maandag 22 juli 2019

The Flaming Lips - King's Mouth

The Flaming Lips keren terug naar het geluid van hun klassiekers van 20 jaar geleden en betoveren met een modern sprookje
Ik heb al meer dan vijfentwintig jaar een zwak voor de muziek van de Amerikaanse band The Flaming Lips. Het heeft een serie bijzondere albums opgeleverd. Hieronder albums die inmiddels de status klassieker verdienen, maar ook albums die ondanks aardige experimenten nooit meer de kast uit komen. Het ter ere van Record Store Day 2019 verschenen en nu alsnog regulier uitgebrachte King’s Mouth zou uiteindelijk wel eens in de eerste categorie kunnen gaan vallen. De band verpakt een bijzonder sprookje in een serie songs vol invloeden uit de neo-psychedelica en de psychedelica uit de jaren 60. Het zijn songs die betoveren met wonderschone passages en verwonderen met flink wat avontuur. Buitengewoon fascinerend album weer van deze unieke band.


Er is een tijd geweest dat de albums van de Amerikaanse band The Flaming Lips stuk voor stuk jaarlijstjeswaardig waren, zeker voor de recensenten van de gerenommeerde Britse muziektijdschriften Mojo en Uncut, die superlatieven tekort kwamen bij het bejubelen van de albums van de band. 

Sinds briljante albums als The Soft Bulletin uit 1999 en Yoshimi Battles The Pink Robots uit 2002, maakt de band uit Oklahoma City, Oklahoma, het de luisteraar echter lang niet altijd even makkelijk. 

Dat betekent zeker niet dat er sindsdien geen memorabel album van The Flaming Lips meer is verschenen. Ieder album dat de band sinds de genoemde twee meesterwerken heeft uitgebracht is op een of andere manier interessant, maar het ontbrak vaak wel wat aan consistentie, toegankelijkheid en pure magie. Met name Embryonic uit 2009, The Terror uit 2013 en Oczy Mlody uit 2017 had ik echter niet graag gemist. 

Eerder dit jaar verscheen op Record Store Day een nieuw album van The Flaming Lips en op dit album keerde de band wat meer terug naar het geluid van de eerder genoemde meesterwerken van al weer bijna 20 jaar geleden. Dit album, King’s Mouth, met de ondertitel Music And Songs, krijgt nu gelukkig ook nog een reguliere release. 

King’s Mouth is onderdeel van een groter project, waarvan ook nog een boek en een kunstinstallatie deel uit maken. Het is een conceptalbum dat een modern sprookje vertelt over een reuzenkoning die zichzelf opoffert om zijn stad te redden en dit ook blijft doen nadat zijn hoofd is verwerkt tot monument. Een sprookje vraagt om een verteller en hiervoor is niemand minder dan The Clash zanger en gitarist Mick Jones gerekruteerd, die het verhaal vertelt met een fraaie Britse tongval. 

Het verhaal voorziet het nieuwe album van The Flaming Lips al van consistentie, maar ook de songs op het album klinken consistenter dan die op de laatste paar albums van de Amerikaanse band. De knap in elkaar stekende songs herinneren meer dan eens aan de grote albums van The Flaming Lips. Dit waren albums waarmee de band aan de basis stond van het inmiddels florerende hokje neo-psychedelica. Ook op King’s Mouth hoor je veel muziek die past in het hokje neo-psychedelica, maar invloeden uit de psychedelica uit de jaren 60 en 70 zijn minstens net zo nadrukkelijk aanwezig. 

Ik moet direct toegeven dat ik de draad van het verhaal vrij snel kwijt was, maar in muzikaal opzicht is King’s Mouth een album dat boeit en blijft boeien. De songs op het album klinken een stuk toegankelijker dan vrijwel alles dat de band de laatste 15 jaar heeft gemaakt, maar echt makkelijk maakt de band rond voorman Wayne Coyne het je gelukkig nooit. Net als je zielsgelukkig wordt van wonderschone klanken is er altijd wel weer de verrassende wending die je met beide benen op de grond zet en zo hoort het ook bij The Flaming Lips.

De songs op het album schieten alle kanten op en hetzelfde geldt voor de uitbundige instrumentatie en productie. Het laatste deed de band grotendeels zelf, maar voor de finishing touch werden ook topproducer Mike Fridmann, die ook de meest succesvolle albums van de band produceerde, en zijn zoon Dave ingehuurd. 

Bij eerste beluistering was ik niet overtuigd van de waarde van een verteller, maar de gesproken tekst van Mick Jones voorziet het album uiteindelijk wel van een unieke sfeer. Zo goed als The Soft Bulletin of Yoshimi Battles The Pink Robots is King’s Mouth natuurlijk niet, maar iedereen die de band sindsdien heeft afgeschreven moet dit fraaie album zeker eens proberen. Erwin Zijleman


 

zondag 21 juli 2019

Chuck Cleaver - Send Aid

Wussy voorman Chuck Cleaver maakt een prima soloalbum, dat wat meer rammelt dan de albums van zijn band, maar al snel net zo overtuigt en vermaakt
Wussy werd in 2005 dankzij haar debuut Funeral Dress in een klap een van mijn favoriete bands en die status bevestigde de band uit Cincinnati, Ohio, met haar laatste twee albums. Na het uitstekende Wussy album van vorig jaar is er nu het eerste soloalbum van voorman Chuck Cleaver. Het is een album dat wat meer rammelt dan de albums van zijn band en hierdoor wat opschuift richting lo-fi. De popliedjes van de Amerikaanse muzikant zijn flink korter dan die van zijn band, maar het zijn nog steeds geniale popliedjes, waarvan ik alleen maar heel blij kan worden. Send Aid duurt nog geen half uur, maar wat is er veel moois verstopt op het album. Het bevestigt de status van Chuck Cleaver als een van de betere songwriters van het moment.


Chuck Cleaver formeerde aan het eind van de jaren 80 in Cincinnati, Ohio, de band Ass Ponys. De band maakte uiteindelijk zes albums, waarvan de laatste, het in 2001 verschenen Lohio, met afstand de beste is. Lohio is een van de parels in mijn platenkast, maar het bleek helaas ook de zwanenzang van de band en een album dat ondanks zeer lovende recensies slechts in kleine kring werd opgepikt. 

Chuck Cleaver formeerde na het uiteenvallen van Ass Ponys samen met Lisa Walker een nieuwe band, Wussy. Die band debuteerde in 2005 met instant klassieker Funeral Dress en dat is het album dat in het betreffende jaar mijn jaarlijstje aanvoerde. Op een of andere manier verloor ik Wussy hierna uit het oog, maar met prachtalbums als Forever Sounds uit 2016 en What Heaven Is Like uit 2018 wakkerde mijn liefde voor de band weer flink aan. 

Deze week verscheen Send Aid, voor zover ik weet het eerste soloalbum van Wussy voorman Chuck Cleaver. Send Aid bevat 10 songs en voor deze 10 songs heeft Chuck Cleaver slechts 26 minuten nodig. Dat klinkt als lo-fi en dat is een hokje waarmee je het album zeker niet tekort doet. 

Chuck Cleaver blinkt inmiddels al een aantal decennia uit als songwriter en ook op zijn eerste soloalbum komt de Amerikaanse muzikant weer op de proppen met een serie uitstekende songs. Het zijn songs die wat meer mogen rammelen en die wat minder nauwkeurig zijn uitgewerkt dan de songs van Wussy, maar dit geeft de songs op Send Aid ook een bepaalde charme. 

Het eerste soloalbum van Chuck Cleaver had van mij best wat langer mogen duren, maar ik ben blij met de 26 minuten muziek op Send Aid. De lo-fi popliedjes op het album hebben niet veel tijd nodig om indruk te maken en weten stuk voor stuk te verassen met geniale refreinen en bijzondere accenten in de instrumentatie, waaronder zelfs een sitar. 

Wat misschien nog wel het meest opvalt bij beluistering van het soloalbum van Chuck Cleaver is het spelplezier dat van het album af spat. De Amerikaanse muzikant had nog een aantal songs liggen die niet zo goed passen in het werk van zijn band, maar het zijn songs die hem hoorbaar dierbaar zijn. Send Aid is tien tracks lang rauw, eerlijk en recht voor zijn raap. En zoals de beste lo-fi bands geniale popliedjes van twee minuten kunnen maken, kan Chuck Cleaver dit ook. 

De muziek van Wussy valt op door geweldig gitaarwerk en dit gitaarwerk hoor je ook op Send Aid, al mag Chuck Cleaver ook hier wat rauwer en losser te werk gaan dan gebruikelijk. Send Aid moet het verder hebben van bescheiden middelen, waaronder een aantal malen opduikende ritmebox, waardoor de songs op het album bijzonder klinken. Al met al komen er overigens toch flink wat instrumenten voorbij, dus sober klinkt het album zeker niet. 

Ik heb Chuck Cleaver inmiddels ruim 25 jaar hoog zitten als singer-songwriter en zijn eerste soloalbum verandert hier niets aan. Integendeel. De charmante serie popliedjes op Send Aid gaat hier nog heel vaak uit de speakers komen en klinken steeds wat urgenter. Heerlijk album. Erwin Zijleman

De muziek van de Wussy voorman is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://wussy.bandcamp.com/album/send-aid.

 

zaterdag 20 juli 2019

Karen Jonas - Lucky, Revisited

Karen Jonas vindt een aantal van de songs van haar eerste drie albums opnieuw uit en doet dit op grootse wijze
Het opnieuw uitvinden van oude songs is meestal een zwaktebod, maar in het geval van Karen Jonas gaat deze vlieger zeker niet op. De songs op Lucky, Revisited klinken mooier, maar zijn ook in muzikaal en vocaal opzicht beter dan de originelen. In muzikaal opzicht schittert met name gitarist Tim Bray, terwijl Karen Jonas indruk maakt met soepele en gepassioneerde vocalen, die nog makkelijker indruk maken dan die op haar eerste drie soloalbums. Het is negen bekende songs en twee opvallende covers lang genieten van een singer-songwriter die de originele songs van haar albums op het podium verder heeft laten groeien en ze nu op gloedvolle wijze uit de speakers laat komen. Geen tussendoortje dus, maar het beste Karen Jonas album tot dusver.


Mijn eerste kennismaking met Karen Jonas dateert uit de eerste weken van 2012, toen de Amerikaanse singer-songwriter opdook op het fenomenale debuut en helaas direct ook de zwanenzang van The Parlor Soldiers. 

Dat er leven is na het duo dat ze samen vormde met Alex Culbreth bewees Karen Jonas al op de drie uitstekende soloalbums die ze de afgelopen jaren uitbracht en dat album krijgt nu een vervolg. 

Karen Jonas stond na de release van Butter, iets meer dan een jaar geleden, vooral op het podium en had kennelijk niet veel tijd voor het schrijven van nieuwe songs. Op Lucky, Revisited horen we daarom vooral songs van de vorige albums van de singer-songwriter uit Fredericksburg, Virginia, en twee covers. 

Ik ben normaal gesproken niet zo gek op nieuwe bewerkingen van oude songs, om de simpele reden dat de nieuwe versies bijna altijd minder goed zijn dan de originelen of geforceerd of ongemakkelijk klinken. Dat het ook anders kan laat Karen Jonas horen op Lucky, Revisited. 

Het album opent met de honky tonk knaller Ophelia van het album Country Songs. De nieuwe versie wijkt niet eens zo veel af van het origineel, maar de band klinkt wel wat hechter en wat vooral opvalt is dat Karen Jonas beter en zelfverzekerder is gaan zingen. Dat laatste hoor je ook in de eerste cover op het album, een gedreven versie van Lovesick Blues van Hank Williams. 

De titeltrack van het debuutalbum van Karen Jonas, Oklahoma Lottery, krijgt vervolgens een wat meer ingetogen, maar ook intensere versie. Ook in de nieuwe versie van de titelsong van haar debuut hoor je dat Karen Jonas beter is gaan zingen, maar ook in muzikaal opzicht spreekt de nieuwe versie me meer aan, al is het maar vanwege het prachtige gitaarwerk van de vaste gitarist van Karen Jonas, Tim Bray. 

Het mooie van Lucky, Revisited is dat Karen Jonas niet heeft geprobeerd om totaal andere versies van haar songs te maken. De verschillen tussen de originele versies en de nieuwe versies zijn vaak subtiel en klinken vaak meer als opgefriste versies dan als nieuwe versies, al voegt Karen Jonas absoluut een nieuwe dimensie toe aan veel van de songs.

Het opfrissen van de oude songs werkt fantastisch. Karen Jonas grijpt in alle songs bij de strot met gepassioneerde zang, terwijl in de vaak net wat soberdere instrumentatie de details beter tot hun recht komen en er vrijwel continu een glansrol is weggelegd voor gitarist Tim Bray. Ook de ritmesectie op het album verdient overigens een groot compliment en hetzelfde geldt voor de heldere productie, die ervoor zorgt dat de songs veel meer urgentie uitstralen en ook gewoon beter klinken. 

Na een heerlijk jazzy uitvoering van Lucky, ook van het debuut van Karen Jonas, volgt een heerlijke versie van Bob Dylan’s It Takes A Lot To Laugh, It Takes A Train To Cry, dat wordt omgetoverd tot een intense en broeierige Karen Jonas song. Het is voor mij een van de hoogtepunten van het album, al is het maar omdat ook deze track overloopt van prachtig gitaarwerk van Tim Bray. 

Het vorig jaar zeer rijk georkestreerde Butter blijkt krachtiger in een subtiele en jazzy versie en zo overtuigt iedere song op Lucky, Revisited me net wat meer dan de originelen, die overigens afkomstig zijn van albums die mijn jaarlijstje haalden of dicht naderden. Geen eenvoudige opgave dus om de originelen te overtreffen.

Het uitbrengen van een album met nieuwe bewerkingen van oude songs lijkt een zwaktebod, zeker voor een singer-songwriter die nog niet zo heel lang meegaat, maar Lucky, Revisited is zeker geen overbodig tussendoortje. Integendeel. Het is wat mij betreft het meest overtuigende album van Karen Jonas tot dusver en dat is vanwege het torenhoge niveau van de drie albums die de singer-songwriter uit Fredericksburg, Virginia, de afgelopen jaren uitbracht een zeer indrukwekkende prestatie. Erwin Zijleman

Lucky, Revisited is verkrijgbaar via de bandcamp pagina van Karen Jonas: https://karenjonasmusic.bandcamp.com.

 

vrijdag 19 juli 2019

Tangerine Dream - In Search Of Hades: The Virgin Recordings, 1973-1979

Lijvige box-set van de Duitse elektronica pioniers Tangerine Dream blijkt een schatkist vol moois die de popmuziek tot op de dag van vandaag beïnvloedt
Tangerine Dream heeft een stapel platen om bang van te worden op haar naam staan en timmert nog steeds aan de weg. Een van de eerste creatieve pieken van de band ligt tussen 1973 en 1979 toen Tangerine Dream was ingelijfd door het Virgin label. Het is een periode die is verzameld op de fraaie box-set In Search Of Hades. Het is een box-set die goed laat horen hoe Tangerine Dream in de jaren 70 pionierde met elektronische muziek, maar de band opereerde in meerdere genres en was in ieder genre zijn tijd- en soortgenoten ver voor. De Duitse band stond in haar Virgin jaren garant voor fascinerende muziek waarin je steeds weer nieuwe dingen hoort. Het kost wat, maar dan heb je ook wat.



De Duitse band Tangerine Dream debuteerde in 1970 en heeft sindsdien een bijna onwaarschijnlijke stapel albums afgeleverd. Het zijn albums die in de meeste platenkasten ontbreken, maar het zijn ook albums die tot op de dag van vandaag heel veel invloed hebben. Het is invloed die genres overstijgt. Tangerine Dream veranderde voorgoed de elektronische popmuziek, maar had ook invloed op de ontwikkeling van genres als Krautrock en symfonische rock, veranderde het landschap van de filmmuziek en stond ook nog eens aan de basis van genres als ambient, new age en techno. De band is minstens net zo invloedrijk als landgenoten Kraftwerk, maar helaas een stuk minder bekend. 

Onlangs verscheen de verzamelaar In Search Of Hades, ondertitel: The Virgin Recordings, 1973-1979. Het is een lijvige box-set met maar liefst 16 cd’s en 2 Blu-Rays en in totaal 16 uur muziek. Dat is als kennismaking te veel van het goede, maar iedereen die wat dieper in de muziek van Tangerine Dream wil duiken krijgt met In Search Of Hades een ware schatkist in handen. 

De Duitse band debuteerde zoals gezegd in 1970, maar bereikte met het in 1974 verschenen Phaedra haar eerste creatieve piek. In Search Of Hades opent met Phaedra en het is nog altijd een indrukwekkend album. Het is alleen maar indrukwekkender wanneer je je bedenkt dat voor de atmosferische elektronische klanken, die nu uit ieder standaard keyboard komen, destijds een hele batterij aan elektronica nodig was. Tangerine Dream behoorde tot de pioniers van de elektronische popmuziek en experimenteerde als een van de eerste bands met het destijds gloednieuwe speelgoed. 

Phaedra laat goed horen hoe belangrijk het album was voor de ontwikkeling van de elektronische popmuziek, maar het is ook een filmisch album dat de blauwdruk vormde voor heel veel later gemaakte film scores. De muziek die Tangerine Dream op In Search Of Hades maakt is muziek die zijn geheimen maar langzaam prijsgeeft. Elektronische nevelwolken trekken uiterst langzaam voorbij en hebben vaak een repeterend karakter, hier en daar verrijkt met natuurgeluiden. Het is muziek die je meesleurt naar surrealistische landschappen, maar het is ook muziek die je nieuwsgierig maakt naar iedere noot die nog komt. De songs van Tangerine Dream lijken vaak een kop en een staart te missen, maar steken ondertussen razendknap in elkaar. 

In Search Of Hades bevat geremasterde versies van de albums die Tangerine Dream tussen 1973 en 1979 maakte voor het Virgin label, dat de band tekende op advies van fan van het eerste uur John Peel. Hieronder klassiekers als Phaedra, Rubycon, Ricochet, Stratosfear, ‘Encore en Force Majeure. Het was oorspronkelijk de bedoeling dat Steven Wilson de albums opnieuw zou mixen, maar dit bleek uiteindelijk alleen mogelijk voor Ricochet en een aantal tracks van Phaedra. Niet iedereen is liefhebber van de remixen van Steven Wilson, maar na fraai werk voor King Crimson en Yes, brengt de Britse muzikant ook een deel van de muziek van Tangerine Dream op fraaie wijze tot leven. 

In Search Of Hades bevat niet alleen de originele albums uit de periode 1973-1979, maar ook een schat aan bonusmateriaal en live-materiaal. Het is veel, heel veel en misschien zelfs wel te veel, maar wat zit er veel moois en bijzonders tussen. Tangerine Dream stond aan de basis van de elektronische popmuziek, maar het greep net zo makkelijk naar meer organische klanken en een door gitaren gedomineerd geluid. De Duitse band klinkt dan net wat conventioneler, maar het blijft muziek die alle kanten op schiet en je op het puntje van de stoel houdt. 

Ik doe met enige regelmaat een greep uit de schatkist die In Search Of Hades is en blijf nieuwe dingen horen in de fascinerende muziek van de Duitse band, die een prachtige verzamelaar als In Search Of Hades verdient. En dan te bedenken dat het een verzamelaar is die slechts een klein deel van de vele decennia die de band inmiddels bestaat. De band is overigens nog steeds actief. Helaas zonder voorman Edgar Froese, die in 2015 overleed. Erwin Zijleman



 

donderdag 18 juli 2019

Christina LaRocca - These Are My Whiskey Dreams...

Christina LaRocca imponeert op haar nieuwe album met een geweldige stem, maar maakt ook indruk met songs die een opvallend breed palet bestrijken
These Are My Whiskey Dreams... is mijn eerste kennismaking met de muziek van Christina LaRocca en het is een kennismaking die indruk heeft gemaakt. De Amerikaanse muzikante is voorzien van een rauwe strot vol soul, maar kan ook prachtig ingetogen zingen of juist stevig rocken. De singer-songwriter kreeg hulp van een aantal succesvolle producers, die haar wat meer de kant van de pop op duwen, maar ook binnen de rootsmuziek kan Christina LaRocca uitstekend uit de voeten. Het schiet misschien net wat te veel kanten op, maar de meeste tracks zijn van hoog niveau. Die wereldplaat van Christina LaRocca komt nog wel, maar ook dit album zou ik niet laten liggen.


Het aantal nieuwe releases binnen de Amerikaanse rootsmuziek is het hele jaar al zo groot dat ik onmogelijk alles dat ik binnen krijg kan beluisteren, al is het maar omdat er ook nog flink wat andere genres zijn die ik liefheb. De laatste weken is het net wat rustiger, waardoor ook de minder bekende singer-songwriters in het rootssegment een grotere kans hebben op aandacht. 

De afgelopen week viel vooral These Are My Whiskey Dreams... van Christina LaRocca me op. De in New York geboren en opgegroeide singer-songwriter opereert al enkele jaren vanuit Los Angeles en bracht al een tweetal albums uit. Met het uitstekende These Are My Whiskey Dreams... moet ze in staat worden geacht om in  bredere kring aandacht te trekken, want het album staat vol met aansprekende en lekker in het gehoor liggende songs. 

In de openingstrack A Man Like You maakt Christina LaRocca direct duidelijk wat haar sterkste wapen is, want haar soulvolle strot knalt werkelijk uit de speakers. De stem van de Amerikaanse singer-songwriter met Italiaanse wortels is niet alleen soulvol, maar ook verrassend krachtig en rauw. Het is een stem waarmee ze je direct bij de strot grijpt en dit ook blijft doen. 

Ook in muzikaal opzicht imponeert de muzikante uit Los Angeles. These Are My Whiskey Dreams... staat bol van de invloeden uit de soul, maar kan ook uit de voeten met blues, country en pop. Hier blijft het niet bij, want de soulvolle openingstrack slaat aan het eind om in een reggae deuntje. En zo verrast These Are My Whiskey Dreams... veel vaker. 

Ik had nog nooit van Christina LaRocca gehoord, maar in de Los Angeles scene moet ze de afgelopen jaren indruk gemaakt hebben. Op haar album krijgt ze niet alleen gezelschap van een aantal uitstekende muzikanten, maar ook van een aantal producers die hun sporen in de muziek meer dan verdiend hebben. Zo gaven onder andere Andros Rodriguez (Pharrell, Justin Timberlake, Christina Aguilera) en Alex Arias (Cher, Santana, Joe Cocker) act de presence en dat hoor je. 

These Are My Whiskey Dreams...  is door de inzet van geweldige muzikanten en meerdere ervaren producers voorzien van een lekker afwisselend geluid. Het is een geluid dat varieert van moddervet en soulvol tot stemmig en ingetogen. Wanneer de instrumentatie flink wordt aangezet zingt Christina LaRocca de pannen van het dak, maar wanneer gas terug wordt genomen overtuigt ze net zo makkelijk met fraaie en emotievolle vocalen. De instrumentatie en productie zijn steeds perfect afgestemd op de krachtige stem van de singer-songwriter uit Los Angeles, wat de songs op het album een flink stuk optilt. 

These Are My Whiskey Dreams... is bij vlagen een uitstekend rootsalbum, maar het is ook een album dat opzichtig flirt met hitgevoelige pop. Christina LaRocca doet dit wel op zeer smaakvolle wijze, waardoor de lichtvoetige songs met een sprankje zomer niet al te zeer uit de toon vallen, al is de zomerhit Smoke Marijuana wel een stuk zwakker dan de intense songs waarin Christina LaRocca de soul uit haar tenen laat komen. 

Aan het eind van het album laat de Amerikaanse singer-songwriter ook nog eens horen dat ze met stevigere rock uit de voeten kan. Ook net wat minder geslaagd dan de meer roots georiënteerde songs op de rest van het album, maar de stem van Christina LaRocca kan het absoluut aan. 

Wanneer ik luister naar These Are My Whiskey Dreams... weet ik zeker dat er nog veel meer in zit, maar ook dit album is al veel te goed om te laten  liggen, al is het maar omdat een aantal songs goed zijn voor kippenvel. Erwin Zijleman

De muziek van Christina LaRocca is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://christinalarocca.bandcamp.com/album/these-are-my-whiskey-dreams.

 

woensdag 17 juli 2019

Bethany Curve - Murder!

Terwijl we wachten op de terugkeer van My Bloody Valentine, levert de onbekende Amerikaanse band Bethany Curve een prachtalbum af
Murder! van Bethany Curve is al een tijdje uit en helaas vrijwel door iedereen over het hoofd gezien. Het album van de Amerikaanse band is echter veel te mooi om te laten liggen. Murder! past uitstekend in het hokje shoegaze, als is het maar vanwege de meerdere lagen gitaarwerk, die prachtig uit de speakers komen, maar de band schuwt ook uitstapjes richting omliggende genres niet. De muziek van de Amerikaanse band is soms gruizig en soms overweldigend, maar ook verassend melodieus. Het is goed voor een fascinerende luistertrip die steeds verslavender wordt.

Het is, toch wel tot mijn verbazing, alweer zes jaar geleden dat My Bloody Valentine terugkeerde met m b v, de opvolger van het uit 1991 stammende meesterwerk Loveless, dat zo lang geen opvolger meer leek te krijgen. Wanneer het volgende album van de Ierse band gaat verschijnen is nog onzeker, maar het kan gezien de ervaringen uit het verleden best even duren. 

Een lezer van deze BLOG tipte me een paar dagen geleden dat de leegte die My Bloody Valentine na het uitstekende m b v heeft achtergelaten eerder dit jaar is opgevuld door de Amerikaanse band Bethany Curve. Bethany Curve is zelf overigens ook niet vies van jaren van stilte, want Murder! is het eerste wapenfeit van de band in ruim 15 jaar. 

Het album is zoals gezegd al even uit, maar het is een album dat niet gemist mag worden en zeker niet door muziekliefhebbers met een zwak voor shoegaze. Bethany Curve heeft met Murder! zeker geen 13 in een dozijn shoegaze album gemaakt, maar invloeden uit de shoegaze spelen een dominante rol op het nieuwe album van de band uit Santa Cruz, California. 

De band bouwt op Murder! op indrukwekkende wijze aan muren van gruizige gitaren. Het zijn gitaarmuren die worden gecombineerd met helder klinkende drums en met wat naar de achtergrond gemixte vocalen, wat de impact van de gitaarmuren alleen maar vergroot. 

Op Murder! draait veel om het gitaarwerk en dat is van een bijzondere schoonheid. Bethany Curve bouwt haar geluid op uit meerdere lagen gitaren en het zijn flink verschillende lagen gitaren. Aan de ene kant is er de dikke laag gruis die langzaam wordt omgebouwd tot een muur, maar aan de andere kant zijn er ook zeer melodieuze lagen gitaarwerk en lagen die voorzichtig de richting opgaan van drones of die juist een meer ambient karakter hebben. 

Het levert een bijzonder fascinerend en wonderschoon klankentapijt op. De lagen gitaren worden knap met elkaar verbonden door degelijk maar ook subtiel drumwerk, waarna de vocalen het benevelende effect van de muziek van Bethany Curve verder versterken. De songs van de Californische band zijn al even melodieus als een deel van het gitaarwerk op het album en profiteren optimaal van de bezwerende werking van al het gitaargeweld. 

Murder! herinnert nadrukkelijk aan de grote albums uit de hoogtijdagen van de shoegaze, maar ook invloeden uit de psychedelica, noiserock, spacerock en ambient hebben hun weg gevonden in het bijzondere geluid van de band. 

Murder! bevat tien songs en Bethany Curve trekt hier maar liefst een uur voor uit. Dat lijkt misschien zware kost, maar wanneer je vatbaar bent voor het bijzondere geluid van de Amerikaanse band is het keer op keer een fascinerende of zelfs hypnotiserende luistertrip, waarin steeds weer nieuwe dingen opduiken. We blijven natuurlijk wachten op de nieuwe My Bloody Valentine, maar of ze hier overheen gaan komen? Ik betwijfel het. Erwin Zijleman

De muziek van Bethany Curve is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://bethany-curve.bandcamp.com/album/murder.


   


dinsdag 16 juli 2019

Trash Kit - Horizon

Trash Kit ontworstelt zich op haar nieuwe album aan een aantal iconen uit de jaren 70 en slaagt er in om volkomen uniek te klinken
Trash Kit maakt op haar derde album bijzondere muziek. Onnavolgbare ritmes, gitaarlijnen uit de Afrikaanse muziek, post-punk baslijnen, wat onvaste zang en heel veel bijzondere accenten vloeien samen in een geluid dat af en toe wat doet denken aan het geluid van een aantal roemruchte jaren 70 vrouwenband, maar dat toch vooral volkomen uniek klinkt. Het is een geluid dat zonnig en exotisch klinkt, maar het is ook een geluid dat overloopt van avontuur. Het is niet altijd lichte kost die Trash Kit ons voorschotelt, maar het is absoluut kost die de smaakpapillen op alle mogelijke manieren prikkelt en betovert.


Horizon is het derde album van de uit Londen afkomstige band Trash Kit. De band rond drummer Rachel Horwood en gitarist Rachel Aggs maakte op mij tot dusver nog geen onuitwisbare indruk. 

De eerste twee albums van de Britse band inspireerden me vooral tot het weer eens uit de kast halen van albums van jaren 70 iconen als The Au Pairs, The Raincoats en The Slits, maar bleven zelf onvoldoende hangen. 

Horizon, het nieuwe album van het trio uit Londen, het eerste in vijf jaar tijd, bevalt me een stuk beter. Ook Horizon valt weer op door het bijzondere drumwerk van Rachel Horwood, die het uit principe vertikt om een normaal ritme te slaan. De inventieve ritmes passen uitstekend bij het gitaarwerk, dat zo lijkt weggelopen uit de Afrikaanse muziek. 

Het gitaarwerk en drumwerk vullen elkaar prachtig aan en contrasteren met de bijzondere wijze waarop in de openingstrack strijkers worden ingezet en met de weer typisch Brits aandoende zang van de dames van Trash Kit, die overigens ook Afrikaans aandoende koortjes niet uit de weg gaan. 

Het is nog altijd muziek die allerlei associaties oproept met de muziek van de eerder genoemde vrouwenbands uit de jaren 70, maar Trash Kit heeft op haar derde album ook een nadrukkelijker eigen geluid en het is een geluid dat me wel bevalt. 

Horizon wordt gedomineerd door onnavolgbaar drumwerk, Afrikaans aandoende gitaarlijnen en wat onvaste zang en koortjes, maar Trash Kit voegt naast strijkers ook blazers en piano toe aan haar geluid, waardoor de band steeds weer net iets anders klinkt. 

Door de ritmes doet Horizon ook wel wat denken aan de beste momenten van het zwaar onderschatte Bow Wow Wow, dat ik ooit eens in het voorprogramma van Queen de sterren van de hemel zag spelen; iets wat overigens totaal niet werd gewaardeerd door de fanatieke Queen fans, die de band met bierblikjes van het podium kegelden. 

Voor een ieder die aan het einde van de jaren 70 niet onder de indruk was van de eerder genoemde bands, doet de muziek van Trash Kit waarschijnlijk wat chaotisch aan, maar ik vond, het in tegenstelling tot bij beluistering van de vorige albums van de band, direct prachtig. 

Door de aan de Afrikaanse muziek ontleende gitaarlijnen klinkt de muziek van Trash Kit zonnig en zomers en ook de ritmes dragen bij aan een zomergevoel. Aan de andere kant klinkt de muziek van de band uit Londen ook typisch Brits, wat zorgt voor wat donkere wolken en een regenbuitje op Horizon, wat nog eens wordt versterkt door de donkere baslijnen op het album, waarvoor Gill Partington tekent. 

Zeker bij beluistering met de koptelefoon viel me op dat Trash Kit haar best heeft gedaan om de instrumentatie op Horizon te versieren met subtiele details, waardoor de muziek van de band verder aan kracht wint. Helemaal nieuw is de combinatie van Britse new wave en post-punk en exotische gitaarklanken en ritmes natuurlijk niet, maar in het aanbod van het moment klinkt Trash Kit wat mij betreft fris en avontuurlijk en hoe vaker ik naar het album luister, hoe leuker het wordt. Erwin Zijleman



 

maandag 15 juli 2019

Purple Mountains - Purple Mountains

David Berman maakte een stapeltje prachtplaten met Silver Jews en levert na tien jaar stilte een al even mooi album af met zijn nieuwe band Purple Mountains
Silver Jews had zomaar een hele grote band kunnen zijn als Stephen Malkmus zich niet volledig had gericht op Pavement, maar het liep anders. Pavement schreef muziekgeschiedenis terwijl Silver Jews het moest doen met een cultstatus. Het leven van voorman David Berman ging de afgelopen decennia door diepe dalen, maar gelukkig is hij het schrijven van briljante songs nog niet verleerd. Zijn nieuwe band Purple Mountains, een samenwerking met Woods, klinkt in muzikaal opzicht opgewekt, maar de donkere stem van David Berman stort toch weer een bak melancholie over je heen. Voor mij weer een onbetwiste prachtplaat van deze cultheld.

De Amerikaanse muzikant David Berman formeert in 1989 in New York samen met Stephen Malkmus en drummer Bob Nastanovich de band Silver Jews. Nog voor de band een platencontract heeft bemachtigd, formeert Stephen Malkmus ook een tweede band, Pavement, waarin later ook Bob Nastanovich opduikt. 

Pavement weet met haar debuut Slanted And Enchanted direct een groot publiek te bereiken, waardoor Silver Jews wat naar de achtergrond verdwijnt. Het succes van Pavement helpt de band van David Berman echter ook aan een platencontract, waardoor in 1994 het debuut van de band verschijnt. 

Op het uitstekende, maar helaas niet heel breed opgepakte Starlite Walker zijn Stephen Malkmus en Bob Nastanovich nog van de partij, maar het tweede album van Silver Jews wordt uiteindelijk zonder de twee Pavement leden gemaakt. Malkmus duikt weer op op het in 1998 verschenen en eveneens geweldige American Water, maar op de laatste drie albums die Silver Jews maakt (in 2001, 2005 en 2008, waarvan met name Tanglewood Numbers uit 2005 zeer de moeite waard is) staat David Berman er alleen voor. 

In 2009 kondigt David Berman het einde van Silver Jews aan en gaat hij verder als schrijver. Tien jaar later keert de Amerikaanse muzikant gelukkig terug in de muziek met een nieuwe band, Purple Mountains. 

Het is vrijwel onvermijdelijk om het debuut van Purple Mountains te vergelijken met de prachtige albums van Silver Jews, maar toch is het beter om dat niet te doen. Ook het debuut van Purple Mountains wordt gedragen door de songwriting skills en de melancholische vocalen van David Berman, maar Purple Mountains klinkt zeker niet als een kopie van Silver Jews. 

Dat is deels de verdienste van de band Woods, die op het titelloze debuut van Purple Mountains fungeert als de begeleidingsband van David Berman. Woods zorgt voor een lekker los en bij vlagen zelfs zonnig geluid, wat verrassend goed kleurt bij de donkere vocalen van David Berman. 

Op Purple Mountains klinkt de Amerikaanse muzikant als herboren en hoor je nog altijd goed wat een geweldig songwriter hij is. De criticus zal beweren dat Purple Mountains op haar debuut geen hele opzienbarende dingen laat horen, maar ik ben blij met de nieuwe serie songs van de muzikant die best een cultheld mag worden genoemd. 

Het zijn songs die deels voortborduren op de donkere Americana en gitaarpop van Silver Jews, maar Purple Mountains experimenteert ook met wat rijker ingekleurde songs en met een geluid dat bijna zonnig te noemen is, zeker wanneer de Mexicaans aandoende blazers invallen. Aan de andere kant is het ook een geluid vol melancholie, waarin de pedal steel weer eens wonderen verricht. 

Het zorgt voor een album vol lekker in het gehoor liggende gitaarmuziek, met de zo herkenbare zang en de aardedonkere teksten van David Berman als onderscheidende elementen. David Berman leek het afgelopen decennium niet meer in staat om een goed album te maken, maar het debuut van Purple Mountains laat horen dat hij nog steeds met de besten mee kan. Erwin Zijleman

De muziek van Purple Mountains is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://purplemountains.bandcamp.com.


 

zondag 14 juli 2019

Penelope Isles - Until The Tide Creeps In

Penelope Isles verrast met een album vol honingzoete en dromerige klanken, maar ook een album vol verrassende wendingen
Until The Tide Creeps In is het debuut van de Britse band Penelope Isles en het is een debuut dat me vrijwel onmiddellijk wist te overtuigen. Vervolgens begint het ontdekken van het album pas, want Penelope Isles laat zich niet heel makkelijk in een hokje duwen. Invloeden uit de dreampop en shoegaze worden gecombineerd met flink wat psychedelica, maar als je goed luistert hoor je nog veel meer invloeden en genres in de muziek van de band. Penelope Isles weet zich in muzikaal opzicht daarom makkelijk te onderscheiden, maar dat doet de band ook met de bijzondere stemmen van broer en zus Jack en Lily Wolter.


Penelope Isles is een Britse band rond broer en zus Jack en Lily Wolter. De twee brachten hun jeugd door op The Isle of Man en kwamen elkaar weer tegen in het Britse Brighton toen ook Lily, die zes jaar jonger is dan Jack, daar ging studeren. 

In Brighton werd vervolgens de basis gelegd voor Penelope Isles en van de band is nu het debuut Until The Tide Creeps In verschenen. Het is een debuut dat me direct opviel deze week, want Penelope Isles klinkt anders dan de meeste andere bands van het moment. 

De muziek van de Britse band klinkt over het algemeen dromerig en zweverig, maar de muziek van Penelope Isles wordt hier en daar ook voorzien van een dun laagje gruis. Openingstrack Chlorine laat direct horen wat de Britse band te bieden heeft. Breed uitwaaiende gitaarlijnen worden gecombineerd met wat ijle zang van broer en zus Wolter, terwijl op de achtergrond voorzichtig shoegaze gitaarmuren worden opgebouwd. 

De muziek van Penelope Isles bevat een vleugje dreampop en shoegaze, maar ik hoor ook wat noiserock, folk en lo-fi en tenslotte doet de muziek van de Britse band psychedelisch aan en zijn er flink wat raakvlakken met de bands uit de neo-psychedelica, onder wie zeker The Flaming Lips.

De popliedjes op Until The Tide Creeps In zijn aan de ene kant honingzoet, maar zitten ook vol verrassing, al is het maar omdat de band uit Brighton meerdere genres aan elkaar smeedt op haar debuut. Het ene moment hoor je typisch Britse gitaarpop, maar wanneer de muziek van Penelope Isles net wat zweveriger klinkt hoor je net zo makkelijk muziek die is beïnvloed door Amerikaanse Westcoast pop of de pure pop zoals die halverwege de jaren 70 rond Los Angeles werd gemaakt. En hier blijft het zeker niet bij.

De lekker in het gehoor liggende songs op Until The Tide Creeps In hebben maar weinig tijd nodig om te overtuigen, waarna langzaam maar zeker ook de andere lagen in de muziek van Penelope Isles hun werk doen. Het debuut van de band uit Brighton laat zich vaak beluisteren als een album dat zo lijkt weggelopen uit de jaren 60, tot je je beseft dat de invloeden uit de shoegaze en dreampop toen nog lang niet uitgevonden waren. 

Zeker wanneer invloeden uit de (neo-)psychedelica domineren in de muziek van Penelope Isles heeft de muziek van de band rond Jack en Lily Walter een benevelende of zelfs bezwerende uitwerking, wat nog verder wordt versterkt door de bijzondere stem van Jack, die me in eerste instantie wat op de zenuwen werkte, maar die steeds mooier past in het vol klinkende geluid van de Britse band. Het is een geluid dat niet misstaat in een volgend seizoen van Twin Peaks, maar het is ook een geluid dat zowel een stille avond als een lome zondagochtend prachtig inkleurt. 

Wanneer Jack de vocalen even vooral aan Lily laat, klinkt Penelope Isles opeens weer heel anders en schuift Until The Tide Creeps In op richting dreampop, al is het wel dreampop met bijzondere accenten. Het debuut van Penelope Isles viel me zoals gezegd direct op, maar hoe vaker ik naar de muziek van Jack en Lily Wolter luister, hoe mooier het wordt. Penelope Isles heeft een album afgeleverd dat continu verleidt met dromerige klanken, maar dat ook continu dingen doet die je niet verwacht. Bijzonder leuke plaat! Erwin Zijleman

De muziek van Penelope Isles is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://penelopeisles.bandcamp.com/album/until-the-tide-creeps-in.



 

zaterdag 13 juli 2019

Dope Lemon - Smooth Big Cat

Heerlijk zomers, loom en dromerig album van Dope Lemon, wat een alter ego blijkt van niemand minder dan Angus Stone
Laat Smooth Big Cat van Dope Lemon uit de speakers komen en de donkere wolken worden onmiddellijk verruild voor warme zonnestralen. Het alter ego van Angus Stone kiest vooral voor songs in een laag tempo met luie vocalen en mooi gitaarwerk, maar de Australische muzikant slaat ook andere wegen in, wat het album spannend houdt. Smooth Big Cat doet me wel wat denken aan de muziek van JJ Cale, maar dan met een eigentijdse Angus Stone touch. Heerlijke muziek om volledig bij weg te dromen, maar zeker ook interessant genoeg om minstens één oog (of oor) open te houden.


Het blijft mooi hoeveel invloed muziek kan hebben op je gemoedstoestand. Op het moment dat ik deze recensie typ, komt de regen werkelijk met bakken uit de hemel en lijkt de zomer heel ver weg. Toch voelt het hier achter de pc als een heerlijk lome zomerdag en die zomerdag heb ik te danken aan Smooth Big Cat van Dope Lemon. 

De naam Dope Lemon deed bij mij geen belletje rinkelen, maar Smooth Big Cat is zeker niet mijn eerste kennismaking met de muziek van de Australische muzikant. Achter Dope Lemon gaat immers niemand minder dan Angus Stone schuil en die ken ik natuurlijk al jaren. 

Angus Stone ken ik van een fraai soloalbum, van een prima album als Lady Of The Sunshine en natuurlijk van het stapeltje uitstekende albums dat hij maakte met zijn zus Julia als Angus & Julia Stone. Angus Stone maakte al eerder muziek als Dope Lemon, maar levert met Smooth Big Cat het beste album van dit alter ego tot dusver af. 

Smooth Big Cat is een album met buitengewoon lome, zwoele en dromerige muziek. Het tempo ligt laag, de instrumentatie is betrekkelijk sober en ook de zang van Angus Stone heeft geen enkele haast. Het nieuwe album van Dope Lemon klinkt meer dan eens als een album dat JJ Cale gemaakt zou kunnen hebben wanneer hij een aantal decennia later en aan de Australische kust zou zijn geboren. Smooth Big Cat wordt hier en daar dan ook niet voor niets omschreven als “laidback coastal rock” en dat is wat mij betreft een prima omschrijving. 

Uiteraard citeert Angus Stone ook nadrukkelijk uit zijn eigen werk en hoor je zeker wat van de albums van Angus & Julia Stone, al moeten we het dit keer doen zonder een blinkende productie en zonder de honingzoete stem van Julia. 

Smooth Big Cat is een loom en laid-back album dat bijzonder aangenaam voortkabbelt, maar dat ook spannend is door de variatie die Angus Stone heeft aangebracht. Hier en daar flirt de Australische muzikant wat met elektronica, met een antieke ritmebox of een net wat meer up-tempo song, wat Smooth Big Cat spannend houdt. 

Aan de andere kant had ik me met alleen maar “laidback coastal rock” ook best vermaakt, want Angus Stone weet precies hoe dit moet klinken. Smooth Big Cat klinkt hier en daar als JJ Cale, maar kan ook worden omschreven als een vroege versie van Dire Straits, die ver weg blijft van de commercie en zich heeft opgesloten in een oude boerderij in de woestijn van Arizona. De Australische muzikant voegt hiernaast flink wat psychedelische accenten toe aan zijn muziek, wat de dromerige sfeer van Smooth Big Cat verder versterkt. 

Smooth Big Cat van Dope Lemon is een heerlijk album om bij weg te dromen, maar ook een album dat steeds weer betovert met bijzonder fraaie gitaarlijnen en subtiele accenten. Dat het album tenslotte is verpakt in een wat goedkoop aandoende hoes moeten we Angus Stone maar vergeven. Erwin Zijleman



 

vrijdag 12 juli 2019

Drivin' N' Cryin' - Live The Love Beautiful

Drivin’ N’ Cryin’ is ondanks een aantal prima albums in de jaren 80 en 90 nooit wereldberoemd geworden, maar laat vele jaren later horen dat het nog steeds een geweldige band is
Wat is het toch jammer dat er tegenwoordig weinig albums als Live The Love Beautiful worden gemaakt, maar gelukkig hebben we Drivin’ N’ Cryin’ nog. De band rond voorman Kevn Kinney is zo ongeveer opgestaan uit de dood, maar klinkt op haar nieuwe album springlevend. Het levert een rockplaat op vol tijdloze rocksongs die je na één keer horen hebt omarmd. Het zijn songs die binnen de rockmuziek een breed palet bestrijken en het zijn songs die lekker rauw klinken, al is het maar vanwege het uit duizenden herkenbare stemgeluid van Kevn Kinney. Na al die jaren had ik geen hoge verwachtingen van een nieuw Drivin’ N’ Cryin’ album, maar wat is Live The Love Beautiful goed. 


Drivin’ N’ Cryin’ is een Amerikaanse band, die aan het eind van de jaren 80 en het begin van de jaren 90 een aantal zeer memorabele albums afleverde. 

De band uit Atlanta, Georgia, kreeg in haar hoogtijdagen meerdere etiketten opgeplakt, waaronder met name de etiketten Southern rock, roots rock en college rock, maar geen van deze etiketten deed de band echt recht. 

Wanneer ik luister naar de vroege albums van de Amerikaanse band hoor ik vooral een hele goede rockband en die hele goede rockband hoor ik ook wanneer ik luister naar het nieuwe album van de band. 

Drivin’ N’ Cryin’ had halverwege de jaren 90 het meeste van haar kruid wel verschoten, maar de band bleef met tussenpozen bestaan. Ondertussen beproefde voorman Kevn Kinney zijn geluk als solomuzikant, wat een aantal prima albums opleverde. Drivin’ N’ Cryin’ vond ik de afgelopen 25 jaar niet zo heel boeiend meer, maar het nieuwe album van de band is uitstekend. 

Live The Love Beautiful is een rockplaat die net zo makkelijk een aantal decennia geleden gemaakt had kunnen worden en het is een rockplaat waarvan je alleen maar heel gelukkig kunt worden. De muziek van Drivin' N' Cryin' was in het verleden nooit heel precies in een hokje te duwen en dat is het nog steeds niet. Het ene moment domineert de stevige rock met een Southern injectie, maar de Amerikaanse band maakt ook rocksongs met invloeden uit de Amerikaanse rootsmuziek, meer psychedelisch aandoende songs of songs die omslaan in een stevige psychedelische trip. 

Centraal staat altijd het wat geknepen stemgeluid van Kevn Kinney, die hier en daar wat van Bob Dylan heeft, maar wat rauwer zingt. Het is een stem waarvan niet iedereen zal houden, maar ik was 35 jaar gelden al gek op de stem van Kevn Kinney en ben dat nog steeds. Het is een stem die de songs van Drivin' N' Cryin' net wat rauwer en doorleefder maakt en hierdoor interessanter dan de songs van de gemiddelde rockband die zich in de bovengenoemde genres beweegt. 

Drivin' N' Cryin' klinkt op Live The Love Beautiful niet alleen als een hele goede rockband, maar ook als een gelouterde rockband. Het nieuwe album van de Amerikaanse band klinkt hecht, maar staat ook nog vol met mooie accenten en natuurlijk met heerlijk gitaarwerk. In muzikaal en vocaal opzicht is het smullen wat mij betreft, maar Live The Love Beautiful van Drivin' N' Cryin' is ook een tijdloos album vol met songs die je na een keer horen niet meer vergeet. 

De band rond Kevn Kinney levert hierdoor een heerlijke feelgood plaat af, maar Drivin' N' Cryin' klinkt op haar nieuwe album en het eerste album in minstens een jaar of 10 ook zeer geinspireerd. Live The Love Beautiful is een no-nonsense rockplaat die de jonge honden van het moment niet meer maken, maar ook bands van de leeftijd van Drivin' N' Cryin' kunnen alleen maar dromen van een album als Live The Love Beautiful. 

Hiermee ben ik er nog niet, want Kevn Kinney is ook nog eens een verhalenverteller, die misstanden aan de kaak stelt, maar net zo makkelijk persoonlijke anekdotes omtovert tot memorabele songs. Ik moet direct toegeven dat ik de laatste decennia niet meer naar de muziek van Drivin' N' Cryin' heb geluisterd, maar Live The Love Beautiful heeft de liefde voor de band zeker weer aangewakkerd en is ook nog eens een album dat niet misstaat tussen de beste albums van de band. Dat is op zijn minst een prestatie van formaat. Erwin Zijleman

 

donderdag 11 juli 2019

Sarasara - Orgone

Sarasara maakte het me met haar debuut drie jaar geleden net wat te lastig, maar haar tweede album is een muzikale ontdekkingsreis die zijn weerga niet kent
Wanneer de zon gaat schijnen grijp ik graag naar de muziek van Franse zuchtmeisjes, die de kunst van het zwoel muzikaal verleiden als geen ander beheersen. De muziek van de Française Sarasara verleidt in ieder geval minder snel, maar wanneer je eenmaal wordt gegrepen door de muziek van Sarasara wil je niet meer zonder. De zang op Orgone is fluisterzacht en krijgt gezelschap van even zachte akoestische klanken, die vervolgens worden gecontrasteerd met tegendraadse elektronica en bijzondere ritmes. Zeker niet het makkelijkste album dat je momenteel in huis kunt halen, maar wel een album dat bij iedere beluistering weer nieuwe en verrassende dingen laat horen.


Sarasara is het alter ego van de Franse muzikante Sarah Filleur, die met haar in 2016 verschenen debuut Amor Fati, een onuitwisbare indruk maakte op de critici, die het album stuk voor stuk bejubelden met de nodige superlatieven. 

Ik vond de muziek van de Française in eerste instantie ook fascinerend, maar uiteindelijk bood het album me net te weinig houvast. Het tweede album van Sarasara, Orgone, opent een stuk toegankelijker. 

Flatline is een zwoel popliedje dat in eerste instantie wordt gedragen door eenvoudige klanken en de zwoele vocalen van de Franse muzikante, die nu overigens in het Verenigd Koninkrijk woont. In eerste instantie strijkt alleen de subtiel toegevoegde elektronica wat tegen de haren in, totdat ook de rol van complexe ritmes belangrijk wordt. 

Met Flatline blijft Sarasara natuurlijk ver verwijderd van de Franse zuchtmeisjes die vooral de zwoele verleiding nastreven, maar klinkt ze toegankelijker dan op haar debuut. Blood Brothers, de tweede track van het album contrasteert donkere pianoklanken met bijzondere elektronische ritmes en wederom wat ongrijpbare elektronica, waarna Sarasara de songs naar zich toetrekt met afwisselend spoken word en mooie zang. Sarasara wisselt Engels en Frans af in haar songs en doet dat op een manier die natuurlijk klinkt, al is het maar omdat ze haar Engels opvalt door een stevig Frans accent. 

Het debuut van Sarasara vond ik drie jaar geleden zoals gezegd een spannend album, maar het was ook een album waarop ik geen vat kreeg. Het is anders bij beluistering van Orgone. Orgone laat ontegenzeggelijk spannende en bij vlagen zeer experimentele klanken horen, maar ik hoor dit keer ook songs met een kop en een staart. Het zorgt ervoor dat Orgone minstens net zo intrigeert als zijn voorganger, maar uiteindelijk meer blijft hangen. 

Er gebeurt op het tweede album (de acapella versie van haar debuut tel ik maar even niet mee) van Sarasara zo veel dat het wel even duurt voor je niet meer mateloos wordt verrast door de intrigerende songs van de Française, maar in tegenstelling tot bij beluistering van het debuut, valt nu uiteindelijk alles op zijn plek. 

Orgone is bijzonder fraai geproduceerd door Liam Howe, die eerder werkte met onder andere Hannah Peel, Lana Del Rey, Marina And The Diamonds, Ellie Goulding en onze eigen Kovacs. Liam Howe heeft ervoor gezorgd dat Sarasara haar bijzondere geluid kon behouden, maar op hetzelfde moment net wat conventionelere songs kon maken. Orgone is een album dat, zeker in eerste instantie, energie slurpt, maar naarmate er meer op zijn plek valt dringen de songs van de Franse muzikante zich steeds makkelijker op. 

Orgone is een zeer persoonlijk album dat volgt op roerige jaren in het leven van Sarasara en het is een album dat een behoorlijk introspectief en intiem geluid laat horen en het is een geluid dat maar aan kracht blijft winnen. Bijzondere gast op Orgone is Pete Doherty (The Libertines) die opduikt op een van de tracks, maar volledig wordt meegezogen in het unieke geluid van Sarasara. 

Nu de zomer nadert doen de albums van de zwoele Franse zuchtmeisjes het uitstekend, maar Orgone van Sarasara. Zie het als het tijdelijk verruilen van een ijskoud biertje voor een avontuurlijke cocktail met bijzondere en niet direct bij elkaar passende ingrediënten. Het is misschien even wennen, maar wanneer de smaakpapillen optimaal geprikkeld worden is het uiteindelijk toch genieten. Erwin Zijleman

De muziek van Sarasara is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://sarasaramusic.bandcamp.com.