zondag 30 juni 2019

Daughter Of Swords - Dawnbreaker

Daughter Of Swords heeft niet veel nodig op Dawnbreaker, maar weet met minimale middelen een maximaal effect te sorteren op een album dat aan schoonheid blijft winnen
Daughter Of Swords, het alter ego van de Amerikaanse singer-songwriter Alexandra Sauser-Monnig kiest op haar debuut voor subtiliteit. De instrumentatie is sober, de stem is puur en de beperkt toegevoegde effecten zijn smaakvol en trefzeker. Ondanks de beperkte middelen weet Daughter Of Swords een opvallend veelkleurig geluid neer te zetten en is het steeds weer genieten van de mooi verzorgde popliedjes van de Amerikaanse muzikante, waarin bovendien steeds weer nieuwe dingen zijn te horen. Het is een van de obscure nieuwe albums van deze week, maar het is er een die echt alle aandacht verdient.


Ik heb diep respect voor singer-songwriters die genoeg hebben aan een akoestische gitaar, een stem en hier en daar wat subtiele versiersels, maar op hetzelfde moment moet ik toegeven dat albums waarop de eenvoud regeert me lang niet zo makkelijk boeien als albums waarop in muzikaal, vocaal en productioneel opzicht flink wat uit de kast wordt getrokken. Natuurlijk zijn er uitzonderingen en Dawnbreaker van Daughter of Swords is er absoluut een. 

Daughter Of Swords is het alter ego van de uit Durham, North Carolina, afkomstige Alexandra Sauser-Monnig en die kennen we weer als lid van het vocale trio Mountain Man. 

Als Daughter Of Swords heeft Alexandra Sauser-Monnig een album gemaakt dat alle haast uit je leven haalt. Dawnbreaker opent met een uiterst ingetogen song, waarin een paar subtiele akkoorden op de akoestische gitaar worden gecombineerd met een wat loom klinkende stem. Veel eenvoudiger en soberder kan het niet, maar de openingstrack van het debuut van Daughter Of Swords komt stevig aan. 

Alexandra Sauser-Monnig slaagt er in om je direct haar muzikale wereld in te slepen en het is een wereld die ver lijkt verwijderd van onze hectische samenleving. De eerste track van Dawnbreaker herinnert aan Appalachen folk uit een ver verleden en heeft ondanks de eenvoudige middelen een bezwerende of zelfs hypnotiserende uitwerking. Daughter Of Swords had van mij alleen maar van dit soort bijzondere luisterliedjes mogen maken, maar dat ging zelfs Alexandra Sauser-Monnig net wat te ver. 

In de tweede track van haar debuutalbum wordt wat subtiele elektronica en percussie toegevoegd en verwarmt Daughter Of Swords je hart met een suikerzoet en wonderschoon popliedje. Het is een popliedje vol warme klanken en fluisterzachte vocalen, die de ruwe Appalachen tijdelijk hebben verruild voor landschappen waar het leven een stuk zorgelozer is. 

Het zijn pas de eerste twee songs van Dawnbreaker, maar het was voor mij al genoeg om te verdrinken in de bijzondere muziek van het alter ego van Alexandra Sauser-Monnig. De songs van Daughter Of Swords zijn ondanks de eenvoud verrassend melodieus en veelkleurig en laten keer op keer horen dat de warme klanken van de akoestische gitaar en de prachtig ingetogen zang van Alexandra Sauser-Monnig perfect bij elkaar passen. 

Om niet te eenvormig te klinken, komt er in vrijwel iedere track een ander accent voorbij. Soms wat elektronica, soms een elektrische gitaar, soms een tweede stem, een keer een mondharmonica, soms net wat dromeriger opgenomen vocalen en alles dat Daughter Of Swords doet pakt perfect uit. Het is overigens mede de verdienste van Sylvan Esso’s Nick Sanborn die het album mede produceerde en al zijn elektronica dit keer achter slot en grendel liet

Dawnbreaker is de soundtrack van een mooie zomerdag, maar het is ook de soundtrack van een donkere avond of van een lange autorit. Het is vanwege de sobere arrangementen en productie niet eens zo makkelijk om te beschrijven wat er precies zo mooi is aan de songs op het solodebuut van Alexandra Sauser-Monnig, maar ondertussen heeft iedere song op het album je te pakken. 

Direct bij eerste beluistering was ik verkocht, maar de songs van Daughter Of Swords zitten ook nog eens vol groeipotentie. Tien songs en net iets meer dan een half uur muziek is alles dat we nu van Alexandra Sauser-Monnig krijgen, maar het is een half uur muziek van een bijzondere schoonheid. Erwin Zijleman

De muziek van Daughter Of Swords is binnenkort verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://daughterofswords.bandcamp.com.

 

zaterdag 29 juni 2019

Jade Jackson - Wilderness

Jade Jackson overtuigt nog net wat meer dan op haar debuut en vermaakt en imponeert met bijzonder lekker in het gehoor liggende Amerikaanse rootsmuziek met een beetje pop en een beetje rock
Gilded, het debuut van Jade Jackson deed hier in Europa helaas niet zoveel, maar in de Verenigde Staten werd het debuut van de singer-songwriter uit Californië terecht overladen met positieve kritieken. Op haar tweede album borduurt Jade Jackson nadrukkelijk voort op het geluid van haar debuut, maar klinkt ze nog net wat overtuigender. In muzikaal opzicht staat het als een huis, Jade Jackson is een geweldige zangeres en haar even lekker in het gehoor liggende als persoonlijke songs dringen zich stuk voor stuk genadeloos op. Het levert een bijzonder lekker en verrassend goed rootsalbum op.


Jade Jackson debuteerde net iets meer dan twee jaar geleden met het uitstekende Gilded. Het debuut van de singer-songwriter uit Californië maakte een volwassen indruk en overtuigde met zowel wat stevigere rootssongs als met rootssongs die wat meer tegen de pop aanleunden. 

In dit genre is de concurrentie al jaren moordend, maar Jade Jackson bleef wat mij betrekkelijk makkelijk overeind, al is het maar omdat ze gezegend is met een geweldige stem, die ruwe emotie koppelt aan zwoele verleiding. 


Haar album deed in Nederland uiteindelijk helaas niet zo gek veel, waardoor het tweede album van Jade Jackson een bescheiden plekje op de lijsten met de nieuwe releases van deze week inneemt. Vanwege mijn liefde voor het uitstekende debuut van de Amerikaanse singer-songwriter was ik echter heel nieuwsgierig naar de opvolger van Gilded en direct vanaf de eerste luisterbeurt viel Wilderness me zeker niet tegen. 


Net als op haar debuut maakt Jade Jackson ook op haar tweede album vrij makkelijk indruk met bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes. Het zijn popliedjes die stevig zijn verankerd in de Amerikaanse rootsmuziek, maar ook muziekliefhebbers die hun rootsmuziek het liefst geserveerd krijgen met een laagje pop of rock, zullen waarschijnlijk zeer gecharmeerd zijn van Wilderness. 


Vergeleken met het debuut zijn de scherpe kantjes er wat van af, al mogen de gitaren vaak net wat steviger uithalen dan in het genre gebruikelijk is. Aan de andere kant klinkt het tweede album van Jade Jackson net wat zelfverzekerder en zijn de songs nog wat overtuigender. 


Wilderness werd, net als het debuut van Jade Jackson, geproduceerd door oude punkheld Mike Ness van Social Distortion. Het is een opvallende keuze, maar buiten een lekker energiek geluid voegt Mike Ness (die zelf ook al eens een rootsalbum maakte) niet zo gek veel van zijn eigen muziek toe aan het geluid op Wilderness. 


Wilderness is een persoonlijk album waarop de nasleep van een ernstig ongeluk van Jade Jackson centraal staat. Op dit ongeluk, dat de Californische singer-songwriter kreeg op haar twintigste, een jaar of zes voor de release van haar debuut, volgde een zware periode van revalidatie, maar ook een periode vol twijfel en niet alleen over de kansen op een volledig herstel. Het is allemaal goed gekomen met Jade Jackson, maar de zwarte periode in haar leven is goed voor een serie ijzersterke songs. 


In de wat rauwere songs komen echo’s van Lucinda Williams aan de oppervlakte, maar Jade Jackson kan ook de concurrentie aan met de succesvolle vrouwelijke singer-songwriters in de countrypop. Vergeleken met de laatste groep heeft de muziek op Wilderness net wat meer byte en energie en dat is meer dan voldoende voor onderscheidend vermogen. Bovendien is Jade Jackson nog beter gaan zingen en kon ze ook voor haar tweede album beschikken over een aantal prima muzikanten. 


Of het album in Nederland potten gaat breken vraag ik me af, maar liefhebbers van vrouwelijke singer-songwriters in het rootssegment horen het op het moment niet veel beter dan op het tweede album van Jade Jackson. Erwin Zijleman


De muziek van Jade Jackson is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://jadejackson.bandcamp.com.



 


vrijdag 28 juni 2019

Travis - The Man Who, 20th Anniversary Edition

Travis maakte in 1999 een bescheiden klassieker, die twintig jaar na dato alleen maar aan kracht en schoonheid heeft gewonnen
Direct bij de eerste noten van The Man Who van Travis was ik verkocht. Dat is inmiddels alweer twintig jaar geleden en sindsdien heeft het album niets van zijn kracht verloren. Aan de hand van topproducer Nigel Godrich heeft de band het doorsnee geluid van haar debuut omgetoverd tot een geluid vol dynamiek en een geluid vol verschillende kleurschakeringen. The Man Who is bovendien een album waarop zonnestralen en donkere wolken hand in hand gaan, wat het album voorziet van een bijzondere sfeer. De reissue van het album is uiteraard voorzien van de nodige extra’s, maar alles draait natuurlijk om het nog steeds magische album van alweer twintig jaar geleden.


Dat de tijd vliegt is niet voor niets een gezegde. Afgelopen vrijdag verscheen een reissue van The Man Who van Travis en dit blijkt ter ere van alweer de twintigste verjaardag van het album. 

Het tweede album van de Schotse band (het veel minder breed opgepikte debuut Good Feeling verscheen twee jaar eerder) was mijn eerste kennismaking met de muziek van de band uit Glasgow en sindsdien heb ik een enorm zwak voor de muziek van Travis. 

De band maakte na The Man Who nog zes uitstekende albums, maar het inmiddels tot een klassieker uitgegroeide album dat deze maand al twintig jaar onder ons is, blijft voor mij met afstand het beste album van Travis. 

The Man Who is een album waarop alles klopt en daar is twintig jaar na de oorspronkelijke releasedatum niets aan veranderd. Het album opent met de breed uitwaaiende gitaarlijnen die in de Britse gitaarmuziek al zo vaak wisten te verleiden, maar voegt direct melancholie toe. De combinatie van zonnestralen en melancholie bepaalt voor een belangrijk deel de kracht van The Man Who, maar natuurlijk is er meer dan een combinatie van pasteltinten en grijstinten. 

The Man Who is een album dat aan de ene kracht strooit met perfecte gitaarsongs, maar het is ook een introspectief album waarop ingetogen en laid-back wordt gemusiceerd. Tegenover zonnig klinkende gitaarsongs als Driftwood en Why Does It Always Rain On Me? staan meer naar binnen gekeerde songs als The Fear en As You Are. Op The Man Who is overigens niets zoals het lijkt, want het buitengewoon zonnig klinkende Why Does It Always Rain On Me? is in tekstueel opzicht een stuk minder vrolijk. 

De kracht van The Man Who schuilt voor een belangrijk deel in de fraaie combinatie van zon en wolken, maar ook de productie van het album heeft flink bijgedragen aan het uiteindelijke resultaat. Voor deze productie tekende de gelouterde producer Nigel Godrich, die een beetje Radiohead toevoegde aan de zorgeloze en stadionvriendelijke Britpop van het debuut van Travis. 

Nigel Godrich heeft The Man Who voorzien van een wat bedwelmend geluid met hier en daar flink wat dynamiek. In As You Are hoor je tijdens de uitbarstingen bijna Radiohead, maar niet veel later breekt de zon door en maakt Travis het soort radiovriendelijke popliedjes dat Radiohead nooit zal maken. In het door Nigel Godrich gecreëerde geluid vloeien gitaren en synths steeds prachtig samen en vormen ze de perfecte basis voor de vrij ingetogen vocalen van zanger Fran Healy, die de songs op het album nog wat verder omhoog tilt. 

Ik was in 1999 direct verliefd op The Man Who van Travis en die liefde is nooit meer verdwenen. Het album van 20 jaar geleden komt nog met enige regelmaat uit de kast en krijgt nu gezelschap van de luxe reissue die uiteraard flink wat extra tracks toevoegt (helaas alleen op de versie op cd). Ik geloof zelf nog steeds heilig in de magie van een compleet album, maar hoor absoluut tracks die niet hadden misstaan op The Man Who, dat nu bovendien op vinyl beschikbaar is (maar dan zonder de bonustracks). Oude liefde kan volgens mij wel degelijk roesten, maar de liefde voor het prachtalbum van Travis is bij mij de afgelopen twintig jaar alleen maar gegroeid. Erwin Zijleman



 

Jim Lauderdale - From Another World

Jim Lauderdale heeft een productie om bang van te worden, maar ook kwalitatief weet de Amerikaanse muzikant wederom de juiste snaar te raken
Ieder jaar ligt er weer een nieuw album van Jim Lauderdale. Ik deed er niet zo gek veel mee, tot ik diep onder de indruk raakte van het in 2017 verschenen London Southern. Het was een wat atypisch album in het oeuvre van Jim Lauderdale, maar langzaam maar zeker werd ook zijn andere muziek me dierbaar. Op zijn nieuwe album stapt de Amerikaanse muzikant weer wat af van de traditionele country en bluegrass en kiest hij voor een geluid dat onder andere is geïnjecteerd met countryrock en psychedelica. Het is muziek met oog en oor voor de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek, maar Jim Lauderdale kleurt ook altijd buiten de lijntjes.


Jim Lauderdale dook aan het eind van de jaren 80 op als muzikant en is sinds het begin van de jaren 90 een vaste waarde binnen de Amerikaanse rootsmuziek. 

De al tijden in Nashville, Tennessee, woonachtige muzikant is er een van het oude stempel. Jim Lauderdale maakt aan de lopende band nieuwe muziek en brengt deze muziek ook direct uit. De Amerikaanse muzikant heeft daarom inmiddels een enorme stapel albums op zijn naam staan en tot op de dag van vandaag komt er ieder jaar minstens één album bij. 


Ik moet eerlijk toegeven dat ik me pas in de muziek van Jim Lauderdale ben gaan verdiepen na de release van het geweldige London Southern, dat in 2017 terecht kwam in mijn jaarlijstje. Op London Southern werkte Jim Lauderdale samen met de mensen achter Nick Lowe en kleurde hij weer eens op fascinerende wijze buiten zijn lijntjes. Het zijn lijntjes die alle kanten op schieten, want Jim Lauderdale heeft de afgelopen decennia alle uithoeken van de Amerikaanse rootsmuziek bewandeld. 


Het vorig jaar verschenen Time Flies vond ik niet zo goed als het in rhythm & blues gewortelde London Southern, maar het vooral door country en bluegrass geïnspireerde album bleek een groeiplaat. Tijd om op adem te komen hebben we niet, want inmiddels is er alweer een nieuw album van de Amerikaanse muzikant verschenen. 


From Another World toont op de cover wederom de fantastische kop van Jim Lauderdale, maar in muzikaal opzicht legt de muzikant uit Nashville wederom net wat andere accenten. Vergeleken met zijn directe voorganger is From Another World wat steviger. Invloeden uit de country en bluegrass zijn aangevuld met invloeden uit de countryrock en hier en daar is bovendien een psychedelisch accent te horen. 


Jim Lauderdale maakt nog altijd muziek die diep is geworteld in de tradities van de Amerikaanse rootsmuziek, maar oubollig klinkt het nergens. Op hetzelfde moment maakt Jim Lauderdale ook nog altijd muziek die wars is van pretenties. Ook From Another World klinkt weer als een album dat met veel liefde voor de muziek in elkaar is gesmeed en geen hoger doel heeft dan vermaken en ontroeren. 


Waar ik direct enorm onder de indruk was van London Southern, is ook From Another World weer een album waar ik in eerste instantie aan moest wennen. Hier en daar is het net naar mijn smaak net wat te traditioneel, maar wanneer het spelplezier van Jim Lauderdale en zijn band eenmaal is overgesprongen is ook dit weer snel een album dat je vaker terug wilt horen en dat leuker en interessanter wordt. En zeker wanneer Jim Lauderdale heerlijke vrouwenstemmen toevoegt ben ik toch weer snel verkocht. 


Alleen al de ongekende productie van de Amerikaanse muzikant dwingt heel veel respect af, maar sinds ik wat beter naar zijn albums luister, hoor ik dat ook met de kwaliteit van zijn albums niets mis is. Het geldt ook voor From Another World dat na een aantal luisterbeurten beter en beter wordt en stiekem toch dicht in de buurt komt van het door mij onbereikbaar geachte London Southern. Erwin Zijleman


De muziek van Jim Lauderdale is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://jimlauderdale.bandcamp.com/album/from-another-world.



 


donderdag 27 juni 2019

The Ocean Blue - Kings And Queens/Knaves And Thieves

The Ocean Blue kiest op haar nieuwe album vol voor de nostalgie en neemt je mee terug naar een prachtige en zorgeloze zomer in de jaren 80
Kings And Queens/Knaves And Thieves is pas het zevende album van The Ocean Blue, want het heeft de band niet altijd meegezeten. De band maakte een aantal klassieke albums met 80s popmuziek en had de pech dat die albums achteraf bezien net een paar jaar te laat kwamen. Dat maakt nu niet meer uit, want de songs van The Ocean Blue klinken anno 2019 volstrekt tijdloos en zijn stuk voor stuk onweerstaanbaar lekker. Niet iedereen zal vallen voor de charmes van de Amerikaanse band, maar muziekliefhebbers met een voorliefde voor de popmuziek die in de jaren 80 werd gemaakt zullen smullen van deze brok pure nostalgie verpakt in louter zonnestralen.


The Ocean Blue is een Amerikaanse band die precies dertig jaar geleden zeer veelbelovend debuteerde, maar de grote belofte in commercieel opzicht in ieder geval niet waarmaakte. 

Dat had niets te maken met de kwaliteit van de eerste drie albums van de band, want met de kwaliteit van die albums, die verschenen tussen 1989 en 1992 was helemaal niets mis. Toen het succes uitbleef viel de productie van de band flink terug en nam helaas ook de kwaliteit van de albums wat af. 

Het deze week verschenen Kings And Queens/Knaves And Thieves is dan ook pas het zevende album van de band en de opvolger van het zes jaar geleden verschenen Ultramarine, dat mij destijds overigens is ontgaan. Kings And Queens/Knaves And Thieves kwam gelukkig wel tijdig op mijn netvlies, want wat is dit een heerlijk album. 

The Ocean Blue maakte altijd al tijdloze popmuziek en doet dat nog steeds. Het is popmuziek die bij muziekliefhebbers die opgroeiden in de jaren 80 onmiddellijk mooie herinneringen oproepen aan dit bijzondere decennium. In de openingstrack lijkt het of The Go-Betweens Morrissey hebben ingehuurd en in de tracks die volgen keer je terug naar de tijd waarin bands als Aztec Camera en Prefab Sprout popliedjes maakte waar je voor eeuwig verliefd op werd. 

The Ocean Blue draait inmiddels al een flinke tijd mee en kiest op Kings And Queens/Knaves And Thieves voor de nostalgie. Zowel de gitaren als de synths lijken rechtstreeks afkomstig van een vergeten klassieker uit de jaren 80 en ook in vocaal en productioneel opzicht herinnert het nieuwe album van The Ocean Blue aan vervlogen tijden. 

In de tracks waarin de gitaren het voortouw nemen hoor ik van alles van de eerder genoemde bands (inclusief The Smiths), maar wanneer de synths het een enkele keer overnemen kan de lijst met zinvol vergelijkingsmateriaal worden aangevuld met 80s bands die de gitaren hadden afgezworen (met Orchestral Manoeuvres In The Dark als voorbeeld). 

Bij een jaren 80 geluid hoort een jaren 80 productie en ook hierin heeft The Ocean Blue voorzien. Kings And Queens/Knaves And Thieves is voorzien van een vol en warm geluid dat is volgestopt met tierelantijntjes, die allemaal bijdragen aan de feelgood luisterervaring.

Mijn muzikale vorming vond voor een belangrijk deel plaats in de jaren 80, maar ik val zelf nauwelijks meer terug op de muziek uit dit decennium. Albums als Kings And Queens/Knaves And Thieves kunnen dan ook niet zonder meer rekenen op mijn sympathie, maar het nieuwe album van The Ocean Blue kan ik met geen mogelijkheid weerstaan. De popliedjes van de Amerikaanse band nestelen zich een voor een voorgoed in het geheugen en alles klinkt zo mooi en lekker dat de klanken van de band je humeur onmiddellijk een boost geven. 

Laat Kings And Queens/Knaves And Thieves van The Ocean Blue uit de speakers komen en het is weer even de zomer van 1985. Een zomer zonder smartphones, zonder Internet en zonder Spotify. Een zomer waarin je de nieuwe bandjes vaak bij toeval ontdekte in de platenzaak, die nog het monopolie had op de verspreiding van muziek. Grote kans dat de lokale Plato het album op een mooie zomerdag uit de speakers had laten komen. Grote kans ook dat ik het album had aangeschaft. Dat gaat tegenwoordig een stuk makkelijker, maar het gevoel dat dit zorgeloze album vol perfecte 80s popliedjes oproept is niet anders. Erwin Zijleman



 

woensdag 26 juni 2019

Black Pumas - Black Pumas

Austin, Texas, lijkt de nieuwe hoofdstad van de soulmuziek, want na het geweldige Los Coast is hier nu het minstens even goede Black Pumas met een geweldige soulplaat
Natuurlijk doet soulmuziek het uitstekend bij de zomerse temperaturen van het moment, maar je hebt soulmuziek en soulmuziek. De spannendste soulmuziek van het moment wordt gemaakt in Austin, Texas. Net als stadgenoten Los Coast, dat vorige week debuteerde, slaat ook Black Pumas een brug tussen verleden en heden en verrijkt het een broeierig en authentiek klinkend soulgeluid met invloeden uit flink wat omliggende genres. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal prachtig en ook de zang op het debuut van Black Pumas is van een hoog niveau. Het levert een debuutalbum op dat bijzonder aangenaam vermaakt, maar dat je ook keer op keer weet te verrassen.


Vorige week besprak ik het album van de uit Austin, Texas, afkomstige band Los Coast. Op haar debuut ging Los Coast aan de haal met flink wat invloeden uit de vintage soul, maar sloeg het ook haar vleugels uit richting omliggende genres, wat een bijzonder aantrekkelijk maar ook avontuurlijk en spannend soulgeluid opleverde. 

Het zijn woorden die ook van toepassing zijn op het titelloze debuut van de band Black Pumas. Black Pumas vist in vrijwel dezelfde vijver als Los Coast en is ook nog eens afkomstig uit dezelfde stad, de Texaanse muziekhoofdstad Austin. 

Black Pumas bestaat uit producer en multi-instrumentalist Adrian Quesada en zanger en songwriter Eric Burton en beiden drukken op eigen wijze hun stempel op het debuut van Black Pumas. 

Eric Burton doet dit met een soulstem die herinnert aan de groten uit het verleden, maar die ook aansluit bij de betere zangers binnen de neo-soul en R&B van het moment. Adrian Quesada heeft het geluid van Black Pumas op bijzonder aangename en subtiele wijze ingekleurd. De Texaanse muzikant en producer kent zijn klassiekers in de 60s en 70s soul, maar voorziet de muziek van zijn band ook van een aangename dosis psychedelica en een beetje jazz. Hiernaast slaat hij op knappe wijze een brug tussen soulmuziek uit het verleden en de neo-soul en R&B van het moment. 

Het debuut van Black Pumas klinkt hierdoor even authentiek als eigentijds en overtuigt net wat makkelijker dan soulalbums die met beide benen in het verleden of in het heden staan. Het debuut van de Texaanse band is een album dat het uitstekend doet bij de zomerse temperaturen van het moment, maar het is ook een album dat veel knapper in elkaar steekt dan je zult vermoeden wanneer je het album alleen maar beluistert als zomers vermaak. 

Zeker bij beluistering met de koptelefoon hoor je hoe mooi en veelkleurig het geluid op het album is en hoor je bovendien wat een geweldige zanger Eric Burton is. De mooi verzorgde en veelzijdige instrumentatie op het debuut van Black Pumas voorziet het album van een zwoel en laid-back geluid, maar het is ook een geluid waarin de bijzondere accenten elkaar in razendsnel tempo afwisselen. 

Het is het broeierige soulgeluid dat we kennen uit het verleden, maar het is ook een verrassend mooi en subtiel geluid, waarin steeds weer andere instrumenten de aandacht opeisen en dat zowel elektrisch als akoestisch kan klinken. Het is een geluid dat bovendien prachtig kleurt bij de geweldige vocalen op het album, die continu soul ademen, maar die bovendien bijzonder fraai gedoseerd worden. 

Er verschijnen dit jaar nogal wat goede soulalbums waardoor het lastig kiezen, maar net als het debuut van Los Coast is het debuut van Black Pumas een soulalbum dat er binnen het soul aanbod van het moment een flink stuk bovenuit steekt. Erwin Zijleman

De muziek van Black Pumas is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van het tweetal: https://blackpumas.bandcamp.com.



 

dinsdag 25 juni 2019

black midi - Schlagenheim

Het debuut van black midi wordt momenteel de hemel in geprezen en daar valt echt niets, maar dan ook echt helemaal niets op af te dingen
Ik was wel weer eens toe aan een debuut dat in 45 minuten je hele wereld op zijn kop zet, maar zulke debuten zijn helaas schaars. De uit Londen afkomstige band black midi heeft met Schlagenheim echter zo’n debuut gemaakt. De band uit Londen springt op haar debuut 45 minuten lang van de hak op tak en sleept er zoveel invloeden bij dat het je in eerste instantie duizelt. Al snel valt echter alles op zijn plaats en smeedt black midi een aantal decennia rockmuziek aan elkaar in een geluid dat 1001 associaties oproept, maar tegelijkertijd volkomen uniek klinkt. Het ene moment neemt de band je mee terug naar de vroege jaren 70, het volgende moment word je met flinke kracht het heden in geslingerd. Het klinkt niet alleen fascinerend, maar wordt ook zo verbluffend goed gespeeld dat je bijna van magie mag spreken.


De Britse muziekpers komt al weken superlatieven tekort bij het binnenhalen van het debuut van de Britse band black midi en de muziekpers in Europa en de Verenigde Staten volgt dit voorbeeld inmiddels met minstens evenveel enthousiasme. 

De band uit Londen wordt hier en daar al uitgeroepen tot de sensatie van 2019 of een veel langere periode, terwijl de verering van de band alle kenmerken van een zorgvuldig gecreëerde hype begint te vertonen. 

Bij (Britse) hypes ben ik altijd op mijn hoede, maar direct bij eerste beluistering van Schlagenheim kon ik alleen maar meegaan in het enthousiasme van de Britse muziekpers en hun buitenlandse collega’s. 

black midi is zoals gezegd een band uit Londen en het is een band waarvan de gemiddelde leeftijd rond de 20 ligt. Jonge honden dus, maar black midi maakt op haar debuut zeker niet de muziek die je van een stel jonge honden verwacht. Schlagenheim is een complex en experimenteel album en het is bovendien een album dat met geen mogelijkheid in een hokje is te duwen. 

Het tot dusver meest gebruikte hokje is waarschijnlijk het hokje mathrock, maar dat is er een die mij eerlijk gezegd maar heel weinig zegt en ook niet erg aantrekkelijk in de oren klinkt. Als ik luister naar het debuut van black midi hoor ik in eerste instantie vooral folk en progrock, maar als ik wat langer luister hoor ik ook Krautrock, funk, postpunk, postrock, psychedelica en nog veel meer. 

black midi maakt niet alleen muziek die zich niet of nauwelijks in een hokje laat duwen, maar het is ook nog eens muziek die zich lastig of onmogelijk laat vergelijken met de muziek van anderen. Er zijn voor zover ik weet geen andere bands die klinken als black midi, maar dat betekent niet dat er geen hoorbare invloeden opduiken op het debuut van de band uit Londen. Integendeel zelfs. Bij beluistering van Schlagenheim duikt een waslijst aan namen op en deze lijkt bij herhaalde beluistering alleen maar te groeien. 

Uit de jaren 70 komen avontuurlijke en experimentele progrock bands als King Crimson en Van der Graaf Generator en ook een beetje Genesis in haar jonge jaren voorbij, maar ik hoor ook regelmatig iets van Talking Heads, iets van Slint of iets van Sonic Youth en kan deze lijst inmiddels aanvullen met de namen van The Fall, Wire, Can, Pere Ubu en Devo. En zo kan ik nog wel even doorgaan en mogelijk zelfs deze hele recensie vullen met namen die opduiken bij beluistering bij het debuut van black midi. 

Dat de band bestaat uit een stel jonge honden hoor je wanneer de band stevig tekeer gaat en de noten vol energie uit de speakers laat komen, maar black midi durft ook prachtig gas terug te nemen en verrast dan met bezwerend werk dat mij vooral herinnert aan muziek uit vervlogen tijden. 

Voor een stel jonge honden bestaat de band uit zeer getalenteerde muzikanten. Het gitaarwerk op Schlagenheim is vaak onnavolgbaar en varieert van experimenteel, tot hard tot funky, maar de meeste bewondering wordt toch afgedwongen door de piepjonge drummer van de band, die de meest complexe ritmes uit zijn handen en voeten laat komen. 

De muziek van black midi is een vat vol tegenstrijdigheden, dat zich met de lichtsnelheid verplaatst door genres en de tijd. Soms springt de band uit Londen zo snel van de hak op de tak dat het je duizelt, maar zeker na enige gewenning zit je alleen maar op het puntje van je stoel, om maar niets te hoeven missen van het geweldige debuut van black midi. 

Het nadeel van een album als Schlagenheim is dat het zo moeilijk te beschrijven is dat een recensie mogelijk weinig muziekliefhebbers zal aanspreken. Mijn advies is dan ook om al het bovenstaande te vergeten en met je eigen referentiekader te beginnen aan de beluistering van Schlagenheim van black midi. Grote kans dat je met hele andere namen en invloeden op de proppen komt, maar de kans is ook groot dat je, net als ik, compleet van je sokken wordt geblazen door dit in alle opzichten fascinerende debuut. Erwin Zijleman



 

maandag 24 juni 2019

Buddy & Julie Miller - Breakdown On 20th Ave. South

Buddy en Julie Miller tillen elkaar nog maar eens naar grote hoogten op een rootsalbum dat net als zijn voorgangers dwars door de ziel snijdt
De gezondheid van Julie Miller stond een nieuw gezamenlijk album van Buddy en Julie Miller lange tijd in de weg, maar gelukkig is Breakdown On 20th Ave. South nu toch verschenen. Buddy en Julie Miller maakten hun nieuwe album grotendeels zelf, waarbij Buddy Miller verantwoordelijk is voor prachtig gitaarwerk en een gruizige tweede stem en Julie Miller de songs schreef en tekent voor zang vol emotie die uit de tenen komt. De vorige twee albums van Buddy en Julie Miller waren in no-time klassiekers en dat zal voor Breakdown On 20th Ave. South niet anders zijn. Prachtplaat weer van dit bijzondere duo.

Julie Miller (geboren Julie Griffin) streek als tiener neer in de muziekscene van Austin, Texas, om haar geluk te beproeven in de Texaanse muziekstad. Ze liep daar al snel Buddy Miller tegen het lijf en trouwde met hem. Julie Miller maakte in eerste instantie albums met christelijke popmuziek, maar schoof gedurende de jaren 90 op richting de Amerikaanse rootsmuziek van haar echtgenoot. 

Buddy en Julie Miller zijn al sinds halverwege de jaren 90 op elkaars platen te horen, maar het eerste gedeelde album van het echtpaar uit Austin, Texas, stamt uit 2001. Het bleek een gouden greep. De uit duizenden herkenbare stem van Julie Miller vloeide prachtig samen met de ruimtelijke gitaarlijnen van haar echtgenoot en zijn gruizige stem, waardoor het titelloze debuut van Buddy & Julie Miller uitgroeide tot een klassieker. 

De samenwerking tussen de twee smaakte direct naar meer, maar door gezondheidsproblemen van Julie Miller, moesten we helaas tot 2009 wachten op het nog mooiere en indringende Written In Chalk. Met de gezondheid van Julie Miller gaat het sindsdien helaas niet veel beter. Buddy Miller was de afgelopen tien jaar een belangrijke speler in de muziekscene van Austin, Texas, en liet zich niet alleen gelden als producer, maar ook als sessiemuzikant en songwriter. Zijn vrouw Julie zat noodgedwongen vooral thuis, maar was gelukkig wel in staat om songs te schrijven en dat deed ze dan ook in ruime mate. 

Deze songs werden vervolgens in de echtelijke slaapkamer opgenomen en later verder uitgebouwd in de studio. Breakdown On 20th Ave. South is een album waarop vooral Julie Miller mag stralen. Buddy Miller laat de lead vocalen op het derde gezamenlijke album vrijwel volledig over aan zijn vrouw, maar tekent uiteraard wel voor prachtig snarenwerk. In muzikaal opzicht is het sowieso smullen op Breakdown on 20th Ave. South, want naast het prachtige gitaarwerk van Buddy Miller trekt ook het briljante drumwerk van meesterdrummer Brady Blade zo nu en dan nadrukkelijk de aandacht. 

De belangrijkste plek in de spotlights is echter voor Julie Miller die alle songs op het album schreef. Verder neemt ze zoals gezegd de lead vocalen voor haar rekening en de vocalen van Julie Miller zijn altijd bijzonder. De Texaanse singer-songwriter is voorzien van een bijzonder stemgeluid, dat ook op de door haar inmiddels bereikte leeftijd nog wat meisjesachtig klinkt. Het zijn op hetzelfde moment vocalen die bijzonder emotievol en doorleefd klinken, waardoor de bijzondere stem van Julie Miller veel impact heeft. 

Het mooist zijn wat mij betreft de momenten waarop de stemmen van Buddy en Julie Miller tegen elkaar aan schuren, maar ook als Julie het in haar eentje moet opknappen snijden de vocalen op Breakdown on 20th Ave. South dwars door de ziel. Het effect wordt nog eens versterkt door zeer smaakvolle en trefzekere instrumentatie op het album en door de indringende verhalen die Julie Miller vertellt in haar persoonlijke songs. Op de gezamenlijke albums van Buddy en Julie Miller moeten we steeds lang wachten, maar het was het wachten ook dit keer meer dan waard. Erwin Zijleman

De muziek van Buddy en Julie Miller is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://buddymiller.bandcamp.com/album/breakdown-on-20th-ave-south.



 

zondag 23 juni 2019

Bedouine - Bird Songs Of A Killjoy

Bedouine maakt ook dit keer indruk met ingetogen en bijzonder smaakvol georkestreerde popliedjes vol invloeden uit de Amerikaanse folk uit de Laurel Canyon scene
Twee jaar geleden trok Bedouine flink wat aandacht met een debuutalbum dat vol prachtige folksongs stond. Het waren folksongs die leken weggelopen uit het Los Angeles van de jaren 60, maar de fraai georkesteerde en prachtig gezongen songs van Bedouine waren ook volstrekt tijdloos. Bedouine herhaalt het kunstje van haar debuut op haar tweede album dat nog net wat mooier en indrukwekkender is. Een heerlijk album om bij tot rust te komen, maar Bird Songs Of A Killjoy is veel te mooi om alleen maar op de achtergrond te laten voortkabbelen. Prachtig album weer van deze singer-songwriter uit Los Angeles.


Bedouine debuteerde bijna twee jaar geleden met een titelloos album dat voor mij nog altijd zeer welkom gezelschap is tijdens de kleine uurtjes. 

De naam Bedouine klinkt exotisch en dat is niet voor niets. Azniv Korkejian, de singer-songwriter achter de naam Bedouine, werd geboren in het Syrische Aleppo als kind van Armeense ouders en bracht haar jeugd door in Saudi-Arabië. 

Toen haar ouders via een loterij de door velen begeerde Amerikaanse Green card bemachtigden, verhuisde het gezin naar de Verenigde Staten. Via Boston en Houston kwam Azniv Korkejian terecht in de stad waar ze als kind van droomde, Los Angeles. 

Vanuit Los Angeles maakt ze inmiddels een aantal jaren muziek, wat nu haar tweede album oplevert. Bedouine was in de jaren 60 nog lang niet geboren, maar ook Bird Songs Of A Killjoy ademt weer nadrukkelijk de sfeer van de muziek zoals die in de jaren 60 in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt. 

Net als het debuut van Bedouine staat ook haar tweede album vol met sfeervolle en vooral ingetogen songs met invloeden uit met name de Amerikaanse Laurel Canyon folk en hier en daar een psychedelisch tintje en een snufje bossa nova. Het zijn songs die als stemmig, warmbloedig en zoetgevooisd kunnen worden getypeerd, waardoor Bird Songs Of A Killjoy zich makkelijk als de spreekwoordelijke warme deken om je heen slaat. 

Bedouine heeft haar songs ook dit keer voorzien van een betrekkelijk ingetogen, maar zeer smaakvolle instrumentatie. Akoestische gitaren vormen de basis van deze instrumentatie, maar Azniv Korkejian verrijkt haar muziek met flink wat andere instrumenten, waaronder strijkers en blazers, subtiel ingezette elektrische gitaren en orgels. In muzikaal opzicht kabbelt Bird Songs Of A Killjoy even aangenaam als rustgevend voort en dat past weer prachtig bij de mooie stem van Bedouine, die haar vocalen over het algemeen fluisterzacht houdt. 

Zowel in muzikaal als in vocaal opzicht herinnert Bird Songs Of A Killjoy nadrukkelijk aan de hoogtijdagen van de Laurel Canyon folk, maar toch klinkt het tweede album van Bedouine geen moment gedateerd. De singer-songwriter uit Los Angeles verrast steeds weer met bijzondere accenten in haar geluid en bedwelmt hiernaast met haar prachtige stem. 

Het is nog altijd muziek die vooral tijdens de randen van de dag wonderen doet, maar het tweede album van Bedouine is ook een album dat het goed zal doen wanneer we tijdens de voorspelde tropische hitte een stapje minder hard zullen moeten lopen. Bird Songs Of A Killjoy is een album dat het uitstekend doet op de achtergrond, maar toen ik het album voor het eerst met de koptelefoon beluisterde, kwam de pracht van de muziek van Bedouine pas echt aan de oppervlakte en hoor je bovendien hoe veelkleurig haar muziek is. 

Het debuut van Bedouine trek ik laat op de avond of vroeg uit de ochtend nog met enige regelmaat uit de kast, maar waarschijnlijk kies ik in het vervolg voor het tweede album van de singer-songwriter uit Los Angeles, dat me nog net iets beter bevalt. Dat is gezien de torenhoge kwaliteit van haar debuut zeker opvallend. Erwin Zijleman

De muziek van Bedouine is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://bedouine.bandcamp.com/album/bird-songs-of-a-killjoy.



 

zaterdag 22 juni 2019

Prince - Originals

De kluizen van de Paisley Park Studios van Prince zijn weer eens geopend, wat dit keer een verrassend sterke en bijzondere serie fraai gearrangeerde demo’s oplevert
Originals van Prince klinkt zo bekend dat het bijna een Prince verzamelaar lijkt, tot je je beseft dat alle songs op het albums bekend zijn in de uitvoering van iemand anders. De songs op Originals schreef Prince voor anderen, die er soms wereldhits mee scoorden, maar hij nam de songs ook zelf op. Het genie uit Minneapolis deed dit met het van hem bekende perfectionisme, waardoor Originals veel interessanter is dan de gemiddelde selectie demo’s. In muzikaal opzicht haalt Prince alles uit de kast, zodat nauwelijks sprake is van ruwe demo’s. In plaats hiervan hoor je van andere muzikanten bekende songs in het Prince jasje dat sinds zijn trieste dood in 2016 zo wordt gemist.


Prince bracht heel veel tijd door in zijn Paisley Park Studios in Minneapolis (en de thuisstudio's die hier aan vooraf gingen) en vulde naar verluidt de kluizen van deze studio's met heel, heel veel muziek. Het zijn kluizen waarover al decennia wordt gefantaseerd en gespeculeerd. De vraag was lange tijd niet of maar hoeveel meesterwerken van het niveau van de allerbeste albums van Prince ooit uit de kluizen zouden komen. 

Na de trieste dood van één van de allergrootste muzikanten aller tijden werd de roep om het openen van de kluizen van de Paisley Park Studios alleen maar luider. De erfgenamen van Prince geven hier langzaam maar zeker gehoor aan, maar tot dusver is het aanbod nog niet heel indrukwekkend. 

Tot dusver kregen we vooral demo’s, waaronder de demo’s die terecht kwamen op Piano And A Microphone 1983, dat ik nog de beste release vond tot dusver. Deze demo’s waren absoluut de moeite waard, maar ik kon ze toch niet scharen onder het beste werk van Prince, al is het maar omdat de demo’s hier en daar wel erg fragmentarisch klonken. 

Een paar weken geleden werd een nieuw album met Prince demo’s vrijgegeven op de muziekdienst Tidal. Inmiddels is Originals ook op de andere streaming media diensten en op cd verschenen (vinyl volgt over een kleine maand). Ik keek er op voorhand niet erg naar uit, maar Originals blijkt een zeer interessant album. 

Het is een album met songs die Prince schreef voor anderen en die niet op zijn eigen albums terecht kwamen (een enkele live-versie daargelaten). De songs op Originals kennen we van aan Prince gelieerde bands en muzikanten als The Family, The Time en Sheila E en van Prince protegees als Jill Jones, Vanity 6, Appelonia 6 en Martika, maar uiteraard komen we ook de wereldhits die hij schreef voor The Bangles (Manic Monday) en Sinéad O’Connor (Nothing Compares 2 U) tegen. 

Het fascinerende aan de songs op Originals is dat Prince zich er bij het schrijven van songs voor anderen niet makkelijk afmaakte met een ruwe demo, maar dat hij de songs met veel liefde en gevoel heeft opgenomen. De muzikant uit Minneapolis kon op flink wat instrumenten uit de voeten en trok tijdens het opnemen van de demo’s voor anderen (in de meeste gevallen in de studio die hij bewoonde voor de bouw van het Paisley Park complex) flink wat uit de kast. Hier en daar horen we wat andere muzikanten (waarschijnlijk uit de tijd dat Prince met The Revolution speelde), maar het meeste doet Prince zelf. 

Vooral in muzikaal opzicht pakt Originals flink uit en horen we Prince in topvorm. In vocaal opzicht klinkt het vaak net wat minder uitbundig, waarschijnlijk om de songs niet direct om te vormen tot Prince songs. Zo hoor je in de versie die Prince maakte van Manic Monday, later een wereldhits voor de Bangles, prachtige keyboard partijen, die dicht tegen de latere versie aan zitten en net wat avontuurlijker klinken, maar houdt hij zich in de vocalen wat in, zodat Susanna Hoffs zich later zou kunnen onderscheiden met haar zwoele zang. 

Originals is hierdoor deels een feest van herkenning, zeker voor een ieder die in de jaren 80 niet alleen Prince maar ook zijn hele entourage volgde, maar het levert ook een serie nieuwe Prince songs op. Het zijn in veel gevallen songs die niet hadden misstaan op zijn eigen albums, al was de keuze om de songs aan anderen te geven ook in de meeste gevallen verdedigbaar. Het geeft in ieder geval een prachtig inkijkje in de wereld van de muzikant Prince.

Het funky jamwerk op Originals is zo strak en degelijk als je van Prince verwacht, maar het meest onder de indruk ben ik toch van de momenten waarop Prince achter de piano kruipt, met hoorbaar veel liefde en gevoel voor perfectionisme tijdloze popliedjes in elkaar sleutelt of kiest voor bijna bombastische songs waarin de gitaren mogen scheuren of Prince laat horen dat hij ook op de keyboards kon toveren en ook wel eens naar Kraftwerk luisterde.

Alles komt bij elkaar in de prachtige versie van Nothing Compares 2 U, inclusief saxofoon solo, dat uiteindelijk door Sinéad O’Connor tot wereldhit werd gehuild. Het is de fraaie afsluiter van een album dat veel beter en veel interessanter is dan ik op voorhand had verwacht. Ik hoop nog steeds op een vergeten Prince klassieker uit de kluizen van de Paisley Park Studios, maar ook van albums van het niveau van Originals mogen er van mij nog flink wat volgen. Erwin Zijleman



   

vrijdag 21 juni 2019

Mattiel - Satis Factory

Mattiel maakt op Satis Factory indruk met een veelzijdig geluid en energieke en goudeerlijke songs die steeds weer een verrassende greep uit de archieven van de popmuziek doen
Het tweede album van Mattiel is zo’n album dat je bij net wat te vluchtige beluistering te makkelijk aan de kant legt. Daar ga je spijt van krijgen, want de rauwe energie van het debuut van de band uit Atlanta grijpt je op een gegeven moment bij de strot en laat dan niet meer los. Satis Factory raast langs genres, schiet door de tijd en laat continu steken vallen, maar maakt ook indruk met ruwe energie en songs die toch steeds weer de juiste snaar weten te raken. Alle reden om stiekem een beetje verliefd te worden op Mattiel.


Ondanks mijn duidelijke voorliefde voor vrouwelijke singer-songwriters, word ik momenteel wat moedeloos van het enorme aanbod in het genre en moet ik helaas ook constateren dat de eenvormigheid zo langzamerhand wat toeslaat. 

Gelukkig zijn er ook nog albums als het tweede album van Mattiel. Mattiel (Brown) groeide op op het platteland van Georgia, waar ze haar tijd verdeelde tussen gitaarspelen en paardrijden. Uiteindelijk zocht ze haar geluk in de grote stad en belandde ze in Atlanta, Georgia. Na 12 ambachten en 13 ongelukken koos ze voor de muziek, wat twee jaar geleden haar debuutalbum opleverde. Dat debuutalbum leverde haar nog niet veel roem op, maar dat moet allemaal gaan veranderen met het deze week verschenen tweede album Satis Factory. 

Mattiel heeft haar achternaam niet voor niets weggelaten, want Satis Factory is meer een bandalbum dan een soloalbum. Mattiel schrijft zelf haar teksten en bepaalt met haar stem voor een belangrijk deel het geluid op Satis Factory, maar de bijdragen van haar twee vaste kompanen Randy Michael en Jonah Swilley mogen niet worden onderschat, al is het maar omdat ze tekenen voor flink wat instrumenten, een deel van de songwriting en voor de productie van het album. 

Het is een album dat meerdere kanten op schiet. Mattiel opent rauw en bluesy en laat direct horen dat ze over een bijzondere stem beschikt. Het is een stem die het gevecht aan gaat met de bijzondere gitaarriffs en een wat retro geluid. Dat is een geluid dat je vaker hoort op Satis Factory, maar op een of andere manier slaagt Mattiel er in om steeds net wat anders te klinken. 

Haar zang klinkt de ene keer duister, de andere keer rauw, waarbij het niet zoveel uit maakt of Mattiel de inspiratie vindt in oude blues, doorleefde soul of in wat rammelende garagerock. De criticus zal beweren dat Mattiel met enige regelmaat een noot mist of uit de bocht vliegt, maar persoonlijk vind ik dit de charme van het debuut van de zangeres c.q. band uit Atlanta. 

Mattiel klinkt vaak als The White Stripes met een zangeres en dat klinkt verrassend lekker. Bluesy gitaarlijnen spelen een belangrijke rol op Satis Factory, maar Mattiel kan ook uit de voeten met flink wat andere genres. Het ene moment klinkt ze als een exponent van de girl pop uit de jaren 50, maar in een paar tracks kan het zomaar opschuiven richting Blondie, PJ Harvey, Nico en nog veel en veel meer. 

Het rammelt hier en daar aan alle kanten en het is ook echt niet allemaal even goed, maar het is wel goudeerlijk, energiek en zo recht voor zijn raap dat dit album je pakt, of je dat nu wilt of niet. Natuurlijk hoor ik dat het nog veel beter kan, want als Mattiel het niveau van haar beste tracks vast weet te houden is deze eigenzinnige dame goed voor een album dat je compleet van je sokken blaast. Satis Factory overtuigt wat mij betreft in het merendeel van de tracks en verrast met een aantal popsongs die ik voorlopig niet uit mijn hoofd kan krijgen. Wat is het toch fijn dat er muzikanten als Mattiel Brown zijn. Erwin Zijleman

De muziek van Mattiel is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://mattiel.bandcamp.com/album/satis-factory.



 

donderdag 20 juni 2019

Bill Callahan - Shepherd In A Sheepskin Vest

Bill Callahan brengt je tot rust met maar liefst 20 ingetogen songs, maar het zijn songs vol diepgang en bijzondere verrassingen
Het is inmiddels een imposant oeuvre dat Bill Callahan op zijn naam heeft staan. Eerst maakte hij een stapel prima albums als Smog en ook het stapeltje albums dat hij onder zijn eigen naam heeft uitgebracht groeit gestaag. De Amerikaanse muzikant heeft de tijd genomen voor zijn nieuwe album en het levert ruim een uur fascinerende muziek op. De meeste songs op Shepherd In A Sheepskin Vest zijn uiterst ingetogen en slepen zich langzaam voort, maar er gebeurt altijd wel iets bijzonders in de muziek van Bill Callahan, waardoor de songs en de verhalen van de muzikant uit Austin nog een flinke tijd doorgroeien. Bijzonder album weer.


Bill Callahan was in een vorig leven de man achter het eenmansproject Smog, ook wel eens geschreven als (Smog). Als Smog leverde Bill Callahan tussen 1992 en 2005 bijna een dozijn albums af (ik kom tot elf), waaronder flink wat albums die goed waren voor superlatieven van de critici. Het zijn bovendien albums die het sadcore genre op de kaart hebben gezet en flink wat invloed hebben gehad de afgelopen twintig jaar. 

Sinds 2007 maakt de Amerikaanse muzikant soloalbums en met het deze week verschenen Shepherd In A Sheepskin Vest staat ook hier de teller alweer op zes. 

De afgelopen jaren was Bill Callahan niet heel actief. Zijn laatste wapenfeit stamde tot voor kort immers uit 2013 (Dream River). Op Shepherd In A Sheepskin Vest compenseert de muzikant uit Austin, Texas, voor de lange periode van stilte, want zijn nieuwe album bevat maar liefst twintig songs en is goed voor ruim een uur muziek. 

De lange periode van stilte kan vooral worden verklaard door het vaderschap van Bill Callahan, dat de nodige tijd opeiste. Het vaderschap heeft er ook voor gezorgd dat de muziek van de Amerikaanse muzikant wat minder donker klinkt dan in zijn Smog verleden. Shepherd In A Sheepskin Vest is een opvallend ingetogen en zacht album en het is een album dat totaal geen haast heeft. 

De akoestisch ingetogen songs van Bill Callahan slepen zich langzaam voort en ook de zang van de muzikant uit Austin is loom. Het zijn songs die in eerste instantie uitnodigen tot wegdromen, maar voor wegdromen maakt Bill Callahan het de luisteraar net wat te ingewikkeld. De instrumentatie op Shepherd In A Sheepskin Vest zit vol geluidjes en verrassende wendingen en ook de zang van Bill Callahan, die af en toe richting spoken word opschuift, doet af en toe dingen die je niet verwacht wanneer je alleen maar weg wilt dromen. 

Hier en daar duiken flink wat referenties naar het werk van Smog op, maar Bill Callahan is inmiddels ook een ander mens en maakt andere muziek. Het is muziek waarop ik in het verleden lang niet altijd gek was, maar Shepherd In A Sheepskin Vest heeft iets bijzonders. 

Bill Callahan keert op zijn nieuwe album deels terug naar de troubadours uit de jaren 60 en 70, maar heeft ook nog altijd een bijzonder eigen geluid. Het is een geluid waar je de tijd voor moet nemen. Shepherd In A Sheepskin Vest is een album dat bij beluistering met onvoldoende aandacht bijna eindeloos kan voortkabbelen, maar het is ook een album dat wanneer je er wel aandachtig naar luistert bijna onophoudelijk kan betoveren met wonderschone klanken en de donkere stem van Bill Callahan. 

Shepherd In A Sheepskin Vest is bovendien een album dat prachtig is opgebouwd en langzaam maar zeker aan kracht wint. Wat in eerste instantie nog wat lui voortkabbelt wint steeds meer aan kracht en wordt steeds interessanter. Shepherd In A Sheepskin Vest groeit hierdoor snel door naar een volgend hoogtepunt in het bijzondere en inmiddels best imposante oeuvre van de Amerikaanse muzikant. Ik ben lang niet altijd een fan van Bill Callahan, maar zijn nieuwe album wordt maar mooier en mooier. Erwin Zijleman

De muziek van Bill Callahan is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://billcallahan.bandcamp.com.