dinsdag 30 april 2019

Rodrigo Y Gabriela - Mettavolution

Rodrigo Y Gabriela betoveren met fenomenaal gitaarspel, een karrevracht aan invloeden en een wonderschone versie van Pink Floyd’s Echoes uit 1971
De instrumentale muziek van Rodrigo Y Gabriela maakte op mij nog geen onuitwisbare indruk. Het muzikale talent van het tweetal was overduidelijk, maar het pakte me niet. Het na een stilte van vijf jaar verschenen Mettavolution pakte me onmiddellijk. Op het nieuwe album van het Mexicaanse tweetal valt alles op zijn plek. Muzikale hoogstandjes volgen elkaar in hoog tempo op en worden steeds weer gecombineerd met andere invloeden. Het is muziek met een bezwerend karakter die langzaam maar zeker bezit van je neemt. Alles komt uiteindelijk samen in de weergaloze versie van Pink Floyd’s Echoes, die alle twijfel definitief wegneemt.


Ik werd tot dusver nog niet erg gegrepen door de muziek van het Mexicaanse duo Rodrigo Y Gabriela. Rodrigo Sanchez en Gabriela Quintero zijn zonder enige twijfel geweldige muzikanten, die de meeste gitaristen al na een paar akkoorden het nakijken geven, maar het tweetal uit Mexico City wist mijn aandacht vooralsnog niet lang vast te houden. 

Na het lezen van een aantal zeer positieve recensies besloot ik het nieuwe album van het Mexicaanse duo echter toch weer een kans te geven, waarbij de Pink Floyd cover op het album me over de streep trok. 

Rodrigo Y Gabriela lieten de afgelopen vijf jaar niet heel veel van zich horen, maar keren nu terug met Mettavolution. Ondanks mijn matige ervaringen met de vorige albums van het tweetal wist Mettavolution we direct te boeien. Het akoestische gitaarspel van het Mexicaanse duo is nog altijd stevig geinspireerd door de traditionele flamenco, maar sleept er op Mettavolution van alles bij. De muziek van Rodrigo Y Gabriela klinkt in de meeste tracks opzwepend, vaak psychedelisch en ook verrassend funky. 

De percussie op het album voorziet het fenomenale gitaarspel van Rodrigo Sanchez en Gabriela Quintero van veel energie, terwijl de bezwerende klanken van de twee akoestische gitaren de muziek op Mettavolution voorzien van hypnotiserende gaven. Het vloeit allemaal prachtig samen met de invloeden uit de traditionele Spaande en Mexicaanse muziek, die ook dominant aanwezig is in het bijzondere geluid van Rodrigo Y Gabriela. 

Zoals gezegd verveelde de instrumentale tracks van het tweetal me in het verleden snel, maar Mettavolution houdt de aandacht moeiteloos vast. In de meer ingetogen tracks eren Rodrigo en Gabriela de muzikale tradities van hun vaderland, maar wanneer het tempo wat wordt opgevoerd, klinkt Mettavolution opeens verrassend funky, wat ongetwijfeld de verdienste is van de funky gitaarloopjes, die wel wat doen denken aan het baanbrekende gitaarwerk, waarmee Nile Rodgers in de jaren 70 de disco van Chic op de kaart zette. 

Ik geef direct toe dat ik lang niet altijd in de stemming ben voor dit soort instrumentale muziek, maar Mettavolution heeft iets dat ook de eerste twee albums van Andreas Vollenweider hadden (Prince gebruikte deze albums niet voor niets als de muziek voor het begin van zijn memorabele live-optredens in de jaren 80). 

Rodrigo Sanchez en Gabriela Quintero bouwen de spanning op de eerste zes tracks van dit in Los Angeles opgenomen album prachtig op. Het gitaarspel van de twee is werkelijk onnavolgbaar en het aantal invloeden verrassend groot, maar toch is Mettavolution een album om heerlijk bij achterover te leunen. Mettavolution is in dat geval goed voor een fascinerende luistertrip, maar het is ook een album waarvan je alle geheimen wilt ontrafelen en dat zijn er heel wat. 

Na de eerste zes tracks was ik behoorlijk onder de indruk van het energieke en betoverende geluid van Rodrigo Y Gabriela, maar het toetje moest toen nog komen. Dit toetje is een maar liefst 19 minuten durende bewerking van Pink Floyd’s Echoes (Pink Floyd had er in 1971 op Meddle overigens ruim 23 minuten voor nodig). Het is een versie die totaal anders klinkt dan het origineel, al is het maar vanwege de vele invloeden uit de flamenco muziek, maar het blijft Echoes van Pink Floyd. Echoes is een fraai toetje na de zes nieuwe tracks van Rodrigo Y Gabriela, maar het is ook de kers op de taart. Het duo uit Mexico City kon me de afgelopen 15 jaar niet heel erg boeien, maar dit album is prachtig, van de eerste tot de laatste noot. Erwin Zijleman 



 

maandag 29 april 2019

Claude Fontaine - Claude Fontaine

Claude Fontaine werd geboren in Frankrijk, woont in Los Angeles en laat zich op haar onweerstaanbare debuut vol zonnestralen vooral beïnvloeden door reggae en bossa nova
Claude Fontaine hoorde in een Londense platenzaak voor het eerst reggae en werd verliefd op het genre. De zwoele liefde staat garant voor een plaatkant onvervalste reggae met een bijzonder tintje door de fluisterzachte zang. Claude Fontaine is ook niet vies van Braziliaanse muziek, wat een minstens even zonnige en nog wat zwoelere tweede plaatkant oplevert. Het levert een album om dat uitnodigt tot luieren in de zon, maar het is ook een album waar je steeds wat verliefder op wordt, tenzij je de zwoele verleiding van Claude Fontaine kunt weerstaan natuurlijk. Ik heb het niet eens geprobeerd en dompel me afwisselend onder in Jamaicaanse en Braziliaanse klanken die het leven prachtig en zorgeloos maken.


Ik verblijf inmiddels ruim een week op het Griekse eiland Kos en langzaam maar zeer zeker heeft de zomer hier zijn intrede gedaan. Ik ging daarom op zoek naar wat zonnigere klanken en vond deze op het debuut van Claude Fontaine. 

Claude Fontaine werd geboren in Frankrijk, maar woont inmiddels al geruime tijd in Los Angeles. De belangrijkste inspiratie voor de eerste plaatkant van haar debuutalbum vond de Française echter in Londen. 

In een lokale Londense platenzaak maakte ze naar eigen zeggen voor het eerst kennis met reggae muziek en werd ze verliefd op het genre. Claude Fontaine’s ontluikende liefde voor de reggae startte een speurtocht naar de juiste muzikanten voor haar debuutalbum en die vond ze. 

Het titelloze debuut van Claude Fontaine werd gemaakt met een aantal muzikanten die hun sporen hebben verdiend in de reggae en hiernaast met een aantal muzikanten met flink wat ervaring in de Braziliaanse muziek, waarover later meer. De Franse muzikante heeft niet gekozen voor popmuziek met een zwoel randje reggae, maar verrast op haar debuut met authentiek klinkende reggae. 

Het is de reggae, dub en rocksteady zoals deze op Jamaica wordt gemaakt sinds de jaren 60 en het klinkt fantastisch, zeker onder de aangenaam brandende Griekse zon. Het reggae geluid van Claude Fontaine bestaat uit een heerlijk zeurend orgeltje, de onmisbare melodica, wat subtiel spelende blazers, de zo kenmerkende gitaarlijnen en natuurlijk een loom, soepel en swingend spelende ritmesectie. 

In muzikaal opzicht is het de reggae die ik al decennia ken, maar toch klinkt het debuut van Claude Fontaine totaal anders dan de andere reggae albums die ik in huis heb. Dat heeft alles te maken met de bijzondere vocalen van de muzikante uit Los Angeles, die in vocaal opzicht een Frans zuchtmeisje is gebleven. Het lijkt misschien een onlogische combinatie, maar het pakt geweldig uit en het doet uitzien naar veel en veel meer. 

Claude Fontaine vond het zelf na één plaatkant kennelijk wel genoeg en verruilt Jamaica op de tweede plaatkant van haar debuut voor Brazilië. De muzikanten die hun sporen hebben verdiend in de Braziliaanse muziek komen opeens uitstekend van pas en staan garant voor een zwoel en dromerig klankentapijt vol invloeden uit onder andere de bossa nova en de Tropicalia. 

Ook deze klanken passen uitstekend bij de verleidelijke fluistervocalen van Claude Fontaine, al wekt dit minder verbazing dan die bij beluistering van de eerste plaatkant. De combinatie van Franse zuchtmeisjes en zwoele bossa nova klanken is een beproefde combinatie en ook Claude Fontaine, die overigens uitsluitend in het Engels zingt, beheerst de combinatie uitstekend. 

Ook de tweede helft van dit uitstekende debuut doet het uitstekend in de Griekse zon en gaat hopelijk ook een prachtige Nederlandse zomer verwarmen. Uiteindelijk vind ik de eerste plaatkant net wat bijzonderder en spannender, maar ook de zoete verleiding van de Braziliaanse klanken is maar heel lastig of eigenlijk niet te weerstaan. Zoek niet langer naar de ideale soundtrack voor de lente of zomer, maar grijp naar het honingzoete debuut van Claude Fontaine. Erwin Zijleman

De muziek van Claude Fontaine is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://claudefontaine.bandcamp.com.


 

zondag 28 april 2019

Aldous Harding - Designer

Album nummer drie alweer van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Aldous Harding, die op Designer kiest voor een net wat zonniger maar nog altijd intrigerend geluid
In de laatste weken van 2014 maakte ik kennis met het op dat moment nog nauwelijks in Nederland verkrijgbare debuut van Aldous Harding. De Nieuw-Zeelandse singer-songwriter maakte op haar debuut indruk met aan psychedelische Amerikaanse folk uit de jaren 60 herinnerende muziek, die op opvolger Party uit 2017 werd voorzien van donkere en indringende klanken. Opvolger Designer klinkt een flink stuk opgewekter, maar Aldous Harding is nog altijd niet vies van een flinke dosis melancholie, die vooral in de meer ingetogen tracks aan de oppervlakte komt. Het zorgt er voor dat ook Designer weer flink onder de huid kruipt en bij iedere luisterbeurt weer net wat meer indruk maakt.

Het titelloze debuut van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter Aldous Harding ontdekte ik pas in de laatste weken van 2014, maar het album maakte zoveel indruk dat het niet veel later opdook in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar. 

Het debuut van de singer-songwriter die werd geboren in Lyttelton, herinnerde nadrukkelijk aan de indringende en psychedelisch aandoende folk van illustere Amerikaanse voorgangers uit de jaren 60 als Linda Perhacs, Karen Dalton en Judee Sill, maar raakte ook aan eigenzinnige folkies uit het heden als Joanna Newson. 

Het debuut van Aldous Harding was in eerste instantie alleen via het Internet verkrijgbaar in Nederland, maar het album van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter kreeg ook hier gelukkig al snel de waardering die het verdiende. Het in het voorjaar van 2017 verschenen Party trok hierdoor direct een wat breder publiek en terecht. Ook het door de vooral van PJ Harvey bekende John Parish geproduceerde Party herinnerde aan psychedelische folk uit vervlogen tijden, maar klonk een stuk donkerder dan het debuut van de singer-songwriter uit Christchurch. 

Ook voor het deze week verschenen Designer deed Aldous Harding een beroep op de productionele vaardigheden van John Parish, maar de Nieuw-Zeelandse klinkt op haar derde album toch weer anders dan op de donkere voorganger. Designer laat vergeleken met deze voorganger een wat lichtvoetiger en zonniger geluid horen, maar het gaat te ver om Designer direct een lentealbum of zomeralbum te noemen. 

John Parish verdient ook dit keer waardering voor zijn productiewerk. Designer is voorzien van een warm geluid dat aan de ene kant herinnert aan de sobere folkies van weleer, maar dat ook is voorzien van allerlei fraaie accenten, waaronder accenten van gitaren, piano en strijkers. Het album schuift hierdoor wat op van psychedelische folk uit de jaren 60 en 70 richting de Laurel Canyon singer-songwriter muziek uit dezelfde periode. 

Designer klinkt, zeker vergeleken met zijn twee voorgangers, verrassend vrolijk en zonnig, maar een flinke dosis melancholie is nooit ver weg. Designer is in muzikaal opzicht een aantrekkelijk en interessant album en de warme klanken passen ook nog eens prachtig bij de vaak fluisterzachte vocalen van Aldous Harding, die nog altijd herinneren aan vergeten folkzangeressen uit het verleden. 

Designer klinkt qua instrumentatie en productie voller dan zijn twee voorgangers, maar er is ook dit keert volop ruimte voor uiterst ingetogen passages, waarin alles aan komt op de opeens wat donkerder klinkende stem van Aldous Harding (die opschuift richting Nico) en de duisternis het toch even wint van het daglicht. 

Het debuut van de Nieuw-Zeelandse singer-songwriter en opvolger Party waren allebei albums die zich langzaam maar zeker steeds meer opdrongen en dat geldt ook weer voor Designer, dat ik inmiddels een aantal weken in mijn bezit heb en in die weken alleen maar mooier en indringender is geworden. Het onderstreept het talent van Aldous Harding die alleen maar beter lijkt te worden en een album aflevert dat er deze week flink uitspringt. Erwin Zijleman

De muziek van Aldous Harding is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://aldousharding.bandcamp.com/album/designer.



   

zaterdag 27 april 2019

J.J. Cale - Stay Around

Stay Around is wat oneerbiedig gezegd een verzameling restjes van J.J. Cale, maar het zijn wel hele goede restjes van de in 2013 overleden grootheid
Na de dood van J.J. Cale in 2013 doken zijn vrouw en manager in de goedgevulde archieven van de Amerikaanse muzikant. Stay Around is het eerste resultaat van deze duik in de archieven en levert een verrassend sterk album op. J.J. Cale veranderde niet al te veel aan zijn geluid gedurende zijn carrière en ook de songs op Stay Around laten het zo herkenbare J.J. Cale geluid horen. Het is een geluid dat doet verlangen naar luieren in de zon of naar een ijskoud biertje op een snikhete veranda in het Zuiden van de Verenigde Staten. Het typische J.J. Cale geluid was een inspiratiebron voor velen, maar zelf beheerste hij zijn kunstje toch het best. Restmateriaal is niet altijd even interessant, maar van deze restjes lust ik er nog veel en veel meer.


J.J. Cale overleed in de zomer van 2013, maar bijna zes jaar na zijn dood verschijnt er nog een album met niet eerder uitgebrachte muziek van de Amerikaanse muzikant. 

De in Oklahoma City, Oklahoma, geboren maar in Tulsa, Oklahoma, opgegroeide muzikant teerde lange tijd op de vier geweldige albums die hij in de jaren 70 uitbracht. Naturally (1971), Really (1972), Okie (1974) en Troubadour (1976) zijn inmiddels al vele decennia klassiekers, maar leken ook lange tijd de enige interessante albums van J.J. Cale. Hiernaast schreef hij in deze periode natuurlijk wereldhits voor anderen als Call Me The Breeze voor Lynyrd Skynyrd en vooral After Midnight en Cocaine voor Eric Clapton. 

In de late jaren 70 en in de jaren 80 en 90 was J.J. Cale vooral hopeloos uit vorm en de goede vorm hervond hij eigenlijk pas in 2004 toen het uitstekende To Tulsa And Back verscheen. Deze goede vorm werd behouden op het in 2006 verschenen en samen met Eric Clapton gemaakte The Road To Escondido en geconsolideerd op het in 2009 uitgebrachte Roll On. 

Inmiddels zijn we tien jaar verder, is J.J. Cale helaas niet meer onder ons en is postuum Stay Around verschenen. Stay Around is oneerbiedig gezegd een verzameling restmateriaal. J.J. Cale’s vrouw Christine Lakeland en zijn manager Mike Kappus doken in de naar verluid goed gevulde archieven van de Amerikaanse muzikant en kwamen boven met 15 tracks. 

Het zijn niet alleen 15 tracks die het uit duizenden herkenbare J.J. Cale geluid laten horen, maar het zijn ook 15 tracks die qua niveau niet hadden misstaan op zijn betere albums. Het uit duizenden herkenbare J.J. Cale geluid bevat vooral invloeden uit de blues, maar de Amerikaanse muzikant is ook niet vies van andere invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek. Het geluid is zo herkenbaar vanwege het bijzondere gitaarspel van de Amerikaanse muzikant en zijn manier van zingen. 

Zowel het gitaarspel van J.J. Cale en zijn zang zijn de afgelopen decennia een synoniem geworden voor het begrip laid-back en bij voorkeur LAID-BACK in hoofdletters. Luister naar de tracks op Stay Around en de aarde draait opeens een stuk minder snel. De muziek van J.J. Cale is muziek die uitnodigt tot luieren, bij voorkeur in een zomerzon of op zijn minst lentezon. 

Het geluid van de muzikant uit Tulsa is de afgelopen decennia een inspiratiebron geweest voor velen, met Dire Straits als een van de meest aansprekende voorbeelden, maar J.J. Cale blijft ongeëvenaard  De muziek van J.J. Cale klonk vrijwel altijd loom en puur en dat gaat ook weer op voor de songs op Stay Around. De Amerikaanse muzikant is in de meeste tracks de blues trouw en betovert met heerlijk laid-back gitaarspel, maar ook gitaarspel van grote schoonheid. 

De tracks op Stay Around bestrijken naar verluidt (ik heb helaas geen hele precieze info) vrijwel de gehele carrière van J.J. Cale, maar het album klinkt desondanks consistent, wat iets zegt over het bijzondere geluid dat de Amerikaanse muzikant in de jaren 70 ontwikkelde en 40 jaar trouw zou blijven. 

Er zijn ons de laatste jaren nogal wat muzikanten van naam en faam ontvallen, waaronder muzikanten die bekend stonden als archivaris van nogal wat onuitgebracht materiaal. Ook J.J. Cale nam altijd veel meer songs op dan hij nodig had, maar waar we het bij veel overleden muzikanten helaas moeten doen met obscuur demo materiaal, is Stay Around van een niveau dat ook bij leven zeer de moeite waard was geweest. De archieven van J.J. Cale bevatten volgens zijn vrouw en manager nog veel meer moois, dus dat belooft wat voor de toekomst. Voor het zover is kan ik prima uit de voeten met het verrassend sterke Stay Around. Erwin Zijleman



   

vrijdag 26 april 2019

Y La Bamba - Mujeres

Y La Bamba neemt je mee op een rollercoaster ride langs 1001 invloeden en het is een ritje dat evenveel vermaakt als intrigeert
Mujeres is mijn eerste kennismaking met de muziek van de Amerikaanse band Y La Bamba en het is een kennismaking die naar veel meer smaakt. Frontvrouw Luz Elena Mendoza is niet vies van een invloed meer of minder en voert de luisteraar mee op een buitengewoon intrigerende reis langs folk, dreampop, lo-fi, psychedelica en flink wat invloeden uit de wereldmuziek. Mujeres klinkt totaal anders dan de andere albums die ik dit jaar heb beluisterd en maakt het me niet altijd makkelijk, maar na enige gewenning liet dit bijzondere album me niet meer los. Sindsdien is het album van Y La Bamba me alleen maar dierbaarder geworden.

Mujeres van Y La Bamba lag denk ik al een maand of drie op de virtuele stapel, maar een paar dagen geleden kwam ik dan eindelijk toe aan het album van de mij onbekende Amerikaanse band. Het blijkt een bijzonder intrigerend album, dat in een paar dagen tijd is uitgegroeid tot een album dat hier nog vaak door de speakers of door de koptelefoon zal komen. 

De naam Y La Bamba zei me eerlijk gezegd niets, maar de band rond de uit Portland, Oregon, afkomstige Luz Elena Mendoza bestaat al een aantal jaren en maakte een vijftal albums, die met name in de alternatieve Amerikaanse muziekpers konden rekenen op zeer positieve recensies. 

Luz Elena Mendoza heeft Mexicaanse ouders, maar groeide zelf op in de Verenigde Staten. Invloeden uit de Mexicaanse muziek duiken echter met enige regelmaat op in het werk van Y La Bamba. Het zijn zeker niet de enige invloeden, wamt Mujeres blijkt een vat vol tegenstrijdigheden. 

Het album opent met bijna pastorale folky klanken, maar die slaan al snel om in een vol klinkend popliedje met een vleugje dreampop en gitaarakkoorden vol zonnestralen. Het is een popliedje van het soort waar Y La Bamba van mij het hele album had mogen vullen, maar Luz Elena Mendoza wil graag ook nog 1001 andere invloeden kwijt. Fluitende vogeltjes verbinden de eerste twee tracks op Mujeres, maar het zijn tracks die totaal verschillend klinken. Na de volle en zonnige openingstrack klinkt de tweede track rauw en kaal. Het is een track met een hoog lo-fi gehalte, maar het is ook een track die ondanks de eenvoud van de gitaarlijnen en de stem de aandacht vast weet te houden. 

Track nummer drie verrast met jazzy gitaarlijnen die me herinneren aan de jaren 80 en klinkt weer zwoel en zomers, waarna in de vierde track zwoele ritmes domineren en Luz Elena Mendoza het Engels verruilt voor het Spaans. De muziek van Y La Bamba wordt opeens een stuk ongrijpbaarder en combineert invloeden uit de wereldmuziek met een flinke dosis psychedelica. Het is even wennen, maar het intrigeert hopeloos. 

De vijfde track van het album is weer van grote schoonheid en combineert het vleugje dreampop dat we al eerder hoorden met een sfeertje dat doet denken aan zwoele filmmuziek uit de jaren 70. Ik kan me voorstellen dat niet iedereen gecharmeerd zal zijn van het vat vol tegenstrijdigheden dat Mujeres is, maar na enige gewenning valt er heel veel op zijn plek. 

Ook in de tracks die volgen schiet Mujeres van Y La Bamba alle kanten op. In de ene track ben je bij een Mexicaanse hoge mis belandt, waarna Luz Elena Mendoza je richting Cuba en Zuid-Amerika sleept en dansbare ritmes hun intrede doen of Mujeres toch weer opschuift richting folk of dreampop. 

Met name de dromerige songs op het album zijn van grote schoonheid, waarbij het me niet zoveel uitmaakt of Luz Elena Mendoza in het Engels of in het Spaans zingt, al klinkt de meeste emotie door wanneer voor het Spaans wordt gekozen. 

Mujeres bevat maar liefst 14 songs, maar waar het album in eerste instantie vooral energie slurpt, was ik na een aantal luisterbeurten flink verslaafd aan het nieuwe album van Y La Bamba. Het is een album dat lijkt op geen enkel album dat ik de laatste tijd heb beluisterd en het is een album dat niet past in de hokjes die we met zijn allen hebben bedacht. Van psychedelisch en overvol tot intiem en bijna leeg. Y La Bamba neemt je mee op een  rollercoaster ride die in eerste instantie verbazing wekt, maar al snel heel veel respect afdwingt. Erwin Zijleman

De muziek van Y La Bamba is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://ylabamba.bandcamp.com/album/mujeres.


 

donderdag 25 april 2019

The Stroppies - Whoosh

Noem het rammelpop, maar de Australische band The Stroppies maakt wel rammelpop van het allerbeste en meest onweerstaanbare soort
Wat is dit een heerlijk album. De songs van de Australische band The Stroppies rammelen aan alle kanten, maar na één keer horen ga je ze niet meer vergeten. Whoosh is een album vol songs die de zon laten schijnen met gitaarloopjes om zielsgelukkig van te worden. Authentiek klinkende synths en wat onvaste maar o zo sympathieke vocalen maken het geluid van The Stroppies compleet. Whoosh staat vol met songs die op van alles en nog wat lijken, maar op hetzelfde moment lijkt het op helemaal niets. Verwacht geen muzikale hoogstandjes op dit album, maar ondertussen staan er alleen maar songs op om zielsgelukkig van te worden.


In de nieuwsbrief van de webshop van het Nieuw-Zeelandse Flying Out Records werden eind vorige week nogal wat lovende woorden besteed aan Whoosh van de Australische band The Stroppies. 

Het klonk eerlijk gezegd nogal obscuur, maar het tweede album van de band uit Melbourne is deze week ook gewoon in Nederland te beluisteren via de streaming media diensten en het album ligt tot mijn verbazing ook gewoon in de winkel. 

Of The Stroppies ook in Nederland potten gaan breken met hun tweede album durf ik niet te voorspellen, maar iedereen die het album beluistert zal waarschijnlijk als een blok vallen voor de onweerstaanbare muziek van de Australische band. 

The Stroppies maken op Whoosh muziek die vaak wat oneerbiedig als rammelpop zal worden omschreven. Het is rammelpop waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Whoosh staat vol met zonnige gitaarloopjes, springerige ritmes, wat onvaste vrouwen- en mannenvocalen, wat ouderwets klinkende synths en vooral volstrekt onweerstaanbare melodieën en refreinen. 

Het is muziek die aan van alles en nog wat en tegelijkertijd aan helemaal niets doet denken. The Feelies, Pavement, The Go-Betweens, The Chills, The Clean, Guided By Voices hebben hun sporen nagelaten in de muziek van The Stroppies, maar de Australische band heeft alle invloeden op geheel eigen wijze verwerkt. 

Een aantal songs op Whoosh is schatplichtig aan de postpunk en new wave uit de late jaren 70, maar wanneer de synths opduiken slepen The Stroppies je zo de jaren 80 in en is weer een nieuw lijstje namen te bedenken (met alles tussen The Inspiral Carpets en Bis) dat even zinnig als onzinnig vergelijkingsmateriaal aandraagt. 

De muziek van The Stroppies rammelt aan alle kanten, maar ondertussen is Whoosh wel 10 songs en 34 minuten raak. De gitaren jengelen 34 minuten lang onweerstaanbaar door en laten de zon schijnen, de vocalen klinken heerlijk onderkoeld, de synths zorgen voor wat nostalgie en de songs zijn allemaal van het soort dat na één keer horen voorgoed in het geheugen is opgeslagen. 

Het lijkt allemaal erg eenvoudig, maar ondertussen sleept de Australische band er ook nog wat invloeden uit de jaren 60 bij en worden invloeden gecombineerd die nog niet vaak gecombineerd zijn. Whoosh is daarom veel meer dan een ultieme feelgood plaat, maar ook met een ultieme feelgood plaat is natuurlijk helemaal niets mis. Laat het tweede album van The Stroppies uit de speakers komen en je hebt gegarandeerd 34 minuten lang een brede glimlach op je gezicht. Heerlijk album deze aangename verrassing uit het verre Australië. Erwin Zijleman

De muziek van The Stroppies is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://thestroppies.bandcamp.com/album/whoosh.



 

woensdag 24 april 2019

Point Quiet - Walking In The Wild

Het was een aantal jaren stil rond Point Quiet, maar gelukkig is de band terug met een rootsalbum dat nog een stuk beter is dan de twee al zo goede voorgangers
De Nederlandse band Point Quiet leek op haar vorige album Den Haag te hebben verruild voor de woestijn in Arizona. Het smaakte naar veel en veel meer, maar helaas was het de afgelopen jaren stil. Point Quiet keert nu terug en blijkt grote stappen te hebben gezet. Het geluid is nog wat verder uitgekleed, maar op hetzelfde moment voorzien van een heleboel fraaie accenten, de stem van Pascal Hallibert klinkt nog wat mooier en doorleefder en de songs van de band zijn nog wat beter en laten bovendien een meer eigen geluid horen. Er zijn maar weinig rootsbands die hieraan kunnen tippen en dat blijft zeker niet beperkt tot Nederland.


De Haagse muzikant Pascal Hallibert startte een jaar of 15 geleden een aantal bands, waarvan Templo Diez waarschijnlijk de bekendste is. Het was een periode waarin Den Haag de Americana met veel liefde omarmde en een klassieker als Lawnmower Mind van Smutfish werd geboren. 

White Sands, een andere band van Pascal Hallibert, ging ook aan de haal met invloeden uit de Americana en evolueerde uiteindelijk in de band Point Quiet. 

Deze band debuteerde in 2010 met een uitstekend titelloos debuut (dat mij destijds overigens ontging) en keerde iets meer dan vier jaar geleden terug met het nog veel betere Ways And Needs Of A Night Horse, dat me zeker niet ontging. 

Net als het op dat moment net weer opgeleefde Smutfish vond Point Quiet haar belangrijkste inspiratie in de Americana, waarbij Point Quiet de focus richtte op de woestijnen in het Zuiden van de Verenigde Staten, waardoor het leek of we met een band uit Tucson, Arizona, te maken hadden. Ways And Needs Of A Night Horse riep volop associaties op met de muziek van met name Calexico en wist ook het niveau van deze band te halen. 

De afgelopen jaren was het helaas stil rond Point Quiet, maar bijna uit het niets dook de band een maand geleden weer op met een gloednieuw album, dat ik deze week bij toeval tegen kwam. Walking In The Wild gaat verder waar Ways And Needs Of A Night Horse ruim vier jaar geleden ophield, maar laat ook horen dat de band rond Pascal Hallibert zich verder heeft ontwikkeld. 

Ook Walking In The Wild past weer uitstekend in het hokje Americana. Zeker wanneer de trompetten aanzwellen laat de muziek van de Nederlandse band zich nog altijd vergelijken met een band als Calexico, maar het is een vergelijking die zeker niet voor het hele album op gaat. 

Vergeleken met het vorige album klinkt Walking In The Wild nog wat intenser en doorleefder. In veel songs op het album, dat grote thema’s als verlies en liefde niet schuwt, speelt de band uiterst ingetogen en komt alles aan op de stem van Pascal Hallibert, die nog wat ruwer en doorleefder klinkt dan op het vorige album van Point Quiet. 

Het is een stem die vrij makkelijk ontroert, waardoor de songs van Point Quiet zich makkelijk weten te onderscheiden in het enorme aanbod binnen de Amerikaanse rootsmuziek van het moment. Point Quiet houdt het op haar derde album betrekkelijk sober en simpel, maar de impact is er niet minder om. Integendeel. Walking In The Wild is een album dat je vrij makkelijk bij de strot grijpt, waarna je alleen maar meer kunt genieten van de subtiele, maar bijzonder trefzekere instrumentatie en de geweldige zang op het album. 

Ondanks de vaak sobere instrumentatie is Walking In The Wild een gevarieerd album. Point Quiet legt in de instrumentatie steeds net wat andere accenten, onder andere van blazers, viool, dobro, pedal steel, keyboards en accordeon, en voegt bovendien hier en daar een vrouwenstem toe aan haar muziek, wat zorgt voor mooie verschillen in klankkleur. 

Het levert een album op dat de betere bands binnen de Americana waarschijnlijk graag gemaakt zouden hebben, maar het is een Nederlandse band die het doet. Point Quiet stond bij de release van het vorige album nog wat in de schaduw van het grote Smutfish, maar laat zich met dit nieuwe album gelden als een van de smaakmakers in de Nederlandse (en internationale) rootsscene van het moment. Erwin Zijleman



 

dinsdag 23 april 2019

Heather Woods Broderick - Invitation

Heather Woods Broderick klinkt op haar nieuwe album wat aardser, al heeft ze haar geluid ook dit keer flink volgestopt met allerlei moois
Heather Woods Broderick maakte alweer bijna vier jaar geleden indruk met het ongrijpbare Glide. Invitation klinkt net wat toegankelijker, al is dat in het geval van de Amerikaanse muzikante een relatief begrip. Op haar nieuwe album staan pianoklanken centraal, maar talloze andere lagen zorgen voor een sprookjesachtig geluid, dat uitstekend past bij de mooie stem van Heather Woods Broderick. Het is levert een album op waar je je heerlijk in kunt onderdompelen en dat bij iedere beluistering aan kracht blijft winnen. Heather staat wat in de schaduw van haar broer Peter, maar moet met dit bijzondere album toch minstens evenveel respect afdwingen.


Heather Woods Broderick neemt tot dusver de tijd voor haar albums. Haar debuut From The Ground verscheen in 2009, opvolger Glide in 2015 en deze week is haar derde album Invitation verschenen. Nu doet de Amerikaanse muzikante meer dan soloalbums maken. Ze droeg het afgelopen decennium bij aan albums van onder andere Laura Gibson en Damien Jurado en werkte zeer intensief samen met Sharon Van Etten. 

Ik was bijna vier jaar geleden behoorlijk onder de indruk van het uitstekende Glide en daarom heel nieuwsgierig naar de nieuwe muziek van Heather Woods Broderick. Voor haar nieuwe album keerde de in Maine geboren, maar tegenwoordig vanuit Brooklyn, New York, opererende singer-songwriter terug naar Pacific City, Oregon, een plek waaraan ze hele goede herinneringen had. 

Het is de plek waar de Brodericks en dus ook Heather’s broer en collega muzikant Peter de zomer doorbrachten en die nu inspireerde tot een serie nieuwe songs. Heather Woods Broderick schreef de songs voor haar nieuwe album vooral achter de piano en de piano speelt daarom een belangrijke rol op Invitation. 

De pianoklanken zorgen ervoor dat het derde album van de Amerikaanse singer-songwriter wat aardser klinkt dan het zo goed ontvangen Glide, maar de verschillen tussen beide albums moeten niet overdreven worden. Pianoklanken en akoestische gitaarakkoorden vormen de basis voor de meeste songs van Heather Woods Broderick, maar ook dit keer heeft ze haar songs flink ingekleurd en versierd. Ook Invitation klinkt hierdoor zweverig en sprookjesachtig, al geven de aardse accenten in haar muziek net wat meer houvast dan een paar jaar geleden. 

De songs op het derde album van de singer-songwriter uit Brooklyn klinken ook net wat toegankelijker dan op Glide, waardoor Invitation een grotere groep muziekliefhebbers moet kunnen aanspreken. Veel songs op het album klinken in de basis folky, maar liefhebbers van pure folk zullen alle versiersels waarschijnlijk wat veel van het goede vinden. Persoonlijk vind ik de instrumentatie op Invitation echter prachtig. 

Zeker wanneer de piano domineert klinkt Invitation net zo aangenaam als een kabbelend stroompje in de bergen. Het is een stroompje dat harder gaat stromen wanneer Heather Woods Broderick flink wat extra lagen aan haar muziek toevoegt. Strijkers, pedal steel, drums, lagen vocalen, gitaren, fluit en elektronica voegen allemaal wat extra diepte toe aan het bijzondere geluid op Invitation. Het is een geluid dat in eerste instantie als overvol zal worden ervaren, maar Heather en haar broer Peter weten als geen ander hoe je een geluid als dit opbouwt en zorgen voor een klankentapijt waarin ieder accent hoorbaar is. 

Het past allemaal prachtig bij de dromerige stem van Heather Woods Broderick, die nog wat extra diepte toevoegt aan het zo bijzondere geluid op Invitation, dat me af en toe wel wat aan de door mij bewonderde Fiona Apple doet denken. Invitation is een album dat zich als een warme deken om je heen slaat en het is een album dat bij herhaalde beluistering mooier en mooier wordt. Glide was hier en daar nog wat ongrijpbaar, maar het derde album van Heather Woods Broderick is er een vol verleiding en toverkracht. Ik raak er persoonlijk steeds meer aan verslaafd. Erwin Zijleman

De muziek van Heather Woods Broderick is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://heatherwoodsbroderick.bandcamp.com/album/invitation.



 

maandag 22 april 2019

Jade Bird - Jade Bird

Jade Bird levert op haar 21e een knap debuut af dat ruimte biedt aan meerdere genres en vooral in vocaal opzicht flink wat indruk maakt
Jade Bird is nog piepjong, maar is desondanks al een jaar of twee een grote belofte voor de toekomst. Het komt er allemaal uit op het onder andere door Simone Felice geproduceerde debuutalbum van de Britse muzikante. Jade Bird omarmt op haar debuut de Amerikaanse rootsmuziek, maar is ook niet vies van pop en rock. Het levert een album op dat meerdere kanten op schiet en dat soms zeer ingetogen en soms zeer uitbundig is. De stem van Jade Bird is de constante op haar debuut en het is een stem die indruk maakt. De jonge Britse kan prachtig kwetsbaar en ingetogen zingen, maar kan ook met heel veel kracht uithalen, waarbij ze een aangenaam rauw randje op haar stembanden laat horen. Prima debuut dit.


Jade Elizabeth Bird is een jonge Britse singer-songwriter met een duidelijke voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek. Ze zette al op 16-jarige leeftijd haar eerste stappen in de muziek en debuteerde twee jaar geleden met een van belofte overlopende EP (Something American). 

Jade Bird is inmiddels 21 en levert deze week eindelijk haar langverwachte debuut af. Het titelloze debuut van Jade Bird laat in de openingstrack direct horen wat de jonge Britse singer-songwriter te bieden heeft. 

Mooie wat ruwe akoestische gitaarlijnen worden gecombineerd met een stem die zowel kwetsbaar als krachtig en zowel lieflijk als rauw kan klinken. Het is een stem die aan de ene kant jong klinkt, maar aan de andere kant is voorzien van een aangenaam rauw randje, waardoor Jade Bird doorleefder klinkt dan de meeste van haar leeftijdgenoten. 

De akoestische gitaren krijgen in de bijzonder fraaie openingstrack Ruins na verloop van tijd gezelschap van keyboards, bas en drums en elektrische gitaren, waardoor Jade Bird in haar zang steeds een tandje bij moet schakelen. Dat doet de Britse singer-songwriter op zo’n indrukwekkende wijze dat ik eigenlijk na één track al verkocht was. 

Jade Bird is nog jong en dat hoor je af en toe wel terug in haar teksten, maar in vocaal en muzikaal opzicht levert de muzikante uit het Britse Hexham, Northumberland, een prima prestatie. In muzikaal opzicht past het titelloze debuut van Jade Bird in het rijtje uitstekende countrypop albums dat de afgelopen jaren in Nashville is gemaakt, maar Jade Bird legt net wat andere accenten. 

Ze voegt wat invloeden uit de Britse popmuziek toe aan haar muziek, kiest voor een net wat rauwer geluid dan in Nashville gebruikelijk en legt zichzelf in vocaal opzicht wat minder beperkingen op. De jonge Britse haalt in haar zang af en toe stevig uit, wat haar debuut voorziet van een bijzonder eigen geluid en het is een geluid dat me uitstekend bevalt. 

Jade Bird zingt op haar debuut gepassioneerd en heeft haar debuut voorzien van een mix van pop, rock en roots die hoorbaar niet uit Nashville komt. Dat klopt ook, want de jonge Britse singer-songwriter nam haar debuut weliswaar op in de Verenigde Staten, maar koos niet voor Nashville, maar voor de ruwe Catskill Mountains in de staat New York. In de Catskill Mountains stonden producers David Baron en Simone Felice (The Felice Brothers) Jade Bird en haar eigen band bij. 

Jade Bird heeft een voorliefde voor Amerikaanse rootsmuziek, maar het is zeker niet alleen rootsmuziek die domineert op haar debuut. Het album flirt intens met pop en rock, maar het blijft wat mij betreft oorspronkelijk klinken. Het instrumentarium varieert van intiem en ingetogen tot groots en meeslepend en in beide uitersten kan Jade Bird uitstekend uit de voeten. 

Zelf heb ik een duidelijke voorkeur voor de tracks waarin de instrumentatie klein wordt gehouden en Jade Bird niet voluit hoeft te zingen, maar de wat meer uitbundige tracks op het album mogen er zeker zijn. Voor een echt droomdebuut is het misschien nog net wat te wisselvallig en te weinig gefocust, maar de beste momenten van Jade Bird op haar debuut zijn echt heel goed, zodat zeker van een uitstekend en bijzonder veelbelovend debuut kan worden gesproken. Er zijn momenteel heel veel jonge singer-songwriters in de countrypop en omliggende genres, maar Jade Bird weet zich wat mij betreft te onderscheiden met een eigen geluid en een stem die flink wat meer met je doet. Erwin Zijleman



 

zondag 21 april 2019

Anna Tivel - The Question

Het vorige album van Anna Tivel eindigde hoog in mijn jaarlijstje en haar nieuwe album is nog mooier en indrukwekkender
Ik had nog nooit van Anna Tivel gehoord toen ik nog geen twee jaar geleden haar album Small Believer in handen kreeg, maar een paar maanden later stond het album hoog in mijn jaarlijstje. Het heeft de lat hoog gelegd voor opvolger The Question, maar het nieuwe album van Anna Tivel is nog een stuk beter dan zijn voorganger. De instrumentatie en productie zijn nog wat subtieler en spannender, maar vooral de zang van Anna Tivel maakt nog meer indruk. Anna Tivel voorziet haar songs van lading en emotie en betovert met songs die dieper graven en dieper raken. Bijzonder album van een bijzondere singer-songwriter.


Anna Tivel maakte wat mij betreft een van de allermooiste albums van 2017. Small Believer haalde uiteindelijk de zesde plek in mijn jaarlijstje over het betreffende jaar, maar is me inmiddels nog flink wat dierbaarder geworden dan aan het eind van december 2017. 

Small Believer kreeg ik bij toeval in handen en was mijn eerste kennismaking met de muziek van de singer-songwriter uit Portland, Oregon. Inmiddels ken ik ook haar eerste twee soloalbums en het album dat Anna Tivel maakte als Anna And The Underbelly en durf ik wel te beweren dat ik fan ben van Anna Tivel. 

Ik keek dan ook erg uit naar haar nieuwe album en dat verscheen deze week. The Question is de opvolger van het in kleine kring terecht bewierookte, maar in brede kring helaas genegeerde Small Believer en heeft alles wat het vorige album van Anna Tivel zo mooi maakte en meer. 

Ook op The Question kiest Anna Tivel voor een zeer smaakvolle maar betrekkelijk sobere en zachte instrumentatie. Piano en akoestische gitaar vormen de basis van het geluid op The Question, maar het is een basis die subtiel maar rijkelijk wordt versierd met een avontuurlijk spelende ritmesectie en fraaie accenten van onder andere gitaren, strijkers en elektronica. Het is een geluid dat absoluut het best tot zijn recht komt wanneer je het album met de koptelefoon beluistert en alle details de aandacht kan geven die ze verdienen. 

Het geluid op het nieuwe album van Anna Tivel klinkt net wat rijker en spannender dan op het vorige album, maar het is nog altijd een geluid dat volledig in dienst staat van de zang van Anna Tivel. De singer-songwriter uit Portland, Oregon, zingt fluisterzacht, maar toch dringt haar stem zich nadrukkelijk op. Anna Tivel zingt op bijzonder expressieve en emotievolle wijze en daar zal niet iedereen van houden. Zelf vind ik het prachtig. 

De bijzondere zang van Anna Tivel brengt haar songs tot leven en zorgt voor songs die dieper graven dan die van de meeste van haar soortgenoten. De songs op The Question zijn, nog meer dan de songs op het vorige album, voorzien van een bijzondere lading, waardoor je onmiddellijk het idee hebt dat je naar iets bijzonders aan het luisteren bent. Het is iets bijzonders dat vervolgens alleen maar mooier en intenser wordt. 

De fraaie instrumentatie op The Question geeft bij iedere beluistering weer nieuwe geheimen prijs, terwijl de bijzondere zang je steeds verder meesleurt in de wereld van Anna Tivel. De fraaie productie van multi-instrumentalist en producer Shane Leonard dwingt respect af, maar het is Anna Tivel die op The Question zorgt voor het kippenvel. 

Net als bij beluistering van haar vorige albums heb ik ook dit keer associaties met de muziek van onder andere Edie Brickell, Suzanne Vega, Laura Veirs en Sophie Zelmani, maar de muziek van Anna Tivel is steviger verankerd in de Amerikaanse rootsmuziek en raakt bovendien aan de Amerikaanse folk en Laurel Canyon singer-songwriter muziek uit de jaren 60 en 70. 

Wereldberoemd gaat Anna Tivel vast niet worden met haar prachtig ingekleurde en emotievol gezongen songs, maar liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek in het algemeen en vrouwelijke singer-songwriters in het bijzonder moeten zeker eens luisteren . Grote kans dat The Question niet zal tegenvallen, maar diepe, diepe indruk zal maken. Erwin Zijleman

De muziek van Anna Tivel is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://annativel.bandcamp.com.



 

zaterdag 20 april 2019

Jeffrey Halford & The Healers - West Towards South

De vorige albums waren al uitstekend, maar Jeffrey Halford & The Healers doen er dit keer nog een schepje bovenop en dwingen diep respect af met een fenomenaal rootsalbum
Het duurde even voor ik de muziek van Jeffrey Halford ontdekte, maar sinds Lo-Fi Dreams had ik de Amerikaanse muzikant en zijn band The Healers hoog zitten. De belofte van het prachtige Lo-Fi Dreams wordt volledig waargemaakt op West Towards South dat op alle fronten nog net wat beter is. De plaat ademt de sfeer van het diepe Zuiden van de Verenigde Staten, klinkt loom en broeierig en overtuigt ook dit keer met een prachtige instrumentatie, waarin weergaloos gitaarwerk de hoofdrol speelt. Jeffrey Halford vertelt ook dit keer mooie verhalen en vertolkt ze met hart en ziel op deze fantastische rootsplaat.


Bij de vorige albums van Jeffrey Halford en zijn band The Healers was ik nog niet of niet onmiddellijk bij de les, maar inmiddels weet ik beter. 

De muzikant uit San Francisco brengt al sinds het eind van de jaren 90 albums uit, maar kreeg in Nederland pas echt voet aan de grond met het uit 2014 stammende Rainmaker. Dat album haalde ik om onduidelijke redenen nooit uit het cellofaan, waarna ik opvolger Lo Fi Dreams uit 2017 veel te lang liet liggen. 

Toen Lo-Fi Dreams voor het eerst uit de speakers kwam was ik echter onmiddellijk verkocht, waardoor het deze week verschenen West Towards South hoog op het lijstje voor deze BLOG stond. 

Jeffrey Halford en zijn band The Healers overtuigden op hun vorige twee albums met fenomenaal gitaarwerk, een hecht bandgeluid, lekker in het gehoor liggende songs, een veelheid aan invloeden, fraai doorleefde zang en een prachtig geluid waarin alle details fraai aan de oppervlakte kwamen. West Towards South trekt al deze lijnen door, maar doet alles wat mij betreft nog net wat beter. 

Jeffrey Halford en zijn band verdienen ook dit keer een pluim voor de wijze waarop het album is opgenomen en geproduceerd. Waar de meeste albums tegenwoordig overvol klinken en in alle regionen in het rood springen, klinkt West Towards South weer fantastisch. Het geluid is goed in balans en geeft alle instrumenten de aandacht die ze verdienen, waardoor je geen detail hoeft te missen. 

Jeffrey Halford & The Healers lieten op Lo Fi Dreams al horen dat ze binnen de Amerikaanse rootsmuziek een opvallend breed palet kunnen bestrijken en dat doen ze ook dit keer. De plaat opent met een lome en broeierige track waarin gesproken teksten worden gecombineerd met prachtige gitaarwolken en een fraai scheurend orgeltje. Het is een track die herinnert aan de muziek die Robbie Robertson ooit maakte en het is muziek die de thuisbasis van Jeffrey Halford verruilt voor de moerrassen van Louisiana. 

West Towards South is niet zomaar een titel, want het zonnige Californië wordt op het album veel vaker verruild voor het diepe Zuiden van de Verenigde Staten. In de tweede track sleept Jeffrey Halford er wat rock ’n roll bij en lijkt een jonge Johnny Cash opgestaan. In muzikaal opzicht is het direct weer smullen. Jeffrey Halford speelt heerlijke bluesy riffs, maar kan zijn gitaarlijnen ook breed uit laten waaien of juist messcherp laten klinken. 

The Healers klinken inmiddels als een geoliede machine en voorzien de muziek van Jeffrey Halford van invloeden uit de blues, rock ’n roll, folk, rock, funk en nog veel meer. In de loop van het album worden er flink wat instrumenten bijgesleept waardoor iedere track weer anders klinkt. Aan de andere kant is West Towards South een opvallend consistent album. 

De sfeer is bijna continu loom en broeierig en tovert en maakt de hitte in het diepe Zuiden van de VS bijna voelbaar. Jeffrey Halford vertelt ondertussen mooie verhalen, verkent alle uithoeken van de Americana en laat horen dat hij als zanger nog wat is gegroeid. Hier en daar klinkt hij als Robert Cray, wat ik persoonlijk een geweldige zanger vind, maar Jeffrey Halford kan ook ruwer uithalen of zijn verhalen op meeslepende wijze voordragen. 

Iedere keer als ik West Towards South uit de speakers laat komen hoor ik weer nieuwe fraaie details in de instrumentatie en komen de songs nog wat meer tot leven. Jeffrey Halford is misschien niet de bekendste rootsmuzikant van het moment, maar levert met zijn band een album af waar de meeste van zijn collega’s niet aan kunnen tippen. Erwin Zijleman



   

vrijdag 19 april 2019

Canvas Blanco - Exilio

Canvas Blanco maakte met haar debuut al indruk, maar levert nu een waar meesterwerk af dat maar blijft verbazen
De Nederlandse band Canvas Blanco leverde ruim vier jaar geleden een bijzonder debuut af, waarop het de Europicana introduceerde. Die Europicana wordt nu de toekomst in getrokken met onder andere elektronische impulsen en zoveel verassende wendingen dat het je soms duizelt. Exilio verdient absoluut een prijs voor een van de mooiste verpakkingen van vinyl die ik ooit heb gezien, maar ook in muzikaal opzicht is de tweede van de Nederlandse band een album om in te lijsten. Canvas Blanco roept 1001 associaties op en voegt steeds weer andere ingrediënten toe aan haar muziek. Met iedere noot groeit de bewondering voor dit wonderschone album.


Canvas Blanco is een Nederlandse band, die alweer ruim 4 jaar geleden verraste met het uitstekende Call Me Lucky, Fat Or Skinny. Het debuut van de band rond Jozua Koffeman, die eerder aan de weg timmerde met Lorrainville en Brown Feather Sparrow, was volgens de band zelf te omschrijven als “Americana met een flinke dosis fantasie”, oftewel Europicana. 

Ik vergeleek de muziek op het debuut van Canvas Blanco vooral met de albums van Sparklehorse en Calexico, al hoorde ik ook wel wat van het net wat avontuurlijkere werk van Paul McCartney. Het debuut van de Nederlandse band werd geprezen in meerdere recensies, maar uiteindelijk viel de aandacht voor het eerste album van Canvas Blanco me toch wat tegen. Albums als deze moet immers iedere muziekliefhebber horen. 

Eerder deze maand bracht de band een nieuw album uit, Exilio. Ik heb het prachtig groen gekleurde vinyl al een tijdje in huis en kan inmiddels concluderen dat Canvas Blanco haar zo terecht geprezen debuut heeft weten te overtreffen. De band had na een geslaagde crowdfunding campagne acht dagen de beschikking over een studio en nam in die acht dagen maar liefst 18 songs op. Het levert ruim 70 minuten muziek op, verdeeld over twee LP’s. 

Canvas Blanco heeft ervoor gekozen om het album pas later dit jaar uit te brengen via de streaming media diensten. Ik kan daar aan de ene kant begrip voor opbrengen, want de schoorsteen moet ook roken, maar aan de andere kant maakt een band die niet meegaat met diensten als Spotify en Apple Music het zichzelf extra moeilijk. Het zou doodzonde zijn wanneer Exilio door de voorlopige afwezigheid op de streaming media platforms tussen wal en schip valt, want Canvas Blanco heeft een prachtig en bijzonder fascinerend album afgeleverd. 

Het is een album dat zich deels in het zelf gecreëerde hokje Europicana laat duwen, maar de Nederlandse band slaat op haar nieuwe album ook talloze andere wegen in. Exilio is volgens de band zelf “een futuristisch verhaal over het net niet correct gekloonde wonderkind Sam Towyer, die een uitweg zoekt uit een keurslijf van digitale maakbaarheid”. Een echte conceptplaat dus, waarvan je het futuristische aspect terug hoort in de muziek. 

Ook op Exilio verkent Canvas Blanco de grenzen van de Europicana, maar de band heeft ook meer elektronica toegevoegd aan haar muziek. Na de openingstrack vol elektronica en spoken word, combineert Canvas Blanco op fraaie en bijzondere wijze invloeden uit de Americana met 1001 andere invloeden. 

Op een of andere manier heb ik meer dan eens associaties met de muziek van Talkings Heads, maar Exilio is de plaat die Talking Heads nooit gemaakt heeft. Het ene moment klinkt het rootsy of folky, het volgende moment hoor je flarden Radiohead, Wilco of toch weer iets heel anders. Het knappe is dat Exilio een album is dat zowel rootsliefhebbers als liefhebbers van indie-pop moet kunnen aanspreken.

Ik hou persoonlijk wel van albums die organische geluiden combineren met elektronica en die zich graag in meerdere genres bewegen, maar zo goed als Exilio van Canvas Blanco heb ik er niet veel. Canvas Blanco mikt op haar nieuwe album een heleboel nogal uiteenlopende ingrediënten bij elkaar en maakt muziek uit het verleden en muziek uit de toekomst. Het is muziek die op zich niet onconventioneel klinkt, maar ondertussen doet Canvas Blanco alles net wat anders. 

Je moet altijd maar afwachten hoe dat uitpakt, maar in het geval van Exilio levert het een fascinerend album op dat de smaakpapillen op alle mogelijke manieren aangenaam prikkelt. Echt veel te mooi om over het hoofd te zien deze tweede van Canvas Blanco. Erwin Zijleman

Op Spotify vind je momenteel de onderstaande drie singles, maar de rest komt de komende maanden. Een veel betere deal is de aanschaf van het hele album. Bijzonder fraai verpakt in een luxe hoes met tweemaal bijzonder fraai groen en fantastisch klinkend vinyl, het album op cd en een downloadcode voor MP3 of lossless audio. Doen. https://www.canvasblanco.com/store/.