31 juli 2023

Carly Rae Jepsen - The Loveliest Time

Carly Rae Jepsen is niet de meest aanbeden popprinses, maar ook op The Loveliest Time laat de Canadese muzikante weer horen dat ze behoort tot het allerbeste dat de (indie)pop van het moment te bieden heeft
Carly Rae Jepsen lijkt de songs uit haar mouw te schudden, want na de release van The Loneliest Time een maand of negen geleden, bleken er nog stapels songs over voor een nieuw album. The Loveliest Time doet zeker niet onder voor zijn voorganger en is ook een wat ander album geworden. Carly Rae Jepsen flirt op haar nieuwe album wat minder met popmuziek uit het verre verleden en bek
ijkt het leven bovendien weer door een roze bril. Het zijn ook dit keer nagenoeg perfecte popsongs die Carly Rae Jepsen aflevert, maar haar songs schuren toch ook altijd wat tegen de indiepop aan. In muzikaal en productioneel opzicht is het weer hoogstaand en wat zingt de Canadese muzikante weer geweldig. Topkwaliteit.


Ik ben lang niet altijd gek op de mainstream popmuziek van de erkende popprinsessen van het moment, maar ik ben tot dusver eigenlijk altijd onder de indruk van de albums van Carly Rae Jepsen. De Canadese muzikante brak alweer elf jaar geleden door met de oorwurm Call Me Maybe, maar liet op het bijbehorende album Kiss horen dat ze een uitstekend gevoel had voor aanstekelijke popsongs met een indie twist. 

Kiss pikte ik nog op als een ‘guilty pleasure’, maar E·MO·TION uit 2015, Dedicated uit 2019, Dedicated Side B uit 2020 en het vorig jaar verschenen The Loneliest Time waren wat mij betreft 24-karaat popalbums, die behoorden tot het beste dat in het genre is gemaakt. The Loneliest Time is nog geen jaar oud, maar toch duikt Carly Rae Jepsen deze week alweer op met een nieuw album. 

Op haar vorige album grossierde de Canadese muzikante in popsongs met zowel invloeden uit de jaren 70, 80 en 90 als invloeden uit het verleden en stopte ze bovendien wat meer melancholie in haar teksten. Het leverde bijna een uur nagenoeg perfecte popmuziek af, waarin verrassend vaak werd geflirt met 70s disco. Op het deze week verschenen The Loveliest Time moeten we het doen met drie kwartier muziek, maar het niveau ligt zoals altijd hoog. 

Zoals de titel van het album al doet vermoeden is The Loveliest Time een ‘companion album’ bij The Loneliest Time, maar het nieuwe album van Carly Rae Jepsen klinkt, net als Dedicated Side B uit 2020, zeker niet als een verzameling restjes. Net als op haar vorige album werkt de Canadese muzikante op haar nieuwe album samen met een goed gevuld blik met producers. Dat levert meestal nogal fragmentarische albums op, maar ook op The Loveliest Time weet Carly Rae Jepsen de consistentie te bewaken. 

Vergeleken met haar vorige album klinkt de Canadese popprinses op haar nieuwe album weer net wat opgewekter, wat op zich beter past bij de blinkende popmuziek die ze maakt. Het is popmuziek die ook op The Loveliest Time weer is ingekleurd met een flinke bak elektronica, maar de muziek van Carly Rae Jepsen klinkt ook dit keer warm. Waar Carly Rae Jepsen op The Loneliest Time flink flirtte met popmuziek uit het verleden, maakt de Canadese muzikante op haar nieuwe album weer vooral popmuziek van dit moment. 

Muziekliefhebbers die niets hebben met pure pop vinden ook op The Loveliest Time weer niets van hun gading, maar een ieder met een zwak voor goed gemaakte popmuziek met een vleugje indie, zal ook weer genieten van het nieuwe album van Carly Rae Jepsen. In productioneel opzicht is het een album vol hoogstandjes, maar ook in muzikaal opzicht is het, mede door het brede klankenpalet, een interessant album. Carly Rae Jepsen laat tenslotte ook op The Loveliest Time weer horen dat ze een uitstekende zangeres is, die behoort tot de besten in het genre. 

Ik ben al met al weer zeer te spreken over de perfecte pop van Carly Rae Jepsen, die laat horen dat ook tussen haar tweede keuze een aantal geweldige popsongs zitten. Ik ben inmiddels wel heel benieuwd hoe een samenwerking tussen Carly Rae Jepsen en Jack Antonoff of zelfs Aaron Dessner zou uitpakken, maar ook als de Canadese muzikante blijft doen wat ze inmiddels al een aantal jaren doet is ieder nieuw album van Carly Rae Jepsen een album om naar uit te kijken. Een maand of negen na The Loneliest Time had ik nog geen nieuw album van haar verwacht, maar ook The Loveliest Time is weer een voltreffer. Erwin Zijleman

De muziek van Carly Rae Jepsen is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://carlyraejepsen.bandcamp.com/album/the-loveliest-time.


The Loveliest Time van Carly Rae Jepsen is verkrijgbaar via de Mania webshop:



30 juli 2023

Sinéad O'Connor - I Do Not Want What I Haven’t Got (1990)

Sinéad O'Connor bereikte haar creatieve piek met het geweldige I Do Not Want What I Haven’t Got uit 1990, waarop de uitstekende songs worden opgetild door de fascinerende en ontroerende stem van de Ierse muzikante
Sinéad O'Connor maakte na haar eerste twee albums nog maar weinig muziek die er echt toe deed, maar die eerste twee albums zijn ook wel ontstellend goed. Met name I Do Not Want What I Haven’t Got, het in 1990 verschenen tweede album van de Ierse muzikante, staat vol met geweldige songs. Het is het album van de wereldhit Nothing Compares 2 U, maar dat is zeker niet de sterkste track. De songs op I Do Not Want What I Haven’t Got zijn stuk voor stuk fraai en bijzonder ingekleurd, maar het is de stem van de Ierse muzikante die er zo’n goed album van maakt. Sinéad O'Connor werd vervolgens helaas wat vergeten, tot haar trieste dood, maar wat is dit nog altijd een geweldig album.



De dood van Sinéad O'Connor leverde de afgelopen dagen een stortvloed aan reacties op, waarin de Ierse muzikante uiteraard vooral werd geëerd en geprezen. Dat lokte helaas ook weer een heleboel negatieve reacties uit, waarin moeilijk werd gedaan over het plaatsen van foto’s uit de gloriejaren van de eigenzinnige muzikante en een ieder die iets positiefs schreef over Sinéad O'Connor hypocrisie werd verweten omdat er de afgelopen decennia vooral negatief over haar werd geschreven. 

Ik was enigszins verbaasd dat ik zelf nog behoorlijk positief heb geschreven over het in 2014 verschenen I'm Not Bossy, I'm the Boss, dat nu helaas de zwanenzang van Sinéad O'Connor is geworden. Het is een album dat ik sindsdien nooit meer heb beluisterd en dat echt veel minder is dan de eerste twee albums van de muzikante uit Dublin. Het is misschien nog wel net wat beter dan de andere albums die Sinéad O'Connor tussen 1992 en 2012 uitbracht en die vooral flink teleurstelden. 

Er was daarom lange tijd helaas weinig positiefs te melden over de muzikale verrichtingen van de Ierse muzikante, waardoor je bijna zou vergeten hoe goed haar eerste twee albums zijn. Ook naar deze albums had ik al heel lang niet meer geluisterd, maar door de trieste dood van Sinéad O'Connor komen ze de laatste dagen weer met grote regelmaat voorbij. Het is lastig kiezen tussen het rauwe debuutalbum The Lion And The Cobra uit 1987 en opvolger I Do Not Want What I Haven’t Got uit 1990, maar uiteindelijk kies ik toch voor het laatstgenoemde album. 

The Lion And The Cobra bevat met Troy misschien wel de mooiste en zeker de meest indringende song die Sinéad O'Connor schreef, maar gemiddeld ligt het niveau van de songs op haar tweede album hoger en ook in muzikaal, vocaal en productioneel opzicht gaat mijn voorkeur uit naar I Do Not Want What I Haven’t Got. Sinéad O'Connor laat op haar tweede album horen dat ze een unieke zangeres is, maar ook een uitstekend songwriter en een getalenteerd muzikante, die op I Do Not Want What I Haven’t Got verrassend veel zelf doet. 

Veel songs op het album zijn voorzien van betrekkelijk sobere klanken, waardoor de zang nadrukkelijk op de voorgrond treedt. Openingstrack Feel So Different moet het doen met strijkers en zang, terwijl in het grootste deel van I Am Stretched On Your Grave naast de bijzondere zang alleen bas en drums zijn te horen. In de slottrack en titeltrack van het album horen we alleen de stem van Sinéad O'Connor en zorgt ze voor kippenvel. Dat doet ze veel vaker op het album, dat in vocaal opzicht diepe indruk maakt. 

Tussen de genoemde tracks horen we een aantal prachtig ingetogen en folky tracks (Three Babies, Black Boys On Mopeds en Last Days Of Our Acquaintance, dat aan het eind nog wel even los gaat), wat meer rockende tracks (The Emperor’s New Clothes, Jump In The River), het poppy You Cause As Much Sorrow en natuurlijk het Prince afdankertje Nothing Compares 2 U, waarmee Sinéad O'Connor een onverwachte maar terechte wereldhit scoorde. Het is een wereldhit die uiteindelijk compleet dood werd gedraaid, maar inmiddels hoor ik weer de schoonheid in de met heel veel gevoel gezongen song. 

Over gevoel valt er sowieso niets te klagen op het album, want wat zingt de Ierse muzikante met veel passie, gevoel en melancholie, zeker wanneer de trauma’s in haar leven voorbij komen of ze strijdt tegen het onrecht in de wereld. I Do Not Want What I Haven’t Got is een zeer persoonlijk en intens album dat bij velen helaas wat in de vergetelheid is geraakt, maar dat nog maar eens laat horen hoe ontzettend goed Sinéad O'Connor in haar beste dagen was. Erwin Zijleman


I Do Not Want What I Haven’t Got van Sinéad O'Connor is verkrijgbaar via de Mania webshop:


The Clientele - I'm Not There Anymore

The Clientele zet met I’m Not There Anymore nog maar eens kroon op haar bijzondere oeuvre en doet dit met een ruim een uur durende en dromerige luistertrip, waarin uiteenlopende invloeden zijn verwerkt
De albums van de Britse band The Clientele trekken niet allemaal even veel aandacht, maar het deze week verschenen I’m Not There Anymore wordt zo uitvoerig geprezen dat er geen ontsnappen aan is. Alle loftuitingen zijn overigens volkomen terecht, want het nieuwe album van The Clientele is een mooi en bijzonder album. Het is een album waarbij het aangenaam wegdromen is, zeker wanneer de muziek van de band uit Londen psychedelisch klinkt, maar het is ook een album waarop de band constant haar horizon verbreedt met nieuwe invloeden. Ruim een uur lang betovert de band met prachtige klanken en verrassende wendingen en hoe vaker je dit album hoort, hoe mooier het wordt.



De Britse band The Clientele bestaat al ruim 25 jaar en leverde inmiddels negen albums af. Het zijn albums die stuk voor stuk konden rekenen op lovende reacties van de critici, maar The Clientele is desondanks nog altijd een vrij onbekende band. Ook het deze week verschenen I’m Not There Anymore is weer zeer enthousiast onthaald door de critici en wordt met name door de Britse muziekpers stevig bewierookt. 

Na de zeer lovende woorden die vooraf gingen aan de release van het negende album van The Clientele was ik heel nieuwsgierig naar het album, dat volgt op een aantal albums die me eerlijk gezegd niet zijn opgevallen. Die albums ga ik later nog eens beluisteren, want vooralsnog ben ik nog lang niet klaar met I’m Not There Anymore, dat inmiddels al op meerdere plekken is uitgeroepen tot het beste album van The Clientele tot dusver. Of dat zo is kan ik nog niet beoordelen, maar dat I’m Not There Anymore een prachtig album is kan ik zeker bevestigen. 

De muziek van The Clientele was altijd al lastig in een hokje te duwen en dat is alleen maar lastiger geworden. I’m Not There Anymore is een zeer ambitieus album geworden met negentien songs en ruim een uur muziek. De band nam tijdens de coronapandemie de tijd om te experimenteren met uiteenlopende invloeden, waarvan er een flink aantal zijn neergedaald op het nieuwe album van de Britse band. 

Het album opent met zwaar aangezette strijkers, die de muziek van The Clientele de kant van de chamber pop op duwen, maar de openingstrack schuift al snel op richting (neo-)psychedelica, waarna ook nog eens invloeden uit de jangle pop opduiken. De ruim acht minuten durende openingstrack verwerkt niet alleen uiteenlopende invloeden, maar schiet ook door de tijd. Het ene moment heeft de muziek van The Clientele een geluid dat afkomstig lijkt uit de jaren 60, maar de band kan haar tijd ook ver vooruit zijn. 

Met name de combinatie van psychedelica, folk en chamber pop is bijzonder mooi, zeker als de Britse band haar muziek ook nog eens verrijkt met verrassende wendingen en bijzondere ritmes. In de openingstrack hoor je ruim acht minuten lang wat The Clientele te bieden heeft en de rest van het album doet hier niet voor onder. De band uit Londen laat je lekker wegdromen bij dromerige zang en prachtig zweverige gitaarlijnen, waarna de blazers en strijkers zorgen voor een warm en gelukzalig gevoel. 

Op I’m Not There Anymore worden langere tracks afgewisseld met korte intermezzo’s, waardoor het album klinkt als een lange luistertrip. Het is een luistertrip die loom en aangenaam klinkt, maar ondertussen gebeurt er van alles in de muziek van de Britse band, die naarmate het album vordert steeds meer bijzondere ingrediënten toevoegt aan haar muziek. 

De klassiek aandoende intermezzo’s worden afgewisseld met songs waarin met enige regelmaat jazzy passages zijn verwerkt en waarin The Clientele ook, meer dan op haar vorige albums, experimenteert met elektronica. Ondanks alle toevoegingen en experimenten klinkt I’m Not There Anymore als een typisch The Clientele album en het is binnen het oeuvre van de band een hele mooie. Alles dat je leest over dit album is waar, dus probeer het absoluut eens. Hoogste tijd immers dat de muziek van The Clientele in wat bredere kring aandacht krijgt. Erwin Zijleman

De muziek van The Clientele is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Britse band: https://theclientele.bandcamp.com/album/i-am-not-there-anymore.


I'm Not There Anymore van The Clientele is verkrijgbaar via de Mania webshop:



29 juli 2023

Beverly Glenn-Copeland - The Ones Ahead

Beverly Glenn-Copeland keert na lange afwezigheid terug met een bijzonder album, waarop sfeervolle klanken en zeer uiteenlopende invloeden worden gecombineerd met een unieke en werkelijk prachtige stem
De jazzy folkalbums van de Amerikaanse muzikant Beverly Glenn-Copeland uit de vroege jaren 70 kende ik niet en ook het elektronische new age album uit de jaren 80 en het aan het begin van dit millennium verschenen comeback album waren me ontgaan, maar dit keer is er geen ontsnappen aan. The One Ahead wordt in brede kring bejubeld en daar valt echt niets op af te dingen. De Amerikaanse muzikant heeft een binnen het aanbod van het moment atypisch album gemaakt, maar wat is het een mooi album. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig, maar het is de bijzondere stem van Beverly Glenn-Copeland die van een mooi album een uniek album maakt. Bijzonder indrukwekkende comeback.



De Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut waren onlangs al zeer lovend over het nieuwe album van de Amerikaanse muzikant Beverly Glenn-Copeland, dat werd overladen met mooie woorden. Ik had eerlijk gezegd nog nooit van de Amerikaanse muzikant gehoord en dat is ook niet zo gek, want het oeuvre van Beverly Glenn-Copeland is niet erg groot en dat is een understatement. 

De muzikant uit Philadelphia ging aan het begin van de jaren 70 nog als vrouw door het leven en maakte twee albums met een mix van folk en jazz. Het zijn albums met zwoele klanken, die op bijzondere wijze contrasteren met de zeer indringende en expressieve zang, die niet iedereen zal kunnen bekoren. Het is zeker geen lichte kost, maar beide albums zijn absoluut indrukwekkend te noemen. 

Vervolgens dook Beverly Glenn-Copeland pas in 1986 weer op met Keyboard Fantasies. Het is een album waarop new age achtige keyboard klanken domineren, maar Keyboard Fantasies is een stuk opwindender dan het gemiddelde new age album. Hierna was het wederom heel lang stil rond de Amerikaanse muzikant, want pas in 2004 verscheen Primal Prayer, waarop invloeden uit de folk, jazz en new age werden gecombineerd met impulsen vanuit de soul en dance en vocalen die leken weggelopen uit de opera. 

Inmiddels zijn we weer 19 jaar verder en deze week keert Beverly Glenn-Copeland terug met The Ones Ahead. De Amerikaanse muzikant gaat sinds het begin van dit millennium als man door het leven en dat hoor je in de zang, die ik persoonlijk mooier en aangenamer vind dan de zang op de vorige albums. Aan die vroege albums, die ik deze week voor het eerst hoorde, moest ik erg wennen, maar het nieuwe album sprak me direct aan.

The Ones Ahead opent bijzonder met Africa Calling, dat wordt gedomineerd door bijzondere en zeer nadrukkelijk aanwezige ritmes, maar je hoort ook invloeden uit de folk, jazz en new age in de fascinerende openingstrack. De stem van Beverly Glenn-Copeland eist echter direct de meeste aandacht op, want wat is de zang op The Ones Ahead bijzonder. Het stemgeluid van de Amerikaanse muzikant klinkt anders dan alle andere stemmen die je hebt gehoord, al hoor ik hier en daar wel iets van Antony Hegarty, maar de zang op The Ones Ahead is direct bij eerste beluistering van het album prachtig. 

Na de redelijk uitbundige openingstrack vervolgt Beverly Glenn-Copeland zijn nieuwe album met een aantal behoorlijk sober ingekleurde songs. In de songs met slechts piano en zang hoor je nog wat beter hoe uniek en hoe mooi de stem van de Amerikaanse muzikant is. Zeker in de meest ingetogen songs kiest Beverly Glenn-Copeland voor een geluid dat mijlenver is verwijderd van de hedendaagse popmuziek, maar de intieme en intense songs op The Ones Ahead snijden stuk voor stuk dwars door de ziel. 

Het zijn songs die deels uiterst sober klinken, maar ook kunnen zijn voorzien van bijzonder mooie en wat klassiek aandoende en opvallend beeldende arrangementen, waarin jazzy klanken worden gecombineerd met flink wat strijkers, die zorgen voor een sprookjesachtig effect. Het past allemaal prachtig bij de unieke stem van Beverly Glenn-Copeland, die fluisterzacht kan zingen, maar die zijn stem ook met veel expressie en gevoel kan gebruiken. 

The Ones Ahead is een album dat opvalt door een uniek en prachtig geluid, maar het is ook een album dat bol staat van de invloeden, waarvan er veel een aantal decennia terug gaan in de tijd. Folk, jazz, soul, gospel, new age en invloeden uit de wereldmuziek worden het meest genoemd, maar zijn slechts het topje van de ijsberg. 

Ik werd zelf direct gegrepen door de bijzondere muziek van Beverly Glenn-Copeland, maar ik kan me ook voorstellen dat The Ones Ahead een album is dat flink tegen de haren in kan strijken. Gewenning helpt in de meeste gevallen waarschijnlijk, want persoonlijk vind ik The Ones Ahead steeds toegankelijker en mooier worden, maar ondertussen blijft het ook een volkomen uniek album. Ga dat horen. Erwin Zijleman

De muziek van Beverly Glenn-Copeland is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://beverlyglenn-copeland.bandcamp.com/album/the-ones-ahead.


The One Ahead van Beverly Glenn-Copeland is verkrijgbaar via de Mania webshop:



28 juli 2023

Oscar Lang - Look Now

De Britse muzikant Oscar Lang levert met Look Now een persoonlijk breakup-album af, maar zijn songs klinken zeker niet minder aanstekelijk en zorgen dankzij een heerlijke 70s vibe direct voor een goed gevoel
Het twee jaar geleden verschenen Chew The Scenery van de Britse muzikant Oscar Lang was bij eerste beluistering een wat overweldigend en alle kanten op springend album, maar dankzij de uitstekende songs bleek het al snel een uitstekend album. Opvolger Look Now klinkt net wat consistenter, al blijft het lastig om de muziek van Oscar Lang met een of twee genres te vangen. Look Now is in tekstueel opzicht een wat melancholisch album, maar van de songs van Oscar Lang kun je alleen maar heel vrolijk worden, zeker wanneer de Britse muzikant zich laat beïnvloeden door Beatlesque popsongs uit de jaren 70. De hype rond Oscar Lang lijkt voorbij, maar over zijn talent heb ik echt geen twijfels meer.



Ik moest bijna twee jaar geleden erg wennen aan Chew The Scenery van de Britse muzikant Oscar Lang. Op zijn tweede of zelfs derde album, dat overigens vreemd genoeg werd gepresenteerd als een debuutalbum, stortte de muzikant uit Londen een enorme bak goede ideeën over de luisteraar uit. Het waren goede ideeën die zich hadden laten inspireren door een veelheid aan genres en die waren verpakt in een overvolle productie, die ook nog eens driftig heen en weer schoot tussen een aantal decennia voornamelijk Britse popmuziek. 
De mix van met name indierock, neo-psychedelica en Britpop leek op het eerste gehoor misschien wat overweldigend, maar ook al snel bijzonder aangenaam en interessant, waardoor ik het destijds overigens behoorlijk gehypte album toch met veel plezier oppikte. 

Deze week verscheen het nieuwe album van Oscar Lang en vooralsnog is het een stuk stiller rond de Britse muzikant. Dat heeft niets te maken met de kwaliteit van de songs op Look Now, want het nieuwe album van de muzikant uit Londen doet zeker niet onder voor zijn voorganger en is wat mij betreft zelfs een stuk beter. 

Look Now opent met een wat Beatlesque song die zich vooral heeft laten beïnvloeden door de grote singer-songwriters uit de jaren 70, onder wie minstens een aantal leden van The Beatles, maar vanuit de coulissen lijkt ook Prince af en toe mee te kijken, al zijn de invloeden van de grote muzikant uit Minneapolis subtiel. De openingstrack leert ons ook dat Oscar Lang zijn liefde voor flink vol geproduceerde songs niet is verloren, want er komt ook dit keer een muur van geluid uit de speakers met in de openingstrack een enorme bak strijkers. 

Het is overigens wel een mooi klinkende muur van geluid, waardoor Look Now me makkelijker en sneller overtuigde dan zijn voorganger. Niet alleen de volle productie van Chew The Scenery is gebleven, want ook dit keer schakelt de Britse muzikant makkelijk tussen genres. Hij lijkt wel iets stijlvaster, want Look Now bevat iets meer 70s singer-songwriter pop en ook de songs die zich in omliggende genres bewegen vallen op door een aangename 70s vibe. Oscar Lang speelt overigens wel met de invloeden uit het verre verleden door er op subtiele wijze meer eigentijdse invloeden in te verwerken, bijvoorbeeld met eigenzinnige elektronica. 

In muzikaal opzicht verleidt het nieuwe album van Oscar Lang makkelijk met een bont palet aan klanken, maar de songs van de Britse muzikant zijn nog wat aantrekkelijker met direct memorabele melodieën en refreinen die het humeur een flinke boost geven. Zeker in de door piano gedomineerde popsongs met een hang naar de jaren 70 overtuigt Oscar Lang niet alleen met popsongs waar je vrolijk van wordt, maar laat hij bovendien horen dat hij een prima zanger is. 

Wat mij betreft had Oscar Lang een album vol onweerstaanbaar lekkere Beatlesque popsongs gemaakt, maar aan de kant maakt de veelzijdigheid van de Britse muzikant Look Now zo’n interessant album. Look Now is naar verluidt een breakup album, maar dat hoor je er niet aan af. De songs van Oscar Lang geven vooral een goed gevoel en zijn in een aantal gevallen aan de melige kant, zeker wanneer bijzondere stemmetjes worden ingezet zoals in het catchy en opeens weer veel moderner klinkende Blow Ur Cash. Het is misschien een wat bijzonder breakup album, maar absoluut een geweldig popalbum. Erwin Zijleman


Look Now van Oscar Lang is verkrijgbaar via de Mania webshop:


Lori McKenna - 1988

Lori McKenna levert de afgelopen paar jaren geweldige albums af en ook het wederom door Dave Cobb geproduceerde 1988 is weer een rootsalbum dat niet onder doet voor de beste albums in het genre
De meeste jonge countryzangeressen van het moment kiezen in hun teksten voor de in het genre vertrouwde thema’s als mislukte liefdes en onbetrouwbare mannen. Lori McKenna kijkt daarentegen terug op een inmiddels 35 jaar durend huwelijk en het opvoeden van vijf kinderen. In muzikaal opzicht wijkt de singer-songwriters uit Massachusetts minder af van de norm, want 1988 is een zeer aansprekend rootsalbum, dat net als zijn voorgangers prachtig is geproduceerd door de zeer gewilde producer Dave Cobb. De producer uit Nashville heeft 1988 voorzien van een mooi en veelkleurig gitaargeluid, waarin de fraai doorleefde stem van Lori McKenna uitstekend tot zijn recht komt. Weer een topalbum van de Amerikaanse muzikante.



De Amerikaanse singer-songwriter Lori McKenna schaarde zich met het in 2004 verschenen Bittertown, overigens al haar vierde album, onder de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek. Die belofte zou ze in de jaren die volgden waarmaken als songwriter voor menig muzikant in Nashville, maar de albums die Lori McKenna zelf maakte na Bittertown sneeuwden helaas stuk voor stuk wat onder, deels omdat ze toch net wat minder goed waren dan het geweldige album uit 2004. 

De revanche kwam in 2016 met het uitstekende, door Nashville wonderboy Dave Cobb geproduceerde, The Bird & The Rifle, dat liet horen dat Lori McKenna met de besten in het genre mee kon. De Amerikaanse muzikante wist het hoge niveau van The Bird & The Rifle vast te houden op The Tree uit 2018 en op The Balladeer uit 2020, die ook allebei door Dave Cobb werden geproduceerd. Na een stilte van precies drie jaar is deze week een nieuw album van Lori McKenna verschenen en 1988 is er in geslaagd om het hoge niveau van zijn drie voorgangers te continueren. 

De titel van het album, die uiteraard associaties oproept met 1989 van Taylor Swift, verwijst naar het jaar waarin Lori McKenna in het huwelijk trad, wat dit jaar 35 jaar geleden is. Lori McKenna, die opgroeide op het platteland in Massachusetts, waar ze nog steeds woont, trouwde jong en kreeg niet veel later haar eerste kind. Ze heeft er inmiddels vijf en kijkt op 1988 terug op 35 jaar gezinsleven. Het is een onderwerp dat ook op de vorige albums van Lori McKenna met enige regelmaat voorbij kwam, waardoor ze in tekstueel opzicht wat afwijkt van de norm binnen de countrymuziek, waarin foute mannen en ongelukkige liefdes zo vaak centraal staan. 

Op haar vorige drie albums werkte Lori McKenna samen met topproducer Dave Cobb en deze is ook op 1988 gelukkig weer van de partij. De veelgevraagde Nashville producer heeft ook 1988 weer voorzien van een prachtig geluid waarin de gitaren centraal staan en tekent zelf ook voor bijzonder mooi gitaarwerk. Net als zoveel andere Dave Cobb producties klinkt het nieuwe album van Lori McKenna aangenaam vol maar zonder opsmuk en bovendien tijdloos. 

Lori McKenna schreef de afgelopen decennia songs voor flink wat aanstormende talenten in Nashville en ook op 1988 laat ze weer horen dat ze een zeer getalenteerd songwriter is. De songs op 1988 liggen bijzonder lekker in het gehoor en blijven ook makkelijk hangen, maar het zijn ook songs die na meerdere keren horen nog makkelijk overtuigen. Vergeleken met haar vroege albums klinkt de stem van Lori McKenna wat ruwer en doorleefder, maar persoonlijk vind ik dat haar stem met de jaren alleen maar mooier is geworden. 

Ik hou persoonlijk wel van flink wat melancholie in country- en folksongs zoals ook Lori McKenna die maakt. Lori McKenna is over het algemeen wat positiever ingesteld dan de meeste van haar collega’s, al is het ook in haar leven niet alleen rozengeur en maneschijn, maar de nostalgie die doorklinkt in haar songs zorgt er voor dat 1988 qua sfeer niet heel veel afwijkt van de wat donkerdere albums in het genre. 

Lori McKenna is, zeker in Nederland, helaas niet heel bekend, al heeft ze met haar vorige drie albums ook hier aandacht getrokken. Die aandacht verdient ze ook weer met het uitstekende 1988, dat laat horen dat de muzikante uit Massachusetts niet onder doet voor de erkende smaakmakers in het genre. Erwin Zijleman


1988 van Lori McKenna is verkrijgbaar via de Mania webshop:


27 juli 2023

Cut Worms - Cut Worms

Max Clarke laat zich op het derde en titelloze album van Cut Worms nog altijd inspireren door zijn muzikale helden uit de jaren 50 en 60, maar de Amerikaanse muzikant heeft dit keer ook een duidelijker eigen geluid
Invloeden van The Everly Brothers zijn, zeker sinds de dood van Don en Phil Everly, gemeengoed geworden, wat een aantal uitstekende albums heeft opgeleverd. Ook de Amerikaanse muzikant Max Clarke leunde op de eerste twee albums van Cut Worms zwaar op de muzikale erfenis van The Everly Brothers, maar op zijn derde album verrijkt de muzikant uit Brooklyn de invloeden uit het verleden met invloeden uit de hedendaagse Americana. Ook het derde album van Cut Worms staat vol nostalgische klanken en prachtige vocalen, maar Max Clarke neemt ook afstand van al zijn concurrenten met een bijzonder geluid, dat minder Don en Phil Everly maar meer Max Clarke laat horen.



Cut Worms, het alter ego van de Amerikaanse muzikante Max Clarke en vernoemd naar een gedicht van William Blake, debuteerde in 2018 met het fraaie Hollow Ground. Op zijn debuutalbum greep de muzikant uit Brooklyn terug op muziek uit de jaren 50 en 60, met een voorliefde voor de muziek en vooral voor de zang en harmonieën van The Everly Brothers. 

Op het in 2020 verschenen Nobody Lives Here Anymore perfectioneerde Max Clarke zijn geluid. Het ambitieuze album met een speelduur van maar liefst vijf kwartier liet zich wederom vooral inspireren door muziek uit de jaren 50 en 60, maar liet naast The Everly Brothers ook andere muzikale helden van Max Clarke horen, onder wie met name Buddy Holly, al hoorde ik hier en daar ook wel een vleugje van The Beatles. 

De albums van Cut Worms moesten concurreren met de albums van flink wat andere muzikanten die aan de haal gingen met de muzikale erfenis van Don en Phil Everly. De afgelopen jaren brachten onder andere The Milk Carton Kids, The Cactus Blossoms, The Brother Brothers en Jamestown Revival albums uit die de mosterd haalden bij de weergaloze harmonieën van The Everly Brothers en een aantal van hen deed dit nog net wat beter dan Max Clarke, die de herinnering aan de muziek van Don en Phil natuurlijk wel in zijn eentje levend probeerde te houden. 

Deze week keert Max Clarke terug met een nieuw album van Cut Worms en het is een titelloos album geworden. Een album zonder titel uitbrengen suggereert vaak een nieuwe start en in het geval van Cut Worms gaat dit zeker op. Op zijn nieuwe album gaat Max Clarke immers niet verder op de weg die hij met Hollow Ground en Nobody Lives Here Anymore was ingeslagen. 

Dat hoor je overigens niet direct, want ook het nieuwe album van Cut Worms staat met minstens één een in de jaren 50 en 60. Na het met maar liefst 17 songs gevulde Nobody Lives Here Anymore, is het titelloze nieuwe album van Cut Worms met negen songs en net geen 35 minuten muziek aan de korte kant, maar de teruggang in kwantiteit wordt gecompenseerd door een groei van de kwaliteit. 

Max Clarke laat zich op zijn nieuwe album nog altijd inspireren door zijn muzikale helden uit de jaren 50 en 60, maar hij probeert het geluid van deze helden niet langer te reproduceren. Het nieuwe album van Cut Worms laat absoluut echo’s horen van de muziek van onder andere The Everly Brothers, Buddy Holly en dit keer ook het meer ingetogen werk van The Beach Boys, maar Max Clarke verwerkt al deze invloeden in een meer eigen geluid, waarin de instrumentatie en de zang elkaar op fraaie wijze versterken. Het is een nostalgisch geluid dat op subtiele wijze wordt verrijkt met invloeden uit de Americana. 

Met zijn nieuwe album weet Max Clarke zich opeens makkelijker te onderscheiden van al die andere muzikanten met een voorliefde voor de suikerzoete harmonieën van The Everly Brothers, zonder zich te vervreemden van een ieder die smulde van de eerste twee albums van de Amerikaanse muzikant. 

Het derde album van Cut Worms is een bijzonder aangename luistertrip vol invloeden uit de muziek van vele decennia geleden, maar de muzikant uit Brooklyn klinkt niet langer als pure retro en dat is knap. Ik heb het nog niet eens gehad over de zang op het album, want die is, ook zonder de duidelijke verwantschap met de muzikale helden van Max Clarke, van een grote schoonheid, wat dit sterke album nog wat beter maakt. Erwin Zijleman

De muziek van Cut Worms is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://cutworms.bandcamp.com/album/cut-worms.


Cut Worms van Cut Worms is verkrijgbaar via de Mania webshop:



26 juli 2023

Sinéad O'Connor (1966 - 2023)


Lion And The Cobra, het debuutalbum van de Ierse muzikante Sinéad O'Connor, kwam aan het eind van 1987 aan als de spreekwoordelijke mokerslag. Sinéad O'Connor trok de aandacht met haar uiterlijk, maar nog veel meer met haar muziek en haar stem. Lion And The Cobra is ook bijna 36 jaar later nog altijd een fascinerend album, dat zich door van alles en nog wat liet beïnvloeden, maar ook volstrekt eigenzinnig klonk. 

In muzikaal opzicht was Lion And The Cobra een spannend album, maar de zang van de Ierse muzikante maakte nog veel meer indruk. Sinéad O'Connor kon lieflijk fluisteren, maar het ook woest uitschreeuwen en dat alles binnen een paar seconden en met een hoeveelheid emotie om bang van te worden. Het is goed te horen in Troy, het prijsnummer van Lion And The Cobra en nog altijd een van de meest bijzondere songs van de jaren 80. 

Sinéad O'Connor overtrof haar debuut met het in 1990 verschenen I Do Not Want What I Haven’t Got, dat een serie geweldige songs bevat en dat haar met haar prachtige versie van het door Prince geschreven Nothing Compares 2 U een wereldhit opleverde. Het maakte Sinéad O'Connor wereldberoemd, maar het succes van de single was, zeker achteraf bezien, ook de start van haar ondergang. 

De albums die volgden op I Do Not Want What I Haven’t Got vielen tegen en nadat ze in 1992 tijdens de Amerikaanse tv-show Saturday Night Live een foto van de toenmalige paus verscheurde werd ze wereldwijd verketterd. De Ierse muzikante trok zich tijdelijk terug uit de muziek en kreeg te maken met ernstige psychische problemen, deels het gevolg van de trauma’s uit haar jeugd en deels het resultaat van nieuwe trauma’s. 

In het huidige millennium krabbelde Sinéad O'Connor langzaam weer wat op en maakte ze een aantal acceptabele albums, maar het hoge niveau van haar eerste twee albums zou ze helaas nooit meer halen. Na het in 2014 verschenen I'm Not Bossy, I'm The Boss werd in muzikaal opzicht niet veel meer van de muzikante uit Dublin vernomen en haalde ze vooral het nieuws vanwege haar psychische problemen, die verergerden toen haar zoon zich in 2022 van het leven beroofde. Vandaag overleed Sinéad O'Connor zelf. Ze werd slechts 56 jaar oud. Erwin Zijleman


Ashley Cooke - shot in the dark

Ashley Cooke pakt op shot in the dark uit met maar liefst 24 songs, maar houdt zich makkelijk staande met mooi verzorgde en gloedvolle countrypop, die altijd aan de goede kant van de kwaliteitsstreep blijft
Mijn liefde voor countrypop is dit jaar stevig aangewakkerd, onder andere door het ijzersterke album van Megan Moroney. Ook Ashley Cooke maakt indruk met een sterk countrypop album, dat niet alleen liefhebbers van countrypop zal aanspreken. In muzikaal opzicht schuurt de Amerikaanse muzikante dicht tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en in vocaal opzicht maakt ze makkelijk indruk met een aangename stem met een dun laagje gruis. Het debuutalbum van Ashley Cooke bevat maar liefst 24 songs, wat misschien wat veel van het goede is, maar de muzikante uit Nashville houdt een behoorlijk hoog niveau vast en schaart zich met shot in the dark onder de beteren in het genre.


Ik durf inmiddels wel toe te geven dat ik een enorm zwak heb voor Nashville countrypop. Ik ben het stadium dat ik countrypop albums hooguit ‘guilty pleasures’ noemde al lang voorbij en heb dit jaar al een aantal albums in het genre beluisterd die het zomaar zouden kunnen schoppen tot mijn jaarlijstje. Lucky van Megan Moroney is vooralsnog mijn favoriete countrypop album van 2023, maar dit album zou wel eens flinke concurrentie kunnen gaan krijgen van shot in the dark (geen hoofdletters) van Ashley Cooke. 

Ik had nog nooit van deze Ashley Cooke gehoord, maar shot in the dark is haar tweede album na het vorig jaar verschenen Already Drank That Beer, al zou dat met negen songs en een kleine 28 minuten muziek ook een minialbum kunnen worden genoemd. shot in the dark wordt hier en daar dan ook een debuutalbum genoemd, onder andere op de website van Ashley Cooke zelf, en het is een zeer ambitieus debuutalbum. Het album van Ashley Cooke bevat immers maar liefst 24 songs en heeft een speelduur van bijna vijf kwartier. 

Ik noemde eerder Lucky van Megan Moroney mijn voorlopig favoriete countrypop album van 2023 en dat is een album waarmee shot in the dark van Ashley Cooke zich makkelijk laat vergelijken. Megan Moroney en Ashley Cooke zijn in vocaal opzicht bijna tweelingzusjes en ook in muzikaal opzicht zitten Lucky en shot in the dark dicht tegen elkaar aan en hier en daar zelfs zo dicht dat ik bij blinde beluistering beide albums aan Megan Moroney zou hebben toegeschreven. 

Ik ben zeer gecharmeerd van de stem van Megan Moroney en het is dan ook niet zo gek dat ook Ashley Cooke me in vocaal opzicht heel makkelijk overtuigt. Ook Ashley Cooke, die via Wisconsin, California en Florida in Nashville is terecht gekomen, heeft een soepele stem met een aangenaam rauw randje. Het is een stem die is gemaakt voor de countrymuziek die ze maakt, maar die wegblijft van de zoete countrypop stemmen of van de karakteristieke countrysnik uit het verleden. 

Ashley Cooke maakt absoluut muziek die het etiket countrypop verdient, maar het is gelukkig niet het soort countrypop waarvan het glazuur spontaan van je tanden springt. Net als Megan Moroney blijft Ashley Cooke vrij dicht tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan zitten en zijn de invloeden uit de pop vooral subtiel. 

Ik heb helaas weinig informatie over de muzikanten die op shot in the dark zijn te horen en heb ook nog niet kunnen vinden wie het album heeft geproduceerd, maar ik hoor wel dat er veel aandacht is besteed aan de instrumentatie op en de productie van het debuutalbum van Ashley Cooke. De Amerikaanse muzikante schreef mee aan vrijwel alle songs op het album, maar aan alle songs is ook meegeschreven door een aantal gelouterde Nashville songwriters en dat hoor je. Ashley Cooke wist ook nog een aantal gastmuzikanten te strikken, wat duetten oplevert met Nate Smith, Colbie Caillat, Jackson Dean en Brett Young. 

Natuurlijk is 24 songs wat veel van het goede, maar ik ben absoluut onder de indruk van shot in the dark, dat laat horen dat Ashley Cooke meerdere kanten op kan. Net als Megan Moroney zal ook deze muzikante waarschijnlijk niet veel gehoor vinden in Nederland, waar een countrypop allergie helaas een veel voorkomende kwaal is, maar ook dit is echt een prima album. Erwin Zijleman


Guided By Voices - Welshpool Frillies

Guided By Voices gooit er nog maar eens een album tegenaan en ook op Welshpool Frillies, het vijftiende album in zes jaar tijd, steekt de Amerikaanse band rond Robert Pollard weer in een uitstekende vorm
Een band die zoveel albums uitbrengt als Guided By Voices moet de plank normaal gesproken wel een keer mis slaan, maar de bezetting die sinds August By Cake uit 2017 bij elkaar is, rijgt de uitstekende albums vooralsnog moeiteloos aan elkaar. Welshpool Frillies is het tweede Guided By Voices album dit jaar en wat klinkt het weer lekker. De Amerikaanse band kiest dit keer vooral voor wat stevigere gitaarmuziek en Robert Pollard en zijn band weten als geen ander hoe dit moet klinken. Welshpool Frillies bevat weer vijftien nieuwe Guided By Voices songs en er zitten een aantal zeer memorabele songs tussen. Op naar het volgende album van de band, want ook dat is er vast weer een om naar uit te kijken.



Wat moet ik zo langzamerhand nog opschrijven over een nieuw album van Guided By Voices? Dat de band uit Dayton, Ohio, de afgelopen jaren enorm productief is met vijftien albums in zes jaar tijd mag zo langzamerhand als bekend worden verondersteld. Ook met het feit dat Guided By Voices naast voorman Robert Pollard momenteel bestaat uit gitaristen Doug Gillard en Bobby Bare Jr. en de door Mark Shue en Kevin March gevormde ritmesectie zal ik niemand verrassen. 

Het deze week verschenen Welshpool Frillies werd net als zijn voorgangers gemaakt met de vaste vertrouwde producer Travis Harrison en ook op haar nieuwe album maakt de band uit Ohio muziek met vooral invloeden uit de indierock en lo-fi, met hier en daar een vleugje folk of progrock. Er is al met al niets bijzonders te melden over Welshpool Frillies, al is het maar omdat Guided By Voices ook op haar zoveelste album weer in een prima vorm steekt. 

Het is natuurlijk wel ongelooflijk knap, want hoeveel bands slagen er in om in zes jaar tijd vijftien uitstekende albums af te leveren en hoeveel bands die in de jaren 80 zijn geformeerd klinken na al die jaren nog steeds urgent? Guided By Voices bestaat dit jaar 40 jaar en heeft inmiddels een kleine veertig studioalbums op haar naam staan, waarvan de meeste op zijn minst goed zijn. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Welshpool Frillies, dat de opvolger is van het begin dit jaar verschenen La La Land. 

Het nieuwe album van Guided By Voices werd live in de studio opgenomen en voegt in ruim veertig minuten weer vijftien songs toe aan het indrukwekkende oeuvre van de band. Robert Pollard versleet in de veertig jaar dat zijn band bestaat heel veel muzikanten, maar de huidige bezetting gaat inmiddels vijftien albums mee en lijkt alleen maar beter te worden. 

Guided By Voices klinkt ook op Welshpool Frillies weer hecht en energiek en met name het gitaarwerk op het album is om van te smullen. Ondanks de constante bezetting en de onwaarschijnlijke productiviteit, klinkt ook het nieuwe album van Guided By Voices weer niet als een herhalingsoefening. De band slaagt er in om steeds weer net wat andere accenten te leggen. 

Vergeleken met een aantal van zijn voorgangers is Welshpool Frillies een wat steviger indierock albums, al zijn er ook dit keer de bijzondere uitstapjes. Net als La La Land doet het album me meer dan eens denken aan R.E.M. in haar jonge jaren en dat is wat mij betreft een compliment. 

Robert Pollard schudt de songs kennelijk uit zijn mouw, maar ook voor Welshpool Frillies heeft hij weer een aantal aanstekelijke maar ook interessante songs geschreven, die hij vervolgens heeft voorzien van zijn zo herkenbare zang. Guided By Voices ligt weer keurig op schema om ook in 2023 weer drie albums af te leveren en zo lang het albums zijn van het niveau van de afgelopen vijftien albums hoor je mij hier niet over klagen. 

Het wordt zoals gezegd wel lastig om nog iets zinnigs op te schrijven over de nieuwe muziek van Guided By Voices, want voor Welshpool Frillies had ik voor een belangrijk deel kunnen verwijzen naar de veertien eerdere recensies met de toevoeging dat ook het nieuwe album van Guided By Voices weer een uitstekend album is. Wat een fascinerende band is dit toch. Erwin Zijleman

De muziek van Guided By Voices is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://guidedbyvoices.bandcamp.com/album/welshpool-frillies.


Welshpool Frillies van Guided By Voices is verkrijgbaar via de Mania webshop:



25 juli 2023

Molly Tuttle & Golden Highway - City Of Gold

Maar net een jaar na het uitstekende Crooked Tree keren Molly Tuttle en haar band Golden Highway terug met City Of Gold, dat net als zijn voorganger imponeert met muzikaal en vocaal vuurwerk
Molly Tuttle is deze week alweer toe aan haar vierde album en het tweede met haar band Golden Highway. Op Crooked Tree koos ze vorig jaar vol voor de bluegrass en dat doet ze ook weer op City Of Gold. Het live in de studio ingespeelde en wederom door Jerry Douglas geproduceerde album put stevig uit de archieven van de bluegrass waarmee Molly Tuttle werd grootgebracht, maar klinkt ook fris. Molly Tuttle en haar band spelen de pannen van het dak en de Amerikaanse muzikante is ook nog eens een uitstekende zangeres. City Of Gold is smullen voor de liefhebbers van traditionele bluegrass en onderstreept nogmaals het enorme talent van Molly Tuttle.



Molly Tuttle vierde eerder dit jaar haar dertigste verjaardag, maar heeft ondanks haar jonge leeftijd al een mooi rijtje albums op haar naam staan. De Amerikaanse muzikante was al op jonge leeftijd virtuoos op de banjo en de gitaar en kreeg de Amerikaanse rootsmuziek thuis met de paplepel ingegoten door haar vader die de bluegrass band The Tuttles aanvoerde. Molly Tuttle verrijkte haar muzikale vaardigheden aan het prestigieuze Berklee College of Music en debuteerde in 2017 met de EP Rise. 

Mijn eerste kennismaking met de muziek van Molly Tuttle was haar debuutalbum When You’re Ready uit 2019, waarop de jonge Amerikaanse muzikante niet alleen indruk maakte met de banjo en de gitaar, maar ook verraste met een uitstekende stem, die het beste van Alison Krauss en Suzanne Vega verenigde. Molly Tuttle werd thuis in California grootgebracht met bluegrass en dat hoorde je op haar debuutalbum, dat echter ook opzichtig flirtte met toegankelijke countrypop. 

Molly Tuttle, ook ambassadeur van Alopecia Areata patiënten, een auto-immuun ziekte waaraan Molly Tuttle zelf ook lijdt, bracht na haar debuutalbum het met covers gevulde ..But I'd Rather Be With You uit, waarop ze indruk maakte met eigenzinnige vertolkingen van songs van anderen, die in veel gevallen uit een onverwachte hoek kwamen. 

Vorig jaar verscheen het door niemand minder dan Jerry Douglas geproduceerde Crooked Tree, waarop naast de naam van Molly Tuttle ook de naam van haar band Golden Highway prijkte. Op Crooked Tree liet de muzikante uit Nashville de flirts met countrypop achter zich en koos ze vol voor de bluegrass waarmee ze opgroeide. 

Het uitstekende Crooked Tree, waarop Molly Tuttle werd bijgestaan door een aantal aansprekende gasten, wordt deze week alweer gevolgd door City Of Gold, dat ook weer werd gemaakt met Golden Highway, dat bestaat uit Bronwyn Keith-Hynes op de viool, Dominick Leslie op de mandoline, Shelby Means op de staande bas en Kyle Tuttle op de banjo. Ook op haar nieuwe album kiezen Molly Tuttle en haar geweldige band vol voor de bluegrass. 

City Of Gold imponeert vanaf de eerste noten met muzikaal vuurwerk van gitaren, mandoline, bas, banjo en viool, want kunnen Molly Tuttle en haar band spelen. De Amerikaanse muzikante is bovendien een geweldige zangeres en slaagt er bovendien in om een eigen draai te geven aan de invloeden uit de stokoude bluegrass muziek die domineert op het album. 

Ik was zelf best gecharmeerd van de wat lichtvoetigere countrypop die Molly Tuttle maakte op haar debuutalbum en ben lang niet altijd gek op de traditionele bluegrass, maar City Of Gold is, net als voorganger Crooked Tree, niet te weerstaan. Ook het nieuwe album van Molly Tuttle & Golden Highway is weer geproduceerd door de legendarische Jerry Douglas, die af en toe zijn dobro uit de koffer haalt. 

City Of Gold werd live in de studio opgenomen en moet het doen zonder de indrukwekkende gastenlijst van zijn voorganger, al draaft Dave Matthews op voor een fraai duet (Yosemite). De gasten worden overigens niet gemist, want Golden Highway speelt de pannen van het dak. Het levert wederom een geweldig album op, dat zal worden verslonden door liefhebbers van bluegrass, maar ook liefhebbers van andere genres binnen de Amerikaanse rootsmuziek moeten hier zeker naar luisteren. Erwin Zijleman

De muziek van Molly Tuttle is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://mollytuttle.bandcamp.com/album/city-of-gold.


City Of Gold van Molly Tuttle & Golden Highway is verkrijgbaar via de Mania webshop:



24 juli 2023

Blur - The Ballad Of Darren

Blur verraste dit jaar al met een tour, maar komt ook nog eens met het uitstekende The Ballad Of Darren op de proppen, dat klinkt als een echt Blur album, maar dat ook een nieuw en meer ingetogen geluid laat horen
Afgeschrikt door een aantal zure recensies begon ik met bescheiden verwachtingen aan de beluistering van het nieuwe album van Blur, maar The Ballad Of Darren wist me eigenlijk direct te verrassen en is vervolgens alleen maar beter geworden. Op het nieuwe album van de Britse band domineren de wat ingetogen ballads en het zijn ballads met vaak een flinke dosis melancholie. The Ballad Of Darren mist de stevige uitbarstingen van de vroegere albums van Blur en klinkt ook wat minder divers, maar het album bevat een aantal geweldige songs en een aantal ruwere diamanten die er ook nog wel gaan komen. Wat mij betreft een glorieuze comeback van de Britse band.


Ik zat in de hoogtijdagen van de Britpop zonder een spoortje twijfel in het Oasis kamp, dat ik destijds veel hoger aansloeg dan Blur. Ik heb de twee klassiekers die de broertjes Gallagher hebben gemaakt (Definitely Maybe uit 1994 en (What's The Story) Morning Glory? uit 1995) nog altijd hoog zitten, maar als ik het complete oeuvre van de twee Britse bands bekijk, kies ik tegenwoordig toch voor Blur. 

Of we ooit nog nieuw werk van Oasis gaan horen is zeer de vraag, maar Blur keert deze zomer terug met een tour en een nieuw album. Ik was acht jaar geleden behoorlijk enthousiast over The Magic Whip, dat flarden van het oude Blur liet horen, maar ook profiteerde van de impulsen uit het solowerk van Damon Albarn en Graham Coxon en de fraaie productie van de ervaren Stephen Street. 

Over het nieuwe album van de Britse band lees ik vooralsnog uiteenlopende verhalen. The Ballad Of Darren wordt hier en daar een degelijk Blur album genoemd, maar ik heb ook recensies gelezen waarin het negende studioalbum van de band gezapig of zelfs saai wordt genoemd. Ik hoor zelf bij de eerste groep en ga nog een stapje verder, want ik vind The Ballad Of Darren echt een geweldig album. 

Het is vergeleken met het gemiddelde Blur album inderdaad een behoorlijk ingetogen album, maar ik vind het nieuwe album geen moment gezapig en nergens saai. De ingetogen songs op het album zijn stuk voor stuk voorzien van fantasierijke, maar ook hele mooie klanken en arrangementen en een prijsnummer als The Narcissist hoort bij het beste dat de band gemaakt heeft. Blur klinkt op The Ballad Of Darren sfeervol of zelfs stemmig, maar de band klinkt geen moment uitgeblust. 

Ik was acht jaar geleden zoals gezegd onder de indruk van het veelkleurige karakter van The Magic Whip. The Ballad Of Darren is een minder veelzijdig album, want de tien songs op het album klinken behoorlijk consistent. Dat is iets wat ik in het verleden wel eens heb gemist bij Blur, waardoor het nieuwe album mij makkelijk overtuigde. 

De Britse band kiest op haar nieuwe album vooral voor mooi klinkende ballads, want eigenlijk gaat alleen in St. Charles Square echt het gas er op. Het is een track die wordt gedomineerd door wat vervormd klinkende gitaren, die wel wat doen denken aan de gitaren op de albums die David Bowie maakte in zijn Berlijnse periode. Ik heb bij beluistering van The Ballad Of Darren overigens wel vaker associaties met de muziek van David Bowie, al klinkt het album ook onmiskenbaar als Blur. 

Dat laatste is best bijzonder, want de muziek van de Britse band klonk in het verleden niet vaak zo ingetogen, sfeervol en melancholisch als op het nieuwe album. De leden van de band deden de afgelopen jaren allemaal hun eigen dingen en over het algemeen met veel succes, zeker in artistiek opzicht. Waar op The Magic Whip de individuele geldingsdrang nog wel eens domineerde, klinkt The Ballad Of Darren voor mij niet als een album van een stel eenlingen. 

Het is een album dat zich bij mij, mede dankzij de sfeervolle ballads, makkelijk opdrong, maar nu ik het album wat vaker heb gehoord hoor ik de indrukwekkende schoonheid in de songs op het album, wat ook de verdienste is van producer James Ford (Depeche Mode, Arctic Monkeys, Gorillaz). Ik had vooraf geen hoge verwachtingen van een nieuw Blur album, maar The Ballad Of Darren is een verrassend mooi album, dat misschien even wennen is voor de fans van het stevigere werk van Blur, maar dat de liefhebber van meer ingetogen werk direct betovert. Erwin Zijleman


The Ballad Of Darren van Blur is verkrijgbaar via de Mania webshop: