zondag 24 maart 2019

Jenny Lewis - On The Line

Jenny Lewis schudt de even aangename als onweerstaanbare popliedjes weer uit haar mouw op haar nieuwe soloplaat en laat de zon uitbundig schijnen
Jenny Lewis maakte een aantal prima platen met haar band Rilo Kiley en heeft inmiddels net zoveel soloplaten op haar naam staan. Ik denk altijd dat ze nog veel beter kan, maar ondertussen is ook On The Line weer een plaat met popliedjes waarvan je alleen maar heel vrolijk kunt worden. Bijgestaan door een aantal topmuzikanten en producer Ryan Adams (die inmiddels wat minder makkelijk aan werk zal komen) verleidt Jenny Lewis met het ene na het andere lome en volstrekt tijdloze popliedje en neemt ze je mee op een tijdreis die begint in de jaren 70 en eindigt in het heden.


Jenny Lewis was tussen 1998 en 2008 de frontvrouw van de uit Los Angeles afkomstige band Rilo Kiley. De band had de steun van de critici, maar de vier albums die Rilo Kiley tussen 2001 en 2007 uitbracht waren niet zo goed als de critici ons deden geloven (al kwam More Adventurous uit 2004 aardig in de buurt). 

Jenny Lewis begon al aan een solocarrière voordat het doek was gevallen voor Rilo Kiley en is inmiddels alweer toe aan haar vierde soloplaat. On The Line is de opvolger van het bijna vijf jaar oude The Voyager, dat ik net wat beter vond dan zijn twee voorgangers. 

Bij Rilo Kiley had ik altijd het idee dat de band nog veel beter kon en dat gevoel heb ik ook bij Jenny Lewis. Ze zingt makkelijk, schrijft geweldige popliedjes en heeft een netwerk vol geweldige muzikanten en producers. Het talent om een klassieker te maken is er, maar vooralsnog neemt Jenny Lewis genoegen met feelgood platen vol aanstekelijke popliedjes met een vleugje roots. 

Het door de inmiddels wat in opspraak geraakte Ryan Adams geproduceerde The Voyager was zo’n feelgood plaat en ook het deze week verschenen On The Line is er een. Jenny Lewis poseerde op de cover van haar vorige album nog een in veelkleurig jasje, maar laat nu haar decolleté zien. Nodig is het niet, want haar aangename popliedjes bevatten al meer dan voldoende verleidingskracht. 

On The Line werd net als zijn voorganger geproduceerd door Ryan Adams (hier en daar bijgestaan door Shawn Everett en Beck), wat momenteel helaas geen aanbeveling is, al staan de muzikale kwaliteiten van het voormalige wonderkind natuurlijk niet ter discussie. Naast Ryan Adams werd een keur aan zeer ervaren sessiemuzikanten naar de studio gehaald, onder wie pianist Benmont Tench en meesterdrummer Jim Keltner. 

Het zijn gelouterde muzikanten en producers die On The Line hebben voorzien van een fraai, maar ook erg degelijk retro geluid, dat in het Engels fraai wordt omschreven als “hazy”. Het is een geluid dat mij zo nu en dan doet denken aan het geluid van Aimee Mann, maar de nieuwe plaat van Jenny Lewis flirt ook met de zonnige popmuziek van The Go-Go’s en frontvouw Belinda Carlisle. 

Het is een geluid dat prima past bij de soepele stem van Jenny Lewis, die de songs ook op On The Line weer moeiteloos naar haar hand zet. Een mooie productie, een warm feelgood geluid, popsongs die na één keer horen in het geheugen zitten en een stem die alles wat vast is doet smelten; het zijn kwaliteiten waarop menig muzikant stik jaloers zal zijn, maar ook dit keer heb ik het idee dat Jenny Lewis beter kan. 

Dat betekent natuurlijk niet dat On The Line een tegenvallende plaat is. Het is net als zijn voorganger een plaat die 11 songs en 43 minuten lang vermaakt met songs die je al je hele leven lijkt te kennen. Ik blijf nog even hopen op de echte klassieker, maar het wachten is ook met het nu verschenen On The Line weer bijzonder aangenaam. Erwin Zijleman



 

zaterdag 23 maart 2019

Lucy Rose - No Words Left

Britse singer-songwriter maakte al een aantal aardige albums, maar zet een reuzenstap met haar nieuwe album vol bijzondere klanken
De vorige platen van Lucy Rose trokken stuk voor stuk mijn aandacht, maar ik vond ze uiteindelijk net niet goed of onderscheidend genoeg. Het is allemaal anders op het nu verschenen No Words Left. Het nieuwe album van Lucy Rose is voorzien van een bijzonder mooie en uiterst subtiele instrumentatie. Het is een opvallend veelkleurige en veelzijdige instrumentatie, maar ook een verrassend subtiele. Het is een instrumentatie die steeds nieuwe dingen laat horen, maar het is ook een instrumentatie die uitstekend past bij de prachtige stem van Lucy Rose, die haar voorgaande werk met speels gemak overtreft.


Ik volg de Britse singer-songwriter Lucy Rose inmiddels al een aantal jaren en ken de drie albums die ze sinds 2012 heeft uitgebracht vrij goed. 

Het zijn platen die wat mij betreft over liepen van belofte, al is het maar vanwege de mooie stem van de singer-songwriter uit het Britse Warwickshire, maar ik moet ook concluderen dat geen van de platen de belofte zodanig waarmaakte dat een plekje op mijn BLOG was te rechtvaardigen. 

Uiteindelijk vond ik geen van de eerste drie albums van Lucy Rose onderscheidend genoeg, maar de mooie stem van de Britse singer-songwriter maakte me absoluut nieuwsgierig naar album nummer 4. Dat album is nu verschenen en, laat ik maar met de deur in huis vallen, is met afstand het meest overtuigende album van Lucy Rose tot dusver. 

Lucy Rose heeft haar geluid de afgelopen jaren flink versoberd en op No Words Left gaat ze nog een stapje verder. De nieuwe plaat werd wederom geproduceerd door Tim Bidwell, die No Words Left heeft voorzien van een ingetogen en opvallend sfeervol geluid. Het is een subtiel maar ook warm geluid, waarin organische klanken de basis vormen. 

Het zijn klanken die geweldig passen bij de mooie stem van Lucy Rose, die sinds haar debuut alleen maar beter is gaan zingen. Wanneer No Words Left genoeg heeft aan een paar gitaarakkoorden en de mooie stem van Lucy Rose, kan de Britse zangeres zich meten met de grote folkies uit het verleden en vindt ze aansluiting bij folkies uit het heden als Laura Marling. 

No Words Left heeft meestal genoeg aan prachtig ingetogen klanken, maar producer Tim Bidwell laat deze met enige regelmaat uitwaaien in atmosferische soundscapes, wat de vierde plaat van Lucy Rose voorziet van een bijzonder geluid. Het is een geluid dat opvallend breed uit kan waaien, maar de Britse singer-songwriter is ook niet bang voor bijna minimalistische akkoorden. 

Folkies uit heden en verleden dragen zinvol vergelijkingsmateriaal aan, maar wanneer Lucy Rose kiest voor de minder platgetreden paden, hoor ik ook wel wat van Kate Bush, ondanks het feit dat de stemmen van de twee Britse zangeressen als dag en nacht van elkaar verschillen. 

Net als de vorige platen van Lucy Rose staat No Words Left vol met aangenaam klinkende en smaakvol gearrangeerde songs en is er altijd die stem die makkelijk overtuigt. De instrumentatie maakt voor een belangrijk deel het verschil. Er is weliswaar een heel arsenaal aan instrumenten ingezet bij het opnemen van de vierde plaat van Lucy Rose, maar er wordt geen noot te veel gespeeld. 

Ook de zang op de plaat is net wat mooier en trefzekerder dan de vorige keer, terwijl de combinatie van instrumentatie en zang de nieuwe plaat van Lucy Rose het onderscheidende karakter geeft dat de vorige keer nog net ontbrak. Dat Lucy Rose met No Words Left de belofte voorbij is zal inmiddels duidelijk zijn. Erwin Zijleman



 

vrijdag 22 maart 2019

Finn Andrews - One Piece At The Time

Voorman van The Veils maakt voor de afwisseling een soloplaat en het blijkt een heel mooi, intiem, persoonlijk en volstrekt tijdloos album
Ondanks een aantal prachtplaten wil de Britse band The Veils maar niet wereldberoemd worden. Of dat alsnog gaat lukken is van later zorg, want eerst is er het eerste soloalbum van voorman Finn Andrews. Het album, dat volgt op een liefdesbreuk en werd opgenomen in Nieuw-Zeeland, laat een opvallend rijk georkestreerd geluid horen. De strijkers knallen uit de speakers, maar Finn Andrews is er ook in geslaagd om zijn eerste soloalbum warm en intiem te laten klinken. Misschien even wennen voor de fans van The Veils, maar voor liefhebbers van tijdloze singer-songwriter muziek is het smullen.


Bij de naam Finn Andrews moest ik even goed nadenken, maar al snel wist ik het weer. Finn Andrews is de zoon van XTC en Shriekback toetsenist Barry Andrews en natuurlijk de voorman van de band The Veils. 

De in Engeland geboren maar in Nieuw-Zeeland opgegroeide Finn Andrews, keerde aan het begin van het huidige millennium terug naar Engeland en maakte direct een onuitwisbare indruk met het debuut van The Veils. 

The Veils is zo’n band waarvan je onmiddellijk weet dat ze het verdienen om wereldberoemd te worden, maar het is ook zo’n band waarvan je stiekem al weet dat ze misschien net wat te goed en eigenzinnig zijn om wereldberoemd te worden. De Britse band maakte tussen 2004 en 2016 vijf meer dan uitstekende platen, maar verder dan de cultstatus kwam de band helaas niet (met misschien Nederland als enige uitzondering). 

Na het op de klippen lopen van zijn liefdesrelatie keerde Finn Andrews tijdelijk terug naar Nieuw-Zeeland om daar zijn eerste soloplaat op te nemen. Het is naar verluidt niet het einde van The Veils, maar het solo tussendoortje van Finn Andrews bevalt mij persoonlijk uitstekend. 

Waar Finn Andrews zich met zijn band focust op rock met uitstapjes richting pop, is One Piece At A Time vooral een singer-songwriter plaat. Vanwege de grote rol voor de piano en de tijdloze popliedjes is het eerste soloalbum van Finn Andrews een plaat die refereert naar de grote singer-songwriters uit de jaren 70, maar ik heb ook flink wat associaties met het meer down-to-earth werk van Rufus Wainwright. 

One Piece At A Time staat vol met persoonlijke en vaak ingetogen songs, die uiteraard meer dan eens stil staan bij de liefdesbreuk van Finn Andrews. One Piece At A Time werd opgenomen in Nieuw-Zeeland met producer Tom Healy, een aantal leden van de Nieuw-Zeelandse prachtband Tiny Ruins (check hun eerder dit jaar verschenen album) en een flink bataljon blazers en strijkers. 

Door alle strijkers klinkt het eerste soloalbum van Finn Andrews bij vlagen groots of zelfs pompeus, maar ik vind het persoonlijk prachtig. Bovendien klinken de songs van Finn Andrews ondanks alle strijkers puur en eerlijk. Wanneer Finn Andrews wat dieper graaft, wat somberder en donkerder klinkt en kiest voor een wat soberdere instrumentatie hoor ik wat van Nick Cave, maar meestal klinkt One Piece At A Time grootser en uitbundiger. 

Het levert een plaat op die zich bijzonder makkelijk opdringt, maar het zou ook zomaar een plaat kunnen zijn die zijn kruit na een paar luisterbeurten heeft verschoten. Ik heb de eerste soloplaat van Finn Andrews daarom wat langer laten liggen, maar ook na flink wat keren luisteren ben ik nog altijd aangenaam verrast door One Piece At A Time en worden de meeste songs alleen maar beter. 

Dat Finn Andrews een enorm groot talent is weet ik al een jaar of vijftien, maar met deze soloplaat weet de Brit me toch weer te verrassen. Prima als hij over een tijdje weer opduikt met The Veils, maar ook zijn solowerk smaakt wat mij betreft naar veel en veel meer. Erwin Zijleman



 

donderdag 21 maart 2019

Louise Lemón - A Broken Heart Is An Open Heart

Laat je niet afleiden door het hokje waarin Louise Lemón wordt geduwd, want op haar nieuwe plaat domineert uiteindelijk gloedvolle pop met soul en inhoud
De naam van Louise Lemón zingt de laatste tijd nadrukkelijk rond en daar is iets voor te zeggen. De Zweedse singer-songwriter beschikt niet alleen over een werkelijk geweldige stem vol soul, maar schrijft ook songs die op bijzondere wijze buiten de lijntjes kleuren. Het geluid van de Zweedse muzikante is warm en organisch, wat fraai wordt gecontrasteerd met ijzige klanken. Het is vaak een vol geluid, maar topzangeres Louise Lemón houdt zich verrassend makkelijk staande en maakt steeds meer indruk met haar geweldige songs.


Louise Lemón is een Zweedse singer-songwriter wiens naam de laatste weken nadrukkelijk rondzingt. Dat heeft deels te maken met het etiket dat op haar muziek wordt geplakt, want het etiket “death gospel” maakte mij ook wel enigszins nieuwsgierig naar de muziek van Louise Lemón (overigens zonder direct gerust te zijn op een fraai resultaat). 

Ruim een week geleden viel haar bijzonder fraai verpakte album op de mat en begon ik met niet heel hoge verwachtingen aan de beluistering van de muziek van de Scandinavische singer-songwriter. 

Ik ging er van uit dat A Broken Heart Is An Open Heart het debuut van Louise Lemón was, maar een bezoekje aan haar bandcamp pagina leerde me dat ze haar debuut Purge LP iets minder dan een jaar geleden verscheen. Voordat ik begon aan beluistering van de tweede plaat van de Zweedse muzikante las ik op diezelfde bandcamp pagina ook nog dat de plaat, net als haar debuut, is geproduceerd door de Amerikaanse producer Randall Dunn, die eerder onder andere Sunn O))), Myrkur en Chelsea Wolfe voorzag van aardedonkere en spookachtige klanken. 

Ik begon nog net niet met knikkende knieën aan de eerste beluistering van A Broken Heart Is An Open Heart, om vervolgens snel te concluderen dat we het etiket “death gospel” maar snel moeten vergeten. A Broken Heart Is An Open Heart begint met een kort intro met wat unheimische elektronische klanken, maar wanneer de piano inzet en Louise Lemón begint te zingen, breken de wolken open en verschijnt de zon. 

De jonge Zweedse singer-songwriter blijkt te beschikken over een prachtige soulvolle stem, die met speels gemak Adele naar de kroon zou kunnen steken. In de meest pop-georiënteerde momenten op A Broken Heart Is An Open Heart zou Louise Lemón zomaar een goed alternatief voor Adele en al haar soortgenoten kunnen zijn, maar de muziek van de Zweedse muzikante is gelukkig wel een stuk interessanter en dynamischer. 

A Broken Heart Is An Open Heart werd naar verluidt opgenomen met vintage apparatuur in studio’s in New York en Kopenhagen en dat heeft bijgedragen aan een warm geluid. De warmte komt uit de pianoklanken, de orgels, de ritmesectie en de indrukwekkende strot van Louise Lemón en wordt op bijzondere wijze gecontrasteerd door de donkere wolken die de elektronica op de plaat laat overdrijven en waar zo nu en dan ook een elektrische gitaar doorheen mag snijden. 

Het voorziet de muziek van Louise Lemón van iets eigenzinnigs en avontuurlijks, maar heel ontoegankelijk wordt het nergens. Integendeel zelfs, de tweede plaat van de Zweedse singer-songwriters staat vol met songs die een breed publiek aan moeten kunnen spreken. 

A Broken Heart Is An Open Heart is het mooist wanneer je de plaat met flink volume beluistert of met de koptelefoon beluistert. Dan hoor je hoe mooi de productie is en hoe warm en vol de stem van Louise Lemón is en maakt de Zweedse zangeres nog net wat meer indruk.

A Broken Heart Is An Open Heart combineert op fraaie wijze soulvolle pop met muziek van Scandinavische ijsprinsessen en voegt nog een donkere onderlaag toe. “Death gospel” hoor ik er niet in en dat is misschien maar goed ook. Duidelijk is wel dat Louise Lemón het ook zonder bijzonder hokje wel gaat redden. Haar tweede plaat loopt immers over van het talent. Erwin Zijleman 

De muziek van Louise Lemón is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://louiselemon.bandcamp.com.


 

woensdag 20 maart 2019

Tom Russell - October In The Railroad Earth

Ouwe rot met een CV om bang van te worden is nog lang niet versleten en levert nog maar eens een prima plaat af
Tom Russell draait al een aantal decennia mee en niet alleen als muzikant, maar ook als schrijver, journalist, songwriter en kunstenaar. Hij heeft stapels platen gemaakt, waaronder flink wat hele goede en ook zijn nieuwe plaat mag er weer zijn. Met een aantal topmuzikanten heeft de Amerikaanse muzikant een plaat gemaakt vol muzikaal vuurwerk en prachtige verhalen en het is een plaat die binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet bestrijkt. October In The Railroad Earth eert de muzikale erfenis van Johnny Cash, maar Tom Russell kan nog veel meer en blijft een rootsmuzikant om serieus rekening mee te houden.


Tom Russell werd geboren op 5 maart, daar zijn de bronnen het wel over eens, maar of hij in 1947, 1948, 1950 of 1953 werd geboren blijft vaag. Ik hou het maar even op het gezamenlijke oordeel van de Amerikaanse Wikipedia pagina, die er van uit gaat dat de Amerikaan eerder deze maand zijn 71e of 72e verjaardag vierde. 

Het is een respectabele leeftijd, maar voor Tom Russell is het nog veel te vroeg voor een plekje achter de geraniums. 

De in Los Angeles geboren Tom Russell heeft sinds het eind van de jaren 60 een bijzonder indrukwekkend CV opgebouwd. Ik ken hem vooral als muzikant, maar Tom Russell heeft ook zijn sporen verdiend als schrijver, songwriter, journalist en kunstenaar. 

Van de enorme stapel albums die Tom Russell heeft uitgebracht heb ik er hooguit een handvol in de kast staan, maar als ik een album van de Amerikaan in handen krijg ben ik meestal onder de indruk. De laatste keer dat dit gebeurde was bij beluistering van het in 2015 verschenen The Rose Of Roscrae. Het bleek een buitengewoon ambitieus project, want in ruim tweeënhalf uur kwam een heuse folk-opera voorbij. Geen lichte kost, maar de plaat bevatte toch flink wat memorabele songs. 

Het deze week verschenen October In The Railroad Earth is gelukkig lichtere kost. Tom Russell schotelt ons dit keer slechts 11 songs voor en na zo’n drie kwartier zit het erop. De plaat opent met de titeltrack en deze titeltrack laat horen dat de erfenis van Johnny Cash bij Tom Russell in goede handen is. October In The Railroad Earth bevat meer tracks die herinneren aan de muzikale erfenis van Johnny Cash, al is het maar omdat de stem van Tom Russell nog wat tinten donkerder klinkt dan op zijn vorige platen. 

Tom Russell heeft zich nooit laten beperken door hokjes en ook op zijn nieuwe plaat bestrijkt hij binnen de Amerikaanse rootsmuziek een breed palet. Country, folk, rockabilly, honky tonk, Tex-Mex, rock ’n roll, rootsrock; het komt allemaal voorbij op October In The Railroad Earth. 

Tom Russell maakte de plaat niet in zijn eentje, maar haalde een rijtje illustere muzikanten naar de studio in Austin. Texas. Meestergitarist Bill Kirchen, singer-songwriter Eliza Gilkyson, pedal steel virtuoos Marty Muse, drummer Rick Richards en twee leden van Los Texmaniacs stonden Tom Russell bij en tekenen voor een authentiek klinkend geluid, dat alle kanten op kan schieten. 

Na de aan Johnny Cash herinnerende track komt Tom Russell op de proppen met een track die Springsteen op zijn oude dag nog kan maken, maar niet veel later wordt de Mexicaanse grens over getrokken of krijg je een energieke portie honky tonk voor de kiezen. De band die Tom Russell bij stond in Austin speelt steeds weer de pannen van het dak, terwijl Tom Russell zelf zorgt voor fraai doorleefde vocalen. 

October In The Railroad Earth heeft nog veel meer te bieden, want verhalenverteller Tom Russell staat ook dit keer garant voor prachtige verhalen, die nog een extra dimensie toevoegen aan zijn bijzondere songs. 

Vergeleken met het bijzondere The Rose Of Roscrae is October In The Railroad Earth een meer rechttoe rechtaan rootsplaat, maar het is wel een hele goede rootsplaat. Ondanks de geweldige muzikanten die zijn te horen op de plaat, is het een plaat zonder al te veel opsmuk geworden. Alles draait uiteindelijk om de verhalen van Tom Russell en deze zijn zonder uitzondering prachtig en winnen bij herhaalde beluistering alleen maar aan kracht. Bijzondere plaat weer van deze veteraan en alleskunner. Erwin Zijleman



 

dinsdag 19 maart 2019

Lauren Jenkins - No Saint

De vijver met jonge vrouwelijke singer-songwriters in het countrypop segment zit momenteel overvol, maar Lauren Jenkins zou ik er zeker uitvissen
Rootspuristen halen hun neus er voor op, maar persoonlijk hou ik wel van veel albums die in het hokje countrypop passen. In dit hokje behoort nieuwkomer Lauren Jenkins direct tot de uitblinkers met prima songs, een aanstekelijk geluid met voldoende twang en vooral met een heerlijke stem, die goed uit de voeten kan in de country, maar ook zwoel en jazzy kan klinken. Gelouterde producers en topmuzikanten zorgen voor het mooie geluid, maar het is Lauren Jenkins zelf die deze plaat een flink stuk de hoogte in stuwt met een stem die van ieder popliedjes een goed popliedje kan maken en ook nog eens de rootsmuziek trouw blijft.


Ik werd vorige week toch wel wat teleurgesteld door Girl, het nieuwe album van Maren Morris. Na het geweldige Hero uit 2016 stelde Maren Morris vorige week teleur met nogal zouteloze countrypop, die net wat te vaak flirtte met eendimensionale pop. 

Heel lang hoeven we er gelukkig niet over te treuren, want de vijver met jonge countrypop zangeressen zit momenteel overvol. Het grootste nieuwe talent dat we er op het moment uit kunnen vissen is zonder enige twijfel Lauren Jenkins. 

De jonge singer-songwriter, die ruim 27 jaar werd geboren in Arlington, Texas, verkent net als onder andere Maren Moris de grens tussen Amerikaanse rootsmuziek en radiovriendelijke popmuziek, maar blijft op haar debuut No Saint constant aan de goede kant van de streep. 

Luister naar No Saint en je hoort vrijwel onmiddellijk wat het sterkste wapen van Lauren Jenkins is. De jonge Amerikaanse zangeres beschikt over een warme en licht hese stem, die is gemaakt voor zwoele countrypop. Het wordt nog wat zwoeler door het heerlijke Zuidelijke accent van Lauren Jenkins, die geen geheim maakt van haar afkomst (al groeide ze op in North Carolina). 

De stem van Lauren Jenkins, die haar tijd momenteel verdeelt tussen Nashville, New York en North Carolina, kan klinken als die van een typische countryzangeres, maar ze kan ook opschuiven richting een meer jazzy geluid, dat ook in vocaal opzicht wel wat doet denken aan Norah Jones. 

Het zorgt voor een in vocaal opzicht veelkleurig debuut en dat is het ook in muzikaal opzicht. Lauren Jenkins kan uit de voeten in meer traditionele countrysongs met hier en daar wat stevigere gitaren, maar ze kan ook opschuiven richting zich langzaam voortslepende ballads, waarin haar stem zwoeler en gevoeliger klinkt. 

Vrijwel alles dat Lauren Jenkins op No Saint doet is goed, wat knap is voor een debuterend singer-songwriter. Toeval is het niet, want er is flink geïnvesteerd in het debuut van Lauren Jenkins. Voor No Saint kon een beroep worden gedaan op een leger aan gastmuzikanten en op meerdere gelouterde producers uit Nashville. Dat is te horen, want de plaat klinkt geweldig en overtuigt makkelijk, welke kant Lauren Jenkins ook opschiet op haar debuut. 

Het is uiteindelijk vooral de verdienste van de jonge Amerikaanse zelf, want ze schreef mee aan alle songs op de plaat en drukt met haar bijzondere stem een stempel op alle songs. Rootspuristen zullen het waarschijnlijk wat te glad en te poppy vinden, maar voor rootsliefhebbers die niet bang zijn voor een beetje pop is het smullen. No Saint is ook nog eens een groeiplaat, want de aangename countrypop songs met hier en daar flink wat twang, worden bij herhaalde beluistering alleen maar lekkerder en onweerstaanbaarder.

Een plaat van het niveau van No Saint had ik vorige week verwacht van de in 2016 de hemel in geprezen Maren Morris, maar de debuterende Lauren Jenkins heeft hem gemaakt. Zeker in de gaten houden deze dame, want met een debuut als No Saint op zak en een stem die alles doet smelten, kan Lauren Jenkins wel eens heel groot gaan worden. Erwin Zijleman



 

maandag 18 maart 2019

Sophie Zelmani - Sunrise

De muziek van Sophie Zelmani voelt al ruim twintig jaar als een warm bad en ook haar nieuwste album stelt weer niet teleur
Sinds de release van haar titelloze debuut uit 1995 heb ik zwak voor de muziek van de Zweedse singer-songwriter Sophie Zelmani. Het is muziek die sinds haar tweede album nauwelijks is veranderd, maar dat hoeft ook niet wanneer je songs kunt schrijven als Sophie Zelmani dat kan en als je een stem hebt die zich als een warme deken om je heen slaat, zoals de stem van de Zweedse muzikante dat al meer dan 20 jaar doet. Haar eerste twee platen zijn me absoluut het meest dierbaar, maar Sunrise is zeker niet minder goed en wakkert mijn liefde voor de muziek van Sophie Zelmani weer stevig aan.


De eerste twee albums van de Zweedse singer-songwriter Sophie Zelmani zijn inmiddels alweer meer dan 20 jaar oud. Haar titelloze debuut verscheen in 1995 en was fris, zonnig en sprankelend. Opvolger Precious Burden verscheen drie jaar later en was ingetogen, gevoelig en aardedonker. Het zijn twee totaal verschillende albums, die allebei een bijzonder plekje in mijn hart hebben en daarom nog steeds met enige regelmaat uit de speakers komen. 

Het debuut van Sophie Zelmani werd nog stevig gepromoot door haar platenmaatschappij, maar sindsdien trekken de platen van de singer-songwriter uit Stockholm helaas niet al te veel aandacht meer in Nederland. Ik heb echter nog steeds een zwak voor de platen van Sophie Zelmani en ben daarom blij dat er met enige regelmaat nieuw werk van haar verschijnt. 

De Zweedse singer-songwriter heeft inmiddels een ruim dozijn albums op haar naam staan. Van dit stapeltje springen de eerste twee albums er voor mij nog altijd uit, maar ook alle albums die Sophie Zelmani sindsdien heeft gemaakt zijn uitstekend. Het geldt ook weer voor het deze week verschenen Sunrise, de opvolger van het in 2017 uitgebrachte My Song. 

Alles dat Sophie Zelmani sinds het eind van de jaren 90 heeft gemaakt borduurt voort op Precious Burden, al is het album uit 1998 wel de donkerste van het stel. Het zorgt ervoor dat ieder nieuw album van Sophie Zelmani aanvoelt als een warm bad en dat geldt ook weer voor Sunrise. 

De temperatuur van dit warme bad wordt vooral bepaald door haar uit duizenden herkenbare stem en haar charmante accent, dat nog steeds haar Scandinavische afkomt verraadt. De muziek van Sophie Zelmani valt verder altijd op door een sfeervol, warm en altijd wat melancholisch geluid en verder is de Zweedse muzikante een uitstekend songwriter, die een goede neus heeft voor volstrekt tijdloze popliedjes. 

Ook Sunrise heeft daarom niet veel tijd nodig om te overtuigen. Na een paar fraaie pianoakkoorden slaat het sfeervolle, met strijkers versierde, geluid van Sophie Zelmani zich als een warme deken om je heen, waarna haar bijzondere en zo herkenbare stem al binnen een minuut zorgt voor een gewonnen wedstrijd. 

Ik gaf eerder aan dat ik nog vaak teruggrijp naar de eerste twee albums van Sophie Zelmani. Dat is deels vanwege het feit dat haar zo herkenbare geluid vorm kreeg op Sophie Zelmani en Precious Burden, maar mijn verbondenheid met deze twee albums heeft ook alles te maken met mooie en minder mooie herinneringen uit de betreffende jaren. Nieuwe albums zullen daarom niet snel hetzelfde effect hebben als de eerste muziek van Sophie Zelmani, maar dat betekent niet dat haar nieuwere albums minder zijn. Integendeel.

Als ik luister naar Sunrise hoor ik dat de instrumentatie en productie smaakvoller zijn en dat Sophie Zelmani beter is gaan zingen. Ook de songs op Sunrise zijn niet minder en combineren de melancholie van Precious Burden met hier en daar een wat zonniger uitstapje dat toch weer aan het destijds terecht zo geprezen debuut van de Zweedse singer-songwriter doet denken. 

Vanwege mijn liefde voor de muziek van Sophie Zelmani komt Sunrise de afgelopen dagen met grote regelmaat uit de speakers en hoor ik steeds meer songs die me dierbaar kunnen worden. Sunrise is weer smullen voor de liefhebbers van de muziek van Sophie Zelmani, maar het is ook een album waarmee de Zweedse singer-songwriter wederom een groter publiek verdient dan ze momenteel heeft (buiten Scandinavië dan, want daar is ze wel populair). Ik omarm ook deze weer met hart en ziel. Erwin Zijleman  

De muziek van Sophie Zelmani kan worden verkregen via haar eigen webshop: https://www.bengans.eu/en/artiklar/minishops/zelmani/index.html.

 

zondag 17 maart 2019

Over The Rhine - Love & Revelation

Het was een paar jaar stil rond Over The Rhine, maar gelukkig is de Amerikaanse band terug met een plaat die het hoge niveau van de vorige platen vasthoudt
Ik ontdekte Over The Rhine aan het begin van het millennium, toen de band al een paar prima platen op haar naam had staan, maar haar mooiste platen nog moest maken. Sindsdien verkeert de band in absolute topvorm, wat heeft geresulteerd in een indrukwekkend stapeltje prachtplaten. De afgelopen jaren was het helaas wat stil rond Over The Rhine, maar met Love & Revelation is de band rond Karin Bergquist en Linford Detweiler gelukkig terug. Veel veranderd is er niet. Over The Rhine staat nog altijd garant voor een bijzonder mooi geluid, emotievolle vocalen en songs die ergens over gaan. Het levert wederom een topplaat op.


Karin Bergquist en Linford Detweiler vormen al sinds 1989 de basis van de band Over The Rhine en vieren dit jaar dus de dertigste verjaardag van hun band. 

De band uit Cincinnati, Ohio, debuteerde in 1991, maar zelf ontdekte ik Over The Rhine pas tien jaar later, toen in 2001 Films For Radio verscheen. Ik was direct onder de indruk van deze plaat, maar alle platen die ik sindsdien van de band heb gehoord zijn veel beter. Over The Rhine leverde in 2003 haar voorlopige meesterwerk Ohio af, maar alle platen die hierna zijn verschenen doen niet veel onder voor deze plaat. 


De afgelopen jaren zijn de liefhebbers van Over The Rhine niet erg verwend. In 2013 verscheen het prachtige Meet Me At The Edge Of The World, een jaar later gevolgd door het voor een kerstplaat erg goede Blood Oranges In The Snow. Sindsdien was het helaas stil rond de band uit Cincinatti, maar deze week keerde Over The Rhine gelukkig terug met Love & Revelation. 


Voor een ieder die de andere platen van Over The Rhine kent, is ook Love & Revelation direct weer een feest van herkenning. Karin Bergquist en Linford Detweiler vertellen al hun hele leven persoonlijke verhalen op de albums van Over The Rhine en doen dat ook dit keer. Waar op de vorige platen vaak het leven op het Amerikaanse platteland centraal stond, staat Love & Revelation voor een deel in het teken van liefde, verlies en rouw. 


De songs gaan deels over persoonlijk verlies, maar focussen zich minstens net zo vaak op het verlies van het Amerika dat Karin Bergquist en Linford Detweiler dierbaar is en dat ten onder dreigt te gaan aan populisme en verdeeldheid. Gelukkig is de liefde er ook nog en is Love & Revelation een album vol melancholie, maar zeker geen aardedonker album geworden. 


In muzikaal opzicht is er niet zo heel veel veranderd. Over The Rhine kiest nog steeds voor een stemmig maar ook warm en vol geluid, waarin een akoestische basis de fundering vormt voor de krachtige vocalen van Karin Bergquist. Denk aan 10,000 Maniacs, The Innocence Mission en Cowboy Junkies, maar Over The Rhine heeft ook een duidelijk eigen geluid. 


Hier en daar zwellen de strijkers flink aan, hier en daar is er een onverwacht uitstapje, maar ook op Love & Revelation domineren mooie, warme klanken en een productie die recht doet aan deze klanken. Het zijn klanken, met een hoofdrol voor prachtige pianoklanken en een arsenaal aan snareninstrumenten, waaronder geweldige pedal steel klanken, die perfect passen bij de mooie stem van Karin Bergquist, die de afgelopen decennia alleen maar mooier is gaan zingen en nog wat meer emotie en doorleving aan haar stem heeft toegevoegd. 


De instrumentatie is zo mooi dat ik topmuzikanten vermoedde en die zijn inderdaad aangeschoven in de persoon van topkrachten als drummer Jay Bellerose en pedal steel wizard Greg Leisz. 


Of Over The Rhine veel nieuwe zieltjes gaat winnen met deze plaat durf ik te betwijfelen, maar voor de fans van het eerste of tweede uur is ook dit weer een plaat om te koesteren. Voor een band die inmiddels dertig jaar bestaat en nog nauwelijks een steek heeft laten vallen is dat een prestatie van formaat. Een diepe buiging is op zijn plaats. Erwin Zijleman




 

zaterdag 16 maart 2019

Iris Penning - Liever Vieze Voeten

Iris Penning maakt diepe indruk met mooie woorden, mooie klanken en vooral met songs die je meeslepen naar een wereld waar je nooit meer weg wilt
Even was er nog mijn weerstand tegen Nederlandstalige popmuziek, maar toen de eerste noten van Liever Vieze Voeten uit de speakers kwamen verdween deze als sneeuw voor de zon en maakte weerstand plaats voor diepe bewondering. Iris Penning maakt fluisterzachte en intieme popliedjes die mooie verhalen vertellen. Het zijn verhalen die worden omgeven door een sfeervolle en bijzonder mooie instrumentatie en het zijn verhalen die worden gedragen door een prachtige stem, die alle verhalen voorziet van emotie en warmte. Iris Penning timmert al een tijdje aan de weg, maar wat zet ze opeens grote stappen met deze prachtplaat. 


Ik geef eerlijk toe dat ik niet zo heel veel heb met Nederlandstalige popmuziek. Dat heeft heel weinig of zelfs helemaal niets te maken met vooroordelen, maar alles met het gevoel dat Nederlandstalige popmuziek me net wat te vaak geeft. Het is het wat ongemakkelijke gevoel dat bezit van me neemt wanneer songs in mijn moedertaal me net wat te gekunsteld klinken, waardoor alles vervaagt en alleen een gevoel van onbehagen overblijft. 

Ik dacht in het verleden vaak dat het Nederlands gewoon niet zo geschikt is voor popmuziek, maar zo af en toe duikt er een plaat op die laat horen dat er wel degelijk Nederlandstalige albums worden gemaakt die me raken en die ik na één keer horen prachtig vind. Lieve Vieze Voeten van Iris Penning is zo’n plaat. 

Iris Penning is een jonge singer-songwriter uit Eindhoven, die de afgelopen jaren al twee albums afleverde. Die albums deden me nog niet zo heel, maar maakten me op een of andere manier wel nieuwsgierig naar hetgeen dat nog in het vat zat. Dat blijkt het samen met de ervaren Eindhovense muzikant en producer Gabriël Peeters gemaakte Liever Vieze Voeten. 

De muziek van Iris Penning wordt op haar eigen website omschreven als “poëtische pop”. Dat klonk op voorhand als de Nederlandstalige kleinkunst waarvoor ik een allergie lijk te hebben ontwikkeld, maar Iris Penning had me eigenlijk al na een paar noten te pakken met songs waarin alles klopt en iedere noot je nieuwsgierig maakt naar de volgende.

De singer-songwriter uit Eindhoven heeft heel veel aandacht besteed aan haar teksten, die hier en daar inderdaad uitblinken door een dichterlijke schoonheid, maar Liever Vieze Voeten klinkt geen moment gekunsteld. De bijzonder mooie stem van Iris Penning betovert je direct vanaf de eerste tonen, waarna de met een mooie zachte g uitgesproken woorden langzaam rondjes in je hoofd draaien, tot ze zijn omgetoverd tot beelden. 

Iris Penning beschikt over een stem die woorden tot leven brengt, maar het is ook een stem van een bijzondere schoonheid. Het is een stem die een sober maar zeer smaakvol instrumentarium verdient en dat is precies wat Liever Vieze Voeten heeft gekregen. Gabriël Peeters heeft het derde album van Iris Penning bijzonder smaakvol ingekleurd met een warm en akoestisch geluid dat vooral bestaat uit akoestische gitaren en hiernaast sfeervolle accenten van piano, cello, saxofoon en percussie bevat. Het is een subtiel, maar opvallend trefzeker geluid. De nadruk ligt echter op de stem van Iris Penning, die incidenteel wordt verrijkt door koortjes en tweede stemmen, maar meestal ingetogen, puur en fluisterzacht klinkt en meer dan eens goed is voor kippenvel.

Iris Penning vertelt op haar nieuwe album mooie verhalen en verhalen zitten me bij Nederlandstalige muziek vaak in de weg omdat ze afleiden. Ook dat is anders bij beluistering van Liever Vieze Voeten van Iris Penning. De singer-songwriter uit Eindhoven vertelt verhalen die je wilt volgen, maar ze maakt ook muziek die je meeneemt en weg laat dromen. Het zorgt ervoor dat ik de 39 minuten van Liever Vieze Voeten van Iris Penning het liefst twee keer achter elkaar beluister, om bij tweede beluistering te constateren dat Liever Vieze Voeten steeds meer een feest van herkenning is, maar ook nog steeds nieuwe dingen laat horen. 

De afgelopen jaren kon ik best goed uit de voeten met de Nederlandstalige songs van onder andere Eefje de Visser en Maaike Ouboter, maar Iris Penning legt de lat weer net een stukje hoger met persoonlijke songs van grote schoonheid en een bijzondere intimiteit. Ook in de toekomst zal ik vooral naar Engelstalige muziek luisteren, maar deze prachtplaat zal af en toe zorgen voor afwisseling. Of in termen van Iris Penning te spreken “liever vieze voeten dan altijd schoenen aan”. Erwin Zijleman

Liever Vieze Voeten is verkrijgbaar op cd en vinyl. Hou de website van Iris Penning in de gaten: https://www.irispenning.com.

 

vrijdag 15 maart 2019

Howe Gelb - Gathered

Howe Gelb leeft zich nog maar eens uit als jazzy crooner en overtuigt wederom op een plaat die het vooral in de kleine uurtjes goed zal doen
Howe Gelb stond met zijn band Giant Sand aan de basis van de alt-country uit de woestijn van Arizona, maar lijkt de afgelopen jaren te hebben gekozen voor de jazz. Samen met een subtiel spelende band en flink wat gasten, vult Howe Gelb nog maar eens op bijzonder aangename wijze de ruimte met jazzy standards en eigen songs. Het is allemaal eerder gedaan, maar de unieke stem van Howe Gelb, die langzaam opschuift richting spoken word, geeft ook deze plaat weer een eigen gezicht. Bovendien staat de plaat met lome en zwoele klanken garant voor complete onthaasting en dat is zo af en toe ook wel eens lekker.


Howe Gelb is al sinds halverwege de jaren 80 actief in de muziek en heeft stapels mooie platen gemaakt met zijn band Giant Sand en als solomuzikant. 

De Amerikaanse muzikant uit Tucson, Arizona, zette de muziek uit de woestijn van Arizona op de kaart, maar liet zich geen moment in een hokje duwen. 

Op zijn laatste soloplaten leek de Amerikaanse muzikant vol te kiezen voor de jazz, maar op het nu verschenen Gathered keren ook hier en daar invloeden uit de alt-country en de folk terug. 

Gathered werd gemaakt met een aantal gasten, onder wie M. Ward, Anna Karina, Pieta Brown, Kira Skov, dochter Talula en onze eigen JB Meijers en klinkt wat voller dan zijn directe voorganger. 

Op zijn meer jazz georiënteerd albums klonk de stem van Howe Gelb wat donkerder dan in het verleden en zocht hij de grenzen van zang en spoken word op. Dat doet hij ook weer in de openingstrack van Gathered, waarin een akoestische gitaar gezelschap krijgt van vocalen die afwisselend aan Lou Reed en Leonard Cohen doen denken. 

De vergelijking met Leonard Cohen dringt zich nog veel nadrukkelijker op in de tweede track, waarin ook M. Ward is te horen. Dat is ook niet zo gek, want A Thousand Kisses Deep kennen we natuurlijk van Leonard Cohen zelf. Het zijn songs waar je normaal gesproken vooral van af moet blijven, maar de zwoele versie van M. Ward en Howe Gelb doet wat mij betreft recht aan het origineel. 

Gathered bevat een mix van covers en eigen songs en beweegt zich op een net wat breder terrein dan de vorige platen van de muzikant uit Tucson. De invloeden uit de jazz, die domineerden op de vorige twee platen van Howe Gelb, zijn gebleven, maar ook de alt-country, die Howe Gelb in zijn jongere jaren omarmde, en de folk hebben een beperkte plek gekregen op de plaat. 

Het levert een lome en zwoele plaat op, die het uitstekend doet tijdens de kleine uurtjes. Dat geldt met name voor de langzame jazzy songs die zijn voorzien van fraaie pianoklanken, een inventief spelende ritmesectie en af en toe wat  en blazers en waarin hier en daar een vrouwenstem opduikt. 

Op zijn vorige platen vond ik de ene na de andere lome jazzy song wel wat veel van het goede en daarom is het goed dat Howe Gelb op Gathered ook kiest voor andere geluiden en wat meer tempo en twang, al laat hij in deze tracks de zang vaak achterwege. Gathered bevat hiernaast een aantal meer folky songs, waarin de stem van Howe Gelb het uitstekend doet. 

De criticus zal zich afvragen of het echt nodig is dat een klassieker als Moon River nog eens uit de mottenballen wordt gehaald, maar de versie van Howe Gelb en de wat onvast zingende Talula Gelb bevalt me op een of andere manier wel, al vind ik de duetten met de andere zangeressen een stuk beter. 

Ook op Gathered schuift de zang van Howe Gelb op richting voordragen. Daar ben ik lang niet altijd gek op, maar de donkere stem van de Amerikaan voorziet de songs van een bijzondere en rustgevende sfeer en laat ook nog eens horen hoe Lou Reed mogelijk zou hebben geklonken op zijn echt oude dag. 

Howe Gelb kan nog honderden platen maken als Gathered en uiteindelijk zal het vast gaan vervelen, maar deze vind ik toch weer aangenaam en beter dan zijn meer als een tussendoortje klinkende voorganger. Erwin Zijleman

De muziek van Howe Gelb is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://howegelbmusic.bandcamp.com.



 

donderdag 14 maart 2019

Amanda Palmer - There Will Be No Intermission

Amanda Palmer maakt een moeilijke maar ook opvallend intieme plaat met een beetje piano, een krachtige stem en heel, heel veel emotie
Amanda Palmer heeft het ons vrijwel nooit makkelijk gemaakt en dat doet ze ook dit keer niet. There Will Be No Intermission is een intense en persoonlijke plaat waarop korte intermezzo’s worden afgewisseld met lange, vooral uiterst sobere songs. In de meeste gevallen moeten we het doen met piano en de stem van Amanda Palmer, die ingetogen kan zingen, maar ook zeer theatraal kan klinken. Het is absoluut even wennen, maar als je er vatbaar voor bent, grijpt de muziek van de Amerikaanse singer-songwriter je genadeloos bij de strot. Dat duurde bij mij best even, maar ik ben nu helemaal om. 


Amanda Palmer dook een jaar of 15 geleden op als helft van het zeer eigenzinnige duo The Dresden Dolls. Het tweetal uit Boston, Massachusetts, verraste destijds met een bijzonder mix van cabaret uit de eerste decennia van de vorige eeuw en de indie-rock van dat moment.

Het waren zeker geen makkelijke platen die het duo afleverde, maar het waren wel platen die je bij bleven (kan ik na al die jaren bevestigen). 

Na het uit elkaar vallen van The Dresden Dolls dook Amanda Palmer op in het duo Evelyn Evelyn, dat geen lang leven beschoren was, en begon ze aan een solocarrière. 

Ook met haar soloplaten maakte Amanda Palmer het ons in eerste instantie niet makkelijk, tot ze in 2012 met Theatre Is Evil een behoorlijk toegankelijke popplaat maakte, die met de samen met Jack Palmer gemaakte covers plaat You Got Me Singing in 2016 een passend vervolg kreeg. Na het weer compleet ongrijpbare en met Edward Ka-Spel gemaakte I Can Spin A Rainbow uit 2017, keert Amanda Palmer nu terug met het weer solo gemaakte There Will Be No Intermission. 

Naar verluidt wilde Amanda Palmer weer een toegankelijke popplaat maken, maar ze kreeg in haar omgeving zo vaak te maken met verlies van liefde en leven, dat ze een persoonlijke, intieme, sobere en aardedonkere plaat heeft gemaakt. Het waren overigens niet alleen persoonlijke drijfveren die van There Will Be No Intermission zo’n donkere plaat hebben gemaakt, want ook de krankzinnige wereld waarin we leven heeft zijn sporen nagelaten in de muziek van Amanda Palmer. 

De Amerikaanse singer-songwriter heeft op de cover van haar nieuwe plaat haar kleren uitgetrokken en ook in muzikaal opzicht klinkt There Will Be No Intermission vaak behoorlijk naakt. De plaat opent met een kort en wat sprookjesachtig aandoend intermezzo en deze keren met enige regelmaat terug. De muziek op There Will Be No Intermission is minder sprookjesachtig. 

In de meeste tracks moeten we het vooral doen met Amanda Palmer en haar piano (en een enkele keer haar akoestische gitaar of ukelele). Piano en een stem en dat dan in songs die in alle gevallen langer dan 5 minuten duren (de openingstrack duurt zelfs meer dan 10 minuten). Het is muziek die hier thuis iedereen de gordijnen in jaagt en ik moet toegeven dat ik zelf bij eerste beluistering ook de neiging had om in deze gordijnen te klimmen. 

There Will Be No Intermission klinkt puur en eerlijk, maar ook hard en rauw, zeker wanneer de theatrale kant van Amanda Palmer weer even naar boven komt. There Will Be No Intermission is een plaat waarvoor je even moet gaan zitten en het is een plaat waarvan je moet leren houden. Dat duurde bij mij even, maar inmiddels vind ik de meeste van de ingetogen pianosongs op de plaat indrukwekkend. 

Het zijn songs die slechts spaarzaam worden versierd en hierdoor hard aankomen. Wanneer de songs wat rijker versierd worden, komt Tori Amos binnen bereik, maar ik hoor Amanda Palmer toch het liefst als zichzelf. Rauw, puur, eerlijk, emotievol en af en toe een beetje theatraal. Erwin Zijleman

De bijzondere muziek van Amanda Palmer is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://amandapalmer.bandcamp.com/album/there-will-be-no-intermission.



 

woensdag 13 maart 2019

David Gray - Gold In A Brass Age

David Gray is terug na een stilte van bijna vijf jaar en geeft zijn zo herkenbare geluid nog wat fraaie nieuwe impulsen
Ik ontdekte David Gray, zoals zoveel van ons, pas na de release van zijn vierde album White Ladder. Sindsdien heb ik een zwak voor zijn muziek. Het is een tijd stil geweest rond de Britse muzikant maar met Gold In A Brass Age is David Gray terug. Het geluid is nog altijd uit duizenden herkenbaar, maar op zijn nieuwe plaat geeft de Brit zijn songs ook een stevige soulinjectie en bovendien voegt hij meer dynamiek en verrassing toe aan zijn muziek. Het levert een album dat direct vermaakt, maar dat ook nog heel lang nieuwe en mooie dingen laat horen. Zomaar een van de betere albums van David Gray.


De Britse singer-songwriter David Gray timmerde al een aantal jaren aan de weg en had al drie niet in heel brede kring opgepikte albums op zijn naam staan, toen hij in 1998 doorbrak met het prachtige White Ladder. 

White Ladder, dat opviel door de opvallende combinatie van soulvolle songs met speelse elektronica, maakte van David Gray een wereldster, al leek de Brit zichzelf niet heel comfortabel te voelen in deze rol. 

De opvolger van White Ladder liet vervolgens lang op zicht wachten en stelde in commercieel opzicht teleur. Zelf heb ik echter altijd een zwak gehouden voor de platen van de Britse muzikant, die een aantal albums voortborduurde op het geluid van White Ladder om vervolgens de elektronica af te zweren en vervolgens toch weer te omarmen. 

Het na een stilte van bijna vijf jaar verschenen Gold In A Brass Age laat weer het uit duizenden herkenbare David Gray geluid horen en het is een geluid dat mij uitstekend bevalt. Direct in de openingstrack combineert de Brit heerlijk soulvolle vocalen en invloeden uit de rhythm & blues met een subtiel laagje elektronica, waarmee David Gray terugkeert naar het geluid dat op White Ladder de zo herkenbare vorm kreeg. 

Net als op White Ladder grossiert David Gray ook op zijn nieuwe plaat weer in lekker in het gehoor liggende popliedjes en het zijn popliedjes die ondanks het uit duizenden herkenbare geluid fris en eigentijds klinken. 

Waar David Gray op White Ladder koos voor aanstekelijke en vaak hitgevoelige songs, graaft hij op Gold In A Brass Age flink wat dieper. Zeker wanneer het tempo wat lager ligt experimenteert de Brit met bijzondere ritmes en met repeterende klanken, die zijn songs een bezwerend karakter geven. Ook in de wat meer uptempo songs verrast Gold In A Brass Age met songs die aan de ene kant een bekend geluid laten horen, maar die aan de andere kant de fantasie flink prikkelen. 

Op zijn nieuwe plaat klinkt David Gray bovendien nog wat soulvoller dan we van hem gewend zijn, wat hier en daar nog wat wordt versterkt door exotische klanken of een randje gospel. 

Ik heb zelf zoals gezegd altijd een zwak gehouden voor de muziek van David Gray en ook zijn nieuwe album stelt me zeker niet teleur. Integendeel zelfs. Gold In A Brass Age verleidt niet zo makkelijk als White Ladder ooit deed, maar is na enige gewenning een hele interessante plaat en bovendien een plaat die stevig door groeit. 

David Gray heeft de tijd genomen voor zijn nieuwe album en dat hoor je. De ene song is nog beter dan de andere en alle songs stralen een opvallend soort rust uit. Op hetzelfde moment steekt de instrumentatie steeds weer razendknap in elkaar en verrast de Brit met vocalen die alleen maar aan kracht en warmte hebben gewonnen. 

Ik was David Gray wat uit het oog verloren na al die jaren stilte en als ik al een plaat had verwacht was hij zeker niet zo goed als het uitstekende Gold In A Brass Age, dat absoluut hoort bij zijn beste werk en het zo bekende David Gray geluid tal van nieuwe impulsen geeft. Erwin Zijleman