een aantal klassiekers uit mijn platenkast, bespreek het incidentele meesterwerk dat wel midden in de zomer verschijnt en mogelijk volgen er nog wat andere beschouwingen.


Toch wil ik ook terugblikken op de eerste helft van 2018, zij het selectief, al is het maar omdat 2018 tot dusver een prima muziekjaar is. 


Wat viel me op in de eerste zes maanden van het jaar? Vandaag:


Maart


Maart was een hele mooie muziekmaand en de eerste maand waarin ik echt moest wikken en wegen om tot vijf hoogtepunten te komen. Deels dagkoersen, maar ook een paar platen die hoog gaan eindigen in mijn jaarlijstje.

Dat gaat zeker gelden voor Golden Hour van Kacey Musgraves. De afgelopen jaren heb ik een enorm zwak gekregen voor de zwoele countrypop van de Amerikaanse muzikante en dat zwak is met haar nieuwe plaat alleen maar groter geworden. Golden Hour kreeg veel kritiek vanwege minder country en meer pop, maar ik vind het prachtig. Voor mij voorlopig de plaat van 2018.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/03/kacey-musgraves-golden-hour.html

Buffalo Tom is geen nieuwe liefde maar een oude. De band gaf kleur aan de gitaarmuziek in de jaren 90 en verdween hierna voor mij uit beeld. De hernieuwde kennismaking was natuurlijk goed voor mooie herinneringen, maar Buffalo Tom is ook in 2018 nog een band die er toe doet. 
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/03/buffalo-tom-quiet-and-peace.html

Kesia Nagata doet alles zelf vanuit een uithoek in Canada. Dan moet je een beetje geluk hebben wanneer je een plaat uitbrengt, maar aan de andere kant komt kwaliteit uiteindelijk wel boven drijven. Het debuut van de Canadese singer-songwriter loopt over van kwaliteit en intimiteit. Voor mij een van de verrassingen van 2018 tot dusver.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/03/kesia-nagata-looking-for-horses.html

Een andere grote verrassing is Lucy Dacus. Natuurlijk was haar debuut al zeer veelebelovend, maar op haar tweede plaat is de ze belofte voorbij. Lucy Dacus imponeert met geweldige popliedjes en combineert dit met flink wat eigenzinnigheid, waardoor haar songs altijd een net wat andere kant op gaan dan je had verwacht.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/03/lucy-dacus-historian.html

Ook David Kitt is een oude bekende. Aan het begin van het nieuwe millennium verraste hij een paar keer met de combinatie van lome folky songs en spannende elektronica en dat is precies hetgeen dat David Kitt op zijn nieuwe plaat doet. Het trucje is misschien bekend, maar ook de nieuwe plaat van de Ier sprankelt continu en vermaakt meedogenloos.
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/03/david-kitt-yous.html

23 juli 2018

Jimmy LaFave - Peace Town

De Amerikaanse singer-songwriter Jimmy LaFave verloor iets meer dan een jaar geleden de strijd tegen een zeer agressieve vorm van kanker. Jimmy LaFave bleef tot vlak voor zijn dood optreden en muziek opnemen, maar voor een laatste studioalbum bleek de tijd die hij nog kreeg helaas te kort.

Jimmy LaFave werkte echter al wel een tijdje aan een project waarin hij 100 door hem gekoesterde songs opnieuw wilde opnemen. De singer-songwriter uit Austin, Texas, verloor de strijd tegen zijn ziekte helaas sneller dan verwacht, waardoor het ambitieuze project niet kon worden afgerond. Peace Town is verschenen op de volgende verjaardag die Jimmy LaFave niet meer kon vieren en bevat 20 songs uit dit project; nog altijd een respectabel aantal. 

Het zijn songs die goed laten horen door welke muzikanten Jimmy LaFave zich tijdens zijn muzikale leven heeft laten beïnvloeden. Peace Town bevat songs van onder andere Chuck Berry, Pete Townshend, J.J. Cale, Leon Russell, The Band en natuurlijk Bob Dylan, de muzikale held van Jimmy LaFave. Hiernaast nam de Amerikaanse muzikant een aantal van zijn eigen songs opnieuw op en schreef hij een aantal songs bij de teksten van de door hem zeer bewonderde Woody Guthrie. 

Het levert ruim anderhalf uur muziek op en het is muziek vol emotie. Jimmy LaFave heeft Peace Town gemaakt met flink wat bevriende muzikanten, maar heeft zelf de hoofdrol op een plaat die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed terrein bestrijkt. De gezondheid van de Amerikaanse singer-songwriter ging tijdens de opnamen snel achteruit en dat hoor je in de soms kwetsbare vocalen. Het zijn kwetsbare vocalen vol emotie, wat het lastig maakt om zonder een brok in je keel te luisteren naar de laatste songs die Jimmy LaFave opnam. 

Het fraaie The Night Tribe uit 2015 is helaas de zwanenzang van Jimmy LaFave geworden, maar Peace Town is absoluut een fraaie aanvulling op het oeuvre van de Texaanse muzikant. Jimmy LaFave eert in de twintig laatste songs die hij opnam zijn muzikale helden, maar laat ook horen dat hij tijdens zijn te korte leven zelf ook is uitgegroeid tot een grootheid. 

Coverplaten roepen bij mij vrijwel altijd het verlangen op om de originelen weer eens op te zetten, maar Peace Town van Jimmy LaFave wil ik niet onderbreken. Er wordt prima gemusiceerd op de plaat, maar het is de emotionele lading die er zo’n bijzondere plaat van maakt. 

Iedereen die goed thuis is in de Amerikaanse muziekgeschiedenis en in het oeuvre van Jimmy LaFave zal veel bekends horen in de ruim anderhalf uur muziek, maar door alle onderhuidse ellende raakt de plaat je net wat harder dan vergelijkbare platen in het genre. Het is vreselijk dat we Jimmy LaFave zo vroeg moesten verliezen en het is jammer dat hij zijn project niet volledig kon voltooien, maar met de 20 songs op Peace Town kunnen we alleen maar heel blij zijn. Op hetzelfde moment onderstreept de plaat hoe zeer Jimmy LaFave wordt gemist. Erwin Zijleman



 

22 juli 2018

Best of 2018 ... so far ... Februari


De zomervakantie komt er weer aan. Dat betekent niet alleen dat er veel minder interessante nieuwe releases verschijnen dan in de rest van het jaar, maar het betekent ook dat veel lezers van deze BLOG elders verblijven en alle informatiestromen even laten voor wat ze zijn.

Over het algemeen overbrug ik de vakantieperiode (en de muzikale komkommertijd) door uitgebreid terug te blikken en een flinke stapel recensies van mijn favoriete platen van de eerste helft van het jaar nog eens te herhalen.


Dit jaar doe ik het anders. De komende weken post ik wat minder dan gebruikelijk en kies ik bovendien voor wat andere vormen. Ik sta stil bij een aantal klassiekers uit mijn platenkast, bespreek het incidentele meesterwerk dat wel midden in de zomer verschijnt en mogelijk volgen er nog wat andere beschouwingen.


Toch wil ik ook terugblikken op de eerste helft van 2018, zij het selectief, al is het maar omdat 2018 tot dusver een prima muziekjaar is. 


Wat viel me op in de eerste zes maanden van het jaar? Vandaag:


Februari


In februari was het nog even zoeken. Veel mooie platen, maar de echte uitschieters waren nog relatief schaars. Het zegt ook wel wat dat een reissue me uiteindelijk het meest vrolijk heeft gemaakt.

Die reissue komt van Roxy Music en het betreft het debuut van de band. Nu wist ik al wel dat dit een hele bijzondere plaat is, die ongelooflijk veel invloed heeft gehad op de ontwikkeling van de popmuziek, maar ik draaide toch meestal andere platen van de band. Nu niet meer, want de eerste van Roxy Music is in alle opzichten een meesterwerk.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/02/roxy-music-roxy-music-2018-deluxe.html

Bij Mexico denk ik niet aan dreampop, shoegaze, slowcore, psychedelica, noiserock en Krautrock, maat het zijn precies deze invloeden die het Mexicaanse duo Mint Field verwerkt. De twee vrouwen uit Tijuana verrassen met prachtig en veelkleurig gitaarwerk en maken de donkere klanken af met ijle vocalen. Het is dringen in de bovengenoemde genres, maar in Mexico beheersen ze het kunstje momenteel het best. 

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/02/mint-field-pasar-de-las-luces.html

Shearwater voorman Jonathan Meiburg hoorde ooit muziek van het duo Cross Record en was zo onder de indruk dat hij zich bij het duo aansloot. Het heeft het debuut van Loma opgeleverd. Het is een debuut met een vat vol invloeden, bijzondere klanken en vooral wonderschone vocalen. Of Loma een vervolg krijgt is niet duidelijk, maar deze eerste plaat smaakt absoluut naar meer.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/02/loma-loma.html

Brandi Carlile wordt in de Verenigde Staten al een tijdje gerekend tot de grootheden in de alt-country, maar is in Nederland nog altijd vrij onbekend. Haar nieuwe plaat laat horen dat ze in de VS gelijk hebben en dat wij hier zitten te slapen. Met haar stem en songs kan Brandi Carlile, die ook nog eens van vele markten thuis is, echt met de allerbesten mee.

http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/02/brandi-carlile-by-way-i-forgive-you.html

Op haar debuut had de Ierse multi-instrumentalist en singer-songwriter Brigid Mae Power nog een zwak voor zweverige 80s klanken, maar op haar tweede plaat domineren folk en psychedelica uit vervlogen tijden. Brigid Mae Power maakt het je niet altijd makkelijk, maar als haar muziek je eenmaal te pakken heeft staat haar muziek garant voor een bijzonder fascinerende luistertrip.
http://dekrentenuitdepop.blogspot.com/2018/02/brigid-mae-power-two-worlds.html

21 juli 2018

Tanukichan - Sundays

Achter Tanukichan gaat de vanuit Oakland, California, opererende muzikante Hannah van Loon schuil. 

De singer-songwriter met een naam die in Nederland vast veel vaker voor komt dan in de Verenigde Staten, zette haar eerste stapjes in de muziek toen ze aan The University of California in Berkeley studeerde en maakte enige tijd deel uit van de band Trails and Ways. Het is de band die in 2015 hopeloos intrigeerde met haar debuut Pathology, waarop het naar eigen zeggen “bossa nova dreampop” maakte. 

Op het debuut van Tanukichan werkt Hannah van Loon samen met de van Toro y Moi bekende Chaz Bear. Samen hebben de twee een plaat gemaakt die stevig citeert uit de archieven van de dreampop en de shoegaze. Laat Sundays uit de speakers komen en je bent onmiddellijk terug in de tijd van vaandeldragers als My Bloody Valentine en Lush. 

Dat zijn inspiratiebronnen die de afgelopen jaren volledig zijn uitgemolken, waardoor het debuut van Tanukichan niet overal lof zal oogsten, maar als je een zwak hebt voor dit soort muziek strelen de klanken op het debuut van Tanukichan op bijzondere aangename wijze het oor. 

Sundays is een plaat vol atmosferische synths, het is een plaat met flink wat dreigende gitaarwolken maar ook gitaarloopjes die de zon doen schijnen en het is natuurlijk een plaat vol prachtig onderkoelde vrouwenvocalen. Het recept is inmiddels bekend en Tanukichan is niet van plan om heel veel af te wijken van het inmiddels beproefde concept. Toch kleurt Sundays met enige regelmaat buiten de bekende lijntjes, al doen Hannah van Loon en Chaz Bear dat wel op hele subtiele wijze. 

Als liefhebber van shoegaze en dreampop vind ik het allemaal prachtig. De zang van Hannah van Loon is honingzoet maar ook zwaar onderkoeld, wat de plaat voorziet van een hele bijzondere sfeer. Het is een sfeer die wordt versterkt door ijle en zweverige synths en wonderschone gitaren, waarna bijzondere ritmes het geluid van Tanukichan een net iets anders kant op proberen te duwen. 

Af en toe word je zwoel in slaap gesust met zwaar dromerige klanken, maar Sundays kan ook wat ruwer van zich af bijten, wat je niet alleen bij de les houdt, maar wat de plaat ook voorziet van veel dynamiek. 

Hier en daar liggen de invloeden van met name Lush er wel erg dik bovenop, maar toch klinkt Sundays voor mij geen moment als een overbodige herhalingsoefening. Natuurlijk wordt er teveel muziek gemaakt in dit genre en blijft het vaak dicht bij de originelen uit de jaren 90, maar Tanukichan weet bij mij de fantasie te prikkelen en weet me bovendien te betoveren met hele mooie muzikale passages en wendingen en vocalen die nog net wat dromeriger en verleidelijker klinken dan die van de grote voorbeelden uit het verleden. Ik heb het geprobeerd, maar ik kan Sundays van Tanukichan uiteindelijk niet weerstaan. Erwin Zijleman

De muziek van Tanukichan is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://tanukichan.bandcamp.com/album/sundays.



 


gg