25 maart 2026

Review: Gladie - No Need To Be Lonely

Bands die zich laten inspireren door indierock uit de jaren ’90 zijn er in overvloed, maar er zijn er niet veel zo goed als Gladie, dat op No Need To Be Lonely ook een zeer geslaagde eigen draai geeft aan de invloeden uit het verleden
Ruim drie jaar geleden moest ik er nog even in komen bij beluistering van het tweede album van de Amerikaanse band Gladie, maar het deze week verschenen derde album van de band kwam direct aan als de spreekwoordelijke mokerslag. No Need To Be Lonely is voorzien van een ruwe en punky energie die zich direct opdringt, maar de band uit Philadelphia maakt op haar derde album ook indruk met catchy songs, fantastisch gitaarwerk en de onweerstaanbaar lekkere stem van frontvrouw Augusta Koch. No Need To Be Lonely walst direct vanaf de eerste noten over je heen met de ene na de andere geweldige rocksong en na twaalf tracks wil je alleen maar nog veel meer.



Aan het eind van 2022 verscheen Don’t Know What You’re in Until You’re Out van de Amerikaanse band Gladie. Het leek me op het eerste gehoor het zoveelste album dat wat fantasieloos teruggreep op de indierock uit de jaren ’90. Ik was in de jaren ’90 echt gek op indierock en heb stapels albums in het genre, waardoor bands die teruggrijpen op de hoogtijdagen van het genre van goeden huize moeten komen. 

Ik schatte het tweede album van Gladie in eerste instantie niet zo hoog in, maar daar moest ik snel op terugkomen. De band uit Philadelphia, Pennsylvania, liet op Don’t Know What You’re in Until You’re Out niet alleen lekker in het gehoor liggende en behoorlijk aanstekelijke songs horen, maar deed ook verder alles goed. 

Het gitaarwerk op het album was mooi en veelkleurig en ook de rest van de band liet een aansprekend geluid horen. De ster van de band bleek echter frontvrouw Augusta Koch, die niet alleen fraai bijdroeg aan het veelzijdige gitaargeluid van de band, maar met haar opvallende stem het geluid van Gladie bovendien flink optilde. 

Alle reden dus om heel nieuwsgierig te zijn naar het deze week verschenen derde album van de band uit Philadelphia. Ook op No Need To Be Lonely maakt Gladie geen geheim van haar bewondering voor indierock uit de jaren ’90. Gladie knalt er meteen lekker in met stevig en af en toe ontsporend gitaarwerk en de stem van Augusta Koch. 

De Amerikaanse muzikante heeft een lekker rauw randje op haar stembanden en zingt met veel dynamiek. Ze heeft een achtergrond in de punk (ze voerde in het verleden de band Cayetana aan) en dat hoor je wanneer ze haar teksten met veel venijn uitspuugt. Vergeleken met het vorige album van Gladie is Augusta Koch echter beter gaan zingen, waardoor ze ook in de wat minder stevige passages op het album makkelijk overtuigt. 

De stem van Augusta Koch tilde het tweede album van de Amerikaanse band naar een hoger plan en slaagt daar ook op No Need To Be Lonely in. Ik heb altijd wel een zwak voor de wat meisjesachtige stemmen uit de ’90s indierock, maar ook de rauwe strot van Augusta Koch pakt me genadeloos in. 

De zang is ook dit keer het sterkste wapen van Gladie, maar het gitaarwerk van de band volgt op de voet. No Need To Be Lonely staat vol met hoge en gruizige gitaarmuren, maar het gitaarwerk op het album kan ook op geweldige wijze uit de bocht vliegen of juist opvallen door een dienend karakter. Af en toe is er ruimte voor melodieuzere passages, die herinneren aan J. Mascis van Dinosaur Jr., een band die ook op andere terreinen een inspiratiebron is voor Gladie. 

Met een stem als die van Augusta Koch en het fraaie gitaarwerk van de band kan er eigenlijk weinig meer mis gaan, maar Gladie is ook nog eens goed voor geweldige songs. De band uit Philadelphia gooit er in een kleine veertig minuten twaalf tracks tegenaan en ze zijn allemaal even lekker. 

No Need To Be Lonely is ook nog eens geweldig geproduceerd door Jeff Rosenstock, die ik eigenlijk alleen van naam ken, maar die het nieuwe album van Gladie heeft voorzien van een vol en dynamisch geluid. No Need To Be Lonely knalt af en toe uit de speakers, maar Gladie durft op haar nieuwe album ook gas terug te nemen en weet ook dan te overtuigen. Wat een heerlijk album. Erwin Zijleman

De muziek van Gladie is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://gladie.bandcamp.com/album/no-need-to-be-lonely.


No Need To Be Lonely van Gladie is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Selah Sue & The Gallands - Movinb'

Een min of meer toevallige samenwerking tussen het Belgische duo The Gallands en de eveneens Belgische Selah Sue levert een sterk album op, waarop Selah Sue eindelijk weer eens haar enorme talent laat horen
Ik luisterde eerder deze week weer eens naar het debuutalbum van de destijds nog piepjonge Selah Sue en wat is het nog altijd een geweldig album. Het niveau van haar debuutalbum heeft de Belgische muzikante helaas nooit meer weten te evenaren en op haar laatste album leek ook het vuur wat gedoofd, maar dit brandt gelukkig weer op het deze week verschenen Movin’. Samen met het duo The Gallands tekent Selah Sue voor een even lome als opwindende mix van soul, R&B en jazz. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar ik hoor ook weer het vuur in de stem van Selah Sue, die geweldig zingt. Selah Sue is door velen al lang afgeschreven, maar op Movin’ hoor je dat ze het nog steeds kan.



Het is bijna op de dag af vijftien jaar geleden dat het debuutalbum van de Belgische zangeres Selah Sue verscheen. Het alter ego van Sanne Putseys timmerde op dat moment al een jaar of drie aan de weg bij onze zuiderburen, maar voor mij kwam het debuutalbum van de destijds pas 21 jaar oude Selah Sue als een donderslag bij heldere hemel. 

Het titelloze album uit 2011 was en is een fantastisch album, waarop Selah Sue niet alleen overtuigt als zangeres, maar ook laat horen dat ze in heel veel genres uit de voeten kan. Met een album van dit kaliber had Selah Sue wat mij betreft kunnen of zelfs wel moeten uitgroeien tot een wereldster, maar het liep anders. 

De Belgische muzikante nam lang de tijd voor haar tweede album Reason, dat in het voorjaar van 2015 verscheen. Het album liet een wat meer mainstream en aanmerkelijk minder spannend geluid horen dan haar debuutalbum, maar wat mij betreft zat Selah Sue nog wel aan de goede kant van de streep. 

Na haar tweede album nam de Belgische muzikante tijd voor het moederschap en worstelde ze met depressies, waardoor haar derde album pas in 2022 verscheen. Persona vond ik persoonlijk een enorme miskleun, die niets meer liet horen van de belofte van het debuutalbum. 

Selah Sue overtuigde zelf nog wel met haar stem en teksten waarin ze persoonlijke thema’s niet uit de weg ging, maar in muzikaal opzicht klonk het album weinig inspirerend en nogal doorsnee. Selah Sue werkte op haar derde album bovendien samen met een aantal rappers die er niet veel van konden, wat het album flink onder de grens van de grauwe middelmaat trok. 

Sanne Putseys wordt later dit voorjaar 37 jaar oud en liet op een vorig jaar verschenen live-album horen dat er nog altijd muziek zit in Selah Sue. Desondanks had ik geen hoge verwachtingen van een nieuw album, maar het deze week verschenen Movin’ is een zeer aangename verrassing. 

Op Movin’ werkt Selah Sue samen met The Gallands, een Belgisch duo dat bestaat uit Stéphane Galland op drums en zijn zoon Elvin Galland op keys. Een als eenmalige bedoelde samenwerking tussen het duo en Selah Sue bleek naar meer te smaken en daarom is er nu een album met intro en tien tracks. 

The Gallands doen op Movin’ hun eigen ding, maar voor Selah Sue is het een flinke stap buiten haar muzikale comfort zone. Natuurlijk was dit vijftien jaar geleden haar kracht, maar dat is lang geleden. Op Movin’ laat Selah Sue horen dat haar talent niet is verdwenen. De Belgische muzikante schittert als zangeres en weet me voor het eerst sinds haar debuutalbum weer echt te raken met haar stem. 

Het is een stem die zich soepel beweegt door het lome en wat broeierige geluid van The Gallands, die de inspiratie vooral vinden in de jazz, soul en R&B, met hier en daar een snufje triphop. Het door keyboards gedomineerde geluid kleurt mooi bij de inmiddels wat doorleefder klinkende stem van Selah Sue, die samen met de stuwende drumpartijen zorgt voor dynamiek. 

Het is heerlijke muziek voor een mooie zomeravond, maar het is ook een onvervalst koptelefoon-album dat zowel in muzikaal als vocaal opzicht veel te bieden heeft. Het siert Selah Sue dat ze een in commercieel opzicht minder interessante keuze durft te maken, maar Movin’ is ook een album waarmee de Belgische muzikante iedereen die is afgehaakt na haar tweede of zelfs na haar eerste album weer kan overtuigen van haar kwaliteiten. Erwin Zijleman


Movin' van Selah Sue & The Gallands is verkrijgbaar via de Mania webshop:


24 maart 2026

Review: Richard Bolhuis - We Are Guided by the Same Stars

De albums die de Groningse muzikant Richard Bolhuis maakte onder de naam House of Cosy Cushions zijn echt zeer de moeite waard en dat geldt ook weer voor het onder zijn eigen naam uitgebrachte We Are Guided by the Same Stars
Er verscheen de afgelopen tijd geen album dat mooier is verpakt dan We Are Guided by the Same Stars van Richard Bolhuis, die ook als kunstenaar aan de weg timmert. Ook in muzikaal opzicht valt er gelukkig meer dan genoeg te genieten op het eerste album dat de vanuit Groningen opererende muzikant onder zijn eigen naam heeft uitgebracht. Met zijn project House of Cosy Cushions maakte hij toegankelijke en minder toegankelijke muziek, maar We Are Guided by the Same Stars is over het algemeen een behoorlijk toegankelijk album, al is ‘toegankelijk’ in het geval van Richard Bolhuis een relatief begrip. Na een paar keer horen valt echter alles op zijn plek op dit bijzondere album.


Richard Bolhuis is een Brits-Nederlandse beeldend kunstenaar en muzikant, die de afgelopen jaren vooral de aandacht trok met de audiovisuele installaties waarmee hij exposeerde in een aantal toonaangevende musea in binnen- en buitenland. Ik ken hem zelf vooral als muzikant, want Richard Bolhuis maakte een aantal bijzondere albums met zijn Nederlands-Ierse project House of Cosy Cushions, waarvan ik de laatste drie besprak op De Krenten uit de Pop. 

Het album Haunt Me Sweetly was in 2012 mijn eerste kennismaking met de muziek van House of Cosy Cushions en ik vind het nog altijd een prachtig album. De psychedelische klanken op het album deden me wel wat denken aan het vroege werk van Pink Floyd, maar ik noemde ook Low en Sparklehorse als relevant vergelijkingsmateriaal. 

In mijn recensie van Spell uit 2014 noemde ik wederom Pink Floyd in haar jonge jaren, maar ook Genesis met Peter Gabriel in de gelederen en David Sylvian. Spell was echter nog meer dan Haunt Me Sweetly een lastig te doorgronden maar ook wonderschoon album, dat zich uiteindelijk lastig liet vergelijken met de muziek van anderen. 

Ook het vooral met bijzondere soundscapes gevulde Underground Bliss uit 2018 is een album dat zeker bij eerste beluisteringen lastig te doorgronden was, maar dat me uiteindelijk dierbaar werd. Lange tijd hoorde ik na dit album niets meer van Richard Bolhuis, maar onlangs leverde de postbode het bijzonder fraai vormgegeven We Are Guided by the Same Stars af. 

Het is het eerste album dat de Groningse muzikant onder zijn eigen naam heeft uitgebracht en het is net als de albums van House of Cosy Cushions een bijzonder album. Dat begint al bij de prachtige handgemaakte en gezeefdrukte hoes waarin het vinyl is te vinden, maar ook in muzikaal opzicht is We Are Guided by the Same Stars een mooi en bijzonder album. 

Zeker vergeleken met het laatste album van House of Cosy Cushions is het nieuwe album van Richard Bolhuis een verrassend toegankelijk album. Veel songs op We Are Guided by the Same Stars hebben een folky basis en zijn voorzien van relatief sobere klanken. Richard Bolhuis kiest in deze songs voor stemmige en akoestische klanken van vooral de akoestische gitaar, die fraai worden gecombineerd met zijn stem. 

Het is een stem die in meerdere tracks prachtig wordt ondersteund door de Ierse muzikante Carol Anne McGowan, die ook een aantal mooie soloalbums op haar naam heeft staan. Ook de folky songs op het album hebben een psychedelisch tintje, maar dit is duidelijker hoorbaar wanneer de songs opschuiven richting deels met elektronica ingekleurde soundscapes. 

We Are Guided by the Same Stars is een album dat uitnodigt tot wegdromen, maar het is ook een album waarvan je geen detail wilt missen en dat mooier en interessanter wordt wanneer je er vaker naar luistert. De naam Richard Bolhuis is helaas nog altijd relatief onbekend in muziekland, maar de Groningse kunstenaar en muzikant levert ook met zijn nieuwe album weer in kwalitatief opzicht hoogstaande muziek af. 

Vergelijken met de muziek van anderen is ook dit keer lastig. Ik hoor nog met enige regelmaat flarden van Pink Floyd, maar net als op de albums van House of Cosy Cushions maakt Richard Bolhuis op We Are Guided by the Same Stars muziek die op zichzelf staat. Het levert wederom een fascinerend album op, dat absoluut de tijd moet krijgen om te groeien. Erwin Zijleman

De muziek van Richard Bolhuis is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Groningse muzikant: https://richardbolhuis.bandcamp.com/album/we-are-guided-by-the-same-stars.


We Are Guided by the Same Stars van Richard Bolhuis is verkrijgbaar via de Mania webshop:

23 maart 2026

Review: Leah Blevins - All Dressed Up

De Amerikaanse muzikante Leah Blevins heeft samen met topproducer Dan Auerbach een countryalbum gemaakt vol echo’s uit de jaren ’70, maar All Dressed Up klinkt ook absoluut fris en eigentijds
Het debuutalbum van Leah Blevins wist ik in 2021 niet op de juiste waarde te schatten, maar de muzikante uit Kentucky overtuigde me later alsnog van haar kwaliteiten. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker met haar deze week verschenen tweede album All Dressed Up, dat werd geproduceerd door niemand minder dan Dan Auerbach. De Amerikaanse producer zorgt vaak voor een jaren ’70 sfeer en dat doet hij ook op het tweede album van Leah Blevins, dat onder andere herinnert aan de albums van de grote countryzangeressen uit de jaren ’70. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend, maar de voor countrymuziek gemaakte stem van Leah Blevins geeft het album een eigen smoel.



In de zomer van 2021 verscheen First Time Feeling van Leah Blevins. Toen ik het debuutalbum van de muzikante uit Sandy Hook, Kentucky, bijna vijf jaar geleden voor het eerst beluisterde, vond ik met name de zang net wat te veel van het goede, waardoor ik het album links liet liggen. Daar heb ik later spijt van gehad, want First Time Feeling van Leah Blevins is een album dat me uiteindelijk wel goed beviel en dat was ook zeker de verdienste van de bijzondere stem van de muzikante die werd geboren aan de voet van de Appalachen. 

Ik kan mijn verkeerde inschatting van de kwaliteiten van Leah Blevins deze week rechtzetten, want bijna vijf jaar na haar in de Verenigde Staten goed ontvangen debuutalbum, is ook haar tweede album verschenen. De stem van Leah Blevins ken ik inmiddels en ik begrijp echt niet meer dat ik in het verleden niet onder de indruk was van haar zang. De muzikante uit Kentucky beschikt immers over een stem die gemaakt is voor countrymuziek. 

Het is een stem met een ruw randje en het is een stem waarin de countrysnik al zit ingebakken. Daar was ik in het verleden kennelijk minder vatbaar voor, maar bij eerste beluistering van haar nieuwe album All Dressed Up had Leah Blevins me direct te pakken, net zoals bijvoorbeeld Sierra Ferrell dat kan. Vergeleken met haar debuutalbum is Leah Blevins ook beter gaan zingen, want de zang op haar tweede album is wat minder zwaar aangezet en klinkt hierdoor aangenamer. 

Ik had in 2021 niet alleen de zang van Leah Blevins verkeerd ingeschat, want ik duwde haar debuutalbum ook wat te makkelijk in het hokje Nashville countrypop. Ook All Dressed Up bevat zeker invloeden uit de pop, maar het album klinkt anders dan het gemiddelde countrypop album dat momenteel wordt gemaakt in Nashville. 

Leah Blevins nam haar nieuwe album wel op in de hoofdstad van de Amerikaanse rootsmuziek, maar deed dit met niemand minder dan Dan Auerbach. De voorman van The Black Keys heeft in zijn producties meestal een voorkeur voor muziek uit de jaren ’70 en zijn voorliefde voor muziek uit dit decennium is ook te horen op All Dressed Up van Leah Blevins. 

Het album klinkt immers meer als een countryalbum uit de jaren 70 dan als een countrypop album van dit moment. Bij beluistering van All Dressed Up hoor je echo’s van de grote countryzangeressen uit de jaren 70 en zeker Dolly Parton heeft flink wat invloed gehad op het geluid van Leah Blevins, maar je hoort ook invloeden van countryzangeressen uit een verder verleden of invloeden uit de popmuziek van de jaren 70. 

Ik ben zeker niet vies van de moderne countrypop uit Nashville, maar ook het wat authentiekere countrygeluid van de muzikante uit Kentucky spreekt me zeer aan. Dan Auerbach tekent voor een fraaie wat retro productie en nodigde bovendien een waslijst aan muzikanten uit, deels van naam en faam, die goed zijn voor een rijk, veelkleurig en ook gloedvol geluid, met alle instrumenten die je verwacht op een tijdloos klinkend countryalbum. 

Het album overtuigde me in productioneel en muzikaal opzicht onmiddellijk, maar het is de stem van Leah Blevins die All Dressed Up voorziet van een onderscheidend geluid. Ze kan flink uithalen met haar countrysnik, maar ze kan ook prachtig ingetogen zingen. Ik zat vijf jaar geleden echt flink mis met mijn inschatting van de kwaliteiten en de potentie van Leah Blevins, maar op basis van haar tweede album voorspel ik haar alsnog een grote toekomst. Erwin Zijleman

De muziek van Leah Blevins is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://leahblevins.bandcamp.com/album/all-dressed-up.



22 maart 2026

Review: From Elvis in Memphis (1969)

De carrière van Elvis Presley kende enorm hoge pieken en angstaanjagend diepe dalen, maar afschrijven kon je hem nooit, wat onder andere bleek in 1969, toen hij het in alle opzichten fantastische From Elvis in Memphis afleverde
Ik weet niet meer wie me ooit wees op From Elvis in Memphis, maar de dankbaarheid voor deze tip is nog altijd immens groot. Op het album uit 1969 hoor je Elvis Presley in grootse vorm en het is wat mij betreft zijn beste album. Voor dit album toog de legendarische muzikant naar Memphis, waar hij gezelschap kreeg van een flink aantal geweldige muzikanten. Op From Elvis in Memphis wordt Elvis Presley in muzikaal opzicht het diepe zuiden van de Verenigde Staten ingetrokken. Het is een album waarop soul domineert, maar het is wel soul zoals alleen Elvis die kan maken. Het album is in muzikaal opzicht groots, maar de ster op het album is Elvis, die laat horen waarom hij de eretitel ‘The King’ verdiende.



We hadden vroeger thuis een dubbel-LP van Elvis Presley. Het was een vaag verzamelalbum van het soort waar er heel veel van zijn, maar de twee LP’s boden een mooie dwarsdoorsnede van het werk van Elvis, die toen ik het album leerde kennen al in de nadagen van zijn carrière zat en spoedig zou overlijden. 

Toen ik jaren later wat serieuzer in het werk van Elvis Presley dook, kwam ik al snel tot de conclusie dat het verzamelalbum dat we thuis hadden zo gek nog niet was. Ik kwam in de uitverkoopbakken wel eens een LP van Elvis tegen, maar die bleken vrijwel zonder uitzondering enorm tegen te vallen. Mijn mening over het oeuvre van Elvis Presley veranderde pas nadat ik zijn titelloze debuutalbum uit 1956 had gehoord. Er is echter één Elvis Presley album dat me bij eerste beluistering compleet van mijn sokken blies en dat nog steeds doet. 

De carrière van Elvis Presley was halverwege de jaren ‘60 wat ingekakt. De albums die hij halverwege de jaren ‘60 maakte zijn echt van een bedroevend niveau, maar Elvis werkte aan een comeback. Een geweldig tv-optreden zette hem in 1968 weer op de kaart als rock ’n roll muzikant, maar de echte muzikale revanche kwam wat mij betreft in 1969, toen het album From Elvis in Memphis verscheen. 

Ik ken inmiddels flink wat albums van de legendarische Amerikaanse muzikant, maar From Elvis in Memphis torent er wat mij betreft mijlenver bovenuit. In de voorgaande jaren was de filmstudio voor Elvis belangrijker dan de muziekstudio en dat hoorde je. Voor From Elvis in Memphis keerde de Amerikaanse muzikant terug naar Memphis, waar hij acht jaar later ook zijn laatste rustplaats zou vinden. 

Elvis dook de studio in met producer Chips Moman, die een heel leger aan muzikanten rekruteerde. De meeste muzikanten op het album maakten deel uit van The Memphis Boys, de huisband van de American Sound Studios in Memphis en het waren vooral muzikanten die goed uit de voeten konden met soul. Dat hoor je op From Elvis in Memphis, dat een van de beste (blue-eyed) soulalbums is dat ik ken. 

Elvis had niet altijd een goede neus voor het selecteren van de juiste songs voor zijn albums, maar de selectie die hij maakte voor From Elvis in Memphis is twaalf tracks (en op reissues nog wat extra tracks) raak. Dat het album zo goed is ligt deels aan de geweldige songs, maar wat mij betreft vooral aan de muziek en de zang op het album. 

De muzikanten op From Elvis in Memphis nemen genoegen met een rol op de achtergrond, maar spelen ondertussen wel weergaloos. De orgels treden nooit op de voorgrond maar zijn er altijd, de gitaarakkoorden komen heel af en toe maar wel prachtig op de voorgrond en de ritmesectie doet wat een ritmesectie moet doen. Ook de achtergrondzangeressen zijn er steeds op het juiste moment en hetzelfde geldt voor de strijkers en de blazers. 

Er zit verschrikkelijk veel energie in de mix van rock ’n roll, country en vooral soul, maar er is ook alle ruimte voor de stem van Elvis Presley. Er zijn momenteel niet veel zangers die klinken als Elvis en als ze er zijn zitten ze in de wat kitscherige genres, maar wat Elvis Presley met zijn stem laat horen op From Elvis in Memphis is groots. De uptempo songs zijn meeslepend, de ballads snijden door de ziel. Elvis wordt bijna vijftig jaar na zijn veel te vroege dood nog vooral geassocieerd met zijn hits, maar op From Elvis in Memphis hoor je hem in absolute topvorm. Erwin Zijleman


From Elvis in Memphis van Elvis Presley is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Review: Tessa Rose Jackson, De Tolhuistuin, Amsterdam, 21 maart 2026


De Britse, maar stiekem toch ook wel een beetje Nederlandse singer-songwriter Tessa Rose Jackson, maakte de afgelopen jaren een aantal geweldige albums onder de naam Someone. Dat bleek lastig te googelen en daarom maakt ze sinds een jaar weer muziek onder haar eigen naam, wat eind januari het wonderschone The Lighthouse opleverde.

Gisteren stonden Tessa Rose Jackson en haar uit de kluiten gewassen band in de Amsterdamse Tolhuistuin. Voor het tijd was voor de hoofdact verzorgde Levi Boon het voorprogramma en dat deed ze zeer verdienstelijk. De Utrechtse singer-songwriter heeft echt een bijzonder mooie stem, die het publiek in de Tolhuistuin terecht stil kreeg met de sobere versies van de songs van haar album (check dit album zeker).

Door technische problemen met de keyboards begon Tessa Rose Jackson iets later dan gepland. Die keyboards, bespeeld door Darius Timmer, spelen een zeer voorname rol in het geluid van de Britse muzikante, die zich verder liet begeleiden door een gitarist, een bassist, een drummer, een cellist en een violiste. Zelf speelde Tessa Rose Jackson gitaar en tekende ze voor de zang, in twee tracks begeleid door twee achtergrondzangeressen.

Het leek me op voorhand best lastig om het bijzondere geluid van The Lighthouse en het geluid van de albums van Someone naar het podium te brengen, maar de muzikanten, die overigens ook allemaal zijn te horen op The Lighthouse, slaagden hier kansrijk in en zorgden voor een warm maar soms ook wat dromerig geluid, dat zeer aangenaam klonk.


Tessa Rose Jackson beschikt over een mooi en eigenzinnig geluid, dat een eigen draai geeft aan de invloeden uit de folk die ze ook verwerkt in haar muziek. Het is een geluid dat goed past bij haar stem, die niet heel krachtig, maar wel mooi is, zeker in combinatie met het gloedvolle geluid. 

Het is een geluid dat soms wat eenvormig klinkt, maar Tessa Rose Jackson en haar band zorgen voor voldoende variatie door soms de strijkers wat nadrukkelijker in te zetten en met enige regelmaat het tempo wat op te voeren of ruimte te laten voor solobijdragen van de muzikanten.

Het leverde een prima concert op, dat goed laat horen wat Tessa Rose Jackson in haar mars heeft. The Lighthouse levert haar een wat groter publiek en in de toekomst waarschijnlijk ook wat grotere zalen op en dat kan ze zeker aan. 

Complimenten ook voor de geluidsmensen in de Tolhuistuin, die er, in tegenstelling tot die van het grotere zusje Paradiso, niet van uit gaan dat we allemaal al doof zijn. Erwin Zijleman

Review: Aubrie Sellers - Attachment Theory

De uit Nashville, Tennessee, afkomstige Aubrie Sellers maakte op haar eerste twee albums door behoorlijk stevige gitaren gedomineerde countrymuziek, maar slaat op haar na een aantal jaren van stilte verschenen derde album nieuwe wegen in
Ik weet niet wat de Amerikaanse muzikante Aubrie Sellers de afgelopen vijf jaar heeft gedaan, maar ze heeft in ieder geval geen nieuwe muziek uitgebracht. Deze week verscheen wel een nieuw album van haar hand en Attachment Theory is een interessant album. Aubrie Sellers stond tot dusver te boek als countryzangeres, maar op haar nieuwe album spelen invloeden uit de countrymuziek nauwelijks een rol. Het door synths en gitaren gedomineerde geluid gaat wat meer richting rock, maar klinkt wel bijzonder. Het is bovendien een geluid dat prachtig kleurt bij de mooiste stem van de Amerikaanse muzikante, die een zeer overtuigend album heeft afgeleverd.



De Amerikaanse muzikante Aubrie Sellers is inmiddels een vaste gast op De Krenten uit de Pop. Ik besprak haar debuutalbum New City Blues uit 2016, opvolger Far From Home uit 2020 en het samen met Jade Jackson onder de naam Jackson+Sellers gemaakte Breaking Point uit 2021. 

Met name op haar twee soloalbums greep Aubrie Sellers verrassend vaak naar behoorlijk stevige gitaren, waardoor ze een stuk pittiger klonk dan de meeste countrypop zangeressen uit Nashville en hier en daar zelfs het label ‘garage country’ kreeg opgeplakt. Ook het album met Jade Jackson was zeer aansprekend en liet wat mij betreft horen dat beide dames klaar waren voor grote volgende stappen in hun carrière. 

Het is een voorspelling die de afgelopen jaren helaas niet is uitgekomen, want van Jade Jackson en Aubrie Sellers werd sinds hun inmiddels vijf jaar oude gezamenlijke album niets meer vernomen. Aubrie Sellers maakt deze week een einde aan de stilte met de release van haar derde album Attachment Theory. 

Ik had wel weer zin in de door stevig gitaarwerk gedomineerde countrysongs van de muzikante uit Nashville, die overigens de dochter is van Lee Ann Womack. De stevige gitaren duiken direct in de openingstrack van Attachment Theory op, maar Subatomic is heel ver verwijderd van de muziek die Aubrie Sellers maakte op haar eerste twee albums. 

De openingstrack van het derde album van Aubrie Sellers opent met wat zweverige en door elektronica gedomineerde klanken. Het deed me in combinatie met de heldere stem van Aubrie Sellers wel wat denken aan Kacey Musgraves en dat is voor mij altijd goed. Naarmate de track vordert nemen de gitaren het over en deze mogen nog wat meer ontsporen dan op de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikante. 

Dat het verder weinig met deze eerste twee albums te maken heeft ligt aan het feit dat Aubrie Sellers de country dit keer grotendeels achter zich heeft gelaten. Attachment Theory verwerkt vooral invloeden uit de pop en de rock, al ken ik geen pop- of rockalbums die zo klinken als het nieuwe album van Aubrie Sellers. De Amerikaanse muzikante noemt in een interview een aantal albums van Radiohead als belangrijke inspiratiebron. Dat hoor ik er nog niet direct in terug, maar ik vind het nieuwe geluid van Aubrie Sellers absoluut aansprekend. 

Ondanks het feit dat Kacey Musgraves nog nooit de muziek heeft gemaakt die Aubrie Sellers laat horen op Attachment Theory heb ik met grote regelmaat Kacey Musgraves vibes bij beluistering van het album en dat vind ik een groot compliment voor het album. De muzikante uit Nashville heeft niet zo’n engelenstem als Kacey Musgraves, maar ze zingt op haar nieuwe album echt heel mooi. 

Zeker wanneer atmosferische en beeldende klanken domineren zweeft de stem van Aubrie Sellers fraai door de ruimte. Wegdromen is dan niet ver weg, maar scheurende gitaren liggen altijd op de loer. En net als je het niet verwacht drijft ook weer een wolkje country over en hoor je met welke muziek Aubrie Sellers is opgegroeid. 

Een gebroken hart inspireerde Aubrie Sellers tot haar nieuwe album en het resultaat mag er zijn. Met Attachment Theory vindt de muzikante uit Nashville zichzelf op bijzondere wijze opnieuw uit. Ik ben zeer gesteld op haar eerste twee albums, maar het derde album mag er ook zeker zijn. Erwin Zijleman


21 maart 2026

Review: Pitou - P2

Pitou betovert je op haar nieuwe album P2 met intiem ingekleurde en echt prachtig gezongen folksongs, maar de Amsterdamse muzikante verwondert je ook met songs die de fantasie stevig prikkelen
Ik ben nog altijd hopeloos verliefd op de EP waarmee de Nederlandse muzikante Pitou tien jaar geleden debuteerde. Dat ligt vooral aan haar onweerstaanbaar mooie stem, maar ook haar songs hebben iets bijzonders. Dat geldt in nog veel sterkere mate voor de songs op het deze week verschenen P2. Op haar tweede album laat Pitou een nog veelzijdiger geluid horen dan op haar debuutalbum en zorgt ze voor flinke contrasten. P2 is niet alleen een album van een van de beste zangeressen van het moment, maar ook een album van een eigenzinnige muzikante, die niet bang is om haar grenzen te verleggen. Ik moest af en toe flink wennen aan de bijzondere wendingen op P2, maar wat is het een mooi en bijzonder album.



De Nederlandse muzikante Pitou (Nicolaes) bracht bijna tien jaar geleden haar eerste EP uit. De zeven vooral sobere en intieme folksongs op de EP waren allemaal even mooi en lieten vooral een geweldige zangeres horen. Met de in 2018 verschenen EP I Fall Asleep So Fast bevestigde Pitou nog maar eens haar status als enorme belofte voor de toekomst en liet ze bovendien horen dat ze in muzikaal opzicht en als songwriter enorm was gegroeid. 

Bijna op de dag af drie jaar geleden verscheen dan eindelijk het debuutalbum van Pitou en de Amsterdamse muzikante maakte de belofte van haar EP’s meer dan waar met het geweldige Big Tear. Ook op Big Tear hoor je een geweldige zangeres die voor kippenvel zorgt in de intieme folksongs, maar het album laat ook een eigenzinnige muzikante horen, die in haar songs continu de grenzen opzoekt en het experiment niet schuwt. 

Pitou haalde met Big Tear overtuigend mijn jaarlijstje en toen ik het album vorige week weer eens beluisterde vond ik het eigenlijk alleen maar mooier en indrukwekkender geworden. Drie jaar na haar debuutalbum keert Pitou deze week terug met haar tweede album, P2 (leuk gevonden titel), waar ik met hooggespannen verwachtingen aan begon. 

Voordat ik begon aan het album wist ik al dat de muziek van de Amsterdamse muzikante wel eens de bocht uit kan vliegen en dat doet het nieuwe album wat mij betreft direct in de openingstrack Too Good To Go, waar ik bij eerste beluistering vooral nerveus van werd of zelfs rode vlekken van kreeg. Inmiddels ben ik er wel aan gewend, maar het is zeker niet mijn favoriete track op het album. 

In het prachtige Pirate dat volgt, hoorde ik wel weer direct de magie van Pitou. Ze beschikt wat mij betreft over een van de mooiste stemmen van het moment en dat hoor je toch het best in de folky songs van Pitou. Pirate begint als een redelijk sobere folksong, maar wordt steeds weer op andere manieren verrijkt tot een typische Pitou song. 

Die versiersels laat Pitou juist achterwege in Morning Star, dat het vooral moet hebben van de echt prachtige zang. P2 schakelt continu tussen het soort songs dat we kennen van Pitou en songs waarin ze haar vleugels nog wat verder uitslaat. Ook in Fish is de zang fantastisch, maar ook de spannende muziek in de track en de bijzondere opbouw van de song trekken nadrukkelijk de aandacht. 

Meer dan Big Tear schiet P2 echt alle kanten op en dat vond ik persoonlijk wel even wennen. Net als de openingstrack is ook To Do What een track waar ik in eerste instantie vooral wat onrustig van werd, maar het is ook een song die het album voorziet van een bijzondere dynamiek. Pitou laat zich op P2 niet beperken tot hetgeen dat iedereen van haar verwacht en dat siert haar. 

Het ene moment betovert ze je met verstilde akoestische klanken en een echt prachtige stem, het volgende moment slaan de stoppen even door en hoor je een totaal andere muzikante die vooral vertrouwt op elektronica en expressieve zang. Het zorgt ervoor dat P2 nog veel meer dan Big Tear een album is dat tijd verdient. 

Dankzij de folky songs op het album, en die zijn in de meerderheid, vind ik P2 al een geweldig album, maar P2 is ook veel meer dan een album met betoverend mooie folksongs. Toen ik de openingstrack vijf keer achter elkaar had beluisterd hoorde ik er opeens wel wat in en dat geldt ook voor de andere wat afwijkende tracks op het album, dat nog maar eens laat horen dat Pitou behoort tot het allerbeste dat de Nederlandse popmuziek momenteel te bieden heeft. Erwin Zijleman


P2 van Pitou is verkrijgbaar via de Mania webshop:

20 maart 2026

Review: Olive Jones - For Mary

Er is momenteel geen gebrek aan goede Britse zangeressen, maar op basis van haar jazzy en soulvolle debuutalbum For Mary sla ik Olive Jones uit Londen net wat hoger aan dan de meeste van haar concurrenten
Ik kwam het debuutalbum van Olive Jones bij toeval tegen tussen de stapel albums van de afgelopen week, maar het bleek al snel de perfecte soundtrack bij het heerlijke lenteweer van het moment. De muziek van de Britse muzikante klinkt echt bijzonder lekker, zeker in combinatie met de warme lentezon. Omdat het zo lekker klonk bleef ik luisteren, om vervolgens te horen dat het ook met de kwaliteit van het album wel goed zit. Olive Jones is een getalenteerd gitariste, maar ze imponeert op For Mary vooral met haar mooie stem, die zowel soulvol als jazzy kan klinken.



“Wow, wat klinkt dit lekker” was mijn eerste gedachte toen het debuutalbum van de Britse muzikante Olive Jones door de speakers kwam. Het is een gedachte die aanhield bij beluistering van de rest van het album, maar waar ik de openingstrack van het album nog wat gewoontjes vond klinken, raakte ik bij beluistering van de rest van het album steeds meer onder de indruk van het debuutalbum van Olive Jones. 

De muzikante uit Londen beschikt over meerdere talenten. Ze is om te beginnen een uitstekende zangeres. De stem van Olive Jones is warm, maar ook soulvol, jazzy en zwoel. Het is een stem die uitnodigt tot luieren in de zon en die het oor aangenaam streelt, maar de zang op For Mary, want zo heet het debuutalbum van Olive Jones, is ook van hoge kwaliteit. 

Het is een stem die in de wat meer jazzy songs op het album erg lijkt op die van Norah Jones en dat vind ik een groot compliment. In de songs met meer invloeden uit de soul kruipt Olive Jones wat dichter tegen Olivia Dean aan en ook dat is vergelijkingsmateriaal waarmee je thuis kunt komen. Olive Jones zingt op haar debuutalbum met veel souplesse en precisie, maar ik hoor in haar stem ook de emotie die nodig is om de luisteraar te raken. 

Ik was eigenlijk direct onder de indruk van de zang op het eerste album van Olive Jones, maar haar stem groeit ook nog even door wanneer je het album wat vaker beluistert, vooral omdat de Britse muzikante echt prachtig kan doseren, wat haar songs voorziet van rust en dynamiek. 

Olive Jones is niet alleen een uitstekende zangeres, maar ook een getalenteerde gitariste. Zeker in de wat subtieler ingekleurde songs treden de fraaie gitaarakkoorden makkelijk op de voorgrond en dragen ze bij aan het eigen geluid van Olive Jones. De muziek op For Mary is vooral warm, verleidelijk, zomers en sfeervol, maar de fraaie gitaarakkoorden voorzien de muziek op het album van aangename scherpe randjes, al zijn het wel subtiele scherpe randjes. 

Door de vergelijking met Norah Jones en Olivia Dean zal al duidelijk zijn dat Olive Jones zich vooral op het terrein van de jazz, soul en pop beweegt en daarmee hebben we inderdaad wel de belangrijkste ingrediënten van de songs op For Mary te pakken. Incidenteel hoor ik ook nog wel wat bluesy accenten, maar dat is niet de hoofdmoot op het album. 

Veel songs op het album klinken lekker loom en aangenaam broeierig, maar Olive Jones varieert met het tempo van haar songs en varieert de inkleuring van haar songs ook behoorlijk. Dat is niet onbelangrijk, want zonder deze variatie zou For Mary de aandacht waarschijnlijk minder makkelijk vasthouden. 

For Mary is ook nog eens een album waarop plaats is voor zowel invloeden uit het heden als het verleden. Soms klinkt het album als een vergeten soulalbum van een aantal decennia geleden, maar For Mary kan ook mee met de soulvolle en licht jazzy popalbums van het moment. 

Zelf heb ik een voorkeur voor de wat meer ingetogen jazzy popsongs op het album, maar ook als Olive Jones het tempo wat opvoert houdt ze een voldoende hoog niveau vast. Ik volg de lijstjes met beloften voor de toekomst niet zo, maar vermoed dat Olive Jones hier, zeker in het Verenigd Koninkrijk, al een tijdje op staat. En als dat niet zo is, is het de hoogste tijd om haar toe te voegen. Erwin Zijleman

De muziek van Olive Jones is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://olivejones.bandcamp.com/album/for-mary.



Review: Ora Cogan - Hard Hearted Woman

Hard Hearted Woman is vreemd genoeg mijn eerste kennismaking met de muziek van de Canadese muzikante Ora Cogan, maar haar bijzondere en zwaar psychedelische songs smaken absoluut naar meer
Hard Hearted Woman van Ora Cogan is een album dat je tien songs lang vastgrijpt en benevelt. Het is een album dat door de psychedelische klanken wat ongrijpbaar blijft en dat geldt ook voor de zang van de Canadese muzikante. Het is een album dat zich niet makkelijk in een hokje laat duwen, maar als je het probeert zal psychedelica in ieder geval deel uit moeten maken van het label. Hard Hearted Woman is een album dat makkelijk verleidt, maar het is ook een album waarop je maar nieuwe dingen blijft horen. Ora Cogan timmert inmiddels al heel wat jaren aan de weg en is volgens mij vrij onbekend, maar verdient met haar nieuwe album absoluut een breder publiek.



Ik had tot voor kort een blinde vlek voor de muziek van de Canadese muzikante Ora Cogan. Van de op Vancouver Island woonachtige muzikante staan op de streamingdiensten maar liefst zes albums en op haar bandcamp-pagina staan er nog twee meer. Ora Cogan brengt inmiddels een kleine twintig jaar albums uit, maar ik had tot deze week nog nooit naar haar muziek geluisterd. 

Dat weet ik echt zeker, want als ik wel naar haar albums had geluisterd waren deze zeker terecht gekomen op De Krenten uit de Pop. De Canadese muzikante heeft immers een aantal albums gemaakt die perfect in mijn muzikale straatje passen. Ora Cogan beschikt over een mooie en karakteristieke stem, schrijft songs die zich redelijk makkelijk opdringen maar niet voor de gemakkelijkste weg kiezen, maakt muziek die zich niet zomaar in een hokje laat duwen en kleurt haar songs ook nog eens op mooie en avontuurlijke wijze in. 

Met het deze week verschenen nieuwe album trok Ora Cogan wel direct mijn aandacht, waardoor ik er opeens acht hele mooie albums bij heb. Ik heb nog niet alle albums van de Canadese muzikante beluisterd, maar durf al wel te concluderen dat het deze week verschenen Hard Hearted Woman zeker niet onderdoet voor de vorige albums van Ora Cogan. 

Ook op haar nieuwe album trekt ze direct de aandacht met haar mooie stem. Het is een bijzondere stem, die niet bij iedereen in de smaak zal vallen, maar zelf heb ik wel wat met de stem van Ora Cogan, die iets bezwerends heeft. Dat bezwerende heeft ook haar muziek, die in recensies vaak als ‘haunting’ wordt beschreven. Het is muziek die ook meestal wordt beschreven als folk, maar ik hoor ook veel invloeden uit de psychedelische muziek, waardoor ik er zelf psychedelische folk van zou maken. Door de invloeden uit de psychedelica heeft Hard Hearted Woman af en toe een typisch jaren 60-sfeertje, maar het album sluit ook aan bij de psychedelische folk van het moment. 

Het nieuwe album van Ora Cogan werd opgenomen in het Canadese Nanaimo in British Columbia, dat Ora Cogan zelf Twin Peaks-like noemt. Het is daarom een perfecte locatie voor haar muziek, want de muziek van Ora Cogan heeft niet alleen iets bezwerends, maar ook iets mysterieus of zelfs spookachtig. 

De stem van Ora Cogan is vaak sfeerbepalend op Hard Hearted Woman, maar ook in muzikaal opzicht gebeurt er van alles op het album. De muziek op het album is zowel beeldend als zweverig, maar ondertussen wordt er ook geweldig gespeeld op het album, dat vol staat met wolken gitaren, atmosferische synths en diepe bassen. Hard Hearted Woman ontworstelt zich hierdoor vrijwel continu aan het label folk, maar ik vind labels als dreampop nog net wat minder goed passen. 

Ik vind het nieuwe album van Ora Cogan een echt koptelefoonalbum, want haar muziek bestaat uit veel lagen en deze vloeien op bijzondere wijze samen. Het woord luistertrip wordt makkelijk gebruikt, maar het in muzikaal opzicht fascinerende Hard Hearted Woman is er zeker een. 

Het doet me af en toe wel wat denken aan Mazzy Star, een van mijn favoriete bands, maar de stem van Ora Cogan klinkt totaal anders dan die van Hope Sandoval en bovendien klonk Mazzy Star niet vaak zo donker en psychedelisch als Ora Cogan op haar nieuwe album. Wat ben ik blij dat ik haar muziek eindelijk heb ontdekt. Erwin Zijleman

De muziek van Ora Cogan is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://oracogan.bandcamp.com/album/hard-hearted-woman.


Hard Hearted Woman van Ora Cogan is verkrijgbaar via de Mania webshop:



19 maart 2026

Review: Grace Givertz - Midnight Feature

Ik had nog niet eerder kennis gemaakt met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter Grace Givertz, maar alles dat de muzikante uit Boston laat horen op het deze week verschenen album Midnight Feature is even mooi en indrukwekkend
De meeste omschrijvingen die muzikanten voor zichzelf hebben bedacht op de diverse sociale media vind ik niet heel treffend, maar de wijze waarop de Amerikaanse muzikante Grace Givertz zichzelf typeert is wat mij betreft raak. “Grace Givertz is a Boston based indie folk singer songwriter. With a large voice packed into a tiny body, Grace pairs her witty and honest lyrics with various instruments to bring a refreshing sound to folk.” Het is een prima omschrijving van de muziek die is te horen op het deze week verschenen Midnight Feature. Het is een album dat me in alle opzichten heeft verrast. De muziek is echt prachtig, de songs van Grace Givertz zijn indringend en avontuurlijk en ze zingt ook nog eens met veel gevoel. Het levert een prachtig album op.


Midnight Feature van de Amerikaanse singer-songwriter Grace Givertz is verschenen in een week met echt heel veel interessante nieuwe albums. Het album van de nog vrij onbekende muzikante dreigt daarom wat tussen wal en schip te vallen en dat zou heel jammer zijn, want het is een uitstekend en wat mij betreft onderscheidend album. 
Ook bij mij stond Midnight Feature niet direct op de radar, maar langzaam maar zeker wist de muzikante uit Boston me te overtuigen met haar mooie en indringende muziek. 

Grace Givertz bracht in 2019 haar debuutalbum Year Of The Horse uit en komt pas zeven jaar later met haar tweede album. De Amerikaanse muzikante kreeg in 2017 een ernstig ongeluk, waarvan het herstel meerdere jaren duurde en in die periode was gitaar spelen en zingen niet altijd mogelijk. Op Midnight Feature zit Grace Givertz nog deels in deze voor haar zware periode, wat donkere tinten toevoegt aan haar muziek en haar teksten, die ook gaan over relaties en het opereren als zwarte muzikante in de vooral witte folkscene van Boston. 

De muzikante uit Boston, die nog wel altijd last heeft van chronische pijn, omschrijft haar muziek zelf als folk, maar ik vind Midnight Feature geen moment een doorsnee folkalbum. Bij een doorsnee folkalbum denk ik in eerste instantie aan vrij sobere klanken met een hoofdrol voor de akoestische gitaar. Dat is misschien een vrij stereotiep beeld, maar het is ook een beeld dat nog altijd vaak op gaat. 

Ook de songs van Grace Givertz hebben soms genoeg aan relatief sobere klanken van de banjo en de gitaar van de Amerikaanse muzikante, maar Midnight Feature laat het grootste deel van de tijd een opvallend mooi en bijzonder geluid horen. De singer-songwriter uit Boston heeft zich op haar tweede album omringd met flink wat muzikanten, die samen goed zijn voor een geluid dat opvalt. Naar verluidt koos ze alleen voor muzikanten van kleur, muzikanten met een handicap of muzikanten uit de LHBTIQ+ gemeenschap, groepen waarvan ze zelf ook deel uitmaakt, een bijzonder detail. 

Er komen uiteindelijk flink wat instrumenten voorbij op het album, maar deze worden niet allemaal tegelijk ingezet. In de meeste songs staat een van de instrumenten centraal en voegen de andere instrumenten subtiele versiersels toe. Ik vind met name de vioolbijdragen op het album heel mooi, maar in iedere song op het album valt wel weer een ander instrument op. Het levert een folky geluid op, maar Midnight Feature bevat ook zeker invloeden uit andere genres. 

De muziek op het album is prachtig, maar ik vind de zang van Grace Givertz nog indrukwekkender. Ze beschikt om te beginnen over een hele bijzondere stem, die Midnight Feature voorziet van een duidelijk eigen geluid. Grace Givertz zingt bovendien met veel passie en emotie, waardoor haar stem echt binnenkomt. De impact van haar stem wordt nog wat groter door de persoonlijke teksten op het album. 

Ik ben echt onder de indruk van de muziek en de zang op het album, maar ik ben ook onder de indruk van de songs van Grace Givertz. Het zijn songs die makkelijk onder de huid kruipen dankzij de emotionele lading, maar het zijn ook songs die de fantasie prikkelen, zeker wanneer ze zijn voorzien van een fraai beeldend geluid. 

Helaas is Midnight Feature van Grace Givertz een beetje ondergesneeuwd in het releasegeweld van de afgelopen week, maar ik weet zeker dat dit album in brede kring op sympathie moet kunnen rekenen. Ga vooral eens luisteren. Erwin Zijleman

De muziek van Grace Givertz is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://gracegivertz.bandcamp.com/album/midnight-feature.





18 maart 2026

Review: Morgan Nagler - I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It

Het is overvol binnen de indierock van het moment, maar met het geweldige I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It levert Morgan Nagler een debuutalbum af dat haar in één klap schaart onder de smaakmakers in het genre
Dat Morgan Nagler goede songs kan schrijven bewees de muzikante uit Los Angeles al eerder met de songs die ze voor anderen schreef, maar ook haar debuutalbum I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It staat er vol mee. Het is een album dat zowel uit de voeten kan met indierock als met indiefolk en indiepop en het is een album dat vol staat met direct aansprekende songs. Het knappe van het debuutalbum van Morgan Nagler is ook dat ze volledig zichzelf blijft en songs kan schrijven die op hetzelfde moment hopeloos aanstekelijk en volstrekt eigenzinnig zijn. Zomaar een van de grote indie-albums van het moment, wat een verrassing.



Ik had tot vorige week nog nooit van Morgan Nagler gehoord. Dat is ook niet zo gek, want het deze week verschenen I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It is haar debuutalbum. Toch timmert de muzikante uit Los Angeles al heel wat jaren aan de weg. Dat ik heb gemist dat ze als kind in een groot aantal films en tv-series speelde, vergeef ik mezelf, maar ook de muzikale verdiensten van Morgan Nagler mogen er zeker zijn. 

Zo speelde ze in een aantal mij onbekende bands, maar ze schreef ook mee aan songs van onder andere HAIM, Margo Price, Madi Diaz en Phoebe Bridgers. Het meeschrijven aan de track Kyoto van Phoebe Bridgers leverde haar zelfs een Grammy-nominatie op. Het zette haar bij mij nog niet op de kaart, maar met haar deze week verschenen solodebuut I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It heeft de Amerikaanse muzikante ervoor gezorgd dat ik haar naam niet meer ga vergeten. 

Als je door bovengenoemde muzikanten wordt gevraagd om mee te schrijven aan hun songs kun je iets, dus het wekt geen verbazing dat het debuutalbum van Morgan Nagler direct vanaf de openingstrack de aandacht trekt met uitstekende songs. Met openingstrack Cradle The Pain levert ze een indierocksong af waarop heel wat collega’s in het genre, inclusief die van naam en faam, stikjaloers zullen zijn. 

Het is een track met lekker stevig gitaarwerk, maar het is ook een track met een melodie die blijft hangen en een refrein dat je na één keer horen bijblijft. I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It bevat veel meer uitstekende tracks, want met de songwriting skills van Morgan Nagler zit het wel goed. Die skills kregen extra inspiratie door een liefdesbreuk, die nog wat emotionele lading heeft toegevoegd aan de songs. 

De openingstrack van het album past uitstekend in het hokje indierock, maar in de tweede track laat de muzikante uit Los Angeles horen dat ze ook met folky songs uit de voeten kan, al kunnen gruizige gitaren op ieder moment opduiken. Het zorgt ervoor dat I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It gevarieerder klinkt dan de meeste andere indie-albums van het moment. 

Morgan Nagler schrijft toegankelijke songs die makkelijk verleiden, maar het zijn ook eigenzinnige songs met scherpe kantjes en ruwe randjes. Die eigenzinnigheid hoor je ook in de zang op het album. De stem van Morgan Nagler is niet per se mooi, maar het is wel een stem die wat met je doet en een stem die eens anders klinkt dan al die fluisterzachte stemmen in het genre. 

De combinatie van een bijzondere stem, een gevarieerde instrumentatie en ijzersterke songs zorgt ervoor dat ik I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It echt met geen mogelijkheid kan weerstaan. Het knappe van het album is dat alles klopt, maar tegelijkertijd ook ruw klinkt. Dat geldt ook voor de productie van Kyle Thomas (King Tuff), die fraai is, maar ook af en toe een heerlijk lo-fi sfeertje heeft. 

Morgan Nagler nam als muzikante tot dusver genoegen met een plekje op de achtergrond, maar haar debuutalbum is in alle opzichten goed genoeg om een plekje in de spotlights af te kunnen dwingen. In een hele drukke week trok het debuutalbum van de Amerikaanse muzikante onmiddellijk mijn aandacht, maar I've Got Nothing To Lose, And I'm Losing It is vervolgens snel uitgegroeid tot een van mijn favoriete albums van het moment. Wat heeft Morgan Nagler een prachtig visitekaartje afgegeven. Erwin Zijleman

De muziek van Morgan Nagler is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amnerikaanse muzikante: https://morgannagler.bandcamp.com/album/ive-got-nothing-to-lose-and-im-losing-it.