31 maart 2010

She & Him - Volume Two

Actrice Zooey Deschanel en muzikant M. Ward liepen elkaar een jaar of drie geleden tegen het lijf op een filmset. Wat begon als een impulsieve samenwerking werd al snel She & Him. Het duo debuteerde twee jaar geleden met het verrassend sterke Volume One; een plaat die in Nederland niet zo heel veel aandacht heeft gekregen, maar in de Verenigde Staten terecht werd uitgeroepen tot één van de betere platen van het jaar. Vorig jaar dook M. Ward op met de gelegenheidsband Monsters Of Folk en maakte hij een hele overtuigende soloplaat, maar dit jaar staat weer in het teken van She & Him. Volume Two laat zich, zoals de titel misschien ook al wel suggereert, beluisteren als het logische vervolg op Volume One. Net als op hun debuut maken Zooey Deschanel en M. Ward op Volume Two nagenoeg perfecte popliedjes. Het zijn zonnige en zorgeloze popliedjes die herinneren aan muziek die in de 60s en 70s werd gemaakt. Zooey Deschanel is misschien geen heel groot zangeres, maar ze beschikt absoluut over een aangenaam stemgeluid en weet de songs op Volume 2 bovendien op verleidelijke en expressieve wijze te vertolken. Net als op Volume One is M. Ward verantwoordelijk voor de instrumentatie en productie. Hij heeft wederom gekozen voor een vol geluid dat zo hier en daar raakvlakken heeft met de fameuze Wall Of Sound van Phil Spector, al kan hij de songs van het duo net zo makkelijk relatief sober inkleuren. She & Him maakt ook op Volume 2 muziek die voortborduurt op de meidenpop van Phil Spector, de singer-songwriter muziek van Carole King en Laura Nyro, de psychedelische pop van The Mamas & The Papas, de 70s rock van Fleetwood Mac en de honingzoete pop van The Carpenters. Het is muziek die bijna schreeuwt om het etiket retropop, al klinkt Volume Two wat mij betreft ook zeker eigentijds. Volume Two is misschien iets minder verrassend dan zijn voorganger, maar de muzikale chemie tussen Zooey Deschanel en M. Ward is alleen maar sterker geworden, wat een positieve invloed heeft gehad op de kwaliteit van de songs. Net als Volume One is Volume Two een ultieme feel-good plaat die de zon laat schijnen, maar die in muzikaal opzicht ook flink wat te bieden heeft. Zooey Deschanel en M. Ward hebben het gewoon weer geflikt. Een prachtig voorproefje op een hopelijk fantastische zomer. Erwin Zijleman

30 maart 2010

Gonjasufi - A Sufi And A Killer

Er wordt momenteel vanuit allerlei hoeken heel erg druk gedaan over de muziek van de uit San Diego afkomstige, maar tegenwoordig vanuit Las Vegas opererende yogaleraar Sumach Ecks; sinds kort beter bekend als Gonjasufi. Op basis van hetgeen ik er de afgelopen weken over gelezen heb, leek Gonjasufi’s debuut A Sufi And A Killer me eerlijk gezegd geen plaat waar ik warm voor zou kunnen lopen, maar na alle bijzonder lovende woorden kon ik mijn nieuwsgierigheid toch niet bedwingen. Ik ben op zich geen liefhebber van electronica en dance (het etiket dat de muziek van Gonjasufi vooral krijgt opgeplakt), maar wanneer Gonjasufi deze genres bij elkaar voegt en ze op geheel eigen wijze vermengt met 60s psychedelica, 70s funk, wereldmuziek, jazz, soul, pop, hiphop, folk en rock ontstaat muziek die niet alleen continu de fantasie prikkelt, maar bovendien genres overstijgt. A Sufi And A Killer blijkt al snel een plaat die je niet alleen constant op het verkeerde been zet, maar tegelijkertijd diepere bewondering afdwingt. De muziek van Gonjasufi inspireerde Allmusic.com tot het soort cryptische vergelijking waar de site inmiddels patent op heeft: “Like if J. Dilla produced George Clinton after visiting with the Dalai Lama, or if Dan the Automator recorded Cody Chesnutt after the two shared a plate of magic mushrooms”. Het is zoals altijd aardig verzonnen, maar dit keer kan ik er weinig mee. Zelf zou ik A Sufi And A Killer willen omschrijven als een vat vol tegenstrijdigheden dat verbazingwekkend consistent en toegankelijk klinkt. Ook dit is overigens geen omschrijving waar je als lezer direct mee uit de voeten kunt, maar ik vraag me oprecht af of een dergelijke omschrijving is te verzinnen voor A Sufi And A Killer. Op zijn debuut schotelt Gonjasufi ons een luistertrip voor die sneller van kleur verschiet dan een hyperactieve kameleon, die op papier tegenstrijdige muzikale invloeden op natuurlijk wijze aan elkaar weer te verbinden, die tegelijkertijd stokoud en hypermodern klinkt en die zich ondanks al het avontuur laat beluisteren als een serie geweldige popsongs. Het zijn geen makkelijke popsongs; laat dat duidelijk zijn. Het begint al bij de opmerkelijke stem van Gonjasufi die constant de irritatiegrens opzoekt, maar deze steeds net niet overschrijdt. Hierbij komt het wat mysterieus aandoende klankentapijt dat piept en kraakt en voor een deel put uit Oriëntaalse, Afrikaanse en Aziatische klanken. En dan is er ook nog eens de bijzonder grote diversiteit aan stijlen. Het maken van vergelijkingen met de muziek van anderen is zinloos en misschien geldt wel hetzelfde voor het doen van een poging om de muziek van Gonjasufi te omschrijven. Gonjasufi heeft een plaat gemaakt die je alleen maar bijzonder kunt noemen. Of de plaat uit zal groeien tot een onbetwist meesterwerk laat zich nog niet voorspellen, maar ik acht A Sufi And A Killer zeker kansrijk. Een overwinning voor popmuziek die geen concessies wenst te doen. Erwin Zijleman