vrijdag 24 mei 2019

Carly Rae Jepsen - Dedicated

Madonna deed de afgelopen week publiek troonafstand, maar gelukkig staat Carly Rae Jepsen klaar als nieuwe Queen of Pop
Je moet er van houden, maar als je er van houdt zijn de perfecte popalbums van Carly Rae Jepsen albums om in de gaten te houden. E-MO-TION werd eind 2015 terecht overladen met positieve recensies en ook het nu verschenen Dedicated is een heel goed popalbum. Carly Rae Jepsen werkte dit keer met meer dan 20 (!) producers, maar houdt zelf de regie op een album dat binnen de pop een breed spectrum verkent. De ene keer gaat de Canadese terug naar de jaren 70 en 80, de volgende keer staat ze met beide benen in het heden. Alles is even knap gemaakt, met de prima zang en de persoonlijkheid van Carly Rae Jepsen als bonus. Krachtvoer voor de liefhebber van pure pop.


Muziekliefhebbers die niet zijn uitgerust met een zwak voor goed gemaakte popmuziek kunnen na het lezen van deze zin direct afhaken, terwijl muziekliefhebbers met dit zwak juist de oren en ogen moeten spitsen. Vandaag gaat immers alle aandacht uit naar de Canadese Carly Rae Jepsen. 

Deze Carly Rae Jepsen debuteerde in 2008 als jonge twintiger nog weinig succesvol, maar leverde in 2012 het zeer succesvolle Kiss af. Kiss dankte het wereldwijde succes vooral aan de wereldhit Call Me Maybe, maar was verder geen heel opzienbarend album, al was de belofte wel te horen. 

Het aan het eind van 2015 verschenen E-MO-TION was wat mij betreft wel een opzienbarend album en maakte de belofte meer dan waar.  Dat was deels de verdienste van een heel legioen aan hippe producers, maar de Canadese muzikante slaagde er wat mij betreft ook in om een eigen stempel op haar songs te drukken. 

E-MO-TION stond vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende popliedjes die de perfectie in het genre benaderden. Het waren ook nog eens popliedjes die niet alleen in het heden stonden, maar ook teruggrepen op aanstekelijke popmuziek uit de jaren 80 en Europese elektronische popmuziek uit de late jaren 90 en vroege jaren 00 (met Robyn als hoorbaar voorbeeld), terwijl Carly Rae Jepsen ook in tekstueel opzicht een persoonlijk tintje aan haar songs wist toe te voegen. 

Bijna drieënhalf jaar na E-MO-TION is een een nieuw album, Dedicated, dat de lijn van zijn voorganger doortrekt. Om te genieten van het nieuwe album van de Canadese muzikante is een zwak voor pure pop zoals gezegd een vereiste, maar ook het ontbreken van een allergie voor een dichtgesmeerde en opgepoetste productie is een voorwaarde voor het kunnen genieten van het nieuwe album van de Canadese muzikante. 

Ik ben zelf niet vies van pure pop en kan het af en toe wel waarderen als producers een grote en zeer goed gevulde trukendoos open trekken. Het gebeurt absoluut op Dedicated, dat werd gemaakt met meer dan 20 (!) verschillende producers. De meeste van deze producers duiken slechts in een van de 15 tracks op het album op en moeten in de meeste gevallen de credits nog delen ook. Alle reden dus om stevig uit te pakken en dat is te horen. 

Dedicated is een stevig geproduceerd album en het is een album dat meerdere kanten op schiet. Invloeden uit de jaren 80 zijn net wat minder nadrukkelijk aanwezig dan op E-MO-TION, terwijl modernere elektronische popmuziek aan terrein heeft gewonnen. Hier laat Carly Rae Jepsen het niet bij, want ze sleept er ook wat jaren 70 disco bij en vindt bovendien aansluiting bij de popprinsessen van het moment. 

Het knappe is dat ze ook dit keer buiten de lijntjes weet te kleuren. Dedicated heeft een aantal funky uitstapjes, biedt hier en daar ruimte aan een onverwacht instrument (als een saxofoon) en kan stuwende elektronische popmuziek moeiteloos afwisselen met buitengewoon lichtvoetige kauwgomballen pop, die herinnert aan Cyndi Lauper. 

Over één ding heb ik het nog helemaal niet gehad en dat is over de zang van Carly Rae Jepsen. Die zang is prima. De Canadese muzikante kan in 1001 genres uit de voeten en trekt uiteindelijk vrijwel alle songs op het album over de streep. Of ik er heel vaak na ga luisteren weet ik niet, maar als ik behoefte heb aan goedgemaakte en in artistiek opzicht net wat interessantere hedendaagse popmuziek, weet ik Dedicated van Carly Rae Jepsen zeker te vinden. Erwin Zijleman



 

donderdag 23 mei 2019

Big Big Train - Grand Tour

Big Big Train gooit er maar weer eens vijf kwartier progrock tegenaan en het is progrock die op knappe wijze een brug slaat tussen het heden en een ver verleden
Folklore van Big Big Train heeft er een paar jaar geleden absoluut aan bijgedragen dat ik weer wat vaker symfonische rock of progrock albums uit de kast trek. De Britse band is uiterst productief en heeft wederom een album afgeleverd dat doet denken aan het oude Genesis (met Peter Gabriel), maar dat zeker niet is blijven hangen in de vroege jaren 70. De lange tracks op het album zitten vol muzikaal vuurwerk, waarbij Big Big Train ook uitstapjes richting andere genres niet schuwt. Het levert een album op dat je noot voor noot wilt ontdekken, maar het is ook een album waarbij het verrassend aangenaam wegdromen is.


Ik heb de afgelopen jaren weer wat meer waardering voor bands die in het hokje progrock worden geduwd. Progrock, of symfonische rock (de benaming uit de jaren 70), zag ik lange tijd als een jeugdliefde of jeugdzonde en als ik er al naar greep, greep ik naar de albums van oude helden en dat waren in mijn geval met name Genesis en Yes. 

Toen de liefde voor het genre een paar jaar geleden langzaam terugkwam, koos ik in eerste instantie wederom voor de oude helden, maar langzaam maar zeker kwamen er ook nieuwe bands bij. Big Big Train was een van deze bands. 

De band uit het Britse Bournemouth, Dorset, timmert al sinds het einde van de jaren 80 aan de weg en heeft inmiddels een respectabel aantal (meer dan 25) albums op haar naam staan. Mijn eerste kennismaking stamt uit 2016 toen het bijzonder fraaie Folkore verscheen en de liefde voor Big Big Train werd bevestigd door het een jaar later verschenen Grimspound. 

De muziek van Big Big Train deed me vrijwel onmiddellijk aan Genesis in haar beginjaren denken en dat heeft alles te maken met de stem van de zanger, die veel weg heeft van de stem van Peter Gabriel. 

Big Big Train blijkt een zeer productieve band, want de afgelopen jaren verschenen naast de twee genoemde albums niet alleen twee live-albums, maar ook nog een studioalbum dat me is ontgaan. Het deze week verschenen Grand Tour is me gelukkig niet ontgaan, want ook het nieuwe album van Big Big Train is weer prachtig. 

Ook Grand Tour roept onmiddellijk associaties op met de vroege platen van Genesis. Het ligt voor een belangrijk deel aan de vocalen, die nog altijd veel weg hebben van die van Peter Gabriel, maar ook in muzikaal opzicht ligt Grand Tour over het algemeen genomen dichter bij Genesis dan bij Yes, Pink Floyd of Emerson, Lake & Palmer, om maar eens een aantal dinosaurussen uit het symfonische rock tijdperk te noemen. 

Ik zeg bewust over het algemeen genomen, want de muziek van Big Big Train is verrassend veelzijdig. Wanneer de band kiest voor net wat meer experiment zijn de grote albums van Yes toch opeens dichtbij, terwijl de songs met een wat meer folky inslag invloeden van Jethro Tull laten horen en ook uitstapjes richting Marillion en U.K.of juist richting psychedelica of jazzrock nooit ver weg zijn. 

Het knappe van Grand Tour is dat Big Big Train er aan de ene kant in slaagt om muziek te maken die naadloos aansluit bij die van de grote symfonische rockbands van enkele decennia geleden, maar toch geen moment achterhaald en overbodig klinkt. 

Zoals het een band in het genre betaamt wordt niet gekeken op een minuutje meer of minder. Grand Tour bevat maar liefst vijf kwartier muziek en van de negen songs op het album klokken er drie ruim boven de tien minuten. Dat betekent dat er alle ruimte is voor muzikale hoogstandjes en muzikaal vuurwerk, maar Big Big Train is geen band die het moet hebben van eindeloze solo’s. 

De Britse band trekt een arsenaal aan instrumenten, inclusief blazers en strijkers, open en kleurt haar songs steeds weer net wat anders in. Enige liefde voor de progrock is wel noodzakelijk om te kunnen genieten van Grand Tour, want het bombast wordt uiteraard niet geschuwd op het album. 

Het is een album waar ik op meerdere manieren van kan genieten. Aan de ene kant is het een album dat me mee terugneemt naar muziek die ik een aantal jaren gekoesterd heb maar vervolgens bijna vergeten ben, maar het is ook een album met een aantal wonderschone songs dat is volgespeeld door topmuzikanten die zeker niet in het verleden zijn blijven hangen, waardoor Big Big Train soms klinkt als het oude Genesis, maar net zo makkelijk de meest melodieuze momenten van Elbow aan kan raken. Voor de liefhebbers misschien, maar voor deze liefhebbers is het vijf kwartier smullen. Erwin Zijleman

De muziek van Big Big Train is ook  verkrijgbaar via bandcamp: https://bigbigtrain.bandcamp.com.



 

woensdag 22 mei 2019

Carrie Tree - The Canoe

The Canoe van Carrie Tree ontdekte ik na een toevallige tip, maar dit is een album dat alle aandacht verdient, zeker van liefhebbers van Britse folk met een ambient twist
Ik had tot voor kort nog nooit van Carrie Tree gehoord, maar de Britse muzikante heeft een bijzonder fraai album gemaakt. Het op IJsland opgenomen The Canoe werd opgenomen door de mij onbekende producer Markus Sieber (a.k.a. Aukai), die een kunststukje heeft afgeleverd. Het is een kunststukje met een hoofdrol voor piano en akoestische gitaar, die steeds gezelschap krijgen van subtiel ingezette andere instrumenten. Het past allemaal fraai bij de bijzondere stem van Carrie Tree, die op geheel eigen wijze en vol emotie zingt. Carrie Tree is volslagen onbekend in Nederland, maar verdient absoluut een publiek.

Een lezer van deze BLOG wees me een paar dagen geleden op The Canoe van ene Carrie Tree en na één keer horen wist ik dat het een geweldige tip was. 

Carrie Tree is een singer-songwriter uit het Britse Brighton en The Canoe is haar derde album. De eerste twee ken ik niet, maar The Canoe is een uitstekend album. 

Carrie Tree nam haar derde album op in het IJslandse Reykjavik, waar ze samenwerkte met producer Markus Sieber, die onder de naam Aukai een aantal ambient albums heeft gemaakt. Ik kende Carrie Tree niet en ik kende haar producer niet, maar het product van hun samenwerking is van hoog niveau. 

The Canoe opent met fraaie pianoklanken, die prachtig kleuren bij de bijzondere stem van Carrie Tree. De Britse singer-songwriter heeft in de openingstrack een geheel eigen manier van zingen, die fluisterzacht en expressief combineert. Het is zang waarvan je moet houden, maar als je ervan houdt speelt Carrie Tree direct een gewonnen wedstrijd. 

Ik was zelf direct onder de indruk van de emotievolle zang van de muzikante uit Brighton en was minstens net zo onder de indruk van de bijzonder fraaie instrumentatie in de openingstrack van The Canoe. Het is een instrumentatie waarin pianoklanken domineren, maar Markus Sieber heeft er op subtiele wijze een aantal instrumenten aan toegevoegd, waardoor de track opvallend warm klinkt en wel wat heeft van Joni Mitchell in haar Laurel Canyon periode. 

In de tweede track neemt de akoestische gitaar het over van de piano en klinkt Carrie Tree direct wat meer folky. Ook in een folky track doet de stem van Carrie Tree het uitstekend en ook dit keer weet de Britse singer-songwriter bijzondere accenten te leggen, waardoor ze anders klinkt dan de meeste van haar soortgenoten. 

Ook de instrumentatie in de tweede track is bijzonder. Markus Sieber voegt ook dit keer bijzondere instrumenten toe, waardoor er van alles gebeurt in de muziek op The Canoe. Het is bijzonder subtiele muziek, die beluistering via de koptelefoon verdient om maar geen detail te hoeven missen. Piano en akoestische gitaar eisen meestal de hoofdrol op in de instrumentatie op The Canoe, maar de geweldige baslijnen en de subtiele toevoegingen van bijzondere instrumenten mogen er ook zeker zijn. 

Op The Canoe laat Carrie Tree zich vooral beïnvloeden door Britse folk uit vervlogen tijden, maar door de ambient achtige klanken in de instrumentatie, de bijzondere manier van zingen en de voorzichtige uitstapjes richting jazz, klinkt Carrie Tree uiteindelijk toch flink anders dan de meeste van haar soortgenoten. Heel af en toe doet het me wel wat denken aan Kathryn Williams, maar de stijl van Carrie Tree is zo bijzonder dat je The Canoe met vergelijken geen recht doet. 

The Canoe is een uiterst ingetogen album vol mooi verzorgde en prachtig gearrangeerde en geproduceerde songs, maar saai wordt het geen moment. Sterker nog, iedere keer dat ik luister naar het derde album van Carrie Tree zijn haar songs me weer wat dierbaarder. In het Verenigd Koninkrijk krijgt The Canoe wel wat aandacht, maar ook in Nederland moeten er muziekliefhebbers zijn die het derde album van Carrie Tree wel eens erg mooi zouden kunnen vinden. Erwin Zijleman

De muziek van Carrie Tree kan worden verkregen via haar bandcamp pagina: https://carrietree.bandcamp.com.

 

dinsdag 21 mei 2019

Christone "Kingfish" Ingram - Kingfish

De piepjonge Christone "Kingfish" Ingram eert zijn muzikale helden en schaart zich met zijn debuut onder de beste blues muzikanten van het moment
Hoe vaak levert een muzikant van net 20 een doorleefd en gevarieerd blues album als Kingfish af? Niet heel vaak denk ik en daarom mag Christone "Kingfish" Ingram van mij best worden onthaald als sensatie. De Amerikaanse muzikant speelt de pannen van het dak, tovert de ene na de andere geweldige solo of riff uit zijn gitaar en is ook nog eens voorzien van een geweldige stem. En ondertussen gaat de muzikant uit Clarksdale, Mississippi, ook nog eens aan de haal met een breed assortiment aan blues varianten. Het levert een album op dat zich moeiteloos zal scharen tussen de beste blues albums van 2019.


Oude blues helden worden zo langzamerhand schaars, maar gelukkig zijn er ook nog jonge muzikanten met een voorliefde voor het genre. Christone "Kingfish" Ingram kon op zesjarige leeftijd uit de voeten op de drums, schakelde twee jaar later over op de bas, maar zijn leven veranderde pas echt toen hij op 9-jarige leeftijd de blues en de gitaar ontdekte via een documentaire over Muddy Waters. 

Christone Ingram kreeg zijn eerste gitaar, zette direct reuzenstappen en stond toen hij 11 was voor het eerst op het podium bij zijn muzikale helden. De muzikant uit Clarksdale, Mississippi, is inmiddels 20 en klaar voor het echte werk. 

De Amerikaanse muzikant leerde het vak in het Delta Blues Museum in Clarksdale, waar hij als tiener les kreeg van oude blues muzikanten als Bill "Howl-N-Madd" Perry (die hem de bijnaam Kingfish gaf) en Daddy Rich. Het volgende zetje in de rug kreeg hij van gitarist Eric Gales, die hem liet meespelen op zijn album Middle Of The Road en van Buddy Guy, die hem meerdere malen de hemel in prees. En nu is er dan het in Nashville opgenomen debuut Kingfish, dat werd geproduceerd door de gelouterde Tom Hambridge, die eerder werkte met onder andere Buddy Guy, Susan Tedeschi en George Thorogood. 

Christone "Kingfish" Ingram is pas 20 jaar oud, maar klinkt op zijn debuut als een door de wol geverfde blues muzikant. Het album opent met lekkere stevige bluesrock en laat direct horen dat Christone "Kingfish" Ingram een getalenteerd zanger en een werkelijk geweldige gitarist is. Zijn stem klinkt doorleefder dan je van iemand van zijn leeftijd zou verwachten en past perfect bij de rauwe blues waarmee het album opent. Het is rauwe blues met meedogenloze riffs, hier en daar afgewisseld door vlammende solo’s. 

Kingfish laat goed horen dat de jonge muzikant uit Clarksdale, Mississippi, het vak leerde van een stel ouwe rotten uit het genre. Kingfish staat vol met vlammende bluesrock, maar kan ook uit de voeten met doorleefde Chicago blues, broeierige Delta blues of met ingetogen akoestische blues, waardoor het debuut van de Amerikaan verrassend gevarieerd is.

Producer Tom Hambridge heeft een stel prima muzikanten verzameld rond Christone "Kingfish" Ingram, maar de pas 20-jarige muzikant eist met afstand de meeste aandacht op met geweldig gitaarwerk en zijn doorleefde strot. Desondanks verdient de band alle lof, want met name de ritmesectie en de pianist leveren geweldig werk af en stuwen de gitarist vervolgens naar grote hoogten.

Kingfish kent gastbijdragen van Buddy Guy en Keb’ Mo’, maar ook zonder hulp van de groten levert Christone "Kingfish" Ingram vakwerk af. Het doet me af en toe wel wat denken aan het vroege werk van Robert Cray, al klinkt Kingfish wel wat rauwer, en natuurlijk is het album schatplichtig aan alle grote blues muzikanten uit het verleden. Qua gitaarwerk is Stevie Ray Vaughan overigens ook nooit ver weg.

Door te schakelen tussen verschillende blues varianten, houdt het debuut van de muzikant uit Mississippi de aandacht makkelijk vast, waardoor de 12 songs en ruim 50 minuten voorbij vliegen. Christone "Kingfish" Ingram is pas 20 jaar, maar laat nu al horen dat de erfenis van de grote blues muzikanten die hem voor gingen bij hem in goede handen is. Goed nieuws dus voor de liefhebbers van het genre. Erwin Zijleman



 

maandag 20 mei 2019

Alex Lahey - The Best Of Luck Club

Alex Lahey transformeert van een katje om niet zonder handschoenen aan te pakken in een heuse popprinses, maar dit album heeft uiteindelijk iets bijzonder lekkers
Alex Lahey had op haar twee jaar geleden verschenen debuut nog punk en garagerock ambities, wat haar eerste album op zijn minst leuk maakte. Punk en garagerock zijn op haar tweede album grotendeels verruild voor pop, maar het is pop met een licht eigenwijze twist. Het is bovendien pop die zich genadeloos opdringt en die na een paar keer horen deels is opgeslagen in het lange termijn geheugen. Vraag is of Alex Lahey zich met haar debuut schaart onder de kleurloze popprinsessen of blijft behoren tot het legioen van de talentvolle en eigenzinnige vrouwelijke singer-songwriter in het indie-segment. Ik kies absoluut voor het laatste.


I Love You Like A Brother, het debuut van de Australische singer-songwriter Alex Lahey, beviel me in eerste instantie wel, maar na een paar keer horen bleven de songs van de singer-songwriter uit Melbourne toch onvoldoende hangen om van het album veel meer te maken dan een guilty pleasure. 

Op haar debuut wisselde Alex Lahey stekelige rocksongs met een PJ Harvey twist af met zonnige popliedjes, die herinnerden aan bands als The Go-Go’s, maar dan met een punky attitude, waardoor het ook wel had van Blondie. De jonge Australische singer-songwriter schuwde hierbij het ruwere gitaarwerk niet, wat haar debuut absoluut een zekere charme gaf. 

Op The Best Of Luck Club kiest Alex Lahey voor een net wat minder rauw en stevig geluid en laat ze meer invloeden uit de pop toe in haar muziek. Het zal er ongetwijfeld voor zorgen dat liefhebbers van de rauwere kant van Alex Lahey af zullen haken, maar ik hou persoonlijk wel van het nieuwe geluid van de Australische singer-songwriter, die de inspiratie voor haar nieuwe album op deed tijdens een road trip door de Verenigde Staten en het album uiteindelijk opnam in Nashville met de bekende producer Catherine Marks (Local Natives, Wolf Alice). 

Tijdens haar road trip heeft Alex Lahey ongetwijfeld geluisterd naar de Amerikaanse radiostations met een voorliefde voor groots klinkende pop en rock. The Go-Go’s zijn deels verruild voor het solowerk van Belinda Carlisle en hier en daar zelfs een vleugje Kim Wilde, maar Alex Lahey is haar wilde haren gelukkig niet helemaal kwijt. 

The Best Of Luck Club klinkt hier en daar nog rauw en stekelig en op een of andere manier contrasteert dit best mooi met de popliedjes die de ambitie hebben om na één keer in je hoofd te zitten. Dat zal Alex Lahey zeker niet bij iedereen lukken, maar ik heb absoluut een zwak voor de rijkelijk ingekleurde popliedjes van de Australische. 

Het debuut van Alex Lahey noemde ik uiteindelijk een guilty pleasure vanwege de charmante eigenwijsheid en rauwheid van Alex Lahey maar een gebrek aan echt goede songs. The Best Of Luck Club brengt de belofte van de betere songs, maar omdat het tweede album van Alex Lahey wel erg nadrukkelijk flirt met radiovriendelijke pop, was ook het nieuwe album van de muzikante uit Melbourne voor mij niet direct veel meer dan een guilty pleasure. 

Met een guilty pleasure is op zich niets mis en ik moet zeggen dat het tweede album van Alex Lahey me toch langzaam maar zeker heeft veroverd. Ik heb wel wat met popliedjes die je na één keer horen vast weet te houden en ik hou ook wel van de stem en de bravoure van de Australische muzikante. Alex Lahey heeft de punky pop van haar debuut niet helemaal losgelaten maar ingepakt met een flinke laag synths en gitaren. Het levert een album op dat een popprinses met voorzichtige rockambities graag gemaakt zou hebben, maar het is ook een album dat interessanter is wanneer je net wat beter luistert. 

Alex Lahey kent haar klassiekers in de popmuziek en smeedt van alles en nog wat samen in een geluid dat vooral bedoeld is om genadeloos te verleiden. The Best Of Luck Club is een popalbum dat vraagt om een open dak, zonnestralen en een eindeloze weg. Het is een popalbum dat doet verlangen naar zomeravonden die niet zouden moeten eindigen. Het is misschien niet meer dan suikerzoete pop in een leren jasje, maar Alex Lahey beheerst dit kunstje wel verdomd goed. Erwin Zijleman

De muziek van Alex Lahey is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://alexlahey.bandcamp.com/album/the-best-of-luck-club.



 

zondag 19 mei 2019

The National - I Am Easy To Find

The National geeft alle ruimte aan vrouwenstemmen, wat weer extra dimensies toevoegt aan het zo bijzondere geluid van de band uit New York
The National behoort inmiddels tot de grote bands, maar moet niets hebben van consolideren. Het nieuwe album van de band klinkt weer totaal anders dan zijn voorgangers en dat is dit keer vooral de verdienste van de gastzangeressen, die een verrassend stevig stempel drukken op I Am Easy To Find. Het nieuwe album van The National bevat flink wat tracks die duetten mogen worden genoemd en een warmer, sfeervoller en intiemer geluid laten horen dan we van de band kennen. Het zal niet iedereen bevallen, maar een ieder die, net als ik, een voorliefde heeft voor vrouwenstemmen, zal waarschijnlijk zeer gecharmeerd zijn van I Am Easy To Find.


Nog geen twee jaar na het geweldige Sleep Well Beast is The National terug met een nieuw album. De band uit Brooklyn, New York, heeft zich inmiddels geschaard onder de grote bands van het moment, maar zoekt nog altijd naar vernieuwing. 

I Am Easy To Find is een album waar de ambitie van af spat. The National komt niet alleen op de proppen met maar liefst 16 songs en meer dan een uur muziek, maar levert samen met regisseur en producer Mike Mills ook een bijbehorende korte film af. 

I Am Easy To Find opent met twee even mooie als spannende tracks, die ook op het vorige album van de band hadden kunnen staan, maar stiekem klinkt het toch anders. In de openingstracks duikt na een tijdje een vrouwenstem op, maar vanaf de derde track neemt de dominantie van de vrouwenstemmen toe. 

Vanaf deze track krijgen de wat sombere vocalen van Matt Berninger met grote regelmaat gezelschap van vrouwenstemmen, die nogal bepalend blijken voor het nieuwe geluid van de Amerikaanse band, dat deels werd geïnspireerd door de bijbehorende film over het leven en de dood van een jonge vrouw. 

In het recente verleden stond The National op de planken met onder andere Phoebe Bridgers en Leslie Feist, die ik ook graag had terug gehoord op I Am Easy To Find. Veel te klagen is er echter niet voor de liefhebbers van vrouwenstemmen, want onder andere Mina Tindle, Lisa Hannigan, Kate Stables (This Is The Kit), Sharon Van Etten en de van David Bowie bekende Gail Ann Dorsey drukken een verrassend stempel op het nieuwe album van The National. 

In de eerste reacties op het Internet lees ik zeker niet alleen enthousiaste reacties op het toevoegen van vrouwenstemmen aan de muziek van The National, maar ik vind het persoonlijk prachtig. Ik ben niet alleen gek op vrouwenstemmen, maar hoor ook dat ze de muziek van The National dromeriger, zachter, maar ook melodieuzer, sfeervoller en intiemer maken, wat deels ook op het conto van de rijkelijk toegevoegde strijkers mag worden geschreven. 

Vanaf de derde track van het album, gaat het tempo omlaag en vloeit de stem van Matt Berninger verrassend mooi samen met vrouwenstemmen in tracks die als duetten kunnen worden getypeerd. Het is in eerste instantie Gaill Ann Dorsey die indruk maakt in een lome track met zwaar aangezette piano en strijkers, donkere vocalen van Matt Berninger en spannende ritmes, maar in de volgende track neemt Mina Tindle het stokje prachtig over met nog veel nadrukkelijker aanwezige vocalen, die prachtig kleuren bij de wederom spannende instrumentatie en de fraai ondersteunende zang van The National voorman. 

I Am Easy To Find klinkt wat lichtvoetiger en toegankelijker dan we van de New Yorkse band gewend zijn, maar rafel de verschillende lagen uiteen en je hoort toch weer van alles dat het oor streelt en de fantasie prikkelt. De instrumentatie komt steeds in meerdere lagen uit de speakers, waarbij vaak wat donker getinte gitaarlijnen of elektronica worden gecombineerd met bijzondere ritmes, die de muziek van The National toch weer een eclectisch karakter geven. 

Matt Berninger en de vele vrouwelijke gastmuzikanten op het album tekenen voor prachtig melodieuze duetten, maar de muziek van de band mag gelukkig ook nog af en toe ontsporen, bijvoorbeeld wanneer Matt Berninger en Lisa Hannigan mooie klanken afwisselen met spoken word, waarna de instrumentatie, die dit keer wat minder is gefocust op elektronica, los mag gaan. 

Zeker in de meer ingetogen songs klinkt The National anders dan we van de band gewend zijn en hetzelfde geldt voor de songs waarin niet alleen een enkele vrouwenstem opduikt maar een compleet koor (Brooklyn Youth Chorus). Het pakt wat mij betreft prachtig uit. 

I Am Easy To Find is zo avontuurlijk en afwisselend als je van een album van The National mag verwachten en biedt bovendien de vernieuwing die je van de band verwacht. Een volgend hoogtepunt in het prachtige oeuvre van de band. Erwin Zijleman



 

zaterdag 18 mei 2019

Clinic - Wheeltappers And Shunters

Clinic was een tijd weg, maar keert terug in grootse vorm met een album dat alle kanten op schiet maar toch verrassend consistent klinkt
Clinic leek zich een jaar of vijftien geleden te scharen onder de grote Britse bands, maar verdween uiteindelijk toch in de anonimiteit. Na een stilte van zeven jaar keert de band uit Liverpool terug met een geweldig album dat de ondergang van Groot-Brittannië lijkt in te luiden. Wheeltappers And Shunters schiet als een achtbaan door tijd en genres, wat een album oplevert dat zowel donker als zonnig klinkt en dat ondanks de veelheid aan invloeden klinkt als een eenheid. De Britse band smeedt invloeden aan elkaar alsof het niets is en creëert een geluid dat je alleen maar aan de naam Clinic kunt verbinden. Verrassend sterk album.


De Britse band Clinic heb ik een aantal jaren gevolgd. Met name de eerste twee albums van de band uit Liverpool, het in 2000 verschenen Internal Wrangler en het uit 2002 stammende Walking With Thee, vond ik heel erg goed, maar na het in 2006 verschenen en ook nog heel aardige Visitations ben ik de band uit het oog verloren. 

De afgelopen week doken met name in de Britse muziekpers zeer positieve verhalen op over het nieuwe album van de band. Wheeltappers And Shunters is verschenen na een stilte van zeven jaar en laat horen dat Clinic nog altijd in staat is om prima albums af te leveren. 

Het nieuwe album is een conceptalbum dat losjes is geinspireerd door de tv-serie The Wheeltappers And Shunters Social Club, die in de jaren 70 populair was, maar het zou ook zomaar een aanklacht tegen de Brexit kunnen zijn, al wordt dit nergens specifiek genoemd. De Britse krant The Guardian dook wat dieper in de teksten en omschrijft Wheeltappers And Shunters uiteindelijk als “a magical mystery tour of broken Britain”. 

In tekstueel opzicht heeft Clinic een donker album afgeleverd en ook in muzikaal opzicht is Wheeltappers And Shunters een album vol donkere tinten. The Guardian noemt het een magical mystery tour, maar het nieuwe album van Clinic is ook een roller coaster ride door een aantal decennia Britse popmuziek en een veelheid aan invloeden. 

Wheeltappers And Shunters put uit de archieven van postpunk, new wave en psychedelica, maar is ook niet vies van Britpop, dub, Krautrock en elektronische popmuziek om maar een paar zijstraten te noemen. Het levert een album op dat klinkt als een exotische cocktail van Pulp, Big Audio Dynamite, Underworld, Bowie, Talking Heads, het vroege Pink Floyd, Kraftwerk en nog veel meer, maar Wheeltappers And Shunters klinkt uiteindelijk vooral als Clinic. 

Diepe ritmes, onderkoelde zang en ouderwets klinkende elektronica geven de muziek van Clinic een bijna bezwerende of hypnotiserende uitwerking, maar ondertussen zijn er ook nog allerlei details waar je op moet letten om maar niets te missen van de bijzondere cocktail die de band uit Liverpool serveert. Wheeltappers And Shunters is een aangenaam klinkend album met even zweverige als groovy songs, maar het is ook een donker of zelfs duister album dat schuurt. 

De Britse muziekpers reageerde zoals gezegd razend enthousiast en daar valt niets op af te dingen. Wheeltappers And Shunters intrigeert vanaf de eerste noten en sleept je vrijwel onmiddellijk mee in een zoektocht naar het Groot-Brittannië van een aantal decennia geleden. 

Clinic was altijd al een meester in het donker laten klinken van zonnige deuntjes en beheerst dit kunstje nog steeds tot in de perfectie. Het voorziet de muziek van de Britse band van een bijzondere lading en het is deze lading die Wheeltappers And Shunters uiteindelijk een flink stuk boven het maaiveld uit tilt. 

Ik was Clinic eerlijk gezegd helemaal vergeten, maar met dit nieuwe album is de band terug met een album dat niet onder doet voor de albums die de band een jaar of vijftien nog een grote band leken te maken. Of dat nog gaat gebeuren durf ik niet te voorspellen, maar dat Wheeltappers And Shunters een groots album is, is voor mij zeker en dit ondanks de speelduur van nog geen 27 minuten. Erwin Zijleman

De muziek van Clinic is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://clinicband.bandcamp.com/album/wheeltappers-and-shunters.



 

vrijdag 17 mei 2019

Jamila Woods - LEGACY! LEGACY!

Jamila Woods kleurt flink buiten de lijntjes van de R&B en levert een fascinerend R&B album af dat niet gaat misstaan in de jaarlijstjes over een maand of zes 
Ik durf mezelf geen liefhebber van R&B te noemen, maar wordt toch steeds weer verrast door de betere albums in dit genre. Na onder andere Janelle Monáe en Solange is het nu Jamila Woods die een R&B album heeft gemaakt dat je van de eerste tot de laatste noot in een wurggreep houdt. De muzikante uit Chicago schiet op LEGACY! LEGACY! alle kanten op en incorporeert invloeden uit onder andere de soul, jazz en hiphop in haar razend spannende R&B. In muzikaal opzicht is het smullen dankzij de talloze verrassende wendingen en veelheid aan invloeden en ook in vocaal opzicht maakt Jamila Woods indruk op dit album dat het absoluut verdient om gehoord te worden, ook als je niet gek bent op R&B.


Ik volg de R&B zeker niet op de voet, maar probeer de meest intrigerende albums in het genre niet te missen. Het leverde de afgelopen jaren jaarlijstjesalbums op van met name Solange en Janelle Monáe. 

Na één keer horen weet ik dat Jamila Woods uit hetzelfde hout is gesneden als Solange en Janelle Monáe. Het deze week verschenen tweede album van de muzikante uit Chicago intrigeert van de eerste tot de laatste seconde en 13 tracks en 49 minuten lang. 

LEGACY! LEGACY! is een album dat absoluut in het hokje R&B past, maar net als haar eerder genoemde soortgenoten zoekt Jamila Woods continu de grenzen van het genre op. 

LEGACY! LEGACY! Is een buitengewoon ambitieus album. Alle tracks op het album zijn vernoemd naar helden van de Amerikaanse muzikante, die hun voornaam hebben geleend aan de verschillende tracks. Het zijn voornamelijk kunstenaars met een Afrikaans-Amerikaanse achtergrond, onder wie muzikanten als Miles (Davis), Eartha (Kitt), Muddy (Waters), maar ook dichters en schrijvers. 

Jamila Woods eert haar helden in songs die meerdere kanten op schieten. R&B vormt de basis van de meeste tracks op het album, maar de bijzondere songs op LEGACY! LEGACY! hebben zich ook laten beïnvloeden door met name jazz, hiphop en soul. 

Jamila Woods experimenteert in haar songs op fascinerende wijze met springerige ritmes die vaak aan de hiphop zijn ontleend. De songs worden verder rijkelijk ingekleurd met elektronica, maar zitten door passages waarin organische klanken spaarzaam worden ingezet ook vol dynamiek. Het zorgt ervoor dat je constant op het puntje van je stoel zit om maar geen detail uit het fascinerende klankentapijt van Jamila Woods te missen. 

Wat voor de instrumentatie op LEGACY! LEGACY! geldt, geldt ook voor de vocalen die minstens even veelzijdig zijn. Jamila Woods vindt hier en daar aansluiting bij neo-soul en hiphop zangeressen als Erykah Badu en Lauryn Hill, maar verliest ook de R&B en hiphop niet uit het oog met zwoele vocalen of gedreven raps en kan ook nog eens heerlijk jazzy klinken.

Het levert een luistertrip op die constant andere dingen laat horen en die ook nog eens opvalt door een enorme gedrevenheid en urgentie. Waar Solange op haar laatste album koos voor wat fragmentarische tracks, laat LEGACY! LEGACY! van Jamila Woods zich beluisteren als één lange track, waarin één voor één haar helden worden geïntroduceerd, stuk voor stuk met andere klanken en andere invloeden, waarbij af en toe ook nog eens een vleugje Prince opduikt. 

Het eerder dit jaar verschenen album van Solange moest ik meerdere keren voor het kwartje viel, maar LEGACY! LEGACY! van Jamila Woods had me direct te pakken en wordt voorlopig alleen maar beter. Ik kan blijven roepen dat R&B meestal niet mijn muziek is, maar pareltjes als deze wil ik echt niet missen. Wat een fascinerend en vaak bloedstollend mooi album. Erwin Zijleman

De muziek van Jamila Woods is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://jamilawoodsmusic.bandcamp.com.



 

donderdag 16 mei 2019

Carlton Jumel Smith - 1634 Lexington Avenue

Carlton Jumel Smith uit Harlem, new York, komt voor mij uit het niets, maar steekt menig groot soulzanger naar de kroon met dit fantastische album
Carlton Jumel Smith maakt al een aantal decennia muziek vanuit zijn geboortestad New York en vanuit de wijk Harlem in het bijzonder, maar het zijn een Fins label en een Finse band die de Amerikaan op de kaart zetten als een groot soulzanger. 1634 Lexington Avenue klinkt als een vergeten klassieker uit de jaren 70 en laat een zanger horen die destijds met de besten mee had gekund. Dat geldt ook voor zijn Finse band, die de pannen van het dak speelt en een soulgeluid neerzet dat zowel authentiek als eigentijds klinkt. Er zijn de afgelopen jaren meerdere geweldige soulzangers opgestaan, maar zo goed als Carlton Jumel Smith hoor ik ze maar zelden.


Carlton Jumel Smith vierde afgelopen weekend zijn 59e verjaardag en heeft inmiddels een rijk muzikaal leven achter zich. De in de New Yorkse wijk Harlem geboren en getogen muzikant maakte deel uit van meerdere bands en liet in deze bands horen dat hij uit de voeten kan met alles tussen soul, funk en house. 

Een jaar of tien geleden leek de Amerikaanse muzikant met een tweetal prima albums voet aan de grond te krijgen in de neo-soul beweging, maar de afgelopen jaren was het stil rond Carlton Jumel Smith. 

Voor zijn nieuwe album moest de soulzanger zijn thuishaven in Harlem, New York, tijdelijk verruilen voor het Finse Helsinki. Het in deze stad gevestigde label Timmion, haalde Carlton Jumel Smith naar haar eigen studio in de Finse hoofdstad en koppelde de Amerikaan aan haar huisband Cold Diamond & Mink. 

Nu associeer ik Helsinki met van alles en nog wat, maar niet direct met soul. Dat het Finse label en haar huisband uitstekend uit de voeten kunnen met het genre maakt Carlton Jumel Smith’s nieuwe album 1634 Lexington Avenue al na enkele noten duidelijk en vanaf dat moment is ook duidelijk dat de mij tot voor kort onbekende Amerikaanse muzikant een groot soulzanger is. 

Het broeierige geluid op 1634 Lexington Avenue en de geweldige zang van Carlton Jumel Smith nemen je op het eerste gehoor onmiddellijk mee terug naar de hoogtijdagen van grote soulzangers als James Brown (die Carlton Jumel Smith als zijn grote voorbeeld ziet), Al Green, Sam Cooke en noem ze maar op. Net als deze grote soulzangers kan de muzikant uit New York geweldig doseren. Het ene moment houdt hij prachtig in, om op het volgende moment de noten uit zijn tenen te laten komen. 

Zijn Finse band weet precies wat nodig is om de muziek op 1634 Lexington Avenue naar een nog wat hoger plan te tillen en speelt de pannen van het dak. Natuurlijk zijn er moddervette blazers, maar op mij maken vooral de keyboards en de geweldig spelende ritmesectie indruk. Het past allemaal prachtig bij de soulvolle strot van Carlton Jumel Smith, die in iedere track diepe indruk maakt. 

Soul zoals die gemaakt werd in de hoogtijdagen van Motown en Stax speelt de hoofdrol op dit geweldige album, maar Cold Diamond & Mink voegt ook fraaie funky accenten toe aan de muziek op het album en flirt hier en daar met meer eigentijdse dansmuziek. Het is echter de vintage soul die me het stevigst bij de strot pakt. In muzikaal en productioneel opzicht doen de Finnen niet onder voor de grote Amerikaanse soulstudio’s uit het verre verleden, maar het is Carlton Jumel Smith die de show steelt met zang die continu garant staat voor kippenvel. 

Het doet me af en toe ook wel wat denken aan de albums van de veel te vroeg overleden Charles Bradley, die een plekje heeft achtergelaten dat prachtig kan worden opgevuld door de minstens even getalenteerde Carlton Jumel Smith. Er zijn de afgelopen jaren nogal eens soulzangers die op latere leeftijd doorbreken naar een groot publiek. Vergeleken met deze soulzangers is Carlton Jumel Smith met zijn 59 jaar nog een jonkie, maar de doorbraak is hem van harte gegund en is niet meer dan terecht. En nu maar hopen dat deze geweldige soulzanger binnenkort op de Europese podia te zien is. Erwin Zijleman

De muziek van de Amerikaanse soulzanger is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://carltonjumelsmith.bandcamp.com/album/1634-lexington-ave.



 

woensdag 15 mei 2019

Steel Blossoms - Steel Blossoms

De vijver met Amerikaanse rootsmuziek zit momenteel overvol, maar de gouden keeltjes van Steel Blossoms zou ik er zeker uitvissen
Het debuut van het Amerikaanse duo Steel Blossoms trok mijn aandacht dankzij de aanstekelijke en vlijmscherpe openingstrack, maar op de rest van het debuutalbum van het Amerikaanse tweetal hoor je pas hoe goed Sara Zebley en Hayley Prosser zijn. Het tweetal uit Pennsylvania, dat een paar jaar geleden een baan voor de klas verruilde voor het onzekere muzikantenbestaan in Nashville, heeft een zwak voor traditionele countrymuziek en honky tonk, maar is ook niet vies voor countrypop of voor songs die net wat buiten de lijntjes van de traditionele countrymuziek kleuren. Prima debuut als je het mij vraagt.  


Er verschijnen momenteel zo ontzettend veel albums die in het hokje Amerikaanse rootsmuziek passen dat het me soms duizelt. Het betekent dat veel albums in deze categorie bij de eerste noten een onuitwisbare indruk zullen moeten maken om niet voorgoed in de vergetelheid te raken. 

Het Amerikaanse duo Steel Blossoms heeft dat goed begrepen. De openingstrack van het titelloze debuut van het tweetal valt op door de fraaie titel, You’re The Reason I Drink, maar ook door twee mooie stemmen, die fraai bij elkaar kleuren. 

You’re The Reason I Drink is een buitengewoon aangenaam deuntje met invloeden uit de country en honky tonk, waarin de vriendjes van de twee leden van Steel Blossoms op fraaie wijze worden gefileerd. Het is een deuntje dat in de smaak zal vallen bij de liefhebbers van traditionele countrymuziek, al is het maar omdat de dames van Steel Blossoms een fraaie snik in de stem hebben. 

Persoonlijk vond ik het eerste album van Sara Zebley en Hayley Prosser echter pas echt indrukwekkend worden in de tweede track, waarin het tempo laag ligt, de instrumentatie bijzonder subtiel is en alles aankomt op de stemmen van het tweetal. Het is een combinatie die op het debuut van Steel Blossoms vaker terugkomt.

Sara Zebley en Hayley Prosser komen uit Pennsylvania, zijn al lang bevriend en stonden een paar jaar geleden nog voor de klas. Uiteindelijk besloten ze hun dromen na te jagen en verruilden ze Pittsburgh voor Nashville, Tennessee. Het levert nu een album op dat zich wat mij betreft weet te onderscheiden van de meeste andere albums die momenteel in het genre verschijnen. 

Steel Blossoms doet dit deels met traditioneel klinkende countrymuziek, die met een beetje fantasie zo uit de jaren 70 zou kunnen stammen. Steel Blossoms blijft echter zeker niet hangen in de jaren 70, maar vindt ook aansluiting bij de Nashville countrypop van het moment. Het duo graaft hiernaast wat dieper in opvallend ingetogen tracks waarin je pas goed hoort hoe mooi de stemmen van Sara Zebley en Hayley Prosser zijn en hoe mooi ze bij elkaar kleuren. 

Het nu verschenen titelloze album van Steel Blossoms is het officiële debuut van het tweetal (in eigen beheer brachten ze eerder al eens een album uit), maar je hoort goed dat Sara Zebley en Hayley Prosser al wat langer muziek met elkaar maken. Je hoort ook dat de muziek van Steel Blossoms in de smaak is gevallen bij de platenbazen in Nashville, want het debuut van het tweetal is hoorbaar volgespeeld door gelouterde muzikanten. 

Liefhebbers van moderne countrypop of wat alternatievere countryvormen, zullen de muziek van Steel Blossoms mogelijk net wat te traditioneel vinden klinken, maar rootsliefhebbers die niet vies zijn van authentieke country klanken en die een zwak hebben voor vrouwenstemmen met de voor het genre zo kenmerkende emotie, zullen veel van hun gading vinden op het debuut van Steel Blossoms. 

Ik bleef zelf in eerste instantie een paar keer hangen bij de geestige openingstrack van het album, maar ook op de rest van het album laten Sara Zebley en Hayley Prosser horen wat ze in huis hebben. Ik heb zomaar het idee dat Steel Blossoms een blijvertje is. Erwin Zijleman

Voor een fysiek exemplaar van het debuut van Steel Blossoms ben je aangewezen op hun eigen webstore: https://www.steelblossoms.com/store.

 

dinsdag 14 mei 2019

Bear's Den - So That You Might Hear Me

Het derde album van Bear's Den viel me bij eerste beluistering gewoon vies tegen, maar hoe vaker ik naar het album luister hoe meer moois er aan de oppervlakte komt
Bear’s Den uit Londen maakte de afgelopen jaren twee geweldige en ook nog eens flink verschillende albums. Op het eerste album domineerde de op dat moment populaire banjo folk, op het tweede album zorgden 80s invloeden voor een geluid dat klaar leek voor de stadions. Het derde album wordt vooralsnog lauwtjes ontvangen en dat begrijp ik wel. Bij oppervlakkige beluistering komt het meer ingetogen geluid van Bear’s Den niet makkelijk tot leven of klinkt het zelfs wat saai. Luister wat beter en je hoort een aangenaam, maar ook spannend album dat steeds meer moois laat horen en dat bewijst dat Bear’s Den niet voor niets zo is bejubeld de afgelopen jaren.


De eerste twee albums van de Britse band Bear’s Den heb ik hoog zitten. Heel hoog zelfs. De band uit Londen vermengde op haar debuut Islands uit 2014 de banjo folk van een band als Mumford & Sons met de toegankelijke pop en rock van bands als Coldplay en Snow Patrol en de in artistiek opzicht veel interessante muziek van bands als Travis en Elbow. 

Op het in 2016 verschenen Red Earth & Pouring Rain verdween de banjo naar de achtergrond en flirtte Bear’s Den opzichtig met invloeden uit de jaren 80. Een volgende band die stadions kan vullen leek geboren, maar op een of andere manier is Bear’s Den nog geen hele grote band geworden. 

Omdat ik de eerste twee albums van de Britse band erg goed vond, was ik erg nieuwsgierig naar het derde album van Bear’s Den, waarop we best lang hebben moeten wachten. So That You Might Hear Me wordt vooralsnog ontvangen met lauwe recensies en ook ik vond het derde album van de band uit Londen bij eerste beluisteringen erg tegenvallen. 

Zeker in de eerste twee tracks lijkt Bear’s Den wat opgeschoven richting een band als Snow Patrol. Daar is op zich niet zoveel mis mee, maar heel warm krijg ik het er ook niet van. Zeker in de eerste tracks op So That You Might Hear Me maakt Bear’s Den nog groots klinkende muziek, maar naarmate het album vordert, verruilt Bear’s Den de grandeur van het stadion steeds meer voor de intimiteit van de kleine concertzaal. 

Met de meer ingetogen songs op de tweede helft van het album wist Bear’s Den me weer langzaam maar zeker voor zich te winnen en sindsdien bevalt So That You Might Hear Me me iedere keer weer net wat beter. Bear’s Den slaagt er nog altijd in om songs te schrijven die zich onmiddellijk opdringen, maar die ook de fantasie blijven prikkelen en het zijn songs die ook dit keer worden ingekleurd met een mooie maar ook avontuurlijke instrumentatie, waarin met name het contrast tussen elektronica en warme organische klanken steeds weer in positieve zin opvalt. 

De meer ingetogen songs van het inmiddels tot een duo uitgedunde band bevallen me nog altijd het best, waar ook wanneer de stadion ambities de band weer opspelen, valt er na enige gewenning heel veel te genieten op het nieuwe album van Bear’s Den. De op het eerste gehoor wat vlak of zelfs saai klinkende songs komen langzaam maar zeker tot leven, waarna Bear’s Den steeds dichter in de buurt van het niveau van haar eerste twee albums komt. 

De band uit Londen kiest op haar derde album weer voor een net wat ander geluid (waaruit de banjo’s inmiddels helemaal zijn verdwenen) en dat siert de band. So That You Might Hear Me heeft absoluut last van het succes van de eerste twee albums van de band, maar verdient een kans. Ik heb So That You Might Hear Me deze kans gegeven en daar ben ik blij om. So That You Might Hear Me bevat inmiddels een aantal songs die me dierbaar zijn en ik heb het idee dat daar nog wel wat songs bij gaan komen, inclusief de songs die me bij eerste beluistering nog zo tegenvielen. Erwin Zijleman



 

maandag 13 mei 2019

Death And Vanilla - Are You A Dreamer?

Death And Vanilla levert een album vol avontuur en betovering af, dat maar blijft intrigeren en dat steeds weer andere wegen in slaat, zonder ook maar een moment te verslappen
De muziek van de Zweedse band Death And Vanilla overtuigde me tot dusver maar ten dele, maar het nieuwe album van de band is een voltreffer. De elektronica op het nieuwe album van de band uit Malmö klinkt net wat donkerder en subtieler en vloeit prachtig samen met wonderschone gitaarlijnen, fraai drumwerk en de benevelende vocalen van Marleen Nilsson. Are You A Dreamer? zet je steeds weer op het verkeerde been, maar tovert ook de mooiste beelden op het netvlies. Het levert een fascinerende luistertrip op die lak heeft aan genres en de inspiratie vaak vindt in een ver verleden. Prachtplaat. Punt.

Ik probeer het al een paar jaar met de albums (tot dusver twee reguliere albums en twee filmsoundtracks) van de Zweedse band Death And Vanilla, maar op een of andere manier weet de band uit Malmö mijn aandacht na een zeer veelbelovende start niet vast te houden. 

Death And Vanilla maakt inmiddels al een aantal jaren dromerige elektronische popmuziek, die in eerste instantie vooral schatplichtig was aan bands als Stereolab en Broadcast, maar de Zweedse band heeft ook nooit een geheim gemaakt van haar liefde voor dreampop. 

Daar ben ik normaal gesproken niet vies van, maar na een paar keer horen kabbelde het me allemaal net wat te makkelijk voort of bood de muziek van de Zweden me juist net te weinig houvast, waardoor de lome en dromerige klanken van Death And Vanilla het ene oor in en het andere oor weer uit gingen. 

Het is allemaal anders bij beluistering van het derde reguliere album van de band. Are You A Dreamer? opent wonderschoon met prachtig subtiele gitaarlijnen, de onderkoelde en dromerige zang van Marleen Nilsson en wat meer ingetogen en net wat donkerder klinkende elektronica. De openingstrack van het derde album van de Zweedse band doet me wel wat denken aan het debuut van Portishead, maar het is wel Portishead met een bijzondere twist. 

Marleen en Anders Nilsson kregen dit keer in de studio gezelschap van drummer Måns Wikenmo, die zorgt voor een net wat aardser en organischer geluid. Het is een geluid waarin invloeden uit de dreampop aan terrein hebben gewonnen, maar Death And Vanilla laat zich niet vergelijken met de 1001 bands die een slaatje proberen te slaan uit de dreampop revival, die inmiddels al flink wat jaren aanhoudt. 

Are You A Dreamer? is een behoorlijk ingetogen album waarop zoete en sprookjesachtige elektronische klanken worden afgewisseld met donkerdere en bij vlagen ongrijpbare elektronische klanken. Het vloeit prachtig samen met de mooie gitaarlijnen en het prima drumwerk op het album, waarna alles samensmelt door de onderkoelde zang van Marleen Nilsson. 

Death And Vanilla overtuigt op Are You A Dreamer? met bijzondere klanken, die aan de ene kant makkelijk verleiden, maar die aan de andere kant het experiment niet schuwen. Af en toe doet het me wel wat denken aan de muziek van Beach House, maar de songs van Death And Vanilla schieten makkelijk andere kanten op en hebben meer sterke wapens dan bezwering en verleiding. 

Het is muziek die zeker in het verlengde ligt van de muziek op de vorige albums van de band, maar waar de muziek van de band uit Malmö me in het verleden snel ging vervelen of onvoldoende houvast bood, zijn de acht songs op Are You A Dreamer? allemaal even sterk. Het zijn vaak wat langere songs (5 van de 8 songs klokken boven de vijf minuten) die de tijd nemen voor het opbouwen van de spanning en het inslaan van andere wegen. 

Het is knap hoe het Zweedse trio steeds weer andere invloeden aan weet te boren. Van elektronica naar dreampop, van zoete en barokke pop naar psychedelica en ook de invloeden uit de filmmuziek zijn nooit ver weg. Death And Vanilla maakte al twee echte soundstracks, maar ook Are You A Dreamer? is een album dat goed is voor fraaie beelden en dat zou niet misstaan als soundtrack bij een bij voorkeur Franse film. 

De Zweedse band sleept er niet alleen allerlei invloeden bij, maar schiet ook door de tijd. Het ene moment ben je in het heden, het volgende moment in de hoogtijdagen van de dreampop, maar Are You A Dreamer? heeft ook een duidelijke 70s feel. De vorige albums wisten mijn aandacht maar moeilijk vast te houden, maar het nieuwe album van Death And Vanilla heeft me nu al een tijdje in een wurggreep en denkt voorlopig niet aan loslaten. Erwin Zijleman

De muziek van Death And Vanilla is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://deathandvanillamusic.bandcamp.com/album/are-you-a-dreamer.