dinsdag 21 januari 2020

Roosbeef - Lucky

Roosbeef keert na een paar jaar afwezigheid terug met een strakker geluid en vastere zang, maar de eigenzinnigheid is gelukkig gebleven in haar persoonlijke popliedjes
Nederlandstalige popmuziek is nooit een grote liefde voor mij geweest, maar het debuut van Roosbeef vond ik direct charmant en bijzonder. We zijn inmiddels flink wat jaren verder en Roos Reebergen is volwassen geworden. Dat hoor je ook in haar muziek, die strakker klinkt, en je hoort het in haar zang, die zelfverzekerder klinkt. De eigenzinnige popliedjes en de mooie en bijzondere observaties in haar teksten zijn gelukkig gebleven, waardoor Lucky minstens net zo makkelijk verleidt als het debuut van Roosbeef alweer meer dan tien jaar geleden deed.


Mijn eerste kennismaking met de muziek van Roosbeef stamt uit 2008, toen het album Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten verscheen. Het was het debuut van de band rond of het alter ego van de uit Duiven afkomstige Roos Reebergen. 

In 2008 was ik nog enigszins allergisch voor Nederlandstalige popmuziek en zat ik nog vol vooroordelen over popmuziek in de eigen taal. Ik was echter direct zeer gecharmeerd van de bijzondere popliedjes van Roosbeef. 

De songs van Roos Reebergen hadden iets knulligs (voor Engelstalige bandjes meestal wat respectvoller omschreven als lo-fi), maar ze waren ook reuze charmant en bovendien puur en eerlijk. Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten heb ik uiteindelijk verrassend vaak beluisterd, al is het maar omdat mijn kinderen, destijds nog klein, gek waren op popliedjes als Te Heet Gewassen (en vooral het zinnetje “speel je koehandel met een ander”). 

Ook het tweede album van Roosbeef, Omdat Ik Dat Wil uit 2011, beviel me goed, al miste ik de pure magie en de charme van het debuut. Na Kalf uit 2015 vertrok Roos Reebergen samen met haar man naar de Verenigde Staten en kreeg ze een kind. Het leek het einde van Roosbeef, maar inmiddels is Roos Reebergen terug in Nederland, gewend aan het moederschap en klaar voor een terugkeer in de muziek. 

Het nieuwe album van Roosbeef heeft een Engelse titel gekregen, maar de songs van Roosbeef zijn nog altijd in het Nederlands. Vergeleken met het charmant knullige geluid van het debuut klinkt Lucky flink anders. Het geluid van Roosbeef is veel strakker en flink elektronischer dan het rammelgeluid op het debuut. Het is een geluid dat hierdoor wat minder eigenzinnig is, maar het is een mooi geluid, dat de ruimte op aangename wijze vult en dat bijzonder knap is geproduceerd door de Vlaming Pascal Deweze. 

Wat voor de muziek op Lucky geldt, geldt ook voor de zang van Roos Reebergen. Waar de zang op het debuut vaak wat onvast klonk, strijken de vocalen op Lucky maar zelden tegen de haren in. 

Roosbeef heeft hiermee afstand genomen van de twee dingen die Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten zo charmant en aantrekkelijk maakten, maar toch heeft Lucky me makkelijk overtuigd. Een groot deel van de kracht van het debuut van Roosbeef schuilde immers in de bijzondere en persoonlijke teksten en die zijn er op Lucky nog steeds. De teksten op het nieuwe album van Roosbeef verdienen het om uitgeplozen te worden en raken meer dan eens de juiste snaar. 

Ook het vermogen om lekker in het gehoor liggende popliedjes te schrijven is Roos Reebergen nog niet kwijt. Lucky staat vol met aangename popliedjes, maar het zijn ook popliedjes met inhoud. Roosbeef is op Lucky volwassen geworden en daar is niets mis mee. Songs over onhandige liefdes en kleine problemen zijn songs over het moederschap en het leven als volwassene geworden, maar het zijn nog altijd persoonlijke songs die net zo puur en eerlijk klinken als de songs op het charmante debuut, al zijn ze nu verpakt in een opvallend hecht bandgeluid. 

Roosbeef mist op Lucky de ruwe charme van Ze Willen Wel Je Hond Aaien Maar Niet Met Je Praten, maar overtuigt met uitstekende popsongs, die de fantasie minstens evenveel prikkelen. Een groot liefhebber van Nederlandstalige popmuziek ben ik nog steeds niet, maar Roosbeef slaagt er nog steeds in om onze wat harde en a-melodieuze taal zacht en melodieus te maken. Een prima comeback al met al. Erwin Zijleman