donderdag 31 oktober 2019

Grace Potter - Daylight

Haar vorige album sprak me ondanks de Amerikaanse jubelrecensies niet aan, maar de tijdloze popplaat Daylight overtuigt vanaf de eerste tot en met de laatste noot
Grace Potter draait inmiddels al heel wat jaren mee, maar lijkt op Daylight eindelijk haar eigen geluid gevonden te hebben. Het levert een tijdloze popplaat op en het is een popplaat die flirt met uiteenlopende genres. Het is een plaat die je meer dan eens mee terugneemt naar de groten uit de jaren 70, maar Daylight klinkt ook voldoende eigentijds om ook in het heden de aansluiting te vinden. In muzikaal opzicht klinkt het allemaal uitstekend, maar de hoofdrol is toch weggelegd voor de rauwe strot van Grace Potter, die prachtig gevoelig kan zingen, maar ook rauw kan uithalen. Heerlijk album!


Daylight is zeker niet mijn eerste kennismaking met de muziek van Grace Potter. De Amerikaanse singer-songwriter dook een jaar of vijftien geleden voor het eerst op met degelijke maar zich niet direct onderscheidende rootsrock, die vooral opviel door de rauwe strot van de in Vermont geboren zangeres. 

Vervolgens probeerde ze samen met haar band The Nocturnals een aantal malen de aandacht van een groot publiek te trekken met een wat meer pop georiënteerd geluid. Het lukte, ondanks de inzet van producers van naam en faam, maar in beperkte mate. 

Vier jaar geleden dook Grace Potter op met Midnight, dat in de Verenigde Staten zeer positief werd ontvangen, maar mij, ondanks herhaalde pogingen, geen moment wist te overtuigen. Grace Potter werd tijdens de opnamen van Midnight overigens verliefd op haar producer Eric Valentine, trouwde en kreeg een kind. 

Vier jaar later keert ze terug en is Midnight ingeruild voor Daylight. Wat Grace Potter vier jaar geleden niet lukte, lukt haar dit keer wel. Ik ben flink onder de indruk van Daylight, dat zich laat beluisteren als een klassieke singer-songwriter plaat. 

Bijgestaan door manlief en producer Eric Valentine en flink wat muzikanten zet Grace Potter op haar nieuwe album een aangenaam en tijdloos geluid neer. Het album opent soulvol met direct een hoofdrol voor de rauwe strot van de Amerikaanse singer-songwriter, die wordt begeleid door warmbloedige klanken. Ik was na een paar noten overtuigt van de vocale kwaliteiten van Grace Potter, die in de openingstrack nog betrekkelijk ingetogen zingt, maar in de tracks die volgen een paar keer flink los gaat. 

Daylight opent als een moderne soulplaat, maar uiteindelijk trekt Grace Potter je diep de jaren 70 en incidenteel de jaren 60 in. Het album heeft zich ongetwijfeld laten inspireren door Tapestry van Carole King, maar wanneer de Amerikaanse singer-songwriter in vocaal opzicht los gaat hoor je ook wel wat van Janis Joplin. 

Grace Potter blijkt op Daylight van veel markten thuis. Ze kan uit de voeten met dampende soul, met rauwe bluesrock, met rauwe rock’ n roll of met aanstekelijke 60s pop en uiteraard voegt de vanuit Californië opererende muzikante ook nog wat invloeden uit de Laurel Canyon folk toe aan haat muziek. 

Alles dat Grace Potter op haar nieuwe album aanpakt klinkt even tijdloos en waar me dit vier jaar geleden bij beluistering van Midnight vooral tegen stond, is op Daylight vrijwel alles raak. De Amerikaanse singer-songwriter vertolkt haar songs met hart en ziel en haalt haar zang soms uit haar tenen, terwijl haar band een heerlijk groovy geluid neerzet dat je zo mee terug neemt naar al die klassiekers uit de jaren 70. 

Grace Potter vindt hierbij een mooi evenwicht tussen uptempo songs die stevig uit pakken en meer ingetogen songs, die subtielere middelen zoeken. Met name de stem van Grace Potter tilt de meeste tracks op Daylight naar een hoger plan, zeker wanneer ze in een aantal tracks een beroep doet op de zangeressen van Lucius, maar ook in muzikaal opzicht is het meer dan eens smullen, zeker wanneer de gitarist de ruimte mag zoeken. 

Grace Potter probeerde zoals gezegd wel vaker om een tijdloos popalbum te maken, maar met Daylight is het haar eindelijk gelukt. Het is door al het vocale vuurwerk ook nog eens een tijdloos popalbum dat flink boven het maaiveld uit steekt. Erwin Zijleman