dinsdag 12 november 2019

Low Roar - ross.

De Amerikaans/IJslandse band Low Roar betovert met songs van een bijzondere schoonheid, maar vergeet op ross. ook het avontuur niet
De vorige albums van Low Roar heb ik gemist, maar ross. is wat mij betreft een voltreffer. De IJslandse band rond de Amerikaanse muzikant Ryan Karazija tekent op haar nieuwe album voor folky songs met emotievolle vocalen, maar kleurt deze folky songs op geheel eigen wijze in. De folky basis van de songs van de band wordt aan de ene kant voorzien van de atmosferische klanken die je van een IJslandse band verwacht, maar wordt ook versierd met avontuurlijke wendingen, die de band de terechte vergelijking met Radiohead hebben opgeleverd. Een prachtig album voor de vele koude en donkere avonden die er aan komen.


ross. is alweer het vierde album (een live album niet mee geteld) van de vanaf IJsland opererende band Low Roar. Het is ook mijn eerste kennismaking met de muziek van de band rond de Amerikaanse singer-songwriter Ryan Karazija, die een aantal jaar geleden naar IJsland vertrok om daar zijn geluk in de lokale muziekscene te beproeven. 

De vorige albums van Low Roar werden verrassend vaak met de muziek van Radiohead vergeleken. Dat maakt nieuwsgierig naar de muziek van de IJslandse band, maar het legt de lat ook angstvallig hoog of zelfs onrealistisch hoog. Ik ken de vorige albums van Low Roar niet, maar het deze week verschenen ross. (inderdaad met kleine letters en gevolgd door een punt) is een prima album. 

De Amerikaans/IJslandse band maakt muziek die zich af en toe laat omschrijven als stemmige (indie-)folk met hier en daar een lijntje naar de muziek van Fleet Foxes, maar ik begrijp de vergelijking met Radiohead ook wel. Het is een vergelijking waar ik die met IJsland’s trots Sigur Rós best aan toe kan voegen. Vergeleken met Sigur Rós klinkt de muziek van Low Roar weliswaar vaak behoorlijk aards, maar hier en daar zijn er wel degelijk de atmosferische klanken waar Scandinavische en IJslandse bands het patent op lijken te hebben. 

De vergelijking met Radiohead heb ik nog niet toegelicht, maar is bij herhaalde beluistering van ross. steeds duidelijker. Low Roar maakt aan de ene kant aangenaam klinkende luisterliedjes, maar in de instrumentatie zoekt de band nadrukkelijk het avontuur op. Dat kan de kant op gaan van breed uitwaaierende atmosferische klanken, maar Low Roar doet ook vaak iets dat je net niet verwacht, net als Radiohead dat zo vaak doet. 

Het avontuur in de instrumentatie is vaak subtiel. Een gitaarloopje gaat net even tegen de melodie in, licht schurende elektronica geeft de organische klanken op het album een bijzondere twist, blazers duiken op om het winterlandschap te voorzien van warmte of een song met een kop en een staart schiet opeens alle kanten op, om uiteindelijk toch weer op het goede pad te raken. Low Roar verrast op ross. met songs van een grote schoonheid, maar het zijn ook songs die in artistiek opzicht zeer interessant zijn. 

ross. ontleent zijn kracht zeker niet alleen aan de fraaie instrumentatie op het album, want ook de bijzondere stem van Ryan Karazija voorziet het nieuwe album van Low Roar van onderscheidend vermogen. Ryan Karazija kan prima uit de voeten in de meer ingetogen folksongs op het album, maar zet met zijn opvallende stem ook de complexere songs op het album moeiteloos naar zijn hand. 

Het levert een sfeervol album op, dat de herfstavonden van het moment prachtig inkleurt, maar dat ook de behoefte aan muziek die buiten de lijntjes durft te kleuren bevredigt. ross. van Low Roar is een album dat steeds weer wat nieuwe dingen laat horen en dat ook steeds meer aan schoonheid en kracht wint. 

Het is een album dat is volgestopt met instrumenten en bijzondere wendingen, maar het is ook een album waarop de songs centraal staan. Het is een album waarop alle instrumentele pracht flink mag blinken, maar Ryan Karazija heeft de songs van zijn band ook vol emotie gestopt. ross. is zoals gezegd mijn eerste kennismaking met Low Roar, maar het smaakt naar veel mee. Erwin Zijleman

   


maandag 11 november 2019

Shawn Lee - Rides Again

Shawn Lee verdrijft de herfst en winter met heerlijk zonnige klanken die je mee terug nemen naar de zwoele, zonnige en soulvolle softrock uit de jaren 70
Shawn Lee heeft stapels muziek op zijn naam staan, maar ik kende de Amerikaanse muzikant tot voor kort alleen van de vorig jaar verschenen jaarlijstjesplaat van Young Gun Silver Fox. Het deze week verschenen soloalbum van Shawn Lee voeg ik er graag aan toe. Ook Rides Again neemt je mee terug naar de zwoele Californische softrock uit de jaren 70 en geeft je humeur een enorme boost. Vergeleken met de muziek van Young Gun Silver Fox bevat het soloalbum van de Amerikaanse muzikant net wat meer invloeden uit de rootsmuziek, maar voor zwoele verleiding ben je ook bij Shawn Lee aan het juiste adres.


De Amerikaanse muzikant en producer Shawn Lee heeft een staat van dienst om bang van te worden. Hij werkte als producer met een jonge Jeff Buckley en leverde met bands als Shawn Lee's Ping Pong Orchestra, AM en The Electric Peanut Butter Company en onder zijn eigen naam flinke stapels albums, gamescores en filmscores af. 

Zelf ken ik de muzikant die werd geboren in Wichita, Kansas, overigens alleen van het vorig jaar verschenen tweede album van de band Young Gun Silver Fox, die naast Shawn Lee bestaat uit de Britse muzikant Andy Platts, die ook de band Mamas Gun aanvoert. 

AM Waves van Young Gun Silver Fox was dankzij de portie volstrekt onweerstaanbare en even tijdloze 70s softrock met een flinke dosis Californische zonnestralen voor mij jaarlijstjeswaardig, waardoor ik erg nieuwsgierig was naar het deze week verschenen soloalbum van Shawn Lee. Rides Again borduurt deels voort op het album van Young Gun Silver Fox en is minstens net zo onweerstaanbaar en tijdloos. 

Terwijl buiten de temperatuur daalt tot winterse waarden, wordt de ruimte binnen gevuld met zonnige klanken die doen verlangen naar roadtrips door het zuiden van de Verenigde Staten met de klanken van een Amerikaans softrock radiostation door de autospeakers. Net als het album van Young Gun Silver Fox herinnert ook Rides Again van Shawn Lee met grote regelmaat aan de serie geweldige albums die Steely Dan gedurende de jaren 70 afleverde, maar Shawn Lee stopt net wat meer roots in zijn muziek en schuwt ook een vleugje disco en een snufje Hot Chocolate en Bee Gees niet. 

Rides Again klinkt net zo loom en soulvol als het zo goede album van zijn band, maar klinkt ook wat meer ingetogen en laid-back. Shawn Lee kleurt zijn muziek fraai in met warme gitaren en broeierige orgeltjes en voegt er hier en daar een wat atypische ritmebox en strijkers aan toe. 

De warme en zwoele klanken worden fraai gecombineerd met de stem van Shawn Lee. De Amerikaanse muzikant is op zich geen heel groot zanger, maar kan wel alle kanten op met zijn stem, waardoor ik Rides Again in vocaal opzicht toch een knap album vind. De Amerikaanse muzikant kan bedwelmen met lome en donkere vocalen, maar voorziet zijn muziek ook van pit door zijn falsetstem op te zetten. 

Rides Again bevat zoals gezegd wat meer invloeden uit de rootsmuziek dan het terecht geprezen album van Young Gun Silver Fox. Hier en daar hoor je wat meer folk en country in de muziek van Shawn Lee en ook in tekstueel opzicht is Rides Again wat meer een rootsalbum, met teksten die terugkeren naar de jeugd van de muzikant. 

Ook Rides Again is weer zo’n album waarbij het bijzonder aangenaam luieren is. Laat het album lekker op de achtergrond voortkabbelen en de Californische zon neemt bezit van je. Rides Again slaagt er echter ook in om meer dan eens de fantasie te prikkelen met verrassende wendingen en geweldige vondsten. Dat Shawn Lee de heerlijke songs op het album achteloos uit de mouw lijkt te schudden maakt Rides Again alleen maar knapper. 

Iedereen die vorig jaar heeft genoten van het onweerstaanbaar lekkere album van Young Gun Silver Fox, moet ook zeker eens naar het buitengewoon knappe en minstens even aangename soloalbum van Shawn Lee luisteren. Erwin Zijleman

Het nieuwe album van Shawn Lee is ook verkrijgbaar via zijn bandcamp pagina: https://shawnleelegere.bandcamp.com/album/rides-again.

   




zondag 10 november 2019

Sarah Lee Langford - Two Hearted Rounder

Het valt niet mee om je te onderscheiden binnen het enorme aanbod aan rootsmuziek van het moment, maar Sarah Lee Langford doet het met haar debuut
Een bijzondere stem, sterke songs, indringende persoonlijke verhalen en een vol geluid vol prachtig gitaar- en pedal steel werk. Het zijn de belangrijkste ingrediënten van het debuut van Sarah Lee Langford. De singer-songwriter uit Birmingham, Alabama, put vooral uit de archieven van de country, maar voegt er een subtiel randje rootsrock aan toe. Niet iedereen zal gecharmeerd zijn van de stem van Sarah Lee Langford, maar als je je raakt, raakt Two Hearted Rounder je ook goed. Een van de betere debuten binnen de Amerikaanse rootsmuziek van dit jaar.


Sarah Lee Langford is een singer-songwriter uit Birmingham, Alabama, die deze week debuteert met Two Hearted Rounder. Het is momenteel dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek en zeker wanneer het gaat om vrouwelijke singer-songwriters in het genre, maar Sarah Lee Langford heeft wat mij betreft een debuut afgeleverd dat zich om een aantal redenen voldoende weet te onderscheiden binnen het aanbod van het moment. 

De singer-songwriter uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten beschikt allereerst over een bijzonder stemgeluid. In de recensies die ik tot dusver heb gelezen worden heel wat namen genoemd, waaronder die van Joni Mitchell, Emmylou Harris, Lucinda Williams en Gillian Welch. Ik vind het lastig om een van deze namen er uit te pikken, want ik hoor van alle bovengenoemde zangeressen wel wat in de stem van Sarah Lee Langford. De singer-songwriter uit Alabama heeft een emotievolle stem die gemaakt is voor de countrymuziek, maar het is ook een stem die een wat onvast karakter en een wat onderkoeld randje heeft. 

Het is een stem waarvan waarschijnlijk niet iedereen gecharmeerd zal zijn, maar ik heb wel wat met de stem van Sarah Lee Langford. De hier en daar licht schurende vocalen voorzien de songs van de Amerikaanse singer-songwriter van emotie, zeggingskracht en urgentie en dat is een groot goed voor een singer-songwriter. 

De bijzondere zang is niet het enige dat opvalt bij beluistering van Two Hearted Rounder. Sarah Lee Langford maakt op haar debuut op zich vrij ingetogen muziek, maar die heeft ze prachtig vol laten inkleuren. Ze deed voor haar debuut een beroep op twee bands uit de muziekscene van Birmingham, Alabama, en die leveren vakwerk af. 

Leden van de mij onbekende band Vulture Whale en leden van de uiteraard wel bekende band The Dexateens hebben Two Hearted Rounder voorzien van een vol geluid waarin de gitaren domineren en de pedal steel de hoofdrol mag spelen. Het zorgt voor een net wat steviger en vaak wat broeierig klinkend rootsgeluid, dat niet alleen uitstekend past bij de bijzondere stem van Sarah Lee Langford, maar dat haar debuut ook anders laat klinken dan de albums van haar soortgenoten, al doet het wel wat denken aan het debuut van Sarah Shook & The Disarmers, dat vorig jaar toch wel wat verrassend de top 3 van mijn jaarlijstje haalde.

Ook hiermee zijn we er nog niet, want het debuut van de singer-songwriter uit Alabama staat ook nog eens vol met sterke songs, waarin indringende verhalen worden verteld over de pieken maar zeker ook de dalen in het leven van Sarah Lee Langford, wat het album voorziet van een donker randje en flink wat doorleving.

Het is momenteel zoals gezegd dringen binnen de Amerikaanse rootsmuziek, maar iedere keer dat ik naar Two Hearted Rounder luister, ben ik wat meer gecharmeerd van het debuut van Sarah Lee Langford, van haar persoonlijke songs en van haar bijzondere stem. En wanneer deze stem even inhoudt is er het geweldige snarenwerk op het album. Het gitaarwerk is lekker vol, waarna de pedal steel de ruimte volledig inkleurt met broeierige klanken. Het zorgt niet alleen voor een bijzonder fraai geluid, maar ook voor voldoende variatie op dit sterke album. 

Het zal Sarah Lee Langford waarschijnlijk niet meevallen om binnen het enorme aanbod van het moment de aandacht te trekken, maar Two Hearted Rounder is een debuut dat echt alle aandacht van liefhebbers van Amerikaanse rootsmuziek verdient. Erwin Zijleman

De muziek van Sarah Lee Langford is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://sarahleelangford.bandcamp.com.

   




zaterdag 9 november 2019

Josienne Clarke - In All Weather

Josienne Clarke maakte dit jaar in meerdere opzichten een nieuwe start, wat een prikkelend en wonderschoon album oplevert
Josienne Clarke is, vooral dankzij haar albums met Ben Walker, inmiddels een bekende naam binnen de Britse folk scene. Eerder dit jaar besloot ze een nieuwe start te maken en die levert nu een indrukwekkend soloalbum op. In All Weather valt natuurlijk op door de prachtige stem van Josienne Clarke, maar het is de smaakvolle instrumentatie op het album die misschien wel het meest verrast. In All Weather sprankelt en betovert, maar is ook een intiem album waarop Josienne Clarke haar ziel blootlegt. Ik werd tot dusver niet gegrepen door haar muziek, maar In All Weather heeft me al weken in een wurggreep.


Josienne Clarke maakte het afgelopen decennium een handvol albums met collega singer-songwriter Ben Walker. Het zijn albums die stuk voor stuk zeer in de smaak vielen bij liefhebbers van traditionele Britse folk en die door de Britse muziekpers werden overladen met superlatieven, maar de muziek van het Britse tweetal wist mijn aandacht op een of andere manier en ondanks de prachtige stem van Josienne Clarke nooit heel lang vast te houden. 

De Britse singer-songwriter maakte dit jaar een nieuwe start. Ze beëindigde de samenwerking met Ben Walker, verliet haar partner en verruilde de metropool Londen voor een ruig eiland aan de Schotse kust. Ook in muzikaal opzicht koos Josienne Clarke voor nieuwe wegen. Eerder dit jaar dook ze op in de band PicaPica en nu levert ze haar eerste soloalbum af sinds het in 2011 verschenen One Light Is Gone, dat destijds alleen door de fijnproevers werd opgepikt. 

Met PicaPica wist Josienne Clarke me nog niet volledig te overtuigen, al ben ik wel nieuwsgierig naar het vervolg. Haar nieuwe album In All Weather is daarentegen een voltreffer. Josienne Clarke werkt op haar nieuwe album samen met producer Sonny Johns, die ook deel uit maakt van PicaPica. In de studio kregen de twee gezelschap van een beperkt aantal uitstekende muzikanten en werden de gitaren van Josienne Clarke en Sonny Johns aangevuld met keyboards, drums en harp. 

Gezien alle stappen die Josienne Clarke het afgelopen jaar heeft gezet, zal het niemand verbazen dat In All Weather een zeer persoonlijk album is geworden. Het is echter zeker geen melancholisch breakup album geworden. Natuurlijk bevat het nieuwe album van de Britse singer-songwriter een aantal songs waarin met enige weemoed wordt teruggekeken op alles dat Josienne Clarke het afgelopen jaar achter zich heeft gelaten, maar ze kijkt op In All Weather vooral vooruit en zet met name in artistiek opzicht grote stappen. 

Ook bij beluistering van In All Weather werd ik weer het eerst geraakt door de prachtige stem van Josienne Clarke. Iedereen die haar werk met Ben Walker kent weet dat ze herinnert aan de grote folkies van weleer en haar teksten met veel gevoel en emotie voordraagt. Dat doet Josienne Clarke ook op haar nieuwe album, maar de vocalen op haar nieuwe album zijn nog wat intiemer en emotievoller. Josienne Clarke kon de afgelopen jaren ook wel wat netjes, sereen of zelfs steriel klinken, maar op In All Weather raakt ze me met iedere noot. 

De kracht van de prachtige stem van de Britse singer-songwriter wordt verder versterkt door de bijzonder fraaie instrumentatie op het album. Wanneer akoestische gitaren het geluid domineren en een harp het oor zachtjes streelt, klinkt In All Weather zo folky als je van Josienne Clarke verwacht, maar in veel songs is de instrumentatie veel spannender dan ik van haar gewend ben. 

Hier en daar domineren elektrische gitaren, zo nu en dan mogen de keyboards de voorgrond kiezen en altijd is er het geweldige drumwerk van Dave Hamblett, die uit de jazz afkomstig is en dat hoor je. De instrumentatie op In All Weather prikkelt continu de fantasie, waarna de prachtige stem van Josienne Clarke de verleiding compleet maakt. 

De bijzondere serie songs voegt nog een extra dimensie toe aan dit knappe album, dat moeiteloos schakelt tussen intieme en melancholische folk en wat uitbundigere en zonnigere folkpop. De albums die Josienne Clarke met Ben Walker konden me na verloop van tijd steeds minder boeien, maar In All Weather wordt alleen maar mooier en indrukwekkender. Erwin Zijleman

De muziek van Josienne Clarke is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://josienneclarke.bandcamp.com/album/in-all-weather.

   




vrijdag 8 november 2019

Chromatics - Close To Grey

Chromatics keren terug na een aantal jaren stilte en de muziek van de band heeft nog niets van zijn glans en mysterie verloren
Chromatics maakte een aantal jaren muziek in de marge, maar leverde in 2012 opeens een jaarlijstjesplaat af. Het maken van een opvolger bleek een zware bevalling, maar eindelijk ligt er dan een echt nieuw album. Closer To Grey klinkt wat lichtvoetiger dan zijn voorganger en bevat meer invloeden uit de synthpop, maar ook op het nieuwe album van Chromatics kunnen de synths heerlijk mysterieus klinken, wat prachtig past bij de dromerige vocalen van de zangeres van de band. De Chromatics zijn terug en zijn het maken van bijzondere muziek en muziek van hoog niveau zeker nog niet verleerd.


De muziek van de Amerikaanse band Chromatics ontdekte ik pas toen het in het voorjaar van 2012 verschenen Kill For Love aan het einde van dat jaar opdook in flink wat jaarlijstjes. 

Ik ging uit nieuwsgierigheid luisteren, maar werd onmiddellijk gegrepen door de Chromatics versie van Neil Young’s Into The Black. Ook de rest van Kill For Love was wat mij betreft van jaarlijstjesniveau, zeker wanneer de klanken van de Amerikaanse band me deden denken aan de muziek van The Cocteau Twins uit de jaren 80 en dat gebeurde nogal eens. 

Sinds Kill For Love heb ik niets meer van Chromatics gehoord en dat lijkt ook wel te kloppen, want het onlangs verschenen Closer To Grey wordt gepresenteerd als de opvolger van het ruim zevenenhalf jaar oude Kill For Love. In de tussentijd maakte de band uit Portland, Oregon, nog wel een aantal EP’s en werd een album (Dear Tommy) aangekondigd maar terug getrokken (met het hele verhaal kan ik de complete recensie vullen), maar op Close To Grey gaat de band eindelijk verder waar het briljante Kill For Love ophield. Het gaf me overigens wel de tijd om de rest van het oeuvre van de band te ontdekken, want ook voor Kill To Love maakte Chromatics al een aantal interessante albums. 

Net als Kill For Love opent ook Close To Grey met een cover. Het van Simon & Garfunkel bekende The Sound Of Silence krijgt een zwoele versie, waarin de even dromerige als onderkoelde zang van zangeres Ruth Radelet fraai wordt gecombineerd met de ijle klanken uit de koker van producer en multi-instrumentalist Johnny Jewel. 

Chromatics stond op Kill For Love met minstens één been in de jaren 80 en doet dat ook op haar nieuwe album. Ook Close To Grey herinnert in haar meest zweverige momenten aan de muziek van The Cocteau Twins, maar de meeste songs op het nieuwe album van Chromatics klinken wat meer down to earth en flirten hevig met de synthpop uit de jaren 80. Zeker wanneer synthpop domineert in de muziek van Chromatics klinkt de band wat lichtvoetiger dan op de terecht zo bejubelde voorganger, maar de synthpop beats zijn zeker niet in alle tracks op Close To Grey te horen. 

De muziek van Chromatics was te horen in het derde seizoen van Twin Peaks (waarin ik de muziek overigens beter vond dan het verhaal) en ook een aantal tracks op het nieuwe album van de band zou niet misstaan op een Twin Peaks soundtrack. Johnny Jewel tekent ook op Close To Grey voor prachtige elektronische klanken, die variëren van aanstekelijk tot bedwelmend, maar ik ben ook dit keer het meest gecharmeerd van de lome en dromerige zang van Ruth Radelet, die al het elektronische geweld contrasteert met fluisterzachte vocalen. 

Close To Grey opent met een aardige cover, maar het bevat er nog een en die vind ik nog een stuk mooier. Wanneer Chromatics aan de haal gaat met On The Wall van The Jesus And Mary Chain herleven de hoogtijdagen van de roemruchte Schotse band, maar Chromatics doet ook haar eigen ding met de song van het wat miskende tweede album van The Jesus And Mary Chain. Gitaren spelen overigens zeker niet de hoofdrol op Close To Grey, maar de gruizige gitaren in On The Wall zijn prachtig en smaken naar meer. 

Zeker wanneer Chromatics het tempo laag houdt maakt de band indruk met klanken die zo beeldend zijn als de op een filmposter lijkende cover art doet vermoeden. Goed dat de band terug is met dit uitstekende album, dat vooralsnog maar aan kracht blijft winnen. Erwin Zijleman

De digitale versie van Close To Grey van Chromatics koop je voor het luttele bedrag van 1 dollar op de website van het label van de band: https://italiansdoitbetter.com/product/chromatics-closer-to-grey/.

   

donderdag 7 november 2019

Sudan Archives - Athena

Sudan Archives laat met Athena horen dat er spannende albums worden gemaakt in de R&B en dit is er een die maar blijft verrassen
Sudan Archives, het alter ego van Brittney Parks uit Los Angeles, debuteert met Athena en het is een verrassend sterk debuut. Het is een debuut dat in het hokje R&B past, maar in dit hokje kleurt Sudan Archives prachtig buiten de lijnen. Athena staat vol met lekker in het gehoor liggende songs met mooie vocalen, maar in de instrumentatie op en de productie van het album gebeurt van alles. Donkere elektronische klanken worden gecombineerd met stemmige strijkers en alles past even goed bij de sterke zang op het album. Een van de betere R&B albums van 2019 wat mij betreft.


Ik ben geen groot liefhebber van R&B, maar met enige regelmaat weet ik ook in dit genre de krenten uit de pop te pikken. In de beste gevallen levert dat jaaralbums op (de laatste jaren van onder andere Solange en Janelle Monáe), maar ook het stapeltje hele goede R&B platen in de platenkast is de afgelopen jaren flink gegroeid en kreeg dit jaar onder andere gezelschap van het prachtalbum van Jamila Woods. 

R&B albums zijn echter zeker niet de eerste albums die ik er wekelijks uit pik, waardoor het wel degelijk hele bijzondere album van Kelsey Lu (Blood) om onduidelijke redenen nog steeds op de stapel ligt. Athena van Sudan Archives kwam deze week wel direct van de stapel met nieuwe releases en het is een album waarmee ik nog lang niet klaar ben. 

Bij Sudan Archives verwachte ik een oude collectie muziek uit het Afrikaanse land, maar het blijkt het alter ego van de uit Cincinnati, Ohio, afkomstige maar sinds kort vanuit Los Angeles opererende Brittney Parks. Deze Brittney Parks manifesteert zich op haar debuutalbum niet alleen als muzikante, maar ook als producer en als multi-instrumentalist. 

Ze is onder andere een geschoold violist en trekt dit instrument met enige regelmaat uit de kast. Athena doet daarom wel wat denken aan het eerder genoemde Blood van Kelsey Lu, die niet alleen een van de interessante nieuwkomers is in de R&B van het moment, maar ook een geschoold cellist. Op Athena pakt Brittney Parks de viool er met enige regelmaat bij, wat nog een bijzonder accent toevoegt aan haar al zo fascinerende en rijke geluid. 

Sudan Archives heeft met Athena een R&B plaat gemaakt die alle kanten op kan. Een aantal songs op het album klinkt redelijk conventioneel, maar Brittney Parks schuwt ook het experiment niet. De combinatie van diepe elektronische klanken en de viool van de Amerikaanse muzikante doet op het eerste gehoor wat ongewoon of zelfs wat kitscherig aan, maar het blijkt al snel een ijzersterke combinatie. En zo beschikt Sudan Archives over veel meer middelen om zich te onderscheiden van de concurrentie in het genre. De muzikante uit Los Angeles werkte, naar goed gebruik in het genre, met meerdere songwriters en producers, maar Athena klinkt verrassend consistent. 

Sudan Archives vermaakt op Athena moeiteloos met lekker in het gehoor liggende songs met hitpotentie, maar slaagt er ook in om je 14 songs en 38 minuten lang op het puntje van je stoel te houden met een bont klankentapijt dat steeds weer nieuwe dingen laat horen. De ritmes zijn spannend en de lagen elektronica bezwerend, wat prachtig wordt versterkt door de violen en fraai past bij de warme stem van Brittney Parks, die qua stem af en toe wel wat aan Sade doet denken. 

Athena van Sudan Archives is een album dat vooral in het hokje R&B past, maar de muzikante uit Los Angeles zoekt nadrukkelijk de grenzen met onder andere de soul, pop en triphop op en is ook niet vies van invloeden uit de wereldmuziek. Zeker bij beluistering met de koptelefoon valt op hoe mooi en open het geluid van Sudan Archives is en hoor je bovendien hoe veelzijdig het geluid op Athena is. Als er dit jaar een R&B album opduikt in mijn jaarlijst geef ik het debuut van Sudan Archives een goede kans, al vlak ik Jamila Woods en Kelsey Lu ook nog niet helemaal uit. Erwin Zijleman

De muziek van Sudan Archives is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://sudanarchives.bandcamp.com/album/athena.

   




woensdag 6 november 2019

Miranda Lambert - Wildcard

Na haar melancholische vorige album komt Miranda Lambert nu op de proppen met een zonniger album vol uitstekende songs met een vleugje pop
Ik heb Miranda Lambert al een aantal albums hoog zitten en was zeer onder de indruk van het drie jaar geleden verschenen breakup album The Weight Of These Wings. Wildcard is een stuk opgewekter, maar ook wat minder consistent. Het album schiet meerdere kanten op en laat goed horen in welke hoeken van de rootsmuziek Miranda Lambert uit de voeten kan. Dat varieert van pure roots tot pop met een randje roots. Het maakt misschien minder snel indruk dan het zo ontroerende vorige album, maar iedere keer als je er naar luister valt er meer op zijn plek.


Bij eerste beluistering van Wildcard van Miranda Lambert was het toch wel even schrikken. Het nieuwe album van de Amerikaanse countryzangeres opent wel erg aanstekelijk en lijkt de country volledig te hebben verruild voor de pop. Na enige gewenning valt dat wel mee en wanneer je verder luistert wordt gelukkig snel duidelijk dat angst voor pure pop onterecht is.

Invloeden uit de pop hebben absoluut aan terrein gewonnen op het nieuwe album van Miranda Lambert, die in de Verenigde Staten een ster is, maar ze is haar roots toch een stuk trouwer gebleven dan bijvoorbeeld Taylor Swift, die de country in één keer bij het grofvuil zette een paar jaar geleden. 

Dat Miranda Lambert wat opschuift richting countrypop is overigens geen verrassing. De in Texas geboren singer-songwriter dook ooit, samen met de inmiddels wat uit beeld geraakte Gretchen Wilson, op als countryzangeres met een rauw randje. Dat rauwe randje is ze langzaam maar zeker wat kwijtgeraakt, maar ik vond de zes albums die tot dusver van Miranda Lambert verschenen zeer de moeite waard. 

Het deze week verschenen Wildcard heeft me minder makkelijk overtuigd dan zijn voorgangers, maar hoe vaker ik naar het album luister, hoe meer moois ik hoor. Wildcard bevat maar liefst 14 songs en heeft hier bijna 50 minuten voor nodig. Allmusic.com vergelijkt het album met een jukebox waarin 14 prima songs zijn gestopt. Ik kan me hier wel in vinden. 

Het vorige album van Miranda Lambert, het in 2016 verschenen The Weight Of These Wings, was vergeleken met Wildcard een zeer consistent album. In de 24 songs op het ruim anderhalf uur durende album verwerkte Miranda Lambert haar scheiding van countryster Blake Shelton en overheerste de melancholie. Op The Weight Of These Wings schoof Miranda Lambert wat dichter tegen de traditionele Amerikaanse rootsmuziek aan en dat beviel me wel. 

Miranda Lambert heeft inmiddels een nieuwe liefde gevonden en vond bovendien haar thuis op het platteland van Tennessee, niet ver van Nashville. Op Wildcard is er daarom ruimte voor zonnestralen en direct ook voor wat meer invloeden uit de pop. Laat je echter niet op het verkeerde been zetten door de incidentele flirt met radiovriendelijke pop. Wildcard is over het algemeen genomen absoluut een rootsalbum en het is een rootsalbum dat alle kanten van Miranda Lambert laat zien. 

Van aanstekelijke countrypop tot de rootsmuziek uit het diepe zuiden van de Verenigde Staten. Van popsongs vol zonnestralen tot songs waarin de donkere wolken het toch weer even winnen en Miranda Lambert ouderwets van leer trekt. Van uptempo songs die je doen opveren tot meer ingetogen songs die aanzetten tot wegdromen of juist bezinning. Iedere song klinkt weer net wat anders, wat de jukebox analogie van Allmusic.com bruikbaar maakt, maar het zijn wel allemaal singles van Miranda Lambert die in het apparaat zijn gestopt en het zijn stuk voor stuk prima singles. 

The Weight Of These Wings was drie jaar geleden een album dat je het verdriet van Miranda Lambert in sleurde. Dit keer maakt de Amerikaanse singer-songwriter er een feestje van en het is een feestje waarop je je steeds meer thuis voelt. Erwin Zijleman

   

Boek: Prince - The Beautiful Ones

De memoires van Prince zijn nauwelijks de memoires van Prince, maar ook dit boek over een van de grootheden van de popmuziek is waardevol
The Beautiful Ones, de memoires van Prince, werd een half jaar geleden aangekondigd en heb ik blind besteld. Helaas dekt de vlag de lading maar zeer ten dele en is het met name in het begin even zoeken naar de meerwaarde van dit, overigens wel zeer fraai uitgevoerde, boek. Die meerwaarde is er uiteindelijk wel, al is The Beautiful Ones interessanter voor de echte fans, dan voor muziekliefhebbers die meer willen weten over de muziek en het leven van een van de belangrijkste muzikanten uit de geschiedenis van de popmuziek. De laatste groep is beter af met een van de andere boeken over het genie uit Minneapolis, waarmee dit boek er vooral een is voor de echte fans.


Het is denk ik al ruim een half jaar geleden dat The Beautiful Ones werd aangekondigd als de memoires van Prince. Ik heb het boek direct blind besteld en eerder deze week viel het op de mat.

Ik was heel nieuwsgierig naar het verhaal van Prince zelf, maar direct in de lange inleiding wordt duidelijk dat The Beautiful Ones maar zeer ten dele is te verkopen als de memoires van Prince. Deze inleiding is van Dan Piepenbring, die werd uitverkoren om samen met Prince zijn autobiografie te gaan schrijven. 

Het verhaal van Dan Piepenbring begint slechts een paar maanden voor de onverwachte dood van Prince in april 2016. De jonge en onervaren schrijver heeft dan slechts een paar ontmoetingen met Prince gehad en heeft van de muzikant uit Minneapolis niet meer ontvangen dan een stapeltje A4tjes met handgeschreven teksten over de vroege jeugd van Prince. 

Die A4tjes zijn integraal opgenomen in The Beautiful Ones en volgen op de lange inleiding van 40 pagina’s die vooral gaat over de ervaringen van Dan Piepenbring met Prince. Uitgetypt beslaat het werk van Prince maar een beperkt aantal pagina’s. Boeiend om te lezen, maar uiteraard niet voldoende om zijn memoires mee te vullen. 

Om er toch nog een boek van te maken kreeg de uitgever de beschikking over flink wat materiaal uit de archieven van Prince zelf en de archieven van zijn Paisley Park Studios. De foto’s zijn mooi en bijzonder, maar veel van de andere illustraties zijn wat overbodig. Omdat de foto’s pas in een bijlage achterin het boek worden toegelicht, heb je tijdens het lezen van het boek eigenlijk geen idee wat je ziet. 

The Beautiful Ones is sowieso een boek dat niet prettig leest. De teksten zijn fragmentarisch en missen diepgang. Na de inleiding vol details springt het boek van de hak op de tak en ontbreekt buiten de eerste pagina's alle diepgang. 

Iemand die wat wil lezen over het leven en de muziek van Prince is veel beter af met een van de vele biografieën die de afgelopen jaren zijn verschenen over het leven van de zo invloedrijke muzikant. De ultieme biografie moet wat mij betreft nog worden geschreven, maar Prince van Matt Thorne is momenteel een van de betere Prince biografieën beschikbaar, terwijl Dig If You Will The Picture van Ben Greenman op een aantal terreinen het diepst graaft. 

Het beste of in ieder geval boeiendste boek dat ik over Prince heb gelezen is overigens Prince: The Dutch Experience van Edgar Kruize, dat nauwgezet alle stappen die Prince in Nederland heeft gezet heeft gedocumenteerd in een boek dat leest als een trein. 

The Beautiful Ones doet dat zeker niet. Prince kwam zelf niet verder dan een paar A4tjes en de auteur heeft geen poging gedaan om het verhaal af te ronden. Meerwaarde van The Beautiful Ones is dat het boek inzicht geeft in de jongste jaren van Prince en dat het iets meer zegt over zijn laatste dagen. Verder zijn de foto’s uit de persoonlijke archieven van Prince prachtig. 

The Beautiful Ones is voor de echte fans zeker interessant, al blijft het zonde dat de man niet de tijd is gegund om het boek volledig te schrijven (en om nog heel wat mooie muziek te maken). Zelf blijf ik toch wel een beetje met een kater achter. Na de autobiografie van Debbie Harry is ook die van Prince objectief gezien toch een flinke tegenvaller. Hopelijk is de autobiografie van Elton John, die nu aan de beurt is een stuk beter. Heel moeilijk lijkt dat niet. Erwin Zijleman

dinsdag 5 november 2019

DIIV - Deceiver

DIIV wist me met haar vorige twee albums niet te overtuigen, maar het door shoegaze geïnspireerde Deceiver kleurt de herfstavonden prachtig in
Bands die zich laten inspireren door shoegaze en indie-rock uit de jaren 90 zijn er volop, maar bands die deze invloeden verwerken in een eigen geluid zijn er maar weinig. DIIV uit Brooklyn, New York, doet het op Deceiver wel. Gruizige gitaarmuren worden gecombineerd met dromerige zang, wonderschone gitaarloopjes en krijgen gezelschap van donkere bassen en zware drums. Deceiver is een donker album, maar het is ook een album vol schoonheid. De songs van de band zijn melancholiek maar ook melodieus, de teksten zijn donker, maar de zang is loom en dromerig. Een geweldige soundtrack voor de donkere avonden die er aan zitten te komen.


DIIV is een band uit Brooklyn, New York, die een paar weken geleden haar derde album uitbracht. AllMusic.com beschreef de muziek van de band eens mooi als “music that combines shoegaze bliss with grunge catharsis”. 

Op het debuut van de band hoorde ik inderdaad zowel invloeden van My Bloody Valentine als van Nirvana, overigens zonder het niveau van deze bands te benaderen. Het in 2016 verschenen Is The Is Are vond ik al een stuk interessanter. Het album schuurde een aantal weken tegen mijn BLOG aan, maar de twijfel bleef bij mij overheersen. 

Die twijfel verdween als sneeuw voor de zon bij de eerste beluistering van het nieuwe album van de New Yorkse band. Ook Deceiver laat hier en daar flink wat invloeden uit de 90’s shoegaze en indie-rock horen, maar DIIV heeft deze invloeden inmiddels opgenomen in een eigen rockgeluid. Het is een over het algemeen melodieus maar ook wat melancholisch rockgeluid dat opvalt door gruizige gitaarmuren, prachtige gitaarloopjes en wat ingetogen zang, maar ook door heel veel dynamiek. 

DIIV kan hard en zacht afwisselen op een manier die in de jaren 90 uitstekend werd beheerst door Smashing Pumpkins, maar de band is op Deceiver ook een meester in het schakelen tussen zeer melodieuze en juist gruizige passages. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal net wat hechter en strakker dan op de vorige albums van de band, maar vooral de songs van DIIV zijn een stuk sterker geworden. 

DIIV klonk op haar debuut nog behoorlijk zonnig, maar inmiddels hebben de donkere wolken het gewonnen van de zonnestralen, wat ook niet zo gek is al je weet dat in de teksten alles draait om de verslavingen van de zanger van de band. Zeker wanneer invloeden uit de shoegaze domineren en gezelschap krijgen van invloeden uit de postpunk maakt DIIV behoorlijk donkere muziek, maar door de wat lome zang en hier en daar prachtige gitaarlijnen is de band uit New York zeker niet het zoveelste doom bandje. 

Bij beluistering van Deceiver hoor ik veel van bands als My Bloody Valentine, Slowdive en Smashing Pumpkins, maar zeker wanneer de gitaren ontsporen hoor ik ook wel wat van Sonic Youth. De combinatie van gitaarmuren en dromerige klanken is natuurlijk niet nieuw, maar DIIV beheerst dit kunstje op Deceiver erg goed. Het voorziet de songs op het album niet alleen van dynamiek, maar ook van een bijzondere schoonheid. 

Je kunt je bij beluistering van Deceiver concentreren op de gitaarmuren of op de dromerige zang en subtiele details en in beide gevallen hoor je veel mooie dingen. Het gitaarwerk op het album is prachtig en varieert van gruizig tot dromerig en van dromerig tot psychedelisch, maar ook de ritmesectie van de band is knap bezig en smeedt de uitersten binnen de muziek van DIIV op knappe wijze aan elkaar. 

We zijn de afgelopen jaren niet zo verwend wanneer het gaat om nieuwe albums binnen de shoegaze (meestal wordt de afslag richting dreampop genomen) en alleen hierom is Deceiver van DIIV een album dat alle aandacht verdient. De band uit Brooklyn slaagt er wat mij betreft echter ook in om meer te doen dan het alleen maar reproduceren van invloeden uit het verleden. Deceiver van DIIV is een wonderschoon album dat heel wat donkere avonden prachtig in zal kleuren. Erwin Zijleman

De muziek van DIIV is ook verkrijgbaar via de bandcamp pagina van de band: https://diivct.bandcamp.com.

   

Jeff Lynne's E.L.O. - From Out Of Nowhere

Jeff Lynne maakt zich er wat makkelijk van af op het nieuwe album van zijn E.L.O., maar als je er vatbaar voor bent klinkt het toch wel weer lekker
Na het toch wel verrassend sterke comeback album Alone In The Universe, keert Jeff Lynne’s E.L.O. terug met From Out Of Nowhere. Voor verassingen ben je ook dit keer aan het verkeerde adres bij de band rond Jeff Lynne. From Out Of Nowhere borduurt schaamteloos voort op het geluid dat de band in de jaren 70 wereldberoemd maakte. Niet zo erg voor de liefhebbers van dit geluid, want zij vinden op het album minstens een handvol songs die genadeloos verleiden en je mee terug nemen naar vervlogen tijden. Jammer dat het album over de hele linie wat zwakker is en Jeff Lynne zich er hier en daar wel heel makkelijk van af maakt. Het wordt hem vergeven.


Electric Light Orchestra, oftewel E.L.O., vierde haar grootste successen in de jaren 70, waarin de band uitgroeide tot een hitmachine met een geheel eigen geluid, maar ook een aantal hele goede songs. 

Met het nog wel redelijk succesvolle, maar verder bijzonder zwakke Time uit 1981 begon het verval. Wederopstandingen aan het eind van de jaren 80 en in de jaren 90 en de vroege jaren 00 waren weinig succesvol, terwijl andere projecten van Jeff Lynne, waaronder zijn werk met The Traveling Wilburys en productiewerk wel scoorden. 

In 2015 keerde E.L.O. tot ieders verrassing terug als Jeff Lynne’s E.L.O. met het comeback album Alone In The Universe. Alone In The Universe wist het oude E.L.O. geluid uit de jaren 70 fraai te reproduceren. Het album klonk als een E.L.O. klassieker uit vervlogen tijden en liet goed horen hoe groot de invloed van The Beatles op het geluid van de band van Jeff Lynne was. Alone In The Universe bevatte ook nog eens een aantal prima songs en was goed voor een half uurtje jeugdsentiment dat de tand des tijds verrassend goed bleek te hebben doorstaan. 

Na een al even succesvolle wereldtour keert Jeff Lynne’s E.L.O. nu terug met From Out Of Nowhere. Het album is gestoken in een typische E.L.O. hoes, met het bekende E.L.O. ruimteschip, en laat (gelukkig) ook het bekende E.L.O. geluid horen. Jeff Lynne doet ook op From Out Of Nowhere geen enkele poging om het geluid van zijn band te vernieuwen en borduurt naadloos voort op het geluid waarmee de band in de jaren 70 zo succesvol was. 

Ik moet zeggen dat Jeff Lynne zich er dit keer wel erg makkelijk van af heeft gemaakt. From Out Of Nowhere bevat maar net een half uur muziek (dit was op Alone In The Universe overigens niet anders). In de tien songs, die allemaal ongeveer drie minuten duren, worden met name de intro’s en de outro’s nogal afgeraffeld (fade out kan echt niet meer wat mij betreft). De songs zijn ook zeker niet allemaal even sterk als op het vorige album en als Jeff Lynne grijpt naar de rock ’n roll is het nieuwe E.L.O. mij helemaal kwijt en moet ik direct denken aan het zo zwakke Time. 

Toch vind ik From Out Of Nowhere geen heel slecht album. Wanneer Jeff Lynne schaamteloos teruggrijpt op de hoogtijdagen van zijn band en verleidt met Beatlesque melodieën en rijk georkestreerde klanken, heeft hij mij toch weer snel te pakken. Jeff Lynne staat dan garant voor bijna onweerstaanbare popsongs, die in 2019 nog net zo verleidelijk klinken als in de jaren 70. 

Het is jammer dat Jeff Lynne de kwaliteit wat minder heeft bewaakt dan vier jaar geleden en de songs hier en daar niet wat meer heeft uitgewerkt. From Out Of Nowhere is wat mij betreft over de hele linie te zwak om een krent uit de pop genoemd te worden, maar het is ook een album dat wel zijn momenten heeft. Snel aan voorbij gaan wanneer je niets hebt met de muziek van E.L.O., maar een ieder met een zwak voor de band van Jeff Lynne zal stiekem toch weer genieten van op zijn minst een deel van comeback album nummer twee. Erwin Zijleman

   





maandag 4 november 2019

Itasca - Spring

Itasca heeft op Spring een poging gedaan om de serene rust van de natuur in New Mexico te vangen en dat is uitstekend gelukt
De vorige albums van Itasca vond ik mooi maar net niet onderscheidend genoeg. Haar nieuwe album Spring is dat zeker. Het alter ego van Kayla Cohen betovert met een sereen en rustgevend geluid, maar het is ook een geluid waarin heel veel moois blijkt verstopt. De instrumentatie op het album is subtiel maar verrassend rijk en past uitstekend bij de fluisterzachte maar ook intense vocalen van Kayla Cohen. Spring laat steeds weer nieuwe dingen horen, maar is ook een fraai album dat alle haast uit je leven haalt. Het is bovendien een album dat op fraaie wijze teruggrijpt op de Laurel Canyon folk, maar hier niet in blijft hangen.


Er is momenteel zeker geen gebrek aan jonge vrouwelijke folkies. Ook de afgelopen week kwamen er weer een aantal voorbij, maar na beluistering van een handvol albums moest ik helaas concluderen dat het onderscheidend vermogen van de nieuwe folkies van deze week niet al te groot is. 

Spring van Itasca is wat mij betreft de uitzondering. Spring is niet het eerste album van het alter ego van de uit Los Angeles afkomstige Kayla Cohen, maar wel haar eerste album dat ik echt goed vind. 

Kayla Cohen verruilde het mondaine Los Angeles na haar vorige album voor het uitgestrekte New Mexico, waar ze haar thuis vond in een traditioneel huis midden in de natuur. Spring van Itasca heeft zich laten inspireren door de bijzondere natuur van New Mexico en klinkt aards en puur. 

Het had zomaar een uiterst sober folkalbum op kunnen leveren, maar Kayla Cohen koos tijdens het opnemen van Spring vooral voor de samenwerking met anderen. Het nieuwe album van Itasca bevat bijdragen van onder andere Chris Cohen, Cooper Crain en James Elkington en hiernaast schoven leden van de bands Gun Outfit en Sun Araw aan. 

Het bovenstaande suggereert misschien dat Spring een zeer vol klinkend album is, maar dat is ook weer niet zo. Het nieuwe album van Itasca is warm en smaakvol ingekleurd met vooral organische klanken, die hier en daar verder worden ingekleurd met subtiele maar bijzonder fraaie strijkersarrangementen. Er kwamen flink wat instrumenten aan te pas, maar de instrumentatie op Spring is gelukkig subtiel en ingehouden genoeg om de fluisterzachte zang van Kayla Cohen niet te overstemmen. 

Itasca heeft een ontspannen klinkend album gemaakt, dat zeker is gevoed door de overweldigende natuur van New Mexico, maar Spring is over het algemeen ook niet zo gek ver verwijderd van de muziek die een aantal decennia geleden werd gemaakt in de heuvels rond Los Angeles, door bijvoorbeeld Joni Mitchell. 

De subtiele mix van Laurel Canyon folk, Britse folk (denk aan Kathryn Williams) en de indie-folk van het moment heeft mij bijzonder makkelijk overtuigd. Bij vluchtige beluistering klinkt Spring van Itasca misschien mooi maar niet heel opzienbarend, maar door de bijzonder smaakvolle instrumentatie en de ontspannen en fluisterzachte zang wint het album snel aan kracht. Het duurde dan ook niet lang voor ik flink in de ban was van de 39 minuten muziek op Spring en ik heb het idee dat het nieuwe album van Itasca me nog steeds dierbaarder wordt bij iedere keer horen. 

Wat in eerste instantie vooral bijzonder aangenaam en rustgevend voortkabbelde, blijkt al snel voorzien van bijzonder fraaie accenten, die de muziek van Itasca voorzien van diepte en een eigen geluid. Die diepte en het eigen geluid hoor ik ook in de stem van Kayla Cohen, die in eerste instantie aan alles en iedereen doet denken, maar na enige tijd van een bijzondere schoonheid blijkt. 

Spring van Itasca onderscheidt zich van het flinke aantal soortgelijke albums in het genre door de bijzondere sfeer, de smaakvolle instrumentatie, de mooie zang en de intensiteit van de muziek. Vanwege het grote aanbod in het genre weet ik zeker dat ik een aantal eerder bejubelde albums aan het eind van het jaar alweer vergeten ben, maar het fraaie Spring van Itasca zit daar zeker niet tussen. Erwin Zijleman

De muziek van Itasca is ook verkrijgbaar via haar bandcamp pagina: https://itasca.bandcamp.com/album/spring.

   




zondag 3 november 2019

Guided By Voices - Sweating The Plague

Guided By Voices had dit jaar pas twee prima albums uitgebracht en dus was het de hoogste tijd voor nummer drie en meteen ook de rauwste en meest directe van het stel
Guided By Voices behoort tot de pioniers van de lo-fi, maar de Amerikaanse band heeft zich al lang ontworsteld aan de grenzen van dit genre. Op haar derde album dit jaar komt de band eens niet op de proppen met flarden van songs, maar met songs van 3 minuten. Verder sloot Guided By Voices geen compromissen, want het is een lekker rauwe gitaarplaat geworden, die put uit een aantal decennia rockhistorie. Sweating The Plague kan in alle hoeken van de gitaarrock uit de voeten en vermaakt met melodieuze gitaarsongs, maar op hetzelfde moment is de muziek van Guided By Voices zo stekelig als je van de band verwacht. Het is het derde album dit jaar en het zou zomaar de beste van het stel kunnen zijn.

De Amerikaanse band Guided By Voices stond altijd al bekend om haar enorme productiviteit, maar dit jaar maakt de band uit Dayton, Ohio, het wel heel bont. Het deze week verschenen Sweating The Plague is immers al het derde Guided By Voices album dat dit jaar verschijnt en de opvolger van Zeppelin Over China uit februari en Warp And Woof uit april, allebei ook nog eens uitstekende albums. 

Drie prima albums in een jaar uitbrengen is al heel indrukwekkend, maar als we kijken naar het aantal songs wordt het nog wat imponerender. Zeppelin Over China propte maar liefst 32 tracks in vijf kwartier en Warp And Woof voegde hier nog 24 tracks, in slechts 37 minuten, aan toe. 

Ook Sweating The Plague duurt 37 minuten, maar dit keer komt Guided By Voices met slechts twaalf tracks op de proppen. Geen verzameling songs van één à twee minuten dit keer, maar wat meer uitgewerkte songs van gemiddeld zo’n drie minuten. Heel veel gevolgen voor het geluid van Guided By Voices heeft het overigens niet, want Sweating The Plague past prima tussen zijn twee voorgangers, die overigens wel van elkaar verschilden, maar beiden schatplichtig waren aan het rijke oeuvre van de band. 

Ook Sweating The Plague is schatplichtig aan dit oeuvre en laat zich, net als al zijn directe voorgangers, beluisteren als een een masterclass langs de geschiedenis van de rockmuziek uit de jaren 60, 70, 80 en 90, met flink wat verwijzingen naar memorabele songs uit deze decennia (een citaat dat ik inmiddels al een jaar of drie kan hergebruiken). Ook op Sweating The Plague schudt Guided By Voices de aanstekelijke gitaarsongs weer uit de mouw en blijft het de jonge gitaarbands van het moment makkelijk voor. 

De band rond Robert Pollard, die hier en daar steeds meer als Peter Gabriel gaat klinken, versleet in het verleden talloze muzikanten, maar de huidige bezetting met gitaristen Doug Gillard en Bobby Bare Jr. en de uit Mark Shue en Kevin March bestaande ritmesectie gaat al een tijd mee. Dat hoor je, want op Sweating The Plague hoor je een hecht spelende band. 

Guided By Voices behoort tot de pioniers van de lo-fi, maar past zelf al een hele tijd niet meer in het precieze hokje van het genre. Ook op haar nieuwe album bestrijkt de band weer een breed palet binnen de rockmuziek. De band uit Ohio kan uit de voeten met rammelrock uit de jaren 90, maar gaat net zo makkelijk aan de haal met invloeden uit de hardrock en progrock uit de jaren 70, met indie-rock en grunge uit de jaren 90 of met eigentijdse rockmuziek. En alles is lekker direct opgenomen door producer Travis Harrison, die er een tijdloze rockplaat van heeft gemaakt. 

De band slaagt er ook op haar nieuwe album weer in om songs af te leveren die rauw en stekelig, maar op hetzelfde moment melodieus en aanstekelijk klinken. Op het nieuwe album zijn de songs van de band wat langer dan op zijn twee voorgangers, maar Sweating The Plague is ook het meest rauwe en stevige album van de drie zonder dat dit ten koste gaat van de verleidingskracht van de songs van Guided By Voices. 

Album nummer drie van 2019 staat vol met songs die aangenaam vermaken, maar die ook eigenzinnig genoeg zijn om de aandacht vast te houden. Ik vond Zeppelin Over China net wat beter dan Warp And Woof, maar Sweating The Plague kan de concurrentie met het eerste album van het jaar aan, al is het maar omdat het ook wel eens lekker is om songs van drie minuten te horen van Guided By Voices. En ook de uitstapjes richting progrock bevallen mij als (oud) liefhebber van het genre zeer. Heerlijke gitaarplaat weer van deze bijzonder productieve Amerikaanse band. Erwin Zijleman

De muziek van Guided By Voices is ook verkrijgbaar via bandcamp: https://guidedbyvoices.bandcamp.com/album/sweating-the-plague.