31 augustus 2023

Bebel Gilberto - João

Bebel Gilberto eert haar in 2019 overleden vader en bossa nova legende João Gilberto door de songs te vertolken waarmee haar vader beroemd werd, wat een authentiek en zeer smaakvol album oplevert
De Braziliaanse muzikante Bebel Gilberto imponeerde in 2000 met het album Tanto Tempo, waarop ze de traditionele Braziliaanse bossa nova zoals haar vader João Gilberto die maakte moderniseerde. Dat deed ze drie jaar geleden nog eens prachtig op het wat onderschatte Agora, waarop Bebel Gilberto al stil stond bij de dood van haar vader. Dat doet ze nog wat nadrukkelijker op João waarop ze de songs die haar vader lief had vertolkt. Het levert een wat traditioneler klinkend bossa nova geluid op dan we gewend zijn van Bebel Gilberto, maar het is ook een zeer stemmig en sfeervol geluid dat vooral goed tot zijn recht komt wanneer de zon onder is.



Bebel Gilberto keerde precies drie jaar geleden, na een stilte van een aantal jaren, terug met het prachtige Agora, waarop ze samenwerkte met producer Thomas Bartlett. Op Agora moderniseerde Bebel Gilberto, samen met Thomas Bartlett, haar geluid grondig door flink wat elektronica in te zetten, wat fraai combineerde met de nog altijd duidelijk aanwezige invloeden uit de Braziliaanse muziek in het algemeen en de bossa nova in het bijzonder. 
Op Agora hoorde ik weer de magie van haar bijna niet te overtreffen debuutalbum Tanto Tempo uit 2000, die op de andere albums van de Braziliaanse muzikante, die overigens werd geboren in New York, wat mij betreft minder sterk aanwezig was. 

Deze week keert Bebel Gilberto terug met een nieuw album, waarop ze wederom samenwerkt met Thomas Bartlett. Desondanks is het een album dat niet verder gaat op de lijn die werd ingeslagen op Agora. Dat is aan de ene kant jammer, maar aan de andere kant is het deze week verschenen João een heel bijzonder album. Op haar nieuwe album eert Bebel Gilberto haar in 2019 overleden vader João Gilberto, die misschien niet de uitvinder is van de Braziliaanse bossa nova, maar wel een cruciale rol speelde in de wereldwijde verspreiding van het genre, waardoor hij de bijnaam “Father of bossa nova” verdiende. 

Bebel Gilberto had een wat moeizame relatie met haar vader, die onder andere niet zo gecharmeerd was van de wijze waarop ze de bossa nova vernieuwde op haar albums, maar desondanks schreef ze voor haar vorige albums twee prachtige songs waarin ze haar vader eerde. Op João doet ze dit door een aantal songs van haar vader en een aantal songs van anderen die haar vader opnam te vertolken en dat is iets dat ze nog niet eerder deed op haar albums. Het zijn de songs die ze als klein meisje zong met haar vader, wat de vertolkingen op verschenen João voorziet van extra lading. 

Waar producer Thomas Bartlett op Agora sleutelde aan de invloeden uit de bossa nova en het geluid van Bebel Gilberto flink moderniseerde met elektronica, klinkt João meer als een traditioneel bossa nova album, al kiest Bebel Gilberto nog steeds haar eigen weg, bijvoorbeeld door net wat andere instrumenten te kiezen. Desondanks is João met afstand het meest oorspronkelijk klinkende album van Bebel Gilberto. 

Bijgestaan door een aantal geweldige muzikanten vertolkt Bebel Gilberto de songs van haar vader op een wijze die hij waarschijnlijk zeer had kunnen waarderen. In de instrumentatie is een hoofdrol weggelegd voor het prachtige gitaarwerk van Guilherme Monteiro, maar ook de bijdragen van de andere instrumenten zijn zeer smaakvol. Het past allemaal prachtig bij de stem van Bebel Gilberto, die de songs van haar vader met veel gevoel, precisie en respect vertolkt. 

Ik was zoals gezegd zeer gecharmeerd van de modernere aanpak van Bebel Gilberto en Thomas Bartlett op Agora, maar ook het toch flink anders klinkende João valt me ook niet tegen. Het is overigens knap hoe de Amerikaanse producer buiten zijn comfort zone beweegt, want João klinkt als een album dat net zo goed een aantal decennia geleden in Brazilië had kunnen zijn gemaakt. Ik hoop persoonlijk dat Bebel Gilberto op haar volgende album weer de sprong naar het heden maakt, maar dit fraaie eerbetoon aan haar vader is absoluut een waardevolle toevoeging aan haar oeuvre. Erwin Zijleman


João van Bebel Gilberto is verkrijgbaar via de Mania webshop:


30 augustus 2023

Hannah Georgas - I’d Be Lying If I Said I Didn’t Care

Door de samenwerking met Aaron Dessner op haar vorige album, waren de verwachtingen dit keer hooggespannen, maar Hannah Georgas laat horen dat ze ook zonder topproducer een uitstekend album kan maken
Iedere keer dat ik luister naar I’d Be Lying If I Said I Didn’t Care van de Canadese muzikante Hannah Georgas vind ik het album weer wat beter en zijn de songs me net wat dierbaarder. Dat had ik niet verwacht toen ik zag dat de muzikante uit Toronto er na de zo geslaagde samenwerking met Aaron Dessner op haar vorige album voor heeft gekozen om haar nieuwe album zelf te produceren. Dat is echter zeker niet ten koste gegaan van de kwaliteit, want Hannah Georgas heeft een prima album afgeleverd, dat een stuk gevarieerder is dan haar vorige album en dat me uiteindelijk beter bevalt dan de met superlatieven overladen voorganger. Echt een heel leuk album dit.



De Canadese muzikante Hannah Georgas was de afgelopen dertien jaar zeker geen vaste waarde op de krenten uit de pop, want van haar eerste vier albums besprak ik alleen het in 2020 verschenen All That Emotion. Dat ik desondanks direct enthousiast opveerde toen ik haar naam tegen kwam in de lijst met de nieuwe albums van deze week, heeft alles te maken met de kwaliteit van haar vorige album, dat ik hoger inschat dan zijn drie voorgangers. 
Op All That Emotion werkte Hannah Georgas samen met producer en The National voorman Aaron Dessner, die na de samenwerking met Taylor Swift ook prachtig werk leverde voor de muzikante uit Toronto. 

In eigen land timmerde Hannah Georgas al veel langer met succes aan de weg, wat haar een aantal JUNO awards opleverde, maar met All That Emotion trok ze, mede vanwege de samenwerking met Aaron Dessner, ook buiten haar eigen vaderland nadrukkelijk de aandacht. Het heeft de lat hoog gelegd voor het nieuwe album van de Canadese muzikante en dat is zoals gezegd deze week verschenen. 

Ik had eerlijk gezegd verwacht, en stiekem misschien ook wel gehoopt, dat Hannah Georgas ook voor haar nieuwe album een producer van naam en faam en misschien zelfs wederom Aaron Dessner zou proberen te strikken, maar ze produceerde I’d Be Lying If I Said I Didn’t Care zelf, bijgestaan door haar partner Sean Sroka. Het is een risicovolle stap, maar het pakt wat mij betreft goed uit. 

Aaron Dessner drukte bijna drie jaar geleden nadrukkelijk zijn stempel op All That Emotion, met een consistent geluid waarin elektronische en organische klanken fraai samenvloeiden, wat een bijzonder fraaie serie songs opleverde. I’d Be Lying If I Said I Didn’t Care klinkt wat minder consistent dan zijn voorganger, maar laat wel meer van Hannah Georgas horen, wat een verrassend goed album oplevert.

Het album opent met een vol ingekleurde track met een bijzonder randje postpunk. In muzikaal opzicht is het wat eigenzinniger dan de tracks op het vorige album en ook de zang van Hannah Georgas valt me meer op. Op I’d Be Lying If I Said I Didn’t Care laat Hannah Georgas horen dat ze meerdere kanten op kan. In een aantal tracks stort ze zich vol op de elektronica, maar het album bevat ook meer folky tracks. 

De muzikante uit Toronto heeft op haar vijfde album het heft weer in eigen handen genomen en ze profiteert flink van de verkregen ruimte. Bij eerste beluistering vond ik het jammer dat het productionele keurslijf van een topkracht als Aaron Dessner ontbrak, maar de vrije geest en experimenteerdrang van Hannah Georgas tillen I’d Be Lying If I Said I Didn’t Care al snel een stuk op. 

Het nieuwe album van de Canadese muzikante is een fraai zoekplaatje met invloeden uit meerdere genres en meerdere decennia popmuziek met verrassend vaak een randje postpunk als kers op de taart. Het is een veelzijdig album, maar Hannah Georgas heeft er zeker geen rommeltje van gemaakt. Ze grossiert op haar vijfde album in geweldige popsongs en ze zingt ze met veel overtuiging. 

I’d Be Lying If I Said I Didn’t Care is een album waar ik direct vrolijk van werd, maar zeker nu ik het album een paar keer met de koptelefoon heb beluisterd hoor ik steeds meer mooie en bijzondere dingen en durf ik zo langzamerhand wel te beweren dat het nieuwe album van Hannah Georgas zeker niet minder is dan de terecht zo geprezen voorganger. Ik denk zelfs dat ik het nieuwe album beter vind en het. Erwin Zijleman

De muziek van Hannah Georgas is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Canadese muzikante: https://hannahgeorgas.bandcamp.com/album/i-d-be-lying-if-i-said-i-didn-t-care.



Georgia Mooney - Full Of Moon

De Australische muzikante Georgia Mooney trekt in muzikaal en vocaal opzicht alles uit de kast op een album vol bont gekleurde songs die balanceren op het lijntje tussen kunst en kitsch, maar die meestal aan de goede kant blijven
Bij mijn eerste kennismaking met het debuutalbum van Georgia Mooney wist ik echt niet wat ik met Full Of Moon aan moest. De bijzondere stem van de Australische muzikante slingerden me heen en weer tussen uitersten en dat deed het album ook in muzikaal opzicht. De strijkers zwellen continu aan en als Georgia Mooney er ook nog wat ouderwets klinkende synths aan toevoegt ligt overdaad op de loer. Het gekke is dat je vrij snel gewend raakt aan de bijna overdadige instrumentatie en vocalen en als je eenmaal bent gevallen voor een van de songs van Georgia Mooney volgt de rest snel. Full Of Moon is absoluut een van de meest bijzondere albums van deze week en het wordt steeds ietsje beter.



Georgia Mooney is een Australische muzikante, die in eigen land een aantal prijzen in de wacht sleepte als lid van de mij overigens onbekende folkband All Our Exes Live in Texas, wat een bijzondere naam is voor een Australische band. Georgia Mooney duikt deze week op als solomuzikant met haar debuutalbum Full Of Moon en dat is een album dat mij in eerste instantie volledig op het verkeerde been zette. 

Het album opent met pianoklanken en de zeer opvallende stem van Georgia Mooney, die ik in eerste instantie zeker niet mooi vond. De openingstrack wordt al snel bijna overdadig ingekleurd met flink wat strijkers en heel veel synths en het zijn synths die zo lijken weggelopen uit de jaren 80 en destijds opdoken in wat kitscherige popmuziek. 

Als ik was gestopt bij de openingstrack had ik het album van Georgia Mooney waarschijnlijk voorgoed terzijde geschoven, want zeker bij eerste beluistering vond ik het in de openingstrack van alles echt veel te veel. De belangrijkste reden om te blijven luisteren naar het album was dat het mij werd aanbevolen op het muziekplatform Musicmeter en inmiddels weet ik dat ik persoonlijke tips op dit platform serieus moet nemen. Ik ben blij dat ik dat gedaan heb, want langzaam maar zeker ben ik overtuigd geraakt van de kwaliteiten van het debuutalbum van Georgia Mooney. 

De Australische muzikante wordt in eigen land vergeleken met Kate Bush, maar dat is wanneer ik me beperk tot de zang niet de eerste naam die bij mij opkomt. Zeker bij eerste beluistering hoorde ik flarden Dolly Parton en Katie Melua en dat zijn allebei zangeressen die mij soms kunnen raken met een bijzondere stem, maar die me net zo makkelijk totaal niet kunnen bekoren. Inmiddels hoor ik af en toe wel iets van Kate Bush in de stem van Georgia Mooney, maar in muzikaal opzicht is ze flink ver verwijderd van het Britse icoon. 

Ik vond de openingstrack zoals gezegd veel te veel van alles en hoewel de Australische muzikante in de meeste tracks wel iets voorzichtiger om gaat met de strijkers, blazers en met name de synths, blijft Full Of Moon een rijk ingekleurd album, waarop overdaad nooit ver weg is. De instrumentatie op het album is niet alleen rijk, maar schuurt hier en daar ook tegen de kitsch aan, waardoor ik flink heb geworsteld met het album. Het is een dunne lijn waarop de muzikante uit het Australische Sydney balanceert, maar ze blijft wat mij betreft in vrijwel alle tracks aan de goede kant van de streep. 

Zeker in de wat minder bont ingekleurde tracks maakt Georgia Mooney uiteindelijk indruk met een bijzonder geluid met een aangename 70s vibe, maar ook de tracks met een veel voller ingekleurd geluid hebben wel wat, zeker wanneer het randje kitsch plaats maakt voor een randje ABBA of een vleugje 70s country en als de muzikanten nog een stapje terug doen heeft de muziek van de Australische muzikante zelfs iets zweverigs en bezwerends. 

Ik kan me heel goed voorstellen dat Full Of Moon van Georgia Mooney te veel tegen de haren instrijkt, maar muziekliefhebbers die niet vies zijn van een vleugje drama en in muzikaal en vocaal opzicht een schepje of zelfs een flinke schep er bovenop kunnen zomaar gaan houden van dit bijzondere album. Zelf vind ik dit nog vooral een ‘guilty pleasure’ maar ik sluit niet uit dat er meer in zit. Erwin Zijleman

De muziek van Georgia Mooney is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Australische muzikante: https://georgiamooney.bandcamp.com/album/full-of-moon.



29 augustus 2023

Becca Mancari - Left Hand

Becca Mancari schaarde zich met het vorige album al onder de best bewaarde geheimen van de indiepop van het moment en zet op het deze week verschenen Left Hand nog een aantal flinke stappen in de goede richting
Wanneer je luistert naar de muziek van de Amerikaanse muzikant Becca Mancari heb je niet direct door dat de teksten vaak behoorlijk donker van aard zijn. Het gaat ook weer op voor het deze week verschenen Left Hand, dat weliswaar zwoel uit de speakers komt, maar stiekem een zeer persoonlijk en hier en daar behoorlijk donker album is. Het is een album dat wat voller en elektronischer is ingekleurd dan zijn twee voorgangers en het is ook het meest aanstekelijke album van Becca Mancari tot dusver, maar het is ook een album vol avontuur en een album waarop heel veel moois te ontdekken valt. Voorganger The Greatest Part kreeg redelijk wat aandacht, maar Left Hand verdient nog wat meer.



Becca Mancari debuteerde in 2017 met Good Woman, dat ik zelf overigens pas ontdekte nadat ook het tweede album van de muzikant, die zich inmiddels ziet als non-binair persoon, was verschenen. Op dit debuutalbum verwerkte de Amerikaanse muzikant zowel invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek als uit de pop en het is een album dat in 2017 een veel beter lot had verdiend. 

Met het in 2020 verschenen The Greatest Part trok de singer-songwriter uit Nashville gelukkig veel meer aandacht en dat was wat mij betreft volkomen terecht. Het is een album dat vergeleken met het debuutalbum wat opschoof richting pop en rock, maar de songs van Becca Mancari hadden absoluut iets eigenzinnigs en kozen nooit voor de voor de hand liggende weg. The Greatest Part was in tekstueel opzicht een behoorlijk donker, maar ook interessant album, waarop de Amerikaanse muzikant afrekende met een aantal trauma’s uit de jeugd in een streng christelijk milieu waarin een afwijkende seksuele voorkeur niet werd geaccepteerd. 

Ook het deze week verschenen Left Hand is weer een album dat getekend wordt door persoonlijke zaken, al zijn het dit keer geen trauma’s uit de jeugd van Becca Mancari maar persoonlijke problemen uit het zeer recente verleden. Het zijn problemen die naar de achtergrond werden gedrongen door overmatig gebruik van alcohol, wat weer hele andere problemen opleverde. 

Left Hand is, net als zijn twee voorgangers, een heel persoonlijk album en het is een album dat Becca Mancari grotendeels alleen maakte, al schoven incidenteel muzikale vrienden als Brittany Howard (Alabama Shakes) en Julien Baker aan. Dat Becca Mancari Left Hand grotendeels alleen vol speelde en produceerde is overigens niet te horen, want het album is voorzien van een opvallend rijk geluid en een fantastische productie. 

Left Hand lijkt in muzikaal opzicht meer op The Greatest Part dan op Good Woman, want ook op het nieuwe album verwerkt Becca Mancari meer invloeden uit de pop en rock dan uit de Amerikaanse rootsmuziek. De muzikant uit Nashville kiest op album nummer drie voor vooral elektronisch ingekleurde indiepop, maar het is indiepop die zeker niet fantasieloos aansluit bij het soort indiepop dat momenteel in grote hoeveelheden wordt gemaakt. 

Left hand experimenteert volop met bijzondere ritmes, met soulvolle accenten en hier en daar met voorzichtig ontsporende gitaren of fraaie strijkers. Het wordt gecombineerd met lekker op de voorgrond gemixte zang, die in kwalitatief opzicht nog wat beter is dan op de twee vorige albums van de Amerikaanse muzikant. De songs van Becca Mancari zijn een flink stuk aanstekelijker dan op de vorige twee albums en zouden in de smaak moeten kunnen vallen bij een breed publiek, maar ook in artistiek opzicht is Left Hand een zeer interessant album, zodat ook de fijnproevers aan hun trekken komen. 

Becca Mancari heeft een album gemaakt dat absoluut goed genoeg is om de aansluiting te vinden bij de smaakmakers binnen de indiepop van dit moment, maar op basis van de ervaringen uit het verleden weet je dat het ook zomaar een hele andere kant op kan gaan op een volgend album. Ik ben nu al benieuwd naar de volgende stap, maar voorlopig hoop ik op een ‘Indian summer’ met het zwoele en avontuurlijke Left Hand als prachtige soundtrack. Erwin Zijleman

De muziek van Becca Mancari is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://beccamancari.bandcamp.com/album/left-hand.


Left Hand van Becca Mancari is verkrijgbaar via de Mania webshop:



28 augustus 2023

Zach Bryan - Zach Bryan

Zach Bryan heeft al een aantal prima albums op zijn naam staan, maar laat op zijn nieuwe titelloze album horen dat hij moet worden gerekend tot de grote beloften binnen de Amerikaanse rootsmuziek
Het deze week verschenen album van Zach Bryan is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter. Het is een kennismaking die hij dankt aan de bijdrage van Kacey Musgraves, maar dit is slechts één van vele hoogtepunten op het titelloze album van de muzikant uit Philadelphia. Het is een album met een serie uitstekende songs die variëren van ingetogen tot uptempo en het is een album dat in muzikaal opzicht staat als een huis, maar de meeste indruk maakt Zach Bryan wat mij betreft met zijn stem, die de songs op het album voorziet van heel veel gevoel. Ik was direct onder de indruk van dit album, dat me inmiddels echt enorm dierbaar is.



Vanwege mijn zwak voor vrouwelijke singer-songwriters en muzikanten hou ik hun mannelijke collega’s aanmerkelijk minder goed in de gaten. Mijn belangrijkste reden om deze week te luisteren naar het titelloze nieuwe album van Zach Bryan waren dan ook de gastbijdragen van persoonlijke favorieten Sierra Ferrell en vooral Kacey Musgraves. Die bijdragen zijn prachtig, maar luisteren naar het nieuwe album van Zach Bryan maakte ook pijnlijk duidelijk dat ik door mijn gender bias fantastische albums mis. 

Het titelloze album van Zach Bryan is immers niet zijn debuutalbum, maar is, een live-album niet meegerekend, al het vierde album van de muzikant die werd geboren in het Japanse Okinawa, opgroeide in Oklahoma en momenteel in Philadelphia woont. De Amerikaanse muzikant, die twee jaar geleden de Amerikaanse marine definitief verruilde voor een carrière in de muziek, maakte op zijn vorige albums indruk, maar zijn nieuwe album vind ik nog een stuk beter. 

Het is een album dat opvallend begint met het voordragen van een gedicht dat wordt begeleid door subtiele akkoorden op de akoestische gitaar. De tweede track opent met de eerste noten van het Amerikaanse volkslied op de elektrische gitaar, maar hierna voert Zach Bryan het tempo op met stuwende ritmes, stevige gitaren, aanzwellende Mariachi trompetten en de met veel passie gezongen teksten. 

De Amerikaanse muzikant schakelt makkelijk tussen uptempo en uiterst ingetogen passages en had me direct te pakken met zijn bijzondere stem en emotionele voordracht. De zang van Zach Bryan is ook op de rest van het album zijn sterkste wapen, want de wat ruwe maar ook gevoelige stem van de Amerikaanse muzikant komt keer op keer keihard binnen. 

In muzikaal opzicht tapt Zach Bryan uit meerdere vaatjes. Een aantal songs op het album beweegt zich richting ingetogen en wat traditioneel aandoende folk en country, maar Zach Bryan kan ook uit de voeten met wat voller ingekleurde en gloedvol uitgevoerde Americana. Door de zang kruipt het titelloze album van Zach Bryan makkelijk onder de huid, maar wanneer je het album vaker hoort valt steeds meer op hoe sterk en veelzijdig de songs zijn. 

De al eerder genoemde bijdragen van Sierra Ferrell en Kacey Musgraves zijn prachtig, maar ook de samenwerkingen met The War And Treaty en The Lumineers pakken prachtig uit. Zach Bryan zal liefhebbers van wat traditioneler aandoende Amerikaanse rootsmuziek makkelijk aanspreken, maar zijn nieuwe album klinkt ook als een album dat Ryan Adams op de toppen van zijn kunnen vergat te maken. Zeker in de wat meer uptempo tracks komt de muziek van Zach Bryan als een wervelwind uit de speakers, maar ook de ingetogen tracks op het album hebben direct een enorme impact. 

Zach Bryan, die zijn nieuwe album ook nog eens zelf produceerde, laat op dit album horen dat hij bulkt van het talent. De Amerikaanse muzikant excelleert op zijn titelloze album als songwriter en imponeert als zanger. Zonder de bijdragen van Kacey Musgraves en Sierra Ferrell was ik er waarschijnlijk niets eens toe gekomen om naar het album te luisteren, maar in dat geval had ik een van de beste albums die dit jaar in het genre zijn verschenen gemist. Dat Zach Bryan een hele grote gaat worden kan alleen maar een kwestie van tijd zijn. Erwin Zijleman


27 augustus 2023

Harry Nilsson - Nilsson Schmilsson (1971)

Harry Nilsson wordt inmiddels geschaard onder de meest invloedrijke singer-songwriters uit de jaren 70 en dat hoor je op het wat wisselvallige, maar bij vlagen echt geweldige Nilsson Schmilsson uit 1971
Hele hordes singer-songwriters hebben zich de afgelopen decennia laten beïnvloeden door het werk van de Amerikaanse singer-songwriter Harry Nilsson, die tijdens zijn leven zelf niet altijd de waardering kreeg die hij verdiende. Dat heeft hij deels te danken aan een wat wisselvallig oeuvre en ook op zijn beste albums sloeg hij de plank wel eens flink mis. Op Nilsson Schmilsson uit 1971 steekt de Amerikaanse muzikant misschien wel in zijn beste vorm en hoor je goed hoeveel Harry Nilsson te bieden had. Diep in het oeuvre van Harry Nilsson duiken is een hele opgave, maar op Nilsson Schmilsson valt, ook ruim 50 jaar na de release, nog heel veel op zijn plek.



Harry Nilsson wordt op de krenten uit de pop talloze malen genoemd als relevant vergelijkingsmateriaal, maar het was lang geleden dat ik zelf naar de muziek van de Amerikaanse muzikant had geluisterd, tot ik een tijdje geleden begon met het herontdekken van zijn oeuvre, wat overigens best een hobbelige rit is geworden.

Harry Nilsson dook aan het begin van de jaren 60 op in de muziekscene van Los Angeles, maar wist in eerste instantie weinig aandacht te trekken. Dat veranderde toen het in 1967 verschenen album Pandemonium Shadow Show de aandacht trok van The Beatles, die de Amerikaanse muzikant omarmden. Tussen 1967en 1977 leverde Harry Nilsson ruim een dozijn albums af, waartussen een aantal al dan niet erkende meesterwerken, maar ook een aantal flinke miskleunen. 

Mede door verslavingen ging de gezondheid van Harry Nilsson gedurende de jaren 70 snel achteruit en werd zijn stem blijvend aangetast. Toen zijn albums aan het eind van de jaren 70 nauwelijks aandacht meer trokken hield hij het voor gezien, al bleef hij tot aan zijn trieste dood in 1994 aan nieuwe muziek werken (die later postuum verscheen als het verassend goede Losst And Found). 

Ik heb een flink stapeltje Harry Nilsson albums in huis, maar er zit er geen een tussen die me van begin tot eind volledig kan overtuigen. Als ik moet kiezen voor een album uit het uiteindelijk nog best imposante oeuvre van Harry Nilsson kies ik voor Nilsson Schmilsson uit 1971. Het is een van de meest toegankelijke albums van de Amerikaanse muzikant, maar ook Nilsson Schmilsson is een album met pieken en dalen, al zijn de pieken hoger dan de dalen diep zijn. 

Met Nilsson Schmilsson wilde Harry Nilsson een mainstream popalbum maken, waarvoor hij een beroep deed op de van Barbra Streisand bekende producer Richard Perry. Nilsson Schmilsson werd gemaakt met een heel leger aan sessiemuzikanten en geluidstechnici en het klinkt na al die jaren nog altijd prachtig. 

Nilsson Schmilsson is een album dat enorm veel invloed heeft gehad op een latere generatie singer-songwriters, onder wie zeker Rufus Wainwright, maar het is ook een album waarop Harry Nilsson laat horen dat hij songs kan schrijven waarvoor Paul McCartney zich in de jaren 70 niet zou hebben geschaamd. Ook Nilsson Schmilsson is echter een wat wispelturig album dat briljante popsongs kan afwisselen met niemendalletjes of naar mijn smaak net wat te theatraal klinkende popsongs of de onderbroekenlol van een song als Coconut. 

De songs met flink wat blazers klinken lekker vet, maar ik hoor Harry Nilsson toch het liefst in de wat meer ingetogen en wat weemoedige popsongs. Nilsson Schmilsson bevat in die categorie met Without You misschien wel de bekendste song van zijn hand en de versie op Nilsson Schmilsson is talloze malen indringender en klinkt vele malen gekwelder dan de vele andere versies die van de song zijn opgenomen. 

Omdat Nilsson Schmilsson een van de meest consistente en minst wispelturige albums van Harry Nilsson is, is het een prima kennismaking met de muziek van de gedurende zijn leven wat onderschatte muzikant, al doet een goede verzamelaar het misschien nog wel beter. Ik ben zelf de laatste tijd flink in het bijzondere oeuvre van Harry Nilsson gedoken en het is een oeuvre vol ruwe diamanten, maar ook flink wat minder waardevolle stenen. Met wat meer focus was Harry Nilsson absoluut een van de allergrootsten geworden, maar ook de albums die hij wel maakte mogen zeker niet onderschat worden. Erwin Zijleman


Nilsson Schmilsson is ook verkrijgbaar via de Mania webshop:


Wreckless Eric - Leisureland

Wreckless Eric is een icoon uit de jaren 70, maar zijn beste albums maakt hij in de nadagen van zijn carrière, wat nu het wederom stevig op de jaren 60 leunende en verrassend sterke Leisureland oplevert
Het Britse icoon Wreckless Eric timmerde sinds het geweldige AmERICa uit 2015 weer stevig aan de weg, maar het coronavirus hakte er stevig in bij de al een tijd in de Verenigde Staten woonachtige muzikant. Gelukkig keert hij deze week terug met Leisureland en wat is het een goed album. Het is een album dat, net als zijn voorgangers, stevig put uit de archieven van de wat psychedelisch aandoende popmuziek uit de jaren 60, maar Leisureland klinkt, met name door de grotere rol voor (analoge) synths weer net wat anders. AmERICa is voor mij nog altijd een album dat ik koester, maar het nieuwe album van het Britse jaren 70 icoon is echt niet minder.



De Britse muzikant Eric Goulden liftte in de tweede helft van de jaren 70 handig mee op de golven van de punk en de new wave en werd een van de boegbeelden van het fameuze label Stiff Records. Dat deed hij niet als Eric Goulden maar als Wreckless Eric, wiens naam op de cover stond van de albums The Wonderful World Of Wreckless Eric uit 1978, Wreckless Eric uit 1978, The Whole Wide World uit 1979 en Big Smash! uit 1980. 
Het zijn albums die het destijds best goed deden, maar als ik nu naar de eerste albums van Wreckless Eric luister kan ik niet alleen concluderen dat het maar heel weinig met punk en new wave te maken heeft, maar ook dat het behoorlijk wisselvallige albums zijn met slechts een enkele uitschieter naar boven. 

Wreckless Eric raakte na de hoogtijdagen van Stiff Records in de vergetelheid en trok pas weer de aandacht toen hij muziek ging maken met zijn echtgenote Amy Rigby. Het leverde tussen 2008 en 2012 drie heel aardige albums op, maar het zou tot 2015 duren voordat Wreckless Eric op mij voor het eerst een onuitwisbare indruk maakte. Het in 2015 verschenen AmERICa was een fantastisch album, waarop de Britse muzikante de inspiratie vooral vond in de jaren 60 en hierbij zowel uit de Britse als de Amerikaanse muziekgeschiedenis citeerde. 

AmERICa werd in 2018 gevolgd door Construction Time & Demolition, dat misschien wat minder verrassend was, maar zeker niet minder. In 2019 verscheen vervolgens Transience, dat ik destijds niet heb opgemerkt, maar op het deze week verschenen Leisureland heb ik me al een aantal weken verheugd. Ook op zijn nieuwe album grijpt Wreckless Eric vooral terug op de muziek uit de jaren 60, waardoor het album in het verlengde ligt van zijn voorgangers. 

De ‘angry young man’ van weleer nadert inmiddels de 70, maar op Leisureland laat hij horen dat hij het schrijven van goede songs niet is verleerd. De songs op Leisureland zijn zelfs veel en veel beter dan de songs waarmee Wreckless Eric in zijn jonge jaren zoveel succes had, maar doen ook geen moment onder voor die op AmERICa, dat in 2015 de lat flink hoog legde. 

De Britse muzikant werd bijna het slachtoffer van het coronavirus, maar krabbelde gelukkig weer overeind en levert nu misschien wel zijn beste album tot dusver af. Leisureland maakte hij grotendeels in zijn uppie, slechts bijgestaan door een drummer die bij hem om de hoek woont in Catskill, New York, maar het is een gevarieerd klinkend album waarop gitaren en analoge synths fraai worden gecombineerd met de wat verzwakte maar nog altijd karakteristieke stem van de Britse muzikant. 

Leisureland doet wat psychedelisch aan, maar het album verzandt nergens in zweverigheid. Wreckless Eric schrijft nog altijd puntige popsongs, die wat minder eenvoudig klinken dan de songs uit zijn jonge jaren, maar die ook nog altijd recht voor zijn raap zijn. Door de invloeden uit het verleden klinkt Leisureland op een of andere manier direct bekend en zou je ook zomaar een vergeten klassieker uit de jaren 60 in handen kunnen hebben. 

Wreckless Eric opereert sinds zijn gloriejaren wat in de marge, maar met alle albums die hij heeft gemaakt sinds AmERICa laat hij horen dat hij geweldige songs kan schrijven. Dat doet hij ook weer op het geweldige Leisureland, dat uiteindelijk zomaar over AmERICa heen zou kunnen gaan. Dat Wreckless Eric veel meer is dan een naam uit een ver verleden zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman


Leisureland van Wreckless Eric is verkrijgbaar via de Mania webshop:


26 augustus 2023

Morgan Wade - Psychopath

Morgan Wade verraste in 2021 met het uitstekende Reckless en laat ook op opvolger Psychopath horen dat ze aanstekelijke countrypop kan maken die ook ruw en oorspronkelijk klinkt
De Amerikaanse muzikante Morgan Wade is een opkomende ster in Nashville, maar ze is daar ook een buitenbeentje. Haar tweede album Psychopath flirt hier en daar stevig met de wat gladde Nashville countrypop, maar bij Morgan Wade klinkt het op een of andere manier nooit echt glad. Als ze kiest voor muziek die wat dichter tegen de wat authentieker klinkende Amerikaanse rootsmuziek aanleunt hoor je goed dat ze een geweldige zangeres is, maar ook de meer pop georiënteerde songs op Psychopath mogen er zijn. Ook op Psychopath werkt Morgan Wade weer samen met Jason Isbell gitarist Sadler Vaden en ook die laat zich horen op dit uitstekende album.



Liefhebbers van countrypop worden stevig verwend op het moment. Een week na het uitstekende debuutalbum van Alana Springsteen en na de prachtalbums van Megan Moroney en Ashley Cooke eerder dit jaar, duikt Morgan Wade op met haar tweede album. De Amerikaanse muzikante debuteerde in 2018 nog wat anoniem met Puppets With My Heart, het debuutalbum van Morgan Wade & The Stepbrothers, maar drie jaar later was het wel raak met Reckless, het eerste album met alleen haar naam op de cover. 

Het door Jason Isbell gitarist Sadler Vaden geproduceerde Reckless misstond zeker niet in het hokje countrypop, maar het debuutalbum van Morgan Wade was zeker geen dertien in een dozijn countrypop album. Morgan Wade ziet er met al haar tattoos wat ruwer uit dan de gemiddelde countrypop zangeres en zo klonk haar muziek ook. Ook de levenswandel van de muzikante uit Floyd, Virginia, was wat wilder dan die van haar soortgenoten, waardoor Reckless voor een countrypop album verrassend doorleefd klonk. 

Op het deze week verschenen Psychopath trekt de jonge muzikante, die inmiddels naar Nashville, Tennessee is verkast, de lijn van haar debuutalbum door. Ook voor Psychopath deed Morgan Wade weer een beroep op The 400 Unit gitarist Sadler Vaden. De opnamesessies voor het album liepen in eerste instantie op niets uit, maar bij een nieuwe poging viel alles op zijn plek. 

Ook op haar tweede album slaagt Morgan Wade er in om countrypop te maken die anders klinkt dan die van haar concurrenten. Psychopath leunt, zeker op de eerste helft van het album, meer dan zijn voorganger tegen de pop aan en bevat een aantal songs die bij de gemiddelde countrypop zangeres suikerzoet zouden klinken, maar Morgan Wade geeft er met haar bij vlagen heerlijk rauwe stem een eigen draai aan. 

Sadler Vaden tekent ook dit keer voor een fraaie productie en zorgde bovendien voor prima muzikanten in de studio, maar om niets aan het toeval over te laten werd ook een beroep gedaan op een aantal van de meest succesvolle songwriters in Nashville, onder wie Julia Michaels, Natalie Hemby, Butch Walker en Lori McKenna, om de songs van Morgan Wade naar een nog wat hoger plan te tillen. Dat is gelukt, want Psychopath bevat een serie uitstekende songs. 

Het zijn songs die bij liefhebbers van authentiek klinkende Amerikaanse rootsmuziek waarschijnlijk net wat minder in de smaak zullen vallen dan die op het debuutalbum van Morgan Wade, maar liefhebbers van het genre die ook niet vies zijn van hier en daar wat pop en rock krijgen met Psychopath een uitstekend album in handen. Ik heb zelf dit jaar een enorm zwak voor countrypop en ook het nieuwe album van Morgan Wade gaat er weer in als koek. 

Vergeleken met de eerder genoemde countrypop favorieten van 2023 kleurt Morgan Wade in een deel van de tracks het verst buiten de lijntjes van de traditionelere countrymuziek, maar de songs zijn zo goed dat ik er niet om treur. Overigens kruipt de muzikante uit Nashville op de tweede helft van het album een stuk dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan, want ook dat kan ze. Als ik de Amerikaanse muziekpers mag geloven is Morgan Wade op het moment een van de grootste opkomende talenten in Nashville en na beluistering van Psychopath kan ik alleen maar concluderen dat dit echt volkomen terecht is. Erwin Zijleman


Psychopath van Morgan Wade is verkrijgbaar via de Mania webshop:


25 augustus 2023

Taylor Ashton - Stranger To The Feeling

De Amerikaanse muzikant Taylor Ashton maakte een lange roadtrip door de Verenigde Staten en nam ondertussen een album op, dat op het eerste gehoor vooral bijzonder klinkt, maar ook steeds mooier wordt
Ik was de naam Taylor Ashton nog niet eerder tegengekomen, maar met Stranger To Paradise heeft de Amerikaanse muzikant een bijzonder album gemaakt. Het is een album dat werd opgenomen tijdens een lange roadtrip van kust tot kust in de Verenigde Staten, waarbij Taylor Ashton hulp kreeg van flink wat bevriende muzikanten. Stranger To Paradise is voorzien van een bijzondere productie, die de songs van Taylor Ashton voorziet van een eigen geluid, maar het zijn ook mooie en aansprekende songs, die vaak een folky basis hebben, maar zich ook regelmatig ontworstelen aan het keurslijf van het genre. Interessant album van een eigenzinnige muzikant.



Taylor Ashton is een Amerikaanse muzikant uit Brooklyn, New York, die me, ondanks een stuk of vier eerdere albums, nooit is opgevallen. Ook het deze week verschenen Stranger To The Feeling viel me in eerste instantie niet direct op en na het lezen van een aantal positieve recensies was ik bij eerste beluistering niet onmiddellijk overtuigd van de kwaliteit van het album. 

Stranger To The Feeling werd opgenomen tijdens een lange roadtrip, die van de ene naar de andere kust van de Verenigde Staten ging. Zeker bij eerste beluistering valt op dat het album is voorzien van een bijzonder geluid. Het is een geluid waarin de instrumenten vrij hard en direct in de mix zijn opgenomen en ook de zang klinkt vrij hard. Zeker wanneer wat extra instrumenten, waaronder blazers, worden toegevoegd komt het allemaal nogal ruw binnen en daar moest ik persoonlijk erg aan wennen. 

Inmiddels vind ik het bijzondere geluid op Stranger To The Feeling juist een van de sterkste punten van het album, want het lijkt af en toe wel of Taylor Ashton en zijn medemuzikanten bij je in de woonkamer staan. Het is een goed gevulde woonkamer, want de Amerikaanse muzikant kwam tijdens zijn lange roadtrip nogal wat medemuzikanten tegen die bijdroegen aan het album. 

Dat laatste beperkt zich niet tot het instrumentarium, want ook in vocaal opzicht krijgt de muzikant uit Brooklyn flink wat gezelschap. Van alle gastmuzikanten springt de naam van Big Thief gitarist Buck Meek het meest in het oog, maar ook de vocalen van Courtney Hartman verdienen het om genoemd te worden. 

Op de bandcamp pagina van Taylor Ashton worden Nick Drake en Paul Simon genoemd als vergelijkingsmateriaal. Dat klinkt niet erg bescheiden, maar het zijn namen die ik zelf ook zou noemen na beluistering van Stranger To The Feeling. Zeker de wat meer ingetogen en folky songs hebben wel iets van de songs van Nick Drake, terwijl de wat uitbundiger ingekleurde songs associaties oproepen met de muziek van Paul Simon. Wanneer Taylor Ashton wat fluisterend zingt kan ik Elliott Smith toevoegen aan de lijst met vergelijkingsmateriaal. 

Taylor Ashton maakt je op zijn nieuwe album deelgenoot van zijn imposante roadtrip, want je hoort de sfeer op het album steeds iets veranderen, terwijl je ondertussen de vogeltjes op de achtergrond hoort fluiten. In zijn songs benoemt de Amerikaanse muzikant zowel de pieken als het dalen in het leven en deze lijken samen te vloeien met de landschappen waar hij doorheen reist tijdens het opnemen van het album. De bijzondere wijze waarop het album tot stand kwam voorziet het album van warmte, die steeds nadrukkelijker aan de oppervlakte komt. 

De Amerikaanse muzikant heeft gekozen voor een bijzondere aanpak en dat levert ook een bijzonder album op. Het is een album met een eigenzinnig geluid dat steeds mooier en intiemer wordt. De songs van Taylor Ashton passen vooral in het hokje folk, maar de muzikant uit Brooklyn zoekt zeker de grenzen van het genre op, waardoor Stranger To The Feeling zeker geen standaard folkalbum is. Ik heb inmiddels ook naar de andere albums van de Amerikaanse muzikante geluisterd, maar zijn nieuwe album steekt er wat mij betreft flink bovenuit en het is een album dat ook hier in Nederland in de smaak moet kunnen vallen. Erwin Zijleman

De muziek van Taylor Ashton is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikant: https://taylorashton.bandcamp.com/album/stranger-to-the-feeling-2.


Stranger To The Feeling van Taylor Ashton is verkrijgbaar via de Mania webshop:




Hurry - Don't Look Back

De Amerikaanse band Hurry verleidt op haar nieuwe album Don’t Look Back meedogenloos met bijzonder aangenaam klinkende powerpop vol echo’s uit het verleden, maar ook zeker een eigentijdse twist
Ik hoor de laatste tijd niet veel powerpop meer, maar na Diners verrast ook Hurry met een album waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. De Amerikaanse band put uit de archieven van de powerpop, maar geeft ook een eigenzinnige draai aan de invloeden van weleer, bijvoorbeeld door blazers in te zetten. De zang is aangenaam, het gitaarwerk is keer op keer prachtig, maar het zijn vooral de heerlijk melodieuze songs op het album die keer op keer indruk maken en die je in ieder geval deze zomer niet meer los wilt laten. Of dit de start is van een powerpop revival weet ik niet, maar albums als Don’t Look Back van Hurry zijn wat mij betreft zeer welkom.



Voor Don’t Look Back van Hurry geldt ongeveer hetzelfde als voor het album van Diners dat ik gisteren besprak. Het is een album dat zeer positief is besproken door de Amerikaanse muziekpers en dat is direct bij eerste beluistering goed te begrijpen. Hier houden de overeenkomsten tussen Diners en Hurry niet op, want ook Hurry is een band die al een handvol albums op haar naam heeft staan, maar die ik nog niet eerder tegen was gekomen. 

Een volgende overeenkomst tussen beide albums is dat ze vol staan met songs waarvan je alleen maar heel erg vrolijk kunt worden, die strooien met zonnestralen en die zich vooral hebben laten inspireren door popmuziek uit het verleden, maar desondanks fris en urgent klinken. Het zijn tenslotte allebei albums waarop het etiket powerpop niet misstaat, maar ondanks alle overeenkomsten klinkt het album van Hurry anders dan dat van Diners. 

Hurry is een band uit Philadelphia, Pennsylvania, en heeft Matthew Scottoline als belangrijkste lid. De Amerikaanse muzikant begon Don’t Look Back als een breakup album, maar halverwege het album duikt een nieuwe liefde op en verdwijnt de liefdesbreuk langzaam maar zeker naar de achtergrond. Als je niet naar de teksten luistert maakt het overigens niet zoveel uit of Matthew Scottoline een verloren liefde betreurt of een nieuwe liefde viert, want in alle songs hoor je vooral zonnestralen. 

Die zonnestralen komen vooral van het heerlijke gitaarwerk op het album, dat zich niet alleen beperkt tot de powerpop, maar ook flirt met janglepop en Westcoast pop. Don’t Look Back doet meer dan eens denken aan de albums van Teenage Fanclub, terwijl uit een verder verleden wat invloeden van The Byrds worden verwerkt. De band uit Philadelphia geeft echter ook een eigen draai aan haar powerpop door hier en daar blazers in te zetten. 

Voor het overgrote deel klinkt het nieuwe album van Hurry echter precies zoals een album in dit genre moet klinken. Het gitaarwerk laat de zon schijnen, de dromerige zang versterkt het lome zomergevoel nog wat meer, waarna de bijzonder melodieuze songs en de aanstekelijke refreinen er voor zorgen dat het ultieme zomergevoel voorlopig niet meer te verdrijven is. Don’t Look Back van Hurry is een album dat je in eerste instantie mee terugneemt naar de jaren 70, maar ik hoor toch ook wel wat The Lemonheads in hun beste dagen op het album en hier en daar hoor ik ook wel wat echo’s van R.E.M., maar dan zonder Michael Stipe. 

Ik moet stapels albums hebben met het soort muziek dat op Don’t Look Back van Hurry is te horen, maar het is muziek die ik de laatste jaren nauwelijks meer tegen kom. Hurry vult deze leegte op doeltreffende wijze, want Don’t Look Back beschikt niet alleen over veel verleidingskracht, maar is ook gewoon een erg goed album. 

In muzikaal opzicht staat het allemaal als een huis, met nogmaals een eervolle vermelding voor het gitaarwerk van Justin Fox, maar ook de zang van Matthew Scottoline is erg goed, zeker wanneer deze in meerdere lagen door de speakers komt. En ondanks het feit dat de Amerikaanse band tien songs lang uit hetzelfde vaatje tapt, houdt Don’t Look Back moeiteloos de aandacht vast en blijft het dit ook doen wanneer je het album vaker hoort. Erwin Zijleman

De muziek van Hurry is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://hurry.bandcamp.com/album/dont-look-back.


Don't Look Back van Hurry is verkrijgbaar via de Mania webshop:



24 augustus 2023

Diners - DOMINO

Haal de zomer in huis met DOMINO van Diners, dat het aanstekelijke van de powerpop combineert met de klasse van de Beatles en de zonnestralen van The Beach Boys, wat een onweerstaanbaar album oplevert
Met name in de Verenigde Staten is er volop aandacht voor DOMINO van Diners, het project van de Amerikaanse muzikant Blue Broderick. Diners gaat inmiddels al een aantal albums mee, maar op DOMINO zet Blue Broderick grote stappen. De muziek van Diners staat bol van de invloeden en put in eerste instantie uit de archieven van de powerpop uit de jaren 60 en 70 met hier en daar wat echo’s van The Beatles en The Beach Boys. DOMINO is echter zeker niet blijven hangen in het verleden, maar klinkt ook fris en energiek. Het is nog geen half uur muziek die Diners ons voorschotelt, maar probeer deze dosis zonnestralen maar eens te weerstaan. Het is mij in ieder geval niet gelukt. Heerlijk album!



Amerikaanse muziekwebsites als Paste en Pitchfork waren de afgelopen week heel enthousiast over DOMINO van Diners. Dat begreep ik direct toen ik naar het album luisterde, want het album staat vol met zonnige popsongs en het zijn popsongs die opvallen door een hang naar het verleden, maar ook door een eigentijdse twist. 

Ik ging er van uit dat DOMINO het debuutalbum van Diners is, maar dat is zeker niet het geval, want het project van de Amerikaanse muzikant Blue Broderick, die zichzelf ziet als transgender, heeft al een handvol albums uitgebracht. De muzikant die lange tijd opereerde vanuit Phoenix, Arizona, maar inmiddels naar Los Angeles is verkast, draait inmiddels al ruim tien jaar mee, maar is met DOMINO klaar voor de doorbraak naar een breder publiek. 

Ik heb de vorige albums van Diners inmiddels ook beluisterd en hier zitten een aantal prima albums tussen. Het zijn albums die wat meer rammelen dan het nieuwe album van Blue Broderick, dat wat mij betreft meer indruk maakt. Het is een album dat zich heeft beïnvloeden door een aantal decennia popmuziek, waardoor het continu associaties oproept. 

In de omgevallen platenkast die uiteindelijk DOMINO heeft opgeleverd zaten flink wat klassiekers uit de powerpop, maar ook zeker een aantal albums van The Beatles en The Beach Boys. Het levert een bijzondere mix op die hier en daar getypeerd kan worden als Beatlesque powerpop met Beach Boys harmonieën en een snufje Harry Nilsson. Dat klinkt direct aanstekelijk, maar een aantal popsongs op DOMINO blijken al snel behoorlijk onweerstaanbaar en het worden er steeds meer. 

Het zijn popsongs met heerlijke en vaak zonnige gitaarakkoorden en wat nonchalante, maar ook dromerige zang, hier en daar aangevuld met heerlijke koortjes. Wanneer de muziek van Diners wat ruwer klinkt hoor je wat meer lo-fi in de muziek van de Amerikaanse muzikant, maar ook de wat gruizigere gitaarsongs op het album vallen op door geweldige melodieën en aanstekelijke refreinen. En als Blue Broderick er opeens een gitaarsolo uitgooit, klinkt de muziek van Diners weer net wat anders, maar nog steeds bijzonder lekker. 

De Amerikaanse muzikant beschikt over een bijzondere stem en het is een stem die DOMINO voorziet van nog wat extra onderscheidend vermogen. Zeker als de zon schijnt is DOMINO van Diners een zomerse verleiding die bijna niet is te weerstaan, maar luister net wat beter en je hoort dat de songs van de Amerikaanse muzikant knap in elkaar zitten en bovendien zijn volgestopt met mooie muzikale en vocale accenten. 

Blue Broderick deed in de studio in Portland, Oregon, heel veel zelf, maar bedankt op de bandcamp pagina van de band ook uitvoerig de twee muzikanten die Diners bijstonden en DOMINO net wat voller inkleurden. Op deze bandcamp pagina omschrijft Blue Broderick Diners als een “100 year old pop rock band” en dat is een aardige omschrijving, al had “50 year old” beter gepast. 

Ik heb eigenlijk maar één ding aan te merken op het album en dat is dat tien songs er na 24 minuten en 54 minuten wel heel snel op zitten. Heel erg is dat overigens niet, want Diners heeft meer interessants te bieden en bovendien kun je het album ook best een tweede keer opzetten, om vervolgens net zo meedogenloos verleid te worden door de nostalgische maar ook opvallend frisse popsongs van de Amerikaanse muzikant Blue Broderick, die absoluut een groter podium verdient. Erwin Zijleman

De muziek van Diners is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse band: https://diners.bandcamp.com/album/domino.


DOMINO van Diners is verkrijgbaar via de Mania webshop:



23 augustus 2023

D.C. Maxwell - Lone Rider

De Nieuw-Zeelandse muzikant D.C. Maxwell debuteert deze week met Lone Rider, dat direct bij eerste beluistering een onuitwisbare indruk maakt en vervolgens alleen maar indrukwekkender en memorabeler wordt
D.C. Maxwell uit het Nieuw-Zeelandse Auckland zat een paar jaar geleden nog in een punkband, maar daar is niets meer van te horen op zijn solodebuut Lone Rider. Het album is bij vlagen zeer vol en wat theatraal ingekleurd met flink wat strijkers, maar bevat ook een aantal meer ingetogen momenten, waarin een bijzondere twist nooit ver weg is. Ook de zang van D.C. Maxwell bevat hier en daar het nodige drama, maar de stem van de muzikant uit Auckland tilt het album ook mijlenver op. Dan doen ook de songs op Lone Rider, want wat zit hier veel in en wat beschikken ze over veel groeipotentie. Absoluut een album met jaarlijstjespotentie deze parel van de andere kant van de wereld.


Sinds enkele jaren volg ik ook de Nieuw-Zeelandse muziekscene op de voet en dat levert af en toe geweldige albums op en meestal gaat het om albums die aan deze kant van de wereld maar weinig aandacht krijgen. De laatste maanden viel de oogst uit Nieuw-Zeeland wat tegen, maar deze week verscheen er eindelijk weer een album dat een hele goede kans gaat maken om hoog te eindigen in mijn jaarlijstje over een maand of vier. 

Het gaat om Lone Rider van de Nieuw-Zeelandse muzikant D.C. Maxwell. De muzikant uit Auckland maakte in het verleden deel uit van de emopunkband Roidz, die ook in de Verenigde Staten succesvol was, maar met Lone Rider slaat D.C. Maxwell een totaal andere weg in. De Nieuw-Zeelandse muzikant noemt zelf onder andere Scott Walker, Lee Hazlewood en Nick Cave als inspiratiebronnen, maar als ik luister naar Lone Rider dringt vooral de naam van Marc Almond zich op. 

Vergeleken met Marc Almond zingt D.C. Maxwell met net wat minder pathos, maar ook de zang van de Nieuw-Zeelandse muzikant is zeer expressief en hier en daar voorzien van het nodige drama. Ik vind Marc Almond een groot zanger en ook van de stem van D.C. Maxwell ben ik zeer onder de indruk. De Nieuw-Zeelandse muzikant vertelt op zijn debuutalbum een aantal aardedonkere verhalen, waarvan er een aantal zeer persoonlijk zijn, en hij doet dit met veel gevoel en expressie. 

Alleen door de zang, die ook nog raakt aan die van de briljante Gavin Friday, vind ik Lone Rider al een geweldig album, maar het debuutalbum van de muzikant uit Auckland heeft veel meer te bieden. In vocaal opzicht heb ik zoals gezegd vooral associaties met het rijke oeuvre van Marc Almond en ook in muzikaal opzicht draagt de Britse muzikant relevant vergelijkingsmateriaal aan. Veel songs op Lone Rider zijn immers behoorlijk uitbundig en soms wat theatraal ingekleurd met flink wat strijkers. 

Nu vind ik dit soort muziek al snel over the top, maar dat is het debuutalbum van D.C. Maxwell zeker niet. Hier en daar zwellen de strijkers stevig aan en doen ook de blazers een flinke duit in het zakje, maar tegenover de wat steviger aangezette klanken staan ook voldoende ingetogen tot zeer ingetogen passages. Zeker wanneer de songs van D.C. Maxwell wat minder uitbundig zijn ingekleurd en hij ook wat minder expressief zingt, klinkt Lone Ride opeens als een vergeten singer-songwriter klassieker uit de jaren 70 en ook in dit genre weet de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter zich makkelijk te onderscheiden. 

Dat doet D.C. Maxwell ook zeker met de songs op Lone Rider, want de tien songs op het album zijn van een opvallend hoog niveau. D.C. Maxwell is op zijn eerste album goed voor songs die je onmiddellijk nieuwsgierig maken, die zich vervolgens snel opdringen en die ook nog eens interessanter worden wanneer je ze vaker hoort. In muzikaal opzicht zijn er steeds weer interessante wendingen en fraaie echo’s uit het verleden, maar ook in tekstueel opzicht is Lone Rider een fascinerend album, dat vaak goed is voor een traan, maar soms ook voor een lach. 

Muziek uit Nieuw-Zeeland trekt in Nederland zeker niet vanzelfsprekend de aandacht, maar Lone Rider van D.C. Maxwell is een ontstellend goed album, dat ook hier moet worden bedolven onder de positieve woorden. Ik ben na een paar dagen zelf compleet verslingerd aan dit fascinerende album, maar Lone Rider groeit ook nog wel even door de komende tijd. Erwin Zijleman

De muziek van D.C. Maxwell is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Nieuw-Zeelandse muzikant: https://dcmaxwell.bandcamp.com/album/lone-rider.



Caroline Cotter - Gently As I Go

De Amerikaanse singer-songwriter Caroline Cotter gaf een aantal jaar geleden een goede baan op voor een onzeker bestaan in de muziek, maar laat met het uitstekende Gently As I Go horen dat dit een verstandig besluit was
Het is dringen in het land van de vrouwelijke singer-songwriters met een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar kwaliteit komt altijd boven drijven. Die kwaliteit is in ruime mate aanwezig op Gently As I Go, het derde album van de Amerikaanse muzikante Caroline Cotter. De singer-songwriter uit Portland, Maine, beschikt over een hele mooie stem en zingt met veel gevoel. De muzikanten die haar omringen tekenen voor een zeer smaakvol geluid, dat de stem van Caroline Cotter alleen maar versterkt. Gently As I Go is ook nog eens een album met een serie uitstekende songs, waardoor dit album zomaar kan uitgroeien tot een van de betere rootsalbums van dit moment.



Gently As I Go is al het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter Caroline Cotter, die ik zelf voor de release van haar nieuwe album nooit ben tegengekomen. In het persbericht bij het album wordt aangegeven dat Gently As I Go in de smaak zal vallen bij liefhebbers van Joni Mitchell, Carole King, Brandi Carlile, Antje Duvekot, Courtney Marie Andrews, Eva Cassidy, Anais Mitchell en Natalie Merchant. Dat is een flinke lijst met een aantal persoonlijke favorieten, waardoor ik zeker nieuwsgierig was naar het album. 

Het bovenstaande lijstje suggereert dat Caroline Cotter zich deels heeft laten inspireren door singer-songwriters uit de jaren 60 en 70, maar ook aansluiting probeert te vinden bij de singer-songwriters van het moment. Die suggestie blijkt aardig te kloppen en vind ik persoonlijk interessanter dan een lijstje namen, waarvan ik de meeste overigens niet terug hoor bij beluistering van Gently As I Go. 

Ik hoor af en toe wel wat van Natalie Merchant en dat is voor mij al meer dan voldoende aanbeveling. Ik hoor hiernaast wel wat van de muziek die Jewel in haar hele jonge jaren maakte en ook dat is wat mij betreft een compliment. Als ik een derde naam moet noemen kom ik uit bij Mary Chapin Carpenter en ook dat is vergelijkingsmateriaal om trots op te zijn. Alle reden dus om nieuwsgierig te zijn naar het album. 

Bij beluistering van Gently As I Go springt de stem van Caroline Cotter het eerst in het oor. Het is een mooie heldere stem die makkelijk binnen komt en het is een stem die, net als die van Natalie Merchant, een aangenaam ruw randje heeft. Caroline Cotter zingt met veel gevoel en expressie, waardoor haar songs vrijwel onmiddellijk iets met je doen, wat een bijzondere gave is.

De Amerikaanse muzikante die lange tijd in de staat Rhode Island woonde, maar inmiddels aan de rand van het Acadia National Park in de staat Maine woont, gaf een jaar of acht geleden een internationale carrière op om haar geluk te beproeven in de muziek, wat een moedig besluit was. Ze zal nog wel eens nagedacht over dit besluit toen de coronapandemie in 2020 en 2021 de muziekindustrie voor lange tijd lam legde. De pandemie was een voedingsbodem voor een aantal van de songs op Gently As I Go, waarvoor Caroline Cotter de tijd heeft kunnen nemen. 

Dat laatste hoor je, want het nieuwe album van de Amerikaanse singer-songwriter is een zeer verzorgd klinkend album. Dat geldt in eerste instantie voor de zang, die echt bijzonder mooi is, maar ook in muzikaal opzicht klinkt het album prachtig. Caroline Cotter tekent zelf voor de akoestische gitaar, maar haalde ook twee drummers, twee bassisten, een gitarist en drie achtergrondzangeressen, onder wie Elise Leavy die ook onlangs een prachtig album afleverde, naar de studio. Co-producer Alec Spiegelman leefde zich tenslotte nog eens uit en voegde klarinet, fluit, orgel en synths toe aan het album. Ondanks alle instrumenten is Gently As I Go een betrekkelijk ingetogen ingekleurd album, waarop de prachtige stem van Caroline Cotter centraal staat. 

De Amerikaanse muzikante is niet alleen een geweldige zangeres, maar ook een getalenteerd songwriter, waardoor haar nieuwe album zich direct opdrong deze week en de verworven aandacht vervolgens ook niet meer afstond. Caroline Cotter opereert in een overvol genre, waarin wekelijks talloze albums verschijnen, maar Gently As I Go springt er in kwalitatief en artistiek opzicht voor mij voldoende uit. Meer dan voldoende zelfs, want nu ik het album meerdere keren heb gehoord is het mij inmiddels behoorlijk dierbaar. Erwin Zijleman

De muziek van Caroline Cotter is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de Amerikaanse muzikante: https://carolinecotter.bandcamp.com, al ontbreekt het nieuwe album nog.