17 februari 2026

Review: Momoko Gill - Momoko

Momoko Gill is een zeer getalenteerde muzikante en een geweldige zangeres en levert na het vorig jaar verschenen Clay, dat ze maakte met Matthew Herbert, nu met Momoko een bijzonder knap en wonderschoon solodebuut af
Bij eerste beluistering van Momoko van Momoko Gill was ik vooral onder de indruk van de stem van de Britse muzikante. Het is een jazzy stem, maar ook een stem met veel soul. Alleen door de stem van Momoko Gill vond ik haar solodebuut al een topalbum, maar ook in muzikaal opzicht is het een fascinerend album dat zich beweegt tussen jazz, R&B en soul en elektronische muziek. Het is muziek vol hoogstandjes, maar op een of andere manier klinken de songs van Momoko Gill ook toegankelijk. De Britse muzikante beweegt zich op zich wat buiten mijn muzikale comfort zone, maar op een of andere manier intrigeert het debuutalbum van Momoko Gill me hopeloos.



De Britse componist, multi-instrumentalist en zangeres Momoko Gill maakte vorig jaar met de Britse muzikant en producer Matthew Herbert het album Clay. Het in de zomer van 2025 verschenen Clay is een bijzonder indrukwekkend album met muziek die zich niet in een hokje laat duwen. Het is in muzikaal opzicht een razend spannend en knap album, maar het is ook een album waarop Momoko Gill diepe indruk maakt als zangeres. 

Er is eigenlijk maar één ding jammer aan het album van Momoko Gill en Matthew Herbert en dat is het feit dat ik dit bijzondere album pas deze week heb ontdekt. Ik kwam Clay op het spoor dankzij het deze week verschenen solodebuut van Momoko Gill, dat door Matthew Herbert werd opgenomen, maar door de Britse muzikante zelf werd geproduceerd. 

Clay en het deze week verschenen Momoko hebben één ding gemeen en dat is de echt prachtige stem van Momoko Gill, die zich in één klap schaart onder de beste Britse zangeressen van het moment. In de openingstrack, eigenlijk meer een ouverture, lijkt de Britse muzikante nog even verder te gaan waar haar samenwerking met Matthew Herbert vorig jaar ophield, maar Momoko begeeft zich al snel op andere terreinen, al gaat de vergelijking met Clay zeker niet altijd mank. 

De Britse muzikante was de afgelopen jaren als multi-instrumentalist en zeker als drummer te horen op een aantal aansprekende Britse jazzalbums en ook haar debuutalbum staat vol muzikaal vuurwerk. De namen die opduiken in de imposante lijst met credits zeggen me eerlijk gezegd niet zoveel, maar ik volg de Britse jazz ook zeker niet op de voet. Uit een aantal recensies begrijp ik dat Momoko Gill zich op haar debuutalbum heeft omringd met de crème de la crème van de Britse jazzscene en dat is te horen. 

De muziek op Momoko is echt prachtig en is het grootste deel van de tijd gelukkig niet het soort jazz waar ik nerveus van word. Veel songs op het debuutalbum van Momoko Gill vallen in de categorie lome jazz met uitstapjes richting soul, R&B en psychedelica. Het blijft jazz, wat betekent dat er wel heel veel noten tegelijk worden gespeeld, maar het zit me in tegenstelling tot veel andere jazzmuziek niet in de weg. 

Bij beluistering met de koptelefoon hoor je goed hoe geweldig bijvoorbeeld het drumwerk is, maar ook alle andere instrumenten klinken echt prachtig en bouwen samen een even spannend als gloedvol geluid op. Wanneer Momoko Gill de organische klanken verruilt voor elektronica doen de invloeden uit de jazz een stapje terug en komt Portishead in beeld als vergelijkingsmateriaal, wat minstens even fascinerend klinkt. 

De songs van Momoko Gill zitten knap in elkaar en zijn vaak behoorlijk complex, maar ik vind de songs van de Britse muzikante over het algemeen genomen ook toegankelijk. In muzikaal opzicht vraagt Momoko flink wat aandacht en energie en ook de songs van de Britse muzikante vereisen aandachtige beluistering, maar uiteindelijk draait wat mij betreft alles om de stem van Momoko Gill. 

Het is een stem die vorig jaar opzien baarde op het album dat ze samen met Matthew Herbert maakte, maar op Momoko vind ik de zang van de muzikante uit Londen nog net wat mooier. Momoko Gill zingt niet alleen loepzuiver, maar beschikt ook over een warme stem, die nog een prachtige laag toevoegt aan haar fascinerende muziek, die iedere keer als je denkt te weten waar je aan toe bent nog een keer van kleur verschiet. Wat een album. Erwin Zijleman

De muziek van Momoko Gill is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://momokogill.bandcamp.com/album/momoko.


Momoko van Momoko Gill is verkrijgbaar via de Mania webshop:



16 februari 2026

Review: David Byrne, AFAS Live, Amsterdam, 15 februari 2025

David Byrne maakt indruk met een in visueel opzicht fascinerende show en een knap uitgevoerde setlist, die zwaar leunt op het oeuvre van zijn roemruchte band uit de jaren 70 en 80
David Byrne nam jaren geleden al afscheid van het rockconcert dat we kennen, maar heeft zijn bijzondere show nog wat verder geperfectioneerd. Zijn band wandelt over het podium met draagbare instrumenten, maar zetten moeiteloos het funky en dansbare geluid neer dat Talking Heads in de jaren 70 en 80 op de kaart zette. Het levert anderhalf uur visueel en muzikaal vermaak van hoog niveau op.

            foto door Robert Kloosterman

Direct bij aankomst in de AFAS Live trekt het volledig lege podium de aandacht. Er zijn geen instrumenten te zien en ook verder is het podium helemaal leeg. Dit verandert als David Byrne met drie muzikanten het podium op komt. De drie muzikanten hebben een draagbaar instrument (cello, viool en keyboards) en zijn net als David Byrne gestoken in een oranje overall. Met zijn vieren zijn ze goed voor een wonderschone versie van de Talking Heads song Heaven, die minstens net zo bekend is van het debuutalbum van Simply Red.

In de tweede song, Everybody Laughs, komen ook de andere muzikanten het podium op. Allemaal gekleed in een oranje overall en allemaal voorzien van draagbare instrumenten. Naast vier achtergrondvocalisten (en tevens dansers) laat David Byrne zich bijstaan door een gitarist, een bassiste, een toetsenist en maar liefst vier percussionisten. Het is een bijzondere opstelling, maar het klinkt fantastisch. Dat geldt ook voor de stem van David Byrne, die ook in de openingstrack al indruk maakte met zijn zo herkenbare stem, die de tand des tijd verrassend goed heeft doorstaan.

Met de Talking Heads song And She Was zit de sfeer er direct goed in en wordt ook het scherm op het podium gebruikt voor het visuele spektakel dat David Byrne laat zien tijdens zijn Who Is The Sky? tour. Het visuele spektakel bestaat niet alleen uit achtergrondprojecties, waarin een aantal keren plaats is voor een kritische blik op de huidige politieke toestand in de Verenigde Staten, maar ook uit een zorgvuldig uitgedachte choreografie waarin David Byrne en zijn medemuzikanten steeds weer op net wat andere wijze over het podium bewegen.

David Byrne leunt in de setlist overigens zwaar op het werk van zijn roemruchte band Talking Heads, die tussen 1977 en 1988 tien uitstekende albums maakte. De helft van de setlist bestaat uit Talking Heads songs en het zijn alle bekende songs van de band. Ook de Talking Heads klassiekers doen het uitstekend in de versies van de bijzondere band van David Byrne, waarin de bassiste meerde keren een glansrol opeist en ook de percussionisten een hoofdrol spelen. David Byrne was met het verwerken van invloeden uit de Afrikaanse muziek en de funk zijn tijd ooit ver vooruit, maar ook decennia later klinken de songs van Talking Heads nog fris en energiek.

             foto door Robert Kloosterman

Mooi moment in de set is het moment waarop David Byrne zijn appartement in New York op het scherm projecteert en terugkijkt op de coronapandemie, die New York zwaar trof en die veel impact had op het persoonlijke leven van de Amerikaanse muzikant. David Byrne besteed er twee songs aan, zijn eigen My Appartment Is My Friend en de opvallende Paramore cover Hard Times. Het geeft een mooi inkijkje in de persoon David Byrne, die veel sympathieker over komt dan zijn reputatie doet vermoeden.

Hoogtepunten in de set blijven echter de bekendste songs van Talking Heads, waaronder fantastische versies van Slippery People, Psycho Killer, Life During Wartime (met projecties over demonstraties tegen ICE) en Once In A Lifetime. Het zijn songs waarin niet alleen de bassiste, maar ook de percussionisten een hoofdrol opeisen en het publiek makkelijk uit de stoelen komt voor de nog altijd zeer dansbare muziek van de Amerikaanse muzikant. 

Met een fraaie versie van Everybody's Coming to My House en een energieke versie van Talking Heads klassieker Burning Down The House komt na ruim half uur een einde aan een strak geregisseerde en in visueel opzicht aantrekkelijke show, waarin David Byrne laat horen dat de songs die hij in zijn jonge jaren schreef er nog altijd toe doen en zich er bovendien toe lenen om opnieuw uitgevonden te worden. Alle lof dus voor de inmiddels 73 jaar oude muzikant en zijn geweldige band. Erwin Zijleman

Review: Howling bells - Strange Life

Juanita Stein richtte de afgelopen jaren alle aandacht op haar solocarrière, maar na twaalf jaar stilte verschijnt er gelukkig toch nog een nieuw album van haar band Howling Bells en het is een uitstekend album geworden
De Australische band Howling Bells maakte de afgelopen twintig jaar vier albums, waarvan met name het eerste album erg goed was. Na twaalf jaar stilte en vier soloalbums van frontvrouw Juanita Stein keert Howling Bells toch weer terug met een nieuw album. Het is een geïnspireerd klinkend album dat wat steviger klinkt dan een aantal van de andere albums van de band, maar het klinkt erg goed. Juanita Stein trekt ook dit keer de meeste aandacht met haar geweldige stem, maar ook haar twee medemuzikanten laten nadrukkelijk van zich horen op het werkelijk uitstekende Strange Life, dat laat horen dat het zo herkenbare Howling Bells geluid er nog steeds toe doet.



De Australische band Howling Bells debuteerde bijna twintig jaar geleden met een geweldig titelloos album. Het is een album waarop de band een mooi en veelzijdig geluid vol invloeden liet horen. Al deze invloeden werden verpakt in toegankelijke maar ook avontuurlijke songs, die het talent van de band onderstreepten. Howling Bells maakte echter de meeste indruk met de stem van frontvrouw Juanita Stein, die zich soepel meebewoog met het gevarieerde geluid van de Australische band. 

Ik omschreef het destijds overigens een stuk mooier in de Plato.NL nieuwsbrief: “Het titelloze debuut van Howling Bells staat vol met even zwoele als duistere muziek, die het beste van Slowdive, Mazzy Star, My Bloody Valentine en The Velvet Underground lijkt te verenigen en net zo makkelijk uit de voeten kan met slowcore, shoegaze en dreampop als met country-noir, psychedelica en indierock. Het debuut van Howling Bells is een plaat vol invloeden uit een ver verleden, maar klinkt desondanks eigentijds en bij vlagen zelfs vernieuwend, wat de plaat alleen maar extra kracht en magie geeft”. 

Het titelloze debuutalbum uit 2006 werd in 2009 gevolgd door Radio Wars, dat wat doorsloeg richting pop. Ik vond en vind Radio Wars een redelijk album, maar vergeleken met het debuutalbum van Howling Bells was het een flinke tegenvaller. Het was psychedelischer klinkende The Loudest Engine uit 2011 was net wat beter, maar het eerherstel kwam met Heartstrings uit 2014, waarop de inmiddels naar Engeland uitgeweken bands de invloeden van de eerste drie albums combineerde in een aansprekend rockgeluid. 

De afgelopen twaalf jaar hebben we het moeten doen met de vier, overigens uitstekende, soloalbums van frontvrouw Juanita Stein, die op deze albums koos voor singer-songwriter muziek, Americana en 70s pop. Twaalf jaar na het vierde album van Howling Bells keert de nog altijd vanuit het Verenigd Koninkrijk opererende band terug met Strange Life. Het is een geïnspireerd klinkend album, waarop de tot een trio uitgedunde band verder gaat waar het vorige album in 2014 ophield. 

Ook Strange Life is weer een vooral rock georiënteerd album, waarop invloeden uit de shoegaze en indierock centraal staan. Juanita Stein verwerkte op haar soloalbums flink wat invloeden uit de Americana, maar deze zijn niet terug te horen op het nieuwe album van Howling Bells. De band riep in het verleden altijd associaties op met de muziek van Mazzy Star, een van mijn favoriete bands aller tijden, en die hoor ik nog altijd, al zijn ze wel wat minder prominent dan op de wat psychedelischer getinte albums. 

Strange Life is vergeleken met deze albums wat ruwer en gruiziger en ook dat geluid past uitstekend bij de stem van Juanita Stein, die dit keer wel wat aan Lana Del Rey doet denken. Juanita Stein tilt het geluid van haar band nog altijd flink op met gloedvolle vocalen en voegt met grote regelmaat een zwoel tintje toe aan de gruizige songs van de band. 

Hier en daar hoor ik ook nog wel wat van dat glorieuze en inmiddels twintig jaar oude debuutalbum, al laat Strange Life ook horen dat Howling Bells in muzikaal opzicht flink is gegroeid. Ik had na al die jaren stilte niet meer gerekend op een terugkeer van de van oorsprong Australische band, maar Strange Life is echt geen moment een overbodige herhalingsoefening. Erwin Zijleman


Howling Bells - Strange Life is verkrijgbaar via de Mania webshop:


15 februari 2026

Review: Chris Whitley - Living With The Law

De Amerikaanse muzikant Chris Whitley kwam na de nodige omzwervingen Daniel Lanois tegen, die hem in staat stelde om aan het begin van de jaren 90 het verpletterend mooie Living With The Law te maken
Chris Whitley kwam tijdens zijn te korte leven nog tot een respectabel aantal albums, maar het hoogtepunt in zijn oeuvre blijft toch zijn officiële debuutalbum Living With The Law uit 1991. Het is een album waarop de Amerikaanse muzikant indruk maakt met zijn doorleefde stem, imponeert met geweldig gitaarwerk en overtuigt met een serie geweldige songs. Living With The Law is ook nog eens een album dat prachtig is geproduceerd door Malcom Burn, de rechterhand van Daniel Lanois. Het album is alweer 35 jaar oud en mag inmiddels best een klassieker worden genoemd. Iedereen die het album niet kent maar wel een zwak heeft voor bluesy rootsrock moet absoluut eens gaan luisteren.



De Amerikaanse muzikant Chris Whitley overleed in het najaar van 2005 op slechts 45-jarige leeftijd. Hij had er op dat moment al zo’n 30 jaar in de muziek op zitten, want vanaf zijn vijftiende probeerde de oorspronkelijk vanuit Texas afkomstige muzikant te overleven als muzikant. Dat deed hij in eerste instantie als straatmuzikant in New York, tot een Belgische promotor hem overhaalde om zijn geluk in België te beproeven. 

Chris Whitley bracht een groot deel van de jaren 80 door in Gent en maakte daar muziek die het lokaal goed deed. Aan het eind van de jaren 80 keerde hij terug naar New York, waar hij producer Daniel Lanois tegen het lijf liep. De Canadese muzikant en producer was onder de indruk van het gitaarspel en de stem van Chris Whitley en hielp hem aan een platencontract. 

Daniel Lanois was uiteindelijk nauw betrokken bij het album waarmee de wereld kennis maakte met de muziek van Chris Whitley, al werd Living With The Law uiteindelijk geproduceerd door zijn rechterhand Malcolm Burn. Living With The Law verscheen in 1991 en werd terecht warm onthaald door zowel de critici als door liefhebbers van ruwe Amerikaanse rootsmuziek. 

Chris Whitley zou na Living With The Law nog acht albums maken, waarvan de laatste na zijn dood zou verschijnen. Het zijn albums van een behoorlijk constante kwaliteit, maar Living With The Law bleef niet alleen het meest succesvolle album van de Amerikaanse muzikant, maar wat mij betreft ook zijn beste. 

De naam van Daniel Lanois wordt vaak genoemd in verhalen over Living With The Law en dat is terecht. Het album werd weliswaar geproduceerd door Malcolm Burn, maar klinkt als een album waarop Daniel Lanois zijn stempel heeft gedrukt. Het in New Orleans, Louisiana, opgenomen doorbraakalbum van Chris Whitley bevat het zompige geluid dat we kennen van Daniel Lanois. 

Het is een geluid dat de sfeer van het diepe zuiden van de Verenigde Staten ademt en dat aangenaam broeierig klinkt. In het geluid van Chris Whitley staan de gitaren centraal en dat is niet zo gek want de Texaanse muzikant is een geweldige gitarist. In het gitaarspel op Living With The Law is een belangrijke rol weggelegd voor het slide gitaarspel van Chris Whitley, dat zowel ruw als subtiel kan zijn. 

Alleen vanwege het gitaarspel is Living With The Law al een geweldig album, maar er is veel meer moois te horen. De ritmesectie valt misschien wat weg tussen al het gitaargeweld, dat vaak in meerdere lagen uit de speakers komt, en waaraan ook Daniel Lanois bijdraagt, maar de bassisten (onder wie Darryl Johnson) en de drummer die op het album zijn te horen spelen geweldig. 

Invloeden uit de blues staan centraal op Living With The Law, maar Chris Whitley verwerkt ook bredere invloeden uit de Americana en de rock op het album waarmee hij in 1991 doorbrak. Het was best even geleden dat ik voor het laatst naar de muziek van Chris Whitley had geluisterd, maar Living With The Law imponeerde direct weer net zo als 35 jaar geleden. 

Dat heeft ook alles te maken met de stem van Chris Whitley, die er hoorbaar een ruig leven op had zitten in 1991 en zingt met een lekkere rauwe strot vol doorleving. De Amerikaanse muzikant maakte uiteindelijk nog een aardig stapeltje albums en gaf zijn talent door aan dochter Trixie, die inmiddels ook al heel wat jaren bouwt aan een fraai oeuvre, maar Living With The Law blijft toch het hoogtepunt. Erwin Zijleman


Living With The Law van Chris Whitley is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Review: Steph Strings - Feel Alive

De Australische muzikante Steph Strings heeft de afgelopen jaren een stevige live-reputatie opgebouwd en levert nu met Feel Alive een ijzersterk debuutalbum af met zowel rootsmuziek als pop en rock
Ik zag de naam Steph Strings een paar weken geleden voor het eerst opduiken in de nieuwsbrief van een Amerikaanse muziekpromotor en ging er eerlijk gezegd van uit dat het een singer-songwriter uit Nashville betrof. Steph Strings komt echter uit het Australische Melbourne en heeft in eigen land en in de Verenigde Staten inmiddels een uitstekende reputatie. Met haar debuutalbum Feel Alive kan ze ook Europa aan haar zegekar binden, want het debuutalbum van Steph Strings is een zeer aansprekend debuutalbum. Het is een album waarop Amerikaanse rootsmuziek centraal staat, maar de Australische muzikante geeft ook een frisse draai aan haar uitstekende songs.



Ik luister iedere week naar flink wat nieuwe albums, maar in geen enkel genre is het aantal nieuwe albums voor mij zo groot als binnen de (Amerikaanse) rootsmuziek. Nu is het natuurlijk een behoorlijk breed genre, maar ik heb ook relatief veel volgers die het genre een warm hart toe dragen, wat wekelijks zorgt voor de nodige aanbevelingen. 

Hiertussen zitten flink wat albums die ik zelf waarschijnlijk nooit zou hebben opgemerkt, maar die ik gelukkig toch heb ontdekt. Feel Alive van Steph Strings is zo’n album. Het album kwam bij mij op de radar via een Amerikaanse promotor van rootsmuziek, maar Steph Strings blijkt een Australische muzikante. 

Ik hoorde haar naam onlangs pas voor het eerst, maar ze is bekender dan ik dacht. Zo staat ze in april in de grote zaal van Paradiso, wat voor de meeste rootsmuzikanten te hoog gegrepen is en zeker voor debuterende rootsmuzikanten, die het meestal moeten doen met de kleinere zalen.

Feel Alive is misschien het debuutalbum van Steph Strings, maar ze staat al meer dan tien jaar met veel succes op het podium en heeft lang gewerkt aan haar eerste album. Ik begrijp inmiddels wel waarom Steph Strings een wat breder publiek weet aan te spreken dan de meeste van haar collega’s. Met Feel Alive heeft ze immers een aansprekend album gemaakt, dat binnen de rootsmuziek op een breed terrein uit de voeten kan. 

Toen ik het album vluchtig beluisterde hoorde ik bij vlagen behoorlijk traditioneel klinkende rootsmuziek met vooral invloeden uit de folk en de country en volop aansprekend snarenwerk, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord weet ik dat Steph Strings ook uit de voeten kan met pop en rock. 

Voor het echt geweldige snarenwerk tekent de muzikante uit Melbourne overigens zelf, waardoor ze op het Internet volkomen terecht singer-songwriter en gitariste of zelfs multi-instrumentaliste wordt genoemd. Haar gitaarwerk is keer op keer bijzonder knap, maar ook veelkleurig. 

In een aantal tracks op Feel Alive laat Steph Strings (mooie achternaam voor een gitariste trouwens) soms lekker ruw gitaarwerk vol twang horen, maar ze speelt ook virtuoze of opvallend subtiele akkoorden. Ook als het gitaarwerk achterwege blijft en de Australische muzikante kiest voor de piano, is de muziek op het debuutalbum van de Australische muzikante zeer trefzeker. 

Feel Alive laat goed horen waarom Steph Strings in eigen land en in de Verenigde Staten al enige tijd een gerespecteerd muzikante is. In muzikaal opzicht klinkt Feel Alive degelijk, maar bijzondere accenten zijn nooit ver weg op het album en meestal komen ze van de gitaren van Steph Strings zelf.

Nu ik het album wat vaker heb gehoord vind ik het geluid van de muzikante uit Melbourne zeker onderscheidend en dat geldt vooral voor de songs die wat buiten de kaders van de Amerikaanse rootsmuziek kleuren. Ook in de songs hoor je dat de Australische muzikante al langer muziek maakt, want de songs klinken niet alleen mooi maar blijven ook makkelijk hangen en zitten goed in elkaar. 

Steph Strings heeft niet alleen een serie uitstekende en vaak persoonlijke songs geschreven, maar ze vertolkt ze ook op overtuigende wijze. De Australische muzikante beschikt over een mooie en interessante stem, die niet al te standaard klinkt en die ook voldoende gevoel bevat. Al met al een uitstekend debuutalbum van deze Australische muzikante. Erwin Zijleman


14 februari 2026

Review: August Ponthier - Everywhere Isn't Texas

August Ponthier is een non-binaire muzikant uit Brooklyn, New York, die met Everywhere Isn’t Texas een groots debuutalbum heeft afgeleverd, dat niet alleen een briljant popalbum is, maar ook een fraai singer-songwriter album
Ik had de naam August Ponthier tot gisteren nog nooit gehoord, maar wat ben ik onder de indruk van het deze week verschenen Everywhere Isn’t Texas. De Amerikaanse muzikant uit Brooklyn schaart zich met dit debuutalbum wat mij betreft in één klap onder de grote beloften van de popmuziek van het moment. De muziek van August Ponthier heeft raakvlakken met de muziek van Chappell Roan en ik hoor ook veel van Taylor Swift, maar Everywhere Isn’t Texas laat ook een fris popgeluid horen met veel invloeden uit de country en de folk. Je hebt soms van die albums met songs die je onmiddellijk koestert en Everywhere Isn’t Texas van August Ponthier is zo’n album. Hier gaan we nog veel van horen.



Ik weet nog dat ik in de herfst van 2023 voor het eerst naar het net verschenen debuutalbum van Chappell Roan luisterde. Na één keer horen wist ik niet alleen dat het een sensationeel goed popalbum was, maar wist ik ook zeker dat Chappell Roan een wereldster zou gaan worden. Ik had gisteren een vergelijkbaar gevoel bij beluistering van Everywhere Isn’t Texas van August Ponthier. 

Het is een album dat deze week eigenlijk alleen door de alternatieve Amerikaanse muziekwebsite Pitchfork wordt gepromoot als een van de memorabele nieuwe albums van deze week, maar ik weet zeker dat het debuutalbum van August Ponthier dit jaar hoge ogen gaat gooien en de popmuziek er zeer binnenkort een grote ster bij heeft. 

August Ponthier groeide op in Texas en had in de Amerikaanse Bible Belt een jeugd waarin worstelingen met gender en seksualiteit centraal stonden. De Amerikaanse muzikant verruilde een voorstad van Dallas uiteindelijk voor Brooklyn, New York, en identificeerde zichzelf als non-binair persoon en queer. 

In tekstueel opzicht heeft Everywhere Isn’t Texas wel wat raakvlakken met het debuutalbum van Chappell Roan, al zijn haar teksten een stuk explicieter dan die van August Ponthier, die voor slechts één van de songs op het album een waarschuwing voor expliciete teksten heeft gekregen op Spotify. 

In muzikaal opzicht maakt August Ponthier andere keuzes dan Chappell Roan. Beiden maken pure pop, maar August Ponthier laat ook een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek horen. Veel songs op Everywhere Isn’t Texas laten invloeden uit de folk en de country horen, maar August Ponthier maakt er uiteindelijk wel popsongs van. 

Als ik vergelijkingsmateriaal moet aandragen kom ik vooral bij Taylor Swift uit. Niet eens zozeer vanwege het countrypop verleden van Taylor Swift, want ik hoor vooral invloeden uit de meer pop georiënteerde songs van de Amerikaanse superster, die ook over het vermogen beschikt om songs te schrijven die je na één keer horen niet meer vergeet.

Ik had de naam August Ponthier (voorheen Allison Ponthier) echt nog nooit gehoord, maar de Amerikaanse muzikant timmert al even aan de weg op TikTok, dat zich buiten mijn muzikale universum bevindt. Het verklaart dat een aantal aansprekende songwriters uit Nashville en Los Angeles hebben bijgedragen aan de songs op het album. 

Everywhere Isn’t Texas is geproduceerd door Matthew Neighbour, die niet dezelfde status heeft als de grote popproducers van het moment, maar al wel fraai werk afleverde voor onder andere Lord Huron, Soccer Mommy en Julia Stone. Het levert een album vol lekker in het gehoor liggende songs op en het zijn in de meeste gevallen ook aansprekende songs, die ook na meerdere keren horen nog leuk blijven. 

August Ponthier trekt zelf de meeste aandacht met een aantal persoonlijke songs over een ingewikkelde jeugd en een mooie stem, die makkelijk verleidt, maar die ook over voldoende diepgang en gevoel beschikt. Het levert een geweldig popalbum op, maar het knappe van Everywhere Isn’t Texas is wat mij betreft dat het debuutalbum van August Ponthier zich ook laat beluisteren als een knap singer-songwriter album met voldoende invloeden uit de folk en de country. 

Het debuutalbum van August Ponthier kwam, net als het debuutalbum van Chappell Roan tweeënhalf jaar geleden, voor mij compleet uit de lucht vallen, maar wat heb ik nu al een zwak voor dit album en de rek is er nog lang niet uit. August Ponthier wordt een ster, let maar op! Erwin Zijleman

De muziek van August Ponthier is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://augustponthier.bandcamp.com/album/everywhere-isn-t-texas.



13 februari 2026

Review: Alice Costelloe - Move On With The Year

Ik moest even wennen aan de wat zweverige klanken op Move On With The Year en zeker aan de bijzondere zang van Alice Costelloe, maar inmiddels vind ik het debuutalbum van de Britse muzikante een heerlijke luistertrip
Alice Costelloe kon vorige maand al rekenen op zeer positieve recensies in een aantal Britse muziektijdschriften en ik kan me inmiddels volledig vinden in deze recensies. Alice Costelloe slaagt er immers in om iets toe te voegen aan alles dat er al is. Dat doet ze aan de ene kant met een veelzijdig geluid dat zowel psychedelisch als elektronisch kan klinken en dat subtiele accenten combineert met weidse klankentapijten. Het is een geluid dat is gevangen in een serie uitstekende songs, die aan kracht winnen door de bijzonder mooie stem van Alice Costelloe, die haar teksten af en toe bijna voordraagt, maar wat mij nergens vervalt in monotone praatzang. En Move On With The Year wordt alleen maar mooier en interessanter.



Alice Costelloe is een Britse muzikante die in het verleden in de shoegaze band Big Deal speelde. Die naam zegt me eerlijk gezegd niets, maar ik ben ook vrij selectief wanneer het gaat om shoegaze die werd gemaakt na de hoogtijdagen van het genre in de jaren 90. Op Move On With The Year, het solodebuut van Alice Costelloe is niets meer te horen van haar shoegaze verleden, want de Britse muzikante slaat op haar eerste soloalbum andere wegen in. 

Het zijn wegen die door de Britse muziekmedia worden omschreven als art-pop, maar persoonlijk vind ik indiepop ook een prima en wat meer gangbare omschrijving. Het is indiepop met een psychedelisch of zelfs proggy tintje, wat wordt verkregen door gebruik te maken van instrumenten als de fluit en de mellotron. 

Het album is knap geproduceerd door de Britse producer Mike Lindsay, die in het verleden samen met Laura Marling muziek maakte onder de naam LUMP en bovendien een van de oprichters is van de band Tunng. Van Tunng hoor ik hier en daar wel wat terug in de muziek van Alice Costelloe, maar de muzikante uit Londen is er ook in geslaagd om een interessant eigen geluid neer te zetten. 

Het is een geluid dat deels wordt bepaald door de bijzondere muziek op het album en deels door de stem en de manier van zingen van de Britse muzikante. De muziek doet zoals gezegd soms wat psychedelisch of zelfs proggy aan en hebben een deel van de tijd ook een wat Beatlesque karakter. Wanneer de elektronica wat aan terrein wint heeft het debuutalbum van Alice Costelloe een aangename jaren 80 of jaren 90 vibe, maar ze maakt ook muziek van deze tijd. 

Door de bijzondere combinatie van klanken is Move On With The Year een album met een duidelijk eigen geluid en het is een geluid dat, mede door de grote diversiteit, lastig in een hokje is te duwen. Ik vind het persoonlijk een bijzonder mooi geluid, maar ik vind het ook een spannend geluid, dat me steeds weer nieuwsgierig maakt naar hetgeen dat komen gaat. 

Alice Costelloe heeft een voorkeur voor zich langzaam voortslepende klanken, die hier en daar aan het eind van de song breed mogen uitwaaien, maar ze zet ook puntige accenten, die haar songs ontdoen van net wat teveel zweverigheid. De muziek op Move On With The Year is bijzonder, maar de zang van Alice Costelloe trekt nog net wat meer aandacht. 

De Britse muzikante beschikt over een karakteristieke maar ook heldere en wat mij betreft mooie stem. Het is een stem die uitstekend past bij het bijzondere geluid op het debuutalbum van Alice Costelloe, dat fraai om haar stem hem draait. Wat direct opvalt bij beluistering van Move On With The Year is de bijzondere manier van zingen van de Britse muzikante. Alice Costelloe draagt haar teksten een groot deel van de tijd bijna voor, wat haar songs voorziet van een bijzondere sfeer. 

Ik ben zeker geen liefhebber van praatzang, maar hier blijft Alice Costelloe wat mij betreft ook voldoende bij uit de buurt. Ze blijft immers het hele album lang zingen, al is het wat andere zang dan gebruikelijk. 

Het is enorm druk in het land van de vrouwelijke muzikanten met een zwak voor indiepop, maar Alice Costelloe weet zich wat mij betreft makkelijk te onderscheiden met fraaie klanken, bijzondere zang en ook nog eens een serie songs die mij steeds makkelijker weten te verleiden en te betoveren. Heerlijk album. Erwin Zijleman

De muziek van Alice Costelloe is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse muzikante: https://alcostelloe.bandcamp.com/album/move-on-with-the-year.


Move On With The Year van Alice Costelloe is verkrijgbaar via de Mania webshop:



Review: Ye Vagabonds - All Tied Together

Er is de afgelopen jaren veel mooie en ook spannende Ierse folk gemaakt en ook de band Ye Vagabonds geeft op haar nieuwe album All Tied Together een mooie en bijzondere draai aan de invloeden uit het verleden
In deze roerige tijden doen albums die zorgen voor rust en ontspanning het erg goed en dat geldt ook zeker voor All Tied Together van Ye Vagabonds. De Ierse band wordt geschaard onder de nieuwe lichting binnen de Ierse folk, maar de muziek van de broers Diarmuid en Brían Mac Gloinn is niet te vergelijken met die van bands als Lankum en ØXN, die de afgelopen jaren imponeerden met spookachtige folk. De folk van Ye Vagabonds is een stuk subtieler en zoekt het eerder in dromerige klankentapijten dan in beangstigende klanken en hoge spanningsbogen. Het zorgt voor een album waarbij het heerlijk dagdromen is, maar vergeet ondertussen niet te luisteren naar al het moois op dit fascinerende album.



Ik heb over het algemeen niet zo heel veel met vooral traditioneel klinkende Ierse folk, maar ik werd de afgelopen jaren van mijn sokken geblazen door de albums van met name Lankum en ØXN, waarvan het album van de laatstgenoemde band in 2023 zelfs de top 10 van mijn jaarlijstje haalde. 

Beide bands begonnen bij de traditionele Ierse folk, maar voegden aardedonkere of zelfs spookachtige lagen toe aan hun muziek, waardoor hun albums bol stonden van de onderhuidse spanning. Ook Ye Vagabonds wordt geschaard onder de Ierse bands die traditionele Ierse folk voorzien van frisse impulsen, waardoor ik heel nieuwsgierig was naar het onlangs verschenen nieuwe album van de band uit Dublin, die me tot dusver nog niet was opgevallen. 

Ik rekende of hoopte eerlijk gezegd op een album dat in de voetsporen zou treden van de prachtalbums van Lankum en ØXN, maar All Tied Together voorziet de Ierse folk van weleer op totaal andere wijze van frisse impulsen. Op album van Ye Vagabonds ontbreken de beangstigend donkere lagen en de band uit Dublin doet het ook zonder de hoge spanningsbogen en de dynamiek van hun landgenoten. 

Ye Vagabonds, overigens een band rond de broers Diarmuid en Brían Mac Gloinn, zoekt het eerder in verstilling, waardoor All Tied Together een totaal ander album is dan ik had verwacht. Wanneer je met verkeerde verwachtingen begint aan een album is het meestal even wennen, maar All Tied Together van Ye Vagabonds wist me al snel te overtuigen. 

De Ierse broers trokken voor het opnemen van het nieuwe album van hun band naar het Ierse Galway, waar ze werden bijgestaan door de onder andere van Adrianne Lenker, Florist, Billie Marten en Indiogo Space bekende producer Philip Weinrobe en multi-instrumentalisten Shahzad Ismaily en Sam Amidon. 

All Tied Together is een album dat aan de ene kant aansluit bij de wat meer traditionele Ierse folk, maar het album bevat ook zeker invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek en met name de folk. De muziek van Ye Vagabonds bestaat in de basis uit de akoestische gitaren en de stemmen van Brian en Diarmuid Mac Gloinn. 

Het is niet moeilijk om de twee voor te stellen in een Ierse pub waarin de traditionele Ierse muziek floreert, maar op het nieuwe album worden de folksongs van de twee op bijzonder fraaie wijze verrijkt. De accenten die Ye Vagabonds toevoegt aan haar muziek zijn subtiel, maar hebben veel effect. 

Veel songs worden op de achtergrond voorzien van atmosferische en zeker ook beeldende klanken, die van All Tied Together een bijzonder album maken. Het is een album dat heerlijk ontspannen klinkt, maar het album van Ye Vagabonds is ook een echt koptelefoon album. Bij beluistering met de koptelefoon (of met wat meer volume) hoor je hoe knap de productie van Philip Weinrobe is en hoe mooi en avontuurlijk er wordt gespeeld op het album. 

Bij eerste beluistering was ik bang dat ik de muziek van Ye Vagabonds snel saai zou vinden, maar die angst bleek al snel ongegrond. De spanning die Ye Vagabonds opbouwt op haar nieuwe album is niet te vergelijken met de manier waarop Lankum en ØXN dit deden op hun albums, maar ook All Tied Together is een album dat je op een of andere manier in een wurggreep kan houden. Weer een fraai staaltje moderne Ierse folk wat mij betreft. Erwin Zijleman

De muziek van Ye Vagabonds is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Ierse band: https://yevagabonds.bandcamp.com/album/all-tied-together.


All Tied Together van Ye Vagabonds is verkrijgbaar via de Mania webshop:



12 februari 2026

Review: Tyler Ballgame - For The First Time, Again

Tyler Ballgame laat op zijn debuutalbum For The First Time, Again horen dat hij een groot zanger is, maar ook de songs en de muziek zijn op het album dat is gevuld met tal van echo’s uit de jaren 70 echt dik in orde
De Amerikaanse muzikant Tyler Ballgame kreeg het niet voor niets, maar na een aantal hele zware jaren krijgt hij toch nog de erkenning die hij al langer verdient. Die erkenning verdient hij als zanger, want een muzikant die met zijn stem herinnert aan minstens een handvol grootheden uit de jaren 70 is ook zelf een hele grote. Het is de stem van Tyler Ballgame die zijn debuutalbum mijlenver optilt, maar For The First Time, Again is ook in alle andere opzichten een uitstekend album. Het is een album dat momenteel overladen wordt met positieve recensies en daar valt echt niets op af te dingen. Het is momenteel druk in het singer-songwriter genre, maar dit album zou ik echt niet laten liggen.



We hebben momenteel absoluut geen gebrek aan interessante singer-songwriter albums, want er verschenen de afgelopen weken nogal wat interessante albums in het genre. De albums van vrouwelijke singer-songwriters heb ik er natuurlijk als eerste uit gepikt, maar ook hun mannelijke collega’s laten nadrukkelijk van zich horen de laatste weken. 

Het gaat in veel gevallen om albums met een duidelijke hang naar het verleden en die hang naar het verleden is ook te horen op For The First Time, Again van Tyler Ballgame. De Amerikaanse muzikant, echte naam Tyler D. Perry, opereert volgens zijn bandcamp pagina vanuit de kleinste staat van de Verenigde Staten (Rhode Island), maar laat op zijn debuutalbum horen dat hij in staat is tot grootse daden. 

Net als een aantal andere singer-songwriter albums van het moment is het album van Tyler Ballgame een album dat zich vooral heeft laten inspireren door de muziek die in de jaren 70 in het genre werd gemaakt. For The First Time, Again laat zich beluisteren als een typisch jaren 70 singer-songwriter album en het is er een die uitnodigt tot associëren met de grote singer-songwriter albums uit dit decennium. 

Raakvlakken met roemruchte albums uit de jaren 70 zijn te horen in de sfeervolle maar ook tijdloze klanken op For The First Time, Again, maar bij eerste beluistering van het album valt de stem van Tyler Ballgame het meest op. De Amerikaanse muzikant herinnert in de openingstrack in eerste instantie aan Roy Orbison, maar klinkt niet veel later precies als John Lennon of is het toch meer Paul McCartney. 

In de tracks die volgen keren ze alle drie terug, maar gooit Tyler Ballgame er ook nog Elvis Presley en Harry Nilsson tegenaan. Ik kan nog veel namen noemen, naast David Bowie die ik echt nog moet noemen, want Tyler Ballgame is een fascinerende zanger, die in elke song weer net wat anders klinkt. 

Dat de Amerikaanse muzikant een bijzondere zanger is liet hij al horen tijdens zijn studie aan het prestigieuze Berklee College Of Music, maar zijn carrière in de muziek kwam in eerste instantie zeer moeizaam van de grond. Gelukkig wordt zijn muziek nu alsnog op de juiste waarde geschat, want For The First Time, Again is een album dat veel te goed is om tussen wal en schip te vallen. 

Het is de fascinerende stem van Tyler Ballgame die zijn debuutalbum enorm ver optilt, maar het album heeft meer te bieden. Zo is er het zeer smaakvolle en trefzekere jaren 70 geluid, dat prachtig is vastgelegd door producers Jonathan Rado (Foxygen, Miley Cyrus, Father John Misty) en Ryan Pollie (Los Angeles Police Department) en dat naar verluidt met vintage apparatuur uit de jaren 70 is gemaakt. 

Het is genoeg om van For The First Time, Again een interessant album te maken, maar Tyler Ballgame schrijft ook uitstekende songs, die aan de ene kant herinneren aan de hoogtijdagen van singer-songwriters uit de jaren 70, maar die ook interessant genoeg zijn om vele decennia later de fantasie te prikkelen. 

Wat het debuutalbum van Tyler Ballgame nog wat knapper maakt is dat alle songs op het album binnen een maand werden geschreven en naar verluidt in een vloek en een zucht op de band stonden. En het zijn ook nog eens songs die de variatie zoeken en vinden. Ik had het album in eerste instantie laten liggen, maar dat was echt volkomen onterecht. Erwin Zijleman

De muziek van Tyler Ballgame is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://tylerballgame.bandcamp.com/album/for-the-first-time-again.


For The First Time, Again van Tyler Ballgame is verkrijgbaar via de Mania webshop:



11 februari 2026

Review: Ellur - At Home In My Mind

Het debuutalbum van de Britse Ellur moet nog even breed worden opgepikt, maar als dat gebeurt is kan At Home In My Mind wel eens een prominente rol gaan spelen binnen de grote popalbums van 2026
Ellur, het alter ego van Ella Megan McNamara, is pas 25 jaar oud, maar op haar deze week verschenen debuutalbum klinkt ze een stuk ouder. Haar stem klinkt rijp en doorleefd, in muzikaal opzicht kent ze haar klassiekers en ze schrijft ook nog eens uitstekende songs, die zowel meedogenloos aanstekelijk als in artistiek opzicht interessant zijn. De aandacht die Ellur vorig jaar kreeg is me eerlijk gezegd ontgaan, maar dat de jonge Britse muzikante vorig jaar werd uitgeroepen tot een van de grote beloften voor 2026 verbaast me niet. Enige liefde voor pop is noodzakelijk om te kunnen houden van het debuut van Ellur, maar als deze liefde er is, is dit een prima album.



Ik had eigenlijk wel wat meer aandacht verwacht voor het debuutalbum van Ellur, maar vind het vooralsnog verrassend stil. Dat is bijzonder, want de Britse muzikante dook vorig jaar met grote regelmaat op in de lijstjes met de grote beloften voor 2026, zeker toen haar eerste EP was verschenen. Met haar debuutalbum At Home In My Mind maakt Ellur de belofte wat mij betreft meer dan waar, waardoor aandacht voor het album absoluut op zijn plaats is. 

Ellur is het alter ego van de Britse muzikante Ella Megan McNamara. Ze vierde eind vorig jaar haar 25e verjaardag en hiermee ook haar 25-jarig jubileum in de muziek. Ellur kreeg de muziek immers met de paplepel ingegoten van haar vader Richard McNamara, die als gitarist actief was of nog altijd is in de Britse band Embrace. Na haar vader eist nu ook Ella Megan McNamara als Ellur haar plek op in de spotlights. 

De muzikante uit het Britse Halifax doet dit met een in alle opzichten heerlijk popalbum. Het is een popalbum dat anders klinkt dan de popalbums die momenteel in Los Angeles worden gemaakt en ik heb wel wat met het popgeluid van Ellur. Ze kiest op At Home In My Mind voor een vooral gitaar georiënteerd geluid, dat wat warmer klinkt dan het door elektronica gedomineerde popgeluid van het moment. 

Het is een popgeluid met voorzichtige uitstapjes richting zowel rock als R&B en dat klinkt lekker. Dat kan ook gezegd worden van de stem van Ellur, die beschikt over een lekker in het gehoor liggende stem en een stem die het uitstekend doet in het soort popmuziek dat ze maakt. Het is ook een krachtige stem en een stem met een eigen sound, waardoor At Home In My Mind zich nog wat makkelijker opdringt. 

Ook in muzikaal opzicht staat het debuutalbum van Ellur als een huis. Gelukkig is voor de afwisseling eens niet gekozen voor een eenvormig popgeluid, maar klinkt iedere song op het debuutalbum van de Britse muzikante weer net wat anders. De ene keer ingetogen en grotendeels akoestisch, de volgende keer uitbundig en lekker vol of voorzichtig stevig.

Pop is de gemene deler op At Home In My Mind, maar het kan binnen dit genre meerdere kanten op. Wanneer Ellur vooral flirt met pop hoor ik heel af en toe iets van Taylor Swift in haar songs, maar ze kan net zo makkelijk de kant aan een aantal aansprekende rockchicks op. 

Voor een debuutalbum klinkt het eerste album van Ellur verassend volwassen, want zowel de zang als de muziek vallen me in positieve zin op. Alleen op basis hiervan sla ik At Home In My Mind al hoger aan dan een aantal recent verschenen Amerikaanse popalbums. De grootste kracht van het debuutalbum van Ellur schuilt echter in haar songs. 

De jonge Britse muzikante is er in geslaagd om een serie songs te schrijven die onmiddellijk overtuigen en vervolgens eindeloos in het hoofd blijven zitten en dat is knap. Ook qua songs klinkt At Home In My Mind volwassener dan het gemiddelde debuutalbum, waardoor ik inmiddels volledig begrijp dat de Britse muziekpers vorig jaar hoog opgaf over de kwaliteiten van Ella Megan McNamara. 

Ik heb de muziek van Ellur pas een paar dagen geleden voor het eerst gehoord en ben onder de indruk. At Home In My Mind van Ellur is wat mij betreft goed genoeg om uit te groeien tot de betere popalbums van het jaar en dat ondanks de moordende concurrentie van het moment. Erwin Zijleman


Review: Asher White - Jessica Pratt

Een album uit het verleden integraal vertolken is meestal voorbehouden aan klassiekers uit een ver verleden, maar Asher White doet het met een prachtalbum van recentere datum en slaagt wat mij betreft glansrijk
Asher White heeft al heel wat albums op haar naam staan, maar mijn aandacht voor haar muziek werd deze week voor het eerst getrokken. Een album met de titel Jessica Pratt valt op en dat is ook de Amerikaanse muziekmedia niet ontgaan. Asher White heeft haar eigen versie gemaakt van het debuutalbum van Jessica Pratt en heeft er haar op bijzondere wijze haar eigen album van gemaakt. Ik had niet verwacht dat ik het zo geslaagd zou vinden, want het eerste album van Jessica Pratt is me zeer dierbaar, maar Asher White slaagt er in om de sfeer van de songs van de Amerikaanse folkie te behouden, maar er tegelijkertijd ook andere en veel voller ingekleurde songs van te maken. Knap.



Op de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante Asher White staat echt een enorme stapel releases en ook op Spotify tel ik meer dan tien albums van de singer-songwriter uit Providence, Rhode Island. Ik kan me niet herinneren dat ik haar naam voor deze week eerder had gehoord, maar het deze week verschenen nieuwe album van Asher White krijgt met name in de Verenigde Staten flink wat aandacht. 

Het is dan ook een opvallend album, dat luistert naar de nog wat opvallendere titel Jessica Pratt. Dat is op zich niet zo gek, want op haar nieuwe album vertolkt Asher White alle songs van het titelloze debuutalbum van Jessica Pratt. Ook de cover art van het nieuwe album van Asher White is stevig geïnspireerd door het inmiddels ruim dertien jaar oude debuutalbum van Jessica Pratt. 

Mede hierdoor verwachte ik een min of meer exacte kopie van het debuutalbum van de singer-songwriter uit Los Angeles, dat ik sinds de dag van de release hoog heb zitten. Zo’n exacte kopie zou ik behoorlijk overbodig hebben gevonden, want Jessica Pratt is gelukkig nog gewoon onder ons en zo oud is haar debuutalbum nu ook weer niet. Asher White dacht er waarschijnlijk hetzelfde over, want haar versie van het titelloze debuut van Jessica Pratt klinkt flink of zelfs totaal anders dan het origineel. 

Terug naar het debuutalbum van Jessica Pratt uit 2013. Het is een album dat ik destijds vergeleek met de albums die door de psychedelische Amerikaanse folkies uit de jaren 60 werden gemaakt, waarbij ik dacht aan singer-songwriters als Karen Dalton, Joni Mitchell, Vashti Bunyan en Linda Perhacs. Het is een album dat genoeg heeft aan relatief sober akoestisch gitaarspel en de zeer karakteristieke stem van Jessica Pratt. 

Eenvoud is wat mij betreft de kracht van het album, dat vol staat met songs die me inmiddels al heel wat jaren dierbaar zijn. Asher White kiest niet voor de eenvoud, want de Amerikaanse muzikante heeft flink wat instrumenten uit de kast getrokken voor haar remake van het eerste album van Jessica Pratt. Ze kan uit de voeten met akoestische en elektrische gitaren, banjo, bas, drums, percussie, piano, geprogrammeerde strijkers en synths en voegt dit allemaal toe aan de van origine zo sobere songs van Jessica Pratt. 

Net als Jessica Pratt beschikt ook Asher White over een karakteristieke stem, maar het is een stem die in een aantal gevallen in meerdere lagen is opgenomen, waardoor ook de zang flink anders klinkt dan op het originele album. Asher White heeft een bij vlagen behoorlijk ruwe versie van het debuutalbum van Jessica Pratt gemaakt en dat hoor je vooral wanneer ze naar haar elektrische gitaar grijpt en zeker wanneer het snarenwerk flink gruizig mag klinken of zelfs mag ontsporen. 

Op hetzelfde moment zou ook de versie van Asher White met enige fantasie uit de hoogtijdagen van de Amerikaanse psychedelische folk kunnen stammen, waardoor de twee versies van het album toch net iets meer met elkaar gemeen hebben dan alleen de songs en de album cover. 

De verschillen overheersen echter, waardoor Asher White er wat mij betreft in is geslaagd om haar eigen versies te maken van de songs van de muzikante die ze bewondert. Ik vind zelfs dat ze hier glansrijk in is geslaagd, want inmiddels vind ik een paar songs op het album van Asher White zelfs interessanter dan die op het glorieuze debuut van Jessica Pratt en dat is best bijzonder. Erwin Zijleman

De muziek van Asher White is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://asherwhite.bandcamp.com/album/jessica-pratt.



10 februari 2026

Review: John Craigie - I Swam Here

Ik was John Craigie na zijn geweldige albums uit 2020 en 2022 weer even uit het oog verloren, maar met I Swam Here heeft hij wederom een album gemaakt dat zich laat beluisteren als een verloren gewaande klassieker
Laat I Swam Here uit de speakers komen en je waant je in het California van de jaren 60 of 70. John Craigie maakt muziek die uitnodigt tot luieren in de zon tijdens een zorgeloze zomer. Die zomer moet je er vooralsnog even zelf bij verzinnen, maar verder klopt alles op I Swam Here. De stem van de Amerikaanse muzikant brengt je niet alleen tot rust, maar past ook prachtig bij de zeer smaakvolle klanken op het album, dat in New Orleans werd opgenomen met onder andere leden van The Deslondes. John Craigie maakte een paar jaar geleden twee geweldige albums, maar ik vind I Swam Here door de prachtige klanken en de tijdloze songs nog net wat mooier en indrukwekkender.



Het is leuk om te fantaseren over een fantastisch singer-songwriter album dat al sinds de jaren 60 of 70 ergens op een plank ligt en echt helemaal is vergeten, tot het bij toeval wordt ontdekt en de muziekwereld op zijn kop zet. Je zou verwachten dat er nog wel wat van dit soort albums moeten zijn op vergeten planken, maar ze duiken vooralsnog helaas maar zelden op. 

Zo’n album zou best eens kunnen klinken als I Swam Here van John Craigie. I Swam Here ligt echter niet al decennia op de plank, maar is een gloednieuw album. Ook John Craigie is geen grote onbekende, want hij maakte al eerder albums die zich lieten beluisteren als vergeten klassiekers uit de jaren 60 of 70. 

Het in 2020 verschenen Asterisk The Universe was bijvoorbeeld zo’n album. Het is een album dat je in de zomer van 2020 even de coronapandemie uit sleepte en mee terug nam naar zorgeloze tijden ergens halverwege de jaren 70. Ook op het in 2022 uitgebrachte Mermaid Salt liet John Craigie zich beïnvloeden door singer-songwriter muziek uit de jaren 70, maar dit keer klonk zijn muziek ook net wat moderner, wat overigens niet ten koste ging van de kwaliteit van het album. 

Ik heb sindsdien minstens één album van de Amerikaanse muzikante gemist, maar I Swam Here vond ik na een paar noten al verslavend mooi en sindsdien koester ik het tiende album van John Craigie. De muzikant uit Portland, Oregon, werd geboren in 1980, maar maakt muziek die in de late jaren 60 en vroege jaren 70 niet had misstaan en die zelfs een uitstapje naar de jaren 50 niet schuwt. Met I Swam Here heeft John Craigie wat mij betreft een album gemaakt dat destijds opzien had gebaard, want het is een album van een zeer hoog niveau. 

Het nostalgische karakter van het nieuwe album van John Craigie komt voor een belangrijk deel van zijn stem en de manier van zingen. Ik kan er niet precies de vinger op leggen, maar wanneer ik de zang van de Amerikaanse muzikant hoor denk ik aan de jaren 60 en 70 en niet aan het heden. Het betekent niet dat de zang op I Swam Here ouderwets of zelfs oubollig klinkt, want de stem van John Craigie doet het ook in het hier en nu uitstekend en voorziet zijn songs van een wat nostalgisch maar ook bijzonder mooi geluid. 

Ook de muziek op het nieuwe album van de muzikant uit Portland klinkt zowel nostalgisch als wonderschoon. Het is zeer sfeervolle muziek met invloeden uit onder de folk, country en de jazz. Het is muziek waarin prachtig melodieuze gitaarlijnen een belangrijke rol spelen, maar waarin de pedal steel vaak sfeerbepalend is met wonderschone bijdragen. 

I Swam Here werd opgenomen in New Orleans, waar Sam Doores van The Deslondes de muzikanten voor het album bij elkaar zocht. New Orleans heeft zijn sporen nagelaten op het nieuwe album van John Craigie, dat zich ook zeker heeft laten beïnvloeden door de muziek die een aantal decennia geleden in zijn geboortestaat California werd gemaakt. 

En als de Amerikaanse muzikant er aan het eind van het album ook nog wat lome blazers tegenaan gooit laat hij horen dat het nog wat warmer en zorgelozer kan. I Swam Here van John Craigie is een album om je een aantal uur mee op te sluiten. De verwarming een paar graden hoger, de telefoon even opzij leggen en het genieten van dit echt bijzonder aangename album kan beginnen. Erwin Zijleman