woensdag 16 januari 2019

Monotales - Kiss The Money And Run

Absoluut mijn favoriete plaat van het moment, maar probeerde er tot voor kort maar eens aan te komen. Alle wegen stopten na Zwitserland, Oostenrijk en Duitsland en dat is net niet genoeg. De plaat is nu gelukkig verkrijgbaar via bandcamp. Alle reden dus om de recensie nog eens te herhalen.

“The Jayhawks meet The Beatles”, oftewel Amerikaanse rootsmuziek met Beatlesque refreinen, volstrekt onweerstaanbaar als je het mij vraagt
Het rijtje popmuziek uit Zwitserland in mijn platenkast is zeer bescheiden, maar eindelijk wordt er weer eens een plaat aan toegevoegd. De Zwitserse band Monotales strooit op Kiss The Money And Run met honingzoete melodieën en refreinen die absoluut ‘Beatlesque’ mogen worden genoemd en combineert dit met vooral invloeden uit de 70s countryrock en de 90s alt-country. Het levert een plaat op die de zon laat schijnen, associaties oproept met klassiekers uit het verleden, maar ook op bijzondere wijze invloeden combineert. Ik kan het echt met geen mogelijkheid weerstaan.

Zwitserland en popmuziek is de afgelopen decennia een lastige combinatie gebleken. Veel verder dan Andreas Vollenweider en Yello kom ik niet en de eerste past net zo goed in het hokje klassieke muziek als in het hokje popmuziek. 

Dat er in Zwitserland wel vaker goede popmuziek wordt gemaakt is te horen op Kiss The Money And Run van de uit Luzern afkomstige band Monotales. 

Kiss The Money And Run is niet de eerste plaat van de Zwitserse band, maar wel de plaat waarmee zomaar de sprong naar een groter publiek kan worden gemaakt. 

De muziek van Monotales werd me ergens aangeprezen als “The Jayhawks meet The Beatles” en dat is een goede eerste omschrijving van de muziek op Kiss The Money And Run. De plaat staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende en zeer melodieuze popliedjes. Het zijn popliedjes die het predicaat ‘Beatlesque’ zeker verdienen. Met name de refreinen van de songs en de koortjes in de songs doen vaak denken aan toegankelijke popsongs van de Fab Four, maar Monotales slaat wegen in die The Beatles nooit ingeslagen zijn. 

Kiss The Money And Run heeft niet alleen een voorkeur voor genadeloos aanstekelijke en Beatlesque popliedjes, maar heeft ook absoluut een zwak voor Amerikaanse rootsmuziek. Wanneer Monotales put uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek hoor ik vooral veel invloeden uit de countryrock uit de jaren 70 en uit de alt-country uit de jaren 90, waarmee ook de naam van The Jayhawks als vergelijkingsmateriaal verklaard is. 

Monotales laat het echter niet bij The Beatles en The Jayhawks, maar stopt hier en daar ook wat blues in haar muziek, waardoor de band uit Luzern ook wat rauwer en steviger kan klinken. Af en toe doet het me wat denken aan de briljante platen van de Amerikaanse band Cotton Mather, maar Monotales kruipt in haar muziek dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en laat de invloeden van The Beatles af en toe achterwege. 

In muzikaal opzicht heb ik niets aan te merken op Kiss The Money And Run. Integendeel. De plaat klinkt warm en gloedvol en vrijwel altijd onweerstaanbaar lekker, waarbij vooral het veelkleurige gitaarwerk er voor mij uitspringt. Het is muziek die aanzet tot associëren, want steeds duiken andere invloeden uit de archieven op. 

Ook in vocaal opzicht is de muziek van Monotales dik in orde. De leadzanger beschikt over een bijzonder aangename stem en ook de koortjes op de plaat zijn uitstekend en herinneren hier en daar aan de vocale duels die Gary Louris en Mark Olson van The Jayhawks uitvochten. 

Het is al genoeg om een prima plaat af te leveren, maar Kiss The Money And Run schat ik uiteindelijk nog wat hoger in. Dat is de verdienste van de geweldige songs op de plaat. Kiss The Money And Run staat vol met songs die je na één keer horen wilt koesteren en die ook na talloze keren horen nog goed zijn voor een warm gevoel. 

Na één keer horen hield ik van de nieuwe plaat van de Zwitserse band, maar Kiss The Money And Run is sindsdien alleen maar mooier, warmer en stemmiger geworden. Ook behoefte aan warme klanken en songs vol echo’s uit een mooi verleden? Zet Kiss The Money And Run van Monotales eens op. Erwin Zijleman

De muziek van Monotales is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band.

   

Spidergawd - Spidergawd V

Noorse band reproduceert de melodieuze hardrock uit de jaren 70 en voegt er een aantal opvallende accenten aan toe
Ik heb vooral vanuit jeugdsentiment een zwak voor de melodieuze hardrock uit de jaren 70 en het is een sentiment dat de Noorse band Spidergawd weet te raken met haar muziek. Een loodzware ritmesectie, de ene na de andere melodieuze gitaarsolo, onweerstaanbare riffs en een zanger die de veters uit zijn schoenen zingt. Het klinkt allemaal bijzonder lekker, maar de Noren zijn niet van plan om zich te beperken tot de groten uit de jaren 70, door ook de Britse rock uit de jaren 80 en de metal er bij te pakken. En dan is er ook de nog voor het genre zo atypische saxofoon.

Ik was tot voor kort niet bekend met de muziek van de Noorse band Spidergawd en pakte hun nieuwe plaat er eigenlijk alleen maar bij omdat de spoeling op het moment nog dun is en omdat ik er achter kwam dat de band in het verleden twee leden van de Noorse alleskunners Motorpsycho in de gelederen had. 

Bent Sæther heeft Spidergawd inmiddels verlaten, terwijl Kenneth Kapstad Motorpsycho definitief achter zich heeft gelaten. Genoeg gezegd over Motorpsycho dus en alle aandacht voor Spidergawd. 

Spidergawd V, inderdaad de vijfde plaat van de band uit het Noorse Trondheim, opent met anderhalve minuut durende uithalen op de saxofoon. Ik dacht even met een free jazz band te maken te hebben, want die zijn in Noorwegen in ruimte mate beschikbaar, maar na anderhalve minuut laat Spidergawd haar ware gezicht zien. 

De Noren overtuigen vanaf dat moment met heerlijke melodieuze hardrock. Het is de hardrock zoals die in de jaren 70 werd gemaakt door bands als Deep Purple, AC/DC, Judas Priest, Uriah Heep, Black Sabbath, Van Halen en zeker ook Thin Lizzy, om er maar een aantal te noemen. Het is hardrock vol prachtig uit de bocht vliegend maar ook zeer melodieus gitaarwerk, een stevig aangezette ritmesectie en een krachtige rockzanger van het type Ronnie James Dio, om het aantal namen maar eens tot één te beperken. 

Het is de muziek waar ik van hield toen ik “Alle 13 goed” verruilde voor serieuzere popmuziek. Het is ook muziek waar ik niet al te vaak meer naar luister en als ik het doe kies ik voor de klassiekers in de platenkast. De vijfde plaat van Spidergawd kan hier zomaar aan worden toegevoegd, want wat klinkt de muziek van de Noren lekker. 

Bij beluistering van Spidergawd V ben ik onmiddellijk terug bij mijn eerste stapjes in de popmuziek, maar het siert de band uit Trondheim dat ze niet zijn blijven hangen in de jaren 70. Spidergawd V flirt niet alleen met 70s hardrock, maar ook met de New wave of British heavy metal, die eind jaren 70 ontstond als reactie op de punk en bands als Iron Maiden, Def Leppard en Saxon opleverde. Ook hier laat Spidergawd het niet bij, want ook de metal en meedogenloze riffs van Metallica en invloeden van rockbands uit het heden hebben hun sporen nagelaten in de muziek van de Noren. En dan is er ook nog de saxofoon die zo nu en dan opduikt en de muziek van Spidergawd uniek maakt. 

Ik moet eerlijk toegeven dat ik het vijfde album van Spidergawd na eerste beluistering vooral uit de speakers heb laten komen vanwege jeugdsentiment, maar als ik net wat beter luister hoor ik ook dat de muziek van de Noren knap in elkaar steekt en dat de band veel meer doet dan het reproduceren van de melodieuze hardrock van een aantal decennia geleden. 

Spidergawd V is verschenen op het fameuze Noorse label Stickman Records. Het is het label dat me de afgelopen twee jaar op het spoor bracht van Soup en het is het label dat ons binnenkort gaat verblijden met een nieuwe Motorpsycho plaat, maar ook de vijfde van Spidergawd is een plaat die er mag zijn. Verplichte kost voor liefhebbers van 70s hardrock, maar ook zeker interessant voor liefhebbers van rockmuziek in wat bredere zin. Pak de luchtgitaar er maar bij en genieten maar, bijna 40 minuten lang. Erwin Zijleman

De fraaie vinyl versie van V van Spidergawd is verkrijgbaar via het label van de band: https://www.stickman-records.com/shop/spidergawd-v/.


 

dinsdag 15 januari 2019

Tallies - Tallies

Invloeden uit de 90s dreampop horen we de laatste tijd wel vaker of zelfs te vaak, maar het debuut van Tallies springt er flink bovenuit
Direct bij de eerste noten hoor je het al. De Canadese band Tallies heeft een zwak voor dreampop en maakt hier geen geheim van. Tallies klinkt als de perfecte mix van The Sundays en Lush, maar de band uit Toronto heeft ook iets eigenzinnigs. In de bijzondere mix duiken de prima vocalen op in breed uitwaaiend gitaarwerk van grote schoonheid en keer op keer blijken de songs van de Canadese band van hoog niveau. De muziek van Tallies is melodieus en zonnig, maar ook ongrijpbaar en heerlijk zweverig. Niet iedereen zal er van houden, maar zeker voor liefhebbers van dreampop is dit er een om te koesteren.


Direct bij de eerste noten van het titelloze debuut van de Canadese band Tallies is duidelijk in welk genre deze band zich beweegt. De openingstrack van het debuut van de band uit Toronto wentelt zich in de dreampop uit de jaren 90 en ook in veel andere tracks op de plaat zijn invloeden uit de dreampop duidelijk hoorbaar. 

Tallies is zeker niet de eerste band die teruggrijpt op de gloriejaren van de dreampop. Integendeel zelfs. De afgelopen jaren zijn zoveel platen in het genre verschenen dat ik de meeste platen die flirten met dreampop laat liggen en kies voor de klassiekers uit het verleden, waaronder die van Lush; nog steeds mijn favoriete band in het genre. 

Het debuut van Tallies is echter een stuk interessanter. Waar de meeste bands die Tallies voor gingen de afgelopen jaren vooral probeerden om de klassiekers uit de dreampop nauwkeurig te reproduceren, kiest de Canadese band haar eigen weg. 

Flarden dreampop worden in de openingstrack gecombineerd met zweverige gitaarmuren die zijn te beschrijven als shoegaze met een vleugje psychedelica, maar in de tweede track gaat het roer om en betovert Tallies met een opgewekt popliedje dat is te omschrijven als een opgevoerde versie van The Sundays. In beide tracks is het gitaarwerk mooi en veelkleurig en overtuigt zangeres Sarah Cogan met een opvallend eigen geluid dat op bijzondere wijze in de mix is verwerkt. 

Ook in de derde track op de plaat hoor ik veel van The Sundays en maakt Tallies opnieuw indruk met fraai zweverig gitaarwerk en met de prima zang van het boegbeeld van de band. Ook de ritmesectie levert overigens prima werk en combineert melodieuze baslijnen met strak drumwerk. Het is muziek waar het stempel dreampop uitstekend op past, maar het is wel dreampop die de jaren 90 achter zich heeft gelaten en het heden in is gestapt. 

Met breed uitwaaiend gitaarwerk en een stem die iets met je doet heeft Tallies al twee belangrijke ingrediënten van goede dreampop te pakken, maar het titelloze debuut van de band uit Toronto staat ook nog eens vol met geweldige songs. Het zijn heerlijk melodieuze songs vol zonnestralen, maar Tallies durft ook rauw en eigenzinnig te klinken. 

Het debuut van Tallies is hierdoor een plaat die meerdere kanten op schiet. Het is aan de ene kant een plaat vol flarden uit het verleden, maar het is ook een plaat die eigentijds klinkt. Het is een plaat vol zonnige en verleidelijke popliedjes, maar Tallies durft ook te experimenteren. Het is een plaat die uitstekend in het hokje dreampop past, maar het is ook een plaat die de grenzen van het genre opzoekt. 

Ik had als goed voornemen voor 2019 om dit jaar eens niet alle platen die voortborduren op het genre dat mij zo dierbaar is op te pikken, maar om het debuut van Tallies kan en wil ik niet heen. Prachtplaat. Erwin Zijleman

Het debuut van Tallies is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://tallies.bandcamp.com/album/tallies.


 

maandag 14 januari 2019

You Tell Me - You Tell Me

Sarah Hayes en Peter Brewis maken het je lang niet altijd makkelijk, maar alle geduld en energie wordt uiteindelijk beloond
De folk van Sarah Hayes en het avontuur van de van Field Music bekende Peter Brewis strijken op het debuut van You Tell Me soms flink tegen de haren in, maar beetje bij beetje groeit de bijzondere combinatie van invloeden op het debuut van het Britse tweetal. Liefde voor oude folk, de unieke muziek van Kate Bush, vol klinkende popmuziek uit de 80s en het grenzeloze avontuur van Field Music weten elkaar uiteindelijk op bijzondere wijze te versterken, wat een plaat oplevert die totaal anders klinkt dan de andere platen van het moment. De ultieme Rivella muziek; een beetje vreemd, maar wel lekker.


You Tell Me is een Brits duo dat bestaat uit Sarah Hayes en Peter Brewis. Eerstgenoemde is in kleine kring bekend als folkzangeres en maakte hiernaast een drietal platen met de mij onbekende band Admiral Fallow. Peter Brewis ken ik een stuk beter, want hij maakt inmiddels al meer dan tien jaar hele bijzondere muziek met de band Field Music. 

De twee kwamen elkaar tegen bij een concert van Kate Bush en die gezamenlijke liefde bleek een voedingsbodem voor het project You Tell Me. 

Op voorhand leek de som der delen me een hele interessante en veelbelovende, maar het titelloze debuut van You Tell Me wist me zeker niet direct te overtuigen. 

In muzikaal opzicht schieten Sarah Hayes en Peter Brewis meerdere kanten op. Het debuut van het Britse tweetal overtuigt makkelijk wanneer de avontuurlijke popmuziek van Field Music het startpunt is voor de muziek van You Tell Me en Peter Brewis de belangrijkste vocalen voor zijn rekening neemt, maar zeker bij eerste beluistering had ik veel meer moeite met de rijk georkestreerde songs waarin de wat pastoraal klinkende vocalen van Sarah Hayes domineren. 

In deze songs slaat You Tell Me een brug tussen de oude folkies die Sarah Hayes vast in de platenkast van haar ouders heeft gevonden en de avontuurlijke muziek van Kate Bush. Dit wordt vervolgens nov overgoten met wat van The Beatles, een flinke dosis 80s popmuziek en het van Field Music bekende avontuur. Het is absoluut spannende muziek, maar het is ook muziek die in eerste instantie schuurt en mij in ieder geval niet direct te pakken had. 

Het debuut van You Tell Me is een plaat die mij zo ongeveer noot voor noot heeft moeten overtuigen. Een mooi pianoloopje, een spannend ritme, wat engelachtige vocalen, een tegendraads uitstapje buiten de gebaande paden, een geweldige melodie, een ongrijpbare wending. Ik hoor iedere keer dat ik naar het debuut van You Tell Me luister weer iets anders dat ik mooi vind en langzaam maar zeker valt er steeds meer op zijn plek. 

Sarah Hayes en Peter Brewis hadden het de luisteraar veel makkelijker kunnen maken, want hier en daar is het zo mooi dat iedereen als een blok zal vallen voor de muziek van het tweetal. Het siert de twee dat ze dit niet gedaan hebben, want juist het vat vol tegenstrijdigheden maakt het titelloze debuut van You Tell Me zo’n bijzondere plaat. Het is een debuut dat anders klinkt dan alle andere platen van het moment, maar op hetzelfde moment is het een plaat vol citaten uit de goedgevulde archieven van de popmuziek, waarbij de liefde voor oude Britse folk, de gedeelde liefde voor Kate Bush en avontuurlijke popmuziek met een hang naar de jaren 80 constanten zijn. 

Het ene moment is het sober en ingetogen, het volgende moment rijk en uitbundig, maar luister nog even door en alles kan weer anders zijn. Van Fairport Convention, naar Kate Bush, naar Field Music en weer terug. Ik heb nog lang niet alle geheimen van het debuut van You Tell Me ontdekt, maar waar ik in eerste instantie geen twee kon maken van de één van Sarah Hayes en de één van Peter Brewis, is het Britse duo deze twee inmiddels voorbij en komt de drie in zicht. Het kost misschien tijd, maar deze plaat is het echt waard. Erwin Zijleman

Het debuut van You Tell Me is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://youtellme.bandcamp.com.



 

zondag 13 januari 2019

The Delines - The Imperial

Nog indrukwekkender dan het debuut deze prachtplaat van The Delines voor de kleine uurtjes (en alle uurtjes ervoor en erna)
The Delines debuteerden alweer bijna vijf jaar geleden met het fraaie Colfax, maar overtreffen dit debuut op alle fronten met het werkelijk prachtige The Imperial. De instrumentatie is warm, gloedvol en soulvol, de verhalen van Willy Vlautin zijn mooi en indringend en de zang van Amy Boone is wonderschoon en staat garant voor kippenvel. De ene na de andere prachtsong trekt voorbij en ze worden alleen maar mooier. Laat maar komen die voorspelde horrorwinter; met de warmbloedige klanken van The Delines uit de speakers blijft het ook bij -20 lekker warm. Een hele mooie start van het muziekjaar 2019.


Colfax van de Amerikaanse band The Delines was alweer bijna vijf jaar geleden een plaat die misschien niet direct een onuitwisbare indruk maakte, maar vervolgens bij iedere luisterbeurt beter en interessanter werd. 

Mijn aandacht werd vijf jaar geleden in eerste instantie getrokken door de bijdragen van Richmond Fontaine voorman en schrijver Willy Vlautin. De Amerikaanse (gelegenheids?) band bestond verder uit leden van The Decemberists en Minus 5, maar de meeste aandacht werd getrokken door de van The Damnations TX (on)bekende zangeres Amy Boone. 

The Delines maakten uiteindelijk diepe indruk met warme klanken, mooie (grotendeels door Willy Vlautin geschreven) verhalen en met name de prachtstem van Amy Boone. Het bleek een stem die alle kant op kon, want op Colfax maakte de band uit Portland, Oregon, zowel uitstapjes richting de singer-songwriter muziek uit de jaren 70 (Carole King, maar vooral Rickie Lee Jones) en lome alt-country (van Cowboy Junkies tot 10,000 Maniacs) als richting lome nachtclub jazz en soul. 

Het is helaas lang stil geweest rond The Delines, maar met The Imperial is de band eindelijk terug. Zangeres Amy Boon moest jaren revalideren na een ernstig ongeluk, maar is gelukkig weer op de been. Op The Imperial trekken The Delines de lijn van de verrassend goede voorganger door. 

De band tekent wederom voor warmbloedige klanken vol invloeden uit de alt-country, maar invloeden uit de countrysoul en pure soul hebben aan terrein gewonnen op de tweede plaat van de band (het tussendoortje Scenic Sessions uit 2015 niet meegeteld). Het zijn invloeden die meer dan uitstekend passen bij de stem van Amy Boone, die op The Imperial nog veel meer indruk maakt dan op de vorige plaat van de band. 

In muzikaal opzicht slaat The Imperial als een warme deken om je heen, waarna de warme en doorleefde vocalen van Amy Boone de verleiding compleet maken. Hier blijft het niet bij, want ook op The Imperial krijgen de songs van The Delines een extra dimensie door de prachtige verhalen van Willy Vlautin, die van alle songs op de plaat een miniboek heeft gemaakt. 

The Imperial is een ingetogen plaat vol subtiele klanken en al even subtiele zang. Amy Boone zingt op de nieuwe plaat van de band uit Portland, Oregon, vaak fluisterzacht, maar kan ook imponeren met een heerlijk soulvolle strot. De fraaie instrumentatie draait hier prachtig omheen en streelt het oor met onder andere prachtig gitaar- en toetsenwerk. Ook de productie van de gelouterde John Askew (Laura Veirs, Neko Case), die ook het debuut van de band produceerde, is prachtig. 

The Imperial is de perfecte plaat voor de kleine uurtjes, maar ook op alle andere momenten van de dag verleidt de band met boegbeeld Amy Boone genadeloos. Het is pas een van de eerste serieuze releases van 2019, maar het is direct een hele mooie. Erwin Zijleman

De muziek van The Delines is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://thedelines.bandcamp.com/album/the-imperial.



 

zaterdag 12 januari 2019

Malford Milligan & The Southern Aces - Life Will Humble You

Texaanse muzikant en een Nederlandse band maken een soulplaat die zo lijkt weggelopen uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten
De prachtplaat van de Texaanse soulzanger Malford Milligan en zijn Nederlandse band The Southern Aces heeft echt veel te lang op de stapel gelegen, maar gelukkig is het een tijdloze plaat die nog jaren mee kan. Life Will Humble You staat vol met doorleefde Southern soul en maakt bovendien uitstapjes richting rootsrock, blues en country. De band speelt steeds weer de pannen van het dak met een glansrol voor de gitarist, maar het is de stem van Malford Milligan die deze plaat nog een flink stuk verder omhoog stuwt. Ik heb het afgelopen jaar veel soulplaten gehoord, maar dit is de beste.


Malford Milligan & The Southern Aces voeren deze maand de voorlopig helaas laatste maandlijst van de Euro Americana Chart aan. De muzikant uit Austin, Texas, en zijn gelegenheidsband doen dit al sinds november en prijkten daarom ook op de eerste plek van de jaarlijst van de site die de mening van flink wat Europese liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek de afgelopen jaren heeft gewogen en geordend. 

Ondanks alle lof voor de muziek van Malford Milligan was Life Will Humble You bij mij nog steeds niet van de stapel gekomen, maar het moest er nu maar eens van komen. 

De muzikant uit Austin, Texas, timmert al sinds het eind van de jaren 90 aan de weg, maar ik ken hem persoonlijk alleen van zijn bijdrage aan de plaat van de Nederlandse rootsmuzikant Jack Hustinx, die ook deel uit maakte van de uitstekende band Shiner Twins. Ook op de plaat van Jack Hustinx (uit 2015) speelden The Southern Aces een belangrijke rol. 

Afgaande op de soulvolle klanken op Life Will Humble You (de titeltrack stond overigens ook op de plaat van Jack Hustinx) ging ik er van uit dat het een groep sessiemuzikanten uit de roemruchte Muscle Shoals Sound Studios uit Alabama betrof, maar The Southern Aces blijkt een Nederlandse band, die naast Jack Hustinx bestaat uit onder andere toetsenist Roel Spanjers, gitarist Eric van Dijsseldonk en bassist Roelof Klijn, terwijl JW Roy opduikt voor gastvocalen. 

Life Will Humble You, dat ook nog eens is verschenen op het label van JW Roy, kwam tot stand nadat Jack Hustinx zijn oude vriend omarmde nadat deze door zware tijden ging. Life Will Humble You werd daarom niet opgenomen in een studio in Muscle Shoals of een studio in Austin, Texas, maar gewoon in ons eigen Utrecht. Zo klinkt de plaat echter niet, want Life Will Humble You van Malford Milligan & The Southern Aces ademt en zweet de Southern soul zoals deze alleen in het diepe zuiden van de Verenigde Staten kan worden gemaakt. 

In muzikaal opzicht klinkt het allemaal fantastisch. The Southern Aces klinken als een onvervalste soulband, maar de Nederlandse muzikanten kunnen ook overweg met blues, rootsrock en country(soul). De ritmesectie speelt solide en swingend, de orgeltjes klinken fantastisch en de koortjes zijn trefzeker maar het is het gitaarwerk op de plaat dat op mij de meeste indruk maakt. Het is gitaarwerk dat zowel rootsy als soulvol kan klinken en het klinkt in alle gevallen geweldig. 

Bij de fraaie instrumentatie op Life Will Humble You komen de bijna onwaarschijnlijk goede vocalen van Malford Milligan. De Texaanse muzikant roept herinneringen op aan de grote soulzangers uit het verleden en misschien nog wel het meest aan Otis Redding. Malford Milligan kan echter ook overwoog in songs die meer de kant van de Amerikaanse rootsmuziek op gaan en excelleert ook in de meer blues- of country-getinte songs op de plaat. Malford Milligan kan op Life Will Humble You uithalen als een volleerd soulzanger, maar de Amerikaan overtuigt minstens net zo veel in meer ingetogen ballads, waarin hij gevoelig en doorleefd klinkt en zowel zijn stem als het wonderschone snarenspel door de ziel snijden. 

Ik heb vorig jaar veel soulplaten voorbij horen komen en wat mij betreft kan Life Will Humble You van Malford Milligan & The Southern Aces de concurrentie met al deze platen aan. Life Will Humble You grijpt je bij de eerste noten bij de strot en laat pas na 13 songs en 54 minuten los. Het is natuurlijk een schande dat ik de plaat zo lang op de stapel heb laten liggen, maar gelukkig is er nog ruimte voor een ereplekje voor deze fantastische plaat die ook in 2019 het hele jaar mee kan. Erwin Zijleman



 

vrijdag 11 januari 2019

Ciara O'Neill - Arrow

Ciara O’Neill kent de folk klassiekers uit het verleden, maar staat ook met een been in het heden op een plaat die vooral in vocaal opzicht imponeert
Arrow van de Ierse singer-songwriter Ciara O’Neill verscheen al in de lente van 2018, maar is echt veel te mooi om over het hoofd te zien. De plaat verrast met een fraaie, trefzekere en vaak wat donkere instrumentatie, maar het is de stem van Ciara O’Neill die Arrow ruim boven het maaiveld uit laat steken. De songs van de Ierse muzikante kruipen stuk voor stuk diep onder de huid, maar het zijn ook lekker in het gehoor liggende folksongs, die vrij makkelijk blijven hangen en vervolgens nog aan kracht winnen. Zeker voor liefhebbers van het genre een enorme aanrader deze prachtplaat van Ciara O’Neill.


Een lezer van deze BLOG wees me vorige week op de muziek van de Ierse singer-songwriter Ciara O’Neill, waarna ik vrijwel onmiddellijk ben gaan luisteren naar haar vorig jaar verschenen album Arrow. De Ierse singer-songwriter had vervolgens niet veel tijd nodig om me te overtuigen met haar bijzondere muziek. 

Het is muziek met vooral invloeden uit de folk, maar Arrow klinkt toch net wat anders dan de meeste andere platen in het genre. Ciara O’Neill verloochent op haar tweede plaat (ze debuteerde in 2015 met The Ebony Trail) haar Ierse wortels zeker niet, maar Arrow put ook uit de archieven van de Britse folk en zeker ook uit de archieven van de Amerikaanse folk, waaronder de folk die aan het eind van de jaren 60 in de heuvels rond Los Angeles werd gemaakt. 

Arrow klinkt vaak als een folkplaat die een aantal decennia geleden al is gemaakt en dat is vooral de verdienste van de bijzonder mooie stem van Ciara O’Neill, die een aantal grootheden uit het genre naar de kroon steekt. Het is op hetzelfde moment een stem die een bijzondere lading geeft aan de songs op Arrow. 

Die lading wordt verstrekt door in meerdere lagen opgenomen koortjes en vooral door de bijzonder trefzekere instrumentatie op de plaat. Het is een instrumentatie die steeds begint bij ingetogen akkoorden van de akoestische gitaar, maar die vervolgens van een aantal bijzondere accenten is voorzien. Hier en daar zwellen de strijkers flink aan en worden de ingetogen folksongs van Ciara O’Neill overgoten met een flinke dosis melancholie, maar op Arrow worden net zo makkelijk galmende gitaarlijnen ingezet, die de muziek van Ciara O’Neill opschuiven richting de country-noir en folk-noir. 

De instrumentatie op Arrow is keer op keer prachtig, maar de heldere stem van Ciara O’Neill blijft voor mij toch het sterkste wapen op de plaat. Zeker in de stemmig ingekleurde songs op de plaat, vult de prachtige stem van de Ierse singer-songwriter op imponerende wijze de ruimte en is kippenvel nooit heel ver weg. Ciara O’Neill beschikt over de heldere stem die het zo goed doet in de folk, maar het is ook een stem met een rauw randje, waardoor de fraaie songs van de muzikante die tegenwoordig vanuit het Noord-Ierse Belfast opereert ook doorleefd en emotievol klinken. 

Het zijn zoals gezegd songs vol invloeden uit de Ierse, Britse en Amerikaanse folk, maar veel songs op Arrow hebben ook het aanstekelijke of aantrekkelijke van succesvolle Britse folkies als Amy MacDonald of Kathryn Williams, waarmee Arrow op fascinerende wijze een brug tussen verleden en heden slaat. Heel veel aandacht heeft de tweede plaat van Ciara O’Neill niet gekregen, maar dat het een plaat is die alle aandacht verdient zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman

De muziek van Ciara O'Neill is verkrijgbaar via haar webshop: https://ciaraoneillmusic.com/shop-2/.

 

donderdag 10 januari 2019

Beak> - >>>

Beak> neemt je mee op een luistertrip die bijna drie kwartier lang fascineert en intrigeert, maar ook betovert met wonderschone muziek vol avontuur
Beak> is een band met Portishead voorman Geoff Barrow in de gelederen. Dat staat bijna garant voor bijzondere muziek en Beak> stelt zeker niet teleur. De derde plaat van de band staat bol van de invloeden en springt van genre naar genre en met de lichtsnelheid door de tijd, maar >>> is zeker geen allegaartje. Het is een plaat waarop Beak>> op fascinerende wijze genres met elkaar verbindt tot een geluid dat soms bezwerend, soms toegankelijk en soms behoorlijk experimenteel is. Iedere keer dat ik naar de plaat luister hoor ik weer nieuwe dingen en dit gaat inmiddels al een tijdje zo door. Het smaakt nog steeds naar veel meer.


Ik moet eerlijk toegeven dat ik tot voor kort nog nooit van de band Beak> had gehoord. Ik kwam de band tegen in de jaarlijstjes van een aantal Britse muziektijdschriften en raakte geïnteresseerd toen ik de naam van Geoff Barrow tegen kwam. 

Geoff Barrow kennen we natuurlijk als voorman van Portishead, maar de Britse muzikant heeft inmiddels ook zijn sporen verdiend als producer. 

Het trio Beak> werd een jaar of tien geleden geformeerd en debuteerde in 2009 met een plaat (BEAK>) die klonk als een jamsessie (en dit feitelijk ook was). Het is mij destijds ontgaan, net als het in 2012 verschenen >>, maar het in de herfst van 2018 verschenen >>> heb ik dankzij de Britse jaarlijstjes wel te pakken. Het is een plaat die hopeloos intrigeert met een woeste mix van psychedelica, jazzrock, Krautrock, progrock, elektronica, folk en nog een handvol andere invloeden. 

In de volledig instrumentale openingstrack nemen Geoff Barrow en zijn twee medemuzikanten je mee terug naar de progrock uit de jaren 70 en de psychedelica en Krautrock uit dezelfde periode. Zweverige elektronica wordt fraai gecombineerd met down-to-earth gitaarriffs. Het ademt de sfeer van een ver verleden, maar Beak> integreert in haar geluid ook klanken die alleen maar uit het heden kunnen stammen. 

Psychedelica en Krautrock domineren ook de tweede track, die dankzij toegevoegde vocalen opvallend toegankelijk klinkt, maar die ook iets ongrijpbaars en bezwerends heeft. In de derde track domineert eigentijds klinkende elektronica en schiet Beak> weer een andere kant op. 

Het Britse trio produceert wonderschone en aangenaam zweverige klanken, maar de muziek van de band prikkelt ook continu de fantasie door verschillende lagen in de muziek tegen elkaar in te laten strijken en steeds weer andere wegen in te slaan. Het is muziek die alle aandacht vraagt, maar het is het waard. 

Steeds weer hoor ik nieuwe dingen in de muziek van Beak> en wordt het lijstje invloeden en genres groter. In de derde track heb ik associaties met de bijzondere klanken die Robert Fripp ooit tot zijn handelsmerk maakte, maar in de vierde track hoor ik opeens weer wat van Neil Young in muziek die zich laat omschrijven als psychedelische countryrock, waarin zo nu en dan Beatlesque orkestraties opduiken.  

Het wordt gevolgd door een twee tracks fascinerende elektronische luistertrip met zowel vleugjes psychedelica als vleugjes Kraftwerk en techno, waarna Beak> haar muzikale reis vervolgt met een verrassend aanstekelijk popliedje dat refereert naar de new wave uit de late jaren 70. 

Hierna gaan nog even alle registers los in twee tracks die alle bovengenoemde invloeden combineren, waarna de plaat na bijna 45 minuten eindigt met een wonderschone folksong met invloeden uit de progrock. 

Het bovenstaande geeft een impressie van de derde plaat van Beak>, maar het is een impressie die bij iedere luisterbeurt weer een andere invulling kan krijgen. Op >>> gebeurt soms zoveel dat het je duizelt. Beak> schiet met de lichtsnelheid door genres en door de tijd en slaagt er in om een vat vol tegenstrijdigheden te laten klinken als een consistente plaat. Het is een plaat die anders klinkt dan zijn twee voorgangers, maar ook die zijn absoluut de moeite waard. Geoff Barrow had ik dankzij Portishead al heel hoog zitten, maar ook het werk van Beak> is buitengewoon interessant. Erwin Zijleman

De muziek van Beak> is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://beak.bandcamp.com/album/-.



 


woensdag 9 januari 2019

Old Sea Brigade - Ode To A Friend

Bijzonder mooi ingekleurde folky plaat die rustgevende klanken koppelt aan een flinke dosis avontuur
Old Sea Brigade, het alter ego van de Amerikaanse muzikant Ben Cramer (!), brengt deze week zo ongeveer als enige een serieuze nieuwe plaat uit. Het is een plaat die opvalt door lekker in het gehoor liggende en stemmig klinkende songs en vooral door een bijzonder mooie instrumentatie. Het is een instrumentatie die vaak de kant van de atmosferische elektronische soundscapes op gaat, maar Old Sea Bridge betovert ook met wonderschone gitaarlijnen. Typisch zo’n plaat die zich niet direct opdringt, maar neem de tijd voor deze plaat en het ene na het andere pareltje komt aan de oppervlakte.


Ode To A Friend van Old Sea Brigade is wat mij betreft de eerste serieuze release van 2019 en het is een release die me zeer bevalt. 

Old Sea Brigade is het alter ego van de in Atlanta, Georgia, geboren, maar inmiddels al een aantal jaren vanuit Nashville, Tennessee, opererende singer-songwriter Ben Cramer. Of de Amerikaanse singer-songwriter het alter ego heeft gekozen vanwege de Nederlandse zanger met dezelfde naam weet ik niet, maar ik ben in ieder geval blij dat de plaat niet onder de naam Ben Cramer in de winkel ligt, want dan had ik hem vast laten liggen. 

Ode To A Friend is het debuut van Old Sea Brigade en het is een debuut waarop ingetogen en folky aandoende songs zijn voorzien van een bijzondere instrumentatie. Zeker wanneer de muziek van Ben Cramer uitbundig is ingekleurd doet Ode To A Friend me onmiddellijk denken aan de muziek van Ben Howard, maar het debuut van Old Sea Brigade heeft ook raakvlakken met de vroege albums van onder andere Bon Iver en Hiss Golden Messenger, om nog maar eens twee namen te noemen. Ben Cramer heeft zich hiernaast laten beïnvloeden door Julien Baker, voor wie hij een tijd als support-act fungeerde. Net als Julien Baker kan hij muziek die klein wordt gehouden groots laten klinken.

De meeste songs op Ode To A Friend zijn ingetogen, maar door de bijzondere instrumentatie is het debuut van Old Sea Brigade absoluut geen saaie plaat. Ben Cramer heeft er verstandig aan gedaan om zijn muziek zo opvallend in te kleuren, want de Amerikaan beschikt over een niet heel opvallende stem. In combinatie met alle fraaie klanken is het echter wel een hele aangename stem, die de songs op de plaat voorziet van warmte. 

In een aantal tracks kleurt de Amerikaanse singer-songwriter zijn muziek in met vooral atmosferische klinkende elektronica vol invloeden uit de ambient, maar hier en daar grijpt de muzikant uit Nashville ook naar meer organische klanken. 

Wanneer Ben Cramer zijn songs zou hebben uitgevoerd met alleen een akoestische gitaar en zang was Ode To A Friend absoluut een folkplaat geworden, maar door de rijke en veelkleurige instrumentatie ontworstelt het debuut van Old Sea Brigade zich aan de hokjes van de Amerikaanse rootsmuziek en past Ode To A Friend net zo makkelijk in de hokjes pop en rock. 

Het levert een stemmig debuut op dat aangenaam voortkabbelt, maar het is ook een avontuurlijk debuut vol verrassende wendingen en onderhuidse spanning. Ode To A Friend van Old Sea Brigade is typisch zo’n plaat die je te snel terzijde schuift, maar nu het zo ongeveer de enige nieuwe release is deze week, is er geen enkele reden om niet uitgebreid te luisteren naar het debuut van het alter ego van Ben Cramer (blijft apart die naam). Zelf ben ik inmiddels redelijk verslingerd aan de rustgevende maar ook bijzonder interessante muziek van de singer-songwriter uit Nashville en Ode To A Friend groeit voorlopig nog wel even door. Erwin Zijleman



 

dinsdag 8 januari 2019

Monotales - Kiss The Money And Run

“The Jayhawks meet The Beatles”, oftewel Amerikaanse rootsmuziek met Beatlesque refreinen, volstrekt onweerstaanbaar als je het mij vraagt
Het rijtje popmuziek uit Zwitserland in mijn platenkast is zeer bescheiden, maar eindelijk wordt er weer eens een plaat aan toegevoegd. De Zwitserse band Monotales strooit op Kiss The Money And Run met honingzoete melodieën en refreinen die absoluut ‘Beatlesque’ mogen worden genoemd en combineert dit met vooral invloeden uit de 70s countryrock en de 90s alt-country. Het levert een plaat op die de zon laat schijnen, associaties oproept met klassiekers uit het verleden, maar ook op bijzondere wijze invloeden combineert. Ik kan het echt met geen mogelijkheid weerstaan.


Zwitserland en popmuziek is de afgelopen decennia een lastige combinatie gebleken. Veel verder dan Andreas Vollenweider en Yello kom ik niet en de eerste past net zo goed in het hokje klassieke muziek als in het hokje popmuziek. 

Dat er in Zwitserland wel vaker goede popmuziek wordt gemaakt is te horen op Kiss The Money And Run van de uit Luzern afkomstige band Monotales. 

Kiss The Money And Run is niet de eerste plaat van de Zwitserse band, maar wel de plaat waarmee zomaar de sprong naar een groter publiek kan worden gemaakt. 

De muziek van Monotales werd me ergens aangeprezen als “The Jayhawks meet The Beatles” en dat is een goede eerste omschrijving van de muziek op Kiss The Money And Run. De plaat staat vol met bijzonder lekker in het gehoor liggende en zeer melodieuze popliedjes. Het zijn popliedjes die het predicaat ‘Beatlesque’ zeker verdienen. Met name de refreinen van de songs en de koortjes in de songs doen vaak denken aan toegankelijke popsongs van de Fab Four, maar Monotales slaat wegen in die The Beatles nooit ingeslagen zijn. 

Kiss The Money And Run heeft niet alleen een voorkeur voor genadeloos aanstekelijke en Beatlesque popliedjes, maar heeft ook absoluut een zwak voor Amerikaanse rootsmuziek. Wanneer Monotales put uit de archieven van de Amerikaanse rootsmuziek hoor ik vooral veel invloeden uit de countryrock uit de jaren 70 en uit de alt-country uit de jaren 90, waarmee ook de naam van The Jayhawks als vergelijkingsmateriaal verklaard is. 

Monotales laat het echter niet bij The Beatles en The Jayhawks, maar stopt hier en daar ook wat blues in haar muziek, waardoor de band uit Luzern ook wat rauwer en steviger kan klinken. Af en toe doet het me wat denken aan de briljante platen van de Amerikaanse band Cotton Mather, maar Monotales kruipt in haar muziek dichter tegen de Amerikaanse rootsmuziek aan en laat de invloeden van The Beatles af en toe achterwege. 

In muzikaal opzicht heb ik niets aan te merken op Kiss The Money And Run. Integendeel. De plaat klinkt warm en gloedvol en vrijwel altijd onweerstaanbaar lekker, waarbij vooral het veelkleurige gitaarwerk er voor mij uitspringt. Het is muziek die aanzet tot associëren, want steeds duiken andere invloeden uit de archieven op. 

Ook in vocaal opzicht is de muziek van Monotales dik in orde. De leadzanger beschikt over een bijzonder aangename stem en ook de koortjes op de plaat zijn uitstekend en herinneren hier en daar aan de vocale duels die Gary Louris en Mark Olson van The Jayhawks uitvochten. 

Het is al genoeg om een prima plaat af te leveren, maar Kiss The Money And Run schat ik uiteindelijk nog wat hoger in. Dat is de verdienste van de geweldige songs op de plaat. Kiss The Money And Run staat vol met songs die je na één keer horen wilt koesteren en die ook na talloze keren horen nog goed zijn voor een warm gevoel. 

Na één keer horen hield ik van de nieuwe plaat van de Zwitserse band, maar Kiss The Money And Run is sindsdien alleen maar mooier, warmer en stemmiger geworden. Ook behoefte aan warme klanken en songs vol echo’s uit een mooi verleden? Zet Kiss The Money And Run van Monotales eens op. Erwin Zijleman

De muziek van Monotales is verkrijgbaar via de website van de band: http://www.monotales.ch/js_albums/kiss-the-money-and-run.

 

maandag 7 januari 2019

Ben Howard - Noonday Dream

Ben Howard maakt volgens de bezoekers van MusicMeter de beste plaat van het jaar en ik begrijp inmiddels waarom
Ook vorig jaar heb ik de muziek van Ben Howard weer terzijde geschoven zonder er goed naar te luisteren en dat was niet erg slim. De Britse muzikant heeft met Noonday Dream immers een meesterwerk afgeleverd. Het is een meesterwerk dat een stuk experimenteler klinkt dan zijn vorige platen, wat vooral de verdienste is van de buitengewoon fascinerende instrumentatie op de plaat. De gitaarlijnen zijn ook dit keer prachtig, terwijl donkere elektronische wolken je voortdurend benevelen. Het levert een plaat op die je een paar keer moet horen, maar vervolgens is de liefde voor deze prachtplaat van Ben Howard waarschijnlijk onvoorwaardelijk.


Waar het precies aan ligt weet ik niet, maar ergens in mijn brein is kennelijk opgeslagen dat de muziek van Ben Howard niet zo interessant is en dat ik zijn platen dus best mag negeren. 

Het is een feit dat de Britse muzikant zelfs inmiddels al een aantal malen heeft gefalsificeerd. Ben Howard’s debuut Every Kingdom uit 2011 liet flarden Nick Drake, Tim Buckley en John Martyn horen en sloot hiernaast aan bij singer-songwriters als José Gonzalez, Damien Rice en Elliott Smith. 

Het in 2014 verschenen I Forget Where We Were was nog een stuk beter dan het debuut en in 2017 was er natuurlijk ook het titelloze debuut van de gelegenheidsband A Blaze of Feather, waarin Ben Howard een voorname rol speelde. 

Het zijn stuk voor stuk platen die ik veel beter vond dan ik had verwacht (of het stemmetje in mijn hoofd me deed geloven) en die ik uitvoerig heb geprezen op deze BLOG, maar desondanks heb ik ook de vorig jaar verschenen derde soloplaat van Ben Howard weer laten liggen. Ik heb Noonday Dream pas beluisterd toen de plaat vorige week, tot mijn grote verrassing, opdook op de eerste plek van de door de bezoekers van de uitstekende website MusicMeter samengestelde jaarlijst en ik er voor mijn gevoel niet meer omheen kon. 

Ik heb de derde plaat van de Britse singer-songwriter inmiddels talloze keren beluisterd en kan inmiddels alleen maar bevestigen dat Noonday Dream een buitengewoon fascinerende en bovendien wonderschone plaat is. 

Ben Howard maakte zijn derde plaat samen met zijn vaste kompaan Mickey Smith, die in A Blaze Of Feather het voortouw nam, in het zuiden van Frankrijk en het zuiden van Engeland. Het is nog altijd muziek die zich heeft laten inspireren door de bovengenoemde folkies uit het verleden, maar Ben Howard heeft de afgelopen jaren ook gesleuteld aan een uniek eigen geluid, waardoor zijn muziek uiteindelijk maar ten dele is te vergelijken met de muziek van grootheden als Nick Drake, Tim Buckley en John Martyn. 

Ben Howard begint vaak bij de ingetogen akoestische folksong, maar tuigt deze vervolgens op met bijzondere klanken. Het zijn vaak bijna ambient achtige elektronische klanken, die de muziek van Ben Howard een bijna hypnotiserend karakter geven, maar de Brit versiert zijn songs net zo makkelijk met overstuurde gitaren of met vervormde elektronica. Invloeden uit de ambient spelen een belangrijke rol op Noonday Dream, maar ook invloeden uit de psychedelica hebben hun weg gevonden naar de nieuwe plaat van de Britse muzikant. 

Heel makkelijk maakt Ben Howard het de luisteraar niet op Noonday Dream. De vocalen lijken vaak in dienst te staan van de instrumentatie, die alle kanten op kan schieten en ook hoge muren met nevel optrekt. Zeker vergeleken met zijn debuut is de muziek van Ben Howard een stuk experimenteler geworden. Bij beluistering van Noonday Dream duiken een deel van de hierboven genoemde namen nog zeker op, maar de derde plaat van de Brit roept bij mij ook associaties op met de muziek van Radiohead. 

Het is muziek waar je wel even de tijd voor moet nemen. Noonday Dream is een plaat die bij beluistering met onvoldoende aandacht traag voort kan kabbelen, maar het is ook een plaat vol bijzondere muziek. De bedwelmende elektronica geeft de muziek van Ben Howard een unieke sfeer, maar het is ook de perfecte voedingsbodem voor de wederom prachtige gitaarlijnen van de Britse muzikant, die keer op keer zorgen voor kippenvel. 

Strijkers zorgen hier en daar voor nog wat extra melancholie, waarna Ben Howard het met ingetogen vocalen af mag maken. Noonday Dream staat vol wonderschone instrumentale en vocale passages, maar het is ook een plaat die bol staat van de onderhuidse spanning. Ik heb de plaat inmiddels een keer of tien beluisterd en ben er inmiddels van overtuigd dat Ben Howard met Noonday Dream een meesterwerk heeft afgeleverd. Jammer dat ik daar ook deze keer weer veel te laat achter kom, maar de volgende keer ben ik zeker direct nieuwsgierig naar het werk van de Britse muzikant; viermaal is immers scheepsrecht. Erwin Zijleman



 

zondag 6 januari 2019

Vanessa Paradis - Les Sources

In de Franse pop klinkt de globalisering helaas steeds meer door, maar Vanessa Paradis weer gelukkig nog hoe zwoele Franse pop met inhoud moet klinken
De release van de laatste plaat van Vanessa Paradis kreeg ruim een maand geleden in Nederland helaas weinig aandacht, maar het is een prima plaat. Vanessa Paradis kiest op Les Sources weer voor het Frans, maar laat zich in muzikaal opzicht stevig beïnvloeden door zwoele en broeierige pop uit met name de Verenigde Staten. De productie van Paul Butler (The Bees) klinkt warm en gloedvol, waarna Vanessa Paradis met zwoele en verleidelijke vocalen nog wat extra zonnestralen toevoegt aan het uitstekende Les Sources, dat de lente en de zomer wat eerder dan gebruikelijk in huis haalt.


Ik volg de Franse popmuziek zeker niet op de voet, maar zo af en toe probeer ik de krenten uit de Franse pop te pikken. Bij het beluisteren van de oogst van de afgelopen maanden viel het me op dat het allemaal wel erg lichtvoetig en elektronisch klinkt in Frankrijk tegenwoordig, maar gelukkig kwam ik tussen de stapel recente Franse muziek ook nog een parel tegen. 

Deze komt van een muzikante van naam en faam, want zo mogen we Vanessa Paradis inmiddels toch wel noemen. De Française brak aan het eind van de jaren 80 door als tiener met de hit Joe Le Taxi, koos aan het begin van de jaren 90 aan de hand van Lenny Kravitz voor het Engels (Be My Baby), maar koos uiteindelijk toch weer vooral voor het Frans. Divinidylle uit 2007 was een jaarlijstjesplaat en hetzelfde gold voor het in 2013 verschenen en toch weer deels Engelstalige Love Songs. 

De afgelopen jaren was het wat stil rond Vanessa Paradis, als was de Française wel op het witte doek te zien met haar dochter Lily-Rose Depp, die overduidelijk de looks van haar moeder heeft geërfd. Eind vorig jaar verscheen echter ook weer een nieuw album van de tegenwoordig weer in Parijs woonachtige Vanessa Paradis. 

Les Sources werd opgenomen in Los Angeles samen met producer Paul Butler, die we ook kennen als de voorman van de Britse band The Bees. Ondanks de keuze voor een Amerikaanse studio en een Britse producer is Les Sources een bijna volledig Franstalige plaat geworden (een van de songs is in het Italiaans). 

Vanessa Paradis ging de afgelopen jaren door een aantal dalen en zag haar relaties met Johnny Depp en Benjamin Biolay stranden, maar ze vond ook nieuw liefdesgeluk bij schrijver en regisseur Samuel Benchetrit, die de meeste teksten voor de songs op Les Sources schreef. Samuel Benchetrit heeft kennelijk nog volop vlinders in de buik, want Les Sources is een verrassend zonnig en opgewekt klinkende plaat. 

De teksten zijn misschien in het Frans, maar in muzikaal opzicht heeft Vanessa Paradis zich vooral laten beïnvloeden door Britse en Amerikaanse popmuziek, met een voorliefde voor de jaren 60 en 70. Het levert een tijdloos en bijzonder aangenaam popalbum op. 

Vanessa Paradis voorziet de vooral zonnig klinkende songs op de plaat van mooie vocalen (het meisjesachtige is nu wel grotendeels uit haar stem verdwenen), terwijl producer Paul Butler tekent voor de mooie arrangementen van blazers en met name strijkers. Zeker in de wat meer uptempo songs op Les Sources gaat Vanessa Paradis vol voor de pop, maar wanneer ze gas terugneemt en ze vooral moet vertrouwen op haar stem, klinken ook de nodige echo’s uit de Franse popmuziek en de Franse chansons door en er is er ook ruimte voor invloeden uit de jazz en de bossa nova. 

Dankzij alle zonnestralen, de mooie productie en de vele flirts met zomerse klanken, is Les Sources een bijzonder aangename plaat, maar Vanessa Paradis staat ook dit keer garant voor kwaliteit. De release van Les Sources kreeg in Nederland in november helaas nauwelijks aandacht, maar deze plaat verdient absoluut een kans, zeker bij muziekliefhebbers met een al dan niet stiekeme liefde voor zwoele Franse pop. Erwin Zijleman